Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLEE:2012:BX2502

Instantie
Rechtbank Leeuwarden
Datum uitspraak
24-07-2012
Datum publicatie
25-07-2012
Zaaknummer
17/880101-11 VON
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte is betrokken geweest bij het opzetten van hennepkwekerijen in de woningen van zijn broer en van een vriend. Ook heeft hij geholpen bij het oogsten van de hennepplanten in die laatste kwekerij. In dat verband heeft hij een grote hoeveelheid hennep naar de woning van zijn broer vervoerd om die daar te laten drogen. Daarnaast heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan het bezit van een verboden wapen.

De politie heeft in de woning van verdachte tevens een hennepkwekerij aangetroffen. Het binnentreden van deze woning acht de rechtbank onrechtmatig omdat er geen redelijk vermoeden was dat in de woning van verdachte een overtreding van de Opiumwet plaatsvond. Het aantreffen van de hennepkwekerij wordt om die reden door de rechtbank van het bewijs uitgesloten.

Omdat het doorzoeken van de woning door de rechter-commissaris naar het oordeel van de rechtbank een direct gevolg is van het onrechtmatige binnentreden, sluit de rechtbank tevens de door de rechter-commissaris in beslag genomen bewijsmiddelen uit van het bewijs.

Verdachte wordt van de hennepkwekerij in zijn woning en het bezit van kinderporno en afbeeldingen van seks tussen mens en dier vrijgesproken nu er voor het overige onvoldoende wettig bewijs is.

Omdat verdachtes bijdrage aan de kwekerijen van zijn broer en vriend betrekkelijk gering en vooral ondersteunend van aard is geweest zal legt de rechtbank verdachte een onvoorwaardelijke werkstraf van 80 uur opleggen. Voor de overtreding van de Wet wapens en munitie acht de rechtbank een voorwaardelijke geldboete van € 150,00 passend.

Wetsverwijzingen
Opiumwet 3
Opiumwet 11
Wet wapens en munitie 27
Wet wapens en munitie 54
Wetboek van Strafrecht 22c
Wetboek van Strafrecht 22d
Wetboek van Strafrecht 36b
Wetboek van Strafrecht 36c
Wetboek van Strafrecht 47
Wetboek van Strafrecht 57
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJFS 2012/211
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LEEUWARDEN

Sector straf

parketnummer 17/880101-11

ter terechtzitting gevoegd parketnummer 17/885195-12

vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 24 juli 2012 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1981 te [geboorteplaats],

wonende te [adres].

De rechtbank heeft gelet op het ter terechtzitting gehouden onderzoek van 10 juli 2012.

De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. H.P. Eckert, advocaat te Groningen.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd

in de zaak met parketnummer 17/880101-11 dat:

1.

verdachte op of omstreeks 6 maart 2011, te Drachten, in de gemeente Smallingerland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,opzettelijk aanwezig heeft gehad (ongeveer) 3980 gram en/of (ongeveer) 276 hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan

30 gram hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

2.

verdachte in of omstreeks de periode omvattende september/oktober 2010 tot en

met 5 maart 2011, te Drachten, (althans) in de gemeente Smallingerland en/of te Boelenslaan, (althans) in de gemeente Achtkarspelen,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

(telkens) opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt,

in elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan het

[adres 1] te Drachten en/of in een pand aan de [adres 2] te

Drachten en/of in een pand aan de [adres 3] te Boelenslaan),

(telkens) (een) hoeveelheid/hoeveelheden hennep en/of (telkens) een groot

aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval (telkens) een

hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep,

zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II;

3.

verdachte in of omstreeks de periode omvattende september/oktober 2010 tot en

met 6 maart 2011, te Drachten, (althans) in de gemeente Smallingerland en/of te Boelenslaan, (althans) in de gemeente Achtkarspelen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen (een) (grote) hoeveelhe(i)d(en) elektriciteit, althans (een) (grote) hoeveelhe(i)d(en) elektrische energie, in elk geval enig goed, (telkens) geheel of ten dele toebehorende aan naam Lisander N.V., in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of verdachtes

mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn/haar mededader(s) zich die weg te nemen elektriciteit, althans die elektrische energie, in elk dat/die goed(eren), (telkens) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking;

5.

verdachte op of omstreeks 6 maart 2011,

te Drachten, (althans) in de gemeente Smallingerland,

een wapen van categorie IV heeft gedragen, te weten een steekwapen (in de

vorm van een (sier)dolkmes), in elk geval een voorwerp, waarvan, gelet op de

aard of de omstandigheden waaronder dat voorwerp werd aangetroffen,

redelijkerwijs kon worden aangenomen dat dat voor geen ander doel was bestemd

dan om letsel aan personen toe te brengen, of te dreigen en dat niet onder een

van de andere categorieën viel;

en in de zaak met parketnummer 17/885195-12 dat:

1.

verdachte in of omstreeks de periode van 23 mei 2009 tot en met 6 maart 2011,

in elk geval op of omstreeks 6 maart 2011,

te Drachten, (althans) in de gemeente Smallingerland, in elk geval in

Nederland, één of meermalen (telkens) een (aantal) afbeelding(en), te weten acht (8) foto's en/of negen (9) films, en/of (een) gegevensdrager(s), te weten een pc

(Packard Bell met harde schijf Seagate 250 gb) en/of een laptop (Fujitsu

Siemens met harde schijf Seagate 120 Gb) en/of een externe harde schijf

(Western Digital 500 Gb), bevattende (een) afbeelding(en),

in bezit heeft gehad en/of zich daartoe door middel van een geautomatiseerd

werk en/of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang heeft

verschaft, terwijl op die afbeelding(en) (een) seksuele gedraging(en)

zichtbaar is/zijn, waarbij (telkens) een persoon die kennelijk de leeftijd van

achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken,

welke voornoemde seksuele gedragingen bestonden uit:

het oraal en/of vaginaal en/of anaal penetreren (met de penis en/of de

mond/tong) van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18

jaar nog niet heeft bereikt en/of het oraal en/of vaginaal en/of anaal penetreren van het lichaam van een (ander) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt (met de penis en/of (een) vinger(s)/hand en/of (een)voorwerp(en) en/of de mond/tong)

en/of het betasten en/of aanraken van de geslachtsdelen en/of de billen en/of de

borsten van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft

bereikt (met de penis en/of (een) vinger(s)/hand en/of (een) voorwerp(en)

en/of de mond/tong) en/of het betasten en/of aanraken van de geslachtsdelen en/of de billen van een (ander) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt (met (een) vinger(s)/hand en/of (een) voorwerp(en) en/of het door een dier oraal penetreren van het lichaam van een persoon die de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt

en/of het door een dier likken en/of betasten en/of aanraken van de geslachtsdelen en/of de billen en/of de borsten van een persoon die de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt en/of het door een persoon die de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt likken en/of in de mond nemen en/of betasten en/of aanraken van de geslachtsdelen van een dier en/of

het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van (een) perso(o)n(en) die

kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft/hebben bereikt, waarbij

deze perso(o)n(en) in (een)(erotisch getinte) houding(en) poseert/poseren die

niet bij haar/hun leeftijd past/passen en/of waarbij deze perso(o)n(en) zich

(vervolgens) in opeenvolgende afbeeldingen/filmfragmenten van haar/hun kleding

ontdoet/ontdoen en/of (waarna) door het camerastandpunt en/of de

(onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van deze perso(o)n(en) en/of de

uitsnede van de afbeelding(en)/film(s) nadrukkelijk de (ontblote)

geslachtsdelen in beeld gebracht worden (waarbij) de afbeelding (aldus) een

onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling

en/of het masturberen boven/bij en/of ejaculeren op het lichaam van een

perso(o)n(en) die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft/hebben

bereikt en/ofhet houden van een (stijve) penis bij/naast het gezicht/lichaam van een perso(o)n(en) die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft/hebben

bereikt, (waarbij) de afbeelding (aldus) een onmiskenbaar seksuele strekking

heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling,

van welk(e) misdrijf/misdrijven hij, verdachte, een gewoonte heeft gemaakt;

2.

verdachte in of omstreeks de periode van 23 mei 2009 tot en met 6 maart 2011,

in elk geval op of omstreeks 6 maart 2011,

te Drachten, (althans) in de gemeente Smallingerland, in elk geval in

Nederland,

één of meermalen (telkens) een (aantal) afbeelding(en), te weten

vierhonderachtendertig (438) foto's en/of zeventien (17) films, en/of (een)

gegevensdrager(s), te weten een pc (Packard Bell met harde schijf Seagate 250

gb) en/of een laptop (Fujitsu Siemens met harde schijf Seagate 120 Gb) en/of

een externe harde schijf (Western Digital 500 Gb), bevattende (een)

afbeelding(en), in bezit heeft gehad en/of zich daartoe door middel van een

geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van een communicatiedienst de

toegang heeft verschaft, terwijl op die afbeelding(en) (een) ontuchtige handeling(en) zichtbaar is/zijn, waarbij een mens en een dier was betrokken of schijnbaar was betrokken, welke voornoemde seksuele gedragingen bestonden uit:

het oraal en/of vaginaal en/of anaal penetreren van het lichaam van een dier

door een persoon en/of het door een dier oraal en/of vaginaal en/of anaal penetreren van het lichaam van een persoon en/of

het door een dier likken en/of betasten en/of aanraken van de geslachtsdelen

en/of de billen en/of de borsten van een persoon en/of

het door een persoon likken en/of in de mond nemen en/of betasten en/of

aanraken van de geslachtsdelen van een dier en/of

het masturberen boven/bij en/of ejaculeren op het lichaam van een dier

en/of het houden van een (stijve) penis bij/in het lichaam van een dier,

van welk(e) misdrijf/misdrijven hij, verdachte, een gewoonte heeft gemaakt.

In de tenlastelegging voorkomende schrijffouten of kennelijke misslagen worden verbeterd gelezen. De verdachte is hierdoor niet in zijn belangen geschaad.

Vordering officier van justitie

De officier van justitie heeft ter terechtzitting gevorderd:

- veroordeling voor het met betrekking tot parketnummer 17/880101-11 onder 1., 2., 3. en 5. ten laste gelegde;

- veroordeling voor het met betrekking tot parketnummer 17/885195-12 onder 1. en 2. ten laste gelegde;

- oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van acht maanden met aftrek van de tijd die verdachte heeft doorgebracht in voorlopige hechtenis;

- onttrekking aan het verkeer van de inbeslaggenomen administratie, de Fujitsu Siemens notebook en de Packard Bell Utow-Sun computer en de externe harde schijf;

- verbeurdverklaring van het inbeslaggenomen geldbedrag ter hoogte van € 9.500,00.

Beoordeling van het bewijs

De raadsman heeft aangevoerd dat de woning van verdachte aan de [adres 2] onrechtmatig is binnengetreden en dat derhalve hetgeen in die woning door de verbalisanten is aangetroffen en hun bevindingen van het bewijs moeten worden uitgesloten. Dat geldt volgens de raadsman ook voor het bewijs dat door de later ingeschakelde rechter-commissaris bij de zoeking is aangetroffen, nu dit bewijs enkel is verkregen doordat in eerste instantie onrechtmatig is binnengetreden.

De rechtbank dient de vraag te beantwoorden of er op 6 maart 2011 ten aanzien van de verdachte een redelijk vermoeden van schuld aanwezig was op basis waarvan de politie mocht binnentreden in zijn woning. Het bestaan van een redelijk vermoeden dat in de woning van verdachte een overtreding van de Opiumwet werd gepleegd dient te worden vastgesteld op basis van de feiten en omstandigheden die bekend waren op het moment van binnentreden.

Op het moment van binnentreden in de woning van verdachte op 6 maart 2011 waren de politie de volgende relevante feiten en omstandigheden bekend.

Na een anonieme melding op 1 maart 2011 bestond het vermoeden dat er in de woning aan de [adres 3] te Boelenslaan een hennepkwekerij was. Op 6 maart 2011 komt wederom een anonieme melding binnen. Deze houdt in dat er twee mannen zijn die vuilniszakken vanuit dat perceel in een grijze bestelbus voorzien van kenteken [kenteken] tillen. De woning staat op naam van medeverdachte [medeverdachte 1] en daarvan is ambtshalve bekend dat hij omgaat met verdachte en zijn broer, medeverdachte [medeverdachte 2]. De bus staat op naam van verdachte. De verbalisanten gaan vervolgens omstreeks 01.00 uur naar de woning van medeverdachte [medeverdachte 2] aan het [adres 1] te Drachten en zien daar de bus staan alsook de auto van medeverdachte [medeverdachte 1]. Op aanbellen bij de woning doet deze [medeverdachte 1] de deur open. Bij het openen van de voordeur ruiken de verbalisanten dat er een sterke hennepgeur uit de woning komt. Tevens ruiken zij dat [medeverdachte 1] sterk riekt naar hennep. Hij wordt aangehouden. Omstreeks 02.00 uur keren de verbalisanten terug naar de woning [adres 1] met een machtiging tot binnentreden. Daar worden verdachte en [medeverdachte 2] aangetroffen alsook een in werking zijnde hennepkwekerij. Met toestemming van de bewoner wordt de woning vervolgens doorzocht en wordt 3,98 kilogram henneptoppen aangetroffen. Op grond van deze feiten en omstandigheden heeft [naam], hulpofficier van justitie, een machtiging afgegeven om de woning van verdachte aan de [adres 2] te Drachten te betreden ter inbeslagname van daarvoor vatbare goederen. Als reden van onderzoek vermeldt de machtiging 'vermoedelijk aanwezig hebben/verwerken/bewerken/telen/verkopen van middelen genoemd op lijst II van de Opiumwet'. In de woning treffen de verbalisanten een hennepkwekerij aan waarbij sprake was van het op illegale wijze onttrekken van elektriciteit. De rechtbank stelt vast dat het binnentreden op grond van de Opiumwet op enig moment is bevroren, nadat de binnengetreden verbalisanten een grote hoeveelheid geld hadden zien liggen in de la van een nachtkastje. Daarop heeft de rechter-commissaris, op vordering van de officier van justitie, de woning doorzocht. Tijdens de doorzoeking zijn onder andere een computer, een laptop en een externe harde schijf in beslag genomen. Uit onderzoek bleek dat op deze computer, een laptop en een externe harde schijf beelden stonden van kinderpornografische aard als ook van seksuele handelingen tussen mensen en dier.

Naar het oordeel van de rechtbank brengt de enkele aanwezigheid van een persoon in een woning van een ander waar zich een hennepkwekerij bevindt en de betrokkenheid van die persoon bij het bewerken van hennep aldaar niet mee dat redelijkerwijs kan worden vermoed dat ook in de woning van deze persoon een hennepkwekerij is. Nu voorts in het dossier geen informatie aanwezig is waaruit dit vermoeden wel door de verbalisanten kon worden afgeleid, is de rechtbank van oordeel dat de verbalisanten de woning van verdachte onrechtmatig zijn binnengetreden en dat er sprake is van een onherstelbaar vormverzuim in de zin van artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering.

Aan de hand van de criteria uit artikel 359a, tweede lid, Wetboek van Strafvordering dient te worden beoordeeld wat het rechtsgevolg dient te zijn van dit verzuim.

Bij de beoordeling van het rechtsgevolg van het hierboven vastgestelde onrechtmatige binnentreden in de woning van verdachte, houdt de rechtbank rekening met het belang dat het geschonden voorschrift dient, de ernst van het verzuim en het nadeel dat daardoor wordt veroorzaakt.

Ten aanzien van verdachte is de politie ten onrechte uitgegaan van een redelijk vermoeden dat in zijn woning een overtreding van de Opiumwet plaatsvond. Zonder dit vermoeden mocht zij de woning van verdachte niet betreden. Het belang van het vereiste van een redelijk vermoeden is gelegen in het belangrijke rechtsstatelijke principe dat willekeurig politieoptreden dient te worden voorkomen, zeker waar grondrechten als het huisrecht en het recht op privacy in het geding zijn. Dit belang is geschonden doordat de politie de woning van verdachte is binnengegaan. De rechtbank kwalificeert de inbreuk die het verzuim heeft gemaakt op voornoemd belang als ernstig. Het nadeel dat de verdachte heeft ondervonden ten gevolge van de inbreuk is gelegen in de schending van zijn huisrecht en privacy.

Omdat tussen het onrechtmatige binnentreden in de woning van de verdachte en het aantreffen van de hennepkwekerij een rechtstreeks verband bestaat, komt de rechtbank tot het oordeel dat het resultaat dat door dit verzuim is verkregen, te weten het aantreffen van een in werking zijnde hennepkwekerij waarbij de elektriciteit op illegale wijze werd onttrokken, niet mag bijdragen aan het bewijs. Hoewel de rechter-commissaris op grond van de op dat moment bij hem bekende feiten (de hennepkwekerij, de grote hoeveelheid geld) kon besluiten tot een doorzoeking, betekent dit naar het oordeel van de rechtbank nog niet dat de daaropvolgende bevindingen of inbeslaggenomen goederen rechtmatig zijn verkregen. De feiten waarop de rechter-commissaris zijn beslissing heeft gebaseerd, waren immers ten onrechte aan de verbalisanten ter kennis gekomen. Het op zichzelf rechtmatige optreden van de rechter-commissaris heelt dit gebrek niet. Een andere rechtsopvatting zou de bescherming van het huisrecht tegen onrechtmatig politieoptreden te zeer verzwakken. Dit betekent dat ook het bewijsmateriaal dat is aangetroffen bij de doorzoeking door de rechter-commissaris van het bewijs uitgesloten dient te worden. Nu er voor het overige onvoldoende wettig bewijs is voor het ten aanzien van het in de zaak met parketnummer 17/880101-11 onder 2. ten laste gelegde aanwezig hebben van een hennepkwekerij aan de [adres 2] te Drachten, spreekt de rechtbank verdachte vrij voor dat deel van het ten laste gelegde feit.

Ook voor het ten aanzien van het in de zaak met parketnummer 17/880101-11 onder 3. ten laste gelegde is naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende wettig en overtuigend bewijs. Ten aanzien van de [adres 2] heeft verdachte ter zitting verklaard dat hij opzet had op de diefstal van elektriciteit, maar er is voor het overige geen wettig bewijs nu ook de bevindingen van Liander, zoals neergelegd in de aangifte van diefstal, rechtstreeks voortvloeien uit het onrechtmatige politieoptreden en deze dus niet als bewijsmiddel kunnen worden gebruikt. Ten aanzien van de woningen aan het [adres 1] en de [adres 3] blijkt onvoldoende dat verdachte opzet had op het medeplegen van de diefstal van elektriciteit. De rechtbank spreekt verdachte derhalve van het in de zaak met parketnummer 17/880101-11 onder 3. ten laste gelegde vrij.

Nu de rechtbank heeft overwogen dat de inbeslaggenomen computer, laptop en de externe harde schijf niet mogen bijdragen aan het bewijs van het ten laste gelegde en er voor het overige onvoldoende bewijs is voor het ten aanzien van het in de zaak met parketnummer 17/885195-12 onder 1. en 2. ten laste gelegde, spreekt de rechtbank verdachte hiervan vrij.

Voor het overige worden de feiten door de verdachte erkend en voorts niet betwist, zodat de rechtbank deze feiten wettig en overtuigend bewezen acht.

De rechtbank past met betrekking deze feiten de volgende bewijsmiddelen toe, met inachtneming van het bepaalde in artikel 359, derde lid, tweede volzin van het Wetboek van Strafvordering:

1. de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 10 juli 2012;

2. het in wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal nr. [nummer], d.d. 7 maart 2011, inhoudende de verklaring van [medeverdachte 2].

3. het in wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal nr. [nummer], d.d. 17 maart 2011, inhoudende de verklaring van [medeverdachte 1].

4. het in wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal wapenherkenning nr. [nummer], d.d. 18 maart 2011, inhoudende de verklaring van verbalisant [verbalisant].

Bewezenverklaring

De rechtbank acht het met betrekking tot parketnummer 17/880101-11 onder 1., 2. en 5. ten laste gelegde bewezen, met dien verstande dat:

1.

verdachte op of omstreeks 6 maart 2011, te Drachten, in de gemeente Smallingerland, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 3980 gram en 128 hennepplanten, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II.

2.

verdachte in de periode omvattende september/oktober 2010 tot en met 5 maart 2011, te Drachten, in de gemeente Smallingerland en te Boelenslaan, in de gemeente Achtkarspelen, tezamen en in vereniging met anderen, telkens opzettelijk heeft geteeld in een pand aan het [adres 1] te Drachten en in een pand aan de [adres 3] te Boelenslaan, telkens een groot aantal hennepplanten, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II.

5.

verdachte op 6 maart 2011, te Drachten, in de gemeente Smallingerland, een wapen van categorie IV heeft gedragen, te weten een steekwapen in de vorm van een sierdolkmes, waarvan, gelet op de aard of de omstandigheden waaronder dat voorwerp werd aangetroffen, redelijkerwijs kon worden aangenomen dat dat voor geen ander doel was bestemd dan om letsel aan personen toe te brengen, of te dreigen en dat niet onder een van de andere categorieën viel.

De verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op de misdrijven:

in de zaak met parketnummer 880101-11:

1. Medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3, onder C, van de Opiumwet gegeven verbod.

2. Medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3, onder B, van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd.

En de overtreding:

5. Handelen in strijd met artikel 27, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.

Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

De rechtbank neemt bij de bepaling van de hierna te vermelden strafsoort en strafmaat in aanmerking:

- de aard en de ernst van de gepleegde feiten;

- de omstandigheden waaronder deze zijn begaan;

- de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken en deze naar voren komt uit het uittreksel uit de justitiële documentatie en het reclasseringsadvies;

- de vordering van de officier van justitie;

- het pleidooi van de raadsman.

Verdachte is betrokken geweest bij het opzetten van hennepkwekerijen in de woningen van zijn broer en van een vriend. Ook heeft hij geholpen bij het oogsten van de hennepplanten in die laatste kwekerij. In dat verband heeft hij een grote hoeveelheid hennep naar de woning van zijn broer vervoerd om die daar te laten drogen. Daarnaast heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan het bezit van een verboden wapen.

Uitgangspunt bij hennepteelt van deze omvang is een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van enkele weken. In dit geval acht de rechtbank het opleggen van een vrijheidsstraf echter niet passend. Zijn bijdrage aan de kwekerijen van zijn broer en vriend is betrekkelijk gering en vooral ondersteunend van aard geweest. Verdachte is bovendien niet eerder voor drugsdelicten veroordeeld. De rechtbank zal daarom een onvoorwaardelijke werkstraf van 80 uur opleggen. Voor de overtreding van de Wet wapens en munitie acht de rechtbank een voorwaardelijke geldboete van € 150,-- passend.

Inbeslaggenomen goederen

De inbeslaggenomen externe harde schijf, de Fujitsu Siemens notebook en de Packard Bell Utow-Sun computer hebben betrekking op het onder 3. ten laste gelegde feit. De rechtbank spreekt verdachte hiervan vrij. Desalniettemin wordt vastgesteld dat er een strafbaar feit is gepleegd en de rechtbank zal dan ook de in beslaggenomen externe harde schijf en de harde schijven van de Fujitsu Siemens notebook en de Packard Bell Utow-Sun computer onttrekken aan het verkeer nu ongecontroleerd bezit van dergelijke harde schijven in strijd is met het algemeen belang nu daarop kinderpornografisch materiaal en afbeeldingen waarop seks tussen mensen en dieren te zien is, is aangetroffen. Voor het overige kunnen de computer en de laptop worden teruggegeven aan verdachte.

De onder verdachte inbeslaggenomen administratie kan aan verdachte worden teruggegeven.

De officier van justitie heeft gevorderd dat het inbeslaggenomen geldbedrag ter hoogte van € 9.500,00 verbeurd moet worden verklaard. De rechtbank overweegt dat uit de kennisgeving van inbeslagname blijkt dat het geld in beslag is genomen op grond van artikel 94a van het Wetboek van Strafvordering. Derhalve ligt er conservatoir beslag op het geld. De rechtbank beslist op grond van artikel 353 van het Wetboek van Strafvordering slechts op beslagen gelegd op grond van artikel 94 van het Wetboek van Strafvordering. De rechtbank zal derhalve op deze vordering geen beslissing nemen.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 22c, 22d, 36b, 36c, 47 en 57 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezenverklaarde, en de artikelen 3 en 11 van de Opiumwet, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezenverklaarde, en de artikelen 27 en 54 van de Wet Wapens en Munitie, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

DE UITSPRAAK VAN DE RECHTBANK LUIDT, RECHTDOENDE:

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte met betrekking tot parketnummer 17/880101-11 onder 3. en met betrekking tot parketnummer 17/885195-12 onder 1. en 2. is ten laste gelegd en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart het met betrekking tot parketnummer 17-880101-11 onder 1., 2. en 5. ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar in voege als voormeld en verdachte deswege strafbaar.

Veroordeelt verdachte ter zake de onder 1. en 2. ten laste gelegde misdrijven tot:

Een werkstraf, bestaande uit het verrichten van 80 uren onbetaalde arbeid.

Beveelt dat voor het geval de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis voor de duur van 40 dagen zal worden toegepast.

Beveelt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en/of voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde werkstraf geheel in mindering zal worden gebracht naar de maatstaf van 2 uren per dag inverzekeringstelling/voorlopige hechtenis.

Ten aanzien van de onder 5. ten laste gelegde overtreding:

Betaling van een geldboete ten bedrage van € 150,00 (zegge: honderdvijftig euro), bij gebreke van betaling en van verhaal te vervangen door drie dagen hechtenis.

Bepaalt dat deze geldboete niet zal worden tenuitvoergelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond, dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd, welke hierbij wordt vastgesteld op twee jaren, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Verklaart onttrokken aan het verkeer de inbeslaggenomen de externe harde schijf en de harde schijven van de Fujitsu Siemens Notebook en de Packard Bell Utow-Sun computer.

Gelast de teruggave aan verdachte van de inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven Fujitsu Siemens Notebook en de Packard Bell Utow-Sun computer, beide zonder harde schijf, en de administratie.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezenverklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Dit vonnis is gewezen door mr. J. van Bruggen, voorzitter, mr. M. Haisma en mr. W.S. Sikkema, rechters, bijgestaan door M. Heerschop, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 24 juli 2012.