Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLEE:2012:BW6607

Instantie
Rechtbank Leeuwarden
Datum uitspraak
16-05-2012
Datum publicatie
25-05-2012
Zaaknummer
17/880048-12 VON
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte werd verdacht van valsheid in geschrift en verduistering in dienstbetrekking. Op basis van de stukken die zich in het dossier bevinden oordeelt de rechtbank dat er geen objectieve bescheiden zijn die aangifte ondersteunen. De rechtbank oordeelt dat er onvoldoende wettig bewijs is om tot een wettige bewezenverklaring te komen en spreekt verdachte derhalve vrij van beide feiten.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 225
Wetboek van Strafrecht 322
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LEEUWARDEN

Sector straf

parketnummer 17/880048-12

vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 16 mei 2012 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1970 te [geboorteplaats],

wonende te [adres],

thans gedetineerd in P.I. Leeuwarden te Leeuwarden.

De rechtbank heeft gelet op het ter terechtzitting gehouden onderzoek van 14 mei 2012.

De verdachte is verschenen, bijgestaan door C.C. Wijburg, advocaat te Utrecht.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van 1 oktober 2010 tot en met 22 november 2011

te Leeuwarden, opzettelijk, meermalen telkens een hoeveelheid edelmetalen (in

totaal ter waarde van ongeveer E 31.168,- en/of 31.719,-), in elk geval enig

goed, dat/die geheel of ten dele toebehoorde(n) aan [naam], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, en welk(e)

goed(eren) verdachte uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking van/als

tandtechnisch medewerker van het [naam2],

in elk geval anders dan door misdrijf onder zich had, wederrechtelijk zich

heeft toegeëigend;

2.

hij in of omstreeks de periode van 1 oktober 2010 tot en met 22 november 2011

te Leeuwarden meermalen, althans eenmaal, (telkens) het papieren controlesysteem,

- (elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen

- valselijk heeft opgemaakt of vervalst, immers heeft

verdachte (telkens) valselijk onder meer,

-de fabricage van een ordernummer en werkstuk vermeld terwijl die al eerder

was gemaakt (zogenaamde "dubbel") en/of

-de fabricage van een ordernummer en werkstuk vermeld terwijl daarvoor in

werkelijkheid geen order was (zogenaamde "spook") en/of

-in het papieren controlesysteem werkstukken vermeld als edelkroon (terwijl er

in werkelijkheid geen edelkronen werden gemaakt maar er een order was voor

cercon kronen en/of protheses en/of facings (voor welke werkstukken geen

edelmetaal nodig was) zulks (telkens) met het oogmerk om die/dat

geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen

gebruiken;

In de tenlastelegging voorkomende schrijffouten of kennelijke misslagen worden verbeterd gelezen. De verdachte is hierdoor niet in zijn belangen geschaad.

Vordering officier van justitie

De officier van justitie heeft ter terechtzitting gevorderd:

- veroordeling voor het onder 1. en 2. ten laste gelegde;

- oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden.

Beoordeling van het bewijs

De rechtbank is met de raadsman van oordeel dat de onder 1. en 2. ten laste gelegde feiten niet wettig en overtuigend bewezen kunnen worden. De rechtbank overweegt daaromtrent het volgende.

Ten aanzien van de onder 1. ten laste gelegde verduistering in dienstbetrekking bevat het dossier een aangifte gedaan door één van de directeuren van [naam2], de heer [naam]. Aangever verklaart dat hij veel onderzoek in de administratie heeft verricht en dat daaruit blijkt dat verdachte edelmetaal dat hij uit hoofde van zijn functie onder zich had, heeft verduisterd. Daarbij heeft aangever een deel van de administratie overgelegd. Dit deel van de administratie is opgenomen in het dossier. De rechtbank constateert dat een deel van de onderliggende stukken, waaronder de orderbonnen, ontbreekt en dat het wel in het dossier bevindende deel van de administratie geen objectieve bescheiden bevat die de aangifte ondersteunen. Met name is daarbij van belang dat de in het dossier bevindende Excel-overzichten, op basis waarvan het tekort aan edelmetaal in 2011 is berekend, door aangever zijn opgesteld en de daarop voorkomende gegevens, bij gebreke van onderliggende stukken, niet kunnen worden gecontroleerd. Verdachte ontkent het feit stellig. Nu voor de verduistering van de hoeveelheid edelmetalen naast de aangifte geen steunbewijs in het dossier zit, is de rechtbank van oordeel dat onvoldoende wettig bewijs aanwezig is om tot een bewezenverklaring van het onder 1. ten laste gelegde te komen. De rechtbank spreekt verdachte derhalve vrij van het onder 1. ten laste gelegde.

Ook ten aanzien van de onder 2. ten laste gelegde valsheid in geschrift is door [naam] aangifte gedaan. Volgens de aangifte zijn door verdachte spookwerkstukken gemaakt, ordernummers dubbel ingeboekt, orders onder een foute naam ingeboekt en edelmetalen gebruikt in werkstukken waarvoor normaal alleen cercon wordt gebruikt. Deze orders hadden volgens de aangever nooit zo opgemaakt mogen worden. Verdachte heeft deze stelling echter bestreden en hij heeft een verklaring voor deze gestelde onjuistheden gegeven. Hij stelt dat hij alleen werkstukken heeft gemaakt waarvoor hij een orderbon had gekregen, dat op één orderbon soms meerdere werkstukken werden gemaakt, omdat het eerste werkstuk niet paste en dat het regelmatig gebeurde dat hij aanpassingen niet op de orderbon kon zetten omdat de orderbon al bij hem was weggehaald. De rechtbank is van oordeel dat bij gebreke van de orderbonnen niet kan worden gecontroleerd of de door aangever opgestelde lijsten met ordernummers en geproduceerde werkstukken juist is en daarmee of het door verdachte op de werkformulieren verantwoorde edelmetaalgebruik al dan niet overeenkomt met de voor de geproduceerde werkstukken benodigde hoeveelheid edelmetaal. Op basis van de stukken die zich in het dossier bevinden oordeelt de rechtbank dat er geen objectieve bescheiden zijn die de stelling van de aangever ondersteunen. De rechtbank spreekt verdachte wegens gebrek aan wettig bewijs vrij van het onder 2. ten laste gelegde.

DE UITSPRAAK VAN DE RECHTBANK LUIDT, RECHTDOENDE:

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte onder 1. en 2. is ten laste gelegd en spreekt verdachte daarvan vrij.

Heft op het bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van 16 mei 2012.

Beveelt de onmiddellijke invrijheidstelling van verdachte.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.G.W. Lootsma-Oude Nijeweme, voorzitter, mr. M. Haisma en mr. T. Kortlang-de Vries, rechters, bijgestaan door M. Heerschop, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 25 mei 2012.

Mr. Kortlang-de Vries is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.