Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLEE:2012:BX3686

Instantie
Rechtbank Leeuwarden
Datum uitspraak
06-08-2012
Datum publicatie
07-08-2012
Zaaknummer
17/880156-12 VON
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een diefstal met geweldpleging. Hij heeft al rijdende op een fiets in volle vaart een tas uit de handen gerukt van een winkelier, die onderweg was naar de bank, ten einde daar de weekopbrengst van haar winkel te storten. Verdachte had ongeveer een week van tevoren de tip gekregen dat deze winkelier na sluitingstijd geld weg bracht. Die zaterdagmiddag heeft verdachte de winkelier staan opwachten. Daarmee is sprake van een geplande roof, op klaarlichte dag begaan in het centrum van Drachten. Daarmee heeft verdachte een inbreuk gemaakt op het gevoel van veiligheid van in de eerste plaats de winkelier, maar ook van omstanders.

Uitgangspunt voor een op te leggen straf vormen de landelijke oriëntatiepunten voor straftoemeting. Het oriëntatiepunt voor het plegen van een tasjesroof met een enkele duw of ruk is een gevangenisstraf voor de duur van drie maanden. Door de officier van justitie is gewezen op het oriëntatiepunt voor een overval op een geldtransport/geldloper (met licht geweld), namelijk dertig maanden gevangenisstraf. De rechtbank kan zich vinden in de stelling van de officier van justitie dat het onderhavige feit tussen deze twee oriëntatiepunten in zit en dat het uitgangspunt voor een op te leggen straf dient te worden gezocht tussen deze twee oriëntatiepunten. Vooral de omstandigheid dat verdachte de roof heeft gepland en het doelbewust uitzoeken van een winkelier, telt daarbij mee. De rechtbank is van oordeel dat de onderhavige diefstal met geweldpleging echter meer elementen in zich draagt van een tasjesroof, dan van een overval op een geldtransport/geldloper, waarmee de rechtbank van een lagere gevangenisstraf zal uitgaan als uitgangspunt, dan de door de officier van justitie geëiste gevangenisstraf.

De rechtbank legt aan verdachte een gevangenisstraf opleggen voor de duur van negen maanden. De rechtbank zal een deel daarvan in voorwaardelijke vorm opleggen en daaraan het door de reclassering geadviseerde reclasseringstoezicht en de COVA+ training als bijzondere voorwaarde verbinden.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 14a, geldigheid: 2012-08-06
Wetboek van Strafrecht 14b, geldigheid: 2012-08-06
Wetboek van Strafrecht 14c, geldigheid: 2012-08-06
Wetboek van Strafrecht 14d, geldigheid: 2012-08-06
Wetboek van Strafrecht 312, geldigheid: 2012-08-06
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK LEEUWARDEN

Sector straf

parketnummer 17/880156-12

vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 6 augustus 2012 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1986 te [geboorteplaats],

wonende te [adres],

thans gedetineerd in PI Leeuwarden te Leeuwarden.

De rechtbank heeft gelet op het ter terechtzitting gehouden onderzoek van 23 juli 2012.

De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. A. de Haan, advocaat te Heerenveen.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

verdachte op of omstreeks 14 april 2012,

te Drachten, (althans) in de gemeente Smallingerland,

op of aan de openbare weg, te weten het straatje/steegje tussen het Moleneind

en de Markt, aldaar, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een tas (een zogenaamde big shopper) met daarin (onder meer) een (zogenaamde) seal-bag (van de ING) (inhoudende in totaal (ongeveer) 5.785,= euro) en/of een (lichtbruine)(leren) (hand)tas (inhoudende (onder meer) een portemonnee (met daarin (ongeveer) 20 euro en/of diverse (bank)passen en/of een creditcard) en/of een rijbewijs en/of een kentekenbewijs, in elk geval enig goed, (alles) geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen voornoemde [slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte

met kracht die tas uit de hand(en) van die [slachtoffer] heeft gerukt/getrokken (zulks

terwijl verdachte op een fiets bij die [slachtoffer] (langs)reed, althans zich op een

fiets bevond).

In de tenlastelegging voorkomende schrijffouten of kennelijke misslagen worden verbeterd gelezen. De verdachte is hierdoor niet in zijn belangen geschaad.

Vordering officier van justitie

De officier van justitie heeft ter terechtzitting gevorderd:

- veroordeling voor het ten laste gelegde;

- oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van twintig maanden met aftrek van het voorarrest,waarvan vijf maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar;

- oplegging van de bijzondere voorwaarde van reclasseringstoezicht.

Beoordeling van het bewijs

De rechtbank past met betrekking tot het ten laste gelegde feit de volgende bewijsmiddelen toe, met inachtneming van het bepaalde in artikel 359, derde lid, tweede volzin van het Wetboek van Strafvordering:

1. de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 23 juli 2012;

2. het in wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal nr. [nummer], d.d. 14 april 2012, inhoudende de verklaring van aangeefster [slachtoffer].

Bewezenverklaring

De rechtbank acht het ten laste gelegde bewezen, met dien verstande dat:

verdachte op 14 april 2012, te Drachten, in de gemeente Smallingerland, op of aan de openbare weg, te weten het steegje tussen het Moleneind en de Markt, aldaar, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een tas, een zogenaamde big shopper, met daarin onder meer een zogenaamde seal-bag van de ING inhoudende in totaal 5.785,= euro en een lichtbruine leren handtas inhoudende onder meer een portemonnee met daarin ongeveer 20 euro en diverse bankpassen en een creditcard en een rijbewijs en een kentekenbewijs toebehorende aan [slachtoffer], welke diefstal werd vergezeld van geweld tegen voornoemde [slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld hierin bestond dat verdachte met kracht die tas uit de hand van die [slachtoffer] heeft gerukt, zulks terwijl verdachte op een fiets bij die [slachtoffer] langsreed.

De verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op het misdrijf:

Diefstal vergezeld van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en het bezit van het gestolene te verzekeren.

Dit feit is strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

De rechtbank neemt bij de bepaling van de hierna te vermelden strafsoort en strafmaat in aanmerking:

- de aard en de ernst van het gepleegde feit;

- de omstandigheden waaronder dit is begaan;

- de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken en deze naar voren komt uit het uittreksel uit de justitiële documentatie en het reclasseringsadvies;

- de vordering van de officier van justitie;

- het pleidooi van de raadsman.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een diefstal met geweldpleging. Hij heeft al rijdende op een fiets in volle vaart een tas uit de handen gerukt van een winkelier, die onderweg was naar de bank, ten einde daar de weekopbrengst van haar winkel te storten. Verdachte had ongeveer een week van tevoren de tip gekregen dat deze winkelier na sluitingstijd geld weg bracht. Die zaterdagmiddag heeft verdachte de winkelier staan opwachten. Daarmee is sprake van een geplande roof, op klaarlichte dag begaan in het centrum van Drachten. Daarmee heeft verdachte een inbreuk gemaakt op het gevoel van veiligheid van in de eerste plaats de winkelier, maar ook van omstanders. Verdachte wilde met de opbrengst van de roof, ongeveer 6.000 euro in een sealbag en 25 euro in de portemonnee van de winkelier, zijn dochtertje laten overkomen uit Curaçao.

Uitgangspunt voor een op te leggen straf vormen de landelijke oriëntatiepunten voor straftoemeting. Het oriëntatiepunt voor het plegen van een tasjesroof met een enkele duw of ruk is een gevangenisstraf voor de duur van drie maanden. Door de officier van justitie is gewezen op het oriëntatiepunt voor een overval op een geldtransport/geldloper (met licht geweld), namelijk dertig maanden gevangenisstraf.

De rechtbank kan zich vinden in de stelling van de officier van justitie dat het onderhavige feit tussen deze twee oriëntatiepunten in zit en dat het uitgangspunt voor een op te leggen straf dient te worden gezocht tussen deze twee oriëntatiepunten. Vooral de omstandigheid dat verdachte de roof heeft gepland en het doelbewust uitzoeken van een winkelier, telt daarbij mee. De rechtbank is van oordeel dat de onderhavige diefstal met geweldpleging echter meer elementen in zich draagt van een tasjesroof, dan van een overval op een geldtransport/geldloper, waarmee de rechtbank van een lagere gevangenisstraf zal uitgaan als uitgangspunt, dan de door de officier van justitie geëiste gevangenisstraf. De reclassering heeft gerapporteerd dat verdachte zijn hele leven bezig is met overleven en dat hij daarbij geleerd heeft zich vooral op zijn eigen belangen te richten. Verdachte legt volgens de reclassering een deel van de schuld buiten zichzelf, door te stellen dat het slachtoffer uitdagend met haar tas liep, alsof ze bestolen wilde worden. Ook vindt verdachte volgens de reclassering dat hij een goed motief had om haar te bestelen en dat dit de daad bijna rechtvaardigt. De reclassering adviseert een deels voorwaardelijke straf met reclasseringstoezicht en de verplichting tot het volgen van de COVA+ training. Ook de psychiater heeft gerapporteerd dat verdachte de gevolgen van zijn daad voor het slachtoffer niet ziet en hij schat de kans op herhaling in als hoog. De rechtbank zal op grond van het voorgaande en gelet op de omstandigheid dat verdachte geen strafblad heeft, aan verdachte een gevangenisstraf opleggen voor de duur van negen maanden. De rechtbank zal een deel daarvan in voorwaardelijke vorm opleggen en daaraan het door de reclassering geadviseerde reclasseringstoezicht en de COVA+ training als bijzondere voorwaarde verbinden.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d en 312 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

DE UITSPRAAK VAN DE RECHTBANK LUIDT, RECHTDOENDE:

Verklaart het ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar in voege als voormeld en verdachte deswege strafbaar.

Veroordeelt verdachte te dier zake tot:

Een gevangenisstraf voor de duur van negen maanden.

Bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot drie maanden niet zal worden tenuitvoergelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond, dat de veroordeelde voor het einde van de proeftijd, welke hierbij wordt vastgesteld op twee jaren, de hierna te noemen algemene of bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd.

Stelt als algemene voorwaarden:

1. dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

2. dat de veroordeelde ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

3. dat de veroordeelde medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht als bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen.

Stelt als bijzondere voorwaarden:

1. dat veroordeelde zich meldt bij Reclassering Nederland op het adres Zoutbranderij 1 in Leeuwarden;

2. dat veroordeelde gedurende de proeftijd zal deelnemen aan een gedragsinterventie, bestaande uit een Cognitieve vaardigheidstraining+, aangeboden door Reclassering Nederland, of een soortgelijke instelling, waarbij veroordeelde zich dient te houden aan de aanwijzingen zoals die gedurende deze gedragsinterventie door of namens voornoemde instelling aan veroordeelde zullen worden gegeven.

Draagt de reclassering op toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.

Beveelt dat de tijd door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en/of voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezenverklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.R. de Vries, voorzitter, mr. M. Haisma en mr. T. Kortlang-de Vries, rechters, bijgestaan door M. Heerschop, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 6 augustus 2012.

Mr. Kortlang-de Vries is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.