Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLEE:2012:BW0038

Instantie
Rechtbank Leeuwarden
Datum uitspraak
20-03-2012
Datum publicatie
27-03-2012
Zaaknummer
AWB-10-2662 en 11-649
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Tussenuitspraak geheimhoudingskamer. Belang van privacy weegt zwaarder. Met mogelijk nadelige bewijspositie kan bij de beslissing in de hoofdzaak rekening worden gehouden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
FutD 2012-0933
V-N Vandaag 2012/871
V-N 2012/25.24.2

Uitspraak

RECHTBANK LEEUWARDEN

Sector bestuursrecht, belastingkamer

procedurenummers: AWB 10/2662 en 11/649

tussenbeslissing van de enkelvoudige kamer van 20 maart 2012

in het geding tussen

[eiser],

wonende te [woonplaats],

eiser,

gemachtigden [gemachtigden],

en

de inspecteur van de Belastingdienst/Noord/kantoor Emmen,

verweerder,

gemachtigde [gemachtigde].

Procesverloop

1.1 Verweerder heeft aan eiser de volgende aanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) opgelegd en beschikkingen gegeven:

jaar aanslag beschikking procedurenummer

2005 aanslag IB/PVV heffingsrente en boete 11/649

2006 aanslag IB/PVV heffingsrente en boete 10/2662

1.2 Verweerder is bij zijn uitspraken op bezwaar van 10 september 2010 respectievelijk 12 november 2010 gedeeltelijk tegemoet gekomen aan eisers bezwaren.

1.3 Eisers gemachtigde heeft bij brief van 13 december 2010 beroep ingesteld tegen verweerders beslissing van 12 november 2010. Bij brief van 7 maart 2011 heeft eisers gemachtigde beroep ingesteld tegen de aan hem op 27 januari 2011 toegezonden beslissing van verweerder van 10 september 2010. De rechtbank heeft de beroepen geregistreerd onder de hiervoor vermelde procedurenummers.

1.4 Verweerder heeft een verweerschrift ingediend en de - zijns inziens - op de zaak betrekking hebbende stukken overgelegd.

1.5 Eisers gemachtigde heeft, na daartoe door de rechtbank gegeven toestemming, bij brief van 25 augustus 2011 een conclusie van repliek ingediend. Verweerder is bij brief van 26 augustus 2011 in de gelegenheid gesteld om een conclusie van dupliek in te dienen, maar heeft binnen de hem gegeven termijn geen gebruik van deze gelegenheid gemaakt.

1.6 De rechtbank heeft partijen bij brief van 15 december 2011 meegedeeld dat de beroepen op 16 februari 2012 ter zitting van de meervoudige kamer van de rechtbank gelijktijdig zullen worden behandeld. De rechtbank heeft partijen uitgenodigd om hierbij aanwezig te zijn.

1.7 Verweerder heeft bij brief van 3 februari 2012 een conclusie van dupliek ingediend. Daarbij heeft verweerder omzetgegevens van een gesloten coffeeshop in [Z] overgelegd. Hierbij heeft verweerder onder verwijzing naar artikel 8:29 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) meegedeeld dat uitsluitend de rechtbank kennis mag nemen van deze gegevens. Verder heeft verweerder meegedeeld dat hij bereid is om desgewenst de ongeanonimiseerde gegevens uit de WTP-bezoeken bij coffeeshops in de provincie Drenthe, waarvan hij reeds als bijlage 21 een geanonimiseerde versie bij het verweerschrift heeft gevoegd, over te leggen aan alleen de rechtbank.

1.8 De meervoudige kamer van de rechtbank heeft in de zojuist vermelde inhoud van verweerders conclusie van dupliek aanleiding gezien om de zaak te verwijzen naar de (enkelvoudige) geheimhoudingskamer van de rechtbank. Deze geheimhoudingskamer heeft op 16 februari 2012 te Leeuwarden een comparitiezitting gehouden. Aldaar is eiser verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigden. Verweerder is vertegenwoordigd door zijn gemachtigde. Ter zitting heeft verweerders gemachtigde verklaard dat de mededeling inzake de beperking van de kennisneming ex artikel 8:29 van de Awb ook (onvoorwaardelijk) geldt ten aanzien van de ongeanonimiseerde gegevens uit de WTP-bezoeken bij coffeeshops in de provincie Drenthe. Verweerder heeft desgevraagd bij brief van 13 maart 2012 deze gegevens overgelegd aan de rechtbank.

1.9 Ten behoeve van de hierna te nemen beslissingen, heeft de rechtbank kennisgenomen van de gehele procesdossiers, zoals die aan alle partijen bekend zijn gemaakt. Daarnaast heeft de rechtbank kennisgenomen van de door verweerder overgelegde omzetgegevens van een gesloten coffeeshop in [Z] en de ongeanonimiseerde gegevens uit de WTP-bezoeken bij coffeeshops in de provincie Drenthe.

1.10 Aan deze tussenuitspraak is een afschrift van het proces-verbaal van het verhandelde ter comparitiezitting gehecht.

Beoordeling

2.1 Ingevolge artikel 8:42 van de Awb zendt het bestuursorgaan binnen vier weken na de dag van verzending van het beroepschrift de op de zaak betrekking hebbende stukken aan de rechtbank en dient het een verweerschrift in.

2.2 Ingevolge artikel 8:29, eerste lid, van de Awb kunnen partijen die verplicht zijn inlichtingen te geven dan wel stukken over te leggen, indien daarvoor gewichtige redenen zijn, het geven van inlichtingen dan wel het overleggen van stukken weigeren of de rechtbank mededelen dat uitsluitend zij kennis zal mogen nemen van de inlichtingen onderscheidenlijk de stukken.

2.3 De rechtbank stelt voorop dat - naar de Hoge Raad in zijn arrest van 25 april 2008, BNB 2008/161, heeft overwogen - als uitgangspunt heeft te gelden dat alle stukken die bij verweerders besluitvorming een rol hebben gespeeld (integraal) aan de wederpartij en aan de rechter dienen te worden overgelegd, voor zover te dien aanzien niet, althans niet met succes, een beroep wordt gedaan op gewichtige redenen die zich tegen zodanige overlegging verzetten.

2.4 Zo dit al niet voortvloeit uit de artikelen 8:42 en 8:29 van de Awb, brengt het beginsel van "fair trial" naar het oordeel van de rechtbank mee dat bij het geheimhouden voor eiser van delen van op de zaak betrekking hebbende stukken de grootst mogelijke terughoudendheid te worden betracht. Slechts indien de door verweerder voor geheimhouding aangevoerde redenen aanzienlijk zwaarder wegen dan het belang van eiser bij onbeperkte kennisneming van (delen van) de op de zaak betrekking hebbende stukken, is sprake van gewichtige redenen die geheimhouding rechtvaardigen.

2.5 Verweerder heeft meegedeeld dat uitsluitend de rechtbank kennis mag nemen van de stukken inzake de:

A. De naam en omzetgegevens van een gesloten coffeeshop in [Z].

B. De ongeanonimiseerde gegevens uit de WTP-bezoeken bij coffeeshops in de provincie Drenthe. Deze gegevens betreffen de op bijlage 21 bij het verweerschrift geanonimiseerde entiteitnummers, namen en vestigingsplaatsen die behoren bij de op die bijlage vermelde vergelijkingscijfers.

2.6 Ter comparitiezitting heeft verweerders gemachtigde onweersproken gesteld dat de onder A en B bedoelde stukken op de zaak betrekking hebbende stukken zijn in de zin van artikel 8:42 van de Awb. Uit de door haar daarbij gegeven toelichting volgt dat de op deze stukken vermelde gegevens een rol hebben gespeeld bij verweerders besluitvorming. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat sprake is van stukken in de zin van artikel 8:42 van de Awb.

2.7 Dit brengt naar het oordeel van de rechtbank mee dat verweerder verplicht is deze stukken integraal en ongeanonimiseerd over te leggen aan de wederpartij en aan de rechter, tenzij hij met succes een beroep doet op gewichtige redenen die zich tegen zodanige overlegging verzetten.

2.8 De rechtbank stelt vast dat de gegevens die vermeld zijn op de onder A bedoelde stukken zowel persoons- als omzetgegevens betreffen van een individuele belastingplichtige. Deze gegevens wenst verweerder in het geheel geheim te houden voor eiser wegens het belang van de bescherming van de privacy van deze individuele belastingplichtige. Eiser heeft aangevoerd dat hij wenst te beschikken over deze omzetgegevens om zich te verweren tegen verweerders stelling dat de omzetgroei van eisers onderneming in 2007 niet kan worden verklaard door de omstandigheid dat in 2007 een coffeeshop in [Z] in gesloten.

2.9 De rechtbank stelt vast dat de voor eiser geanonimiseerde gegevens die vermeld zijn op de onder B bedoelde stukken, de persoonsgegevens van individuele belastingplichtigen betreffen. Verweerder heeft van deze individuele belastingplichtigen wel bedrijfsgegevens, zoals gehanteerde in- en verkoopprijzen en behaalde brutowinstpercentages, aan eiser bekendgemaakt. Verweerder wenst echter de namen van de desbetreffende individuele belastingplichtigen vanwege het belang van de bescherming van de privacy, geheim te houden voor eiser. Eiser heeft aangevoerd dat hij zich zonder deze gegevens niet kan verweren tegen verweerders theoretische omzetberekening. Nu het hem niet bekend is bij welke in de provincie Drenthe gevestigde coffeeshops de op bijlage 21 bij het verweerschrift vermelde vergelijkingscijfers vandaan komen, is het voor hem onmogelijk om na te gaan of en in hoeverre de wijze van bedrijfsvoering van deze coffeeshops vergelijkbaar is met zijn onderneming.

2.10 Uit het onder de punten 2.8 en 2.9 overwogene volgt naar het oordeel van de rechtbank dat in dit geval het belang van de privacy van derden moet worden afgewogen tegen het belang dat eiser heeft om zich in deze procedure adequaat te kunnen verweren tegen de opgelegde aanslagen. Na afweging van deze belangen is de rechtbank van oordeel dat het door verweerder te beschermen belang van de privacy van derden aanzienlijk zwaarder weegt dan eisers belang bij onbeperkte kennisneming van de onder A en B vermelde gegevens. De rechtbank heeft hierbij in overweging genomen dat het gaat om bedrijfsgegevens uit de administratie van individuele belastingplichtingen, die vertrouwelijk aan verweerder zijn verstrekt. Deze gegevens kunnen concurrentiegevoelige informatie bevatten. Verder heeft de rechtbank in aanmerking genomen dat, indien de namen van de individuele belastingplichtigen aan eiser bekend zouden worden gemaakt, eiser deze belastingplichtigen zou kunnen benaderen om nader onderzoek te doen naar de aard van hun bedrijfsvoering. Dit zou tot een ernstige inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van derden kunnen leiden. De rechtbank heeft bij de belangenafweging onder ogen gezien dat eiser door de beperkte kennisneming mogelijk in een nadelige (bewijs)positie zou kunnen komen te verkeren. De rechtbank heeft hierbij echter in ogenschouw genomen dat de meervoudige kamer van de rechtbank bij haar beslissing in de hoofdzaak hiermee rekening kan houden.

2.11 Het voorgaande leidt tot de slotsom dat de rechtbank de door verweerder meegedeelde beperking van de kennisneming van de onder A en B vermelde gegevens gerechtvaardigd acht. Gelet op het bepaalde in het vijfde lid van artikel 8:29 van de Awb, zal de rechtbank eiser bij deze tussenuitspraak in de gelegenheid stellen om de rechtbank te berichten of hij er in toestemt dat de rechtbank uitspraak doet mede op grondslag van de gegevens waarvan alleen zij kennis mag nemen.

Beslissing

De rechtbank:

- bepaalt dat de onder A en B bedoelde stukken op de zaak betrekking hebbende stukken zijn in de zin van artikel 8:42 van de Awb;

- bepaalt dat de door verweerder meegedeelde beperking van de kennisneming van de onder A en B vermelde gegevens gerechtvaardigd is;

- stelt eiser in de gelegenheid op de voet van artikel 8:29, vijfde lid, van de Awb, de rechtbank binnen twee weken na dagtekening van deze tussenuitspraak te berichten of hij er in toestemt dat de rechtbank uitspraak doet mede op grondslag van de onder A en B vermelde gegevens.

Aldus gegeven op 20 maart 2012 door mr. M. van den Bosch, rechter, in tegenwoordigheid van mr. M. Hiemstra, griffier.

w.g. M. Hiemstra w.g. M. van den Bosch

Rechtsmiddel

Tegen deze tussenuitspraak kan ingevolge artikel 27h, derde lid, van de AWR slechts tegelijk met het hoger beroep tegen de uitspraak in de hoofdzaak hoger beroep worden ingesteld.