Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLEE:2012:BV9681

Instantie
Rechtbank Leeuwarden
Datum uitspraak
16-03-2012
Datum publicatie
22-03-2012
Zaaknummer
118097 / KG ZA 12-53
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Vervolg op LJN: BV3587. Executiegeschil

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK LEEUWARDEN

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 118097 / KG ZA 12-53

Vonnis in kort geding van 16 maart 2012

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

B.V. SPORT BV,

gevestigd te Leeuwarden,

eiseres,

advocaat mr. I.J. Woltman te Leeuwarden,

tegen

[gedaagde],

wonende te [woonplaats],

gedaagde,

advocaat mr. A. Speksnijder te Leeuwarden.

Partijen zullen hierna B.V. Sport BV en [gedaagde] genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- de mondelinge behandeling

- de voortzetting van de mondelinge behandeling

- de producties van de zijde van B.V. Sport

- de producties van de zijde van [gedaagde].

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. [gedaagde] is bij B.V. Sport op basis van een arbeidsovereenkomst in dienst als combinatiefunctionaris. Op 22 februari 2011 heeft B.V. Sport bij de kantonrechter een verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens verandering in de omstandigheden ingediend. Dit verzoek is afgewezen bij beschikking van 6 april 2011. Daarna heeft B.V. Sport in mei 2011 een ontslagaanvraag voor [gedaagde] ingediend bij het UWV Werkbedrijf. Bij besluit van 15 juni 2011 heeft het UWV Werkbedrijf de gevraagde toestemming om de arbeidsverhouding met [gedaagde] te mogen beëindigen afgewezen. Op 5 oktober 2011 heeft B.V. Sport wederom een verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst met [gedaagde] bij de kantonrechter ingediend en dit verzoek is afgewezen bij beschikking van 22 november 2011. [gedaagde] heeft hierna in kort geding gevorderd om te worden toegelaten tot zijn werkzaamheden als combinatiefunctionaris, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 250,00 per dag. Deze vordering is bij vonnis van de voorzieningenrechter van 8 februari 2012 toegewezen waarbij de te verbeuren dwangsommen op maximaal € 5.000,00 zijn gesteld. B.V. Sport heeft appel aangetekend tegen dit vonnis.

3. Het geschil

3.1. B.V. Sport BV vordert samengevat - schorsing van de tenuitvoerlegging van het vonnis van 8 februari 2012, door [gedaagde] te verplichten dit vonnis niet te executeren, althans de rechtskracht van de opgelegde dwangsommen te ontzeggen op straffe van een door [gedaagde] te verbeuren dwangsom van € 5.000,00, dan wel te bepalen dat [gedaagde] geen aanspraak kan maken op te verbeuren dwangsommen. Zij legt aan haar vordering ten grondslag dat zij [gedaagde] niet kan toelaten in de feitelijke uitoefening van zijn functie omdat de opdrachtgevers, bij wie hij zijn werkzaamheden dient te verrichten, dat niet toestaan omdat hij niet over een ALO diploma beschikt en ook niet aantoonbaar bezig is met de ALO opleiding. Er is geen sprake van onwil om hem tot die werkzaamheden toe te laten maar van onmacht. Het vonnis van 8 februari 2012 berust op een juridische misslag dan wel is dit vonnis achterhaald door de verklaringen van de opdrachtgevers. Het gerechtshof zal het vonnis van 8 februari 2012 waarschijnlijk vernietigen.

3.2. [gedaagde] voert verweer.

3.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. In een executiegeschil kan de voorzieningenrechter de tenuitvoerlegging van een vonnis slechts schorsen, indien hij van oordeel is dat de executant mede gelet op de belangen aan de zijde van de geëxecuteerde die door de executie zullen worden geschaad - geen in redelijkheid te respecteren belang heeft bij gebruikmaking van zijn bevoegdheid tot tenuitvoerlegging over te gaan. Dat zal het geval kunnen zijn indien het te executeren vonnis klaarblijkelijk op een juridische of feitelijke misslag berust of indien de tenuitvoerlegging op grond van na dit vonnis voorgevallen of aan het licht gekomen feiten klaarblijkelijk aan de zijde van de geëxecuteerde een noodtoestand zal doen ontstaan, waardoor een onverwijlde tenuitvoerlegging niet kan worden aanvaard.

4.2. B.V. Sport heeft in haar dagvaarding de grieven die zij in haar beroep tegen het vonnis van 8 februari 2012 bij het gerechtshof heeft aangevoerd integraal overgenomen. Dit executiegeschil kan echter niet dienen als een verkapt appel tegen het vonnis van 8 februari 2012. De voorzieningenrechter zal hetgeen door B.V. Sport is aangevoerd beoordelen in het kader zoals is overwogen onder 4.1. hiervoor.

4.3. In afwijking van de eerdere procedures heeft B.V. Sport ter onderbouwing van haar vordering nu brieven overgelegd van de directeur-bestuurder van PCBO Leeuwarden en de directeur van de RK basisschool De Sprong, haar opdrachtgevers, waarin met zoveel woorden staat vermeld dat zij geen toestemming verlenen om [gedaagde] bij hun scholen te werk te stellen als combinatiefunctionaris omdat hij niet beschikt over de vereiste diploma's en ook nog niet bezig is met de ALO opleiding. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter kan hetgeen B.V. Sport in verband hiermee heeft aangevoerd echter niet leiden tot toewijzing van haar vordering, zoals hierna uiteengezet zal worden.

4.4. [gedaagde] heeft terecht gesteld dat hetgeen B.V. Sport nu heeft aangevoerd in feite een herhaling is van hetgeen zij in de voorgaande, hiervoor onder 2. genoemde procedures bij de kantonrechter en de voorzieningenrechter al heeft aangevoerd, welke argumenten in die procedures niet tot het door haar beoogde gevolg hebben geleid. [gedaagde] heeft onvoldoende betwist gesteld dat slechts een beperkt deel van zijn werktijd wordt besteed aan het bewegingsonderwijs op de scholen en de nu overgelegde verklaringen van de schooldirecteuren doen daar niet aan af. BV Sport heeft niet duidelijk gemaakt waarom [gedaagde] gelet hierop niet tenminste in overwegende mate in zijn bestaande functie te werk gesteld zou kunnen worden. De voorzieningenrechter verwijst in dit kader naar hetgeen hieromtrent is overwogen onder 4.3. in het vonnis van 8 februari 2012. Verder is in het vonnis van 8 februari 2012 op B.V. Sport een duidelijke verplichting gelegd om zich ten gunste van [gedaagde] in voldoende mate in te spannen jegens haar opdrachtgevers en uit de inhoud van de overgelegde verklaringen en hetgeen B.V. Sport verder heeft aangevoerd valt onvoldoende af te leiden of B.V. Sport hieraan heeft voldaan.

4.5. De voorzieningenrechter is dan ook van oordeel dat onvoldoende aannemelijk is geworden dat het te executeren vonnis van 8 februari 2012 klaarblijkelijk op een juridische of feitelijke misslag berust en tevens dat er na dit vonnis geen feiten aan het licht zijn gekomen op grond waarvan de tenuitvoerlegging van dit vonnis klaarblijkelijk aan de zijde van B.V. Sport een noodtoestand zal doen ontstaan, waardoor een onverwijlde tenuitvoerlegging niet kan worden aanvaard. De vordering zal daarom worden afgewezen.

4.6. B.V. Sport BV zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [gedaagde] worden begroot op:

- griffierecht € 267,00

- overige kosten 0,00

- salaris advocaat € 816,00

Totaal € 1.083,00

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1. wijst de vorderingen af,

5.2. veroordeelt B.V. Sport BV in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde] tot op heden begroot op € 1.083,00.

Dit vonnis is gewezen door mr. T.K. Hoogslag en in het openbaar uitgesproken op 16 maart 2012.?