Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLEE:2011:BV6256

Instantie
Rechtbank Leeuwarden
Datum uitspraak
08-08-2011
Datum publicatie
20-02-2012
Zaaknummer
AWB 10/2329
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:RVS:2012:BW0758, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Aanvraag lichte bouwvergunning voor Wmo-unit. Tijdelijk of permanent karakter.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LEEUWARDEN

Sector bestuursrecht

procedurenummer: AWB 10/2329

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 8 augustus 2011 als bedoeld in afdeling 8.2.6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)

in het geding tussen

[naam] en [naam],

wonende te [woonplaats],

eisers,

gemachtigde: drs. C. Atema, werkzaam bij Stichting Bok-die-Leit te Sint Annaparochie,

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Menameradiel,

verweerder,

gemachtigden: P. Lemstra en W. Burrie, beiden werkzaam bij de gemeente Menameradiel.

Procesverloop

Op 15 oktober 2010 heeft verweerder eisers mededeling gedaan van zijn besluit van 14 september 2010, waarbij aan [X] een lichte bouwvergunning is verleend voor het plaatsen van een zogenoemde Wmo-unit op zijn perceel [adres]. Tegen dit besluit hebben eisers beroep aangetekend. De zaak is behandeld ter zitting van de rechtbank, gehouden op 13 mei 2011, waarbij eisers en verweerder zich hebben laten vertegenwoordigen door hun gemachtigden. Tevens is [X] verschenen.

Motivering

Feiten

1.1 Op 10 mei 2010 heeft [X] een lichte bouwvergunning aangevraagd voor het plaatsen van een zogenoemde Wmo-unit, voorzien van onder meer een slaapkamer en een badkamer, op zijn perceel [adres] ten behoeve van de verzorging van zijn zieke broer. In de aanvraag heeft [X] aangegeven dat het een tijdelijk bouwwerk betreft met een beoogde instandhoudingstermijn van vijf jaar. De Wmo-unit wordt aan de woning van [X] gebouwd.

1.2 Op 17 mei 2010 heeft de welstandscommissie verweerder laten weten dat het bouwplan voldoet aan redelijke eisen van welstand, mits de gevels van de unit een donkergroene of donkerbruine kleur krijgen.

1.3 Bij besluit van 20 mei 2010 heeft verweerder voor het bouwplan een lichte bouwvergunning verleend, met dien verstande dat de vergunning geldt voor onbepaalde tijd. Aan de vergunning is als voorwaarde verbonden dat de gevels, zoals de welstandscommissie verlangt, een donkergroene of donkerbruine kleur krijgen.

1.4 Op 13 juni 2010 hebben eisers bij verweerder bezwaar gemaakt tegen het besluit van 20 mei 2010.

1.5 Op 2 september 2010 heeft [X] aan verweerder bevestigd dat in een telefonisch overleg op zijn verzoek de beoogde instandhoudingstermijn is gewijzigd in: "een verzoek van onbeperkte duur". Als reden voor de wijziging heeft [X] aangegeven dat de levensverwachting van zijn broer gelukkig veel langer is dan vijf jaar.

1.6 Bij besluit van 14 september 2010 heeft verweerder zijn besluit van 20 mei 2010 herroepen en voor het bouwplan een lichte bouwvergunning verleend voor onbepaalde duur. Aan de vergunning is opnieuw als voorwaarde verbonden dat de gevels een donkergroene of donkerbruine kleur krijgen.

Beoordeling van het geschil

2.1 Naar het oordeel van de rechtbank betreft het besluit van 14 september 2010, gelet op de daarin gekozen bewoordingen, een primair besluit op de aanvraag en dus niet, zoals partijen menen, een besluit op het tegen het besluit van 20 mei 2010 gerichte bezwaar. Tegen het besluit van 14 september 2010 had daarom eerst bezwaar gemaakt moeten worden alvorens beroep (tegen de beslissing op bezwaar) in te stellen bij de bestuursrechter. Partijen hebben er ter zitting echter mee ingestemd om het bezwaarschrift met toepassing van artikel 7:1a van de Awb als beroepschrift aan te merken. De rechtbank zal daarom een inhoudelijk oordeel vellen over de kwestie.

2.2 Uit de artikelen 12 en 12a van de Woningwet, zoals die golden tot 1 oktober 2010, volgt dat geen welstandsadvies ingewonnen hoeft te worden indien het een bouwplan betreft dat voorziet in een tijdelijk bouwwerk. Uit de omstandigheid dat de welstandscommissie zich over het bouwplan heeft gebogen en op 17 mei 2010 op hoofdlijnen (uitgezonderd de kleurstelling van de gevels) heeft ingestemd met het bouwplan kan dan ook niet anders worden geconcludeerd dan dat het bouwplan op enig moment na de indiening van de oorspronkelijke aanvraag is gewijzigd van "tijdelijk" naar "bepaalde duur". Dat [X] deze wijziging eerst op 2 september 2010 aan verweerder heeft bevestigd en de wijze van wijziging van de aanvraag niet echt de schoonheidsprijs verdient, doet hier niet af. Uit het voorgaande volgt dat de welstandscommissie een oordeel heeft gegeven over het gewijzigde bouwplan met een permanent karakter. Voor het opstarten van een nieuwe procedure bestaat dus geen aanleiding. Hierbij neemt de rechtbank in aanmerking dat het bouwplan op zichzelf niet is gewijzigd. Van een niet ondergeschikte wijziging van het bouwplan dat in verband daarmee opnieuw in procedure gebracht had moeten worden, is dus geen sprake (vgl. de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 21 april 2010, gepubliceerd op www.rechtspraak.nl, LJN: BM1797)

2.3 Ingevolge artikel 1, onderdeel c, van het vigerende bestemmingsplan "Beetgum & Beetgumermolen" wordt onder een aanbouw verstaan een gebouw dat als afzonderlijke ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw waarmee het in directe verbinding staat, welk gebouw onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw. Gelet op de onder 1.1 weergegeven omschrijving van bouwplan oordeelt de rechtbank dat het bouwplan voorziet in een aanbouw als bedoeld in artikel 1, onderdeel c, van het bestemmingsplan. De rechtbank verwerpt dan ook de stelling van eisers dat het bouwplan voorziet in een vergroting van de woning van [X]. Voor het bouwplan kon daarom worden volstaan met lichte bouwaanvraag.

2.4 Tussen partijen is niet in geschil dat het bouwplan in overeenstemming is met het bestemmingsplan "Beetgum & Beetgumermolen". Nu ook overigens niet is gebleken van gronden voor weigering van de gevraagde vergunning, was verweerder, gelet op artikel 44 van de Woningwet, gehouden deze vergunning te verlenen.

2.5 Het beroep is ongegrond.

Proceskosten

3.1 Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Aldus gegeven door mr. C.H. de Groot, rechter, in tegenwoordigheid van mr. J.R. Leegsma als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 8 augustus 2011.

w.g. J.R. Leegsma

w.g. C.H. de Groot

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat voor partijen hoger beroep open. Gelijke bevoegdheid komt toe aan andere belanghebbenden, zulks behoudens het bepaalde in art. 6:13 juncto 6:24 Awb.

Indien u daarvan gebruik wenst te maken dient u binnen zes weken na de dag van verzending van de uitspraak een brief (beroepschrift) alsmede een afschrift van deze uitspraak te zenden aan:

de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Postbus 20019

2500 EA Den Haag

In het beroepschrift vermeldt u waarom u de uitspraak niet juist vindt.