Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLEE:2012:BY5163

Instantie
Rechtbank Leeuwarden
Datum uitspraak
04-12-2012
Datum publicatie
06-12-2012
Zaaknummer
17/880225-11 VEV
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Uitbuiting kan omvatten seksuele uitbuiting, gedwongen arbeid, slavernij of andere dienstbaarheid. Bij werk in de prostitutie kan van uitbuiting sprake zijn, als de situatie van de betrokkene niet gelijk is aan de omstandigheden van een mondige prostituee in Nederland. Instemming van het slachtoffer met haar uitbuiting is niet bepalend.

De raadsman heeft betoogd dat geen sprake was van uitbuiting. De slachtoffers hadden de beschikking over hun paspoorten, konden zelf naar de werkplek reizen en werkten niet in een illegaal bordeel, aldus de raadsman. Wezenlijk acht de rechtbank echter, dat de slachtoffers in hun omstandigheden redelijkerwijs geen andere keus hadden dan in de toestand van uitbuiting te raken of te blijven. De vrijwilligheid ontbrak geheel of grotendeels. Verdachte heeft door dwangmiddelen de persoonlijke vrijheid van de slachtoffers zo sterk ingeperkt dat zij niet vrij konden beslissen of zij wel of niet in de prostitutie wilden (blijven) werken. Zo bedreigde hij de vrouwen, paste hij enig fysiek geweld toe en dreigde hij hun familie in Bulgarije grof geweld aan te doen. Zij mochten niet terug naar Bulgarije als zij dat wilden. Ook zijn de vrouwen financieel uitgebuit. De 'winst' zou verdeeld worden, maar de slachtoffers hebben niets overgehouden aan hun lange werkdagen. De rechtbank acht daarom bewezen dat verdachte mensenhandel heeft gepleegd jegens drie Bulgaarse vrouwen. Dit is een ernstig strafbaar feit. Uitsluitend vanwege financieel gewin heeft verdachte de lichamelijke en geestelijke integriteit van de slachtoffers ernstig geschaad. Gelet op de ernst van de feiten en op vergelijkbare zaken zal de rechtbank een gevangenisstraf van vier jaren opleggen.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 33, geldigheid: 2012-12-04
Wetboek van Strafrecht 33a, geldigheid: 2012-12-04
Wetboek van Strafrecht 36f, geldigheid: 2012-12-04
Wetboek van Strafrecht 57, geldigheid: 2012-12-04
Wetboek van Strafrecht 273f, geldigheid: 2012-12-04
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK LEEUWARDEN

Sector straf

parketnummer 17/880225-11

vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 4 december 2012 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1979 te [geboorteplaats],

thans gedetineerd in P.I. Zwolle, Huub van Doornestraat 15 te Zwolle.

De rechtbank heeft gelet op het ter terechtzitting gehouden onderzoek van 20 november 2012, 3 oktober 2012 en 21 augustus 2012.

De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. D.C. Vlielander, advocaat te Utrecht.

Tenlastelegging

Aan verdachte is, na nadere omschrijving van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2011 tot en met 17 mei 2011 te Leeuwarden en/of te Heerenveen, althans in Nederland en/of in Bulgarije en/of in Duitsland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

A. (sub 1)

een ander, te weten [slachtoffer 1], door dwang en/of geweld en/of een of meer andere feitelijkhe(i)d( en) of door dreiging met geweld of een of meer andere feitelijkhe(i)d( en) en/of door afpersing, fraude, misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht, door misbruik van een kwetsbare positie of door het geven of ontvangen van betalingen of voordelen om de instemming van een persoon te verkrijgen die zeggenschap had over die [slachtoffer 1], heeft (aan)geworven, vervoerd, overgebracht, gehuisvest of opgenomen, met het oogmerk van uitbuiting van die [slachtoffer 1]

en/of

B. (sub 3)

een ander, te weten [slachtoffer 1], heeft aangeworven en/of meegenomen en/of ontvoerd met het oogmerk die [slachtoffer 1] in een ander land (Nederland en/of Duitsland) ertoe te brengen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling

en/of

C. (sub 4)

een ander, te weten [slachtoffer 1], met een van de onder A. genoemde middelen, heeft gedwongen of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten dan wel onder een of meer van de onder A. genoemde omstandigheden enige handelingen heeft ondernomen waarvan verdachte en/of verdachtes mededaders) wist(en) of redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat die [slachtoffer 1] zich daardoor beschikbaar stelde tot het verrichten van arbeid of diensten

en/of

D. (sub 6)

opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de uitbuiting van een ander, te weten [slachtoffer 1]

en/of

E. (sub 9)

een ander, te weten [slachtoffer 1], met een van de onder A. genoemde middelen, heeft gedwongen dan wel heeft bewogen verdachte en/of verdachtes mededaders) te bevoordelen uit de opbrengst van haar seksuele handelingen met of voor een derde

immers heeft/is verdachte tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alléén,

- die [slachtoffer 1] -nadat haar een paar keer geld was gegeven/gestuurd vanuit Nederland en/of vanuit Nederland contact met haar was gehouden via AHA en/of Skype en/of zij een paar keer mee uitgenomen wasgevraagd mee te gaan naar Nederland, om te werken in de prostitutie waar zij veel geld mee zou kunnen verdienen en/of

- met die [slachtoffer 1] afgesproken dat haar verdiensten (op 50-50 basis) zouden worden verdeeld en/of zulks terwijl zij in werkelijkheid al, of het merendeel van het door, haar verdiende geld aan verdachte en/of verdachtes mededader(s) moest afstaan en/of

- het paspoort voor die [slachtoffer 1] betaald en/of

- die [slachtoffer 1] vanuit Bulgarije met een auto naar Nederland heeft gebracht/meegenomen en/of

- die [slachtoffer 1] in seksinrichting [naam 1] in Leeuwarden ondergebracht en/of daar een werkkamer voor haar geregeld en/of

- die [slachtoffer 1] opgemaakt en/of uitgelegd welke werkzaamheden zij moest doen en/of hoeveel geld zij daarvoor moest vragen en/of

- die [slachtoffer 1] elke dag laten werken en/of werkdagen van 10.00 uur 's ochtends tot 01.00 's nachts laten maken en/of haar geen vrijaf gegeven en/of haar laten werken terwijl zij ziek was en/of ongesteld was en/of

- de verdiensten van de werkzaamheden in die seksinrichting van die [slachtoffer 1] van haar afgepakt en/of aan verdachte en/of verdachtes mededader(s) laten afdragen en/of

- die [slachtoffer 1] niet toegestaan naar Bulgarije terug te gaan toen ze dat wilde en/of toen ze liet weten de prostitutiewerkzaamheden niet aan te kunnen en/of

- die [slachtoffer 1] bedreigd door haar -zakelijk weergegeven- de woorden toe te voegen dat als zij de politie zou bellen, haar familie daarvoor zou lijden en/of dat zij op moest letten dat haar zus niets zou overkomen (dat haar zus in een rolstoel terecht zou komen) en/of dat zij met zwavelzuur zou worden overgoten als zij weg zou lopen en/of

- die [slachtoffer 1] (meermalen) tegen het hoofd en/of in het gezicht geslagen en/of gestompt en/of

- die [slachtoffer 1] escortwerkzaamheden laten verrichten en/of

- de verdiensten van de escortwerkzaamheden van die [slachtoffer 1] van haar afgepakt en/of aan verdachte en/of verdachtes mededader(s) laten afdragen en/of

- bewerkstelligd dat die [slachtoffer 1] niet meer of zeer beperkt door middel van de telefoon en/of AHA en/of Skype contact met anderen kon leggen en/of

- die [slachtoffer 1] gezegd dat ze in een zonnestudio in Duitsland moest werken en/of klanten moest pijpen zonder condoom en/of toen zij dat weigerde geslagen en/of

- die [slachtoffer 1] van Nederland naar Duitsland gebracht/meegenomen om zich daar te prostitueren en/of

- die [slachtoffer 1] (daarna) van Duitsland naar Nederland gebracht/meegenomen om zich daar te prostitueren en/of

een en/of ander terwijl die [slachtoffer 1] de Nederlandse taal niet of onvoldoende sprak/beheerste en/of onbekend was in Nederland en/of met de Nederlandse regels en/of wetten en/of gewoonten en/of gebruiken en/of (bijna) niemand in Nederland kende

en/of aldus

bewerkstelligd dat die [slachtoffer 1] van hem/hen afhankelijk was;

2.

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2011 tot en met 17 mei 2011 te Leeuwarden, althans in Nederland en/of in Bulgarije, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

A. (sub 1)

een ander, te weten [slachtoffer 2], door dwang en/of geweld en/of een of meer andere feitelijkhe(i)d( en) of door dreiging met geweld of een of meer andere feitelijkhe(i)d( en) en/of door afpersing, fraude, misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht, door misbruik van een kwetsbare

positie of door het geven of ontvangen van betalingen of voordelen om de instemming van een persoon te verkrijgen die zeggenschap had over die [slachtoffer 2], heeft (aan)geworven, vervoerd, overgebracht, gehuisvest of opgenomen, met het oogmerk van uitbuiting van die [slachtoffer 2]

en/of

B. (sub 3)

een ander, te weten [slachtoffer 2], heeft aangeworven en/of meegenomen en/of ontvoerd met het oogmerk die [slachtoffer 2] in een ander land (Nederland) ertoe te brengen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling

en/of

C. (sub 4)

een ander, te weten [slachtoffer 2], met een van de onder A. genoemde middelen, heeft gedwongen of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten dan wel onder een of meer van de onder A. genoemde omstandigheden enige handelingen heeft ondernomen waarvan verdachte en/of verdachtes mededader(s) wist(en) of redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat die [slachtoffer 2] zich daardoor beschikbaar stelde tot het verrichten van arbeid of diensten

en/of

D. (sub 6)

opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de uitbuiting van een ander, te weten [slachtoffer 2]

en/of

E. (sub 9)

een ander, te weten [slachtoffer 2] met een van de onder A. genoemde middelen, heeft gedwongen dan wel heeft bewogen verdachte en/of verdachtes mededader(s) te bevoordelen uit de opbrengst van haar seksuele handelingen met of voor een derde

immers heeft/is verdachte tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alléén,

- die [slachtoffer 2] vanaf januari 2011 (tot haar vertrek naar Nederland in mei 2011) bijna dagelijks gebeld om te vragen of ze naar Nederland wilde komen (om in de prostitutie te gaan werken) en/of

- het paspoort voor die [slachtoffer 2] betaald en/of

- die [slachtoffer 2] met een auto vanuit Bulgarije naar Nederland gebracht/meegenomen en/of

- met die [slachtoffer 2] afgesproken dat het merendeel van haar verdiensten voor haarzelf zou zijn en/of

- die [slachtoffer 2] in seks inrichting [naam 1] in Leeuwarden ondergebracht en/of daar een werkkamer voor haar geregeld en/of

- die [slachtoffer 2] ondergebracht in een hotel en/of

- die [slachtoffer 2] uitleg/instructies gegeven over hoe er wordt gewerkt in de prostitutie (hoeveel er moet worden gerekend en/of de soort werkzaamheden en/of het gebruik van een condoom en/of hoeveel tijd per klant) en/of

- (een deel van) de verdiensten van die [slachtoffer 2] van haar afgepakt en/of aan verdachte en/of verdachtes mededader(s) laten afdragen en/of

- die [slachtoffer 2] werkkleding verschaft en/of

- die [slachtoffer 2] lange werkdagen laten maken van 's ochtends tot 's nachts 01.00 of 02.00 uur en/of

een en/of ander terwijl die [slachtoffer 2] de Nederlandse taal niet of onvoldoende sprak/beheerste en/of onbekend was in Nederland en/of met de Nederlandse regels en/of wetten en/of gewoonten en/of gebruiken en/of (bijna) niemand in Nederland kende

en/of aldus

bewerkstelligd dat die [slachtoffer 2] van hem/hen afhankelijk was;

3.

hij in of omstreeks de periode van 21 november 2008 tot en met 1 7 mei 2011, te Groningen en/of te Leeuwarden, althans in Nederland en/of in Bulgarije en/of in België en/of in Duitsland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

A. (sub 1)

een ander, te weten [slachtoffer 3], door dwang en/of geweld en/of een of meer andere feitelijkhe(i)d( en) of door dreiging met geweld of een of meer andere feitelijkhe(i)d( en) en/of door afpersing, fraude, misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht, door misbruik van een kwetsbare

positie of door het geven of ontvangen van betalingen of voordelen om de instemming van een persoon te verkrijgen die zeggenschap had over die [slachtoffer 3], heeft (aan)geworven, vervoerd, overgebracht, gehuisvest of opgenomen, met het oogmerk van uitbuiting van die [slachtoffer 3]

en/of

B. (sub 3)

een ander, te weten [slachtoffer 3], heeft aangeworven en/of meegenomen en/of ontvoerd met het oogmerk die [slachtoffer 3] in een ander land (Nederland) ertoe te brengen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling

en/of

C. (sub 4)

een ander, te weten [slachtoffer 3], met een van de onder A. genoemde middelen, heeft gedwongen of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten dan wel onder een of meer van de onder A. genoemde omstandigheden enige handelingen heeft ondernomen waarvan verdachte en/of verdachtes mededader(s) wist( en) of redelijkerwijs moest( en) vermoeden dat die [slachtoffer 3] zich daardoor beschikbaar stelde tot het verrichten van arbeid of diensten

en/of

D. (sub 6)

opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de uitbuiting van een ander, te weten [slachtoffer 3]

en/of

E. (sub 9)

een ander, te weten [slachtoffer 3], met een van de onder A. genoemde middelen, heeft gedwongen dan wel heeft bewogen verdachte en/of verdachtes mededader(s) te bevoordelen uit de opbrengst van haar seksuele handelingen met of voor een derde

immers is/heeft verdachte tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

- die [slachtoffer 3] van Bulgarije naar Nederland gebracht en/of van België naar Nederland en/of van Nederland naar Duitsland en/of van Duitsland naar Nederland gebracht/meegenomen om zich daar te prostitueren en/of

- die [slachtoffer 3] in een seksinrichting in Groningen ondergebracht en/of daar een werkkamer voor haar geregeld, althans haar in Groningen in de prostitutie laten werken en/of

- die [slachtoffer 3] in een seksinrichting [naam 1] in Leeuwarden ondergebracht en/of daar een werkkamer voor haar geregeld, althans haar in Leeuwarden in de prostitutie laten werken en/of

- met die [slachtoffer 3] afgesproken dat haar verdiensten (op 50-50 basis) zouden worden gedeeld en/of zulks terwijl zij in werkelijkheid al, of het merendeel van het door, haar verdiende geld aan verdachte en/of verdachtes mededader(s) moest afstaan en/of

- die [slachtoffer 3] geslagen en/of

- die [slachtoffer 3] escortwerkzaamheden voor laten verrichten en/of

- de verdiensten van de escortwerkzaamheden van die [slachtoffer 3] van haar afgepakt en/of aan verdachte en/of verdachtes mededader(s) laten afdragen en/of

- met die [slachtoffer 3] een (liefdes)relatie aangegaan en/of onderhouden en/of

- die [slachtoffer 3] in een van verdachte en/of zijn mededader(s) afhankelijke positie gebracht en/of gehouden en/of

een en/of ander terwijl die [slachtoffer 3] de Nederlandse taal niet of onvoldoende sprak/beheerste en/of onbekend was in Nederland en/of met de Nederlandse regels en/of wetten en/of gewoonten en/of gebruiken en/of

(bijna) niemand in Nederland kende.

In de tenlastelegging voorkomende schrijffouten of kennelijke misslagen worden verbeterd gelezen. De verdachte is hierdoor niet in zijn belangen geschaad.

Vordering officier van justitie

De officier van justitie heeft ter terechtzitting gevorderd:

- veroordeling voor het onder 1., 2. en 3. ten laste gelegde;

- oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 8 jaren met aftrek van het voorarrest;

- niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partij [slachtoffer 1];

- oplegging van de schadevergoedingsmaatregel voor een bedrag van € 16.085,00.

Beoordeling van het bewijs

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft gemotiveerd vrijspraak bepleit voor de gehele tenlastelegging. De raadsman heeft hiertoe onder meer het volgende aangevoerd.

Ten aanzien van feit 1 heeft de raadsman gesteld dat er geen steunbewijs is voor de aangifte van [slachtoffer 1].

Feit 2 kan evenmin bewezen worden volgens de raadsman, nu de verklaring van [slachtoffer 2] uitgesloten dient te worden van het bewijs, omdat de verdediging haar niet heeft kunnen ondervragen. De raadsman heeft daarbij verwezen naar de uitspraak van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (hierna: EHRM) nr. 29353/06 d.d. 10 juli 2012, Vidgen vs Nederland.

Daarnaast is er geen ondersteunend bewijs voor haar verklaring, aldus de raadsman.

Ten aanzien van [slachtoffer 3], feit 3, kan enkel vastgesteld worden dat zij in de prostitutie heeft gewerkt, maar niet dat dit onder druk van verdachte en/of anderen is geweest. Haar werk in de prostitutie valt volgens de raadsman derhalve niet onder de strafbaarstelling van artikel 273f van het Wetboek van Strafrecht.

Oordeel van de rechtbank

Verklaringen [slachtoffer 2]

Ten aanzien van de verklaringen van [slachtoffer 2] overweegt de rechtbank het volgende. Uit de uitspraak van het EHRM nr 29353/06 d.d. 10 juli 2012, Vidgen vs. Nederland, blijkt het volgende. Er is sprake van een schending van artikel 6 lid 3 sub d van het EVRM, als de verklaring van een getuige, die niet ondervraagd is door de verdediging, het enige of doorslaggevende bewijs is waaruit rechtstreekse betrokkenheid van de verdachte bij het strafbare feit kan worden afgeleid en er evenmin sprake is van voldoende procedurele compenserende factoren.

In de onderhavige zaak stelt de rechtbank vast dat het niet traceren van [slachtoffer 2] ertoe heeft geleid dat er geen gelegenheid tot ondervragen is geweest voor de verdediging. Echter, de verklaringen van [slachtoffer 2] zijn niet het enige of doorslaggevende bewijs voor de ten laste gelegde feiten, zoals blijkt uit de hieronder opgenomen bewijsmiddelen. De uitspraak van het EHRM is hier dus niet van toepassing. Daarom verwerpt de rechtbank het verweer van de raadsman.

Verklaringen [slachtoffer 3]

De rechtbank stelt vast dat [slachtoffer 3] verschillende malen is gehoord: zij is eerst als verdachte gehoord, waarna zij aangifte heeft gedaan tegen verdachte en daarna heeft zij bij de rechter-commissaris een getuigenverklaring afgelegd.

De rechtbank stelt vast dat [slachtoffer 3] in haar verklaring van 10 juni 2011 aangeeft dat zij in haar eerdere verklaringen heeft gelogen. Bij dit verhoor geeft zij een vrij gedetailleerde verklaring over hetgeen in haar ogen heeft plaatsgevonden. Een kleine week later, op 16 juni 2011, geeft zij aan dat zij bij haar eerdere verklaringen blijft en bevestigt zij hetgeen zij op 10 juni 2011 heeft verklaard.

Op 23 juni 2011 en 30 juni 2011 wordt een aangifte van [slachtoffer 3] opgenomen. Zij verklaart dan dat zij aangifte tegen verdachte wil doen.

Op 18 september 2012 is [slachtoffer 3] gehoord door de rechter-commissaris. Zij geeft in dit verhoor - kort gezegd - aan dat zij geen aangifte tegen verdachte heeft willen doen en komt terug op haar verklaring betreffende [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2].

Alhoewel [slachtoffer 3] niet consistent is geweest in haar verklaringen, acht de rechtbank de verklaringen van 10 en 16 juni 2011 betrouwbaar, omdat deze gedetailleerd zijn en overeenkomen met verschillende andere verklaringen. Zij heeft daarbij gepersisteerd op 23 en 30 juni 2011. Tijdens het verhoor bij de rechter-commissaris was [slachtoffer 3] alweer in contact met verdachte en mogelijk terug in zijn invloedssfeer. Ook dat kan haar ommezwaai verklaren. De rechtbank neemt de verklaringen van 10 en 16 juni 2011 dan ook tot uitgangspunt.

Uitbuiting

Ten aanzien van de ten laste gelegde uitbuiting overweegt de rechtbank het volgende. Uitbuiting kan onder meer omvatten de seksuele uitbuiting, gedwongen arbeid of diensten, slavernij of andere dienstbaarheid. Van een uitbuitingssituatie bij werkzaamheden in de prostitutie kan sprake zijn, indien de betrokkene in een situatie verkeerde die niet gelijk is aan de omstandigheden waarin een mondige prostituee in Nederland pleegt te verkeren. Een eventuele instemming van het slachtoffer met haar uitbuiting is daarbij niet bepalend.

De raadsman heeft betoogd dat uit verschillende omstandigheden blijkt dat er geen sprake was van een dergelijke uitbuitingssituatie. De slachtoffers hadden immers voortdurend de beschikking over hun paspoorten, konden zelf naar en van de werkplek reizen en werkten niet in een illegaal bordeel, aldus de raadsman. Wezenlijk is echter, naar het oordeel van de rechtbank, dat de slachtoffers in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs geen andere keus hadden dan in een toestand van uitbuiting te geraken of te blijven, waarbij in feite de vrijwilligheid bij hen geheel, althans grotendeels, ontbrak.

Feit 1

[slachtoffer 1] heeft op 17 mei 2011, 18 mei 2011 en 23 mei 2011 tegenover de politie verklaard dat zij door verdachte en anderen gedwongen in de prostitutie heeft gewerkt. Op 1 september 2011 heeft zij dit herhaald ten overstaan van de rechter-commissaris in deze rechtbank.

De rechtbank stelt vast dat de verklaringen van aangeefster gedetailleerd en consistent zijn. Ook het vertaalde dagboek van aangeefster strookt daarmee en overtuigt de rechtbank van de betrouwbaarheid van haar verklaringen. De rechtbank neemt deze verklaringen dan ook als uitgangspunt.

De verklaringen van aangeefster worden in essentie ondersteund door de verklaringen van [slachtoffer 3] en [slachtoffer 2]. Deze vrouwen verklaren wat zij hebben gezien en gehoord.

De rechtbank overweegt daarbij dat de wettelijke regeling omtrent het bewijsminimum ziet op de tenlastelegging in haar geheel en dat niet voor ieder onderdeel daarvan steunbewijs aanwezig behoeft te zijn. Het hieronder weergegeven bewijs, in onderling verband en samenhang beschouwd, voldoet aan deze eis en de rechtbank acht dit bewijs eveneens overtuigend.

De rechtbank komt op grond van het voorgaande en op basis van de hieronder weergegeven bewijsmiddelen tot het wettig en overtuigend bewijs dat verdachte het onder 1. ten laste gelegde heeft begaan, zoals is opgenomen in de bewezenverklaring.

Ten aanzien van de bewezenverklaarde periode overweegt de rechtbank dat uit de verklaring van aangeefster blijkt dat zij verdachte al sinds januari 2011 kent en vanaf die periode -kort gezegd- is misleid tot het werken in de prostitutie hetgeen onderdeel is van de uitbuiting zoals ten laste gelegd.

Feit 2

Ten aanzien van feit 2 geldt hetzelfde als voor feit 1: de wettelijke bewijsregeling omtrent het bewijsminimum ziet op de tenlastelegging in haar geheel en niet op ieder onderdeel daarvan. De rechtbank stelt vast dat de verklaringen van [slachtoffer 2] in essentie worden ondersteund door de bewijsmiddelen zoals deze hieronder zijn weergegeven.

De rechtbank acht op basis hiervan feit 2 wettig en overtuigend bewezen.

Feit 3

De rechtbank is - met de raadsman - van oordeel dat niet bewezen kan worden hetgeen in de tenlastelegging is opgenomen aangaande de periode van 21 november 2008 tot 1 januari 2011, nu hiertoe onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voorhanden is.

Ten aanzien van de periode van 1 januari 2011 tot en met 17 mei 2011 is de rechtbank op basis van de hierna te noemen bewijsmiddelen van oordeel dat verdachte zich ook ten aanzien van [slachtoffer 3] schuldig heeft gemaakt aan mensenhandel, zoals en voor zover hierna blijkt uit de bewezenverklaring.

Voor het mishandelen van [slachtoffer 3] door verdachte ziet de rechtbank onvoldoende bewijs, nu zij heeft verklaard dat zij niet meer door verdachte is geslagen nadat hij uit Belgische detentie is vrijgekomen.

Bewijsmiddelen

De rechtbank past de hierna te noemen bewijsmiddelen1 toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder weergegeven.

1. De verklaring van aangeefster [slachtoffer 1]2, inhoudende:

Ik heb gisteravond met de politie gebeld en jullie hulp ingeroepen omdat ik gedwongen in de prostitutie zit en ik aangifte wil doen. De namen van de personen die mij dit hebben aangedaan zijn: [verdachte] en [slachtoffer 3].

De [slachtoffer 3] waar ik over spreek is [slachtoffer 3]. [slachtoffer 3] werkt voor [verdachte] in de prostitutie en zij is tevens zijn vriendin. Ik noem [verdachte] ook wel [verdachte].

Ik heb [verdachte] in januari 2011 leren kennen. Omdat ik op [geboortedatum 1] jarig ben en [verdachte] op [geboortedatum] zei hij tegen mij dat ik meerderjarig was en toen zijn zij, [verdachte] en [slachtoffer 3], naar Nederland gegaan en in februari kwamen ze weer terug. In februari zijn wij samen uitgegaan.

Ik ben, toen zij weg waren, gebeld door [verdachte] en met [slachtoffer 3] had ik contact via Skype en AHA. Aha is een soort Bulgaars netwerk voor kennismaking via de computer. [verdachte] belde mij en vroeg of ik geld nodig had en [verdachte] heeft twee keer 50 euro gestuurd.

We zijn eerst een paar keer uit geweest en ze hebben mij toen gevraagd of ik met hun meewilde. Ik zou gaan werken in Nederland. Ik was toen nog in Bulgarije en zij hebben toen een paspoort voor mij geregeld in 1 dag. Zij wilden dat ik snel naar Nederland toe kwam.

[verdachte] heeft mijn paspoort betaald. Ik wist dat ik zou gaan werken in de prostitutie. Ik heb tegen hun gezegd dat ik zou kijken of ik het prostitutie werk aankon. Als het me niet lukte dan wilde ik terug naar Bulgarije. Toen ik hier in Nederland zat en zei dat ik het niet aankon mocht ik niet terug naar Bulgarije. Wij zouden het geld wat ik zou verdienen gaan verdelen tussen ons. Dus op basis van 50/50. [verdachte] vertelde hoeveel [slachtoffer 3] verdiende. Hij zei dat zij wel 500 tot 800 euro per dag verdiende. Pas toen ik in Leeuwarden kwam begreep ik dat ik van 10 uur s ochtends tot 01:00 uur s avonds moest werken. Ik heb geen vrije dag gehad in de periode dat ik hier ben. Ik heb elke dag gewerkt van 10 uur in de ochtend tot 1 uur in de nacht. Ik mocht niet stoppen met werken van [verdachte] en [slachtoffer 3].

Ik ben op 18 februari 2011 vanuit Bulgarije vertrokken naar Nederland. Ik ben met een auto, samen met [verdachte] en [slachtoffer 3] en nog een vriend van hem vertrokken. De auto was van de vriend van [verdachte]. Hij is genaamd [medeverdachte 2]. Op 20 februari stopten wij in Duitsland want daar wonen de vrouw en kinderen van [verdachte]. Zij wonen in Hannover. Daar hebben wij geslapen en op 21 februari zijn wij in de middag naar Nederland vertrokken.

Wij zijn op de 21e om 20:00 uur in Leeuwarden aangekomen in het huis. Ik bedoel met huis [naam 1], daar waar ik gewerkt heb. We gingen naar boven, [slachtoffer 3] heeft een kamer voor mij geregeld. Zij heeft mij toen opgemaakt, make-up opgedaan. Ik zat voortdurend op haar kamer. Ik vroeg haar wat ik moest doen als iemand bij mij naar binnen kwam. Zij heeft mij uitgelegd wat ik moest doen en hoeveel geld ik moest zeggen als iemand kwam vragen. Zo heb ik samen met haar tot 00:30 uur in de nacht gewerkt.

De klanten begrepen mij wel. Ik begreep een klein beetje Engels. Ik heb niet eerder de politie gebeld omdat [verdachte] tegen mij gezegd heeft dat als ik de politie zou bellen hij mijn familie daarvoor zou laten lijden, dit hield mij tegen om de politie te bellen. Hij zei je hebt een zus, let maar op dat je zus niets overkomt. Kan zijn dat je haar in een invalidenstoel ziet en dat je dan terug naar Bulgarije gaat om voor haar te zorgen.

Ik ben op de 21 februari aan het werk gegaan. Als iemand kwam en geld gaf dan kwamen ze altijd het geld op halen. Na elke klant kwam [slachtoffer 3] bij mij en zij zei tegen mij: geef mij het geld. [verdachte] kwam ook wel, misschien zo een 2 a 3 keer per dag. Van hem mocht ik geen omgang hebben met de andere meisjes daar.

Nadat ik daar 2 weken heb gewerkt is [slachtoffer 3] weg gegaan uit het huis en zij is naar Groningen gegaan om te werken.

Na 1 maand en 9 dagen ben ik gaan wonen in Heerenveen. Ik woonde bij een vriend van [verdachte]. Deze vriend, [medeverdachte 1], heeft een escortbedrijf en hij liet mij daar achter in het huis wonen. In april zijn [verdachte] en [slachtoffer 3] naar Duitsland vertrokken. Ik verbleef toen in zijn huis in Heerenveen.

In april, toen ik in het huis waar ik werkte in Leeuwarden ben gestopt, heb ik gezegd dat ik terug naar Bulgarije wilde. Ze zeiden dat ik niet terug mocht en dat ik samen met hun in juni terug zou gaan naar Bulgarije.

Ik had in een schriftje genoteerd dat ik van 6 april tot en met 6 mei € 2.180,00 had verdiend. Van dit geld heb ik niets teruggezien. [verdachte] pakte al het geld van mij af. [verdachte] stortte het geld wat ik had verdiend op de bankrekening van [slachtoffer 3].

Het was op 6 april 2011, ik had met mijn vriend in Bulgarije gebeld. Van hem, [verdachte], moest ik naar mijn vriend bellen. Ik moest heel normaal praten met mijn vriend van [verdachte]. [verdachte] zei dat ik vaarwel tegen hem moest zeggen alleen dit zei ik niet. [verdachte] zei dat ik op moest leggen en toen sloeg hij mij met zijn vuist bovenop mijn hoofd. Toen ik ging huilen sloeg [verdachte] mij met zijn vlakke hand tegen mijn wang. Dit was in het huis van [medeverdachte 1].

Eind april, 27 april 2011, heeft [verdachte] mij voor de tweede keer geslagen. Hij vertelde mij dat ik naar Duitsland moest om te werken en dat ik daar alleen maar moest zitten en € 150,00 hiervoor krijgen. Ik moest dan deze klanten pijpen zonder condoom. Dat wilde ik niet omdat ik dit nog nooit had gedaan. [verdachte] heeft mij toen geslagen.

[verdachte] had zelfs mijn wachtwoorden voor AHA en voor Skype veranderd zodat ik dat niet meer kon gebruiken. Hij wilde dat ik met niemand contact had en met niemand schreef via de computer. Hij wilde dat ik maar 1 keer in de week met mijn zus belde.

Toen [slachtoffer 3] in Utrecht ging werken, zij werkt daar ongeveer een maand, heeft [verdachte] mij naar Duitsland gebracht om een plekje te regelen in een zonnestudio. We zijn met zijn tweeën naar Duitsland gegaan. Er was geen plaats voor mij. Daarna heeft hij mij terug gebracht. Dit was op 27 of 28 april 2011.

5 mei 2011 ben ik in Leeuwarden begonnen. [verdachte] zei toen dat het geld wat ik in 1 maand zou verdienen zouden verdelen, ieder de helft. Ik zei toen goed. Ik had toen al geld en zette het apart voor hem en voor mij. Hij is toen naar Bulgarije gegaan en teruggekomen met een meisje waar ik niets van wist. Het meisje dat [verdachte] meenam is [slachtoffer 2], die gisteravond samen met mij is gevlucht. Ik ben naar boven gegaan en ik heb een kamer voor haar geregeld. Ik heb deze kamer geregeld op verzoek van [verdachte]. Zij, [slachtoffer 2], ging zich klaarmaken en ik was er ook bij. Daarna is [verdachte] weggegaan en hij zei tegen mij dat ik haar moest uitleggen hoe het werk in zijn werk ging. [slachtoffer 2] maakte zich klaar en ging achter het raam staan.

Toen [verdachte] terugkwam gingen wij uit en [slachtoffer 3] zei dat ik al het geld mee moest nemen. Zij hebben mijn geld afgepakt en toen heb ik begrepen dat het apart bewaren een leugen was.

2. De verklaring van aangeefster [slachtoffer 1]3, inhoudende:

De eerste avond toen [slachtoffer 2] aan het werk ging hebben wij met zijn tweeën gewerkt. Ik weet niet hoe lang wij samen gewerkt hebben, ik denk 2 of 3 avonden.

Ik had van [slachtoffer 3] gehoord dat ik 30 euro moest vragen voor 20 minuten. Dat was het minimum. We hebben toen 01:00 uur gewerkt. Ik had toen € 180,00 en zij ongeveer € 300,00.

Dus zij kwam donderdag. Dit omdat wij vrijdag en zaterdag tot 02:00 uur moesten werken.

Zondagavond gingen wij in het hotel slapen. [slachtoffer 2] en ik sliepen daar toen. [verdachte] en [slachtoffer 3] gingen naar Utrecht omdat [slachtoffer 3] daar werkte vanaf 21:00 uur in de avond tot 09:00 uur in de morgen. Wij kwamen naar het hotel omdat [medeverdachte 1] ons daar bracht. [verdachte] had [medeverdachte 1] gebeld en daarna belde [verdachte] mij. [verdachte] zei dat [medeverdachte 1] om 00:30 uur voor het huis zou staan. [medeverdachte 1] heeft ons naar het hotel gebracht.

Maandag kwamen [verdachte] en [slachtoffer 3] weer terug. [slachtoffer 3] begon [slachtoffer 2] op te maken, make-up op te doen. [slachtoffer 2] kwam tegen 17:00 uur en ze riep mij naar haar kamer. Zij vroeg toen of ik met haar wilde weglopen, dit was voor ons eigen best wil. Ik zei dat ik het niet wist. Ik was bang dat [verdachte] mijn familie of mij iets zou aan doen als ik weg zou lopen. Ik kan me nog herinneren dat [verdachte], onderweg in de auto naar Duitsland, tegen mij heeft gezegd dat als ik zou weglopen hij mij zou overgieten met zwavelzuur. [slachtoffer 2] vertelde mij dat zij wist dat ze mij morgen naar Duitsland wilden sturen. Volgens [slachtoffer 2] noemden ze mij een beest en dat ik naar Bulgarije terug zou gaan met een afgesneden oor.

Ik wilde dat dit afgelopen was, ik hield dit niet meer vol. Ik hield het werk niet meer vol, de bedreigingen niet en ook niet dat al mijn geld werd afgepakt.

Ik heb gisteren nog verteld dat [verdachte] en [slachtoffer 3] al mijn geld af pakte. Het geld wat mij werd afgepakt hebben ze op de kaart gestort. Ik bedoel een bankpasje. Dat pasje was van [slachtoffer 3]. Ze gingen naar de bank en daar stortten zij het bedrag. Het bedrag dat ik had verdiend en wat [slachtoffer 3] in Utrecht verdiend had. [slachtoffer 3] kreeg dus al het geld. [slachtoffer 3] heeft dus al het geld in haar bezit. Het geld is wel voor hen beiden. Ik weet dat [verdachte] een keer gebruikt heeft gemaakt van het bankpasje. Dat was toen in Heerenveen, daar waar hij mij geslagen had in het appartement van [medeverdachte 1]. Wij zijn toen naar de bank gegaan en toen heeft hij het geld gestort.

Toen ik achter het raam zat, heb ik denk ik ongeveer € 150,00 per dag verdiend. Ik moest elke dag werken. Als ik ongesteld was werkte ik ook door.

3. Een schriftelijk bescheid, te weten de vertalingen van het dagboek van [slachtoffer 1]4, houdende:

Op 21 februari ben ik in Leeuwarden gaan werken als prostituee.

Ik moest overgeven en ik voel me nu weer niet lekker. Maar ik moet de kamer voor vandaag verdienen.

[verdachte] en [slachtoffer 3] gingen naar Groningen om [slachtoffer 3] naar haar werk te brengen. Afgelopen week hebben we het in Aken, Duitsland geprobeerd.

Ik ben voor het eerst in het buitenland en alles is vreemd voor mij. Ik ben hals over kop vertrokken, er was geen tijd om mijn moeder te spreken en het uit te leggen. [verdachte] en [slachtoffer 3] gingen naar Aken en ik bleef thuis.

Toen ik thuis kwam was [verdachte] opgestaan. [verdachte] zei tegen [medeverdachte 1] dat als er een klant was die wilde kussen of pijpen zonder condoom, dat hij mij dan daar naar toe moest brengen. Dat kan ik niet, ik zal overgeven, hier heb ik voor het eerst gepijpt met condoom en zonder condoom ga ik liever dood.

Ik verbaas mij er over hoe mijn leven in een paar dagen zo kon veranderen. Ik was thuis, plotseling een paspoort, een paar dagen daarna in Nederland aan het werk.

Wat moet ik over mijzelf vertellen, ik wil naar huis, maar [verdachte] laat me niet gaan.

[verdachte] zei tegen mij dat mijn oudere zus en mijn neefje zullen lijden als ik iets uithaal. Ik hou het vol vanwege hen, maar ik vraag me af hoe lang ik het volhoud.

4. De verklaring van verdachte [slachtoffer 3]5, inhoudende:

V: Vraag

A: Antwoord

V: Hoe heb jij [verdachte] toen leren kennen?

A: Ik heb in Bulgarije kennis met hem gemaakt. In hetzelfde jaar, begin van de maand mei 2007.

V: Dat is iets anders dan in België hé?

A: Ja, ik heb gelogen. [verdachte] heeft mij van iemand gekocht.

V: Hoeveel heeft [verdachte] voor jou betaald?

A: Er zijn 1000 dollar of 2000 dollar voor mij betaald, ik weet het niet precies. Dit heeft hij tegen mij verteld. Ik was de duurste. De anderen heeft hij niet gekocht.

V: Welke anderen bedoel je dan?

A: Degene die aangifte hebben gedaan.

V: In mei 2007 heb je [verdachte] leren kennen. 28 mei 2007 ben je in Groningen aangekomen. Op het moment dat jij hier kwam in 2007, was [naam 2] toen de vriendin van [verdachte]?

A: Ja.

V: Voor wie werkten jullie toen?

A: Wij deelden het geld met [naam 2] en [verdachte].

V: Hoeveel geld hield jij over?

A: Geen geld.

V: Weetje wat je bent?

A: Ja.

V: Een slachtoffer?

A: Ja, ik weet het. Ik heb jaren lang geleefd zoals [verdachte] het wilde.

V: We hebben nog één vraag voor het eten. Vertellen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] de waarheid?

A: Ja. [verdachte] heeft hun geld afgepakt.

V: Werkten die meisjes voor [verdachte]?

A: Ja.

V: Hebben die meisjes jou wel eens geld gegeven?

A: Ja, [slachtoffer 1] gaf mij geld en daarna gaf ik het aan [verdachte].

V: Waarom gaf [slachtoffer 1] jou het geld?

A: Omdat [verdachte] dit tegen haar gezegd had.

Zolang ik in Leeuwarden zat heeft [slachtoffer 1] haar mijn geld gegeven.

V: Wie bepaalde jou leven?

A: Hij, [verdachte].

V: Hoe kon hij zo'n invloed op jou hebben?

A: Omdat hij wist dat ik van hem hield. Ik zou voor alles opdraaien vanwege hem. Ik heb geen familie. Alleen mijn moeder en vader en ik kan het met hen niet vinden. Ik heb een goed contact met hen.

V: En vrienden en vriendinnen?

A: Nee, van [verdachte] mocht ik niets hebben. Geen vriendinnen niets.

V: Wat vond je daar dan van?

A: Ik ben eraan gewend geraakt. Gaat zo al jaren lang.

V: Voordat [slachtoffer 1] naar Nederland kwam had zij contact met jou via de computer, klopt dat?

A: Ja.

V: Wie sprak met haar via de computer?

A: We hebben nooit met elkaar gesproken, maar wel geschreven via de computer. Soms sprak [verdachte] met haar via mij.

V: Wat was daar de bedoeling van [slachtoffer 3]?

A: Dat [verdachte] haar hier naar toe bracht. [verdachte] kende haar van zo'n vier vijf jaar geleden.

V: Wat moest [slachtoffer 1] hier aan doen?

A: Voor [verdachte] werken.

V: Wat vond je daarvan?

A: Ik kan niets tegen [verdachte] zeggen. [verdachte] doet wat hij wil. Mijn mening maakt niet uit.

V: Wat doe jij?

A: Ook dit, wat hij wil.

V: Waarom moest jij met [slachtoffer 1] via de computer praten?

A: Om haar hier bij mij te krijgen.

V: Volgens ons moest [slachtoffer 1] voor [verdachte] hier komen toch?

A: Ja dat klopt. Ze hoefde voor mij hier niet te komen.

V: Toe jullie in februari 2011 in de buurt van Yambol zaten, hoe zat het toen met het paspoort van [slachtoffer 1]?

A: [verdachte] heeft dat betaald. Daar was ik bij. We hebben het paspoort in Yambol opgehaald. Er was verder niemand meer bij.

V: Wie zijn het kantoor binnen gegaan?

A: Wij met zijn drieën, maar [slachtoffer 1] is alleen naar binnen geweest. Ze kreeg geld van [verdachte] om het te betalen.

V: Wanneer was dat?

A: In februari 2011. De datum weet ik niet meer.

V: Jullie zijn later naar Nederland vertrokken, met zijn vieren. [verdachte], [slachtoffer 1], [medeverdachte 2] en jij?

A: Ja dat klopt. We zijn een nacht in een hotel geweest en daarna de volgende dag vertrokken omdat het heel laat was.

V: Hoe was het contact tussen jou en [slachtoffer 1], [slachtoffer 3]?

A: Ik had geen contact met haar. [verdachte] belde haar. Daarna heb ik twee of drie keer geld op mijn naam gestuurd. Op mijn naam had [verdachte] haar geld gestuurd omdat zij geen geld had. Ze zaten voortdurend aan de telefoon met elkaar te praten.

V: Hoeveel heb je haar gestuurd?

A: Ik weet het niet precies meer, misschien twee á drie keer 50 euro.

V: Besprak [verdachte] zijn bedoelingen met [slachtoffer 1] met jou?

A: [verdachte] had geen plannen. [verdachte] dacht dat hij haar naar een club in Duitsland zou brengen, maar daar zag [verdachte] later weer van af. Toen zaten wij al in Nederland.

V: Met wie is [slachtoffer 2] hier gekomen?

A: [verdachte] ging haar ophalen. Ze hadden via de telefoon met elkaar gesproken. Ik wilde dit toen niet, maar hij wilde dit wel. We kregen ruzie en [verdachte] ging.

V: Waarom wilde jij dit niet?

A: In principe wil ik niemand, maar hij luistert niet naar mij. Omdat ik wist wat er ging gebeuren.

V: Onder wat voor voorwaarden werkten jullie voor hem?

A: [verdachte] had alleen praatjes. We zouden op basis van fiftyfifty werken. In werkelijkheid was het niemand de helft, [verdachte] alles.

5. De verklaring van verdachte [slachtoffer 3]6, inhoudende:

U vraagt mij naar [medeverdachte 1]. Ik ken hem via [verdachte]. [medeverdachte 1] heeft een escortbedrijf. Zowel [slachtoffer 1] als ik hebben voor [medeverdachte 1] gewerkt. Zijn bedrijf heet [naam 3].

Ik snap dat het beeld is ontstaan dat ik het hulpje van [verdachte] ben, omdat ik het geld van de meiden innam. Ik heb dit zelf nooit gewild en deed dit in opdracht van [verdachte].

[verdachte] heeft mij misbruikt en kapotgemaakt. Ik wil aangifte doen tegen [verdachte]. Ik wil aangifte doen, omdat hij al mijn geld heeft afgenomen, ik dingen van/voor hem moest doen, die ik niet wilde.

6. De verklaring van getuige [slachtoffer 2] d.d. 18 mei 20117, inhoudende:

Op mijn 14 de of 15de heb ik [verdachte] leren kennen. [verdachte] zou mij verzorgen tot mijn 18e en zou mij dan meenemen naar Nederland. Ik wist dat [verdachte] zich bezig hield met meisjes die in de prostitutie werkten maar ik wist niet dat dit mij zou gebeuren. Het contact met [verdachte] werd op een gegeven minder. Hij heeft een aantal keren via AHA (facebook Bulgarije) contact met mij gelegd. Het initiatief kwam bij hem vandaan. Hij vroeg dan vaak of het goed ging met mij en of ik wat nodig had. In januari 2011 ben ik hem weer tegen gekomen. Hij zat samen met [slachtoffer 1] in een café genaamd [naam 4] in Yambol. We hebben toen met z'n vieren gesproken. [slachtoffer 3], [slachtoffer 1], [verdachte] en ik. Er zijn wat algemene dingen besproken maar ook is er gesproken over de prostitutie in Nederland. Ik heb toen voortdurend gezegd dat ik een vriend had en niet mee wilde. Zij hebben wel gezegd dat als ik van mening zou veranderen dan zou ik contact op kunnen nemen. [verdachte] heeft mij zijn Nederlandse telefoonnummer gegeven. Ik zag dit aan de landscode. Ik werd na deze ontmoeting vrijwel dagelijks door [verdachte] gebeld. Toen ik ruzie met mijn vriend kreeg heb ik gezegd dat ik mee wilde en dat hij mij kon ophalen. Ik wist wel hoe ik een paspoort moest aanvragen, maar [verdachte] wilde met mij het paspoort aanvragen. Ik had geen geld. Hij wel. We hebben het samen aangevraagd en we zijn diezelfde dag nog naar Nederland afgereisd. Via navigatie zijn wij naar Nederland gereisd. Ik wist niet waar wij naar toe moesten in Nederland. Ik weet niet eens wat de hoofdstad van Nederland is. In Nederland aangekomen zijn wij eerst naar een zekere [medeverdachte 1] gegaan. Daar hebben wij de bagage van [slachtoffer 3] en [slachtoffer 1] opgehaald. Ik schat dat wij maar één uur bij [medeverdachte 1] zijn gebleven hierna zijn wij naar het prostitutiegebied gereden. Onderweg in de auto werd mij uitgelegd hoe het werkte in de prostitutie en wat je moest vragen. Dit werd gedaan door [verdachte], [slachtoffer 3] en [slachtoffer 1]. Ik mocht niet onder de dertig euro vragen. Wel met condoom. Ik kreeg een kamer in sekshuis genaamd [naam 1].

Het geld werd de volgende ochtend door [verdachte] opgehaald. Ik heb het gelijk afgegeven anders zou ik problemen krijgen. Dit was mij verteld door anderen. Ik hoorde niet gelijk dat het niet goed met [slachtoffer 1] ging. Ik heb uiteindelijk maar drie dagen gewerkt. Ik had het wel gehad met het werk en wilde terug. Ik heb niet tegen [slachtoffer 3] en [verdachte] gezegd dat ik wilde stoppen, anders zouden ze mij ook naar Duitsland brengen. [slachtoffer 1] heeft een fout gemaakt. Zij heeft gezegd dat zij terug wilde naar Bulgarije. Dit is de reden dat zij nu naar Duitsland moest.

De 1e dag had ik 300 euro verdiend, 2e 180 en de 3e 280 euro. Van deze bedragen was de huur al betaald. Wij kenden geen Engels.

Mishandeling [slachtoffer 1]. Ik heb dit niet gezien, maar van haar gehoord. Hij heeft twee keer uitgehaald. Eén keer sloeg hij haar op het hoofd. De eerste keer was naar aanleiding van het feit dat ze had gezegd dat ze haar vriend nog niet was vergeten.

Ik weet dat [verdachte] met [slachtoffer 1] had afgesproken dat dit op fiftyfifty basis zou gebeuren. Ik zou meer krijgen.

7. De verklaring van verdachte [medeverdachte 2]8, inhoudende:

V: Vraag

A: Antwoord

V: Ik toon je nu vier foto's (fotoblad 1).

A: Ik ken deze persoon, foto 1. Zijn naam is [verdachte].

Foto 2, [slachtoffer 3]. Deze vrouw ken ik. Zij is met mij in mijn auto gereisd. Dat was in februari met [verdachte]. Foto nummer 4, [slachtoffer 1], en foto 2, [verdachte] en ik zijn samen gereisd. Ik ken de dames persoonlijk niet. Ik weet hun namen ook niet. Ik ben alleen met hen hierheen gekomen.

V: U wilt van voren af aan beginnen zei u net?

A: Ja. We hebben het nu over februari van dit jaar, 2011. Afgelopen jaar toen ik naar Bulgarije ging heb ik een auto gekocht. Ik kreeg een telefoontje van [verdachte]. We hebben elkaar ontmoet in Bulgarije. [verdachte] vroeg of we elkaar konden zien en dat is ook gebeurd. Ik heb tegen [verdachte] gezegd dat ik graag met mijn auto naar Nederland wilde. [verdachte] wilde wel mee, maar vertelde dat hij nog twee personen meenam. Ik heb de vrouwen op het moment gezien toen we vertrokken uit Bulgarije.

V: Wat hebben zij voor de reis betaald?

A: Ze hebben de kosten voor de diesel betaald. Ik heb zelf niets voor de reis betaald aan brandstof. Ik mocht van [verdachte] niet met de vrouwen praten in de auto. Waarom ... dat weet ik niet. [verdachte] zei tegen mij dat ze de reiskosten hadden betaald en zij zouden hun eigen weg gaan en ik ook.

V: Hoe lang duurt de reis van Bulgarije naar Nederland?

A: 26 uur. En ik heb dus niet met de vrouwen gesproken omdat dit van [verdachte] niet mocht. [verdachte] zorgde eigenlijk ervoor dat ik samen met hem in gesprek bleef.

V: Toch is het vreemd dat jullie niet met elkaar spreken.

A: Ik heb het meisje op een gegeven moment gevraagd of het de eerste keer was dat ze naar Nederland kwam. Toen reageerde [verdachte] dat ik haar met rust moest laten.

8. De verklaring van verdachte9, inhoudende:

Even terug naar de grijze terreinauto. Met deze auto zijn wij naar Nederland gekomen. Met wij bedoel ik mezelf, mijn vriendin [slachtoffer 3], [medeverdachte 2] en [slachtoffer 1]. Dit zal zo rond 21 of 22 februari 2011 geweest zijn.

9. Het relaas van verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2]10, inhoudende:

Op maandag 16 mei 2011, omstreeks 22.30 uur werd ik, verbalisant [verbalisant 1], op de pikettelefoon gebeld door een mij onbekende vrouw. In gebrekkig Engels deelde zij mij mede, dat zij was genaamd [slachtoffer 1]. Verder deelde zij mede, dat zij als prostituee werkzaam was in [naam 1], zijnde een vergunde seksinrichting aan de [adres 1] te Leeuwarden. Zij was bang voor haar pooier die haar wilde verplaatsen naar een andere stad. Zij werd door hem gedwongen om te werken. Zij wilde graag naar haar ouders toe en was bang. Haar vervolgens medegedeeld, dat de politie haar zou komen ophalen en dat zij op haar kamer moest blijven met de deur op slot.

Omstreeks 22.50 uur die dag samen met reeds ter plaatse gekomen collega's van de uniformdienst haar op haar kamer bezocht. Zij was op dat moment in gezelschap van een andere vrouw, welke eveneens te kennen gaf dat zij slachtoffer was. Beide vrouwen zaten ineen gedoken op het bed en maakten een angstige indruk. Aangezien zij de Nederlandse noch de Engelse taal niet machtig waren, middels een telefonische tolk Bulgaars een kort gesprek met hen gevoerd, waarin zij te kennen gaven gedwongen in de prostitutie te werken voor een Bulgaarse man genaamd [verdachte] en diens vriendin [slachtoffer 3]. Beide vrouwen vervolgens door de geüniformeerde collega's laten overbrengen naar het hoofdbureau van politie te Leeuwarden in verband met hun eigen veiligheid.

Aan het bureau van politie, legitimeerden beide vrouwen zich middels een Bulgaars paspoort. Zij bleken respectievelijk te zijn genaamd: [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2].

Op maandag 16 mei 2011, omstreeks 23:30 uur, hebben wij verbalisanten een intake gesprek gehad met beide bovengenoemde slachtoffers, telefonisch middels een Bulgaarse tolk.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht het onder 1., 2. en 3. ten laste gelegde bewezen, met dien verstande dat:

1.

hij in de periode van 1 januari 2011 tot en met 17 mei 2011 te Leeuwarden en te Heerenveen, en in Bulgarije en in Duitsland, tezamen en in vereniging met anderen,

A. een ander, te weten [slachtoffer 1], door dwang, geweld, andere feitelijkheden, door dreiging met geweld en andere feitelijkheden, misleiding, door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en door misbruik van een kwetsbare positie heeft aangeworven, vervoerd, overgebracht en gehuisvest, met het oogmerk van uitbuiting van die [slachtoffer 1] en

B. een ander, te weten [slachtoffer 1], heeft aangeworven en meegenomen met het oogmerk die [slachtoffer 1] in een ander land, Nederland en Duitsland, ertoe te brengen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling en

C. een ander, te weten [slachtoffer 1], met een van de onder A. genoemde middelen, heeft bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid en

D. opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de uitbuiting van een ander, te weten [slachtoffer 1] en

E. een ander, te weten [slachtoffer 1], met een van de onder A. genoemde middelen, heeft gedwongen verdachte en verdachtes mededaders te bevoordelen uit de opbrengst van haar seksuele handelingen met of voor een derde

immers heeft verdachte tezamen en in vereniging met anderen,

- die [slachtoffer 1] -nadat haar een paar keer geld was gestuurd vanuit Nederland en vanuit Nederland contact met haar was gehouden via AHA en Skype en zij een paar keer mee uit genomen was, gevraagd mee te gaan naar Nederland, om te werken in de prostitutie waar zij veel geld mee zou kunnen verdienen en

- met die [slachtoffer 1] afgesproken dat haar verdiensten op 50-50 basis zouden worden verdeeld terwijl zij in werkelijkheid al, of het merendeel van, het door haar verdiende geld aan verdachte en verdachtes mededaders moest afstaan en

- het paspoort voor die [slachtoffer 1] betaald en

- die [slachtoffer 1] vanuit Bulgarije met een auto naar Nederland meegenomen en

- die [slachtoffer 1] in seksinrichting, [naam 1], in Leeuwarden ondergebracht en daar een werkkamer voor haar geregeld en

- die [slachtoffer 1] opgemaakt en uitgelegd welke werkzaamheden zij moest doen en hoeveel geld zij daarvoor moest vragen en

- die [slachtoffer 1] elke dag laten werken en werkdagen van 10.00 uur 's ochtends tot 01.00 's nachts laten maken en haar geen vrijaf gegeven en haar laten werken terwijl zij ziek was en ongesteld was en

- de verdiensten van de werkzaamheden in die seksinrichting van die [slachtoffer 1] van haar afgepakt en aan verdachte en verdachtes mededaders laten afdragen en

- die [slachtoffer 1] niet toegestaan naar Bulgarije terug te gaan toen ze dat wilde en toen ze liet weten de prostitutiewerkzaamheden niet aan te kunnen en

- die [slachtoffer 1] bedreigd door haar -zakelijk weergegeven- de woorden toe te voegen dat als zij de politie zou bellen, haar familie daarvoor zou lijden, dat zij op moest letten dat haar zus niets zou overkomen, dat haar zus in een rolstoel terecht zou komen en dat zij met zwavelzuur zou worden overgoten als zij weg zou lopen en

- die [slachtoffer 1] meermalen tegen het hoofd en/of in het gezicht geslagen en

- die [slachtoffer 1] escortwerkzaamheden laten verrichten en

- de verdiensten van de escortwerkzaamheden van die [slachtoffer 1] van haar afgepakt en aan verdachte en verdachtes mededaders laten afdragen en

- bewerkstelligd dat die [slachtoffer 1] niet meer of zeer beperkt door middel van de telefoon en AHA en Skype contact met anderen kon leggen en

- die [slachtoffer 1] gezegd dat ze in een zonnestudio in Duitsland moest werken en klanten moest pijpen zonder condoom en toen zij dat weigerde geslagen en

- die [slachtoffer 1] van Nederland naar Duitsland meegenomen om zich daar te prostitueren en

- die [slachtoffer 1] daarna van Duitsland naar Nederland meegenomen om zich daar te prostitueren en

een en ander terwijl die [slachtoffer 1] de Nederlandse taal niet of onvoldoende sprak/beheerste en onbekend was in Nederland en met de Nederlandse regels en wetten en gewoonten en gebruiken en bijna niemand in Nederland kende

en aldus bewerkstelligd dat die [slachtoffer 1] van hen afhankelijk was;

2.

hij in de periode van 1 januari 2011 tot en met 17 mei 2011 te Leeuwarden en in Bulgarije, tezamen en in vereniging met een ander of anderen,

A. een ander, te weten [slachtoffer 2], door dwang, geweld, andere feitelijkheden, door dreiging met geweld en andere feitelijkheden, misleiding, door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en door misbruik van een kwetsbare positie heeft aangeworven, vervoerd, overgebracht en gehuisvest, met het oogmerk van uitbuiting van die [slachtoffer 1] en

B. een ander, te weten [slachtoffer 2], heeft aangeworven en meegenomen met het oogmerk die [slachtoffer 1] in een ander land, Nederland en Duitsland, ertoe te brengen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling en

C. een ander, te weten [slachtoffer 2], met een van de onder A. genoemde middelen, heeft bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid en

D. opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de uitbuiting van een ander, te weten [slachtoffer 2] en

E. een ander, te weten [slachtoffer 2], met een van de onder A. genoemde middelen, heeft gedwongen verdachte en verdachtes mededaders te bevoordelen uit de opbrengst van haar seksuele handelingen met of voor een derde

immers heeft verdachte tezamen en in vereniging met een ander of anderen,

- die [slachtoffer 2] vanaf januari 2011, tot haar vertrek naar Nederland in mei 2011, bijna dagelijks gebeld om te vragen of ze naar Nederland wilde komen om in de prostitutie te gaan werken en

- het paspoort voor die [slachtoffer 2] betaald en

- die [slachtoffer 2] met een auto vanuit Bulgarije naar Nederland meegenomen en

- met die [slachtoffer 2] afgesproken dat het merendeel van haar verdiensten voor haarzelf zou zijn en

- die [slachtoffer 2] in seksinrichting, [naam 1], in Leeuwarden ondergebracht en daar een werkkamer voor haar geregeld en

- die [slachtoffer 2] ondergebracht in een hotel en

- die [slachtoffer 2] uitleg/instructies gegeven over hoe er wordt gewerkt in de prostitutie, hoeveel er moet worden gerekend en de soort werkzaamheden en het gebruik van een condoom en hoeveel tijd per klant, en

- de verdiensten van die [slachtoffer 2] van haar afgepakt en aan verdachte en verdachtes mededader laten afdragen en

- die [slachtoffer 2] werkkleding verschaft en

- die [slachtoffer 2] lange werkdagen laten maken van 's ochtends tot 's nachts 01.00 of 02.00 uur en

een en ander terwijl die [slachtoffer 2] de Nederlandse taal niet of onvoldoende sprak/beheerste en onbekend was in Nederland en met de Nederlandse regels en wetten en gewoonten en gebruiken en bijna niemand in Nederland kende

en aldus

bewerkstelligd dat die [slachtoffer 2] van hen afhankelijk was;

3.

hij in de periode van 1 januari 2011 tot en met 17 mei 2011, te Groningen en te Leeuwarden, en in Bulgarije en in Duitsland, tezamen en in vereniging met een ander,

A. een ander, te weten [slachtoffer 3], door dwang en andere feitelijkheden door misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht, door misbruik van een kwetsbare positie, heeft vervoerd, overgebracht en gehuisvest, met het oogmerk van uitbuiting van die [slachtoffer 3] en

B. een ander, te weten [slachtoffer 3], heeft meegenomen met het oogmerk die [slachtoffer 3] in een ander land, Nederland, ertoe te brengen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling en

C. een ander, te weten [slachtoffer 3], met een van de onder A. genoemde middelen, heeft bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid en

D. opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de uitbuiting van een ander, te weten [slachtoffer 3] en

E. een ander, te weten [slachtoffer 3], met een van de onder A. genoemde middelen, heeft bewogen verdachte te bevoordelen uit de opbrengst van haar seksuele handelingen met of voor een derde

immers heeft verdachte tezamen en in vereniging met anderen,

- die [slachtoffer 3] van Bulgarije naar Nederland gebracht van Nederland naar Duitsland en van Duitsland naar Nederland gebracht om zich daar te prostitueren en

- die [slachtoffer 3] in Groningen in de prostitutie laten werken en

- die [slachtoffer 3] in Leeuwarden in de prostitutie laten werken en

- met die [slachtoffer 3] afgesproken dat haar verdiensten, op 50-50 basis, zouden worden gedeeld en zulks terwijl zij in werkelijkheid al, of het merendeel van, het door haar verdiende geld aan verdachte moest afstaan en

- die [slachtoffer 3] escortwerkzaamheden voor laten verrichten en

- de verdiensten van de escortwerkzaamheden van die [slachtoffer 3] van haar afgepakt en

- met die [slachtoffer 3] een relatie onderhouden en

- die [slachtoffer 3] in een van verdachte afhankelijke positie gehouden en

een en ander terwijl die [slachtoffer 3] de Nederlandse taal niet of onvoldoende sprak/beheerste.

De verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op de misdrijven:

1. Mensenhandel, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;

2. Mensenhandel, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;

3. Mensenhandel, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

De rechtbank neemt bij de bepaling van de hierna te vermelden strafsoort en strafmaat in aanmerking:

- de aard en de ernst van de gepleegde feiten;

- de omstandigheden waaronder deze zijn begaan;

- de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken en deze naar voren komt uit het uittreksel uit de justitiële documentatie;

- de vordering van de officier van justitie;

- het pleidooi van de raadsman.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan mensenhandel, gepleegd jegens drie Bulgaarse vrouwen. Mensenhandel, een vorm van moderne slavernij, is een ernstig strafbaar feit. Door het gebruik van dwangmiddelen heeft verdachte de persoonlijke vrijheid van zijn slachtoffers zo sterk ingeperkt dat zij niet in vrijheid konden beslissen of zij wel of niet in de prostitutie wilden (blijven) werken. Zo bedreigde verdachte de vrouwen, paste hij enig fysiek geweld toe en dreigde hij hun familie in Bulgarije grof geweld aan te doen. Zij mochten niet terug naar Bulgarije als zij dat wilden. Ook zijn de vrouwen financieel uitgebuit. Verdachte beloofde hen gouden bergen, en die winst zouden zij verdelen. De slachtoffers hebben echter aan hun lange werkdagen niets overgehouden. Uitsluitend vanwege eigen financieel gewin heeft verdachte de lichamelijke en geestelijke integriteit van de drie slachtoffers ernstig geschaad.

Aangeefster [slachtoffer 3] werkt -zo blijkt ook uit een Belgisch vonnis- al vele jaren voor verdachte in de prostitutie. Zij zou graag zijn partner zijn maar beseft dat ze door hem misbruikt wordt. Ze accepteert dit gelaten en lijkt volstrekt afhankelijk van verdachte. Bij aangeefsters [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] valt op, dat verdachte het proces van ronselen al vroeg lijkt te hebben ingezet. Beide slachtoffers melden dat zij op een leeftijd van 16 respectievelijk 15 jaren al met verdachte seks hebben gehad in Bulgarije. Verdachte heeft aan [slachtoffer 1] ook geld toegestuurd toen zij nog in Bulgarije verbleef. Kort na hun achttiende verjaardag heeft verdachte hen naar Nederland vervoerd. Kennelijk laat hij het oog vallen op meisjes in achterstandsposities, die hij seksueel corrumpeert met seks, geld en de belofte van een gouden toekomst.

Verdachte is in Nederland niet eerder veroordeeld voor mensenhandel. Hij heeft nog een vrouw en kinderen in Duitsland. Hij zegt te leven van de verdiensten van zijn vriendin [slachtoffer 3] in de prostitutie, van de autohandel en van de verkoop van vee in 2008. Over de verdere persoonlijke omstandigheden was verdachte bij de reclassering weinig mededeelzaam.

Anders dan de officier van justitie komt de rechtbank voor [slachtoffer 3] tot een kortere bewezenverklaarde periode. In het geval van [slachtoffer 2] geldt, dat zij zich voor verdachte niet langer dan drie dagen heeft geprostitueerd. Grof fysiek geweld heeft verdachte niet toegepast. Dit heeft een matigend effect op de straftoemeting. Gelet op de ernst en omvang van de feiten, bezien tegen de achtergrond van vergelijkbare zaken, zal de rechtbank aan verdachte een gevangenisstraf voor de duur van vier jaren opleggen.

Inbeslaggenomen goederen

De rechtbank acht het inbeslaggenomen voorwerp, te weten de personenauto Peugeot 106, vatbaar voor verbeurdverklaring nu het onder 2. bewezenverklaarde feit met behulp van het in beslag genomen goed is begaan en deze toebehoort aan verdachte.

Benadeelde partij

[slachtoffer 1] heeft zich voor de aanvang van de terechtzitting als benadeelde partij in het strafproces gevoegd door middel van indiening van het voorgeschreven formulier bevattende de opgave van een vordering tot vergoeding van door haar geleden schade ten gevolge van het aan verdachte onder 1. ten laste gelegde en bewezenverklaarde feit alsmede de gronden waarop deze berust.

De rechtbank stelt vast dat het voegingsformulier niet op de juiste wijze is ingevuld. Herstel op dit punt levert naar het oordeel van de rechtbank een onevenredige belasting op van het strafgeding. De rechtbank zal dan ook bepalen dat de vordering niet ontvankelijk is.

Schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank is -met de officier van justitie- van oordeel dat uit het dossier wel aannemelijk is geworden dat [slachtoffer 1] schade heeft ondervonden van het door verdachte gepleegde strafbare feit. De rechtbank zal daarom een schadevergoedingsmaatregel opleggen.

De rechtbank stelt de immateriële schade naar redelijkheid en billijkheid vast op

€ 3.000,00.

De rechtbank zal de materiële schade vaststellen ter hoogte van het bedrag dat [slachtoffer 1] heeft verdiend in de prostitutie en aan verdachte heeft moeten afstaan.

Zij heeft verklaard dat zij € 2.180,00 heeft verdiend met de escortwerkzaamheden en de overige dagen gemiddeld € 150,00 per dag heeft verdiend in de prostitutie.

[slachtoffer 1] heeft van 21 februari 2011 tot 17 mei 2011, met uitzondering van de periode 6 april tot 2011 en met 6 mei 2011, in de prostitutie gewerkt, zijnde 54 dagen. Zij heeft aldus € 8.100,00 in de prostitutie verdiend.

Op grond van het voorgaande zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel opleggen ter hoogte van € 3.000.00 + € 2.180,00 + € 8.100,00 = € 13.280,00.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 33, 33a, 36f, 57 en 273f van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

DE UITSPRAAK VAN DE RECHTBANK LUIDT, RECHTDOENDE:

Verklaart het onder 1., 2. en 3. ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar in voege als voormeld en verdachte deswege strafbaar.

Veroordeelt verdachte te dier zake tot:

Een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaren.

Beveelt, dat de tijd door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en/of voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezenverklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart verbeurd de inbeslaggenomen Peugeot 106, personenauto, kleur rood, kenteken [kenteken].

Bepaalt dat de benadeelde partij [slachtoffer 1] niet ontvankelijk is in de vordering.

Bepaalt dat deze benadeelde partij en verdachte de eigen kosten dragen.

Legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 1], te betalen een som geld ten bedrage van € 13.280,00 (zegge: dertienduizend tweehonderdtachtig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 98 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

Dit vonnis is gewezen door mr. K. Post, voorzitter, mr. P.F.E. Geerlings en mr. M.A.A. van Capelle, rechters, bijgestaan door mr. E. de Vries-Haitsma, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 4 december 2012.

--------------------------------------------------------------------------------

1 De genoemde processen-verbaal zijn in de wettelijke vorm op ambtseed en door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren opgemaakt; de genoemde pagina's bevinden zich in het doorgenummerde proces-verbaal met dossiernummer [nummer], gesloten op 17 mei 2011.

2 Het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 1], d.d. 17 mei 2011, pagina 139.

3 Het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 1], d.d. 18 mei 2011, pagina 146.

4 Een proces-verbaal betreffende vertalingen dagboek [slachtoffer 1], d.d. 31 oktober 2011, pagina 84.

5 Het proces-verbaal van verhoor verdachte [slachtoffer 3], d.d. 10 juni 2011, pagina 245.

6 Het proces-verbaal van verhoor verdachte [slachtoffer 3], d.d. 16 juni 2011, pagina 255.

7 Het proces-verbaal van verhoor verdachte [slachtoffer 2], d.d. 18 mei 2011, pagina 176.

8 Het proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 2], d.d. 24 augustus 2011, pagina 282.

9 Het proces-verbaal van verhoor verdachte, d.d. 30 mei 2011, pagina 305.

10 Het proces-verbaal van aanleiding onderzoek d.d. 17 mei 2011, pagina 21.