Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLEE:2011:BU4474

Instantie
Rechtbank Leeuwarden
Datum uitspraak
15-11-2011
Datum publicatie
15-11-2011
Zaaknummer
17/885242-10 VEV
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Aanlaseren van helikopters, laserstralen.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 385b, geldigheid: 2011-11-15
Wetboek van Strafrecht 424, geldigheid: 2011-11-15
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK LEEUWARDEN

Sector straf

parketnummer 17/885242-10 VEV

verkort vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 15 november 2011 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[adres],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

wonende te [adres]

De rechtbank heeft gelet op het ter terechtzitting gehouden onderzoek van 1 november 2011.

De verdachte is verschenen.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 19 mei 2010 te of bij Leeuwarden, (althans) in de gemeente

Leeuwarden, nabij, althans in de (directe) omgeving van, de Vliegbasis

Leeuwarden, vanuit de wijk Westeinde (in de omgeving van een busstopplaats

aldaar, gelegen nabij de Paulus Akkermanwei en/of de Jan Jelles Hofleane)

tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, opzettelijk de

diensten op een luchthaven (Vliegbasis Leeuwarden) heeft verstoord, zulks

terwijl daarvan gevaar voor de veiligheid van de luchtvaart te duchten

was/viel,

immers heeft verdachte meermalen, althans eenmaal, tezamen en in vereniging

met een ander, althans alleen, opzettelijk gewelddadig met een (in werking

zijnde) zogenoemde laserpointer (Class 3B, output 150m W)

- een patrouillevoertuig van de Koninklijke Luchtmacht, en/of

- de in dat dienstvoertuig aanwezige bestuurder [naam], sergeant van de

Koninklijke Luchtmacht en de bijrijder [naam1], Korporaal 1 van de Koninklijke Luchtmacht en/of

- [naam1], Korporaal 1 van de Koninklijke Luchtmacht, toen deze zich bij hek 5 op de Vliegbasis Leeuwarden, althans op het grondgebied van de Vliegbasis Leeuwarden, bevond

gedurende een zogenoemde hekpatrouille, gedurende enige tijd (ongeveer 10

minuten) (direct of indirect (via reflectie)) aangestraald/beschenen, ten gevolge waarvan die [naam], sergeant van de Koninklijke Luchtmacht, (door weerkaatsing via de (linker) buitenspiegel van dat patrouillevoertuig) in het (linker) oog werd aangestraald/beschenen en tengevolge waarvan die [naam] een brandende pijn aan zijn (linker) oog heeft gevoeld en/of tijdelijk (een paar seconden) verblind was, althans dat het zicht met dat (linker) oog

tijdelijk werd beperkt, en aldus/zodoende de diensten die in relatie tot de veiligheid van het

luchtverkeer bestaan, dan wel functioneren heeft verstoord en/of de gebruikelijke werking van die diensten heeft gehinderd;

(artikel 162a onder 1 van het Wetboek van Strafrecht)

Subsidiair zo het vorenstaande niet mocht leiden tot schuldigverklaring van en

strafoplegging aan verdachte

hij op of omstreeks 19 mei 2010 te of bij Leeuwarden, (althans) in de gemeente

Leeuwarden, op of aan of bij de openbare wegen, de Paulus Akkermanwei en/of de

Jan Jelles Hofleane, althans een openbare weg, (in de omgeving van een aldaar

gelegen busstopplaats), nabij, althans in de (directe) omgeving van, de

Vliegbasis Leeuwarden, tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen,

tegen personen baldadigheid heeft gepleegd, waardoor gevaar of nadeel kon

worden teweeggebracht, immers heeft verdachte meermalen, althans eenmaal,

tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, opzettelijk baldadig

met een (in werking zijnde) zogenoemde laserpointer (Class 3B, output 150m W)

- een patrouillevoertuig van de Koninklijke Luchtmacht, en/of

- de in dat dienstvoertuig aanwezige bestuurder [naam], sergeant van de

Koninklijke Luchtmacht en de bijrijder [naam1], Korporaal 1 van de

Koninklijke Luchtmacht en/of

- [naam1], Korporaal 1 van de Koninklijke Luchtmacht, toen deze zich bij

hek 5 op de Vliegbasis Leeuwarden, althans op het grondgebied van de

Vliegbasis Leeuwarden, bevond,

gedurende een zogenoemde hekpatrouille, gedurende enige tijd (ongeveer in

totaal 10 minuten) (direct of indirect (via reflectie))

aangestraald/beschenen,

ten gevolge waarvan die [naam], sergeant van de Koninklijke Luchtmacht,

(door weerkaatsing via de (linker) buitenspiegel van dat patrouillevoertuig)

in het (linker) oog werd aangestraald/beschenen en tengevolge waarvan die [naam] een brandende pijn aan zijn (linker) oog heeft gevoeld en/of tijdelijk

(een paar seconden) verblind was, althans dat het zicht met dat (linker) oog

tijdelijk werd beperkt,

en aldus/zodoende gevaar of nadeel kon worden teweeggebracht;

(artikel 424 lid 1 van het Wetboek van Strafrecht)

2.

hij op of omstreeks 19 mei 2010 te of bij Leeuwarden, (althans) in de gemeente

Leeuwarden, nabij, althans in de (directe) omgeving van, de Vliegbasis

Leeuwarden, vanuit de wijk Westeinde (in omgeving van een busstopplaats

aldaar, nabij de Paulus Akkermanwei en/of de Jan Jelles Hofleane), tezamen en

in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk

mishandelend een ambtenaar, te weten [naam], sergeant van de Koninklijke

luchtmacht, gedurende en/of terzake van de rechtmatige uitoefening van zijn

bediening, te weten gedurende een zogenoemde hekpatrouille met een

patrouillevoertuig, met een (in werking zijnde) zogenoemde laserpointer (Class

3B, output 150m W)(direct of indirect (door weerkaatsing via de (linker)

buitenspiegel van dat patrouillevoertuig)) in het (linker) oog heeft

aangestraald/beschenen, waardoor voornoemde ambtenaar pijn heeft ondervonden;

(artikel 300 lid 1 ivm artikel 304 onder 2 van het Wetboek van Strafrecht)

3.

hij op of omstreeks 22 mei 2010 te of bij Leeuwarden, (althans) in de gemeente

Leeuwarden, nabij, althans in de (directe) omgeving van, de Vliegbasis

Leeuwarden, (vanuit (een dakraam van) een woning gelegen aan of bij de Gerben

Colmjonwei) tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, opzettelijk een daad van geweld heeft begaan tegen iemand, te weten een of meerder(e) perso(o)n(en), die zich aan boord van een luchtvaartuig bevond(en), zulks terwijl daarvan gevaar voor de veiligheid van dat luchtvaartuig te duchten was,

immers heeft verdachte tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, opzettelijk gewelddadig met een (in werking zijnde) zogenoemde laserpointer (Class 3B, output 150m W)

- de cockpit van een SAR (Search And Rescue) helikopter, althans een luchtvaartuig, en/of een of meerdere ander(e) de(e)l(en) van die SAR (Search And Rescue) helikopter, althans dat luchtvaartuig, en/of

- de in die cockpit van die SAR (Search And Rescue) helikopter, althans dat luchtvaartuig, aanwezige personen/inzittenden (te weten onder meer [naam2], kapitein van de Koninklijke Luchtmacht, en/of [naam3], sergeant verpleegkundige van de Koninklijke Luchtmacht, en/of [naam4], 1e luitenant van de Koninklijke Luchtmacht) en/of

- de in die cockpit van die SAR (Search And Rescue) helikopter, althans dat

luchtvaartuig, aanwezige (lichtgevoelige) vlieginstrumenten,

tijdens de vlucht van die SAR (Search And Rescue) helikopter, op een moment dat die SAR (Search And Rescue) helikopter de vliegbasis Leeuwarden naderde voor een landing aldaar, gedurende enige tijd (ongeveer 10 seconden) (direct of indirect (via reflectie)) aangestraald/beschenen, ten gevolge waarvan de piloot, en/of/althans een of meerdere bemanningslid/bemanningsleden, van die SAR (Search And Rescue) helikopter

- werd(en) afgeleid van zijn/haar/hun taak en/of

- zijn/haar/hun gezicht moest(en) afwenden (om rechtstreekse straling van de laserstraal in de ogen te voorkomen) en/of

- het zicht op de vlieginstumenten werd ontnomen/belemmerd/gehinderd en/of

- de landing van die SAR (Search And Rescue) helikopter moest(en) afbreken

en aldus gevaar voor de veiligheid van dat luchtvaartuig te duchten was;

(artikel 385b lid 1 onder 1 van het Wetboek van Strafrecht)

Subsidiair zo het vorenstaande niet mocht leiden tot schuldigverklaring van en

strafoplegging aan verdachte

hij op of omstreeks 22 mei 2010 te of bij Leeuwarden, (althans) in de gemeente Leeuwarden, op of aan de openbare weg, de [straat], nabij, althans in de (directe) omgeving van, de Vliegbasis Leeuwarden, (vanuit een (een dakraam van een) aan die weg gelegen woning) tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, tegen personen baldadigheid heeft gepleegd, waardoor gevaar of nadeel kon worden teweeggebracht, immers heeft verdachte tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, opzettelijk baldadig met een (in werking zijnde) zogenoemde laserpointer (Class 3B, output 150m W)

- de cockpit van een SAR (Search And Rescue) helikopter, althans een luchtvaartuig, en/of een of meerdere ander(e) de(e)l(en) van die SAR (Search And Rescue) helikopter, althans dat luchtvaartuig, en/of

- de in die cockpit van die SAR (Search And Rescue) helikopter, althans dat luchtvaartuig, aanwezige personen/inzittenden (te weten onder meer [naam], kapitein van de Koninklijke Luchtmacht, en/of [naam3], sergeant verpleegkundige van de Koninklijke Luchtmacht, en/of [naam4], 1e luitenant van de Koninklijke Luchtmacht) en/of

- de in die cockpit van die SAR (Search And Rescue) helikopter, althans dat luchtvaartuig, aanwezige (lichtgevoelige) vlieginstrumenten,

tijdens de vlucht van die SAR (Search And Rescue) helikopter op een moment dat die SAR (Search And Rescue) helikopter de vliegbasis Leeuwarden naderde voor een landing aldaar, gedurende enige tijd (ongeveer 10 seconden) (direct of indirect (via reflectie)) aangestraald/beschenen, ten gevolge waarvan de piloot, en/of/althans een of meerdere bemanningslid/bemanningsleden van die SAR (Search And Rescue) helikopter

- werd(en) afgeleid van zijn/haar/hun taak en/of

- zijn/haar/hun gezicht moest(en) afwenden (om rechtstreekse straling van de laserstraal in de ogen te voorkomen) en/of

- het zicht op de vlieginstumenten werd ontnomen/belemmerd/gehinderd en/of

- de landing van die SAR (Search And Rescue) helikopter moest(en) afbreken

en aldus/zodoende gevaar of nadeel kon worden teweeggebracht;

(artikel 424 lid 1 van het Wetboek van Strafrecht)

4.

hij op of omstreeks 31 mei 2010 te of bij Leeuwarden, (althans) in de gemeente Leeuwarden, (in de omgeving van een busstopplaats aldaar, gelegen nabij de Paulus Akkermanwei en/of de Jan Jelles Hofleane) nabij, althans in de (directe) omgeving van, de Vliegbasis Leeuwarden, tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, opzettelijk een daad van geweld heeft begaan tegen iemand, te weten een of meerder(e) perso(o)n(en), die zich aan boord van een luchtvaartuig bevond(en), zulks terwijl daarvan gevaar voor de veiligheid van dat luchtvaartuig te duchten was,

immers heeft verdachte tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, opzettelijk gewelddadig met een (in werking zijnde) zogenoemde laserpointer (Class 3B, output 150m W)

- de cockpit van een SAR (Search And Rescue) helikopter, althans een luchtvaartuig, en/of een of meerder ander(e) de(e)l(en) van die SAR (Search And Rescue)-helikopter, althans dat luchtvaartuig en/of

- de in die cockpit van die SAR (Search And Rescue) helikopter, althans dat luchtvaartuig, aanwezige personen/inzittenden (te weten [naam5], kapitein vlieger bij de Koninklijke Luchtmacht (piloot van die SAR (Search And Rescue) helikopter), en/of [naam6], werkzaam bij de Koninklijke Luchtmacht en gezagvoerder van die SAR (Search And Rescue) helikopter, en/of [naam5], sergeant-majoor van de Koninklijke Luchtmacht, en/of [naam3], Sergeant verpleegkundige van de Koninklijke Luchtmacht), tijdens de vlucht die SAR (Search And Rescue) helikopter (te weten gedurende een oefenvlucht) gedurende enige tijd (tussen de 30 en 60 seconden) (direct of indirect (via reflectie)) aangestraald/beschenen, ten gevolge waarvan de piloot/gezagvoerder, en/of/althans een of meerdere bemanningslid/bemanningsleden, van die SAR (Search And Rescue) helikopter

- is/zijn geschrokken en/of

- werd(en) afgeleid van zijn/haar/hun taak en/of

- zijn/haar/hun gezicht moest(en) afwenden (om rechtstreekse straling van de laserstraal in de ogen te voorkomen)

en aldus gevaar voor de veiligheid van dat luchtvaartuig te duchten was;

(artikel 385b lid 1 onder 1 van het Wetboek van Strafrecht)

Subsidiair zo het vorenstaande niet mocht leiden tot schuldigverklaring van en

strafoplegging aan verdachte

hij op of omstreeks 31 mei 2010 te of bij Leeuwarden, (althans) in de gemeente Leeuwarden, op of aan of bij de openbare wegen, de Paulus Akkermanwei en/of de Jan Jelles Hofleane, althans een openbare weg, (in de omgeving van een aldaar gelegen busstopplaats), nabij, althans in de (directe) omgeving van, de Vliegbasis Leeuwarden, (vanuit een aan die weg gelegen woning) tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, tegen personen baldadigheid heeft gepleegd, waardoor gevaar of nadeel kon worden teweeggebracht, immers heeft verdachte tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, opzettelijk baldadig met een (in werking zijnde) zogenoemde laserpointer (Class 3B, output 150m W)

- de cockpit van een SAR (Search And Rescue) helikopter, althans een luchtvaartuig, en/of een of meerder ander(e) de(e)l(en) van die SAR (Search And Rescue)-helikopter, althans dat luchtvaartuig en/of

- de in die cockpit van die SAR (Search And Rescue) helikopter, althans dat luchtvaartuig, aanwezige personen/inzittenden (te weten [naam5], kapitein vlieger bij de Koninklijke Luchtmacht (piloot van die SAR (Search And Rescue) helikopter), en/of [naam6], werkzaam bij de Koninklijke Luchtmacht en gezagvoerder van die SAR (Search And Rescue) helikopter, en/of [naam5], sergeant-majoor van de Koninklijke Luchtmacht, en/of [naam3], Sergeant verpleegkundige van de Koninklijke Luchtmacht),

tijdens de vlucht die SAR (Search And Rescue) helikopter (te weten gedurende een oefenvlucht) gedurende enige tijd (tussen de 30 en 60 seconden) (direct of indirect (via reflectie)) aangestraald/beschenen, ten gevolge waarvan de piloot/gezagvoerder, en/of/althans een of meerdere bemanningslid/bemanningsleden, van die SAR (Search And Rescue) helikopter

- is/zijn geschrokken en/of

- werd(en) afgeleid van zijn/haar/hun taak en/of

- zijn/haar/hun gezicht moest(en) afwenden (om rechtstreekse straling van de laserstraal in de ogen te voorkomen)

en aldus/zodoende gevaar of nadeel kon worden teweegebracht;

(artikel 424 lid 1 van het Wetboek van Strafrecht)

In de tenlastelegging voorkomende schrijffouten of kennelijke misslagen worden verbeterd gelezen. De verdachte is hierdoor niet in zijn belangen geschaad.

Vordering officier van justitie

De officier van justitie heeft ter terechtzitting gevorderd:

- veroordeling voor het onder 1 primair, 2, 3 primair en 4 primair ten laste gelegde;

- oplegging van 240 uur werkstraf subsidiair 120 dagen hechtenis alsmede 4 maanden gevangenisstraf voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar;

- toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [naam] tot een bedrag van

€ 200,-- onder oplegging van de schadevergoedingsmaatregel voor dat bedrag;

- niet-ontvankelijk verklaring voor het overige deel van de vordering van de benadeelde partij.

Beoordeling van het bewijs

Verdachte heeft geen raadsman willen inschakelen en geen juridisch verweer gevoerd. In het belang van de verdediging en de rechtsontwikkeling zal de rechtbank ambtshalve de bestanddelen van deze artikelen behandelen.

Algemeen: toepasselijk op militaire luchtvaart?

De artikelen 162a Sr. en 385b Sr. berusten op het Verdrag van Montreal (Verdrag tot bestrijding van wederrechtelijke gedragingen tegen de veiligheid van de burgerluchtvaart, 23 september 1971, Trb. 1971, 218) en het Protocol bij dat Verdrag (Protocol tot bestrijding van wederrechtelijke daden van geweld op luchthavens voor de internationale burgerluchtvaart, 24 februari 1988, Trb. 1988, 88). Het materiële toepassingsgebied van dit Verdrag en dit Protocol is beperkt tot de burgerluchtvaart.

De rechtbank merkt echter op dat een SAR-helicopter een militair luchtvaartuig is, omdat deze wordt bemand door militairen, van een militaire basis vliegt en kokardes draagt.

De rechtbank overweegt dat de wetgever in de Memorie van Toelichting op de uitvoeringswet van het Verdrag van Montreal (Kamerstukken II 1971-1972, 11 866, nr. 3) al had meegedeeld dat de Verdragstaten vrij waren om ook gedragingen tegen de militaire luchtvaart strafbaar te stellen. In de tekst van artikel 385b is de militaire luchtvaart dan ook niet uitgezonderd. Meer dan twintig jaar later heeft de wetgever ook uitdrukkelijk gesteld dat de artt. 162a Sr. en 385b Sr. niet beperkt zijn tot de burgerluchtvaart (MvT, Kamerstukken II, 1992/1993, 23 229, nr. 3):

"In navolging van de wet van 10 mei 1973, Stb. 228, waarin de uitvoerings-bepalingen zijn neergelegd ten aanzien van (..) het Verdrag van Montreal, zijn de (...) nieuwe strafbepalingen niet beperkt tot de internationale burgerluchtvaart. Hiermee wordt dus aangesloten bij de systematiek van soortgelijke strafbepalingen, waar een dergelijke beperking evenmin is opgenomen. Zo valt ook een aanslag op een militaire luchthaven in Nederland onder de nieuwe strafbepalingen. Er is immers geen aanleiding om in de nationale wetgeving een onderscheid te maken tussen de militaire en de civiele luchtvaart."

De rechtbank is daarom met de officier van justitie van oordeel dat de artikelen 162a en 385b Sr. ook de militaire luchtvaart beschermen.

Feit 1 - primair

Primair wordt verdachte verweten dat hij opzettelijk de diensten op een luchthaven heeft verstoord terwijl hiervan gevaar voor de veiligheid van de luchtvaart te duchten was. Volgens de officier van justitie heeft verdachte dit gedaan door met zijn laser een patrouillevoertuig met inzittenden (verder: de hekpatrouille) aan te stralen, waardoor een inzittende pijn voelde en tijdelijk verblind raakte.

De rechtbank overweegt dat bewaking tegenwoordig een essentiële dienst is op een luchtvaartterrein. Door het aanstralen van de hekpatrouille met een laser werd deze dienst zeker verstoord. Artikel 162a Sr. eist echter ook dat door de verstoring gevaar voor de veiligheid van de luchtvaart te duchten is. Er moet dus een causaal verband worden vastgesteld. De rechtbank overweegt dat tijdens het aanstralen van de hekpatrouille geen enkel luchtvaartuig is gestoord bij het starten, landen, taxiën, tanken, bedrijfsklaar maken of anderszins. Eerst een half uur later arriveerde de SAR-helicopter. Deze is geland zonder te zijn aangestraald. Het is evenmin aannemelijk geworden dat door de verstoring van de bewakingsdienst de beveiliging van de basis zodanig werd aangetast dat -bijvoorbeeld- onbevoegden de basis konden betreden. De hekpatrouille is immers waakzaam gebleven en heeft zelfs getracht het aanstralen nogmaals uit te lokken. De rechtbank concludeert daarom dat door het aanstralen van de hekpatrouille geen gevaar te duchten was voor de veiligheid van de luchtvaart. De officier van justitie heeft gewezen op de conclusie van advocaat-generaal mr. Van Dorst bij het arrest HR 19 mei 1998 (NJ 1998, 857, LJN AD2883), maar die conclusie doet hieraan niet af. In die zaak waren actievoerders de luchthaven binnengedrongen, werd een landingsbaan buiten gebruik werd gesteld en trad het noodplan in werking. Daar bestond dus wel een nauw verband met de veiligheid van de luchtvaart. Verdachte wordt van het primaire feit vrijgesproken omdat van de verstoring van de bewakingsdienst in dit geval geen gevaar voor de veiligheid van de luchtvaart te duchten was.

Feit 1 - subsidiair

Aan verdachte wordt verweten dat hij baldadigheid heeft gepleegd door vanaf de openbare weg de hekpatrouille -die zich niet op de openbare weg bevond- aan te stralen, waardoor gevaar of nadeel kon ontstaan.

De rechtbank overweegt dat art. 424 Sr. strekt tot bescherming van de openbare orde, zodat ten eerste is vereist dat de baldadigheid openlijk waarneembaar was. Het is niet nodig dat daarbij daadwerkelijk publiek aanwezig was; het is voldoende dat enig publiek te verwachten was. Onder art. 424 Sr. valt ook baldadigheid, gepleegd vanaf de openbare weg, die haar uitwerking buiten de openbare weg heeft. Ten tweede wordt in de Memorie van Toelichting op artikel 424 Sr. overwogen dat moet blijken van de wil om kwaad te doen of overlast te berokkenen. Ten derde blijkt uit de tekst van art. 424 Sr. dat gevaar of nadeel moet zijn ontstaan. Gelet op de volgende verklaringen van de verdachten is aan deze eisen voldaan.

Uit de combinatie van de verklaringen van de verdachten, de verklaring van sergeant [naam] en de kaart van Leeuwarden -die van algemene bekendheid is en dus in de beoordeling mag worden betrokken - is de rechtbank gebleken dat de verdachten met hun laserstralen hebben geschenen vanaf de voor ieder toegankelijke speelplaats aan de Jan Jelles Hofleane en Paulus Akkermanwei te Leeuwarden, nabij de bushalte.

Verdachte [naam] heeft verklaard dat hij bij de speeltuin aan de rand van de wijk naar de vliegbasis heeft geschenen, dat hij op het hekwerk en de bomenrij scheen en dat verdachte [naam medeverdachte] hetzelfde deed met de andere laserpen. [naam] scheen bijna iedere avond op de bomenrij omdat hij dit een leuk tijdverdrijf vond. Hij maakte er een mooie lasershow van. [naam] kon zich voorstellen dat de laserstraal door de bomen de vliegbasis bereikte. Hij scheen meestal een poos op het hekwerk. Op zeker moment heeft hij zijn laserstraal gericht op een reflecterend punt dat wat heen en weer ging. [naam] acht het mogelijk dat dat een persoon was. Als dat zo was, heeft hij die persoon uit nieuwsgierigheid langdurig aangestraald. [naam] beseft dat hij die persoon in zijn ogen had kunnen schijnen. Verdachte [naam medeverdachte] heeft verklaard dat zij naar de vliegbasis schenen en vooral richtten op bomen en huizen waar licht brandde. Op enig moment zag [naam] volgens [naam medeverdachte] iets reflecteren binnen het hekwerk van de basis, waarna beiden gedurende vijf minuten op dat punt hebben geschenen. Zij dachten aan een verkeersbord maar het kan ook een auto zijn geweest. [naam medeverdachte] besefte dat het voor een persoon niet fijn is om zo aangestraald te worden; beiden hebben zo lang op dit punt gestraald dat een eventuele persoon zich moest omdraaien om letsel te voorkomen.

Gelet op het bovenstaande is de rechtbank dan ook van oordeel dat feit 1 subsidiair wettig en overtuigend bewezen is.

Feit 2

Aan verdachte wordt verweten dat hij met zijn medeverdachte met opzet sergeant [naam] van de hekpatrouille heeft mishandeld door deze met de laser direct of via de buitenspiegel van diens auto in het oog te schijnen.

Uit de verklaringen van de verdachten blijkt niet dat zij direct opzet hadden om sergeant [naam] te mishandelen. Nu verdachten dit niet hebben verklaard, rijst de vraag of uit de bewijsmiddelen wellicht afgeleid kan worden dat zij voorwaardelijk opzet hadden op deze mishandeling.

Volgens vaste jurisprudentie is voorwaardelijk opzet aanwezig indien de verdachte zich willens en wetens heeft blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat een bepaald gevolg zal intreden. Of een gedraging de aanmerkelijke kans op dat gevolg in het leven roept, hangt af van de omstandigheden. Het moet altijd gaan om een kans die naar algemene ervaringsregels aanmerkelijk is. Voor voorwaardelijk opzet is vereist dat de verdachte weet heeft van de aanmerkelijke kans, maar ook dat hij die kans bewust heeft aanvaard of op de koop toe heeft genomen. Uit de enkele omstandigheid dat verdachte weet heeft -of had moeten hebben- van de aanmerkelijke kans, volgt niet zonder meer dat hij die kans ook bewust heeft aanvaard, omdat ook sprake kan zijn van bewuste schuld. Indien de verklaringen van de verdachte of getuigen geen inzicht geven in de gedachtengang van de verdachte, hangt het af van de feitelijke omstandigheden of in een concreet geval bewuste schuld of voorwaardelijk opzet aanwezig is. Bepaalde gedragingen zijn naar hun uiterlijke verschijningsvorm zo zeer gericht op een bepaald gevolg dat het -behoudens contra-indicatie- niet anders kan zijn dan dat de verdachte de aanmerkelijke kans op dat gevolg heeft aanvaard.

Blijkens het dossier gaat het om een laserstraal van klasse 3B. In het dossier ontbreekt uitleg over de classificatie van lasers, maar de rechtbank ontleent aan de Nota van Toelichting op art. 6.12d, lid 9, Arbeidsomstandighedenbesluit (Stb. 2010, 103, p. 17) dat lasers in de categorieën 3B en 4 de zwaarste toepassingen zijn. Voor klasse 3B is de omschrijving van het risico: "Direct gevaar. De bundel van deze lasers levert in zowel het zichtbare als in het niet-zichtbare gebied een direct gevaar op wanneer in de bundel wordt gekeken". Voor klasse 4 is de omschrijving: "Zeer gevaarlijk. Deze lasers leveren onder alle omstandigheden direct gevaar op, ook de verstrooide teruggekaatste bundels. Ze kunnen letsel veroorzaken aan ogen en huid, maar er kan ook brand ontstaan."

Kennelijk is de verstrooide bundel van een laser van klasse 3B minder gevaarlijk dan bij een laser van klasse 4. Ook in dit geval was sprake van verstrooiing: uit het dossier blijkt dat de laserstraal op 318 meter afstand reeds zo sterk was verstrooid dat de lichtvlek een diameter had van circa dertig centimeter. De kortste afstand tussen speelplaats en de vliegbasis is circa 400 meter; de verstrooiing zal op deze afstand nog groter zijn. Om te beantwoorden of de bundel ook op 400 meter afstand nog pijn of letsel kon toebrengen, zijn berekeningen door een deskundige noodzakelijk (afd. 4A Arbeidsomstandighedenbesluit). De rechtbank zal echter geen onderzoek door een deskundige gelasten.

Ook indien veronderstellenderwijs wordt aangenomen dat het aanstralen van een persoon met een laser van klasse 3B op een afstand van circa 400 meter een aanmerkelijke kans oplevert op het toebrengen van pijn of letsel, kan de rechtbank nog niet vaststellen of de verdachten deze kans hebben aanvaard. Zij hebben enkel verklaard te weten dat het op korte afstand aanstralen van een persoon met dit type laser tot pijn of letsel kan leiden. Er zijn geen getuigen die iets over hun opzet kunnen verklaren. Evenmin kan gezegd worden dat hun gedragingen naar de uiterlijke verschijningsvorm zozeer gericht waren op het toebrengen van pijn of letsel dat het niet anders kan dan dat zij die aanmerkelijke kans hebben aanvaard. De rechtbank zal de verdachten daarom vrijspreken van mishandeling.

Feit 3

Verdachte wordt -kort gezegd- verweten dat hij opzettelijk een daad van geweld heeft begaan tegen personen aan boord van een luchtvaartuig terwijl daarvan gevaar voor de veiligheid van dat luchtvaartuig te duchten was, door met zijn laser te stralen op de cockpit, de bemanning en de instrumenten van de SAR-helicopter.

Handeling buiten boord

Voor zover de rechtbank kan zien, zijn strafzaken op basis van artikel 385b Sr. steeds gevoerd tegen verdachten die zich aan boord van het luchtvaartuig bevonden. Vereist is dat echter niet. De Memorie van Toelichting bij de goedkeuringswet van het Verdrag van Montreal (zitting 1971-1972 - 11 865 (R 859) Nr. 5) luidt:

"Op te merken is dat niet de dader zich aan boord van een luchtvaartuig tijdens de vlucht behoeft te bevinden, maar het slachtoffer. Het is wel mogelijk dat een gedraging als hier bedoeld buiten een vliegtuig wordt begaan, bijvoorbeeld door vergiftiging van voedsel, bestemd voor de piloten. Van elke daad van geweld, gericht tegen het cockpitpersoneel van een vliegtuig zal waarschijnlijk wel gezegd kunnen worden dat daardoor de veiligheid van dat vliegtuig in gevaar wordt gebracht."

Art. 385b Sr. ziet dus ook op handelingen gepleegd door een verdachte die zich niet aan boord bevond.

Daad van geweld?

De officier van justitie heeft ter discussie gesteld of het gebruik van een laserstraal tegen een luchtvaartuig een 'daad van geweld' is in de zin van art. 385b Sr. Hij heeft betoogd dat volgens de Memorie van Toelichting op art. 385b Sr. een 'daad van geweld' moest samenhangen met vliegtuigkapingen of aanslagen tegen de luchtvaart. Die eis kan tegenwoordig als verouderd worden beschouwd, aldus de officier van justitie, zodat daaronder thans ook handelingen zonder terroristisch oogmerk vallen.

De rechtbank overweegt dat het Wetboek van strafrecht geen definitie bevat van 'daad van geweld'. Uit jurisprudentie van de Hoge Raad volgt, dat voor geweld niet altijd een zeer hevige kracht nodig is. Zo is als geweld aangemerkt het bespuiten van grafstenen met tectyl, het gooien van eieren naar een ambassade, en de dreiging om een haarproduct te prepareren met een kleurstof. De rechtbank onderschrijft daarom de conclusie van advocaat-generaal mr. Fokkens bij HR 16 september 1996, NJ 1997, 88, LJN ZD0221. Hierin is betoogd dat die handelingen die geschikt zijn om het betreffende rechtsgoed aan te tasten, geweld tegen dat rechtsgoed opleveren. Of sprake is van geweld, hangt dus naar nationaal strafrecht mede af van het rechtsbelang dat de strafbepaling beoogt te beschermen. In art. 385b Sr. is dat beschermde rechtsbelang de veiligheid van het luchtverkeer.

De rechtbank zal ook de verdragsrechtelijke context bezien. Op de conferentie waar het Verdrag van Montreal tot stand werd gebracht, werd in de concept-Verdragstekst nog als misdrijf bestempeld een 'armed attack' tegen het leven van personen aan boord, echter zonder enig verband te leggen met de veiligheid van het toestel zelf. In daaropvolgende discussies bleken echter de Verdragstaten van oordeel dat het moest gaan om misdrijven van voldoende zwaar karakter die de veiligheid van het luchtvaartuig in gevaar brachten. Elke daad die de veiligheid van het luchtvaartuig in gevaar bracht, werd reeds naar zijn aard een zwaar misdrijf geacht. Het gebruik van wapens was daarbij niet vereist. In de uiteindelijke Verdragstekst werd daarom de zinsnede 'armed attack' vervangen door 'act of violence'. Hieraan werd bovendien de eis gekoppeld dat de daad gevaar moest opleveren voor de veiligheid van de luchtvaart (ICAO Doc. 9081-LC/170-1 Minutes, Montreal september 1971, pagina 19-32).

Het karakter van art. 385b Sr als delict tegen de veiligheid van de luchtvaart wordt dus niet gedragen door de specifieke invulling van 'daad van geweld' maar door de uitleg van 'gevaar voor de veiligheid van het luchtvaartuig'. De nadruk ligt minder op de daad zelf als wel op de gevolgen die ervan te verwachten zijn. Samenhang met vliegtuigkapingen of terrorisme is in de Verdragsgeschiedenis niet geëist, het gebruik van wapens evenmin. De rechtbank is dan ook van oordeel dat het aanstralen van luchtvaartuigen met laserstralen naar nationaal recht en in de Verdragsrechtelijke context te beschouwen is als daad van geweld mits daarvan gevaar te duchten is voor de veiligheid van de luchtvaart.

Gevaar voor de veiligheid van de luchtvaart?

De rechtbank moet vervolgens toetsen of hier gevaar te duchten was voor de veiligheid van de luchtvaart. De officier van justitie heeft gesteld dat geen algemeen antwoord is te geven op de vraag of dit gevaar zich voordeed; dit zal van geval tot geval moeten worden bezien.

De rechtbank is van oordeel dat het gevaar van laserstralen voor de veiligheid van de luchtvaart ook Verdragsrechtelijk is genormeerd. Nederland is partij bij het Verdrag van Chicago (Verdrag van 7 december 1944 inzake de burgerluchtvaart, Stb. 1947, H 165, nadien gewijzigd). In Annexen bij dit Verdrag zijn technische aanbevelingen voor de luchtvaart opgenomen. Aanbeveling 5.3.1.2 van Annex 14 verplicht de Verdragstaten om laserstraal-vrije zones in te stellen rond hun luchthavens. In Nederland is dit geregeld in de artt. 17 Besluit burgerluchthavens en 10 Regeling burgerluchthavens. Laserstralen die de vliegveiligheid kunnen verstoren, zijn verboden in een laserstraal-vrije zone rond de luchthaven. Deze zone beslaat -kort gezegd- een cirkel met een straal van minimaal 18.500 meter rond de luchthaven. In de Nota van Toelichting bij het Besluit burgerluchthavens is dit gemotiveerd:

"Het gebruik van lasers kan van invloed zijn op de luchtvaartveiligheid. De lichtbundel kan afleidend, misleidend, hinderlijk of verstorend zijn. Indien de vliegers in (oog)contact komen met de lichtbundel kan dit leiden tot een schrikreactie, tijdelijke verblinding en in uitzonderlijke gevallen zelfs blindheid. Met name in de buurt van luchthavens is het effect van laserlicht het grootst aangezien de vliegtuigen lager zitten en dichter bij de lichtbron. Het risico is het grootst tijdens de nadering. Hierbij bevindt het vliegtuig zich in een van de meest kritieke fasen van de vlucht. Tijdens deze vluchtfase wordt door vliegers naar buiten gekeken voor visuele referentie. Wanneer de bemanning hierbij wordt afgeleid, gehinderd of zelfs verblind kan dit de veiligheid sterk beïnvloeden. In uitzonderlijke situaties kan dit leiden tot luchtvaartongevallen. (...) Laserstralen hebben een verstorend effect indien zij het cockpitpersoneel verblinden, afleiden of bij hen een schrikreactie te weeg kunnen brengen. (...)"

Uit de verklaringen van de vliegers, kapitein [naam2] en eerste luitenant [naam3], blijkt duidelijk dat van zulke afleiding, hinder en verblinding sprake is geweest. De bemanning heeft moeten reageren op de laserstralen door hun hoofden af te draaien; tijdens het aanstralen had de cockpitbemanning bijna geen zicht meer. Hierbij moet worden bedacht dat menselijke pupillen zich in het donker verwijden om restlicht op te vangen. Dit 'nachtzicht' kan langdurig worden verstoord door laserstralen, hetgeen zeer onveilig is. De rechtbank heeft op de video, die bij het dossier is gevoegd en ter zitting is afgespeeld, ook zelf waargenomen dat een laserstraal die de koepel van de helicopter raakt, door breking op het gebogen glas van de koepel een omvangrijke groene lichtvlek veroorzaakt. Zo lang de laserstraal het glas raakt, ontneemt deze lichtvlek het blikveld naar buiten grotendeels.

Raken beide laserstralen op hetzelfde moment het glas, dan is het resterend zicht naar buiten vrijwel nihil. Indien twee lasers tegelijkertijd worden gebruikt, wordt ook de trefkans verdubbeld. Het laat zich voorts raden dat een helicopter een gemakkelijk doelwit is omdat deze bij de nadering relatief stil hangt.

Verdachten hebben benadrukt dat zij nooit het doel hebben gehad om de SAR-helicopter in gevaar te brengen. Dat acht de rechtbank echter niet van belang. Bij de voorbereiding van het Verdrag van Montreal is reeds door stemming vastgesteld dat niet is vereist dat de pleger het oogmerk heeft om de veiligheid van het luchtvaartuig te schaden. Het enkele opzet op het plegen van de handeling volstaat (ICAO Doc. 8936-LC/164-1, Vol. I Minutes, pagina 68). Dit is naar nationaal recht niet anders.

De rechtbank komt tot het oordeel dat sprake is van een daad van geweld waarvan gevaar voor de veiligheid van de luchtvaart te duchten was. Zij acht het feit dan ook wettig en overtuigend bewezen.

Feit 4

Al hetgeen hiervoor is overwogen ten aanzien van feit 3, geldt mutatis mutandis voor feit 4. De rechtbank heeft gelet op de verklaringen van de vliegers, kapiteins [naam] en [naam], waaruit blijkt van verblinding en afleiding tijdens de nadering. Kapitein [naam] heeft tijdens de nadering het hoofd moeten afwenden om de laserstraal niet direct in zijn ogen te krijgen. Hij beschrijft dat door verblinding en desoriëntatie de stand van de helicopter moeilijk te bepalen is, hetgeen kan leiden tot controleverlies over het toestel. De rechtbank acht derhalve ook feit 4 wettig en overtuigend bewezen.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht het onder 1 subsidiair, 3 primair en 4 primair ten laste gelegde bewezen, met dien verstande dat:

1. Subsidiair.

hij op 19 mei 2010 te Leeuwarden, in de gemeente Leeuwarden, aan of bij de openbare wegen Paulus Akkermanwei en Jan Jelles Hofleane, in de omgeving van een aldaar

gelegen busstopplaats, nabij de Vliegbasis Leeuwarden, tezamen en in vereniging met een ander, tegen personen baldadigheid heeft gepleegd, waardoor gevaar of nadeel kon

worden teweeggebracht, immers heeft verdachte meermalen, tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk baldadig met een in werking zijnde zogenoemde laserpointer (Class 3B, output 150m W)

- een patrouillevoertuig van de Koninklijke Luchtmacht, en

- de in dat dienstvoertuig aanwezige bestuurder [naam], sergeant van de

Koninklijke Luchtmacht en de bijrijder [naam1], Korporaal 1 van de Koninklijke Luchtmacht gedurende een zogenoemde hekpatrouille, gedurende enige tijd direct of indirect via reflectie, aangestraald, ten gevolge waarvan die [naam] door weerkaatsing via de linker buitenspiegel van dat patrouillevoertuig in het linkeroog werd aangestraald en tengevolge waarvan die [naam] pijn aan zijn linker oog heeft gevoeld en een paar seconden verblind was, en aldus gevaar of nadeel kon worden teweeggebracht.

3. Primair.

hij op 22 mei 2010 te Leeuwarden, in de gemeente Leeuwarden, nabij de Vliegbasis

Leeuwarden, vanuit een dakraam van een woning gelegen aan of bij de Gerben

Colmjonwei, tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk een daad van geweld heeft begaan tegen iemand, te weten meerdere personen, die zich aan boord van een luchtvaartuig bevonden, zulks terwijl daarvan gevaar voor de veiligheid van dat luchtvaartuig te

duchten was, immers heeft verdachte tezamen en in vereniging met een ander opzettelijk gewelddadig met een in werking zijnde zogenoemde laserpointer (Class 3B, output 150m W)

- de cockpit van een SAR (Search And Rescue) helikopter en andere delen van die helikopter, en

- de in die cockpit van die helikopter aanwezige inzittenden, te weten [naam2], kapitein van de Koninklijke Luchtmacht, en [naam3], sergeant-verpleegkundige van de Koninklijke Luchtmacht, en [naam4], 1e luitenant van de Koninklijke Luchtmacht en

- de in die cockpit van die helikopter aanwezige lichtgevoelige vlieginstrumenten,

tijdens de vlucht van die helikopter, op een moment dat die helikopter de vliegbasis Leeuwarden naderde voor een landing aldaar, gedurende enige tijd direct of indirect via reflectie aangestraald, ten gevolge waarvan

- de piloot en bemanningsleden van die helikopter werden afgeleid van hun taak en hun gezicht moesten afwenden om rechtstreekse straling van de laserstraal in de ogen te voorkomen en

- het zicht op de vlieginstrumenten werd ontnomen/belemmerd en

- de landing van die helikopter moesten afbreken,

en aldus gevaar voor de veiligheid van dat luchtvaartuig te duchten was.

4. Primair.

hij op 31 mei 2010 te Leeuwarden, in de gemeente Leeuwarden, in de omgeving van een busstopplaats aldaar, gelegen nabij de Paulus Akkermanwei en Jan Jelles Hofleane, nabij de Vliegbasis Leeuwarden, tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk een daad van geweld heeft begaan tegen meerdere personen die zich aan boord van een luchtvaartuig bevonden, zulks terwijl daarvan gevaar voor de veiligheid van dat luchtvaartuig te duchten was, immers heeft verdachte tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk gewelddadig met een in werking zijnde zogenoemde laserpointer (Class 3B, output 150m W)

- de cockpit van een SAR-(Search And Rescue) helikopter en andere delen van die helikopter, en

- de in die cockpit van die helikopter aanwezige inzittenden, te weten [naam5], kapitein-vlieger bij de Koninklijke Luchtmacht en piloot van die helikopter, en [naam6], werkzaam bij de Koninklijke Luchtmacht en gezagvoerder van die helikopter, en [naam5], sergeant-majoor van de Koninklijke Luchtmacht, en [naam3], sergeant-verpleegkundige van de Koninklijke Luchtmacht, tijdens de vlucht die helikopter, te weten tijdens een oefenvlucht, gedurende enige tijd direct of indirect via reflectie aangestraald, ten gevolge waarvan de piloot/gezagvoerder, en bemanningsleden van die helikopter

- zijn geschrokken en

- werden afgeleid van hun taak en

- hun gezicht moesten afwenden om rechtstreekse straling van de laserstraal in de ogen te voorkomen

en aldus gevaar voor de veiligheid van dat luchtvaartuig te duchten was.

De verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

In het kwalificatieve deel van de tenlasteleggingen van feiten 3 en 4 is niet opgenomen het onderdeel ''in vlucht'' van artikel 385b, eerste lid. Deze term komt dus ook niet voor in de bewezenverklaringen. Nu in de feitelijke omschrijving en bewezenverklaring wel is opgenomen dat de helikopter tijdens de vlucht is aangestraald, en art. 385b Sr. onder de tenlastelegging is vermeld als wettelijk voorschrift, staat dit naar het oordeel van de rechtbank niet aan kwalificatie in de weg.

Het bewezenverklaarde levert op de misdrijven:

3. primair:

Medeplegen van opzettelijk een daad van geweld begaan tegen iemand die zich aan boord van een luchtvaartuig in vlucht bevindt, terwijl daarvan gevaar voor de veiligheid van het luchtvaartuig te duchten is.

4. primair:

Medeplegen van opzettelijk een daad van geweld begaan tegen iemand die zich aan boord van een luchtvaartuig in vlucht bevindt, terwijl daarvan gevaar voor de veiligheid van het luchtvaartuig te duchten is.

en de overtreding:

1. subsidiair: Medeplegen van straatschenderij.

Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

De rechtbank neemt bij de bepaling van de hierna te vermelden strafsoort en strafmaat in aanmerking:

- de aard en de ernst van de gepleegde feiten;

- de omstandigheden waaronder deze zijn begaan;

- de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken en deze naar voren komt uit het uittreksel uit de justitiële documentatie;

- de vordering van de officier van justitie;

Door met lasers te schijnen op twee SAR-helicopters heeft verdachte tweemaal de veiligheid van de luchtvaart in gevaar gebracht. Deze misdrijven rekent de rechtbank verdachte zwaar aan. Het storen van helicoptervliegers bij hun landing, het meest kritieke deel van de vlucht, was voor de bemanning en de bewoners van de nabijgelegen wijk Westeinde zeer risicovol. Bovendien kan het in gevaar brengen van SAR-helicopters de opsporing en redding schaden van mensen die op zee in nood zijn. De SAR-helicopters verzorgen ook het vervoer van zwangere vrouwen, zieken of gewonden van de Waddeneilanden. Bij al deze vluchten kan elke seconde tellen. Verdachten wisten dit of zij hadden het moeten weten. Verdachte is hierbij zeer hardleers geweest. Bij het eerste misdrijf is immers een helicopter direct naar zijn huis gevlogen, hetgeen toch indruk moet hebben gemaakt.

Direct daarna heeft verdachtes vader de lasers afgepakt en was zijn moeder boos op hem. Desondanks heeft verdachte de laserpennen teruggepakt en het misdrijf kort daarop herhaald. Ook heeft hij de overtreding baldadigheid gepleegd door de vliegbasis Leeuwarden langdurig met laserstralen te beschijnen.

Uit het strafblad van verdachte blijkt van recente veroordelingen tot vrijheidsstraffen en werkstraffen voor diefstallen, verduistering, heling, joyriding, bedreiging, vernieling, brandstichting, mishandeling en een zedenzaak. Meermalen is getracht verdachtes levenswandel bij te sturen met voorwaardelijke straffen en reclasseringstoezicht.

Gelet op het gevaar voor de luchtvaart dat verdachte in het leven heeft geroepen, op zijn aanzienlijke strafblad en de noodzaak anderen af te schrikken die dit feit willen plegen, zal de rechtbank een gevangenisstraf opleggen van zes maanden, waarvan vier maanden voorwaardelijk. Voor de overtreding baldadigheid legt de rechtbank een werkstraf op van 40 uren. De rechtbank hoopt dat de voorwaardelijke straf verdachte in het rechte spoor zal houden gedurende de proeftijd, die op twee jaren zal worden bepaald.

Benadeelde partij

[naam] heeft zich voor de aanvang van de terechtzitting als benadeelde partij in het strafproces gevoegd door middel van indiening van het voorgeschreven formulier, bevattende de opgave van zijn schade ten gevolge van feit 1.

De rechtbank is van oordeel dat de schade tot een bedrag van € 200,-- voldoende aannemelijk is geworden en aan verdachte toegerekend kan worden. De rechtbank acht de vordering in zoverre gegrond en voor hoofdelijke toewijzing vatbaar. De rechtbank acht voor het toegewezen gedeelte de oplegging van de schadevergoedingsmaatregel aangewezen.

Inbeslaggenomen goederen

De rechtbank zal de inbeslaggenomen laserpointers onttrekken aan het verkeer nu de feiten hiermee zijn begaan en de laserpointers van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit ervan door verdachte in strijd is met de wet of met het algemeen belang.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36b, 36c, 36f, 47, 62, 385b en 424 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het feit.

DE UITSPRAAK VAN DE RECHTBANK LUIDT, RECHTDOENDE:

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte onder 1 primair en 2 is ten laste gelegd en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart de onder 1 subsidiair ten laste gelegde overtreding en de onder 3 primair en

4 primair ten la ste gelegde misdrijven bewezen, te kwalificeren en strafbaar in voege als voormeld en verdachte deswege strafbaar.

Veroordeelt verdachte ter zake de misdrijven tot:

Een gevangenisstraf voor de duur van zes maanden.

Bepaalt, dat van deze gevangenisstraf een gedeelte van vier maanden niet zal worden tenuitvoergelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond, dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd, welke hierbij wordt vastgesteld op twee jaren, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

en ter zake de overtreding tot:

Een werkstraf, bestaande uit het verrichten van 40 uren onbetaalde arbeid.

Beveelt dat voor het geval de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis voor de duur van 20 dagen zal worden toegepast.

Verklaart onttrokken aan het verkeer de inbeslaggenomen twee laserpointers.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezenverklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Wijst de vordering van de benadeelde partij [naam], [adres], toe en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 200,-- (zegge: tweehonderd euro), in dier voege, dat indien dit bedrag door de mededader van verdachte geheel of gedeeltelijk is of wordt betaald, verdachte in zoverre is of zal zijn bevrijd.

Bepaalt dat de vordering van de benadeelde partij [naam] voor het overige niet ontvankelijk is en dat dit deel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer [naam], te betalen een som geld ten bedrage van € 200,-- (zegge: tweehonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 4 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft en in dier voege, dat indien dit bedrag door de mededader(s) van verdachte geheel of gedeeltelijk is of wordt betaald, verdachte in zoverre is of zal zijn bevrijd.

Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer [naam], daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en vice versa, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.

Dit vonnis is gewezen door mr. K. Post, voorzitter, mr. W.S. Sikkema en mr. M.A.A. van Capelle, rechters, bijgestaan door A. van Dijk, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 15 november 2011.