Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLEE:2012:BX6418

Instantie
Rechtbank Leeuwarden
Datum uitspraak
04-09-2012
Datum publicatie
04-09-2012
Zaaknummer
17/925262-11 PROM
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHARL:2013:BY9416, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft zich samen met anderen gedurende meer dan een dag schuldig gemaakt aan vrijheidsberoving van een vrouw en haar nog zeer jonge kind. Verdachte en zijn mededaders wilden via de vrouw te weten komen waar een partij verdovende middelen was gebleven, die kort voor de vrijheidsberoving door de politie in beslag was genomen. Zowel de vrijheidsberoving als het motief daarvoor zijn te bestempelen als kenmerkend voor zeer ernstige criminaliteit. Het slachtoffer is doodsangst aangejaagd en haar huisrecht is op grove wijze geschonden. Ook de rechtsorde is door verdachtes handelen ernstig geschokt.

Uit het strafblad blijkt dat verdachte meermalen voor geweldsdelicten is veroordeeld, waaronder in het verleden eenmaal voor het medeplegen van moord. Verdachte heeft geen enkel inzicht willen verschaffen in zijn persoonlijke omstandigheden zodat de rechtbank daarmee geen rekening kon houden.

De rechtbank heeft verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van vier jaren.

Wetsverwijzingen
Wet op de economische delicten 1
Wet op de economische delicten 6
Wet wapens en munitie 13
Wet wapens en munitie 55
Wetboek van Strafrecht 47
Wetboek van Strafrecht 57
Wetboek van Strafrecht 282
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LEEUWARDEN

Sector straf

parketnummer 17/925262-11

vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 4 september 2012 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1966 te [geboorteplaats],

wonende te [adres]

thans gedetineerd in PI Leeuwarden, Holstmeerweg 7 te Leeuwarden.

De rechtbank heeft gelet op het ter terechtzitting gehouden onderzoek van 21 augustus 2012.

De verdachte is verschenen, bijgestaan door J.L.A.M. le Cocq d'Armandville, advocaat te Rotterdam.

Tenlastelegging

Aan verdachte is, na wijziging van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van 10 april 2011 tot en met 11 april 2011,

te Oosterwolde en/of te Lemmer, in elk geval in het arrondissement Leeuwarden,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

opzettelijk [slachtoffer] en/of haar kind wederrechtelijk van de

vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden,

doordat hij, verdachte, en/of een of meer van zijn mededader(s)

met dat opzet:

- voornoemde [slachtoffer] heeft/hebben opgezocht in haar woning en/of

- (vervolgens) die [slachtoffer] en/of haar kind meermalen opzettelijk

heeft/hebben bedreigd met onder meer de woorden "Ik verdrink je kind in jouw

bijzijn" en/of "Ik snijd jou en je kind in stukken en dump jullie", althans

met woorden van gelijke dreigende aard of strekking,

althans die [slachtoffer] (telkens) op intimiderende en zeer dreigende

wijze heeft/hebben toegesproken en/of

- een pistool/revolver/op een vuurwapen gelijkend voorwerp heeft/hebben gepakt

en tegen de slaap, althans het hoofd, van die [slachtoffer] heeft/hebben

gezet en/of gedrukt en/of

- (vervolgens) de gehele woning en/of schuur van die [slachtoffer]

heeft/hebben doorzocht en/of

- die [slachtoffer] (telkens) te kennen heeft/hebben gegeven dat ze een

dag de tijd kreeg om te regelen dat ze een bewijsstuk kreeg waaruit zou

blijken dat een/de partij drugs, althans drie dozen met inhoud, door de

politie was/waren inbeslaggenomen,

waarbij verdachte en/of een of meer van zijn mededader(s) in die woning

gedurende de nacht is/zijn gebleven teneinde te voorkomen dat die [slachtoffer] zou vluchten, waarbij die [slachtoffer] (telkens) (onder

doodsbedreiging) te kennen is gegeven dat ze niemand mocht waarschuwen en/of

die [slachtoffer] (vervolgens) heeft/hebben meegenomen in een personenauto

en/of die personenauto gedurende enige heeft/hebben afgesloten,

en/of (althans) (op bovenomschreven wijze) een situatie voor die [slachtoffer] heeft/hebben gecreëerd waarin die [slachtoffer] zich niet kon (en/of

durfde te) onttrekken aan de intimiderende en/of bedreigende invloedssfeer van

verdachte(n)

en/of aldus die [slachtoffer] heeft/hebben belet zich vrijelijk te bewegen

en/of

vrijelijk de woning en/of die personenauto te verlaten;

Subsidiair zo het vorenstaande niet mocht leiden tot schuldigverklaring van en

strafoplegging aan verdachte

hij in of omstreeks de periode van 10 april 2011 tot en met 11 april 2011,

te Oosterwolde, (althans) in de gemeente Ooststellingwerf en/of te Lemmer

en/of elders in Friesland, in elk geval in het arrondissement Leeuwarden,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

meermalen, [slachtoffer] en/of haar kind heeft bedreigd met enig misdrijf

tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling en/of met gijzeling,

immers heeft/hebben verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s)

opzettelijk dreigend (onder meer)

- een pistool/revolver/op een vuurwapen gelijkend voorwerp gepakt

en tegen de slaap, althans het hoofd, van die [slachtoffer]

gezet en/of gedrukt (gehouden), in elk geval dat/die pistool/revolver/op een

vuurwapen gelijkend voorwerp zichtbaar voor die [slachtoffer] aanwezig

gehad en/of

- de woorden toegevoegd: "Ik verdrink je kind in jouw bijzijn" en/of "Ik

snijd jouw en je kind in stukken en dump jullie en/of -zakelijk weergegeven-

als ze niet de waarheid zou vertellen en/of geen papieren zou hebben ze

meegenomen zou worden naar een loods en van kant zou worden gemaakt alsmede

haar familie,

althans (telkens) woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking;

2.

hij in of omstreeks de periode omvattende het jaar 2010

en/of het jaar 2011 (tot en met 11 april 2011) te Oosterwolde en/of te Gouda

en/of elders (in elk geval) in Nederland,

heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit een samenwerkingsverband

tussen hem, verdachte en één of meer natuurlijke perso(o)n(en), welke organisatie tot

oogmerk had het plegen van een misdrijf/misdrijven als bedoeld in artikel 10, derde, vierde

en/of vijfde lid en/of 10a, eerste lid van de Opiumwet, namelijk

het buiten het grondgebeid van Nederland brengen van cocaïne en/of amfetamine, althans pogingen daartoe en/of een of meer voorbereidingshandelingen daartoe, en/of

het bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken en/of vervoeren van cocaïne en/of amfetamine, en/of

het aanwezig hebben van cocaïne en/of amfetamine,

zijnde cocaïne en/of amfetamine (telkens) (een) middel(en) vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I;

3.

hij op of omstreeks 9 februari 2012,

te of bij Kornwerderzand en/of te of bij Beezanddijk, althans in de gemeente

Súdwest Fryslân, in elk geval in Nederland,

van (een) voorwerp(en), te weten een geldbedrag (met een

gezamenlijke waarde 5347,80 euro), in ieder geval geld,

de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding of de

verplaatsing heeft verborgen of verhuld, dan wel heeft verborgen of verhuld

wie de rechthebbende op dat/die voorwerp(en) was of die/dat voorwerp(en)

voorhanden heeft gehad, terwijl hij wist (althans redelijkerwijs kon

vermoeden) dat het voorwerp (onmiddellijk of middellijk) afkomstig was uit

enig misdrijf

en/of

van (een) voorwerp(en), te weten een geldbedrag (met een

gezamenlijke waarde van 5347,89 euro), in ieder geval geld,

heeft verworven, voorhanden heeft gehad, en/of heeft overgedragen of omgezet

of van dat/die voorwerp(en) gebruik heeft gemaakt, terwijl hij wist (althans

redelijkerwijs kon vermoeden) dat het/die voorwerp(en) (onmiddellijk of

middellijk) afkomstig was/waren uit enig misdrijf;

4.

hij op of omstreeks 9 februari 2012,

te of bij Breezanddijk en/of te of bij Kornwerderzand, althans in de gemeente

Súdwest Fryslân, in elk geval in Nederland,

een wapen van categorie I, onder ten 3e, te weten een boksbeugel, voorhanden

heeft gehad en/of gedragen en/of vervoerd;

5.

hij op of omstreeks 9 februari 2012,

te Gouda, althans in de gemeente Gouda, in elk geval in Nederland,

opzettelijk een radiozendapparaat,

te weten een GSM- en UMTS- 'jammer' en 'blocker', zijnde een apparaat, bedoeld

om het mobiele telefoonverkeer in GSM- en UMTS- frequentiebanden in de directe

omgeving van het apparaat geheel onmogelijk te maken door het uitzenden van

een (breedbandig) stoorsignaal,

aanwezig heeft gehad,

terwijl voor het gebruik aan de houder van dat radiozendapparaat op grond van

hoofdstuk 3 van de Telecommunicatiewet geen vergunning voor het gebruik van

frequentieruimte was verleend.

In de tenlastelegging voorkomende schrijffouten of kennelijke misslagen worden verbeterd gelezen. De verdachte is hierdoor niet in zijn belangen geschaad.

Vordering officier van justitie

De officier van justitie heeft ter terechtzitting gevorderd:

- vrijspraak van het onder 3. ten laste gelegde;

- veroordeling voor het onder 1. primair, 2., 4. en 5. ten laste gelegde;

- oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van acht jaren, met aftrek van de tijd die verdachte heeft doorgebracht in voorlopige hechtenis;

- teruggave aan verdachte van het inbeslaggenomen geldbedrag van € 5.347,80.

Beoordeling van het bewijs

De rechtbank is, met de officier van justitie en de raadsman, van oordeel dat het onder 3. ten laste gelegde feit niet wettig en overtuigend kan worden bewezen. De rechtbank spreekt verdachte hiervan vrij.

Ten aanzien van het onder 1. en 2. ten laste gelegde heeft de raadsman tevens gemotiveerd vrijspraak bepleit.

De raadsman heeft aangevoerd dat niet kan worden vastgesteld dat verdachte de man is die door aangeefster wordt omschreven als 'de lange Nederlander'.

De rechtbank overweegt daaromtrent als volgt.

De raadsman voert terecht aan dat de door aangeefster genoemde lengte van de Nederlandse man, te weten 1.90 meter, niet overeenkomt met verdachte, die 1.78 meter meet. Naar het oordeel van de rechtbank blijkt echter uit het dossier dat de overige kenmerken, te weten ongeveer 40 jaar oud, tatoeages in de nek en op de handen, Rotterdams accent en zwart, iets grijzend haar, wel van toepassing zijn op verdachte. Daarbij is op een koffiemok die in de woning van aangeefster stond een dactyloscopisch spoor en een DNA-profiel aangetroffen. Beide sporen worden gematcht aan verdachte. Gelet op de verklaring van aangeefster dat zij de vaat altijd snel opruimt en het gebrek aan verklaring voor de herkomst van deze sporen van de kant van de verdediging, is naar het oordeel van de rechtbank niet aannemelijk geworden dat het DNA en het dactyloscopisch spoor voor 10 april 2011 zijn achtergelaten. De rechtbank acht bewezen dat verdachte op 10 en 11 april 2011 in de woning van aangeefster is geweest.

Subsidiair voert de raadsman aan dat er geen sprake is van medeplegen van wederrechtelijke vrijheidsberoving, omdat aangeefster heeft aangegeven dat juist verdachte steeds aardig voor haar was en omdat zij te allen tijde had kunnen vluchten.

De rechtbank overweegt daaromtrent als volgt.

Voor het aannemen van medeplegen is vereist dat verdachte nauw en bewust heeft samengewerkt met zijn medeverdachten. Uit de verklaring van aangeefster blijkt dat er drie mannen in haar woning waren. Dat een Nederlandse en in ieder geval één Engels sprekende man in de woning waren, blijkt uit de telefoontaps. Volgens aangeefster bedreigden de twee Engelse mannen haar. De derde Nederlandse man, waarvan de rechtbank hiervoor heeft overwogen dat het verdachte is, was relatief aardig. Dit acht de rechtbank echter onvoldoende om tot het oordeel te komen dat verdachte niet schuldig is aan het medeplegen van de wederrechtelijke vrijheidsberoving. Verdachte was immers de persoon die als eerste in de woning aankwam en die de twee medeverdachten heeft binnengelaten. Van de ernstige bedreigingen die de twee medeverdachten tegen aangeefster hebben geuit, heeft verdachte zich op geen enkel moment gedistantieerd. In de nacht van 10 op 11 april 2012 is verdachte in de woning van aangeefster achtergebleven om te voorkomen dat ze zou vluchten. De volgende ochtend is hij met de aangeefster naar Lemmer gereden om daar te overleggen met zijn mededaders. Ook in Lemmer is aangeefster ernstig bedreigd door de Engelstalige mededaders, hetgeen door verdachte werd benadrukt met de woorden 'snap je nu wat de consequenties zijn'. Verdachte heeft dus mede gebruikgemaakt van de dreiging en overmacht die van hem en zijn mededaders uitging. De rechtbank acht bewezen dat verdachte nauw en bewust samenwerkte met de medeverdachten en dat er derhalve sprake is van medeplegen.

Dat aangeefster zo bang was dat ze niet durfde te vluchten, ook al had ze daartoe soms gelegenheid, acht de rechtbank aannemelijk. In de woning had ze de verantwoordelijkheid over haar jonge kind, dat ze niet zonder risico kon achterlaten. Na het afzetten van dat kind bij haar schoonouders, had ze zich volgens de raadsman in de woning van de schoonouders kunnen verschansen. Gelet op de overmacht van de avond ervoor -drie mannen tegen één vrouw- de kennis die de daders hadden over haar verblijfplaats en die van haar schoonouders en kind en op de omstandigheid dat aangeefster meende dat verdachte lid is van de Hells Angels, neemt de rechtbank aan dat aangeefster zo bang was dat ze niet durfde te vluchten uit angst voor de mogelijke gevolgen. De rechtbank oordeelt dat aangeefster aldus wederrechtelijk van haar vrijheid is beroofd en beroofd gehouden. De rechtbank acht het onder 1. primair ten laste gelegde feit dan ook wettig en overtuigend bewezen. De rechtbank is van oordeel dat de bedreiging met een vuurwapen niet bewezen kan worden.

Voor de bewezenverklaring van de onder 2. ten laste gelegde deelname aan een criminele organisatie is vereist dat komt vast te staan dat verdachte heeft deelgenomen aan een gestructureerd en duurzaam samenwerkingsverband dat als doel had om -kort gezegd- in drugs te handelen. De rechtbank overweegt dat vast staat dat in de woning van [naam 1] een grote hoeveelheid verdovende middelen is aangetroffen. Uit het dossier blijkt ook het vermoeden dat deze [naam 1] met anderen bezig was met het organiseren van een of meerdere drugstransporten naar Engeland, hetgeen valt aan te merken als activiteiten van een criminele organisatie. De rechtbank is van oordeel dat uit de enkele betrokkenheid van verdachte bij de wederrechtelijke vrijheidsberoving van [slachtoffer] echter niet zonder meer volgt dat verdachte duurzaam betrokken was bij deze organisatie. Ook overigens is de rechtbank niet gebleken dat verdachte betrokken was bij deze organisatie. De rechtbank spreekt verdachte derhalve vrij van het onder 2. ten laste gelegde.

De rechtbank acht de onder 4. en 5. ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen.

De rechtbank past met betrekking tot de onder 1. primair, 4. en 5. ten laste gelegde feiten de hierna te noemen bewijsmiddelen1 toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder weergegeven.

1. De verklaring van aangeefster [slachtoffer]2, inhoudende:

Zondag kreeg ik een sms'je op een ander toestel wat nog in de woning aanwezig was. Daar stond op: 'Kan ik je zien?' Ik heb toen teruggestuurd 'Jawel', maar dat ik met mijn zoon zat. Toen is er op gereageerd: 'Okai, tot straks.' Ik denk dat ik dat sms'je rond 12:00 uur kreeg. Van wie het toestel was weet ik niet. Het was een zwarte Nokia telefoon. Deze GSM lag in een boodschappentas in de keuken. De boodschappentas lag op de kinderwagen.

Om 14:30 uur zag ik dat er een man aan kwam lopen. De man liep via de zijkant van de woning naar de achterdeur. Ik liep vervolgens naar achteren en liet de man binnen. De man stelde zich niet voor. Het eerste wat hij vroeg wat er de vorige dag gebeurd was en waarom [naam 1] gearresteerd was. Ik vertelde hem toen het hele verhaal dat [naam 1] voor diefstal en geweldpleging gearresteerd was en dat er voorwerpen waren meegenomen plus drie dozen. Ik zal u nu een signalement van deze man geven: leeftijd schat ik op begin veertig. Breed gespierd postuur. Hij had kort stekelig zwart/iets grijzend haar. Een stoppelbaardje een soort ringbaardje. De man had een blanke huidskleur en sprak volgens mij met een Rotterdams accent. De man had een grote tatoeage van de Hells Angels in zijn hals (adelaar). Verder had de man tatoeages op zijn handen; hij had letters op zijn knokkels. Ik kan mij de letters niet meer herinneren. De man was gekleed in een donkergrijze spijkerbroek met allemaal zakken en een grijs vest met rode biezen.

Op het moment dat ik het verhaal verteld had, zag ik dat er nog twee mannen aankwamen. De man die al bij mij was, ging naar de achterdeur en liet die twee mannen binnen. Toen deze mannen binnen waren, werd het mij duidelijk dat deze mannen Engels spraken. Deze twee mannen wilden dat ik het hele verhaal van zaterdag nog eens vertelde. Ik moest dit in het Engels doen. Op het moment dat ik vertelde dat de politie onder andere drie dozen had meegenomen, vlogen ze naar de voorkamer en deden alle rolgordijnen dicht. Ik moest toen met mijn zoontje [naam 2] van 2 jaar op de bank in de voorkamer gaan zitten. Ik zal u nu een signalement geven van de twee Engelse mannen.

Man 1: lengte ongeveer 1.65 lang, smal postuur, leeftijd begin of midden 30. Deze man had een witte pet op. Smal blank gezicht zonder snor of baard. Deze man had doordringende gemene blauwe ogen. Hij sprak echt goed Engels. Het leek wel of hij een Iers accent had. De man was gekleed in een wit T-shirt, lichtblauwe spijkerbroek en sportschoenen.

Man 2: Deze man sprak Engels maar kon ook Nederlands. Leeftijd begin 50 lengte ongeveer 1.70 meter een smal postuur. Deze man had een getinte, zonnebankbruine kleur. Hij droeg een donkere zonnebril. Deze man droeg een blauwe pet. Volgens mij had de man donker haar. Deze man droeg een blauw vest en een donkere broek.

Toen ik met [naam 2] op de bank zat begonnen de mannen mij te ondervragen. De twee Engelsen voerden het woord. De lange man bemoeide zich er pas mee als ik iets niet snapte. De kleine man zei dat hij mij niet geloofde. Hij zei dat mijn huis nooit door de politie was doorzocht want ze vonden het huis veel te netjes. Ze vonden het heel ongeloofwaardig dat de drie dozen door de politie waren meegenomen. Ik moest met het 0900nummer van de politie bellen om te vragen waar [naam 1] vast zit. Ik heb de politie daadwerkelijk gebeld. Ik heb gebeld met de vaste telefoon. Terwijl ik aan het bellen was, stond de telefoon op de luidspreker. De mannen konden dus meeluisteren. In eerste instantie geloofden ze niet dat [naam 1] door de politie opgepakt was. Ze dachten dat hij er met de spullen vandoor was. Na het telefoontje met de politie geloofden ze wel dat [naam 1] was opgepakt. Man 1, de kleine man, begon toen nerveus door de kamer te lopen. Hij schreeuwde naar mij dat ik een leugenaar was en dat ik de waarheid moest vertellen. Hij zei dat hij mijn kind zou verdrinken in mijn bijzijn en dat hij mij en [naam 2] in stukken zou snijden en ons zou dumpen. Ook dreigde hij om mij mee te nemen naar een loods. Dit bespraken de drie mannen met elkaar. Door alle drie mannen werd het gehele huis doorzocht en ze lieten een grote troep achter. Ze hebben zelfs de schuur doorzocht waar de honden in zaten. Ik hoorde dat ze aan het bespreken waren wat ze met mij moesten doen. Ze waren toen constant tegen mij aan het schreeuwen. Ik hoorde dat ze besloten dat één van de mannen bij mij zou blijven in de woning onder voorbehoud dat ik niet zou gaan schreeuwen om de politie te waarschuwen. Wanneer ik dat wel zou gaan doen dan zou mijn leven in gevaar komen. Niet alleen zouden ze mij en [naam 2] doden maar ook mijn schoonouders, schoonzusje en [naam 1]. Ik mocht absoluut geen contact met de politie maken. De man die bij mij bleef, was de lange Nederlander. Hij zou bij mij blijven om bewijs te zoeken dat ik niet loog. Ik moest zorgen dat ik een papier kreeg waarop stond dat de dozen in beslag genomen waren. Op een gegeven moment het was toen volgens mij rond 18:00 uur, [naam 2] moest namelijk eten, gingen de twee Engelse mannen weg. In de tijd tussen 14:30 en 18:00 uur moest ik van de mannen een vriend van [naam 1] bellen die kon bevestigen dat de dozen door de politie meegenomen waren. Ik belde toen met een goede vriend van [naam 1] genaamd [naam 3]. Ik belde hem met de vaste lijn. Hij nam de telefoon echter niet op. Er werd toen afgesproken dat ik een dag de tijd kreeg om contact op te nemen met de advocaat van [naam 1] en om te regelen dat ik papieren zou krijgen waarin stond dat de dozen met inhoud door de politie in beslag waren genomen.

De man die bij mij bleef, de lange Nederlandse man is tot vanmorgen bij mij gebleven. Ik mocht naar de slaapkamer en [naam 2] mocht ook naar zijn eigen kamer. De man bleef beneden in de woonkamer. Voor ik naar boven ging, zei die man tegen mij dat ik niet bang moest zijn en dat het wel goed kwam. Hij zei dat hij bij mij bleef om te voorkomen dat ik zou vluchten en om er voor te zorgen dat ik bewijs in handen kreeg dat aangaf dat de politie de drie dozen in beslag hadden genomen.

Ik heb die nacht niet geslapen. Ik hoorde steeds of er niets met mijn zoontje gebeurde. Vanmorgen, maandag 11 april 2011, volgens mij was het half acht, ben ik samen met mijn zoontje [naam 2] naar beneden gegaan. Ik hoorde dat de man die de hele nacht was gebleven, gebeld werd. Ik moest op internet op allerlei verschillende sites kijken of er ook iets te vinden was over de arrestatie van [naam 1] en of er ook iets inbeslaggenomen was. Ik kon er echter niets over vinden. Vervolgens moest ik weer met de politie bellen om te vragen wie de advocaat van [naam 1] was. Ik belde met 0900-8844. Ik belde met de vaste telefoon. Ik werd doorverbonden met de politie in Drachten. Ze vertelden mij dat [naam 1] advocaat [naam 4] had. Het was een pro Deo advocaat. Ik kon pas om 9:30 uur met deze advocaat bellen. Ik moest toen de naam en het adres van deze advocaat opschrijven. Daar het een pro Deo advocaat was, wist ik wel dat advocaat [naam 5] de zaak van [naam 1] zou overnemen. Dit vertelde ik de man ook. Ik moest toen ook deze naam en het adres opschrijven. De man zei toen tegen mij 'wacht maar met bellen, we rijden wel naar Lemmer, dan kan je onderweg wel bellen.' We zijn toen in onze auto, een blauwe BMW, naar Lemmer gereden. Eerst heb ik mijn zoontje [naam 2] bij mijn schoonouders gebracht. Onderweg naar Lemmer belde ik met advocaat [naam 4]. Die was er echter niet. Ik kon pas de volgende dag contact met hem opnemen. De lange Nederlander was de bestuurder van onze auto. Toen we bij Lemmer waren, zijn we naar de McDonald's gereden. Op een klein parkeerterreintje waar een plattegrondbord staat, moest ik stoppen. Ik moest van de Nederlandse man met advocaat [naam 5] bellen om te vragen om bewijzen van de in beslag name van de dozen. Mr. [naam 5] zei dat ze daar niet voor kon zorgen omdat de zaak nog in een beginnend stadium was. De Nederlandse man luisterde steeds mee. Ik bemerkte toen dat er een auto achter ons kwam staan. Ik zag dat de twee Engelse mannen in die auto zaten. Het was een grijze auto. Toen ik uitgesproken was met mr. [naam 5] stapte de lange Nederlandse man uit. Hij nam de autosleutels mee en deed de portieren van de auto waarin ik zat op slot. Hij liep vervolgens naar de twee Engelse mannen. Ze hebben toen alle drie ongeveer een halfuur in het hokje gezeten waar de plattegrond op hing. De Nederlandse man kwam vervolgens weer bij mij terug. Hij gaf een telefoon, merk Nokia en zei tegen mij 'we proberen jou nou te geloven, niet bang zijn, morgen moet je de advocaat bellen en een afspraak maken. Dan moet je mij sms'en met de telefoon die je net gekregen hebt, met daarin de tijd van de afspraak zodat ik voor de tijd hier in Lemmer je kan oppikken.' Toen kwam de kleine Engelse man weer naar mij en zei in het Engels tegen mij dat ik de politie niet moest waarschuwen, wanneer ik dat wel deed en wanneer ik morgen geen papieren zou hebben dan werd ik en mijn familie van kant gemaakt. Tevens zei hij dat er al een hele groep mensen deze kant op kwam om mij en mijn familie te pakken als ik mij niet aan hun regels hield. De lange Nederlandse man zei nog eens tegen mij 'snap je nu wat de consequenties zijn.' Het gesprek was toen afgelopen. Ik kreeg de sleutels van de auto terug. De drie mannen zijn toen in de auto gestapt en met een rotgang weggereden.

Ik ben nog vergeten te vertellen, dat mijn schoonouders bij mij zijn geweest die avond. Ze zijn binnen geweest en hebben de man gezien en zich voorgesteld. Ze zijn volgens mij 10 minuten geweest en zijn toen weer weggegaan. Ik heb niet de kans gehad om hun te waarschuwen wat er gaande was. Het kan zijn, dat hij zich toen [voornaam] of zoiets noemde.

Door het hele gebeuren ben ik geruime tijd van mijn vrijheid beroofd. Ik kon geen kant op, want als ik al zou vluchten, zou ik mijn zoon achter moeten laten en dat doe ik nooit.

2. De verklaring van [naam 6] en [naam 7]3, inhoudende:

We zijn naar [slachtoffer] gegaan en toen we daar kwamen was [slachtoffer] thuis. Ik denk dat we daar rond 20.00 uur en 20.30 uur waren, want ik moest de nachtdienst in dus we waren ook niet van plan lang te blijven. Mijn vrouw en ik kwamen daar en toen we bij haar waren, zagen wij dat [slachtoffer] thuis was. [naam 2] hebben we niet gezien. We zagen dat er nog een onbekende man bij [slachtoffer] in de woning was. Hij heeft niet aan het gesprek tussen [slachtoffer] en ons deelgenomen en zich daar niet mee bemoeid. Hij was wat aan het televisiekijken. Hij heeft wel een hand gegeven, maar hij mompelde wat. We kunnen ons geen naam herinneren van die man.

De volgende dag heeft [slachtoffer] [naam 2] bij ons gebracht. Mijn man lag nog op bed. Die heeft haar niet gezien. Ze bracht [naam 2] met het verzoek even op te passen. Het was die maandagmorgen. Ik weet dat ze rond de middag weer bij ons was. [slachtoffer] was met haar eigen auto, de BMW en daarin is ze ook weer teruggekomen. Ik heb gezien dat er iemand bij [slachtoffer] in de auto zat. De auto stond iets verder op straat, niet bij ons op de oprit. Ze vertelde dat er iemand met haar meeging, ze moest iets met papieren voor een advocaat. Ik ging er vanuit dat die man die zondagavond bij haar was, mee ging, maar dat heb ik niet gezien.

3. De verklaring van [naam 8]4, inhoudende:

Op 11 april 2011 werd een verklaring opgenomen van [slachtoffer]. Het bleek dat zij tegen haar wil werd vastgehouden in haar woning. In haar woning had een van de verdachten koffie genuttigd uit een drinkbeker.

4. De verklaring van [naam 9]5, inhoudende:

Op 12 april 2011 zijn met toestemming van [slachtoffer] drie koffiemokken in haar woning in beslag genomen. Met behulp van DNA-kits heb ik de mokken veilig gesteld.

5. De verklaring van [naam 10]6, inhoudende:

Op 12 april 2011 ontving ik van [naam 8], inspecteur van politie Fryslan, drie DNA-kits met in elk een sporendrager die door hem waren veiliggesteld tijdens een onderzoek ingevolge gijzeling cq. wederrechtelijke vrijheidsberoving. De veiliggestelde koffiebekers en het theelepeltje werden door mij op DNA-sporen bemonsterd. Op de koffiebeker voorzien van SIN nummer AABG3478NL werd een bruikbaar dactyloscopisch spoor aangetroffen.

Sporenlijst

Het in de onderstaande sporenlijst vermelde sporenmateriaal werd veiliggesteld en gewaarmerkt.

Sporendragers:

Uniek goednummer : PL02N3-2011032519-1355707

Object : Servies

Aantal/eenheid : 1 Mok

Land : Nederland

SIN : AABG3482NL

Bijzonderheden : Bruine koffiebeker uit DNA-kit 501311

Bemonstering

Spoor : 81693

SIN : AABG3478NL

Referentie : AABG3478NL

Soort : Speeksel

Wijze veiligstellen : Wattenstaafje

Veiligstellen : Drinkrand bruine koffiebeker

5. De verklaring van [naam 10]7, inhoudende:

In het proces-verbaal voorzien van volgnummer 48 werd door mij vermeld dat er in de DNA-kit voorzien van nummer 501311 een bruine koffiebeker werd aangetroffen. Abusievelijk was bij deze koffiebeker een foutieve SIN ingevoerd: AABG3478NL. De juiste SIN, behorende bij de bruine koffiebeker heeft als nummer: AABG3482NL. Op deze bruine koffiebeker werd naast een dactyloscopisch spoor: SIN AADJ0787NL, een DNA (speeksel)spoor aangetroffen wat werd voorzien van SIN: AABG3478NL.

7. De verklaring van NFI deskundige dr. [naam 11]8, inhoudende:

Overzicht te onderzoeken materiaal

SINOmschrijvingAABG3478NL bemonstering van een koffiebeter AABG3482NL

In de bemonstering AABG3478NL is een aanwijzing verkregen voor de aanwezigheid van speeksel. De bemonstering is als AABG3478NL#01 veiliggesteld voor een DNA-onderzoek.

Het DNA-profiel van het celmateriaal in de bemonstering AABG3478NL#01 van een koffiebeker is op 30 mei 2011 opgenomen in de Nederlandse DNA-databank voor strafzaken en wordt sindsdien vergeleken met daarin aanwezige DNA-profielen. Bij deze vergelijking is een match gevonden met het DNA-profiel van [verdachte], RAAK9605NL (geboren op [geboortedatum] 1966). Dit betekent dat het celmateriaal in de bemonstering AABG3478NL#01 afkomstig kan zijn van [verdachte]. De berekende frequentie van het DNA-profiel van het celmateriaal vin de bemonstering AABG3478NL#01 is kleiner dan één op één miljard. Ofwel, de kans dat het DNA-profiel van een willekeurig gekozen man matcht met dit DNA-profiel is kleiner dan één op één miljard.

8. De verklaring van [naam 12]9, inhoudende:

Het spoor met SIN AADJ0787NL aangetroffen op 'koffiemok', is na toepassing van de meervoudige procedure, geïdentificeerd op een afdruk van de linkerduim, voorkomend op het vingerafdrukkenblad van [verdachte].

9. De verklaring van [naam 13]10, inhoudende:

Zondagmiddag kreeg ik telefoon. Ik kreeg een man aan de lijn die zich [voornaam] noemde. De man zei: 'ik zoek [naam 1].' Ik zei dat ik [naam 13] was. Ik zei toen: 'Waar bel je voor? Voor de advertentie op Marktplaats?' Daarna verbrak hij de verbinding.

Ik zag op de display dat het een nummer uit Oosterwolde was. Ik belde het nummer terug. Ik kreeg weer dezelfde man aan de lijn. Hij nam op met: 'Hallo'. Ik vroeg 'met wie?'. Met [voornaam]. Ik zei dat het weer met [naam 13] was en ik vroeg of hij iets wilde weten over de advertentie op Marktplaats. Dat wilde hij niet weten. Hij zocht naar [naam 1]. Ik keek toen weer naar het nummer en herkende het nummer van [slachtoffer].

10. Het schriftelijk bescheid, te weten een tapverslag11, inhoudende de opmerkingen:

Tijdstip: 10-04-2011 16:02:24 uitgaand gesprek.

Telefoon gaat over. Op de achtergrond is iemand te horen die Engels spreekt en een vrouwenstem.

Dan neemt een man op met '[naam]'. Dan zegt een NN man die zichzelf [voornaam] noemt en een Zuid-Nederlands accent heeft:

R: Good day, je spreekt met [voornaam]. Ik ben op zoek naar [naam 1].

A: Ja dat ben ik, dat klopt.

R: He?

A: Spreek je mee [voornaam]!

R: Met [naam 13]?

A: Ja.

R: Welke [naam 13] spreek ik mee?

A: [naam 13]. [naam 13].

Gesprek afgebroken.

Tijdstip: 10-04-2011 16:04:40 inkomend gesprek.

[naam 13] belt [voornaam].

A. zegt dat R. net gebeld had.

R. zegt dat hij op zoek is naar [naam 1].

A: Oh, [naam 1]. A. zegt dat hij [naam 13] is en vraagt of het over Marktplaats gaat.

Dan wordt het gesprek afgebroken.

11. De verklaring van verbalisanten met codenummer AOE NON 017 en AOE NON 02912, inhoudende:

Op 9 februari 2012 hebben wij op de Rijksweg A7 Zuid, ter hoogte van hectometerpaal 92.4 bij Breezanddijk/Kornwerderzand aangehouden [verdachte]. Na de aanhouding werd verdachte aan een veiligheidsfouillering onderworpen. Hierbij troffen wij bij verdachte een boksbeugel aan. Deze zaak is door ons overgedragen aan het onderzoeksteam te Drachten.

12. De verklaring van verbalisant [naam 14]13, inhoudende:

Op 14 februari 2012 heb ik een onderzoek ingesteld naar een onder [verdachte] inbeslaggenomen voorwerp, gelijkend op een wapen, te weten een boksbeugel. Hierbij zag ik het volgende:

Dit voorwerp betreft een boksbeugel met een aantal om de vingers sluitende ringen, te weten een viertal ringen met uitsteeksels. Daarom is deze boksbeugel een wapen in de zin van artikel 2 lid 1, categorie I onder 3 van de Wet wapens en munitie. Het voorhanden hebben van een dergelijk wapen van de categorie I is strafbaar gesteld in artikel 13 lid 1 in verband met artikel 55 lid 1 van de Wet wapens en munitie.

13. De verklaring van rechter-commissaris [rc] en griffier [gr]k14, inhoudende:

Op 9 februari 2012 hebben wij in het onderzoek tegen [verdachte], wonende te [adres] een doorzoeking ter inbeslagneming gedaan in de woning aan de [adres] Tijdens de doorzoeking heeft de rechter-commissaris voorwerpen in beslag genomen. Deze voorwerpen zijn vermeld op een aan dit proces-verbaal gehechte lijst (bijlage 1).

Lijstnummer 1:

2. Omschrijving: Jammer. Vindplaats: slaapkamer.

14. De verklaring van [naam 14]15, inhoudende:

Op 9 februari 2012 werd binnengetreden in de woning [adres]. Omstreeks 19.40 uur, werd door de rechter-commissaris [rc] de doorzoeking geopend. Tijdens de doorzoeking werd een portable mobile signal jammer in de woning aangetroffen en in beslag genomen. Na de doorzoeking werd dit in beslag genomen voorwerp door de rechter-commissaris voor nader onderzoek overgedragen aan Politie Friesland.

15. De verklaring van [naam 15]16, inhoudende:

Ik heb op 10 april 2012 een apparaat technisch onderzocht op haar eigenschappen. Het apparaat werd door Politie Fryslân in beslag genomen onder [verdachte]. Uit het technisch onderzoek van het mij ter beschikking gestelde apparaat bleken de volgende feiten en omstandigheden.

Het apparaat is voorzien van drie antennes welke door middel van coaxiale pluggen aan het apparaat zijn geschroefd en krijgt voedingsspanning van een ingebouwde accu. Op basis van wat ik zag, vond ik het aannemelijk dat dit een radiozendapparaat betrof als bedoeld in artikel 1.1 onder kk van de Telecommunicatiewet. Om de aard en werking van het radiozendapparaat vast te stellen, heb ik het technisch onderzocht op diens werking in het frequentiespectrum. De daarvoor door mij gebruikte meetapparatuur is gekalibreerd en voldoet daardoor aan de gestelde kwaliteitseisen.

Bij inschakeling is duidelijk de breedbandige verstoring in het spectrum te zien rond GSM 900 MHz en een verstoring waarbinnen zich GSM 1800 MHz en UMTS bevindt. Ook wordt het GPS (1575 HMz) en Wifi (2450 HMz) verstoord.

Op basis van deze waarnemingen concludeer ik dat het apparaat een 3 band mobiele telefoon-jammer betreft, bestemd voor het uitzenden van radiocommunicatiesignalen met grote bandbreedte, liggende in de mobiele netwerkbanden. Het apparaat is gebouwd en ontworpen om mobiel telefoonverkeer te verstoren op frequentiebanden in de 9000 en 18000 MHz, zijnde de GSM-1 en GSM-2 band en de UMTS band van 2100 tot 2200 MHz. Het stoorbereik van deze jammer is, op basis van wat ik zag toen het apparaat was ingeschakeld, vermoedelijk enkele tientallen meters.

Het aanleggen, geheel of gedeeltelijk aangelegd aanwezig hebben of gebruik van radiozendapparaten is slechts toegestaan indien voor het gebruik ervan aan de houder van die radiozendapparaten op grond van artikel 3.3, lid 1 van de Telecommunicatiewet een vergunning is verleend voor het gebruik van frequentieruimte, dan wel vrijstelling is verleend ingevolge artikel 10.9, lid 2 van dezelfde wet. Na raadpleging van het vergunningenbestand bij het Agentschap Telecom stelde ik vast dat in voornoemde situatie geen, krachtens de Telecommunicatiewet vereiste, vergunning is verleend voor het gebruik van een jammer. De vrijstelling ingevolge artikel 10.9, lid 2 en het bepaalde in artikel 10.17, lid 1 van de Telecommunicatiewet is niet van toepassing.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht het onder 1. primair, 4. en 5. ten laste gelegde bewezen, met dien verstande dat:

1. Primair

hij in de periode van 10 april 2011 tot en met 11 april 2011, te Oosterwolde en te Lemmer, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk [slachtoffer] en haar kind wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en beroofd gehouden, doordat hij, verdachte, en zijn mededaders met dat opzet:

- voornoemde [slachtoffer] hebben opgezocht in haar woning en

- vervolgens die [slachtoffer] en haar kind meermalen opzettelijk hebben bedreigd met onder meer de woorden "Ik verdrink je kind in jouw bijzijn" en "Ik snijd jou en je kind in stukken en dump jullie", en

- vervolgens de gehele woning en schuur van die [slachtoffer] hebben doorzocht en

- die [slachtoffer] telkens te kennen hebben gegeven dat ze een dag de tijd kreeg om te regelen dat ze een bewijsstuk kreeg waaruit zou blijken dat de partij drugs door de politie was inbeslaggenomen,

waarbij verdachte in die woning gedurende de nacht is gebleven teneinde te voorkomen dat die [slachtoffer] zou vluchten, waarbij die [slachtoffer] telkens te kennen is gegeven dat ze niemand mocht waarschuwen en die [slachtoffer] vervolgens heeft meegenomen in een personenauto en die personenauto gedurende enige tijd heeft afgesloten,

en op bovenomschreven wijze een situatie voor die [slachtoffer] hebben gecreëerd waarin die [slachtoffer] zich niet kon en durfde te onttrekken aan de intimiderende en bedreigende invloedssfeer van verdachten en aldus die [slachtoffer] hebben belet zich vrijelijk te bewegen en vrijelijk de woning en die personenauto te verlaten;

4.

hij op 9 februari 2012, bij Breezanddijk en bij Kornwerderzand, in de gemeente Súdwest Fryslân, een wapen van categorie I, onder 3e, te weten een boksbeugel, voorhanden heeft gehad en gedragen;

5.

hij op 9 februari 2012, te Gouda, in de gemeente Gouda, opzettelijk een radiozendapparaat, te weten een GSM- en UMTS- 'jammer', zijnde een apparaat, bedoeld om het mobiele telefoonverkeer in GSM- en UMTS- frequentiebanden in de directe omgeving van het apparaat geheel onmogelijk te maken door het uitzenden van een breedbandig stoorsignaal, aanwezig heeft gehad, terwijl voor het gebruik aan de houder van dat radiozendapparaat op grond van hoofdstuk 3 van de Telecommunicatiewet geen vergunning voor het gebruik van frequentieruimte was verleend.

De verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op de misdrijven:

1. Primair: Medeplegen van opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven en beroofd houden.

4.: Handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.

5.: Overtreding van een voorschrift gesteld bij artikel 10.9 van de Telecommunicatiewet.

Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

De rechtbank neemt bij de bepaling van de hierna te vermelden strafsoort en strafmaat in aanmerking:

- de aard en de ernst van de gepleegde feiten;

- de omstandigheden waaronder deze zijn begaan;

- de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken en deze naar voren komt uit het uittreksel uit de justitiële documentatie en het reclasseringsadvies;

- de vordering van de officier van justitie;

- het pleidooi van de raadsman.

Verdachte heeft zich in vereniging met anderen gedurende meer dan een dag schuldig gemaakt aan opzettelijke vrijheidsberoving van een vrouw en haar nog zeer jonge kind. De vrouw en haar kind werden daarbij meermalen mondeling met de dood bedreigd; aldus werd de vrouw dusdanig angst aangejaagd dat zij vreesde voor haar leven en dat van haar kind. Het motief voor het handelen van verdachte en zijn mededaders was erin gelegen via de vrouw te weten te komen waar een grote partij verdovende middelen was gebleven die kort voor de vrijheidsberoving door de partner van de vrouw in hun gezamenlijke woning was opgeslagen. Zowel de vrijheidsberoving zelf als het motief daarvoor zijn te bestempelen als kenmerkend voor zeer ernstige criminaliteit. Niet alleen is het slachtoffer doodsangst aangejaagd en is haar huisrecht op grove wijze geschonden, ook de rechtsorde is door verdachtes handelen ernstig geschokt.

Voorts bleek verdachte in het bezit van een verboden wapen, te weten een boksbeugel, en beschikte hij opzettelijk over een verboden radiozendapparaat waarmee mobiel telefoonverkeer kon worden verstoord.

Uit een uittreksel uit de justitiële documentatie betreffende verdachte blijkt dat hij meermalen terzake geweldsdelicten is veroordeeld waaronder in het verleden eenmaal voor het medeplegen van moord. Verdachte heeft geen enkel inzicht willen verschaffen in zijn persoonlijke omstandigheden zodat de rechtbank daarmee geen rekening kan houden.

Alles afwegende zal de rechtbank verdachte veroordelen tot een gevangenisstraf van vier jaren.

Inbeslaggenomen goederen

De rechtbank acht het inbeslaggenomen geldbedrag vatbaar voor teruggave aan verdachte.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 47, 57 en 282 van het Wetboek van Strafrecht, de artikelen 13 en 55 van de Wet wapens en munitie, artikel 10.9 van de Telecommunicatiewet en de artikelen 1 en 6 van de Wet op de Economische delicten zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

DE UITSPRAAK VAN DE RECHTBANK LUIDT, RECHTDOENDE:

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte onder 2. en 3. is ten laste gelegd en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1. primair, 4. en 5. ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar in voege als voormeld en verdachte deswege strafbaar.

Veroordeelt verdachte te dier zake tot:

Een gevangenisstraf voor de duur van vier jaren.

Gelast de teruggave aan verdachte van het inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven geldbedrag van € 5.347,80.

Beveelt dat de tijd door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en/of voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezenverklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Dit vonnis is gewezen door mr. K. Post, voorzitter, mr. P.F.E. Geerlings en mr. M.A.A. van Capelle rechters, bijgestaan door M. Heerschop, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 4 september 2012.

--------------------------------------------------------------------------------

1 De genoemde processen-verbaal zijn in de wettelijke vorm op ambtseed en door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren opgemaakt; de genoemde pagina's bevinden zich in het doorgenummerde proces-verbaal met OPS-dossiernummer PL02R2 2012014832, gesloten op 11 mei 2012.

2 Het proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer], d.d. 11 april 2011, pagina 217.

3 Het proces-verbaal van verhoor van getuigen [naam 6] en [naam 7], d.d. 15 februari 2012, pagina 236.

4 Het proces-verbaal aanvraag DNA onderzoek, opgemaakt door [naam 8], d.d. 14 april 2011, pagina 295.

5 Het proces-verbaal van kennisgeving van inbeslagname, d.d. 13 april 2011, pagina 298.

6 Het proces-verbaal van ontvangen DNA-kit, opgemaakt door [naam 10], d.d. 28 april 2011, pagina 300.

7 Het aanvullend proces-verbaal, opgemaakt door [naam 10], d.d. 15 juni 2012, pagina 5 van het proces-verbaal van aanvulling.

8 Een NFI rapport Onderzoek naar biologische sporen en DNA onderzoek, d.d. 9 juni 2012, pagina 313.

9 Een brief van de KLPD, Dienst IPOL FI-d/Dactyloscopie, d.d. 23 april 2012.

10 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [naam 13], d.d. 1 maart 2012, pagina 269.

11 Relevante tapgesprekken [slachtoffer] - [naam 16] - NN mannen ([voornaam]), pagina 345.

12 Het proces-verbaal van aanhouding, opgemaakt door twee verbalisanten van het Arrestatieteam Noord en Oost Nederland, d.d. 9 februari 2012, pagina 52.

13 Het proces-verbaal van wapenherkenning, opgemaakt door brigadier van politie [naam 14], d.d. 14 februari 2012, pagina 424.

14 Het proces-verbaal van binnentreden en doorzoeking ter inbeslagneming, opgemaakt en ondertekend door de rechter-commissaris en de griffier, d.d. 21 februari 2012, pagina 193.

15 Het proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagname, opgemaakt door [naam 17] d.d. 10 april 2012, pagina 196.

16 Het proces-verbaal van bevindingen technisch onderzoek, opgemaakt door [naam 15], d.d. 10 april 2012, pagina 428.