Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLEE:2011:BU5772

Instantie
Rechtbank Leeuwarden
Datum uitspraak
24-11-2011
Datum publicatie
25-11-2011
Zaaknummer
17/880146-11 VEV
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Bejaardenverzorgster, verpleeghuis, diefstal van geld.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 311, geldigheid: 2011-11-24
Wetboek van Strafrecht 310, geldigheid: 2011-11-24
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK LEEUWARDEN

Sector straf

parketnummer 17/880146-11 VEV

verkort vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 24 november 2011 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

wonende te [adres].

De rechtbank heeft gelet op het ter terechtzitting gehouden onderzoek van 10 november 2011.

De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. H. Postma, advocaat te Leeuwarden.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

zij in of omstreeks de maanden juni 2009 en/of september 2009 te Drachten,

gemeente Smallingerland, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening

heeft weggenomen in/uit een of meer kamers van een verpleeghuis genaamd de

Warrenhove gelegen aldaar aan de Warren 8,

-een beurs met E 100,- althans een geldbedrag, in elk geval enig goed, geheel

of ten dele toebehorende aan [naam], in elk geval aan een

ander of anderen dan aan verdachte en/of

-uit een beurs E 200,- althans een geldbedrag in elk geval enig goed, geheel

of ten dele toebehorende aan de heer [naam], in elk geval aan een ander of

anderen dan aan verdachte;

2.

zij in of omstreeks de periode van 29 november 2010 tot en met 10 december

2011, althans in de zomer van het jaar 2010 te Drachten, gemeente

Smallingerland, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft

weggenomen in/uit een of meer kamers van een verpleeghuis genaamd de

Warrenhove gelegen aldaar aan de Warren 8,

-uit een beurs E 50,- althans een geldbedrag, in elk geval enig goed, geheel

of ten dele toebehorende aan de heer [naam], in elk geval aan een ander of

anderen dan aan verdachte en/of

-een beurs met E 250,- althans een geldbedrag, in elk geval enig goed, geheel

of ten dele toebehorende aan de heer [naam], in elk geval aan een

ander of anderen dan aan verdachte;

3.

zij in de periode van 15 januari 2011 tot en met 16 januari 2011 en/of de periode

van 11 februari 2011 tot en met 18 maart 2011 en/of op 22 maart 2011 te Drachten, gemeente Smallingerland, meermalen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-

eigening in/uit een of meer kamers van een verpleeghuis genaamd de Warrenhove

gelegen aldaar aan de Warren 8 heeft weggenomen

-in totaal E 60,- althans een geldbedrag, in elk geval enig goed, geheel of

ten dele toebehorende aan mevr. [naam], in elk geval aan een ander

of anderen dan aan verdachte, en/of

-E 450,- althans een geldbedrag, in elk geval enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan mevr. [naam], in elk geval aan een ander of anderen dan

aan verdachte en/of

-E 40,- althans een geldbedrag, in elk geval enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan de heer [naam] in elk geval aan een ander of

anderen dan aan verdachte, en/of

-E 200,- althans een geldbedrag, in elk geval enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan mevr. [naam] in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte, en/of

-E 15,- althans een geldbedrag, in elk geval enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan mevrouw [naam], in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte, waarbij verdachte zich telkens de toegang tot de plaats des

misdrijfs heeft verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder haar

bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel;

4.

zij in of omstreeks de periode van 11 maart 2011 tot en met 18 maart 2011 te

Drachten, gemeente Smallingerland, met het oogmerk van wederrechtelijke

toe-eigening heeft weggenomen in/uit een kamer van een verpleeghuis genaamd de

Warrenhove gelegen aldaar aan de Warren 8, uit een beurs E 25,- althans een

geldbedrag, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan de

heer [naam], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte.

In de tenlastelegging voorkomende schrijffouten of kennelijke misslagen worden verbeterd gelezen. De verdachte is hierdoor niet in zijn belangen geschaad.

Vordering officier van justitie

De officier van justitie heeft ter terechtzitting gevorderd:

- veroordeling voor het onder 1., 2., 3. en 4. ten laste gelegde;

- oplegging van een werkstraf voor de duur van 180 uren;

- oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 99 dagen, waarvan 90 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren;

- toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [naam] tot een bedrag van € 25,00, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel;

- toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [naam] tot een bedrag van

€ 550,00, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel;

- toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [naam] tot een bedrag van € 550,00, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel;

- toewijzing van de vordering van de benadeelde partij erven van [naam] tot een bedrag van

€ 60,00, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel;

- toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [naam] tot een bedrag van

€ 340,00, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Beoordeling van het bewijs

De raadsman van verdachte heeft primair de niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie en subsidiair bewijsuitsluiting bepleit. Hiertoe heeft hij aangevoerd dat de camerabeelden waardoor de zaak aan het rollen is gekomen, op onrechtmatige wijze zijn verkregen.

De officier van justitie heeft hierop gerepliceerd door te stellen dat de beelden door woon-zorgcentrum De Warrenhove zelf zijn verkregen, door een camera te plaatsen in de kamer van een van de bewoners. De politie en het openbaar ministerie hebben geen enkele rol gespeeld bij de totstandkoming dan wel verkrijging van de camerabeelden. Het gebruikmaken van de beelden dient derhalve geen gevolgen te hebben voor de ontvankelijkheid van het openbaar ministerie en dient niet tot bewijsuitsluiting te leiden.

De rechtbank volgt het standpunt van de officier van justitie en verwerpt dit verweer van de raadsman.

Zoals de rechtbank reeds in haar beslissing op het preliminaire verweer van de raadsman heeft aangegeven, zijn de betreffende beelden vergaard en aangeboden door De Warrenhove zelf en zijn de waarborgen omtrent het vorderen en gebruiken van gegevens zoals omschreven in artikel 126nd van het Wetboek van Strafvordering derhalve niet van toepassing. Naar het oordeel van de rechtbank kan er derhalve geen sprake zijn van niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie, noch van bewijsuitsluiting.

Bij de politie heeft verdachte alle ten laste gelegde feiten bekend. Ter terechtzitting heeft verdachte echter verklaard dat zij niet alle ten laste gelegde feiten heeft gepleegd. Ze heeft ontkend geld te hebben weggenomen bij mevrouw [naam], de heer [naam] en de heer [naam], zoals ten laste gelegd onder 1. en 2. Verdachte heeft verklaard dat zij ten aanzien van deze feiten toch bekentenissen heeft afgelegd omdat zij zich door de politie onder druk gezet voelde.

De rechtbank hecht geen geloof aan de ontkenning van verdachte met betrekking tot bovengenoemde feiten. Uit de processen-verbaal blijkt op geen enkele wijze dat verdachte onder druk is gezet tijdens haar verhoren. Verdachte heeft zich kennelijk zelfs vrij gevoeld om andere feiten waarnaar zij werd gevraagd te ontkennen. Voorts heeft verdachte meermalen en zeer gedetailleerd verklaard over de diverse diefstallen. De rechtbank acht de verklaringen van verdachte zoals afgelegd bij de politie derhalve geloofwaardig en gebruikt deze voor het bewijs.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht het onder 1., 2., 3. en 4. ten laste gelegde bewezen, met dien verstande dat:

1.

zij in de maanden juni 2009 en september 2009 te Drachten, gemeente Smallingerland, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen uit kamers van een verpleeghuis genaamd de Warrenhove gelegen aldaar aan de Warren 8,

- een beurs met E 100,-, toebehorende aan [naam], en

- uit een beurs E 200,-, toebehorende aan de heer [naam];

2.

zij in de periode van 29 november 2010 tot en met 10 december 2011 te Drachten, gemeente

Smallingerland, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen uit kamers van een verpleeghuis genaamd de Warrenhove gelegen aldaar aan de Warren 8,

- uit een beurs E 50,-, toebehorende aan de heer [naam], en

- een beurs met E 250,-, toebehorende aan de heer [naam];

3.

zij in de periode van 15 januari 2011 tot en met 16 januari 2011 en de periode van 11 februari 2011 tot en met 18 maart 2011 en op 22 maart 2011 te Drachten, gemeente Smallingerland, meermalen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit kamers van een verpleeghuis genaamd de Warrenhove gelegen aldaar aan de Warren 8 heeft weggenomen

- in totaal E 60,- toebehorende aan mevr. [naam], en

- E 450,- toebehorende aan mevr. [naam], en

- E 40,-, toebehorende aan de heer [naam] en

- E 200,- toebehorende aan mevr. [naam], en

- E 15,- toebehorende aan mevrouw [naam],

waarbij verdachte zich telkens de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft door middel van een valse sleutel;

4.

zij in de periode van 11 maart 2011 tot en met 18 maart 2011 te Drachten, gemeente Smallingerland, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen uit een kamer van een verpleeghuis genaamd de Warrenhove gelegen aldaar aan de Warren 8, uit een beurs E 25,- toebehorende aan de heer [naam].

De verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op de misdrijven:

1. Diefstal, meermalen gepleegd.

2. Diefstal, meermalen gepleegd.

3. Diefstal waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van een valse sleutel, meermalen gepleegd.

4. Diefstal.

Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

De rechtbank neemt bij de bepaling van de hierna te vermelden strafsoort en strafmaat in aanmerking:

- de aard en de ernst van de gepleegde feiten;

- de omstandigheden waaronder deze zijn begaan;

- de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken en deze naar voren komt uit het uittreksel uit de justitiële documentatie d.d. 11 oktober 2011, het trajectconsult d.d. 12 mei 2011 en het reclasseringsadvies d.d. 10 oktober 2011;

- de vordering van de officier van justitie;

- het pleidooi van de raadsman.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een groot aantal diefstallen. Het betreft diefstallen van geld van bewoners van een verpleeghuis waar verdachte werkzaam was. Bij een aantal van de diefstallen maakte verdachte gebruik van een loper die zij beroepshalve bij zich had. De rechtbank neemt het verdachte zeer kwalijk dat zij het vertrouwen van een kwetsbare groep mensen heeft beschaamd.

Verdachte heeft geen strafblad. Er is over haar gerapporteerd door de reclassering. Verdachte zou de diefstallen uit financiële motieven hebben gepleegd. Zij kreeg op een zeker moment minder inkomsten uit arbeid, waardoor verdachte meer is gaan gokken. Uiteindelijk is verdachte overgegaan tot het plegen van onderhavige feiten. Verdachte lijkt zich de impact van haar delictgedrag op de bewoners en het personeel van het verpleeghuis goed te realiseren, aldus de reclassering. Verdachte is per direct ontslagen en is momenteel werkloos. Zij en haar partner zitten inmiddels in de schuldsanering. Het recidiverisico wordt door de reclassering als laag ingeschat. Geadviseerd wordt een (gedeeltelijk) voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen, met daarbij reclasseringstoezicht. Ook een werkstraf behoort volgens de reclassering tot de mogelijkheden.

De officier van justitie heeft een gevangenisstraf voor de duur van 99 dagen geëist, waarvan 90 dagen voorwaardelijk, proeftijd 2 jaren. Daarnaast heeft hij een werkstraf voor de duur van 180 uren geëist.

De rechtbank zal de eis van de officier van justitie grotendeels volgen. Naar het oordeel van de rechtbank zijn de gepleegde feiten dermate ernstig van aard dat deze zonder meer het opleggen van een gevangenisstraf van aanzienlijke duur rechtvaardigen. De rechtbank ziet echter, met de officier van justitie, in de persoonlijke omstandigheden van verdachte aanleiding om de op te leggen onvoorwaardelijke gevangenisstraf te beperken tot de duur van het voorarrest. De rechtbank legt daarnaast, conform eis, een forse voorwaardelijke gevangenisstraf op, met een proeftijd van 2 jaren, om verdachte te stimuleren zich in de toekomst van dit soort gedrag te onthouden. Ook voor wat betreft de werkstraf wordt de officier van justitie gevolgd. Voor het opleggen van reclasseringstoezicht ziet de rechtbank, in tegenstelling tot de officier van justitie, wel aanleiding. Met de reclassering acht de rechtbank monitoring van verdachte wenselijk.

Benadeelde partijen

[naam] heeft zich voor de aanvang van de terechtzitting als benadeelde partij in het strafproces gevoegd door middel van indiening van het voorgeschreven formulier bevattende de opgave van een vordering tot vergoeding van door hem geleden schade ten gevolge van het aan verdachte onder 2. ten laste gelegde en bewezenverklaarde feit alsmede de gronden waarop deze berust.

De rechtbank is van oordeel dat de gestelde materiële schade à € 250,00 voldoende aannemelijk is geworden en in zodanig verband staat met het door verdachte gepleegde strafbare feit, dat deze aan haar als een gevolg van haar handelen kan worden toegerekend. De gestelde immateriële schade stelt de rechtbank in redelijkheid vast op een bedrag van € 150,00.

De rechtbank acht de vordering derhalve tot een bedrag van € 400,00 gegrond en voor toewijzing vatbaar. Voor het overige wijst de rechtbank de vordering af.

De rechtbank acht daarnaast oplegging van de schadevergoedingsmaatregel aangewezen.

De erven [naam] hebben zich voor de aanvang van de terechtzitting als benadeelde partij in het strafproces gevoegd door middel van indiening van het voorgeschreven formulier bevattende de opgave van een vordering tot vergoeding van door [naam] geleden schade ten gevolge van het aan verdachte onder 3. ten laste gelegde en bewezenverklaarde feit alsmede de gronden waarop deze berust.

De rechtbank is van oordeel dat de gestelde schade voldoende aannemelijk is geworden en in zodanig verband staat met het door verdachte gepleegde strafbare feit, dat deze aan haar als een gevolg van haar handelen kan worden toegerekend. De rechtbank acht de vordering, die niet dan wel onvoldoende door verdachte en dier raadsman is weersproken, derhalve gegrond en voor toewijzing vatbaar.

De rechtbank acht daarnaast oplegging van de schadevergoedingsmaatregel aangewezen.

G.M. van der Molen heeft zich voor de aanvang van de terechtzitting als benadeelde partij in het strafproces gevoegd door middel van indiening van het voorgeschreven formulier bevattende de opgave van een vordering tot vergoeding van door hem geleden schade ten gevolge van het aan verdachte onder 3. ten laste gelegde en bewezenverklaarde feit alsmede de gronden waarop deze berust.

De rechtbank is van oordeel dat de gestelde materiële schade à € 40,00 voldoende aannemelijk is geworden en in zodanig verband staat met het door verdachte gepleegde strafbare feit, dat deze aan haar als een gevolg van haar handelen kan worden toegerekend.

De gestelde immateriële schade stelt de rechtbank in redelijkheid vast op een bedrag van

€ 150,00.

De rechtbank acht de vordering derhalve tot een bedrag van € 190,00 gegrond en voor toewijzing vatbaar. Voor het overige wijst de rechtbank de vordering af.

De rechtbank acht daarnaast oplegging van de schadevergoedingsmaatregel aangewezen.

[naam] heeft zich voor de aanvang van de terechtzitting als benadeelde partij in het strafproces gevoegd door middel van indiening van het voorgeschreven formulier bevattende de opgave van een vordering tot vergoeding van door haar geleden schade ten gevolge van het aan verdachte onder 3. ten laste gelegde en bewezenverklaarde feit alsmede de gronden waarop deze berust.

De rechtbank is van oordeel dat de gestelde materiële schade à € 200,00 voldoende aannemelijk is geworden en in zodanig verband staat met het door verdachte gepleegde strafbare feit, dat deze aan haar als een gevolg van haar handelen kan worden toegerekend.

De gestelde immateriële schade stelt de rechtbank in redelijkheid vast op een bedrag van

€ 150,00.

De rechtbank acht de vordering derhalve tot een bedrag van € 350,00 gegrond en voor toewijzing vatbaar. Voor het overige wijst de rechtbank de vordering af.

De rechtbank acht daarnaast oplegging van de schadevergoedingsmaatregel aangewezen.

[naam] heeft zich voor de aanvang van de terechtzitting als benadeelde partij in het strafproces gevoegd door middel van indiening van het voorgeschreven formulier bevattende de opgave van een vordering tot vergoeding van door hem geleden schade ten gevolge van het aan verdachte onder 4. ten laste gelegde en bewezenverklaarde feit alsmede de gronden waarop deze berust.

De rechtbank is van oordeel dat de gestelde schade à € 25,00 voldoende aannemelijk is geworden en in zodanig verband staat met het door verdachte gepleegde strafbare feit, dat deze aan haar als een gevolg van haar handelen kan worden toegerekend. De rechtbank acht de vordering, die niet dan wel onvoldoende door verdachte en dier raadsman is weersproken, derhalve gegrond en voor toewijzing vatbaar.

De rechtbank acht daarnaast oplegging van de schadevergoedingsmaatregel aangewezen.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 22c, 22d, 27, 36f, 57, 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

DE UITSPRAAK VAN DE RECHTBANK LUIDT, RECHTDOENDE:

Verklaart het onder 1., 2., 3. en 4. ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar in voege als voormeld en verdachte deswege strafbaar.

Veroordeelt verdachte te dier zake tot:

Een gevangenisstraf voor de duur van 99 dagen.

Bepaalt, dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot 90 dagen niet zal worden tenuitvoergelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond, dat de veroordeelde voor het einde van de proeftijd, welke hierbij wordt vastgesteld op twee jaren, de hierna te noemen algemene of bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd.

Stelt als algemene voorwaarden:

a. dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

b. dat de veroordeelde ten behoeve van het vaststellen van haar identiteit, medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt.

Stelt als bijzondere voorwaarde, dat de veroordeelde:

- zich bij het ingaan van de proeftijd meldt bij Reclassering Nederland te Leeuwarden;

- ervoor zorgt dat zij gedurende de proeftijd bereikbaar is voor deze reclasseringsinstelling;

- zich gedurende de proeftijd gedraagt naar de voorschriften en aanwijzingen haar te geven door of namens genoemde reclasseringsinstelling.

Draagt genoemde reclasseringsinstelling op de veroordeelde bij de naleving van de voorwaarden hulp en steun te verlenen.

Beveelt, dat de tijd door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en/of voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de eventuele uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf, geheel in mindering zal worden gebracht.

Een werkstraf, bestaande uit het verrichten van 180 uren onbetaalde arbeid.

Beveelt dat voor het geval de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis voor de duur van 90 dagen zal worden toegepast.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezenverklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis.

Wijst de vordering van de benadeelde partij [naam], [adres] toe tot na te melden bedrag en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 400,00 (zegge: vierhonderd euro).

Wijst de vordering van de benadeelde partij voor het overige af.

Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer [naam], te betalen een som geld ten bedrage van € 400,00 (zegge: vierhonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 8 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer [naam], daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en vice versa, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.

Wijst de vordering van de benadeelde partij erven [naam], [adres] toe tot na te melden bedrag en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 60,00 (zegge: zestig euro).

Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van de erven [naam], te betalen een som geld ten bedrage van € 60,00 (zegge: zestig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 1 dag, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van de erven [naam], daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en vice versa, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.

Wijst de vordering van de benadeelde partij [naam] [adres] toe tot na te melden bedrag en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 190,00 (zegge: honderdnegentig euro).

Wijst de vordering van de benadeelde partij voor het overige af.

Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer [naam] te betalen een som geld ten bedrage van € 190,00 (zegge: honderdnegentig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 3 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer [naam] daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en vice versa, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.

Wijst de vordering van de benadeelde partij [naam], [adres] toe tot na te melden bedrag en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 350,00 (zegge: driehonderdvijftig euro).

Wijst de vordering van de benadeelde partij voor het overige af.

Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer [naam], te betalen een som geld ten bedrage van € 350,00 (zegge: driehonderdvijftig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 7 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer [naam], daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en vice versa, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.

Wijst de vordering van de benadeelde partij [naam], [adres] toe tot na te melden bedrag en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 25,00 (zegge: vijfentwintig euro).

Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer [naam], te betalen een som geld ten bedrage van € 25,00 (zegge: vijfentwintig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 1 dag, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer [naam], daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en vice versa, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.

Dit vonnis is gewezen door mr. J. van Bruggen, voorzitter, mr. Y. Huizing en mr. M.A.M. Wolters, rechters, bijgestaan door mr. C.L. van der Woude, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 24 november 2011.