Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLEE:2012:BX0322

Instantie
Rechtbank Leeuwarden
Datum uitspraak
26-06-2012
Datum publicatie
05-07-2012
Zaaknummer
17/880214-10 VON
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte en zijn medeverdachte hebben zich schuldig gemaakt aan mensenhandel. Voor een feit zoals deze is in beginsel geen andere straf passend dan een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van aanzienlijke duur. De rechtbank ziet slechts heel beperkt reden om in dit geval van dat uitgangspunt af te wijken. Strafverminderend werkt enkel dat berechting van de feiten enige tijd op zich heeft laten wachten, mede door toedoen van het Openbaar Ministerie, en dat los daarvan sprake is geweest van ernstige fouten in het vooronderzoek, die naar het oordeel van de rechtbank met enige strafverlaging gecompenseerd dienen te worden. Daarnaast zal de op te leggen straf lager uitkomen dan door de officier van justitie is geëist omdat de rechtbank de feiten die in Roemenië zouden zijn gepleegd voorafgaand aan de komst van aangeefster naar Nederland niet bij de beoordeling heeft kunnen betrekken.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 273f
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LEEUWARDEN

Sector straf

parketnummer 17/880214-10

vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 2[nummer] juni 2012 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1977 te [geboorteplaats],

wonende te [adres].

De rechtbank heeft gelet op het ter terechtzitting gehouden onderzoek van [datum] 2012.

Verdachte is niet verschenen; wel is verschenen mr. T.W. Delhaye, advocaat te Burgum, die verklaard heeft uitdrukkelijk tot de verdediging te zijn gemachtigd.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij in of omstreeks de periode van 1 juli 2008 tot en met 25 oktober 2009,

te Leeuwarden en/of (elders) in Nederland en/of in Roemenië en/of (elders)

buiten Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

A. (sub 1)

een ander, te weten [slachtoffer],

door dwang en/of geweld en/of een of meer andere feitelijkhe(i)d(en) of door

dreiging met geweld of een of meer andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door

afpersing, fraude, misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke

omstandigheden voortvloeiend overwicht, door misbruik van een kwetsbare

positie of door het geven of ontvangen van betalingen of voordelen om de

instemming van een persoon te verkrijgen die zeggenschap had over die

[slachtoffer], heeft (aan)geworven, vervoerd, overgebracht, gehuisvest of

opgenomen, met het oogmerk van uitbuiting van die [slachtoffer]

en/of

B. (sub 3)

een ander, te weten [slachtoffer], heeft aangeworven en/of meegenomen

en/of ontvoerd met het oogmerk die [slachtoffer] in een ander land (Nederland)

ertoe te brengen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele

handelingen met of voor een derde tegen betaling

en/of

C. (sub 4)

een ander, te weten [slachtoffer], met een van de onder A. genoemde

middelen, heeft/hebben gedwongen of bewogen zich beschikbaar te stellen tot

het verrichten van arbeid of diensten dan wel onder een of meer van de onder A.

genoemde omstandigheden enige handelingen heeft/hebben ondernomen waarvan

verdachte en/of verdachtes mededader(s) wist(en) of redelijkerwijs moest(en)

vermoeden dat die [slachtoffer] zich daardoor beschikbaar stelde tot het

verrichten van arbeid of diensten

en/of

D. (sub 6)

opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de uitbuiting van een ander, te weten

en/of

E. (sub 9)

een ander, te weten [slachtoffer] met een van de onder A. genoemde

middelen, heeft/hebben gedwongen dan wel heeft/hebben bewogen verdachte en/of

verdachtes mededader(s) te bevoordelen uit de opbrengst van haar seksuele

handelingen met of voor een derde

immers heeft verdachte in vereniging met een of meer van zijn mededader(s)

en/of alléén

-die [slachtoffer] verteld dat ze zou worden meegenomen naar een werkplek

waar zij al haar verdiensten zelf zou mogen houden en/of

-die [slachtoffer] verteld, en/of door middel van of naar aanleiding van

een of meer sms-jes, in de waan gebracht en/of gehouden dat zij (een)

proble(e)m(en) met en/of (een) schuld(en) bij de politie in Roemenië zou

hebben en/of

-de vrijheid van die [slachtoffer] beperkt door te bepalen wanneer zij wel

of niet naar huis mocht en/of haar niet toe te staan over een telefoon te

beschikken en/of de woning of kamer waar zij verbleef op slot te doen en/of

door te bepalen wanneer die [slachtoffer] vanuit Nederland weer naar

Roemenië moest komen en die [slachtoffer] (vervolgens) bij aankomst in

Roemenië van het vliegveld op te halen en/of

-die [slachtoffer] als prostituee bij verdachte(n) thuis en/of in hotels

en/of bij klanten thuis laten werken en/of

-die [slachtoffer] mishandeld, door haar met een stok zodanig op haar arm

te slaan dat behandeling in een ziekenhuis noodzakelijk was en/of op andere

delen van haar lichaam te schoppen en/of te trappen en/of te slaan of te

stompen en/of

-die [slachtoffer] vernederd door haar in het openbaar te dwingen haar

pruik (die haar kaalgeschoren hoofd bedekte) af te zetten en/of

-die [slachtoffer] bedreigd met de woorden -zakelijk weergegeven- "als jij

je pruik nu niet afzet, dan gooi ik je overboord" en/of "dat het nu een goed

moment en goede hoogte is om [slachtoffer] uit de skilift te gooien", althans

(telkens) woorden van gelijke dreigende aard of strekking en/of

-die [slachtoffer] verkracht en/of

-om die [slachtoffer] te straffen haar haren afgeknipt en/of afgeschoren

en/of

-die [slachtoffer] al haar (in Roemenië) verdiende geld afgenomen en/of

laten afdragen en/of

-die [slachtoffer] vanuit Roemenië naar Nederland overgebracht en/of

-die [slachtoffer] (vervolgens) te Leeuwarden in seksinrichting "[naam]" en/of in seksinrichting "'[naam]" te werkgesteld als prostituee en/of

-die [slachtoffer] lange werkdagen laten maken en/of zoveel dagen achtereen

laten werken dat bij anderen de indruk bestond dat zij altijd aan het werk was

en/of

-afspraken gemaakt met klanten voor die [slachtoffer], over de door die

[slachtoffer] te leveren diensten en/of door die klanten te betalen

vergoeding(en) en/of

-controle/toezicht op die [slachtoffer] gehouden door een werkkamer bij

haar in de buurt aan te houden en/of haar vaak op haar werkplek te bellen

en/of meermalen daags haar werkkamer te bezoeken en/of haar te vertellen dat

zij in de gaten werd gehouden en/of

-die [slachtoffer] verboden contact (al dan niet telefonisch) met anderen

te onderhouden en/of

-die [slachtoffer] bedreigd met de woorden -zakelijk weergegeven- "als je

een stap verkeerd zet, zullen jij en jouw familie vernietigd worden" en/of

"pak een mes en snij je oor eraf, anders doe ik het wel" en/of "ik ga je

moeder of je broer vermoorden" en/of "ik steek jullie huis in brand", althans

(telkens) woorden van gelijke dreigende aard of strekking en/of

-die [slachtoffer] al haar (in Leeuwarden) verdiende geld afgenomen en/of

laten afdragen en/of

-die [slachtoffer] in het gezicht, althans tegen het hoofd, geslagen en/of

gestompt en/of tegen haar achterwerk en/of in de maagstreek getrapt en/of

geschopt en/of

-die [slachtoffer] gedwongen tot het hebben van anale seks en/of het

werken zonder condoom en/of het werken onder de gangbare prijs

en/of

-terwijl die [slachtoffer] de Nederlandse taal niet of onvoldoende

sprak/beheerste en/of onbekend was in Nederland en/of met de Nederlandse

regels en/of wetten en/of gewoonten en/of gebruiken en/of (bijna) niemand in

Nederland kende en/of/aldus

bewerkstelligd dat die [slachtoffer] van hem/hen afhankelijk was;

(artikel 273f lid 1 aanhef en onder sub 1 en/of sub 3 en/of sub 4 en/of sub 6

en/of sub 9 en/of lid 2 en/of lid 3 aanhef en onder sub 1 van het Wetboek van

Strafrecht).

In de tenlastelegging voorkomende schrijffouten of kennelijke misslagen worden verbeterd gelezen. De verdachte is hierdoor niet in zijn belangen geschaad.

Ontvankelijkheid van de officier van justitie

De raadsman heeft betoogd dat de officier van justitie niet-ontvankelijk is nu de rechtbank geen rechtsmacht toekomt met betrekking tot de tenlastegelegde strafbare feiten, welke zijn gepleegd in Roemenië.

De officier van justitie heeft aangevoerd dat, gelet op jurisprudentie van het Gerechtshof Leeuwarden, bepaalde in het buitenland gepleegde handelingen bij kunnen dragen aan de gedragingen van het aanwerven dan wel dwingen of bewegen zich beschikbaar te stellen en als zodanig kunnen worden betrokken in de vervolging en berechting.

De rechtbank overweegt hiertoe als volgt.

Als aan een vreemdeling, die in Nederland een vaste woon- of verblijfplaats heeft, is telastegelegd dat hij in een ander land dan Nederland het bepaalde in artikel 273f van het Wetboek van Strafrecht heeft overtreden, heeft de Nederlandse rechter ingevolge het bepaalde in artikel 5a, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht rechtsmacht.

Verdachte heeft de Roemeense nationaliteit en is dus een vreemdeling in de zin van het bepaalde in artikel 5a van het Wetboek van Strafrecht. Aan verdachte is ten laste gelegd dat hij mensenhandel heeft gepleegd in -onder meer- Roemenië.

De Nederlandse strafwet is derhalve niet van toepassing op het tenlastegelegde feit, voor zover dit in Roemenië gepleegd zou zijn, voorafgaand aan de komst van verdachte naar Nederland in april 2009. In zoverre is de officier van justitie dan ook niet-ontvankelijk in zijn strafvervolging. Naar het oordeel van de rechtbank staat hetgeen voor 1 april 2009 in Roemenië gebeurd zou zijn, niet in een zodanig onlosmakelijk verband met hetgeen na de komst van verdachte naar Nederland zou zijn gebeurd, dat dit toch -in afwijking van het voorgaande- onder de rechtsmacht van de Nederlandse rechter komt te vallen. Voor de gebeurtenissen die tussendoor, na de komst van verdachte naar Nederland, in Roemenië hebben plaatsgevonden geldt wel dat deze sterk verweven zijn met de ten laste gelegde gedragingen in Nederland, zodat deze in de berechting betrokken zullen worden.

Voorts heeft de raadsman gemotiveerd bepleit dat de officier van justitie niet-ontvankelijk zou moeten worden verklaard nu door de vele onregelmatigheden in het onderzoek de beginselen van een goede procesorde zijn geschonden.

De raadsman heeft daartoe -onder meer- aangevoerd dat verdachte door de politie is gehoord door een niet-beëdigde en niet-geregistreerde tolk. Niet alleen is dat een onrechtmatigheid, maar het verzwijgen daarvan en het onjuist verklaren daarover door de verbalisanten in de processen-verbaal is minstens zo onrechtmatig. Dat is een bewuste handeling die kennelijk tot doel had een onregelmatigheid in het dossier te verdoezelen. Een dergelijk ernstig verzuim kan alleen tot niet-ontvankelijkheid van de officier van justitie leiden.

De officier van justitie heeft betoogd dat het vormverzuim met betrekking tot de tolk is hersteld. Het is niet zo dat er doelbewust gebruik is gemaakt van een niet-beëdigde tolk. Het is niet goed geweest dat de politie niet in de betreffende processen-verbaal heeft aangegeven dat de tolk niet geregistreerd stond, maar ook dat verzuim is hersteld. De belangen van verdachte zijn derhalve niet geschonden.

De rechtbank overweegt als volgt.

Bijstand van een tolk is als één van de minimumeisen van het recht op een eerlijk proces opgenomen in artikel 6 lid 3 sub e van het EVRM. De Wet beëdigde tolken en vertalers bepaalt (onder meer) dat, voor zover vertolking of vertaling aan de orde is, in het strafrecht gebruik dient te worden gemaakt van beëdigde tolken en vertalers. Onder een beëdigde tolk of vertaler verstaat de wet een tolk of vertaler die als zodanig in het register beëdigde tolken en vertalers is ingeschreven.

Aan de inschrijving koppelt de wet bepaalde kwaliteitsvoorwaarden. Niet altijd kan echter gebruik worden gemaakt van een beëdigde tolk of vertaler. Dat kan twee redenen hebben: vanwege de vereiste spoed is een beëdigde tolk niet tijdig beschikbaar, ofwel het register bevat geen voor de betreffende taal ingeschrevenen. Van dat laatste is in deze zaak geen sprake.

Vast staat dat de tolk mevrouw [naam] niet een beëdigd en geregistreerd tolk was. Dat de politie consequent en zonder noodzaak gebruik heeft gemaakt van een niet-beëdigde en niet-geregistreerde tolk is een ernstig verzuim in het vooronderzoek. In de onderhavige zaak was immers geen sprake van grote spoedeisendheid, in ieder geval niet gedurende het hele onderzoek, of van andere zeer bijzondere omstandigheden die het nodig maakten om gebruik te maken van een niet-beëdigde tolk.

De rechtbank constateert bovendien dat er in dit verband in het vooronderzoek nog een ernstig verzuim is geweest. Niet alleen is gebruik gemaakt van een onbeëdigde en niet-geregistreerde tolk, terwijl daarvoor geen rechtvaardiging bestond, maar ook is hierover in de processen-verbaal geen juiste en volledige verantwoording afgelegd. Hoewel de rechtbank niet de indruk heeft gekregen dat dit is gebeurd om verdachte doelbewust in zijn verdediging te schaden, heeft de politie wel de verdediging en de rechtbank de mogelijkheid ontnomen om de gang van zaken rond het gebruik van deze tolk te toetsen. Het is overigens alleen aan adequaat optreden van de verdediging te danken geweest dat de bedoelde fouten in het vooronderzoek boven water zijn gekomen.

De rechtbank stelt vast dat de door de politie afgenomen verhoren op een geluidsband waren vastgelegd. De geluidsbanden zijn -tijdens de onderhavige procedure- uitgeluisterd door een beëdigd tolk, die slechts op onderdelen op- of aanmerkingen heeft gemaakt op de kwaliteit van de vertaling. De rechtbank is van oordeel dat daarmee in ieder geval een deel van het verzuim is hersteld, maar dit heeft de behandeling van de onderhavige zaak wel langer laten duren.

De rechtbank acht al met al de geconstateerde gebreken, hoewel deels hersteld, van dusdanige ernst dat het niet kan blijven bij de enkele vaststelling dat er in het vooronderzoek fouten zijn gemaakt. Aan de andere kant is uiteindelijk gebleken dat het gebruik van een niet-beëdigde of geregistreerde tolk niet heeft geleid tot verkeerde vertalingen, terwijl -zoals gezegd- niet is vast komen te staan dat een en ander doelbewust gebeurd is. Niet-ontvankelijkheid van de officier van justitie strekt daarom te ver. De rechtbank zal in plaats daarvan bij de nog te bespreken strafoplegging strafvermindering toepassen.

Vordering officier van justitie en standpunt omtrent het bewijs

De officier van justitie heeft ter terechtzitting gevorderd:

- veroordeling voor het onder sub 4, sub 6 en sub 9 ten laste gelegde;

- oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden met aftrek van het voorarrest.

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard dat aangeefster in diverse vormen het slachtoffer is geworden van mensenhandel en dat verdachte en haar medeverdachte daarvoor volledig verantwoordelijk kunnen worden gehouden.

Standpunt van de verdediging omtrent het bewijs

Door de verdediging is gemotiveerd bepleit dat geen bewezenverklaring voor het ten laste gelegde kan volgen. De raadsman heeft daartoe -onder meer- aangevoerd dat de verklaringen van [naam getuige] als bewijs dienen te worden uitgesloten nu haar verklaringen niet meer op waarheid en betrouwbaarheid te toetsen zijn. Ook de verklaringen van aangeefster moeten buiten beschouwing gelaten worden nu deze verklaringen tegenstrijdig en onjuist zijn. Bovendien zijn de verklaringen van de getuigen gebaseerd op informatie verkregen in het roddelcircuit.

Voorts heeft de raadsman aangevoerd dat hetgeen door de medeverdachte mogelijk is gedaan, niet aan verdachte valt te verwijten. Verdachte was veelal in Roemenië en had geen kennis van alles wat de medeverdachte deed en hoe zij zich gedroeg. Voorzover de rechtbank tot de conclusie mocht komen dat aangeefster geld aan de medeverdachte heeft gegeven, is nog niet bewezen dat de medeverdachte het geld voor zichzelf heeft gehouden. Zowel het wettig bewijs als de overtuiging ontbreken, aldus de raadsman.

Beoordeling van het bewijs

De rechtbank is met betrekking tot het gebruik van de verklaringen van [naam getuige] het volgende oordeel toegedaan. Weliswaar zijn de verklaringen van [naam getuige] opgenomen in ambtsedige processen-verbaal, maar [naam getuige] heeft deze processen-verbaal niet ondertekend. Pogingen om haar door de rechter-commissaris als getuige te laten horen zijn op niets uitgelopen; [naam getuige] lijkt spoorloos te zijn. De door haar afgelegde verklaringen kunnen niet door de rechtbank getoetst worden. De rechtbank is dan ook met de raadsman van oordeel dat de verklaringen van [naam getuige] afgelegd bij de politie, niet tot het bewijs kunnen worden gebezigd.

De rechtbank past de hierna te noemen bewijsmiddelen1 toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder weergegeven.

1. De verklaring van aangeefster [naam aangeefster]2, inhoudende:

Ik doe aangifte tegen [mede verdachte], geboren op [geboortedatum] en haar man [verdachte]. Ze noemen de man van [mede verdachte] altijd [verdachte].

[mede verdachte] en [verdachte] hebben mij sinds juli 2008 laten werken voor hen. Ze hebben mij sinds die tijd ook al mijn verdiende geld afgenomen. Ze hebben mij mishandeld.

Ik heb een gebroken arm opgelopen doordat [mede verdachte] mij heeft mishandeld. Ze heeft mij met een keukenstok geslagen waardoor mijn arm brak. Ik kon mijn arm niet meer bewegen en hij werd erg dik. Toen bleek in het ziekenhuis de volgende dag, dat mijn arm gebroken was. [mede verdachte] vertelde de arts dat ik met een scooter onderuit was gegaan. Ik kon daar niets van zeggen omdat [mede verdachte] erbij stond. Dit omdat ik erg bang was.

[mede verdachte] heeft ooit eens in de gevangenis gezeten en ze is gevaarlijk. Ik ben heel bang voor [mede verdachte] en ook voor [verdachte]. Ik ben banger voor [mede verdachte] dan voor [verdachte]. [verdachte] heeft mij wel eens uit de handen van [mede verdachte] getrokken om mij te beschermen tegen [mede verdachte]. Hij liet wel toe dat zij mij mishandelde. Ook heeft [mede verdachte] mijn haar afgeschoren. [verdachte] deed ook mee. Met een tondeuse werd al mijn haar van mijn hoofd geschoren. Eerst had [mede verdachte] dat onder dwang geblondeerd en daarna helemaal afgeschoren.

Afgelopen zaterdag 24 oktober 2009 ben ik nog eens geslagen door [mede verdachte]. Ik was samen met [mede verdachte] in de woning waar wij verbleven in Leeuwarden. [mede verdachte] had een sollicitatiegesprek vertelde ze en daarna zou ze mij op komen halen om naar de werkplek te gaan. Toen ik in mijn tas keek, zag ik dat mijn werkkamersleutels weg waren. Na een poos kwam [mede verdachte] terug. Het bleek dat ze mijn werkkamer helemaal had gecontroleerd op geld. Ze dacht dat ik geld had achter gehouden voor haar. Ik had dat niet gedaan, dus ze had niets kunnen vinden. [mede verdachte] heeft telefoonnummers van klanten gevonden in mijn werkkamer en daar werd ze boos om omdat ik niet het recht heb om met iemand door de telefoon te praten. [mede verdachte] sloeg mij in mijn gezicht en schopte mij op mijn kont en in mijn maagstreek.

Zondag (de rechtbank begrijpt: 25 oktober 2009) heb ik besloten dat dit zo niet langer kon en ben ik gevlucht.

Van mijn moeder heb ik maandag 26 oktober 2009 gehoord dat zij was bedreigd door [mede verdachte]. [mede verdachte] heeft tegen mijn moeder gezegd: "[slachtoffer] heeft geld en goud uit een safe gestolen". Ik moest naar [mede verdachte] terug gaan, zo snel mogelijk, anders ging [mede verdachte] mij volgen, vinden en vermoorden. Mijn moeder vertelde mij dat ze [mede verdachte] niet geloofde. Ik heb niets van [mede verdachte] gestolen, ze heeft niet eens een safe thuis. Mijn moeder huilde toen ze me dit vertelde. Ze is bang dat mij iets overkomt. Mijn moeder is wel bang dat [mede verdachte] bij haar thuis komt. Ik heb aan mijn moeder wel verteld dat ik als prostituee moest werken voor [mede verdachte]. Mijn moeder heeft [mede verdachte] vervloekt toen ze dit hoorde.

2. De verklaring van aangeefster [naam aangeefster]3, inhoudende:

Toen [mede verdachte] hoorde dat ik weg zou gaan en niet weer terug zou komen, vertelde [mede verdachte] mij dat ik problemen had met de politie in [Bacau]. Ik vertelde aan [mede verdachte] dat als ik problemen met de politie zou hebben, de politie wel bij mij zou komen en dat ik anders wel op het politiebureau zou moeten komen. Maar [mede verdachte] zei tegen mij dat ik dat niet hoefde te doen omdat zij al voor mij naar het politiebureau was geweest. De volgende morgen ging [mede verdachte] even weg om wat te kopen, even later kreeg ik een sms'je met de volgende tekst: "Miss [slachtoffer], ik ben een politieman uit [Bacau], omdat jij gisteravond met iemand hebt gesproken met iemand die in de gevangenis zat moet je nu een boete van 2000 euro betalen". Toen [mede verdachte] thuiskwam heb ik haar het sms'je laten zien omdat ik niet snapte wat er bedoeld werd, ik had nooit met iemand in de gevangenis gesproken.

Opnieuw kreeg ik een sms'je van de politieman dat ik 1000 euro moest betalen, 500 euro aan de politieman en 500 euro aan iemand die de politie helpt om papieren te maken. Ik weet niet hoe die man wordt genoemd. Het sms'je was van dezelfde telefoon als de eerste keer. Ik dacht op dat moment dat het echt waar was, dat mijn problemen nog niet over waren.

Ongeveer maart /april 2009 zijn we naar Nederland gekomen, naar Leeuwarden. In augustus ben ik weer terug gegaan naar Roemenië. [mede verdachte] is drie maanden voor mij naar Roemenië gegaan omdat er problemen waren, ze had geld verstuurd met Western Union.

Ik ben hier gebleven, aan het werk. Ik bewaarde mijn geld tot [verdachte] kwam. Ik sliep op het werk. Het geld wat ik verdiende heb ik aan hen gegeven. [mede verdachte] belde mij continu, ik zei dat er niet zoveel klanten waren zodat ik wat geld kon achteruitleggen voor mijzelf. [mede verdachte] zei tegen mij: nu moet je goed luisteren, ik heb mensen achter gelaten die je goed in de gaten houden, elke stap die jij zet krijg ik te horen. Ik was bang dat het waar was dat iemand mij in de gaten hield. [mede verdachte] vertelde mij dat als ik een stap verkeerd zou zetten, zij direct in het vliegtuig zou stappen en binnen twee uur zou ze hier zijn en mij en mijn familie vernietigen. Al het geld dat ik verdiende is opgehaald, om de twee of drie weken. Het geld werd opgehaald door [verdachte].

Op 12 augustus 2009 ben ik naar het huis van [mede verdachte] gegaan. Ik ging met het vliegtuig naar Boekarest en naar Bacau met [verdachte] in de auto gereisd. Ik heb de ticket betaald, het meisje [getuige] heeft de ticket voor mij geregeld omdat zij goed Engels kan.

[mede verdachte] zei dat ik hier te lang was geweest en dat ik mij even moest ontspannen daarom ben ik terug gegaan.

[mede verdachte] vertelde mij dat ik weer een sms had gekregen van de politieman. Nu moest ik 1500 euro betalen om niet naar de gevangenis te hoeven. [mede verdachte] heeft mij gevraagd wat ik had gedaan. Ik vertelde dat ik alleen maar aan het werk was geweest.

In de tijd dat ik hier in Nederland alleen was had ik een vriend.

Op die dag begon [mede verdachte] heel vroeg heel veel te drinken. Toen begon ze tegen mij te schreeuwen en mij te slaan. [mede verdachte] vroeg waarom ik tegen haar had gelogen. Ik heb haar toen de waarheid verteld. Ik moest respect voor [mede verdachte] tonen, zij kon mijn moeder zijn. Ik heb tegen [mede verdachte] gezegd dat ik recht had op een vriend. [mede verdachte] zei dat ik niet dezelfde leeftijd had en ook niet haar karakter. [mede verdachte] deed de deur op slot. [mede verdachte] heeft mij toen met een keukenstok geslagen, toen is mijn arm gebroken. Het gips heeft een week om mijn arm gezeten. Ik mocht niet langer gips van haar omdat ik haar dan niet kon helpen met de werkzaamheden. In het ziekenhuis heeft men mij verteld dat het gips een maand om mijn arm moest. [mede verdachte] heeft het gips gebroken en eraf gehaald. In deze periode hebben [mede verdachte] en [verdachte] mijn haar afgeschoren, hierover heb ik al verteld in mijn vorige verklaring.

Begin september 2009 ben ik weer naar Leeuwarden gekomen.

Duizenden euro's heeft [mede verdachte] van mij gekregen in de tijd in Nederland. Per dag verdiende ik gemiddeld 150 euro. Dat is gemiddeld 1050 euro per week. Eerst heb ik vijf maanden gewerkt dat is 21 weken keer, afgerond 1000 euro is 21000 euro. Daarna heb ik nog ongeveer 8 weken voor [mede verdachte] gewerkt dus komt er nog minstens 8000 euro bij. Ik heb in de tijd dat ik in Nederland was minstens 29.000 euro verdiend. Er waren zondagen bij dat ik 1000 euro verdiende. Al het geld is naar [mede verdachte] en [verdachte] gegaan.

Er stond weer een berichtje op mijn telefoon, ik moest nog 10000 euro betalen. Ik had het geld bijna bij elkaar. Ik moest nog 500 euro sparen. In die tien dagen dat [mede verdachte] in Roemenië verbleef heb ik 7000 euro verdiend. Ik heb aan [mede verdachte] gevraagd of ik mijn schuld nu had afbetaald. [mede verdachte] zei tegen mij: denk je nu echt dat je zo snel het geld bij elkaar kunt verdienen. Ik had een berekening gemaakt en wilde graag geld voor mijzelf hebben. [mede verdachte] zei tegen mij dat [verdachte] wist hoeveel ik nog moest betalen. En zodoende vertelde [verdachte] mij dat ik nog 10000 euro moest betalen.

Ongeveer vier dagen geleden deed ik mijn oude simkaart in de telefoon. [mede verdachte] belde mij en zei dat zij mensen heeft die andere mensen vernietigen voor 500 euro. Zij zullen mij wel vinden en vermoorden en anders mijn familie vermoorden. Ik ben er heel erg bang voor want zij heeft eerder in de gevangenis gezeten en heeft heel veel zigeunervrienden in Bacau.

Ik doe hierbij dus aangifte tegen [mede verdachte], maar ook tegen haar man [verdachte]. [mede verdachte] heeft mij mishandeld, vernederd en heeft al mijn verdiende geld afgenomen. Ook [verdachte] heeft mij mishandeld en vernederd en mijn geld afgenomen. Elk meisje dat werkte in [naam] in Leeuwarden, weet dat ik werd geslagen door [mede verdachte]. Ik moest dan naar [mede verdachte] haar kamer en de gordijnen werden dicht gedaan en ik werd dan geslagen. Iedereen kan dat bevestigen. Ik wil dat zij wordt gestraft. Ook [verdachte] verdient straf voor wat hij mij heeft aangedaan.

3. De verklaring van aangeefster [naam aangeefster]4, inhoudende:

April 2009

We zijn naar Nederland gekomen, we zijn in [naam] gaan werken, prostitutiewerkzaamheden.

Mei 2009

Ook in [naam] gewerkt.

Juni 2009

[mede verdachte] naar Roemenië. Dit was kort na mijn verjaardag. Ik ben op [datum] jarig. Ik bewaarde mijn verdiende geld voor [verdachte] op mijn werk. De eerste keer na 3 weken en de 2e keer na 2 weken heeft [verdachte] mijn verdiende geld opgehaald.

Juli 2009

Ik werkte in [naam].

Augustus 2009

12 augustus met vliegtuig naar Boekarest. [verdachte] heeft mij opgehaald met zijn auto en meegenomen naar Bacau. Bij [mede verdachte] en [verdachte] thuis ben ik verschrikkelijk mishandeld en heeft [verdachte] mijn hoofd met een tondeuse kaal geschoren. Ik ben geslagen met een broodstok en een dag later voor behandeling naar het ziekenhuis gegaan met [mede verdachte]. Moest zeggen dat ik van een bromfiets was gevallen. Kreeg gips om mijn arm in het ziekenhuis.

Ik ben naar het ziekenhuis in Bacau geweest. Er zijn geen foto's van mijn arm gemaakt. Ik weet geen naam van een dokter.

September 2009

Weer terug in Leeuwarden met [mede verdachte] en [verdachte]. Ik ben toen in '[naam] gaan werken, bij de 1 euro. Ik heb twee weken in '[naam] gewerkt. Toen ben ik weer naar de [naam] gegaan. Omdat [mede verdachte] heel goed Spaans kan praten heeft ze met de mevrouw van [naam] de kamer geregeld. Deze mevrouw is een Spaanse.

Oktober 2009

Gewerkt in [naam].

November 2009

Gevlucht.

V: Hoe zit dat met de mishandelingen in de kroeg in Leeuwarden. [mede verdachte] zou jou hebben geslagen en anderen hebben dat kunnen zien. Hoe is dat gegaan?

A: [mede verdachte] is toen heel erg boos op mij geworden omdat een week daarvoor een condoom was gebroken. Ik ben toen naar de GGD geweest. Ik bleek een ziekte te hebben. Dit was in het [naam]. Na werktijd heb ik een biertje gedronken en [mede verdachte] een whisky. [mede verdachte] herinnerde zich toen dat ik een ziekte had, [mede verdachte] sloeg mij twee keer in het gezicht.

V: Je draagt een pruik. Waar heb je die gekocht?

A: In Roemenië heb ik de blonde pruik van [mede verdachte] gekregen. Later heb ik zelf een pruik gekocht, een blonde met lange haren, deze pruik had ik op toen ik in Nederland kwam.

4. De verklaring van aangeefster [naam aangeefster]5, inhoudende:

Ik begrijp dat u naar aanleiding van de verklaringen van [mede verdachte] en [verdachte] nog wat vragen aan mij heeft. U vraagt mij naar de naam [naam]. Dat is de man die ons naar Nederland heeft gebracht. [naam] is een cliënt van mij geweest in Roemenië.

U vraagt mij wat ik zou doen voor werkzaamheden in Nederland. Ik wist dat we achter ramen zouden gaan werken en [mede verdachte] had mij verteld hoe dat werkte. Ik weet ook dat wij geld hebben betaald aan [naam].

[mede verdachte] heeft mij verteld dat wij 1000 euro per persoon moesten betalen aan [naam]. Ik moest ook direct aan het werk om geld te maken zodat het geld aan [naam] kon worden betaald.

U zegt mij dat [mede verdachte] vertelt dat zij voor het eerst in Nederland in de prostitutie is gaan werken. In Roemenië werkte zij ook met klanten. We moesten dansen, maar ook met klanten mee. Dat is dan toch ook prostitutie. [verdachte] wist er gewoon van dat [mede verdachte] en ik in de prostitutie werkten. [verdachte] heeft het altijd geweten.

U zegt mij dat [mede verdachte] verteld heeft dat zij mij heeft leren lezen en schrijven. Ik heb dat gewoon op school geleerd. Ik heb de basisschool doorlopen, dus 8 klassen. [mede verdachte] heeft mij dat helemaal niet geleerd.

U zegt mij ook dat [mede verdachte] heeft verklaard dat ik al mijn verdiende geld aan [naam vriend], mijn vriendje van toen, gaf. [mede verdachte] was de eerste en de laatste die mijn geld inpikte. Ik heb aan niemand anders ooit geld moeten afgeven.

U vraagt mij naar een boottochtje dat ik samen met [mede verdachte], [verdachte], [getuige] en [getuige] zou hebben gehad. Ik droeg toen al een pruik. Ik moest van [mede verdachte] de pruik afzetten omdat het warm was. Ik wilde dat niet, want ik schaamde mij erg. Onder druk van [mede verdachte] heb ik dat wel gedaan uiteindelijk. Ik droeg tijdens dat boottochtje een kort wit jurkje met een klein mouwtje. [mede verdachte] droeg hetzelfde jurkje.

Het klopt ook dat we in een skilift naar boven zijn geweest. [mede verdachte] heeft toen gedreigd mij eruit te gooien en ik was heel erg bang. [mede verdachte] deed alsof het een grapje was, maar ik weet dat zij het wel echt bedoelde. Als er geen andere mensen bij waren, was het misschien ook wel gebeurd.

U zegt mij ook dat getuigen hebben gezien dat ik een klap van [mede verdachte] heb gekregen in die bar, in Leeuwarden. Ik heb daar al over verklaard, maar ik wist niet meer wie dat allemaal had gezien. Ik weet wel dat door die klap mijn pruik bijna afviel. Ik heb mij toen erg geschaamd.

Het klopt ook dat ik [verdachte] mijn verdiende geld moest geven toen [mede verdachte] in Roemenië was. Ik had toen inderdaad weinig geld over toen ik samen met [getuige] en [getuige] naar Roemenië vertrok met het vliegtuig. Ik had toen alles al aan [verdachte] gegeven, en ik kan mij herinneren dat het meer dan 6000 euro is geweest.

5. De verklaringen van [verbalisant] en [verbalisant]6, inhoudende:

Tijdens het toezicht van het Mensenhandel Interventie Team van de politie Fryslan, in het prostitutiegebied rondom de Weaze te Leeuwarden, werd het volgende bevonden.

Op maandag 31 augustus 2009 en donderdag 3 september 2009 werd door ons geconstateerd, dat op [kamer nummer] van sexinrichting Eroscentrum '[naam], gevestigd aan [adres] te Leeuwarden een jonge blonde vrouw werkzaam was als prostituee. Haar werkkamer was karig ingericht. Tevens zagen wij dat de vrouw geen sieraden droeg.

Uit navraag bij de beheerder [naam beheerder], van genoemd Eroscentrum bleek zij te zijn genaamd [slachtoffer], geboren [geboortedatum] te [geboorteplaats], land Roemenië. Tevens deelde deze beheerder ons mede, dat hij moeilijk met haar kon communiceren, omdat zij geen Nederlands sprak en heel weinig Engels. Zij zou gebracht zijn door een Roemeense

vrouw, die voorheen zelf ook een kamer bij hem huurde. Deze vrouw was genaamd [medeverdachte], geboren [geboortedatum] te [geboorteplaats ], Roemenië. Verder deelde de beheerder ons mede, dat beide vrouwen sinds de tweede week van augustus 2009 een kamer bij hem huurden. Ongeveer een week geleden waren zij van kamer geruild, waarbij [slachtoffer] op kamer [nummer] was gekomen en [medeverdachte] op [kamer nummer]. [medeverdachte] werkte sinds die tijd niet meer.

Volgens de beheerder had zij hem verteld dat zij buikpijn had en even niet kon werken. Ook deelde de beheerder ons mede, dat zij nu wel iedere dag bij [slachtoffer] op de kamer kwam en soms meerdere keren per dag, al dan niet in gezelschap van een manspersoon. Deze man zou volgens [medeverdachte] haar echtgenoot zijn aldus de beheerder.

Op maandag 7 september 2009, omstreeks 14.00 uur, werd ik, verbalisant [verbalisant], aangesproken door, de mij ambtshalve bekende, [getuige]. Zij deelde mij mede, dat zij zich zorgen maakte om het meisje wat tegen over haar werkte in kamer [nummer] in Eroscentrum '[naam], genaamd [slachtoffer].

Tevens deelde [getuige] mede, dat er dikwijls scheldpartijen plaatsvonden als [mede verdachte] op de kamer bij [slachtoffer] was. Meestal kwam [mede verdachte] en sloot zij het gordijn van de kamer van [slachtoffer]. [getuige] had meerdere malen gehoord, dat er geschreeuwd werd door [mede verdachte], maar kon niet verstaan wat er gezegd werd, omdat dit in het Roemeens was. Verder gaf [getuige] te kennen, dat [slachtoffer] moeilijk met anderen kon praten, omdat zij geen Nederlands sprak en maar zeer weinig Engels.

6. De verklaring van getuige [getuige]7, inhoudende:

Ik weet waarover u mij wilt horen, het gaat om [slachtoffer], over wie ik jullie in september vorig jaar heb verteld, dat zij vermoedelijk voor een vrouwelijke pooier zou werken, genaamd [mede verdachte]. Ik werk zelf als prostitué in het "Eroscentrum '[naam]", gevestigd aan de Weaze te Leeuwarden. In die periode, dit was zo eind augustus begin september 2009, werkte er een Roemeense vrouw in de kamer tegen over mij. Zij noemde zichzelf [mede verdachte]. Na een of twee weken verruilde [mede verdachte] haar kamer met [slachtoffer], eveneens een Roemeense, met wie zij veel optrok. [slachtoffer] werkte vervolgens in de kamer tegen over mij en [mede verdachte] op een kamer achter in de gang. [slachtoffer] was altijd aan het werk als ik op mijn kamer verbleef. Zij had regelmatig klanten. Ook zag ik nagenoeg elke dag de eerder genoemde [mede verdachte] minimaal 1 x per dag op haar kamer komen. [slachtoffer] gedroeg zich onderdanig naar [mede verdachte]. Zo maakte ze de kamer van [mede verdachte] schoon, terwijl [mede verdachte] op haar bed lag te luieren. Op een gegeven moment ontdekte ik dat [slachtoffer] een pruik van lang blond haar droeg. Ik zag namelijk dat zij deze opzette, toen ik in haar kamer keek. Ik zag toen tevens, dat [slachtoffer] van nature donker haar had, hetgeen op dat moment erg kort was. Ik heb van een andere Roemeense vrouw gehoord, dat [mede verdachte] en haar man het hoofd van [slachtoffer] hebben kaalgeschoren als een soort straf.

7. De verklaring van getuige [getuige]8, inhoudende:

Sinds mijn dochter naar Nederland is vertrokken heb ik geen enkel geldbedrag van haar ontvangen, behalve in de maand november 2009. Toen stuurde ze me de somma van 1000 euro via Western Union.

Nadat ze bij [mede verdachte] weggevlucht was heeft [slachtoffer] mij verteld dat ze in Nederland door [mede verdachte] was gedwongen om zich te prostitueren en dat laatstgenoemde al het geld innam. Verder vertelde mijn dochter me dat [mede verdachte] haar meermalen had geslagen in de periode dat ze werd uitgebuit door [mede verdachte]. Ik vernam eveneens van mijn dochter dat zij van [mede verdachte] niet naar mij mocht bellen. Dit werd ook bewezen door het feit dat zij mij elke dag belde nadat ze bij [mede verdachte] weggevlucht was.

8. De verklaring van getuige [getuigee]9, inhoudende:

In september of eind augustus 2009, heb ik een kamer gehuurd in Eroscentrum '[naam]. Na enige tijd kwamen er twee nieuwe Roemeense meiden, die later bleken te zijn [mede verdachte] en [slachtoffer]. [slachtoffer] kwam in de kamer tegenover mij te werken. [mede verdachte] werkte aan de andere kant in een kamer tegenover een Nederlandse meid genaamd [getuige]. Ik hoorde [mede verdachte] heel vaak roepen naar [slachtoffer], zij commandeerde [slachtoffer] als een baas. Zij riep [slachtoffer] en die kwam dan onmiddellijk aan hollen. Het gebeurde zeer regelmatig, dat [slachtoffer] bij [mede verdachte] op de kamer zat en dat er dan een klant kwam. Vervolgens maakte [mede verdachte] een afspraak met die klant over de prijs en dan ging die klant met [slachtoffer] naar haar eigen werkkamer. [slachtoffer] werkte constant. Heel vaak was het gordijn van haar kamer dicht, hetgeen inhield dat zij vaak een klant had. Later hoorde ik van andere klanten, dat [slachtoffer] onder de prijs werkte en voor 20 of 25 euro al werkte. Dit, terwijl de minimum prijs 35 euro is. Ook weet ik, dat [slachtoffer] op een gegeven moment bij de GGD weg kwam en een geslachtsziekte had. Dit bleek uit een brief, welke [slachtoffer] van de GGD kreeg welke zij niet kon lezen. Door een van ons is de brief aan [slachtoffer] vertaald in het Roemeens. Daarom wisten wij dat zij een geslachtsziekte had. Dit veroorzaakte de nodige opschudding onder de vrouwen die daar werkten. [slachtoffer] zou zonder condoom werken en een risico zijn voor de andere meiden.

Ik kan mij nog herinneren, dat ik op een gegeven moment met [getuige], ook een Roemeense meid, in de kamer van [slachtoffer] was. [getuige] vroeg een aantal keren naar het haar van [slachtoffer], waarop [slachtoffer] ontwijkend antwoordde. Op een gegeven moment trok [getuige] de pruik van [slachtoffer] haar hoofd en zag ik dat [slachtoffer] heel kort, enkele centimeters lang haar had, donker gekleurd. [slachtoffer] werd hier heel boos om.

9. De verklaring van getuige [getuige]10, inhoudende:

Ik help af en toe in café [naam] in Leeuwarden. Dit café ligt in het prostitutiegebied de Weaze te Leeuwarden. Het zal in september of oktober 2009 geweest zijn toen ik een meisje leerde kennen dat [slachtoffer] heet. Ik wist dat zij als prostituee op de Weaze werkte. Zij was daar samen met een andere vrouw, [mede verdachte] genaamd. [mede verdachte] werkt ook in de prostitutie in Leeuwarden. Zij waren daar samen met nog een paar anderen. [mede verdachte] dronk diverse whisky's. Op een gegeven moment zag ik dat [mede verdachte] een klap uitdeelde aan [slachtoffer]. Zij zaten toen aan een tafel, vlakbij het rokersgedeelte. Zij sloeg [slachtoffer] met de vlakke hand tegen het hoofd. Ook schreeuwde zij tegen [slachtoffer]. Later heb ik het haar nog een keer zien doen. Ik ben toen naar [mede verdachte] toegegaan en heb gezegd dat zij daar mee moest ophouden. Ze zij toen dat ik mij er niet mee moest bemoeien, want ik wist niet wat er aan de hand was. [mede verdachte] zei ook nog dat [slachtoffer] haar zuster was.

Een paar dagen later gebeurde bijna hetzelfde weer. [mede verdachte], [slachtoffer] en een paar andere mensen kwamen weer in [naam]. [mede verdachte] sloeg [slachtoffer] weer op het hoofd. Ik ben er toen naar toegelopen en heb [mede verdachte] bij de schouder gepakt en gezegd dat zij moest ophouden met slaan.

10. De verklaring van getuige [getuige]11, inhoudende:

Ik ken [slachtoffer] sinds de zomermaanden 2009. Ik heb [slachtoffer] leren kennen in een sexhuis waar zij werkte. Wij noemen dit het 1 euro huis. Je moet daar namelijk een euro betalen, om via een draaihek naar binnen te kunnen. [slachtoffer] werkte daar als prostituee. Ik heb haar toen enkele keren mee uit genomen en zo ontstond er een relatie.

Ik had van [slachtoffer] begrepen, dat zij eigenlijk niet met mij uit mocht gaan, omdat haar zus, die haar altijd hielp niet wilde dat zij buiten haar werktijden met mannen omging. Ik vond dat wel vreemd. Die vriendin van haar die zij [mede verdachte] noemde, heb ik pas later leren kennen. Op het moment dat ik een relatie had met [slachtoffer] was [mede verdachte] namelijk in Roemenië. Na een korte relatie heb ik het uitgemaakt. Ik kreeg toen een relatie met een ander meisje. Ik bleef echter wel sms'jes van [slachtoffer] ontvangen. Op een gegeven moment stopte dat, omdat [slachtoffer] terug ging naar Roemenië. [slachtoffer] is toen enkele weken in Roemenië gebleven.

Toen zij terug kwam, dit was volgens mij in augustus 2009, zag ik haar weer op haar werkkamer. Ik zag, dat [slachtoffer] erg veranderd was. Zij droeg namelijk een blonde pruik.

Later hoorde ik van een ander Roemeens meisje dat daar werkte, genaamd [getuige], dat [slachtoffer] kaal geschoren was. Ook hoorde ik van die [getuige], dat [mede verdachte] haar had kaal geschoren, omdat [slachtoffer] stiekem een relatie met mij had gehad. Ik heb dit toen aan [slachtoffer] gevraagd, maar die schaamde zich in eerste instantie zo, dat zij mij dat niet wilde vertellen. Ook was zij erg angstig en terughoudend geworden. Zij wilde eigenlijk helemaal geen contact meer met mij. [mede verdachte] werkte toen ook in dat sexhuis waar [slachtoffer] werkte. Op een gegeven moment kwam ik in dat sexhuis en stond een aantal van die meiden bij elkaar.

Een van hen bleek [mede verdachte] te zijn. [mede verdachte] stond daar heel arrogant en bazig. Ik hoorde dat zij tegen [slachtoffer] zei; Zo laat jij jou vriendje eens aan mij zien. Hierop ben ik met [slachtoffer] en [mede verdachte] naar haar kamer gegaan. Hier rook ik ook, dat [mede verdachte] behoorlijk had gedronken. [mede verdachte] vertelde mij toen, dat zij [slachtoffer] had gestraft en haar hoofd had kaal geschoren, omdat zij tegen [mede verdachte] had gelogen. Ook had zij dit gedaan voor mij, omdat [slachtoffer] tegen mij ook zou hebben gelogen, over het feit dat zij een kind zou hebben.

Dit gesprek was erg kort en hierop ben ik weggegaan. Ik wist inmiddels ook dat er een man bij [mede verdachte] hoorde. Dit was een grote stevige vent.

Later kwam ik [mede verdachte] en ook [slachtoffer] regelmatig tegen in een café, waar veel Roemenen samen komen. Dit café is genaamd het [naam]. Ik heb toen meerdere malen met [mede verdachte] gesproken. Ik weet ook, dat wij een keer in dat café waren, toen [mede verdachte] zomaar in eens [slachtoffer] een harde klap in haar gezicht gaf, waardoor [slachtoffer] op de vloer viel en haar pruik afvloog. [mede verdachte] zei toen iets van jij moet maar eens luisteren.

[mede verdachte] behandelde [slachtoffer] als een hond en [slachtoffer] durfde nergens wat van te zeggen. [mede verdachte] sloeg [slachtoffer] vaak en meestal als zij gedronken had.

Ik kan ook nog verklaren, dat ik op een gegeven moment bij [slachtoffer] haar kamer kwam en haar vroeg of zij mee ging om iets te drinken of een ijsje te halen of zo. Dit was nadat [slachtoffer] terug was gekomen uit Roemenië met een kaal hoofd en constant een pruik droeg.

[slachtoffer] zei toen tegen mij, dat zij niet mee mocht en moest werken voor [mede verdachte]. Ik schrok hiervan, omdat zij mij eerst had verteld dat [mede verdachte] een soort zus voor haar was en heel streng was voor [slachtoffer], wat ik niet normaal vond.

11. De verklaring van getuige [getuige]12, inhoudende:

Ik begrijp dat ik hier ben bij u omdat [mede verdachte] mij genoemd heeft als getuige. Ik ken [mede verdachte]. Vorig jaar eind mei, begin juni 2009, ben ik benaderd door een kennis van mij uit Roemenië. Deze kennis vroeg mij of er nog werkplekken waren in Nederland, in Leeuwarden, zodat een goede vriend van hem en haar zusje konden komen omdat zij ook wilden werken in Nederland. Het ging om prostitutiewerkzaamheden, hetzelfde werk wat ik ook doe. Ik ben gevraagd of ik ook twee werkkamers kon reserveren. Ik kende deze vrouw en haar zusje niet. Die kennis van mij is genaamd [naam].

Op vrijdagavond om een uur of tien kwam [naam] met een man, genaamd [verdachte], naar mijn werkkamer.

Hij vroeg mij of de dames en hijzelf en [verdachte] die hij had meegenomen, bij mij

in mijn woning konden overnachten. De dames zouden dan de volgende ochtend om 10.00 uur op het Zaailand zijn om daarna de werkkamers te bekijken. Hierna zouden ze mogelijk gaan werken. Ik heb [naam] mijn sleutel van mijn woning meegegeven. [naam] is toen met de dames en [verdachte] naar mijn woning gegaan. De volgende ochtend kwam [naam] met de twee dames en [verdachte] op een terras bij het Zaailand te Leeuwarden. Daar hadden we afgesproken elkaar te ontmoeten. Ik heb hen uitgelegd dat ze elk een werkkamer hadden.

[mede verdachte] vroeg mij tijdens de koffie wat we konden verdienen en wat er gangbaar was. Ook wilde ze weten wat ik verdiende. Ik heb haar uitgelegd dat ik er al langer werkte en dat ik zo mijn vaste klanten had. Ik zei tegen [mede verdachte] dat ze nieuw waren en vermoedelijk eerst wel voldoende klanten kregen en goed konden verdienen.

Ik hoorde dat zowel [mede verdachte] als [slachtoffer] ook wat Turks spraken. Ik heb hen gevraagd waar ze dat hadden geleerd. [mede verdachte] vertelde mij dat ze dit hadden geleerd in Turkije, waar ze eerder hadden gewerkt. In Turkije hebben [mede verdachte] en [slachtoffer] in een club gewerkt en daar waren ze eerst aan het dansen. Ook kon je met een klant naar een kamer gaan. Zowel [slachtoffer] als [mede verdachte] waren ervaren in het werk als prostituee. [slachtoffer] was duidelijk door [mede verdachte] opgeleid. Ze deed alles wat [mede verdachte] zei, kleedde zich zoals [mede verdachte], droeg haar make-up als [mede verdachte].

Mijn eerste indruk van [mede verdachte] was helemaal niet slecht. Het was een dame die wist wat ze wilde. Ze gedroeg zich heel netjes in het begin. Mijn eerste indruk van [slachtoffer] was een simpel meisje met manieren. Ze sprak niet veel, was niet aanwezig en maar op de achtergrond.

Ik heb de kamers voor [slachtoffer] en [mede verdachte] geregeld. Ik heb alleen bemiddeld en daar verder niets voor betaald gekregen. U zegt mij dat [mede verdachte] verklaart dat ze 1000 euro per persoon heeft betaald aan [naam] voor de reis en de bemiddeling van de kamers. Ik weet dat [mede verdachte], [slachtoffer] en [verdachte] 400 euro moesten betalen voor de diesel van de auto aan [naam] voor de reis. Ik hoorde dat ze geen geld hadden en ik heb dat bedrag voorgeschoten voor hen en aan [naam] betaald. Die 1000 euro persoon weet ik niets van. Volgens mij is [naam] die maandag daarna weer terug is gegaan naar Roemenië, samen met [verdachte], de man van [mede verdachte]. Dit was dus twee dagen later.

[mede verdachte] en [slachtoffer] zijn aan het werk gegaan. [slachtoffer] in [kamer nummer] en [mede verdachte] in [kamer nummer] van [naam]. [mede verdachte] en [slachtoffer] verbleven nadat [naam] en [verdachte] terug waren gegaan naar Roemenië ook 's nachts op hun werkkamer.

Ik nam [slachtoffer] mee naar de kamer van [mede verdachte]. [slachtoffer] stond op de rand van het bed. [mede verdachte] kwam binnen en sloeg [slachtoffer] toen ineens zo erg dat [slachtoffer] op de andere kant van het bed viel. Dit was na volgens mij twee dagen nadat [mede verdachte] en [slachtoffer] aan het werk waren gegaan.

12. De verklaring van getuige [getuige]13, inhoudende:

U vraagt mij naar het feit dat [verdachte] en [mede verdachte] in die periode dat zij bij mij verbleven mogelijk een andere woning zouden huren. Dat klopt, ik heb in die periode via een bekende van mij genaamd [naam] een huisje kunnen regelen in de [adres] te Leeuwarden.

[mede verdachte] is op een gegeven moment terug gegaan naar Roemenië. [slachtoffer] is toen alleen achter gebleven. Volgens mij was dit na ongeveer twee weken. [slachtoffer] werkte toen in [naam] en is totaal drie weken hier alleen geweest.

Ik ben op 12 juli 2009 terug geweest naar Roemenië. Net voor die datum werd ik gebeld door [mede verdachte]. Zij wist dat ik met het vliegtuig terug zou gaan naar Roemenië.

Zij wilde dat ik [slachtoffer] meenam. In die tijd kon je die vluchten alleen nog maar boeken met een creditkaart. Ik heb de vlucht dus eerst betaald en dit later teruggekregen van [slachtoffer]. Met ons is mijn vriendin [naam] gereisd. Wij hadden met een kennis afgesproken dat hij ons naar Schiphol zou brengen. Wij zouden hier 90 euro voor betalen. Op Schiphol zouden wij, hiermee bedoel ik [naam], [slachtoffer] en ik ieder 30 euro betalen. Toen iedereen zou betalen zag ik dat [slachtoffer] een rood gelakt beursje had en dat zij hier maar 100 euro in had zitten. [naam] en ik hebben toen beide 45 euro betaald zodat [slachtoffer] niet hoefde te betalen. Ik begrijp niet hoe het kan dat zij op dat moment maar 100 euro had. Zij had drie weken gewerkt. Wel is het zo dat [slachtoffer] mij de ticket intussen had betaald. Dit was ongeveer 300 euro.

Op het vliegveld heeft [verdachte] [slachtoffer] opgehaald. Ik ben twee weken in juli 2009 in Roemenië gebleven. Volgens mij was het na tien dagen dat ik een telefoontje van [mede verdachte] kreeg met de vraag of ik een bakje koffie met haar in het centrum wilde drinken. [mede verdachte] werd vergezeld door [slachtoffer]. Toen ik [slachtoffer] zag kreeg ik een ernstige shock. Haar haar was namelijk redelijk verpest en nu zo mooi. Zij had toen een totaal andere kleur haar. Later vertelde zij mij dat het een pruik was.

[slachtoffer] had een zwart T-shirt aan met een korte broek en ik zag dat zij plekken dan wel strepen op haar rechterarm en rechterbeen had en dat die waren weggewerkt door foundation. Ik heb toen aan haar gevraagd wat er gebeurd was. [mede verdachte] zat hierbij.

[slachtoffer] zei dat zij een scooterongeluk had gehad. Dit geloofde ik niet. Naar mijn mening was het niet afkomstig van een scooterongeval. Het waren geen schaafplekken. Het waren strepen allemaal in de zelfde lijn en dan onder elkaar. Het leken wel stokslagen maar de strepen waren dikker. Zo dik als een koffiebeker ongeveer. Ik kreeg van mijn oma vroeger ook wel stokslagen en het leek daar wel op. Even daarna arriveerde [verdachte]. Mijn zusje ([getuige]) en ik zijn kort daarop weggegaan.

Wij hebben toen wel afgesproken dat wij de volgende dag een leuke boottocht zouden gaan maken. Dit was in Piatra Neamt. Bicaz is de plaats waar de boottocht begon. Allereerst waren wij in de woning van [mede verdachte]. Het bleek dat [mede verdachte] en [slachtoffer] dezelfde kleding aanhadden. Zij droegen witte jurkjes met korte mouwen. Mijn zus [getuige] was erbij. Wij zijn daarna in twee auto's naar het meer gereden. [getuige] reed met mij mee en de anderen in de auto van [verdachte]. [verdachte] vroeg op een gegeven moment aan [slachtoffer] of zij haar pruik even wilde afdoen, zodat er een foto van gemaakt kon worden en dat zij dan herinneringen voor later had. Zij wilde dit in eerste instantie niet en begon te huilen. Waarschijnlijk schaamde zij zich. [mede verdachte] wierp haar toen zware woorden toe en vervolgens deed [slachtoffer] de pruik af. [mede verdachte] zei: "als jij je pruik nu niet afzet dan gooi ik je overboord". Eerst dacht ik dat het een grapje was. Maar [mede verdachte] ging door en ook [verdachte] bemoeide zich ermee. Toen wist ik dat het echt was. Ik weet niet waarom zij de pruik moest afdoen. Mogelijk was het om haar te vernederen. Ik zag dat zij gemillimeterd haar had. Toen wij op 12 juli met [slachtoffer] naar Roemenië vlogen had zij nog normaal lang haar. Dit haar moet dus in Roemenië zijn afgeschoren.

Na de boottocht zijn wij nog met de skilift naar boven gegaan. In de skilift zei [mede verdachte] tegen [slachtoffer] dat dit een goed moment en hoogte was om [slachtoffer] uit de cabine te gooien.

[slachtoffer] reageerde er angstig op en was duidelijk bang. [verdachte] nam de woorden van [mede verdachte] over. [slachtoffer] zei dat zij heel erg bang was om naar buiten gegooid te worden.

[slachtoffer] heeft wel gewerkt. Ik heb nooit geld bij haar gezien en ik heb ook nooit gezien dat zij kleding heeft gekocht.

[slachtoffer] en [mede verdachte] kwamen naar Nederland om te werken in de prostitutie. Dat zij hier zouden komen om te dansen is onzin. Er was namelijk al met mij gebeld om twee kamers te regelen.

Ook toen zij hier was heeft zij niet gezocht naar clubs waar zij kon dansen.

U vraagt mij of ik nog iets wil toevoegen aan het verhaal. Dit wil ik wel want ik herinner mij dat ik een paar keer in het begin, toen zij hier net waren, heb gezien dat [slachtoffer] gelijk haar verdiende geld naar [mede verdachte] bracht. Ik dacht toen dat [mede verdachte] dit voor haar zou bewaren. Nu weet ik wel beter.

13. De verklaring van getuige [getuigee]14, inhoudende:

Mijn roepnaam is [getuige]. Ik heb [slachtoffer] voor het eerst gezien op het vliegveld, dit was die keer dat ik [getuige] ophaalde vanaf het vliegveld. [getuige] was toen in gezelschap van [slachtoffer] en [getuigee]. [getuige] kwam naar onze auto toe en [slachtoffer] naar de auto van [verdachte]. [slachtoffer] droeg toen kort blond geverfd haar, ze droeg een klein staartje. Als ze haar haar los droeg hing het op haar schouders. Een week later heeft [mede verdachte] mijn zusje gebeld om een kopje koffie te drinken op een terras bij een winkelcentrum. Dit was de eerste keer dat ik kennis gemaakt heb met [mede verdachte].

[slachtoffer] zag er toen anders uit dan toen ik haar voor de eerste keer ontmoet had. Ze was heel erg bang, ze zei bijna niets en keek alleen maar naar beneden, naar de grond.

[slachtoffer] droeg een pruik, een witte korte broek en een zwart T-shirt en sportschoentjes. [slachtoffer] droeg overdreven veel make-up. Ze was net een clown. Ik wil nadrukkelijk vertellen dat ik [slachtoffer] de eerste keer gezien heb met haar eigen haar, de tweede keer droeg ze een pruik. Ik weet geen datum meer, het was vorig jaar, om deze tijd, ik was toen nog niet in Nederland geweest.

[slachtoffer] was heel erg blauw, ze kon haar arm bijna niet gebruiken. Het leek alsof ze was geslagen, op haar rechterarm, rechterbeen. Het leek alsof ze was geslagen met een stok.

We spraken af voor de volgende dag. De volgende dag hebben we elkaar bij een restaurant opnieuw ontmoet. We zijn op de boot gestapt. Op een gegeven moment moest [slachtoffer], van [mede verdachte], haar pruik afdoen. [slachtoffer] wilde dit niet omdat ze zich schaamde. [mede verdachte] dreigde met: Als [slachtoffer] haar pruik niet zo afdoen dan zou [slachtoffer] overboord worden gegooid. [slachtoffer] werd erg bang maar heeft toch de pruik afgedaan. Ik zag dat ze niet netjes was kaal geschoren, op sommige plekken was ze kaal, op andere plekken zaten nog plukken haar. De plukken die nog aanwezig waren, waren oranje gekleurd. [mede verdachte] was constant aan het kleineren richting [slachtoffer]. Kort daarna zijn we in een skilift gestapt, toen we erg hoog waren zeiden [verdachte] en [mede verdachte] dat nu het moment was gekomen om [slachtoffer] uit de skilift te gooien. [slachtoffer] was vreselijk bang, ze hield zich stevig vast.

Ik ben vorig jaar, 26 juli 2009, naar Nederland gekomen, samen met mijn zus en [getuigee]. Er was nog iemand bij, ik vergeet haar helemaal, maar [naam] was er ook bij. We zijn in 1 euro gaan werken, '[naam]. Nadat [mede verdachte] en [slachtoffer] kwamen was de lol er snel af. [slachtoffer] kwam in de kamer van [getuige], dit was tegenover mijn kamer. [mede verdachte] haar kamer zat tegenover [getuige]. [slachtoffer] droeg een blonde pruik, met een paardenstaart en twee plukken aan de zijkanten, bij de oren. Ik heb er niet opgelet wanneer ze zijn gekomen. Ik had vage gesprekken met [slachtoffer]. Iedere keer hoorde je [mede verdachte] schreeuwen: [slachtoffer] kom hier, [slachtoffer] doe dit, [slachtoffer] doe dat. Zodra ze op de kamer kwamen kleedde [slachtoffer] zich om en ging dan bij [mede verdachte] in haar kamer staan. Zodra [slachtoffer] een klant had ging ze met de klant naar haar eigen kamer. [slachtoffer] had veel klanten, ze had meer klanten dan wij hadden. Als [slachtoffer] een klant meenam vanuit de kamer van [mede verdachte] naar haar kamer, had ze geen geld bij zich. Ontving [slachtoffer] zelf een klant in haar eigen kamer dan zag je dat ze geld bij zich had wat ze meenam naar de kamer van [mede verdachte]. Later heb ik gezien dat [slachtoffer] ongeveer 30 euro in haar beurs had terwijl ze heel veel klanten had.

Ik heb gezien dat [mede verdachte] [slachtoffer] geslagen heeft. [mede verdachte] regelde de klanten voor [slachtoffer], zij onderhandelde over de prijs. [slachtoffer] werkte onder de prijs, soms wel voor 15 euro.

Als [mede verdachte] dronken was dan voerde ze een hele grote show op, ze schreeuwde dan tegen [slachtoffer]. [slachtoffer] moest [mede verdachte] dan vast houden anders zou ze omvallen. [slachtoffer] werd behandeld als een hond. Ze was bang om hierover met ons te praten.

Nu ik er over nadenk was [slachtoffer] altijd bang.

We konden bijna niet met [slachtoffer] praten; als we dat probeerden begon [mede verdachte] altijd tegen haar te schreeuwen. [slachtoffer] was altijd alleen, ze was altijd aan het werk. Ik durfde [slachtoffer] ook niet mee te vragen, ik was bang dat ze hierdoor problemen met [mede verdachte] kreeg.

[slachtoffer] werkte elke dag van 10.00-24.00 uur. Af en toe namen ze [slachtoffer] mee naar huis om te gaan eten. Soms kwam [verdachte] ook wel langs.

De GGD is ook een keer bij [slachtoffer] geweest, [slachtoffer] bleek een ziekte te hebben.

14. De verklaring van getuige [getuige]15, inhoudende:

Vanaf dat ik klein ben noemt men mij [getuigee].

U vraagt mij naar [mede verdachte] en [verdachte]. Ik heb deze personen hier leren kennen. Ik heb kennis met [mede verdachte] gemaakt bij de werkkamer van [getuige].

Dat was de eerste keer dat ik [mede verdachte] en [verdachte] heb gezien. Deze ontmoeting was vorig jaar, in de zomer.

[mede verdachte] had wel eerder in de prostitutie gewerkt, dat kon je aan haar hele houding zien. Zij was een professional. [slachtoffer] kwam samen met [mede verdachte] en was altijd op de achtergrond, ze liep altijd met gebogen hoofd. [slachtoffer] was een rustige, goede meid, bang, vol stress. [slachtoffer] was altijd stil, ze zei nooit wat. [mede verdachte] was altijd nadrukkelijk aanwezig, praatte altijd, lachte altijd. [slachtoffer] mocht ook nooit met mij praten. [mede verdachte] hield [slachtoffer] op de achtergrond. Als [mede verdachte] een blik naar [slachtoffer] wierp dan boog ze gelijk weer haar hoofd.

[slachtoffer] was constant aan het werk. Als ik wat aan haar vroeg dan zei ze als antwoord: laat mij maar, ik ben aan het werk.

15. De verklaring van verdachte [verdachte]16, inhoudende:

Men noemt mij "[verdachte]". In juni of juli 2009 ben ik voor het eerst in Leeuwarden geweest. Ik was toen samen met een man [naam]. Deze man komt ook uit Bacau en hij zou ons aan werk helpen. Ik heb het dan over mijzelf, mijn vrouw en haar (ex-)vriendin [slachtoffer].

Wij hebben alle drie 1000 euro per persoon aan [naam] betaald om hier in Leeuwarden te komen. [naam] heeft ons dus in zijn auto hier in Leeuwarden gebracht. [naam] reed in een donkerblauwe of zwarte Ford stationcar. Dit is dus in juni of juli 2009 geweest.

Toen wij in Leeuwarden aankwamen, zijn we naar de woning van [getuige] gegaan. Met ons bedoel ik dan [naam], [slachtoffer], [mede verdachte] en ik.

[getuige] heeft de werkplek voor de vrouwen geregeld. De vrouwen konden dus werken. Na twee dagen ben ik terug gegaan naar Roemenië. Dat was samen met [naam]. [mede verdachte] en [slachtoffer] zijn gebleven. In die tussentijd ben ik op en neer gereisd tussen Nederland en Roemenië. Na een week ben ik weer terug gekomen. Mijn vrouw had toen een eigen woning gevonden.

Dat was in Leeuwarden. Het betrof een appartement in een flatgebouw. De flat had 3 etages. Wij woonden daar met [mede verdachte] en [slachtoffer].

16. De verklaring van verdachte [verdachte]17, inhoudende:

U vraagt mij naar de 1000 euro die we per persoon moesten betalen voor de reis. Volgens mij hebben wij een gedeelte in Roemenië betaald en in Nederland. Ik denk dat ik in Roemenië 2000 euro heb betaald. Ik heb het bedrag wat [slachtoffer] moest betalen ook betaald.

17. De verklaring van verdachte [verdachte]18, inhoudende:

Het klopt dat ik in het verleden wel eens tussenbeide ben gekomen wanneer [mede verdachte] weer eens tekeer ging tegen [slachtoffer].

U vraagt mij naar het afscheren van het haar van [slachtoffer]. Zij woonde toen bij ons thuis in Roemenië. Toen ik op een dag weer thuis kwam, was ze kaalgeschoren. Ik was een dag of drie weggeweest voor de aan-/verkoop van auto's.

18. De verklaring van verdachte [mede verdachte]19, inhoudende:

Mijn roepnaam is [mede verdachte].

In 2009 ben ik samen met mijn man [verdachte] en [slachtoffer] naar Leeuwarden gekomen. Dit was in juni of juli 2009. Wij werden gebracht door een man, [naam] genaamd. [naam] had een vrouwelijke kennis, [getuige] genaamd.

Toen wij in Leeuwarden kwamen, zijn we naar de woning van [getuige] gegaan. Zij kon wel een werkplek regelen. Wij moesten namelijk nog 1000 euro per persoon aan [naam] betalen.

De 1e week verdiende ik goed. [slachtoffer] verdiende ook goed, want we deden ook wel eens triootjes als een klant daar om vroeg. We kregen dan ieder 100 of 50 euro. De eerste tijd verdiende het dus goed. Wij werkten toen bij [naam]. Als u zegt dat dit [naam] is, dan kan dat best zo zijn. We hebben daar ongeveer 2 maand gewerkt.

Later zijn we naar een andere vitrine gegaan. Dit was de zaak met het draaihek, waar je een euro in een kastje moet doen voordat je naar binnen kan. Daar verdienden wij minder.

Ook hebben wij een appartement gehuurd van de eigenaar van [naam]. We woonden daar met ons vieren. Hiermee bedoel ik [verdachte], [getuige], [slachtoffer] en ik. Het adres hiervan weet ik niet meer. De kosten hebben wij gedeeld.

19. De verklaring van verdachte [mede verdachte]20, inhoudende:

Ik heb begrepen dat er iemand [slachtoffer] chanteerde, deze persoon had telefonisch contact met haar. Ik weet niet of dit iemand van de politie was, het is best mogelijk. Deze man zei tegen haar dat als ze weer prostitutiewerk deed ze een proces verbaal kreeg. Ik weet niet of ze deze man geld moest betalen. Ik heb 3 à 4 sms'jes van deze persoon gezien. [slachtoffer] heeft mij nog gevraagd of ik het geld aan deze persoon wilde geven. [slachtoffer] heeft een brief thuis gekregen, dit was een proces-verbaal van strafbare prostitutie. Als zij een bepaald bedrag zou betalen, dan ging het proces-verbaal niet door. Als [slachtoffer] niet zou betalen dan zou het door worden gegeven aan Interpol, dus er moet wel iets gebeurd zijn. Ik heb [slachtoffer] een gedeelte van het geld, dat zij moest betalen, geleend, dit geleende geld heb ik in Nederland terug gekregen. Ik weet niet meer hoeveel geld zij mij terug heeft betaald.

U vraagt mij naar het sms'je waarin staat dat iemand zich voordeed als politieman en dat [slachtoffer] 2000 euro moest betalen. Dit klopt, ik heb dit sms'je ook gelezen.

Aanvullende overwegingen ten aanzien van het bewijs

De rechtbank gaat op grond van bovenstaande bewijsmiddelen uit van het navolgende.

Omstreeks april 2009 is aangeefster [slachtoffer] samen met de medeverdachte [medeverdachte] en verdachte [verdachte] in Nederland gekomen. Een zekere [naam] bracht hen voor een bedrag van € 1000,00 per persoon naar Nederland. Omdat aangeefster geen geld had, werd dit bedrag voorgeschoten door de verdachte

Zowel aangeefster als de medeverdachte hebben bij de politie verklaard dat zij na enkele dagen in de prostitutie zijn gaan werken. Ze hebben beiden eerst in [naam] en vervolgens in Eroscentrum '[naam] gewerkt.

Uit de bewijsmiddelen blijkt naar het oordeel van de rechtbank afdoende dat in ieder geval vanaf het moment dat verdachten en aangeefster naar Nederland zijn gekomen, er tussen hen geen sprake was van een gelijkwaardige verhouding, maar dat aangeefster in een sterk afhankelijke positie verkeerde. De rechtbank wijst in dit verband allereerst op het gegeven dat aangeefster bij aankomst in Nederland nog maar 18 jaar oud was en ruim tien jaar jonger was dan verdachten. Bovendien beheerste zij niet of nauwelijks de Nederlandse of Engelse taal, waardoor zij zich hier niet verstaanbaar kon maken.

Verder wijst de rechtbank op het feit dat aangeefster onder druk van verdachten stond om door middel van het verrichten van werkzaamheden in de prostitutie geld te verdienen, omdat er een aanzienlijk bedrag gemoeid was geweest met de reis naar Nederland, dat zo snel mogelijk terugbetaald moest worden en omdat haar te verstaan was gegeven dat zij -om niet geheel duidelijke redenen- in Roemenië een steeds maar groeiende schuld had aan de politie, die via verdachten afbetaald werd. Van belang is ook dat diverse getuigen de verklaring van aangeefster, dat zij niet over haar eigen geld kon of mocht beschikken, ondersteunen zoals uit de bewijsmiddelen blijkt. Hierin past ook de verklaring van de moeder van aangeefster dat zij eerst na de vlucht van aangeefster geld overgemaakt heeft gekregen. Daarnaast blijkt uit de bewijsmiddelen van een breed scala van grotere en kleinere incidenten, die de ongelijkwaardige verhouding tussen aangeefster enerzijds en verdachten anderzijds onderstrepen. Zo is aangeefster in Nederland meermalen door verdachte [mede verdachte] geslagen, zowel in een kroeg nabij het prostitutiegebied als in de seksinrichting waar zij werkte en is zij, ook door [mede verdachte], in Roemenië met een stok geslagen. Verdachten hebben daarnaast in dezelfde periode het haar van aangeefster afgeschoren, kennelijk om aangeefster te vernederen, als wraak voor het feit dat aangeefster in Nederland een relatie was aangegaan. Aangeefster kon niet zelf bepalen of en wanneer en waar zij ging werken en verkeerde daarmee in een situatie die niet vergelijkbaar is met die van een mondige Nederlandse prostituee.

Typerend voor de wijze waarop verdachten met aangeefster omgingen zijn ook de gebeurtenissen tijdens en na een boottocht in Roemenië. Aangeefster werd toen door verdachte en zijn medeverdachte gedwongen om haar kaalgeschoren hoofd te laten zien. Daarna hebben verdachte en zijn medeverdachte gedreigd aangeefster uit een cabine van een skilift te gooien.

Naar het oordeel van de rechtbank kunnen beide verdachten in gelijke mate voor de (kort gezegd) uitbuiting van aangeefster verantwoordelijk worden gehouden. Weliswaar zijn niet alle te bewijzen gedragingen door verdachten gezamenlijk uitgevoerd, maar zij hebben wel elk een wezenlijke bijdrage geleverd aan het tot stand brengen en het in stand houden van de hierboven geschetste afhankelijke positie van aangeefster. De feitelijke gang van zaken maakt duidelijk dat dit in nauwe en bewuste samenwerking gebeurde.

Voor de tenlastegelegde verwijten betekent dit het volgende.

Ten aanzien van het onder A tenlastegelegde:

Naar het oordeel van de rechtbank staat vast dat verdachten aangeefster hebben vervoerd dan wel overgebracht van Roemenië naar Nederland en dat zij door hen hier in Nederland is gehuisvest, telkens met het oogmerk van uitbuiting. De situatie waarin aangeefster als gevolg van het handelen van verdachten in Nederland is komen te verkeren en het gegeven dat zij haar met prostitutie verdiende geld aan verdachten heeft moeten afstaan kan niet anders worden begrepen. Uit de al aangehaalde bewijsmiddelen blijkt dat verdachten hierbij gebruik hebben gemaakt van dwang, geweld en dreiging met geweld en misbruik van de kwetsbare positie van aangeefster. Ook is naar het oordeel van de rechtbank sprake geweest van misleiding, in die zin dat aan aangeefster is voorgehouden dat de beweerdelijke schuld aan de Roemeense politie afbetaald zou worden met het geld dat zij verdiende, terwijl dat geld aan verdachten is gegeven.

Ten aanzien van het onder B tenlastegelegde:

Vast staat dat aangeefster door verdachten is meegenomen vanuit Roemenië naar Nederland met het oogmerk haar ertoe te brengen zich hier te lande beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een derde tegen betaling. De verklaring van verdachten dat het de bedoeling was om hier te gaan dansen en niet om prostitutiewerkzaamheden te verrichten acht de rechtbank in het licht van de bewijsmiddelen, in het bijzonder de verklaring van aangeefster en die van [getuige], niet geloofwaardig.

Ten aanzien van het onder C tenlastegelegde:

In het verlengde van hetgeen de rechtbank ten aanzien van onderdeel A heeft overwogen, kan ook dit onderdeel wettig en overtuigend bewezen worden.

Ten aanzien van het onder D tenlastegelegde:

De rechtbank is van oordeel dat met de genoemde bewijsmiddelen eveneens vast is komen te staan dat verdachten opzettelijk voordeel hebben getrokken uit de uitbuiting van aangeefster.

Ten aanzien van het onder E tenlastegelegde:

De bewijsmiddelen maken buiten redelijke twijfel duidelijk dat aangeefster de opbrengsten van haar prostitutiewerk niet vrijwillig aan verdachten heeft afgestaan, maar dat heeft gedaan onder de druk van de sterk ongelijkwaardige en afhankelijke relatie waarin zij tot verdachten stond. Voor wat betreft de in dit verband door verdachten gebruikte middelen geldt hetzelfde als reeds hierboven bij onderdeel A is overwogen.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht het ten laste gelegde bewezen, met dien verstande dat:

hij in de periode van 1 april 2009 tot en met 25 oktober 2009, te Leeuwarden tezamen en in vereniging met een ander,

A. (sub 1)

een ander, te weten [slachtoffer], door dwang en geweld en dreiging met geweld en door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht, door misbruik van een kwetsbare positie heeft vervoerd, overgebracht en gehuisvest, met het oogmerk van uitbuiting van die [slachtoffer]

en

B. (sub 3)

een ander, te weten [slachtoffer], heeft meegenomen met het oogmerk die [slachtoffer] in een ander land (Nederland) ertoe te brengen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling

en

C. (sub 4)

een ander, te weten [slachtoffer], met een van de onder A. genoemde middelen, hebben gedwongen of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten dan wel onder een of meer van de onder A. genoemde omstandigheden enige handelingen hebben ondernomen waarvan verdachte en verdachtes mededader wisten dat die [slachtoffer] zich daardoor beschikbaar stelde tot het verrichten van arbeid of diensten

en

D. (sub 6)

opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de uitbuiting van een ander, te weten

en

E. (sub 9)

een ander, te weten [slachtoffer] met een van de onder A. genoemde middelen, hebben gedwongen dan wel hebben bewogen verdachte en verdachtes mededader te bevoordelen uit de opbrengst van haar seksuele handelingen met of voor een derde

immers heeft verdachte in vereniging met zijn mededader

-die [slachtoffer] verteld, en door middel van of naar aanleiding van sms'jes, in de waan gebracht en gehouden dat zij problemen met en/of schulden bij de politie in Roemenië zou

hebben en

-de vrijheid van die [slachtoffer] beperkt door te bepalen wanneer zij wel of niet naar huis mocht en haar niet toe te staan over een telefoon te beschikken en de woning of kamer waar zij verbleef op slot te doen en door te bepalen wanneer die [slachtoffer] vanuit Nederland weer naar Roemenië moest komen en die [slachtoffer] bij aankomst in

Roemenië van het vliegveld op te halen en

-die [slachtoffer] mishandeld, door haar met een stok zodanig op haar arm te slaan dat behandeling in een ziekenhuis noodzakelijk was en op andere delen van haar lichaam te schoppen en/of te trappen en/of te slaan of te stompen en

-die [slachtoffer] vernederd door haar in het openbaar te dwingen haar pruik (die haar kaalgeschoren hoofd bedekte) af te zetten en

-die [slachtoffer] bedreigd met de woorden -zakelijk weergegeven- "als jij je pruik nu niet afzet, dan gooi ik je overboord" en "dat het nu een goed moment en goede hoogte is om [slachtoffer] uit de skilift te gooien", althans telkens woorden van gelijke dreigende aard of strekking en

-om die [slachtoffer] te straffen haar haren afgeknipt en afgeschoren en

-die [slachtoffer] vanuit Roemenië naar Nederland overgebracht en

-die [slachtoffer] te Leeuwarden in seksinrichting "[naam]" en in seksinrichting "'[naam]" te werkgesteld als prostituee en

-die [slachtoffer] lange werkdagen laten maken en zoveel dagen achtereen laten werken dat bij anderen de indruk bestond dat zij altijd aan het werk was en

-afspraken gemaakt met klanten voor die [slachtoffer], over de door die [slachtoffer] te leveren diensten en door die klanten te betalen vergoedingen en

-controle/toezicht op die [slachtoffer] gehouden door een werkkamer bij haar in de buurt aan te houden en haar vaak op haar werkplek te bellen en meermalen daags haar werkkamer te bezoeken en haar te vertellen dat zij in de gaten werd gehouden en

-die [slachtoffer] bedreigd met de woorden -zakelijk weergegeven- "als je een stap verkeerd zet, zullen jij en jouw familie vernietigd worden" en "pak een mes en snij je oor eraf, anders doe ik het wel" en "ik ga je moeder of je broer vermoorden" en "ik steek jullie huis in brand", althans telkens woorden van gelijke dreigende aard of strekking en

-die [slachtoffer] al haar in Leeuwarden verdiende geld afgenomen en laten afdragen en

-die [slachtoffer] in het gezicht geslagen en tegen haar achterwerk en in de maagstreek geschopt en

-die [slachtoffer] gedwongen tot het hebben van anale seks en het werken zonder condoom en het werken onder de gangbare prijs

en

-terwijl die [slachtoffer] de Nederlandse taal niet sprak en onbekend was in Nederland en met de Nederlandse regels en wetten en gewoonten en gebruiken en bijna niemand in Nederland kende en bewerkstelligd dat die [slachtoffer] van hem/hen afhankelijk was.

De verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op het misdrijf:

Mensenhandel, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

Dit feit is strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

De rechtbank neemt bij de bepaling van de hierna te vermelden strafsoort en strafmaat in aanmerking:

- de aard en de ernst van het gepleegde feit;

- de omstandigheden waaronder dit is begaan;

- de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken en deze naar voren komt uit het uittreksel uit de justitiële documentatie;

en het reclasseringsadvies;

- de vordering van de officier van justitie;

- het pleidooi van de raadsman.

Verdachte heeft een jong Roemeens meisje naar Leeuwarden gebracht om haar hier in de prostitutie te laten werken. Het slachtoffer verkeerde daarbij in een sterk afhankelijke positie ten opzichte van verdachte en zijn mededader en heeft al haar verdiensten aan hen moeten afstaan. Daarmee heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan mensenhandel, een ernstig misdrijf dat een grote inbreuk maakt op de geestelijke en lichamelijke integriteit van de slachtoffers.

Voor een feit zoals deze is in beginsel geen andere straf passend dan een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van aanzienlijke duur. De rechtbank ziet slechts heel beperkt reden om in dit geval van dat uitgangspunt af te wijken. Strafverminderend werkt enkel dat berechting van de feiten enige tijd op zich heeft laten wachten, mede door toedoen van het Openbaar Ministerie, en dat los daarvan sprake is geweest van ernstige fouten in het vooronderzoek, die naar het oordeel van de rechtbank met enige strafverlaging gecompenseerd dienen te worden. Daarnaast zal de op te leggen straf lager uitkomen dan door de officier van justitie is geëist omdat de rechtbank de feiten die in Roemenië zouden zijn gepleegd voorafgaand aan de komst van aangeefster naar Nederland niet bij de beoordeling heeft kunnen betrekken.

Al met al acht de rechtbank het opleggen van een gevangenisstraf voor de duur van twaalf maanden passend en geboden.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op artikel 273f van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

DE UITSPRAAK VAN DE RECHTBANK LUIDT, RECHTDOENDE:

Verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk in de vervolging met betrekking tot het ten last gelegde, voor zover gepleegd voor 1 april 2009.

Verklaart de officier van justitie voor het overige wel ontvankelijk in de vervolging.

Verklaart het ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar in voege als voormeld en verdachte deswege strafbaar.

Veroordeelt verdachte te dier zake tot:

Een gevangenisstraf voor de duur van twaalf maanden.

Beveelt, dat de tijd door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en/of voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezenverklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Dit vonnis is gewezen door mr. J. van Bruggen, voorzitter, mr. M.R. de Vries en mr. P.F.E. Geerlings, rechters, bijgestaan door D.P. Postma-Westerhof, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 26 juni 2012.

Mr. Geerlings is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.