Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLEE:2012:BV9716

Instantie
Rechtbank Leeuwarden
Datum uitspraak
15-03-2012
Datum publicatie
22-03-2012
Zaaknummer
116323 / KG ZA 11-354
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Intellectuele Eigendom : vervolg op LJN: BV7389. Executiegeschil.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK LEEUWARDEN

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 116323 / KG ZA 11-354

Vonnis in kort geding van 15 maart 2012

in de zaak van

1. de vennootschap onder firma SIERSMEDERIJ OLDEBERKOOP V.O.F.,

gevestigd te Oldeberkoop,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

'T STOKERTJE KACHELPARADIJS B.V.,

gevestigd te Orvelte,

eisers in conventie,

verweerders in reconventie,

advocaat mr. J.J. Gevers, kantoorhoudende te Assen,

tegen

de besloten vennootschap SMEEDATELIER [A],

gevestigd te [plaats],

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaat mr. L. Bakers, kantoorhoudende te Amsterdam.

Partijen zullen hierna Siersmederij Oldeberkoop, 't Stokertje en Smeedatelier [A] genoemd worden.

De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding,

- de akte houdende eis in (voorwaardelijke) reconventie,

- de mondelinge behandeling op 12 december 2011 en de ter gelegenheid daarvan overgelegde stukken, te weten de pleitnota’s van partijen,

- de aanhouding ten behoeve van schikkingsonderhandelingen,

- de voortzetting van de mondelinge behandeling op 20 februari 2012 en de ter gelegenheid daarvan overgelegde stukken, te weten de pleitnota’s van partijen.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

De feiten

2.1. Siersmederij Oldeberkoop en Smeedatelier [A] hebben elkaar in maart 1998 over en weer in kort geding betrokken voor de voorzieningenrechter van deze rechtbank. Zij hebben over en weer (onder meer) gevorderd om de ander te veroordelen de productie en verkoop van alle houtkachels van het model Janushaard (hierna: de Januskachel) te staken.

2.2. De voorzieningenrechter van deze rechtbank heeft de door Siersmederij Oldeberkoop en Smeedatelier [A] in kort geding ingestelde vorderingen bij vonnissen van 25 mei 1998 afgewezen.

2.3. Siersmederij [A] heeft Siersmederij Oldeberkoop en 't Stokertje in rechte betrokken waarbij zij -samengevat- onder meer een verbod heeft gevorderd op het gebruik van de woordmerken JANUS en JACOBUS. Bij vonnis van de rechtbank Leeuwarden van 28 september 2011 zijn Siersmederij Oldeberkoop en 't Stokertje veroordeeld om het gebruik van het woordmerk JANUS al dan niet in combinatie met het ®-teken, dan wel gebruik van tekens die overeenstemmen met het woordmerk JANUS voor andere producten dan de Januskachel in de gehele Benelux te staken en gestaakt te houden op straffe van verbeurte van een dwangsom.

't Stokertje is bij voornoemd vonnis eveneens veroordeeld om:

- van haar website de beschuldiging van Smeedatelier [A] van de vernieling zoals die te zien is op de op de website gepubliceerde filmpjes te verwijderen en verwijderd te houden op straffe van verbeurte van een dwangsom;

- ieder gebruik van het woordmerk JACOBUS dan wel het gebruik van tekens die overeenstemmen met het woordmerk JACOBUS in de gehele Benelux te staken en gestaakt te houden op straffe van verbeurte van een dwangsom.

2.2. Het vonnis is op 3 oktober 2011 aan Siersmederij Oldeberkoop en 't Stokertje betekend.

2.3. Smeedatelier [A] heeft in oktober 2011 aan Siersmederij Oldeberkoop en 't Stokertje te kennen gegeven dat zij het vonnis niet naleefden.

2.4. Bij deurwaardersexploot van 8 november 2011 heeft Smeedatelier [A] betaling geëist van 't Stokertje van een bedrag van € 60.073,45 ten titel van verbeurde dwangsommen. Eveneens bij deurwaardersexploot van 8 november 2011 wordt van Siersmederij Oldeberkoop betaling van een bedrag van € 20.073,45 geëist ten titel van verbeurde dwangsommen, omdat ook Siersmederij Oldeberkoop de in het vonnis van 28 september 2011 opgenomen verboden heeft overtreden.

2.5. Smeedatelier [A] heeft executoriaal beslag gelegd op bankrekeningen van zowel Siersmederij Oldeberkoop als 't Stokertje.

Het geschil in conventie

3.1. Siersmederij Oldeberkoop en 't Stokertje vorderen:

- een bevel aan Smeedatelier [A] om met onmiddellijke ingang de executie van het vonnis van 28 september 2011 te staken en gestaakt te houden;

een bevel aan Smeedatelier [A] om binnen 24 uur na betekening van dit vonnis het executoriale beslag op te heffen.

3.2. Smeedatelier [A] voert verweer.

3.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

De beoordeling in conventie

Algemeen

4.1. In het onderhavige executiegeschil gaat het om de vraag of Siersmederij Oldeberkoop en 't Stokertje naar behoren aan de veroordeling in het vonnis van 28 september 2011 hebben voldaan en, in verband daarmee, of voorshands voldoende aannemelijk is dat dwangsommen zijn verbeurd door Siersmederij Oldeberkoop en 't Stokertje.

4.2. De voorzieningenrechter stelt voorop dat een in het dictum van een rechterlijk vonnis uitgesproken veroordeling moet worden gelezen in verband met de overwegingen waarop deze steunt (HR 23 januari 1998, NJ 2000, 544). Beantwoording van de vraag of in strijd is gehandeld met een rechterlijk bevel en of in verband daarmee dwangsommen zijn verbeurd, dient plaats te vinden door hetgeen ter uitvoering van het veroordelend vonnis is verricht, te toetsen aan de inhoud van de veroordeling, zoals deze door uitleg moet worden vastgesteld. Bij deze uitleg dienen doel en strekking van de veroordeling tot richtsnoer te worden genomen in dier voege, dat de veroordeling niet verder strekt dan tot het bereiken van het daarmee beoogde doel. (HR 20 mei 1994, NJ 1994, 652 en HR 15 november 2002, NJ 2004, 410). Voorts geldt, dat een in algemene termen vervat verbod - dat (wél) afdoende moet worden afgebakend - naar redelijkheid in beginsel aldus moet worden uitgelegd dat de draagwijdte daarvan beperkt is te achten tot handelingen waarvan in ernst niet kan worden betwijfeld dat zij inbreuken als door de rechter verboden opleveren, mede gelet op de belangen tegen de aantasting waarvan het verbod werd gegeven (HR 3 januari 1964, NJ 1964, 445 en HR 18 februari 1966, NJ 1966, 208).

4.3. Smeedatelier [A] heeft ter onderbouwing van haar stellingen een groot aantal producties overgelegd voornamelijk bestaande uit screenshots van webpagina's. Onder deze pagina's staat een datum vermeld. Door Siersmederij Oldeberkoop en 't Stokertje is betoogd dat niet kan worden uitgesloten dat deze data er later onder zijn gezet. De advocaat van Smeedatelier [A] (mr. Bakers) heeft tijdens de tweede mondelinge behandeling uitvoerig uiteengezet hoe de screenshots zijn gemaakt, namelijk op zijn kantoor door een medewerkster die ook tijdens deze tweede zitting aanwezig was. Tevens is door mr. Bakers onweersproken aangegeven dat de screenshots op de voor de IE-praktijk gebruikelijke wijze zijn gemaakt en dat de datum onderin het screenshot de datum is van de server van zijn kantoor. De voorzieningenrechter is van oordeel dat het, wanneer Siersmederij Oldeberkoop en 't Stokertje daadwerkelijk menen dat de data onder de screenshots niet juist zouden zijn, op hun weg had gelegen om deze stelling nader met feiten te onderbouwen. De enkele stelling dat een aantal internetpagina's niet meer bestond op de onder het screenshot van deze pagina vermelde datum is, gelet op hetgeen door (de advocaat van) Smeedatelier [A] is aangevoerd, onvoldoende om te twijfelen aan de juistheid van voornoemde data. De voorzieningenrechter zal bij de beoordeling van het geschil daarom uitgaan van de juistheid van de op de screenshots vermelde data.

Originele Janus

Het standpunt van Smeedatelier [A]

5.1. Smeedatelier [A] stelt dat Siersmederij Oldeberkoop en 't Stokertje het vonnis van 28 september 2011 overtreden door een Januskachel te verkopen die afwijkt van het origineel. Volgens Smeedatelier [A] blijkt uit voormeld vonnis (rechtsoverweging 2.7) dat onder "originele Janus" moet worden verstaan de destijds door [A] ontworpen originele Janushaard, zoals deze door partijen werd geproduceerd in 1998.

De verschillen tussen de originele en de door Siersmederij Oldeberkoop en 't Stokertje geproduceerde Januskachel bestaan uit:

- een doorgelaste bovenplaat;

- de plaats van de knop met schuif voor de luchttoevoer;

- de diameter van de kachelpijp.

5.2. Smeedatelier [A] heeft ten aanzien van de knop aangevoerd dat het een essentieel onderdeel van het ontwerp betreft. Volgens Smeedatelier [A] is de knop bewust -in verband met de symmetrie van de kachel- in het midden geplaatst. De knop moet beschouwd worden als het "neusje" van de Januskachel.

Het standpunt van Siersmederij Oldeberkoop en 't Stokertje

5.3. Siersmederij Oldeberkoop en 't Stokertje betwisten dat zij geen originele Janus verkopen. Zij voeren aan dat de door hen verkochte Januskachel de Januskachel is zoals deze bestond tijdens het voeren van de procedure in 1998. Siersmederij Oldeberkoop en 't Stokertje voeren verder aan dat er slechts technische wijzigingen zijn doorgevoerd die het ontwerp niet aantasten. Deze wijzigingen zijn reeds in 2006 doorgevoerd. In de tussen partijen gevoerde procedure, die jaren heeft geduurd en die heeft geleid tot het vonnis van 28 september 2011, zijn de doorgevoerde technische wijzigingen niet genoemd door Smeedatelier [A]. Siersmederij Oldeberkoop en 't Stokertje is de mening toegedaan dat zij er op mochten vertrouwen dat zij de door hen ten tijde van de procedure geproduceerde Januskachel ook na het vonnis mochten blijven produceren en verkopen. Siersmederij Oldeberkoop en 't Stokertje merken op dat ook Smeedatelier [A] wijzigingen heeft aangebracht ten opzichte van de "originele" Janus.

De beoordeling

5.4. Smeedatelier [A] beroept zich ter zake de uitleg van het vonnis van 28 september 2011 op rechtsoverweging 2.7. Deze rechtsoverweging luidt:

2.7. Siersmederij Oldeberkoop en Smeedatelier [A] hebben in maart 1998 elkaar over en weer in kort geding betrokken voor de voorzieningenrechter van deze rechtbank. Zij hebben over en weer (onder meer) gevorderd om de ander te veroordelen de productie en verkoop van alle houtkachels van het model Janushaard (hierna: de Januskachel) te staken.

Naar de mening van Smeedatelier [A] volgt hieruit dat, waar in het vonnis wordt gesproken over de originele Januskachel, de kachel uit 1998 wordt bedoeld.

5.5. De voorzieningenrechter deelt deze mening niet. Rechtsoverweging 2.7 betreft een in het vonnis van 28 september 2011 vastgesteld feit. Uit deze rechtsoverweging, gelezen in de context van het vonnis, kan niet worden afgeleid dat de rechtbank hiermee de definitie van de originele Januskachel heeft gegeven. Dit te minder daar tijdens de eerste mondelinge behandeling van het onderhavige geschil voldoende is gebleken dat over de door Siersmederij Oldeberkoop en 't Stokertje doorgevoerde wijzigingen niet is gesproken in de procedure die heeft geleid tot het vonnis van 28 september 2011. De voorzieningenrechter constateert derhalve dat in het vonnis geen duidelijke definitie kan zijn gegeven van wat exact onder een originele Januskachel moest worden verstaan, nu dat geen onderwerp van debat is geweest. Dit betekent dat de omvang van het verbod beperkt moet worden uitgelegd. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is de door Siersmederij Oldeberkoop en 't Stokertje voorgestane lezing van het vonnis, dat zij de -technisch- gewijzigde Janus mochten blijven produceren, gezien het hiervoor overwogene denkbaar en verdedigbaar. Dit te meer nu Smeedatelier [A] in de door haar aangespannen procedure betreffende merkinbreuk -die heeft geleid tot het vonnis van 28 september 2011- niet expliciet tegen deze -technische- wijzigingen heeft geageerd. Het vorenstaande brengt mee dat Siersmederij Oldeberkoop en 't Stokertje door de productie en verkoop van de technisch- gewijzigde Januskachel, naar voorlopig oordeel, geen inbreuk hebben gemaakt op het verbod zoals geformuleerd in voormeld vonnis. De voorzieningenrechter overweegt hierbij dat, voor zover de door Siersmederij Oldeberkoop en 't Stokertje geproduceerde Januskachel niet geheel conform de Januskachel zoals deze in 1998 werd geproduceerd zou zijn, de afwijkingen zo gering en van zo geringe aard zijn dat deze geen deugdelijke grond opleveren om het verbeurd zijn van dwangsommen te rechtvaardigen. Voor dit oordeel is redengevend dat gesteld noch gebleken is dat Smeedatelier [A] ten tijde van het voeren van voormelde procedure niet van de door Siersmederij Oldeberkoop en 't Stokertje doorgevoerde -technische- wijzigingen op de hoogte was.

Beschuldigingen van vernieling op de website van 't Stokertje

Het standpunt van Smeedatelier [A]

6.1. Smeedatelier [A] stelt dat de beschuldigingen aan haar adres ter zake het plegen van vernielingen niet van de website van 't Stokertje zijn verwijderd. Smeedatelier [A] voert hierbij aan dat niet controleerbaar is of de link naar de video wel of niet werkt, nu het filmpje is geplaatst op een externe site.

Het standpunt van Siersmederij Oldeberkoop en 't Stokertje

6.2. Siersmederij Oldeberkoop en 't Stokertje stellen dat zij het filmpje zelf hebben geplaatst. Het filmpje is ook verwijderd. Siersmederij Oldeberkoop en 't Stokertje stellen zich voorts op het standpunt dat het bericht waarin de link staat vermeld, geen beschuldiging inhoudt aan het adres van Smeedatelier [A].

De beoordeling

6.3. In het dictum van het vonnis van 28 september 2011 is bepaald:

beveelt ’t Stokertje om binnen een week na betekening van dit vonnis van haar website de beschuldiging van Smeedatelier [A] van de vernieling zoals die te zien is op de op de website gepubliceerde filmpjes te verwijderen en verwijderd te houden;

6.4. Deze veroordeling betreft de verwijdering van het filmpje en de verwijdering van de beschuldigingen van Smeedatelier [A] van de vernieling zoals op het filmpje te zien is. Het vonnis is op 3 oktober 2011 aan Siersmederij Oldeberkoop en 't Stokertje betekend. Zowel de beschuldiging als het filmpje moest daarom op 11 oktober 2011 zijn verwijderd. Ten aanzien van het filmpje heeft Smeedatelier [A] niet aannemelijk gemaakt dat deze na 11 oktober 2011 nog kon worden bekeken op het internet. Voor dit oordeel is redengevend dat de door Smeedatelier [A] ingeschakelde gerechtsdeurwaarder op 28 oktober 2011 heeft geconstateerd dat de in het gastenboek van 't Stokertje geplaatste link naar het filmpje niet werkte.

6.5. Naar de mening van Smeedatelier [A] zijn de beschuldigingen aan haar adres van vernielingen op de website van 't Stokertje blijven staan. Ter onderbouwing van deze stelling heeft zij verwezen naar de website van 't Stokertje zoals deze op 10 november 2011 zichtbaar was en naar het gastenboek van 't Stokertje zoals dit op 4 november 2011 op haar website stond.

(…)

Carice v. H. schreef op 02-06-2009, 18:15

(…)

Roken en stoken. Dat kunnen ze daar in Orvelte wel. De tweede Pinksterdag zijn we naar Het Kachelparadijs gewest. Wat een gezellige dag is dat geworden zeg.(…)

Samen met mijn man heb ik ook het hele verhaal achter de Janus van Gorredijk en die van Oldeberkoop gehoord. Wat een gemene gang van zaken zeg!!! Overal op internet vindt je hier informatie over. Lees ook het bericht over kwaadsprekerij op de Stokertjessite.

(…)

Hein schreef op 08-06-2009, 19:18

Hoi Carice,

Het je al eens gekeken naar deze link: http:www.123video/n;/playvideos.asp?MovieID=493224&q=vernielingen

Over gemeen gesproken…

6.6. De voorzieningenrechter overweegt dat op de door Smeedatelier [A] overgelegde webpagina van 't Stokertje noch direct noch indirect beschuldigingen van vernieling worden geuit aan het adres van Smeedatelier [A]. Voorts is de voorzieningenrechter van oordeel dat voormelde beweringen zoals deze op 4 november 2011 stonden vermeld in het gastenboek, zonder de beelden van het filmpje, niet als overtreding van het in het dictum van het vonnis van 28 september 2011 geformuleerde verbod kan worden beschouwd. Deze beweringen hebben er naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter niet toe geleid dat er dwangsommen verbeurd zijn.

Gebruik van het woordmerk JANUS

Het standpunt van Smeedatelier [A]

7.1. Smeedatelier [A] stelt dat 't Stokertje zich stelselmatig heeft schuldig gemaakt aan:

- het aanbieden van varianten op de Januskachel als JANUS via diverse internetadvertenties;

- het gebruiken van de Januskachel als promotiemiddel voor varianten van de JANUS.

7.2. Ter onderbouwing van haar stelling heeft Smeedatelier [A] verwezen naar door haar overgelegde producties met nummers 3, 7, 16, 17 en 18, waarin de websites huis.marktplaza.nl, speurders.nl, woninginrichting.tweedehands.nl, houtkachelinfo.nl en kachelzaak.nl zijn vermeld.

7.3. Ten aanzien van de websites huis.marktplaza.nl, speurders.nl en woninginrichting.tweedehands.nl wijst Smeedatelier [A] op de tekst van de advertentie zoals deze op 10 november 2011 zichtbaar was:

Bij 't Stokertje in het assortiment een demo Beaufort 11 kW houtkachel (model Janus)

7.4. Volgens Smeedatelier [A] staat de domeinnaam houtkachelinfo.nl op naam van de directeur-eigenaar van 't Stokertje, [X] . De deurwaarder heeft vastgelegd dat op 28 oktober 2011 reclame werd gemaakt voor Janus schuine hoek, ronde Janus, doorkijk Janus, hang Janus etc.

7.5. De domeinnaam kachelzaak.nl staat op naam van Haardengoed BV, een zusteronderneming van 't Stokertje. Ook van deze onderneming is [X] directeur-eigenaar en ook op deze site werd op 28 oktober 2011 reclame gemaakt voor Janus schuine hoek, ronde Janus, doorkijk Janus, hang Janus etc.

Het standpunt van Siersmederij Oldeberkoop en 't Stokertje

7.6. Siersmederij Oldeberkoop en 't Stokertje hebben aangevoerd dat de Beaufort een kachel betreft die is gemaakt naar het model Januskachel. De vermelding dat het een kachel is naar het model Janus is naar de mening van Siersmederij Oldeberkoop en 't Stokertje niet meer dan een feitelijke constatering welke vermelding in een advertentie geen overtreding van het verbod op het woordmerk JANUS inhoudt. Zij voeren verder aan dat de advertenties zijn geplaatst op websites waarop zoveel advertenties worden geplaatst dat haar advertentie al na een paar dagen niet meer is terug te vinden.

7.7. Ten aanzien van de websites kachelzaak.nl en houtkachelinfo.nl stelt 't Stokertje dat het hier zusterbedrijven betreft waar zij geen directe zeggenschap over heeft. Zij is enkel via de holding met deze bedrijven verbonden. Deze derden is wel verzocht om de inbreukmakende teksten te verwijderen, hetgeen ook is gebeurd. Siersmederij Oldeberkoop en 't Stokertje betwisten dat zij op grond van teksten, geplaatst op websites van derden, dwangsommen verbeurd zouden hebben.

De beoordeling

7.8. In het vonnis van 28 september 2011 is in voormelde rechtsoverweging 4.29 overwogen:

Siersmederij Oldeberkoop heeft naar het oordeel van de rechtbank geen, althans onvoldoende, feiten gesteld waarop kan worden gebaseerd dat zij het woordmerk JANUS ook voor andere waren of diensten dan de Januskachel of anders dan ter onderscheiding van waren of diensten mocht gebruiken. Siersmederij Oldeberkoop heeft in de overeenkomsten van 1 februari 1996 naar het oordeel van de rechtbank dan ook niet een naar waren ongelimiteerde licentie verkregen voor het gebruik van het woordmerk JANUS.

(…)

Het gebruik van het woordmerk JANUS voor een andere kachel dan de Januskachel - en daarmee het gebruik van de tekens Janus® scheve hoek, Janus®rond, doorkijk Janus®, hang Janus®, inbouw Janus®, Janus® mini, Janus® middel, Janus® met schuine hoek, Janus® inzet, Janus ® doorkijk en Janus® vrij hangend model - kan naar het oordeel van de rechtbank niet op de licentieovereenkomst worden gegrond.

7.9. In rechtsoverweging 4.34 is overwogen:

Het voorgaande leidt wat betreft de vordering onder 2 tot de slotsom dat de rechtbank Siersmederij Oldeberkoop en ’t Stokertje zal bevelen om met onmiddellijke ingang na betekening van dit vonnis het gebruik van het woordmerk JANUS al dan niet in combinatie met het ®-teken, dan wel gebruik van tekens die overeenstemmen met het woordmerk JANUS voor andere producten dan de Januskachel in de gehele Benelux te staken en gestaakt te houden. Een algemeen verbod zoals gevorderd is hier niet op zijn plaats, nu Siersmederij Oldeberkoop en ’t Stokertje gerechtigd zijn tot het gebruik van het woordmerk JANUS voor de Januskachel.

7.10. In het dictum is vervolgens bepaald:

beveelt Siersmederij Oldeberkoop en ’t Stokertje om binnen drie weken na betekening van dit vonnis het gebruik van het woordmerk JANUS al dan niet in combinatie met het ®-teken, dan wel gebruik van tekens die overeenstemmen met het woordmerk JANUS voor andere producten dan de Januskachel in de gehele Benelux te staken en gestaakt te houden;

7.11. Rechtsoverweging 5.35 vermeldt:

Smeedatelier [A] vordert onder 3 en 4 verder dat de rechtbank aan Siersmederij Oldeberkoop respectievelijk ’t Stokertje beveelt zich te onthouden van een domeinnaam ongeacht de extensie waarin het woordmerk JANUS of het woordmerk JACOBUS of daarmee overeenstemmende tekens is verwerkt.

7.12. Rechtsoverweging 5.36 vermeldt:

De domeinnamen worden niet als handelsnaam gebruikt maar als verwijzing naar producten. Het publiek zal de domeinnamen naar het oordeel van de rechtbank dan ook niet opvatten als namen van ondernemingen, maar als naam van één van de waren die Siersmederij Oldeberkoop en/of ’t Stokertje aanbiedt. De rechtbank maakt uit de stellingen van partijen op dat de domeinnaam toegang geeft tot de websites van Siersmederij Oldeberkoop en ’t Stokertje waarop zij met het teken JANUS reclame maken ook voor hun producten, waaronder de Januskachel. Siersmederij Oldeberkoop en ’t Stokertje mogen het woordmerk JANUS gebruiken ter aanduiding van de Januskachel. Door het gebruik van het woordmerk JANUS als onderdeel van de domeinnamen maken Siersmederij Oldeberkoop en ’t Stokertje dan ook geen inbreuk op grond van art. 2.20. lid 1 sub b en d BVIE.

7.13. De voorzieningenrechter overweegt dat het vonnis van 28 september 2011, anders dan over de vraag wat onder een originele Januskachel moet worden verstaan, op het punt van het gebruik van het woordmerk JANUS geen ruimte laat voor verschillende interpretaties. Doel en strekking van het vonnis zijn op dit punt helder. Het gebruik van het woordmerk JANUS door Siersmederij Oldeberkoop en 't Stokertje is na 24 oktober 2011 (drie weken na betekening van het vonnis) enkel en alleen toegestaan voor zover daarmee de Januskachel wordt bedoeld.

7.14. Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter is op grond van het doel en de strekking van het vonnis duidelijk, dat het gebruik van het woordmerk JANUS in de advertentie betreffende een Beaufort kachel, welke advertentie op internet zichtbaar was na 24 oktober 2011, een overtreding van het verbod oplevert. De stelling dat de Beaufort een model Janus is -in de procedure die heeft geleid tot het vonnis van 28 september 2011 heeft Smeedatelier [A] tevergeefs gesteld dat er hier sprake is van een slaafse nabootsing van de Januskachel- kan dan ook niet als rechtvaardigingsgrond dienen.

7.15. Ten aanzien van de websites houtkachelinfo.nl en kachelzaak.nl is sprake van overtreding van het verbod op het gebruik van het woordmerk JANUS. De voorzieningenrechter stelt voorop dat op grond van het vonnis van 28 september 2011 in deze procedure enkel de handelwijze van Siersmederij Oldeberkoop en 't Stokertje ter discussie staat. Vast staat dat voormelde websites noch op de naam van Siersmederij Oldeberkoop noch op de naam van 't Stokertje staan, zodat geoordeeld moet worden dat de op voormelde websites geconstateerde overtredingen niet door Siersmederij Oldeberkoop of 't Stokertje zijn begaan. De omstandigheid dat de directeur-eigenaar van 't Stokertje persoonlijk verbonden is met voormelde domeinnamen maakt dit oordeel niet anders. [X] was bij de procedure die heeft geleid tot het vonnis van 28 september 2011, niet als procespartij betrokken. Voorts zijn in deze procedure onvoldoende feiten en omstandigheden aangevoerd op grond waarvan voorshands kan worden geoordeeld dat de zeggenschap van [X] -als persoon- over voormelde websites met zich brengt dat Siersmederij Oldeberkoop of 't Stokertje -als procespartijen in het vonnis van 28 september 2011- dwangsommen hebben verbeurd op grond van de vermelding van het woordmerk JANUS op deze websites.

Het gebruik van het woordmerk JACOBUS

Het standpunt van Smeedatelier [A]

8.1. Smeedatelier [A] stelt dat 't Stokertje ook na 24 oktober 2011 gebruik heeft gemaakt van het woordmerk JACOBUS voor kachels. Ter onderbouwing van haar stelling verwijst Smeedatelier [A] naar de door haar overgelegde producties 19, 20, 21 en 23.

8.2. Smeedatelier [A] voert aan dat, wanneer op google.com de zoekterm "jacobus stokertje" wordt gebruikt, de eerste twee treffers verwijzen naar 't Stokertje. Voorts heeft de deurwaarder geconstateerd dat de website places.tomtom.com advertenties van 't Stokertje vertoont waarin gebruik wordt gemaakt van het beeldmerk JACOBUS. Smeedatelier [A] stelt verder dat door 't Stokertje een kachel onder de merknaam JACOBUS is verkocht. In reactie op het verweer stelt Smeedatelier [A] dat het hier geen kachel betreft die van haar afkomstig is. Naar de mening van Smeedatelier [A] betreft het hier een namaakkachel. 't Stokertje heeft in het verleden eerder namaakkachels onder de naam JACOBUS aangeboden.

Het standpunt van Siersmederij Oldeberkoop en 't Stokertje

8.3. Siersmederij Oldeberkoop en 't Stokertje voeren aan dat het screenshot van de website van Google niet duidelijk maakt wanneer dit screenshot is gemaakt. Siersmederij Oldeberkoop en 't Stokertje betwisten dat zij actief advertenties hebben geplaatst bij TomTom. Siersmederij Oldeberkoop en 't Stokertje merken hierbij op dat TomTom haar eigen content vergaart. Ten aanzien van de verkochte Jacobuskachel stellen Siersmederij Oldeberkoop en 't Stokertje dat deze kachel door Smeedatelier [A] in het verkeer is gebracht. Via dat formele kanaal is de kachel aan 't Stokertje geleverd. De kachel is derhalve verkocht nadat deze door Smeedatelier [A] in het verkeer is gebracht. Er is derhalve sprake van uitputting.

De beoordeling

8.4. Op grond van het vonnis van 28 september 2011 was 't Stokertje vanaf 25 oktober 2011 niet meer bevoegd om gebruik te maken van het woordmerk JACOBUS.

8.5. Op het door Smeedatelier [A] overgelegde screenshot van de pagina google.com (waar als trefwoorden "jacobus stokertje" zijn ingevuld) verwijzen de eerste twee treffers naar de website van 't Stokertje. Met Smeedatelier [A] constateert de voorzieningenrechter dat de tweede verwijzing de verwijzing betreft waarvan reeds in het vonnis van 28 september 2011 is geoordeeld -rechtsoverweging 4.37- dat er sprake is van inbreuk op het woordmerk JACOBUS. Het screenshot is gedateerd op 3 december 2011. Dit betekent dat 't Stokertje het verbod op het gebruik van het woordmerk JACOBUS heeft overtreden en ter zake dwangsommen heeft verbeurd.

8.6. De voorzieningenrechter constateert dat op de door Smeedatelier [A] in het geding gebrachte screenshots van de website places.tomtom.com zoals deze door de deurwaarder zijn gemaakt, bij de verschillende adressen van de vestigingen van 't Stokertje onder het kopje "merken" onder andere JACOBUS vermeld staat. Smeedatelier [A] heeft ter onderbouwing van haar stelling dat 't Stokertje degene is die zorg heeft gedragen voor de vermelding van het woordmerk JACOBUS verwezen naar een beschrijving van TomTom over de manier waarop bij TomTom een gedetailleerde bedrijfsadvertentie gemaakt kan worden. Volgens Smeedatelier [A] kan het niet anders zijn dan dat 't Stokertje zelf de informatie aan TomTom heeft verstrekt. De voorzieningenrechter overweegt dat uit de door Smeedatelier [A] in het geding gebrachte beschrijving niet blijkt dat 't Stokertje deze route ook daadwerkelijk heeft gevolgd. Gelet op het verweer van 't Stokertje, in samenhang beschouwd met het feit dat de website places.tomtom.com niet aan 't Stokertje toebehoort, heeft Smeedatelier [A] voorshands onvoldoende aannemelijk gemaakt dat aan de vermelding van het woordmerk JACOBUS bij het adres van de vestigingen van 't Stokertje op voormelde site een actief handelen van 't Stokertje ten grondslag ligt in die zin dat 't Stokertje zich op de website places.tomtom.com bedient van het woordmerk JACOBUS. Niet geoordeeld kan derhalve worden dat de vermelding van het woordmerk JACOBUS op de website places.tomtom.com beschouwd kan worden als een overtreding van het verbod zoals geformuleerd in het vonnis van 28 september 2011.

8.7. Door Smeedatelier [A] is een verklaring overgelegd van een persoon die bij 't Stokertje op 6 december 2011 een Jacobuskachel heeft aangeschaft. Tevens is de aankoopbon overgelegd. Door 't Stokertje is niet weersproken dat deze aankoop is verricht, maar zij heeft aangevoerd dat deze kachel reeds door Smeedatelier [A] rechtmatig op de markt was gebracht. De voorzieningenrechter overweegt dat het aan Siersmederij Oldeberkoop en 't Stokertje is, als degenen die zich op uitputtingsregel beroepen, om deze stelling aannemelijk te maken. In het licht van de onderbouwde stelling van Smeedatelier [A] dat de kachel niet van haar afkomstig is, hebben Siersmederij Oldeberkoop en 't Stokertje het beroep op uitputting onvoldoende gemotiveerd om voorshands van de juistheid van hun stelling te kunnen uitgaan. Geoordeeld moet derhalve worden dat de verkoop van de Jacobuskachel op 6 december 2011 een overtreding van het in het vonnis van 28 september 2011 genoemde verbod oplevert.

Het gebruik van de naam J-PLUS

Het standpunt van Smeedatelier [A]

9.1. Smeedatelier [A] stelt dat Siersmederij Oldeberkoop en 't Stokertje met het gebruik van het teken J-PLUS aanhaken bij het succes en de bekendheid van het woordmerk JANUS. Door Siersmederij Oldeberkoop en 't Stokertje wordt het teken J-PLUS consequent genoemd in relatie tot het woordmerk JANUS, waarbij zelfs wordt aangegeven dat de kachels met het teken J-PLUS familie zijn van de kachel met het woordmerk JANUS. Naar de mening van Smeedatelier [A] kan het niet anders dan dat het relevante publiek de J in J-PLUS zal opvatten als een afkorting van het woordmerk JANUS. Het relevante publiek zal het teken J-PLUS dan ook associëren met het woordmerk JANUS.

Het standpunt van Siersmederij Oldeberkoop en 't Stokertje

9.2. Siersmederij Oldeberkoop en 't Stokertje betwisten dat het teken J-PLUS overeenstemt met het woordmerk JANUS.

Siersmederij Oldeberkoop en 't Stokertje stellen dat de letter J verwijst naar Jan de Jong. De toevoeging "PLUS" is gekozen omdat het een doorontwikkeld product is. Zij voeren aan dat er auditief, visueel noch begripsmatig overeenstemming bestaat tussen het teken en het woordmerk.

De beoordeling

9.3. Hiervoor is reeds geoordeeld dat het doel en de strekking van het vonnis ten aanzien van het gebruik van het woordmerk JANUS helder is. Het gebruik van het woordmerk JANUS door Siersmederij Oldeberkoop en 't Stokertje is na 24 oktober 2011 (drie weken na betekening van het vonnis) enkel en alleen toegestaan voor zover daarmee de Januskachel wordt bedoeld. Smeedatelier [A] heeft als productie 6 screenshots overgelegd van een internetadvertentie van Siersmederij Oldeberkoop zoals deze op 10 november 2011 op internet zichtbaar was en waarvan de kop luidt : "De Originele Janus houtkachels". In deze advertentie prijst Siersmederij Oldeberkoop in één adem zowel de Janus- als de J-Pluskachel aan. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter wordt aldus het woordmerk JANUS mede gebruikt voor de verkoop van een andere kachel dan de Janus. Een dergelijke handelwijze levert een overtreding van het in het vonnis van 28 september 2011 geformuleerde verbod op. Dit oordeel geldt eveneens voor de door Smeedatelier [A] als productie 11 en 12 overgelegde screenshots afkomstig van websites van Siersmederij Oldeberkoop van respectievelijk 25 en 31 oktober 2011 waarin wordt vermeld: "Het allerbelangrijkste is dat uw Janus of J-PLUS deel uitmaakt van een hele familie. De originele Janus heeft sinds haar decennia lange bestaan verschillende evoluties meegemaakt en zelfs familie gekregen met de J-PLUS" en "Compleet assortiment Naast de standaard Janus houtkachels hebben wij ook de zeer complete J-PLUS lijn met o.a. J-PLUS scheve hoek, de J-PLUS rond, de J-PLUS doorkijk, J-PLUS hang en de J-PLUS inzet."

9.4. In het vonnis van 28 september 2011 is geoordeeld dat het teken Janus schuine hoek, Janus scheve hoek etc. op grond van het bepaalde in 2.20 lid 1 sub b BVIE niet is toegestaan. Siersmederij Oldeberkoop en 't Stokertje hebben vervolgens de kachels die zij verkochten onder voormelde tekens, gewijzigd in die zin dat zij het woordmerk "JANUS" hebben vervangen door het teken "J-PLUS". De voorzieningenrechter overweegt, dat de vraag of het gebruik van het teken J-PLUS een overtreding oplevert van het gegeven verbod op het gebruik van het woordmerk JANUS dan wel dan een overtreding oplevert van het verbod op het gebruik van tekens die overeenstemmen met het woordmerk JANUS, moet worden beoordeeld aan de hand van het in artikel 2.20 lid 1 sub b BVIE geformuleerde inbreukcriterium.

9.5. In het vonnis van 28 september 2011 is de toetsingsmaatstaf van voormeld artikel uitgebreid omschreven. Kort samengevat moet worden beoordeeld:

- of het teken gebruikt wordt voor soortgelijke waren,

- of er sprake is van een overeenstemmend teken,

- of door het gebruik van het teken verwarring kan ontstaan.

9.6. Vast staat dat, waar thans kachels met het teken J-PLUS scheve hoek, J-PLUS rond etc. worden aangeduid, deze kachels voorheen werden aangeduid met de tekens Janus scheve hoek, Janus rond etc. Ter zitting is gebleken dat het hier kachels betreft die zijn afgeleid van de Januskachel en waarbij het woord na of voor het woordmerk JANUS -thans het teken J-PLUS- de aanpassing van de originele Januskachel omschrijft. Vast staat derhalve dat de waren waarvoor het merk JANUS en het teken J-PLUS worden gebruikt, dezelfde zijn.

9.7. Vervolgens komt de vraag aan de orde of het woordmerk JANUS en het teken J PLUS overeenstemmen. Bij de beoordeling van de gelijkenis moet gekeken worden naar de totaalindruk op het relevante publiek -dat blijkens het vonnis van 28 september 2011 bestaat uit (een deel van) de inwoners van het noorden van Nederland- dat de betrokken waar afneemt. Bij de beoordeling moet rekening gehouden worden met de onderscheidende en dominerende bestanddelen van de tekens. De voorzieningenrechter overweegt dat, wanneer het woordmerk en het teken vergeleken worden, opvalt, dat de beginletter en de laatste twee letters gelijk zijn. Voor het overige kan niet geoordeeld worden dat er een sterke auditieve, visuele of begripsmatige gelijkenis bestaat tussen het woordmerk JANUS en het teken J-PLUS.

9.8. Voor de vraag of er sprake is van verwarring, is tevens de onderscheidende kracht van het beeldmerk JANUS van belang. Smeedatelier [A] heeft zich in dat verband beroepen op de bekendheid van het woordmerk JANUS. Naar het voorlopige oordeel van de voorzieningenrechter wordt dit beroep ondersteund door de omstandigheid dat partijen al sinds 1998 tegen elkaar procederen met als inzet het exclusieve recht op de productie en de verkoop van de Januskachel. Deze vasthoudendheid impliceert dat het woordmerk JANUS een sterk economisch belang vertegenwoordigt en dat het woordmerk JANUS, zoals door Smeedatelier [A] is gesteld, bekend is bij het relevante publiek. Uitgaande van deze bekendheid is van belang, dat de beginletter van het teken J-PLUS overeenstemt met de eerste letter van het beeldmerk JANUS. Het verbindingsstreepje met daarachter het woord PLUS impliceert naar het oordeel van de voorzieningenrechter dat er sprake is van een verbetering, een plus ten opzichte van een kachel met de beginletter "J". Vast staat dat de kachel die thans met het teken J-PLUS wordt aangeduid, een aangepast model is van de kachel die mag worden aangeduid met het woordmerk JANUS. Zowel Smeedatelier [A] als Siersmederij Oldeberkoop en 't Stokertje mag de originele Januskachel produceren en verkopen en daarbij het woordmerk JANUS gebruiken. Gelet op deze omstandigheden in onderling verband en samenhang beschouwd- is, ondanks het feit dat er slechts een geringe visuele gelijkenis bestaat tussen het woordmerk JANUS en het teken J-PLUS, wel voldoende aannemelijk dat bij het relevante publiek dat met het teken J-PLUS wordt geconfronteerd, het woordmerk JANUS in gedachten wordt opgeroepen, dan wel dat het relevante publiek bij het zien van het teken J-PLUS meent dat er tussen Smeedatelier [A] -de rechthebbende op het woordmerk JANUS- enerzijds en Siersmederij Oldeberkoop en 't Stokertje anderzijds een economische verbondenheid bestaat.

9.9. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is, gelet op het voorgaande, voorshands voldoende aannemelijk dat er door het gebruik van het teken J-PLUS, in aanmerking nemend het relevante publiek, een reëel verwarringsgevaar bestaat. Geoordeeld moet derhalve worden dat Siersmederij Oldeberkoop en 't Stokertje door het gebruik van het teken J-PLUS het in het vonnis van 28 september 2011 geformuleerde verbod overtreden.

Conclusie

10.1. Op grond van al het vorenstaande stelt de voorzieningenrechter vast, dat zowel Siersmederij Oldeberkoop als 't Stokertje zich op onderdelen niet -geheel- hebben gehouden aan de in het dictum van het vonnis van 28 september 2011 geformuleerde verboden. Zij hebben dan ook dwangsommen verbeurd en in zoverre was Smeedatelier [A] dan ook gerechtigd tot executie van de dwangsommen over te gaan. Tegen deze achtergrond moet geoordeeld worden dat de vorderingen in conventie, die in essentie strekken tot staking van het innen van dwangsommen, niet toewijsbaar zijn.

Het geschil in reconventie

11.1. Smeedatelier [A] vordert dat de voorzieningenrechter bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:

1. Siersmederij Oldeberkoop en ’t Stokertje, ieder voor zich, beveelt met onmiddellijke ingang na betekening van dit vonnis ieder gebruik van het woordmerk JANUS al dan niet in combinatie met het ®-teken, dan wel het gebruik van tekens die overeenstemmen met het woordmerk JANUS voor andere producten dan de Januskachel, in de gehele Benelux te staken en gestaakt te houden;

2. ’t Stokertje beveelt met onmiddellijke ingang na betekening van dit vonnis ieder gebruik van het woordmerk JACOBUS, dan wel het gebruik van tekens die overeenstemmen met het woordmerk JACOBUS, in de gehele Benelux te staken en gestaakt te houden;

3. ’t Stokertje beveelt om met onmiddellijke ingang na betekening van dit vonnis van haar website de beschuldiging van Smeedatelier [A] van de vernieling zoals die te zien is op de op de website gepubliceerde filmpjes te verwijderen en verwijderd te houden;

4. Siersmederij Oldeberkoop beveelt aan Smeedatelier [A] ten titel van dwangsom te voldoen een bedrag van € 5.000,00, althans een in goede justitie vast te stellen bedrag, voor iedere overtreding van de hiervoor onder 1, 2 en 3 genoemde bevelen, dan wel naar keuze van Smeedatelier [A], voor iedere dag of dagdeel dat Siersmederij Oldeberkoop in strijd handelt met enig bovengenoemd bevel of enig gedeelte daarvan, zonder daaraan een maximum te stellen, dan wel dit te verhogen naar een door de rechtbank vast te stellen maximum.

5. 't Stokertje beveelt aan Smeedatelier [A] ten titel van dwangsom te voldoen een bedrag van € 5.000,00, althans een in goede justitie vast te stellen bedrag, voor iedere overtreding van de hiervoor onder 1 tot en met 3 genoemde bevelen, dan wel naar keuze van Smeedatelier [A], voor iedere dag of dagdeel dat Siersmederij Oldeberkoop in strijd handelt met enig bovengenoemd bevel of enig gedeelte daarvan, zonder daaraan een maximum te stellen, dan wel dit te verhogen naar een door de rechtbank vast te stellen maximum.

6. Siersmederij Oldeberkoop en 't Stokertje veroordeelt in de kosten.

11.2. Siersmederij Oldeberkoop en 't Stokertje voeren verweer.

11.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

De beoordeling in reconventie

12.1. De voorzieningenrechter stelt vast dat het gevorderde sub 1, 2 en 3 reeds bij vonnis van 28 september 2011 is toegewezen (sub 1, 6 en 9 van de beslissing). Smeedatelier [A] heeft derhalve geen belang bij deze vorderingen. Deze vorderingen zullen dan ook worden afgewezen. De voorzieningenrechter begrijpt de reconventionele vordering sub 4 en 5 aldus dat Smeedatelier [A] vordert om de in het vonnis van 28 september 2011 opgelegde maxima aan de te verbeuren dwangsommen op te heffen.

De voorzieningenrechter overweegt als volgt.

Blijkens de in conventie geconstateerde overtredingen van de verboden zoals deze in het vonnis van 28 september 2011 zijn opgenomen, moet worden geconcludeerd dat Siersmederij Oldeberkoop en 't Stokertje klaarblijkelijk de grenzen wensen op te zoeken van hetgeen rechtens toelaatbaar is, waarbij zij bij herhaling deze grenzen overschrijden. Van deze houding is vooral het gebruik van het teken J-PLUS een goed voorbeeld. Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningrechter rechtvaardigt deze handelwijze een nieuwe "stok achter de deur" in die zin, dat er opnieuw dwangsommen verbeurd kunnen worden. De voorzieningenrechter ziet echter onvoldoende aanleiding om Smeedatelier [A] bij het incasseren van dwangsommen de vrije hand te geven. Dit te minder, gelet op de ernstig verstoorde verhoudingen tussen partijen zoals deze de voorzieningenrechter tijdens de zittingen is gebleken. De voorzieningenrechter zal daarom het mindere toewijzen en een nieuw maximum verbinden aan de overtredingen van de verboden zoals deze zijn geformuleerd in sub 1, 2 en 6 van het dictum van het vonnis van 28 september 2011. De in het dictum genoemde maximum zal worden verbonden aan dwangsommen die na betekening van het onderhavige vonnis worden verbeurd.

In conventie en in reconventie

13.1. Siersmederij Oldeberkoop en 't Stokertje zullen als de overwegend in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten van zowel de procedure in conventie als de procedure in reconventie worden veroordeeld. Smeedatelier [A] heeft op grond van het bepaalde in artikel 1019h Rv een integrale kostenveroordeling gevorderd. De voorzieningenrechter overweegt dat artikel 1019h Rv alleen van toepassing is als in een gerechtelijke procedure de vraag aan de orde is of de (vermeende) inbreukmaker zonder toestemming handelingen (heeft) verricht of dreigt te verrichten die zijn voorbehouden aan de houder van dat recht (Gerechtshof 's-Gravenhage, 29 maart 2011, LJN: BP9443).

Een zodanige inbreukvraag is aan de orde in het onderhavige executiegeschil. Het betreft hier de vraag of een eerder gegeven inbreukverbod wordt nageleefd. Door Smeedatelier [A] is bij faxbericht van 9 december 2011 een gedetailleerde opgave verstrekt waarin is vermeld: het uurtarief (per medewerker), het aantal gewerkte uren (per medewerker) en welke werkzaamheden er zijn verricht. Blijkens dit overzicht heeft Smeedatelier [A] haar advocaatkosten over de periode 11 oktober 2011 tot en met 12 december 2011 begroot op een bedrag van € 15.044,50. Dit bedrag heeft Smeedatelier [A] vermeerderd met kantoorkosten ten bedrage van € 752,23, koerierskosten ten bedrage van € 349,00, deurwaarderskosten ten bedrag van € 526,75 en griffierecht ten bedrage van € 560,00. Bij faxbericht van 17 februari 2012 heeft Smeedatelier [A] een aanvullend kostenoverzicht overgelegd waarbij de advocaatkosten over de periode 27 december 2011 tot en met 20 februari 2012 zijn begroot op een bedrag van € 6.188,50. Dit bedrag heeft Smeedatelier [A] vermeerderd met kantoorkosten ten bedrage van € 309,43, griffiekosten ten bedrage van € 560,00 en deurwaarderskosten, koerierkosten en de kosten van een parkeerkaart ten bedrage van € 1.342,82. In totaal begroot Smeedatelier [A] haar advocaatkosten op een bedrag van € 21.233,00. De overige kosten worden begroot op een bedrag van € 4.400,23. De "indicatietarieven in IE-zaken" geven voor een kort geding, niet zijnde een eenvoudig kort geding, een indicatie van het maximale bedrag van € 15.000,00 dat over het algemeen als redelijk en evenredig kan worden aangemerkt. De voorzieningenrechter constateert dat Siersmederij Oldeberkoop en 't Stokertje de gevorderde kosten niet anders hebben weersproken dan te stellen dat deze buitensporig hoog zijn en dat enkel een bedrag van € 6.000,00, -het tarief dat blijkens de "indicatietarieven in IE-zaken" voor een eenvoudig kort geding over het algemeen als redelijk en evenredig kan worden aangemerkt- toewijsbaar kan zijn. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is dit verweer dusdanig algemeen dat dit verweer aan toewijzing van de gevorderde bedragen niet in de weg kan staan. De voorzieningenrechter constateert in de overgelegde specificaties dat tweemaal het griffierecht ad € 560,00 wordt gevorderd. De voorzieningenrechter zal dit bedrag slechts eenmaal toewijzen. Voorts vordert Smeedatelier [A] een bedrag van € 349,00 aan koerierskosten terwijl deze kosten niet blijken uit de door haar advocaat overgelegde specificatie. Ook deze kostenpost is derhalve niet toewijsbaar. In totaal is een bedrag van € 24.724,23 (€ 21.233,00 + € 3.491,23) toewijsbaar. Vastgesteld moet worden dat de procedure in conventie en de procedure in reconventie volledig met elkaar samenhangen. Uit de door Smeedatelier [A] verstrekte specificatie blijkt echter niet welke kosten in welke procedure zijn gemaakt. Blijkens punt 11 sub b van de "indicatietarieven in IE-zaken" is het in dat geval aan de rechter om vast te stellen welk deel van de proceskostenveroordeling redelijkerwijs aan welke procedure wordt toegekend. De voorzieningenrechter zal, gelet op de verknochtheid van beide procedures, voormeld bedrag bij helfte toewijzen aan de procedure in conventie en bij helfte aan de procedure in reconventie.

De beslissing

De voorzieningenrechter:

in conventie

14.1. wijst de vorderingen af,

14.2. veroordeelt Siersmederij Oldeberkoop en ’t Stokertje in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van Smeedatelier [A] vastgesteld op € 12.362,12;

14.3. verklaart dit vonnis in conventie uitvoerbaar bij voorraad voor zover het de proceskosten betreft;

in reconventie

14.4. verbindt aan de door Siersmederij Oldeberkoop onder sub 2 van het dictum van het vonnis van 28 september 2011 vanaf de dag van betekening van onderhavig vonnis te verbeuren dwangsommen een nieuw maximum van € 40.000,00 (veertigduizend euro);

14.5. verbindt aan de door 't Stokertje onder sub 4 van het dictum van het vonnis van 28 september 2011 vanaf de dag van betekening van het onderhavige vonnis te verbeuren dwangsommen een nieuw maximum van € 40.000,00 (veertigduizend euro);

14.6. verbindt aan de door 't Stokertje onder sub 7 van het dictum van het vonnis van 28 september 2011 vanaf de dag van betekening van het onderhavige vonnis te verbeuren dwangsommen een nieuw maximum van € 40.000,00 (veertigduizend euro);

14.7. veroordeelt Siersmederij Oldeberkoop en ’t Stokertje in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van Smeedatelier [A] vastgesteld op € 12.362,11;

14.8. verklaart dit vonnis in reconventie tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

14.9. wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. M. Jansen en in het openbaar uitgesproken op 15 maart 2012.?