Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLEE:2012:BW7704

Instantie
Rechtbank Leeuwarden
Datum uitspraak
29-05-2012
Datum publicatie
06-06-2012
Zaaknummer
AWB 11/1295
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

schatting - einduitspraak na tussenuitspraak - functies bijgeduid - rechtsgevolgen blijven in stand

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LEEUWARDEN

Sector bestuursrecht

procedurenummer: AWB 11/1295

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 29 mei 2012 in de zaak tussen

[eiseres], te [woonplaats], eiseres

(gemachtigde: mr. E.A. van Wieren, advocaat te Leeuwarden),

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv),

verweerder

(gemachtigde: J.T. Wielinga, werkzaam bij het Uwv te Leeuwarden).

Procesverloop

Bij besluit van 4 maart 2011 heeft verweerder geweigerd eiseres met ingang van 15 maart 2011 een arbeidsongeschiktheidsuitkering toe te kennen.

Bij besluit van 26 april 2011 (hierna: het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres tegen het besluit van 4 maart 2011 ongegrond verklaard.

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 1 december 2011. Eiseres en verweerder hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigden.

De rechtbank heeft op 12 januari 2012 een tussenuitspraak (LJN: BW0856) gedaan. In deze tussenuitspraak heeft de rechtbank geoordeeld dat het bestreden besluit onvoldoende is gemotiveerd. De rechtbank heeft verweerder in de gelegenheid gesteld dit gebrek te (laten) herstellen.

Bij brief van 26 januari 2012 heeft verweerder een nadere motivering gegeven van het bestreden besluit.

Bij faxbericht van 23 februari 2012 heeft eiseres een zienswijze over de nadere motivering naar voren gebracht. Hierop heeft verweerder gereageerd bij brief van 4 april 2012.

De rechtbank heeft afgezien van een nader onderzoek ter zitting. De rechtbank heeft het onderzoek gesloten.

Overwegingen

1. De rechtbank verwijst voor het beoordelingskader en een uiteenzetting van de feiten naar de tussenuitspraak van 12 januari 2012. Daaraan voegt zij het volgende toe.

2. In de tussenuitspraak heeft de rechtbank overwogen dat haar niet is gebleken dat het onderzoek door de verzekeringsartsen onzorgvuldig is geschied en dat geen aanleiding bestaat om te oordelen dat verweerder de belastbaarheid van eiseres op de datum in geding 15 maart 2011 heeft overschat. Met deze uitdrukkelijke beslissing zonder voorbehoud heeft de rechtbank in de tussenuitspraak een eindbeslissing gegeven over het medische gedeelte van het geschil. Op deze eindbeslissing kan de rechtbank slechts terugkomen indien sprake is van nieuwe feiten of omstandigheden in de zin van artikel 8:88 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) of indien sprake is van zeer uitzonderlijke omstandigheden. In dit geval is geen sprake van dergelijke feiten of omstandigheden. Daarom ziet de rechtbank geen aanleiding om terug te komen op haar eindbeslissing over het medische gedeelte van het geschil. Dit betekent dat hetgeen eiseres daarover in het faxbericht van 23 februari 2012 heeft aangevoerd geen doel treft.

3. Verder heeft de rechtbank in de tussenuitspraak geoordeeld dat de door de arbeidskundige geduide functies productiemedewerker (Sbc-code 111180) en wikkelaar, samensteller (Sbc-code 267050) passend te achten zijn voor eiseres. Dit betreft eveneens een uitdrukkelijk beslissing zonder voorbehoud, zodat de rechtbank ten aanzien van deze functies in de tussenuitspraak een eindbeslissing heeft gegeven. Naar het oordeel van de rechtbank is ten aanzien van (haar oordeel over) de geschiktheid van deze functies geen sprake van nieuwe feiten in de zin van artikel 8:88 van de Awb of van zeer uitzonderlijke omstandigheden. Daarom bestaat geen aanleiding om terug te komen op de eindbeslissing over de geschiktheid van deze functies en kan hetgeen eiseres in het faxbericht van 23 februari 2012 met betrekking tot deze functies heeft aangevoerd geen doel treffen.

4. Daarnaast heeft de rechtbank in de tussenuitspraak geoordeeld dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de geduide functie van schadecorrespondent (Sbc-code 516080) ondanks de daarin voorkomende belastingen geschikt is voor eiseres. De rechtbank heeft geconcludeerd dat het bestreden besluit niet is voorzien van een deugdelijke motivering, omdat de arbeidskundigen naast de drie voormelde functies geen reservefuncties hebben geduid. Dit brengt de rechtbank tot het oordeel dat het beroep gegrond is en het bestreden besluit moet worden vernietigd wegens strijd met artikel 7:12, eerste lid, van de Awb. Hierna zal de rechtbank beoordelen of aanleiding bestaat om de rechtsgevolgen van het vernietigde bestreden besluit in stand te laten.

5. Bij brief van 26 januari 2012 heeft verweerder een nadere motivering gegeven van het bestreden besluit. Deze nadere motivering bestaat uit een rapport van bezwaararbeidsdeskundige B. Bootsma van 25 januari 2012. In dit rapport heeft Bootsma ter vervanging van de functie van schadecorrespondent met behulp van het Claimbeoordelings- en borgingssysteem (CBBS) drie functies bijgeduid. Het betreft de in de Standaard beroepen classificatie (Sbc) voorkomende functies van inpakster koekjes (Sbc-code 111190), handmatig uitvoerder afwerking (Sbc-code 271093) en medewerker assemblage (Sbc-code 271130). De rechtbank is van oordeel dat het in beroep bijduiden van functies zonder het hanteren van een uitlooptermijn in dit geval is toegestaan, omdat sprake is van een einde wachttijd situatie.

6. De rechtbank is van oordeel dat Bootsma de in de functie inpakster koekjes door het CBBS afgegeven signaleringen in voldoende mate heeft gemotiveerd in zijn rapport van 25 januari 2012. Verder blijkt uit de gedetailleerde beschrijvingen van de in deze functie optredende belastingen dat deze belastingen de door verzekeringsarts Breuker vastgestelde belastbaarheid van eiseres niet te boven gaan. De rechtbank is dan ook van oordeel dat deze functie passend te achten is voor eiseres. Ten aanzien van de door eiseres tegen deze functie aangevoerde gronden overweegt de rechtbank verder nog het volgende.

7. Eiseres heeft aangevoerd dat de functie inpakster koekjes niet geschikt is, omdat in de productieomgeving sprake is van lawaai, geuren, koude en hitte. Blijkens de FML is eiseres niet beperkt ten aanzien van deze aspecten. Daarom slaagt deze beroepsgrond niet.

8. Eiseres heeft aangevoerd dat de functie inpakster koekjes niet geschikt is, omdat daarin sprake is van een hoog handelingstempo. Blijkens de FML is eiseres aangewezen op werk waarin geen hoog handelingstempo is vereist (aspect 1.9.8). In de functie inpakster koekjes heeft het CBBS een signalering afgegeven bij het aspect 1.9.8. Blijkens de toelichting is de reden daarvoor niet dat in deze functie sprake is van een hoog handelingstempo, maar dat sprake is van een gedwongen handelingstempo (de lopende band bepaalt het tempo). Noch uit de FML, noch uit de beschikbare medische informatie blijkt dat een functie met een gedwongen handelingstempo niet geschikt is voor eiseres. Uit het feit dat in deze functie 800 maal per uur moet worden gereikt, kan niet worden afgeleid dat sprake is van een hoog handelingstempo in de zin van het CBBS. Van een hoog handelingstempo in de zin van het CBBS is sprake als het tempo beduidend hoger ligt dan het handelingstempo dat gebruikelijk is buiten deze specifieke functie. Daarvan is hier geen sprake. Hieruit volgt dat deze beroepsgrond faalt.

9. Eiseres heeft aangevoerd dat de functie inpakster koekjes niet geschikt is, omdat zij problemen heeft met haar glucosegehalte. Blijkens de FML is eiseres aangewezen op werk zonder verhoogd persoonlijk risico (aspect 1.9.9). Uit de toelichting blijkt dat deze beperking is gerelateerd aan de problemen met het glucosegehalte. Het CBBS heeft in de functie inpakster koekjes geen signalering afgegeven bij het aspect 1.9.9. Dit betekent dat in deze functie geen sprake is van een verhoogd persoonlijk risico. Daarom geven de problemen die eiseres heeft met haar glucosegehalte geen aanleiding om deze functie ongeschikt te achten. Dit betekent dat ook deze beroepsgrond faalt.

10. Eiseres heeft aangevoerd dat de functie inpakster koekjes niet geschikt is, omdat daarin 800 maal per uur moet worden gereikt. Blijkens de FML is eiseres licht beperkt op het aspect frequent reiken tijdens het werk (aspect 4.9). Dit houdt in dat zij zo nodig tijdens elk uur van de werkdag ongeveer 600 keer kan reiken. Uit de toelichting op aspect reiken (aspect 4.8) in de gebruikershandleiding CBBS blijkt dat de zogenaamde "grijplijn" voor vrouwen gemiddeld 60 cm bedraagt en dat daaraan 10 cm kan worden toegevoegd door het bovenlichaam licht (10 graden) te buigen. Omdat eiseres niet beperkt is op het aspect reiken, wordt zij geacht ongeveer 70 cm te kunnen reiken. In de functie inpakster koekjes moet tijdens acht werkuren elk uur 800 maal 40 cm achtereen worden gereikt. De rechtbank volgt Bootsma en bezwaarverzekeringsarts M.A. Peerden in hun standpunt dat de hogere frequentie (800 maal in plaats van 600 maal per uur) de functie niet ongeschikt maakt, omdat dit wordt gecompenseerd door de kortere reikafstand (40 cm in plaats van 70 cm). Peerden heeft er in dat kader op gewezen dat een reikafstand van 40 cm geen belasting is voor het houdings- en bewegingsapparaat (in engere zin: de rug en de schouder) en ook geen energetische belasting is van enige importantie. Daarom slaagt ook deze beroepsgrond niet.

11. Eiseres heeft aangevoerd dat de functie inpakster koekjes niet geschikt is, omdat daarin haar belastbaarheid op het aspect traplopen (aspect 4.20) wordt overschreden. Blijkens de FML is eiseres beperkt op het aspect traplopen. Dit houdt in dat zij ten minste in één keer één trap op of af kan (één verdieping van een woonhuis). Volgens de gebruikershandleiding CBBS hoort bij het aspect traplopen een frequentie van ongeveer vijf keer per uur en is een trap naar een nieuwbouwetage dertien tot veertien treden. De verzekeringsarts heeft hierbij de toelichting gegeven "incidenteel licht beperkt". Licht beperkt houdt in dit kader in dat eiseres ten minste in één keer één trap op en af kan. Hieruit volgt dat eiseres elk uur vijf keer één trap op of af kan en incidenteel in één keer één trap op en af kan. In de functie inpakster koekjes moet gedurende drie werkuren tweemaal ongeveer 25 treden achtereen trap worden gelopen (pauzes/toiletbezoek). De rechtbank volgt Bootsma en Peerden in hun standpunt dat het grotere aantal treden dat per keer moet worden overbrugd (25 in plaats van veertien) deze functie niet ongeschikt maakt, omdat dit wordt gecompenseerd doordat minder vaak trap hoeft te worden gelopen dan eiseres kan (zes maal per werkdag in plaats van 40 maal per werkdag) en doordat eiseres incidenteel in staat is 30 treden te overbruggen. Dit betekent dat deze beroepsgrond faalt.

12. Eiseres heeft aangevoerd dat de functie inpakster koekjes niet geschikt is, omdat iedere dag in totaal 120 minuten moet worden gestaan. Blijkens de FML is eiseres beperkt op het aspect staan tijdens het werk (aspect 5.4). Dit houdt in dat zij gedurende een beperkt deel van de werkdag kan staan (ongeveer één uur). De verzekeringsarts heeft hierbij de toelichting gegeven "tot ongeveer 2 uur per werkdag". In de functie inpakster koekjes moet tijdens acht werkuren drie maal ongeveer vijf minuten achtereen worden gestaan. Dit betekent dat in deze functie gedurende een werkdag in totaal ongeveer twee uur moet worden gestaan. Hieruit volgt dat de belasting op het aspect staan tijdens het werk de belastbaarheid van eiseres niet te boven gaat. Hieruit volgt dat ook deze beroepsgrond niet slaagt.

13. Vergelijking van het loon dat eiseres met haar vroegere arbeid had kunnen verdienen, indien zij daarvoor niet arbeidsongeschikt zou zijn geworden, met het loon dat zij in de haar geduide functies van productiemedewerker (Sbc-code 111180), wikkelaar, samensteller (Sbc-code 267050) en inpakster koekjes (Sbc-code 111190) kan verdienen, leidt tot de slotsom dat geen sprake is van een verlies aan verdiencapaciteit.

14. De rechtbank komt op grond van hetgeen in de tussenuitspraak en hetgeen hiervoor is overwogen tot de conclusie dat verweerder terecht heeft geweigerd eiseres met ingang van 15 maart 2011 een arbeidsongeschiktheidsuitkering toe te kennen. Daarom ziet de rechtbank aanleiding om te bepalen dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven.

15. Omdat de rechtbank het beroep gegrond verklaart, bepaalt de rechtbank dat verweerder aan eiseres het door haar betaalde griffierecht vergoedt.

16. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door eiseres gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 874,00 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 437,00 en een wegingsfactor 1).

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt het bestreden besluit;

- bepaalt dat de rechtsgevolgen van het vernietigde bestreden besluit in stand blijven;

- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 41,00 aan eiseres te vergoeden;

- veroordeelt verweerder in de proceskosten tot een bedrag van € 874,00, te betalen aan eiseres.

Deze uitspraak is gedaan door mr. P.G. Wijtsma, rechter, in aanwezigheid van mr. F.F. van Emst, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 29 mei 2012.

w.g. P.G. Wijtsma

w.g. F.F. van Emst

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat voor partijen hoger beroep open. Gelijke bevoegdheid komt toe aan andere belanghebbenden, behoudens het bepaalde in artikel 6:13, gelezen in samenhang met artikel 6:24 van de Awb.

Indien u daarvan gebruik wenst te maken dient u binnen zes weken na de dag van verzending van de uitspraak een brief (beroepschrift) alsmede een afschrift van deze uitspraak te zenden aan:

de Centrale Raad van Beroep

Postbus 16002

3500 DA Utrecht

In het beroepschrift vermeldt u waarom u de uitspraak niet juist vindt.