Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLEE:2012:BX1367

Instantie
Rechtbank Leeuwarden
Datum uitspraak
11-07-2012
Datum publicatie
13-07-2012
Zaaknummer
394361 \ VZ VERZ 12-110
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Arbeidszaak: Ontbinding op bedrijfseconomische gronden. Niet aannemelijk dat werkneemster daadwerkelijk een unieke functie heeft. Afwijzen verzoek.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2012-0658
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LEEUWARDEN

Sector kanton

Locatie Heerenveen

zaak-/rolnummer: 394361 \ VZ VERZ 12-110

beschikking van de kantonrechter d.d. 11 juli 2012

inzake

De besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

S.C. HEERENVEEN B.V.,

gevestigd te Heerenveen,

verzoekster,

gemachtigde: mr. E.M. Kuijken,

tegen

[verweerster],

wonende te [woonplaats],

verweerster,

gemachtigde: mr. M.G. van Dijken.

Partijen zullen hierna S.C. Heerenveen en [verweerster] worden genoemd.

Het procesverloop

S.C. Heerenveen heeft bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 29 mei 2012, verzocht de tussen haar en [verweerster] bestaande arbeidsovereenkomst te ontbinden op grond van gewichtige redenen in de zin van artikel 7: 685 BW.

Het verweerschrift van [verweerster] is binnengekomen op 22 juni 2012.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 27 juni 2012. De gemachtigde van S.C. Heerenveen heeft voorafgaand aan de zitting producties in het geding gebracht. Van het behandelde ter zitting zijn aantekeningen gemaakt. Beide gemachtigden hebben het standpunt van hun cliënte toegelicht aan de hand van pleitnotities.

Motivering

De feiten

1. [verweerster], geboren [datum], is sedert 15 augustus 1995 in dienst bij S.C. Heerenveen, laatstelijk in de functie van commercieel medewerkster voor 16 uur per week, tegen een bruto salaris van € 1.002,- per maand, exclusief vakantiegeld en overige emolumenten.

Het standpunt van S.C. Heerenveen

2.1. S.C. Heerenveen heeft gesteld dat er sprake is van bedrijfseconomische gronden, op basis waarvan de arbeidsovereenkomst met [verweerster] binnen redelijke termijn dient te worden beëindigd. S.C. Heerenveen heeft ter onderbouwing daarvan de jaarrekeningen over 2008/2009, 2009/2010 en 2010/2011 overgelegd. S.C. Heerenveen draait al meerdere jaren achter elkaar met verlies. In het huidige seizoen 2011/2012 komt de club uit op een geprognosticeerd verlies van € 2.073.000,-. De omzet is inmiddels terug op het niveau van 2005/2006, maar de personeelskosten zijn nog niet terug op dat niveau. In het seizoen 2005/2006 bedroegen de kosten van het personeel (exclusief voetbalbedrijf) € 2.149.950,- tegen € 3.905.160,- in het huidige seizoen (2011/2012). Genoemde kosten staan niet tot elkaar in verhouding en het is daarom noodzakelijk de omvang van het personeelsbestand stevig in te krimpen.

Voorts heeft S.C. Heerenveen aangevoerd dat haar eigen vermogen door de aanhoudende verlieslatende situatie steeds meer onder druk is komen te staan en dat de huisbankier, Rabobank, slechts onder zeer vergaande garanties, waaronder de uitdrukkelijke toezegging van het terugdringen van personeelskosten, tot 1 september 2012 een krediet beschikbaar heeft gesteld. Van voortzetting van de financiering per 1 september 2012 zal geen sprake kunnen zijn en de club zal op 1 september 2012 het krediet van vijf miljoen euro tot nul moeten hebben teruggebracht.

2.2. S.C. Heerenveen stelt voorts dat de directie de kosten in het voetbalbedrijf - met name de salariskosten van de spelers van de eerste selectie - reeds met ruim vijf miljoen euro heeft teruggedrongen, terwijl ook voor het komende seizoen 2012/2013 het beschikbare budget voor de eerste selectiespelers verder wordt ingekrompen. Daarnaast zijn ook de overige bedrijfskosten sterk gereduceerd.

2.3. S.C. Heerenveen heeft vanaf december 2011 met de ondernemingsraad overleg gevoerd over noodzakelijke maatregelen, waarbij de ondernemingsraad eind maart 2011 een positief advies heeft gegeven op het saneringsplan van de directie. Onderdeel hiervan was een sociaal akkoord met betrekking tot de aan te bieden regeling aan personeelsleden van wie de arbeidsplaats zou komen te vervallen.

Tijdens een personeelsbijeenkomst op 18 april 2012 heeft de directie het personeel inzicht gegeven in de financiële achtergronden van de reorganisatie en diezelfde middag zijn de personeelsleden van wie de functie zou komen te vervallen, waaronder [verweerster], uitgenodigd voor een gesprek op 19 april 2012. [verweerster] heeft het aanbod van S.C. Heerenveen om de arbeidsovereenkomst te beëindigen onder toekenning van een vergoeding op basis van de kantonrechtersformule met een correctiefactor c=0,7 niet aanvaard.

2.4. Nu [verweerster] voormeld aanbod niet heeft aanvaard, is S.C. Heerenveen genoodzaakt ontbinding van de arbeidsovereenkomst met [verweerster] te verzoeken op voormelde bedrijfseconomische gronden. S.C. Heerenveen heeft besloten de bezetting van de ondersteuning van de afdeling Commerciële Zaken in te krimpen. Hierbij komt de functie van [verweerster] te vervallen. De functie van [verweerster] is, zo stelt S.C. Heerenveen, uniek, zodat het afspiegelingsbeginsel niet van toepassing is. S.C. Heerenveen heeft ter onderbouwing daarvan aangevoerd dat de functie van [verweerster] weliswaar dezelfde benaming heeft als die van haar collega's, namelijk die van commercieel medewerkster, maar dat zij feitelijk - zowel inhoudelijk als qua niveau - andere werkzaamheden verricht. In tegenstelling tot dat van haar collega's is het takenpakket van [verweerster] beperkt tot slechts enkele in het functieprofiel van commercieel medewerkster genoemde activiteiten, namelijk de organisatie van bijeenkomsten en het opstellen van standaard correspondentie. [verweerster] is niet specifiek werkzaam ten behoeve van een accountmanager en zij onderhoudt ook geen externe contacten met sponsoren op wedstrijddagen. [verweerster] kan niet zomaar worden ingezet als vervanger van haar collega's die werkzaam zijn als commercieel medewerker en zij voelt zich daar ook niet prettig bij.

Daarnaast zijn er voor [verweerster] geen herplaatsingsmogelijkheden. De functie van medewerkster Ticketing is - mede uit praktische overwegingen - ingevuld door een andere boventallige medewerkster. De aangetrokken uitzendkrachten zijn slechts tijdelijk in dienst.

2.5. S.C. Heerenveen heeft in het kader van de ontbinding van de arbeidsovereenkomst geen vergoeding aangeboden.

Het standpunt van [verweerster]

3.1. [verweerster] heeft verweer gevoerd. [verweerster] stelt dat er geen althans onvoldoende bedrijfseconomische redenen zijn haar functie te laten vervallen. [verweerster] heeft daartoe aangevoerd dat weliswaar in 2007/2008, 2008/2009 en 2009/2010 verliezen zijn geleden, maar dat in 2010/2011 een positief resultaat van € 86.009,- is behaald. De prognose over 2011/2012 is negatief, maar aan een prognose mag geen doorslaggevende betekenis worden toegekend. De verkoop van speler [A] (voor € 7.500.000,-) heeft een positief effect op de financiële resultaten van de club, terwijl voor het seizoen 2012/2013 ook de loonkosten van een aantal andere spelers zullen wegvallen. Verder is volgens [verweerster] van belang dat voor het komend seizoen [B] als hoofdtrainer is aangetrokken, hetgeen een aanzienlijke loonkostenpost met zich mee zal brengen. Daarnaast is S.C. Heerenveen met de mede-eigenaren van het stadion in gesprek over een ingrijpende verbouwing van het stadion, hetgeen een forse kostenpost betekent. Dit betekent dat niet alle inkomsten en kosten door S.C. worden vermeld in het verzoekschrift en dat de uitgaven zich niet verhouden tot de gestelde financiële positie van de club en de sanering die men wil gaan inzetten.

3.2. [verweerster] heeft voorts betwist dat zij een unieke functie bekleedt. Haar functie is uitwisselbaar met die van de andere commerciële medewerkers. De door S.C. Heerenveen in het verzoekschrift genoemde werkzaamheden die [verweerster] volgens S.C. Heerenveen niet zou verrichten worden wel degelijk door haar uitgevoerd. [verweerster] heeft dit per onderdeel nader toegelicht en ter onderbouwing daarvan diverse stukken in het geding gebracht. Daarnaast vervangt [verweerster] haar collega's in al hun werkzaamheden.

Daarnaast betwist [verweerster] dat er geen herplaatsingsmogelijkheden zijn. Volgens [verweerster] sloot haar functieprofiel beter aan op de functie medewerkster Ticketing dan dat van de andere boventallige medewerkster en had zij voor die functie in aanmerking moeten komen. Daarnaast zijn er onlangs twee uitzendkrachten aangetrokken

3.3. Voor het geval het verzoek wordt toegewezen, verzoekt [verweerster] om toekenning van een passende vergoeding.

De beoordeling van het verzoek

4. De kantonrechter heeft zich ervan vergewist dat het verzoek geen verband houdt met het bestaan van een opzegverbod.

5. De kantonrechter is van oordeel dat S.C. Heerenveen door overlegging van haar jaarrekeningen over 2008/2009, 2009/2010 en 2010/2011 en de daarbij gegeven toelichting, voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat haar bedrijfseconomische situatie zodanig is, dat zij genoodzaakt is maatregelen te treffen. S.C. Heerenveen heeft in dat kader ook toegelicht dat het positieve resultaat van het seizoen 2010/2011 een incidenteel positief resultaat is, veroorzaakt door het voortijdig vertrek van een speler, waardoor een deel van de getroffen voorziening vrij viel. Dat de verkoop van [A] - waarbij S.C. Heerenveen zich niet heeft uitgelaten over de hoogte van het transferbedrag - een positieve invloed heeft op de financiële situatie van S.C. Heerenveen, is van de zijde van S.C. Heerenveen erkend, maar zij heeft daarbij aangegeven dat dit ook dit geen structurele verbetering oplevert.

6. Voor zover [verweerster] heeft aangevoerd dat S.C. Heerenveen ook verder op de voetbalselectie kan bezuinigen, overweegt de kantonrechter dat het tot de ondernemersvrijheid van S.C. Heerenveen behoort om haar organisatie in te richten en bezuinigingen door te voeren. Daarbij ligt het naar het oordeel van de kantonrechter voor de hand dat bij het aantrekken van spelers afwegingen moeten worden gemaakt gericht op de door S.C. Heerenveen aangegeven doelstelling, te weten het zijn van een stabiele subtopper die elk jaar mee kan doen om Europees voetbal. Daartoe zal S.C. Heerenveen de kwaliteit van de selectie op peil moeten houden. Te nemen beslissingen daarover kunnen naar het oordeel van de kantonrechter niet in de beoordeling van het onderhavige verzoek worden betrokken.

7. Nu S.C. Heerenveen heeft aangevoerd dat zij op grond van haar bedrijfseconomische omstandigheden genoodzaakt is te gaan saneren en dat in het kader van die sanering de functie van [verweerster] vervalt, is het aan S.C. Heerenveen om de kantonrechter daarvan te overtuigen. Gelet op de stukken en het verhandelde ter zitting is de kantonrechter er echter niet van overtuigd geraakt dat het dienstverband met [verweerster] moet eindigen.

7.1. In de eerste plaats overweegt de kantonrechter dat S.C. Heerenveen weliswaar heeft aangevoerd dat zij dient te reorganiseren en dat er een saneringsplan is opgesteld dat positief is beoordeeld door de ondernemingsraad, maar S.C. Heerenveen heeft dit saneringsplan noch het advies van de ondernemingsraad in het geding gebracht. Mede gelet op de omvang van de besparing die S.C. Heerenveen stelt te moeten realiseren, had van S.C. Heerenveen verwacht mogen worden deze stukken ter onderbouwing van haar verzoek in het geding te brengen, te meer nu [verweerster] ten verwere heeft aangevoerd dat S.C. Heerenveen kosten maakt die zich niet verhouden met de financiële situatie en de gestelde noodzakelijke sanering. S.C. Heerenveen heeft derhalve niet inzichtelijk gemaakt op welke wijze zij wil gaan bezuinigen en welke functies er in het kader van de gestelde reorganisatie zouden moeten vervallen.

7.2. Voorts is de kantonrechter van oordeel dat S.C. Heerenveen niet aannemelijk heeft weten te maken dat [verweerster] op de afdeling Commerciële Zaken een unieke functie bekleedt, waarbij haar functie niet uitwisselbaar is met die van de andere commerciële medewerkers. De betrokken medewerkers zijn allen werkzaam op basis van hetzelfde functieprofiel en zij worden ook allen op hetzelfde salarisniveau betaald. Dat [verweerster] "slechts" hand- en spandiensten verricht en dat zij geen volwaardig commercieel medewerkster is, heeft S.C. Heerenveen - gelet op de gemotiveerde betwisting van de zijde van [verweerster] - niet aannemelijk gemaakt. Dat niet iedereen dezelfde taken verricht, is naar het oordeel van de kantonrechter inherent aan een interne taakverdeling, zoals die ook blijkt uit de door S.C. Heerenveen als productie 26 overlegde taakverdeling per BID-medewerker. Overigens heeft [verweerster] aangegeven dit overzicht niet te kennen. Dat in de door S.C. Heerenveen overgelegde functioneringsverslagen - waarin overigens geen melding wordt gemaakt van het feit dat de door [verweerster] verrichte werkzaamheden niet zouden overeenkomen met de werkzaamheden die behoren bij het functieprofiel - wordt gesproken over het assisteren of ondersteunen van collega's, brengt naar het oordeel van de kantonrechter niet met zich dat [verweerster] niet feitelijk de taak van commercieel medewerkster uitoefent. Gelet op de inhoud van die verslagen ziet dit kennelijk meer op de onderlinge taakverdeling en de situatie dat [verweerster] voor het ondersteunen van haar collega's tijd beschikbaar had. Voorts is niet aangetoond dat [verweerster] op een lager niveau functioneert en/of dat de overige commercieel medewerkers over andere kennis en vaardigheden (dienen te) beschikken. Dat [verweerster] moeite heeft met bepaalde onderdelen van haar takenpakket - zoals het houden van een praatje voorafgaand aan de wedstrijd in de zakenloge - betekent niet dat deze werkzaamheden niet tot haar takenpakket behoren. Zo blijkt uit de aanvulling op het evaluatieformulier van 16 september 2011dat [verweerster] dient te heroverwegen of ze in het schema van het houden van de praatjes in de zakenloge mee wil draaien. Tot slot overweegt de kantonrechter, dat genoegzaam is gebleken dat - anders dan door S.C. Heerenveen gesteld - [verweerster] wel werkzaamheden ten behoeve van een accountmanager verricht. Naast hetgeen [verweerster] dienaangaande heeft aangevoerd blijkt ook uit de vermelding op de website van S.C. Heerenveen dat de senior accountmanager [C] samenwerkt met [D] (die op maandag, dinsdag en woensdag werkt) en [verweerster] (die op donderdag en vrijdag werkt), beiden medewerker commerciële zaken.

8. Gelet op het bovenstaande acht de kantonrechter het verzoek niet toewijsbaar.

9. De kantonrechter acht termen aanwezig om de proceskosten tussen partijen te compenseren.

Beslissing

De kantonrechter:

wijst het verzoek af;

compenseert de proceskosten zodanig dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Aldus gegeven te Heerenveen en in het openbaar uitgesproken op 11 juli 2012 door mr. J.E. Biesma, kantonrechter, in tegenwoordigheid van de griffier.

c 41.