Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLEE:2012:BX9565

Instantie
Rechtbank Leeuwarden
Datum uitspraak
27-09-2012
Datum publicatie
10-10-2012
Zaaknummer
17/885386-11 VON
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het plegen van schennis van de eerbaarheid.

Het is een feit van algemene bekendheid dat een ontbloot geslachtsdeel waarneembaar is op het moment dat iemand naakt is en deze persoon in de richting van de waarnemer staat.

Volgens de rechtbank is het door verdachte naakt voor het raam staan, waarbij zijn geslachtsdeel zichtbaar was en het daarbij oogcontact maken met de overburen aan te merken als schennis van de eerbaarheid. Verdachte is veroordeeld tot een voorwaardelijke werkstraf voor de duur van 60 uren.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 14a
Wetboek van Strafrecht 14b
Wetboek van Strafrecht 14c
Wetboek van Strafrecht 22c
Wetboek van Strafrecht 22d
Wetboek van Strafrecht 57
Wetboek van Strafrecht 239
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LEEUWARDEN

Sector straf

parketnummer 17/885386-11

vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 27 september 2012 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1949 te [geboorteplaats],

wonende te [adres].

De rechtbank heeft gelet op het ter terechtzitting gehouden onderzoek van 13 september 2012.

Verdachte is niet verschenen; wel is verschenen mr. W. Boonstra, advocaat te Leeuwarden, die verklaard heeft uitdrukkelijk tot de verdediging te zijn gemachtigd.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij in of omstreeks de periode van 21 juli 2011 tot en met 23 juli 2011, althans op of omstreeks 23 juli 2011, te Nes, (althans) in de gemeente Ameland, meermalen, althans eenmaal, zich opzettelijk oneerbaar

A.

op of aan een plaats, voor het openbaar verkeer bestemd, te weten voor en/of (dicht)bij een raam van zijn, verdachtes, woning aan of bij de [adres 1], (en zichtbaar voor weggebruikers ter hoogte van die [adres 2]) aldaar, (telkens) met ontbloot geslachtsdeel heeft bevonden en/of/althans

B.

op een niet openbare plaats, te weten voor en/of (dicht)bij een raam van zijn, verdachtes, woning aan of bij de [adres 1], (en zichtbaar voor weggebruikers ter hoogte van die [adres 2]) aldaar, (telkens) met ontbloot geslachtsdeel heeft bevonden, terwijl daarbij (telkens) [aangeefster] en/of [getuige] en/of een of meerdere ander(e) perso(o)n(en), in elk geval een ander of anderen, zijns en/of haars ondanks tegenwoordig was/waren.

In de tenlastelegging voorkomende schrijffouten of kennelijke misslagen worden verbeterd gelezen. De verdachte is hierdoor niet in zijn belangen geschaad.

Vordering officier van justitie

De officier van justitie heeft ter terechtzitting gevorderd:

- veroordeling voor het onder 1A. ten laste gelegde;

- oplegging van een onvoorwaardelijke werkstraf voor de duur van 60 uren, subsidiair 30 dagen vervangende hechtenis;

- oplegging van een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van twee weken met een proeftijd van twee jaren.

- oplegging van de bijzondere voorwaarde van verplicht reclasseringstoezicht en een behandeling bij de Forensische Polikliniek te Leeuwarden.

Beoordeling van het bewijs

De rechtbank past de hierna te noemen bewijsmiddelen1 toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder weergegeven.

1. De verklaring van verdachte2, inhoudende:

V: Hoe bedoelt u?

A: Ik liep van mijn douche naar mijn woonkamer en pakte de kleding uit de woonkamer en liep weer terug naar de slaapkamer.

V: Wat had u aan op dat moment?

A: Niets

V: U zegt: Ik kom uit de douche en pak mijn kleren. Waar lagen uw kleren?

A: Op de bank, op de rand van de bank.

V: U zegt dat de kleren op de bank liggen. Waarom daar?

A: Ik heb mij daar uitgekleed en loop dan naar bed.

V: Is dat een gebruikelijke manier?

A: Voor mij wel.

V: Hoe je nu vanmorgen uit de douche kwam, gebeurt dat vaker?

A: Ja, dat is voor mij normaal.

V: Ben je er wel eens eerder op aangesproken?

A: Nee, alleen dat mens, die overbuurvrouw. Zij zal toen ook wel degene zijn die aangifte heeft gedaan.

V: Waarom denkt u dat het om die vrouw gaat.

A: Zij is de enige die ik vanmorgen heb gezien.

V: Wanneer heeft u haar gezien?

A: Op het moment dat ik mijn kleren pakte. Zij fietste toen langs.

V: Hoe laat was dat?

A: Rond een uur of negen vanmorgen.

V: Hoe vaak heeft deze vrouw jou naakt gezien?

A: Het zou kunnen dat ze mij vaker heeft gezien, want ik loop wel vaker naakt door mijn huis.

2. De verklaring van [verbalisant]3, inhoudende:

De [adres] te Nes, Ameland betreft een doodlopende weg, welke zich in de bebouwde kom bevindt. Ik zag dat de woning van aangeefster en getuige schuin tegenover de woning van de verdachte staat. Ik had vanaf de openbare weg nadrukkelijk zicht in de woning van de verdachte, gelegen aan de [adres 1]. Ik, verbalisant [verbalisant], stond in de keuken van aangeefster en getuige en vanuit het keukenraam had ik goed zicht op de woning van de verdachte.

Ik schat de afstand van de woning van aangeefster en getuige tot de woning van verdachte ongeveer 30 meter.

Ik zag dat je vanaf de oprit van de woning goed zicht had op het raam van verdachte.

3. De verklaring van aangeefster [aangeefster]4, inhoudende:

Ik ben woonachtig op de [adres 2] te Nes Ameland. Op 23 juli 2011, omstreeks 9:14 uur, fietste ik de oprit van deze woning af en ik keek naar de woning aan de [adres 1] te Nes, Ameland. Deze woning heeft twee grote ramen aan de voorzijde. Ik zag voor het rechterraam van de woning de bewoner, [verdachte], dichtbij het raam staan. Ik zag dat hij geen kleding droeg en naakt was. Ik schrok daar erg van. Ik zag dat hij mij in de ogen keek. Wij hadden oogcontact. Ik zag dat hij stil stond, dat hij geen bewegingen maakte.

Op 22 juli 2011 hoorde ik mijn vriend [naam] zeggen dat [verdachte] naakt voor het raam van zijn woning stond.

Op 21 juli 2011 kwam ik samen met [naam] en personeel van [naam 1] thuis. Wij zagen toen dat [verdachte] naakt in een stoel voor de televisie zat en pornofilms aan het kijken was. Ik zag dat [verdachte] toen naar ons keek en ons aan bleef kijken. Ik hoorde dat [naam] mij vertelde dat [verdachte] toen opstond en naakt naar het raam liep.

4. De verklaring van [getuige]5, inhoudende:

Op 21 juli 2011 hoorde ik mijn vriendin [aangeefster] roepen: 'Hij staat er weer, hij staat er weer'. Ik zag toen [verdachte] naakt voor zijn raam aan de [adres 1] staan. Ik zag dat hij voor het rechterraam aan de voorzijde van de woning stond en dat hij geen kleding droeg. Ik zag dat hij vlakbij het raam stond, bijna met zijn neus tegen het raam aan. Ik kon zijn naakte lichaam zien door het licht van de televisie bij hem in de kamer dat op zijn lichaam viel. Ik zag dat de rest van de kamer donker was. Ik zag dat [verdachte] voor het raam naar ons stond te kijken. Ik weet helemaal zeker dat hij gewoon stond te kijken en dat hij niet voor het raam langs liep.

Op 22 juli 2011 zag ik dat [verdachte] voor het rechterraam aan de voorzijde van zijn woning stond. Ik ging verder met koffie zetten. Vervolgens keek ik weer en zag dat [verdachte] er nog steeds stond. Ik zag dat hij geen kleding droeg. Ik zag dat hij naar mij keek en steeds naar mij bleef kijken. Ik schat dat de afstand tussen het raam van mijn keuken en het raam van de woonkamer van [verdachte] ongeveer 30 a 35 meter is.

Op 23 juli 2011 belde mijn vriendin [aangeefster] mij op en vertelde mij overstuur dat [verdachte] weer naakt voor zijn raam stond.

De raadsman heeft gemotiveerd bepleit dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het ten laste gelegde, nu zowel het wettig als het overtuigend bewijs ontbreekt. Uit de verklaringen van aangeefster [aangeefster] en getuige [getuige] kan niet blijken dat zij het geslachtsdeel van verdachte hebben gezien. Daarnaast zou geen sprake zijn van een openbare plaats, aangezien het om de woning van verdachte gaat.

De rechtbank overweegt het volgende.

Niet elke seksueel gedrag levert schennis van de eerbaarheid op. Of daarvan sprake is dient door de rechter te worden beoordeeld aan de hand van 'de hier te lande heersende zeden welke worden bepaald door de bij een belangrijke meerderheid van het Nederlandse volk levende opvattingen'.

Met het opzettelijk verrichten van bepaalde gedragingen zal het opzet van verdachte op het schenden van de eerbaarheid doorgaans bewezen kunnen worden verklaard. Daarbij wordt mede betekenis toegekend aan de context waarin de gedragingen zijn verricht.

Verdachte heeft bij de politie verklaard dat hij regelmatig naakt door zijn woning loopt en dat hij in de ochtend van 23 juli 2011 zijn overbuurvrouw langs heeft zien fietsen.

Zowel aangeefster [aangeefster] als getuige [getuige] hebben bij de politie verklaard dat zij in de ten laste gelegde periode meermalen met een naakt voor zijn raam staande verdachte zijn geconfronteerd. Verdachte zou daarbij oogcontact met hen hebben gemaakt en zou naar hen zijn blijven kijken. Getuige [getuige] geeft hierbij aan zeker te weten dat verdachte stond te kijken en niet toevallig voor het raam langs liep. De rechtbank acht deze verklaringen betrouwbaar, nu deze consistent zijn en elkaar ondersteunen.

Het is een feit van algemene bekendheid dat een ontbloot geslachtsdeel waarneembaar is op het moment dat iemand naakt is en deze persoon in de richting van de waarnemer staat. De rechtbank acht het om die reden bewezen dat [aangeefster] en [getuige] het geslachtsdeel van verdachte hebben waargenomen op het moment dat deze naakt voor zijn raam stond, temeer nu uit de verklaringen van [getuige] en [aangeefster] blijkt dat [aangeefster] overstuur heeft gereageerd op de confrontaties met verdachte. De rechtbank is van oordeel dat het door verdachte naakt voor het raam staan waarbij zijn geslachtsdeel zichtbaar was en het daarbij oogcontact maken met aangeefster [aangeefster] en getuige [getuige] aangemerkt kan worden als schennis van de eerbaarheid. Uit de door verdachte gepleegde gedragingen kan het opzet van verdachte op schennis van de eerbaarheid afgeleid worden.

Nu verdachtes gedragingen waarneembaar zijn geweest vanaf een voor het openbaar verkeer bestemde plaats, te weten de [adres], zijn de feiten gepleegd aan een plaats voor het openbaar verkeer bestemd

De rechtbank is van oordeel dat het feit zoals ten laste gelegd wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht het ten laste gelegde bewezen, met dien verstande dat:

hij in de periode van 21 juli 2011 tot en met 23 juli 2011, te Nes, in de gemeente Ameland, meermalen, zich opzettelijk oneerbaar, aan een plaats voor het openbaar verkeer bestemd, te weten dichtbij een raam van zijn, verdachtes, woning aan de [adres 1], en zichtbaar voor weggebruikers ter hoogte van die [adres 2] aldaar, telkens met ontbloot geslachtsdeel heeft bevonden.

De verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op het misdrijf:

Schennis van de eerbaarheid aan een plaats voor het openbaar verkeer bestemd, meermalen gepleegd.

Dit feit is strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

De rechtbank neemt bij de bepaling van de hierna te vermelden strafsoort en strafmaat in aanmerking:

- de aard en de ernst van het gepleegde feit;

- de omstandigheden waaronder dit is begaan;

- de persoon van verdachte, zoals deze naar voren komt uit het uittreksel uit de justitiƫle documentatie d.d. 16 augustus 2012 en het reclasseringsadvies d.d. 6 augustus 2012;

- de vordering van de officier van justitie;

- het pleidooi van de raadsman.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het plegen van schennis van de eerbaarheid door naakt in zijn woning te staan en hierbij bewust contact te zoeken met zijn overburen. De overbuurvrouw is hier erg van geschrokken en overstuur geraakt. De rechtbank neemt het verdachte kwalijk dat hij bij zijn gedrag geen rekening heeft gehouden met de gevoelens van anderen.

Uit het strafblad van verdachte, die op dit moment 63 jaar oud is, blijkt dat hij niet eerder met justitie in aanraking is geweest.

Over verdachte is door de Reclassering een rapport opgemaakt. Daaruit volgt dat verdachte er bij blijft dat hij wel naakt in zijn woning heeft rondgelopen, maar dat hij daarbij niet bewust contact heeft gezocht met de overburen. Verdachte heeft inmiddels in de ramen van zijn woning zichtwerende folie geplakt om te voorkomen dat hij opnieuw naakt is te aanschouwen voor andere mensen, buiten de woning. Verdachte is nooit gediagnosticeerd met een persoonlijkheidsstoornis. Positieve factoren zijn verdachtes sociale netwerk, zijn (vaste) dagstructuur en zijn sociale activiteiten. Als negatieve factor heeft de reclassering benoemd dat verdachte het delictgedrag bagatelliseert en dat hij dit gedrag als gespreksonderwerp probeert te vermijden. Hoewel de kans op herhaling als laag wordt ingeschat adviseert de reclassering een voorwaardelijke straf op te leggen met als bijzondere voorwaarden een meldplicht en een behandelverplichting bij de forensische polikliniek te Leeuwarden

Alles afwegend is de rechtbank van oordeel dat mede in aanmerking genomen de leeftijd van verdachte en het ontbreken van strafrechtelijke documentatie kan worden volstaan met een geheel voorwaardelijke werkstraf. Met name gelet op de lage kans op herhaling zal de rechtbank het advies van de reclassering om bijzondere voorwaarden op te leggen niet volgen.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 57 en 239 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

DE UITSPRAAK VAN DE RECHTBANK LUIDT, RECHTDOENDE:

Verklaart het ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar in voege als voormeld en verdachte deswege strafbaar.

Veroordeelt verdachte te dier zake tot:

Een werkstraf, bestaande uit het verrichten van 60 uren onbetaalde arbeid.

Bepaalt, dat deze werkstraf niet zal worden tenuitvoergelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond, dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd, welke hierbij wordt vastgesteld op twee jaren, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Beveelt dat, indien het mocht komen tot de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde werkstraf, vervangende hechtenis voor de duur van 30 dagen zal worden toegepast, indien de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezenverklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.G.W. Lootsma-Oude Nijeweme, voorzitter, mr. G.C. Koelman en mr. W.S. Sikkema, rechters, bijgestaan door mr. M.F. Meijer, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 27 september 2012.

Mr. Koelman is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

********************************************************************************

1 De genoemde processen-verbaal zijn in de wettelijke vorm op ambtseed en door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren opgemaakt; de genoemde pagina's bevinden zich in het doorgenummerde proces-verbaal met OPS-dossiernummer [nummer], gesloten op 17 augustus 2011.

2 De verklaring van verdachte, afgelegd bij de politie d.d. 23 juli 2011, pagina 28-30.

3 Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt door [verbalisant], hoofdagent van politie, Team Noordoost, Politie Fryslan, d.d. 9 augustus 2011, pagina 8-9.

4 Het proces-verbaal van aangifte door [aangeefster], d.d. 23 juli 2011, pagina 19-22.

5 Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige], d.d. 23 juli 2011, pagina 23-25.