Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLEE:2011:BU2942

Instantie
Rechtbank Leeuwarden
Datum uitspraak
29-08-2011
Datum publicatie
01-11-2011
Zaaknummer
365374 / VZ VERZ 11-216
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

81 Rv. Weigering gemachtigde bij de sector kanton voor een periode van drie maanden. Onbetrouwbaar gedrag, verrichten van proceshandelingen zonder machtiging, in gebreke blijven met betaling van griffierecht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LEEUWARDEN

Sector kanton

Zaak-/rolnummer: 365374 / VZ VERZ 11-216

beschikking van de kantonrechter ex artikel 81 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering d.d. 29 augustus 2011

inzake

[betrokkene],

hierna te noemen: betrokkene,

kantoorhoudende te [woonplaats], aan de [adres],

betrokkene,

gemachtigde: [zoon].

Procesverloop

1.1. Bij brief van 12 augustus 2011 heeft de kantonrechter - op de in deze brief vermelde gronden - aan betrokkene medegedeeld het voornemen om betrokkene voor een nader te bepalen periode, vanaf de datum van de in dezen te geven beschikking, te weigeren als gemachtigde bij de sector kanton van deze rechtbank. Tevens is betrokkene bij deze brief opgeroepen om ter zitting van 22 augustus 2011 te 11:00 uur te worden gehoord.

1.2. Betrokkene heeft op 22 augustus 2011, voorafgaand aan de zitting, een verweerschrift (met producties) ingediend.

1.3. De behandeling ter zitting heeft plaatsgevonden op 22 augustus 2011. Betrokkene heeft zijn verweer ter zitting nader toegelicht, waarbij zijn gemachtigde gebruik heeft gemaakt van pleitnotities. Van het verhandelde ter zitting is een proces-verbaal opgemaakt.

1.4. De beschikking is bepaald op heden.

Motivering

De feiten

2. In deze beschikking zal van de volgende feiten worden uitgegaan.

2.1. Betrokkene is de gemachtigde geweest van mevrouw [A] (hierna te noemen: [A]) in een geschil tussen [A] en haar werkgeefster, Zorgbureau Digitalis (hierna te noemen: Digitalis). In dat kader heeft [A] op 27 september 2010 een schriftelijke volmacht verstrekt aan betrokkene, ertoe strekkende om haar in rechte te vertegenwoordigen en alle handelingen te verrichten die een correct verloop van de procedure zullen bewerkstelligen.

2.2. De zoon van betrokkene, [zoon], heeft - namens betrokkene - Digitalis bij mail van 1 maart 2011 medegedeeld:

"Geachte heer [B],

Hartelijk dank voor uw reactie. Deze zal ik aan mevrouw [A] doorzenden. Ik verwacht dat zij n.a.v. uw reactie rechtsmaatregelen te treffen. Ik vertrouw erop dat uw reactie een zelfstandig standpunt is en dat mevrouw [A], zo zij een ander standpunt heeft, zonder verdere voorafgaande mededeling kan overgaan tot rechtsmaatregelen. Alsdan hebben partijen klaarblijkelijk een geschil en staat niets rechtsmaatregelen meer in de weg. U hoort sowieso nog van mij, hetzij rechtstreeks, hetzij via de deurwaarder/Rechtbank. Alleen het uitblijven van uw reactie stond aan efficiënte procesvoering nog in de weg, maar dat obstakel is door uw mail verholpen."

2.3. Betrokkene heeft als gemachtigde van [A] op 23 mei 2011 een verzoekschrift strekkende tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst met Digitalis verstuurd naar de sector kanton, locatie Heerenveen van deze rechtbank. Dit verzoekschrift is binnengekomen ter griffie op 24 mei 2011. In zijn begeleidend schrijven meldt betrokkene:

"Bijgaand ontbindingsverzoek zond ik u reeds eerder. Tot op heden is geen datum en tijdstip voor behandeling ontvangen. Mag ik thans per omgaande van u vernemen?

Tevens verneem ik graag van u waarom de behandeling van deze kwestie thans reeds zo lang op zich laat wachten. Mijn bericht aan u dateert reeds van eind vorig jaar."

2.4. In het verzoekschrift van 23 mei 2011 staat onder meer vermeld:

"(…)

2. De van belang zijnde persoonlijke gegevens van [A] zijn de navolgende:

* geboortedatum: 22 januari 1972 (39 jaar)

(…)

11. Vanwege het uitblijven van een constructieve oplossing in deze kwestie heeft gemachtigde van [A] op 1 maart 2011 nog eenmaal een standpuntbepaling van partijen verzocht en ontvangen. Daaruit blijkt dat partijen er onderling niet uitkomen. Naar aanleiding van de constatering dat partijen er onderling niet uit komen heeft gemachtigde de proceshandelingen opgestart en thans het verzoek namens [A] ingediend.

(…)

13. De ARBO heeft in haar advies van 17 januari 2011 (zie productie) geoordeeld dat uit het gesprek dat de ARBO op 7 januari 2011 met [A] heeft gehad het oordeel is dat zij wegens medische klachten nog niet in staat is om haar werkzaamheden te hervatten.

(…)

29. Digitalis stelt zich op het standpunt dat het dienstverband reeds geëindigd zou zijn en wel per 1 december 2010. [A] betwist dit, omdat zij niet zou weten hoe en waarom het dienstverband per deze datum zou zijn geëindigd. Ook nadien bleek zij trouwens - op verzoek en oproep van werkgever bereikbaar voor arbeid. Zo bezocht zij nog in januari 2011 de ARBO. (…)"

2.5. De zoon van betrokkene heeft - namens betrokkene - [A] bij mail van 23 mei 2011 medegedeeld:

"Naar aanleiding van ons telefoongesprek van zojuist doe ik u hierbij de correspondentie toekomen zoals deze aan de Rechtbank Heerenveen is gezonden (daarnaast tevens enkele losse mails). Vervelend genoeg blijkt een en en ander bij de Rechtbank te zijn misgegaan. Het spijt mij dat ik u niet anders kan meedelen. Wellicht had de Rechtbank - bij herhaald verzoek om stand van zaken uwerzijds - in een eerder stadium hiervoor al aangesproken moeten worden. Hoe dan ook - ik zal er bij de Rechtbank extra op aandringen dat de zaak nu spoedig voorkomt, opdat wij deze vervelende kwestie af kunnen wikkelen. Het behoeft geen enkel betoog dat ook ik een verklaring van de Rechtbank eis, daar ik mij door deze kwestie ernstig in mijn integriteit voel aangetast."

2.6. Bij brief van 8 juni 2011 heeft de kantonrechter onder meer aan betrokkene bericht:

"Bij brief van 23 mei jl., binnengekomen ter griffie op 24 mei 2011, hebt u een verzoekschrift ex artikel 7:685 BW ingediend namens mevrouw [A]. Op het verzoek om verhinderdata door te geven hebt u nog niet gereageerd.

In de betreffende brief stelt u, dat u het toegezonden verzoekschrift reeds eerder zou hebben ingediend en wel reeds eind vorig jaar. U vraagt zich af, waarom de behandeling van het verzoekschrift zo lang op zich laat wachten. Ik meld u ook nog, dat uw cliënte telefonisch contact met de griffie heeft gehad en daarin heeft meegedeeld dat volgens uw zeggen reeds in september 2010 een verzoekschrift zou zijn ingediend.

Uit onderzoek ter griffie is mij gebleken, dat er geen eerder verzoekschrift in de voormelde zaak bekend is. Gezien de ter griffie gehanteerde werkwijze moet dit betekenen, dat door u geen verzoekschrift is ingediend en dat uw stelling dan ook onjuist is.

(…)

Ik verneem graag uw reactie op het vorenstaande onder toezending van het beweerdelijk eerder ingediende verzoekschrift en het bijbehorende begeleidende schrijven."

2.7. Betrokkene heeft, ondanks herhaald verzoek, niet op deze brief gereageerd.

2.8. Bij brief van 13 juli 2011 heeft de griffier van de rechtbank, sector kanton, locatie Heerenveen aan betrokkene medegedeeld dat de mondelinge behandeling van het door hem namens [A] ingediende verzoekschrift zal plaatsvinden op woensdag 3 augustus 2011 te 14.00 uur.

2.9. Bij faxbericht van 14 juli 2011 heeft betrokkene de rechtbank, sector kanton, locatie Heerenveen onder meer het volgende medegedeeld:

"Mevrouw [A] verzocht mij om mij als gemachtigde te onttrekken.

Vriendelijk verzoek ik om de kwestie verder buiten mij om te regelen, mits - zo cliënte mij meedeelde dat het griffierecht in deze kwestie thans is voldaan dan wel de verplichting tot het betalen van griffierecht kan worden verschoven naar cliënte toe. Ik verneem graag van u. (…)"

2.10. De griffier van de rechtbank, sector kanton, locatie Heerenveen, heeft betrokkene bij brief van 21 juli 2011 medegedeeld dat hij als gemachtigde die het verzoekschrift heeft ingediend verantwoordelijk is en blijft voor de betaling van het verschuldigde griffierecht, hetwelk hij per omgaande - en in ieder geval vóór 1 augustus - dient te (vol)doen.

2.11. De zoon van betrokkene heeft - namens betrokkene - [A] bij mail van 27 juli 2011 medegedeeld:

"Al met al maak ik mij zorgen om uw situatie, vandaar deze mail. Op uw verzoek is een verzoek tot ontbinding van uw arbeidsovereenkomst ingediend bij de bevoegde rechter. Zoals bij u bekend is de mondelinge behandeling in uw kwestie gepland, dit terwijl u het griffierecht nog niet hebt betaald en derhalve in uw verzoek normaal gesproken niet ontvankelijk zult worden verklaard. Indien u mij niet per omgaande schriftelijk bericht doet toekomen dat u het verschuldigde griffierecht aan de Rechtbank hebt voldaan beraad ik mij op passende maatregelen. Zover hoeft het wellicht niet te komen. Ik wacht uw reactie af. De Rechtbank heb ik op uw mondelinge verzoek schriftelijk bericht dat ik mij terugtrek als uw gemachtigde. Mijn einddeclaratie zal ik u doen toekomen."

2.12. Bij faxbericht van 1 augustus 2011 heeft betrokkene de rechtbank, sector kanton, locatie Heerenveen medegedeeld:

"Inzake opgemeld hebt u - zonder rekening te kunnen houden met de verhinderdata dezerzijds (mevrouw [A] blijkt onbereikbaar, derhalve kunnen deze niet worden doorgegeven) een mondelinge behandeling gepland. Inmiddels is herhaald verzoek aan mevrouw [A] gedaan om contact op te nemen (tot op heden is dit niet gebeurd). Daarom verzoek ik U E.A. vriendelijk en beleefd om het verzoek / de mondelinge behandeling in deze kwestie aan te houden. Het is goed denkbaar dat er handelingen gaande zijn die deze aanhouding rechtvaardigen. Ik verneem graag."

2.13. De kantonrechter heeft geen aanhouding verleend en de mondelinge behandeling van het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst heeft plaatsgevonden ter zitting van 3 augustus 2011. Ter zitting is (onder meer) [A] verschenen, vergezeld van haar nieuwe gemachtigde, mr. P.E. van der Werf. Betrokkene zelf is niet verschenen. Van het verhandelde ter zitting is een proces-verbaal opgemaakt. Blijkens dit proces-verbaal heeft [A] ter zitting verklaard:

"Ik heb [betrokkene] vorig jaar gevraagd om een loonvorderingsprocedure voor mij op te starten. Dát was mijn directe vraag aan hem. Ik wilde namelijk mijn ziektegeld uitbetaald krijgen.

[betrokkene] verklaarde nadien bij herhaling dat hij nog in overleg was met de wederpartij. De rechtszaak was volgens hem toen al bij de rechtbank aanhangig.

Omdat ik lange tijd niets meer van [betrokkene] had gehoord, heb ik op 23 mei 2011 maar eens contact met hem opgenomen. Naar enige tijd later bleek, heeft hij toen onmiddellijk een ontbindingsverzoek bij de rechtbank ingediend. Dat was echter niet de procedure die ik wilde en waarvoor ik hem had ingeschakeld. Volgens [betrokkene] liep de procedure bij de rechtbank al heel lang en wilde hij nu op korte termijn duidelijkheid krijgen. Ook heb ik zelf maar eens met de griffie van de rechtbank gebeld. Daarbij werd mij medegedeeld dat bij de rechtbank niets bekend was van een reeds eerder door [betrokkene] ingediend ontbindingsverzoek.

Het faxbericht van 1 augustus 2011 is mij niet bekend. Het stuk is zonder overleg met mij opgesteld. Ik heb geen verzoek(en) van [betrokkene] gehad om contact met hem op te nemen. [betrokkene] was ten tijde van het indienen van het faxbericht bij de rechtbank ook niet meer gemachtigd om mijn belangen in deze procedure te behartigen. Ik heb het ingediende verzoekschrift overigens ook niet gezien alvorens het door [betrokkene] bij de rechtbank werd ingediend."

2.14. Bij beschikking van de kantonrechter van 3 augustus 2011 is [A] niet-ontvankelijk verklaard in haar ontbindingsverzoek wegens het niet betalen van het verschuldigde griffierecht.

Het voornemen tot weigering

3.1. De kantonrechter overweegt als volgt. Bij brief van 12 augustus 2011 is aan betrokkene medegedeeld dat de kantonrechter voornemens is om hem voor bepaalde tijd te weigeren als gemachtigde bij de sector kanton van deze rechtbank. Hiertoe zijn in deze brief - samengevat - de navolgende redenen genoemd: (i) het in strijd met de waarheid verklaren door betrokkene dat hij reeds eerder een verzoekschrift ex artikel 7: 685 BW namens [A] ter griffie heeft ingediend, (ii) het zonder daartoe nog langer, althans voldoende, gemachtigd te zijn verrichten van een proceshandeling namens [A], met veronachtzaming van haar belangen, (iii) het in gebreke blijven met het voldoen van het verschuldigde griffierecht binnen de daarvoor geldende termijn van vier weken na indiening van het verzoekschrift, waarmee betrokkene niet heeft gehandeld zoals van een zorgvuldig handelend gemachtigde mag worden verwacht.

Het verweer

3.2. Betrokkene heeft verweer gevoerd tegen het voornemen tot weigering als gemachtigde, waartoe hij - samengevat - het volgende heeft doen aanvoeren:

- De zaak van [A] is inmiddels afgesloten, doordat daarin een beschikking is gegeven, zodat er getwijfeld kan worden of er nog de bevoegdheid bestaat om betrokkene als gemachtigde te weigeren.

- Er dient zeer terughoudend te worden omgegaan met de in artikel 81 Rv voorziene bevoegdheid van de kantonrechter om een gemachtigde te weigeren, omdat een dergelijke weigering een beperking in de beroepsuitoefening impliceert.

- Betrokkene heeft reeds op 27 december 2010 namens [A] een verzoekschrift tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst ingediend bij de sector kanton, locatie Heerenveen van deze rechtbank. Betrokkene heeft ter onderbouwing van deze stelling het - naar zijn zeggen - destijds ingediende verzoekschrift overgelegd, vergezeld van het - eveneens naar zijn zeggen - destijds ingediende begeleidende schrijven.

- [A] wilde "een arbeidsrechtelijke zaak" tegen Digitalis aanhangig maken met als strekking ontslag. Zij heeft in dat kader opdracht gegeven aan betrokkene om een ontbindingsprocedure aanhangig te maken. Betrokkene heeft aan deze opdracht voldaan. Het ingediende verzoekschrift is van tevoren met [A] besproken en ook door haar ontvangen.

- Na de indiening van het verzoekschrift eind december 2010 heeft betrokkene meerdere keren telefonisch contact opgenomen met de griffie van de sector kanton van de rechtbank, omdat de verdere behandeling uitbleef. Dit blijkt volgens betrokkene uit zijn dossier. Schriftelijke correspondentie met de rechtbank is er echter niet geweest.

- De mail van betrokkene aan Digitalis van 1 maart 2010 ziet niet op de ontbindingsprocedure, maar op de loonvordering van [A] jegens Digitalis.

- Betrokkene kan geen verwijt worden gemaakt van onfatsoenlijk gedrag, belediging of titelmisbruik, hetgeen in een aantal door hem als producties bij het verweerschrift overgelegde gerechtelijke uitspraken inzake de weigering van een gemachtigde wél het geval was.

- Betrokkene heeft zich slechts voorwaardelijk teruggetrokken als gemachtigde van [A]. Hij zou zich terugtrekken, mits het griffierecht door [A] werd betaald.

- Het lag op de weg van mr. Van der Werf, de nieuwe gemachtigde van [A], om zich voor haar te stellen en het griffierecht te (laten) betalen. Betrokkene was immers als gemachtigde buitenspel gezet door [A]. Geheel onverplicht heeft betrokkene [A] op 27 juli nog eens geweest op de verplichting tot het betalen van griffierecht. In redelijkheid kon van betrokkene niet worden gevergd dat hij het griffierecht zelf voldeed.

- Betrokkene verzoekt om een eventuele beschikking waarbij hij als gemachtigde wordt geweigerd niet uitvoerbaar bij voorraad te verklaren, in verband met een mogelijk door hem in te stellen hoger beroep tegen de beschikking.

De beoordeling

3.3. In artikel 81 Rv is bepaald dat de kantonrechter bijstand of vertegenwoordiging door een persoon tegen wie ernstige bezwaren bestaan en die geen advocaat of deurwaarder is kan weigeren. De weigering geldt voor een bepaalde zaak of voor een door de kantonrechter te bepalen tijd. Genoemde wetsbepaling is blijkens de parlementaire geschiedenis van de voorloper van dit wetsartikel (artikel 99a Rv) gericht op het weren van onbetrouwbare en ongeschikte gemachtigden. Onder ongeschiktheid valt ook het door betrokkene evident handelen in strijd met de belangen van de achterliggende partij, die door hem als gemachtigde werd of wordt bijgestaan.

3.4. De kantonrechter stelt voorop dat hij zich bevoegd acht om een weigering als gemachtigde jegens betrokkene uit te spreken, nu een weigering niet slechts voor een bepaalde zaak, maar ook voor een door de kantonrechter te bepalen tijd kan worden uitgesproken. Weigering voor de specifieke procedure die betrokkene namens [A] aanhangig heeft gemaakt, is hier overigens niet meer aan de orde, nu die procedure is geëindigd met de beschikking van de kantonrechter van 3 augustus 2011. Voorts overweegt de kantonrechter dat, voor zover betrokkene heeft gesteld dat hij te weinig tijd heeft gehad om een advocaat te vinden die hem in deze procedure kan vertegenwoordigen, niet gebleken is dat betrokkene in verband daarmee een gemotiveerd verzoek om uitstel heeft gedaan. Betrokkene heeft ook niet gesteld dat hij in zijn verdediging is geschaad doordat hij geen advocaat heeft kunnen vinden. Daar komt nog bij dat betrokkene en diens gemachtigde zich zelf als juridisch deskundigen afficheren.

3.5. In deze jegens betrokkene geëntameerde procedure dient de vraag te worden beantwoord of er tegen betrokkene zodanig ernstige bezwaren bestaan in de zin van onbetrouwbaarheid of ongeschiktheid dat hij als gemachtigde dient te worden geweigerd.

De kantonrechter zal aan de hand van de hiervoor in r.o. 3.1. onder (i), (ii) en (iii) genoemde gronden beoordelen of er, in aansluiting op het bij brief van 12 augustus jl. reeds geuite voornemen tot weigering van betrokkene als gemachtigde bij de sector kanton van deze rechtbank, thans gronden zijn om betrokkene als gemachtigde te weigeren.

(i) het in strijd met de waarheid verklaren door betrokkene dat hij reeds eerder een verzoekschrift ex artikel 7: 685 BW namens [A] ter griffie heeft ingediend,

3.6. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft betrokkene op geen enkele wijze aannemelijk weten te maken dat hij, zoals hij stelt, op of omstreeks 27 december 2010 namens [A] een verzoekschrift strekkende tot ontbinding van haar arbeidsovereenkomst met Digitalis ter griffie van de sector kanton van deze rechtbank heeft ingediend, voorzien van een begeleidend schrijven gedateerd op diezelfde datum.

3.7. Zoals ook reeds in de brief van 8 juni 2011 aan betrokkene is medegedeeld, heeft nauwkeurig onderzoek ter griffie opgeleverd dat er destijds geen dergelijk verzoekschrift van betrokkene is binnengekomen. Betrokkene heeft nagelaten om, zoals in de brief van 8 juni 2011 uitdrukkelijk aan hem is verzocht, het beweerdelijk eerder ingediende verzoekschrift en het bijbehorende begeleidende schrijven alsnog te overleggen. Van betrokkene is in reactie op deze brief taal noch teken vernomen. Opvallend is dat betrokkene pas in deze procedure, ná van het voornemen tot weigering als gemachtigde in kennis te zijn gesteld, opeens wél met het beweerdelijk eerder ingediende verzoekschrift en het bijbehorende begeleidend schrijven op de proppen komt, zonder met enige (deugdelijke) verklaring te komen waarom hij deze stukken niet eerder heeft overgelegd.

3.8. In zijn begeleidend schrijven bij het verzoekschrift van 23 mei 2011 meldt betrokkene dat hij bijgaand ontbindingsverzoek reeds eerder heeft toegezonden". Indien het bijgaande ontbindingsverzoek - waarmee betrokkene naar het oordeel van de kantonrechter aangeeft dat dit een gelijkluidend verzoekschrift is - reeds eerder, eind 2010, zou zijn toegezonden, dan wekt het bevreemding dat in dát verzoekschrift feiten worden gesteld die zich zouden hebben afgespeeld in 2011. Sub 11. van dat verzoekschrift meldt betrokkene dat op 1 maart 2011 is gebleken dat partijen er niet uitkomen en dat die constatering ertoe heeft geleid dat betrokkene daarna proceshandelingen heeft opgestart. Opvallend is óók dat in het beweerdelijk eerder ingediende verzoekschrift van 27 december 2010 als geboortedatum en leeftijd van [A] 22 januari 1972 (39 jaar) wordt vermeld, dit terwijl zij op dat moment geen 39, maar 38 jaar oud was.

3.9. Voor het oordeel dat betrokkene het verzoekschrift niet op of omstreeks 27 december 2010 ter griffie heeft ingediend, vindt de kantonrechter voorts steun in de omstandigheid dat gesteld noch gebleken is dat betrokkene na de beweerdelijke indiening contact heeft opgenomen met de griffie van de rechtbank over de verdere behandeling van de zaak. De wet (artikel 7:685 lid 6 BW) schrijft immers voor dat de behandeling niet later aanvangt dan in de vierde week volgende op die waarin het verzoekschrift is ingediend. Als, zoals betrokkene lijkt te willen bepleiten, het door hem (vermeend) ingediende verzoekschrift ter griffie in het ongerede zou zijn geraakt, had het alleszins voor de hand gelegen - en ook overigens van een professioneel handelende gemachtigde mogen worden verwacht - dat hij daarover contact had opgenomen met de griffie. Betrokkene heeft weliswaar aangevoerd dat hij telefonisch contact met de griffie heeft gehad over de behandeling van het destijds beweerdelijk ingediende verzoekschrift, maar heeft desgevraagd op geen enkele wijze weten te onderbouwen wanneer die contacten zouden hebben plaatsgevonden, met wie hij toen heeft gesproken en wat de precieze inhoud van die gesprekken is geweest. Betrokkene komt te dien aanzien niet verder dan "dat deze contacten uit zijn dossier blijken", welk dossier hij de kantonrechter desgevraagd niet kon tonen. Indien er telefonische contacten met de griffie zouden zijn geweest over de behandeling van de zaak, dan had het voor de hand gelegen dat betrokkene daarvan melding had gemaakt in zijn begeleidend schrijven van 23 mei 2011. Immers, daarin verwijt hij de rechtbank dat er niets gedaan is met het eerder ingediende verzoekschrift.

3.10. De indiening van een ontbindingsverzoekschrift op of omstreeks 27 december 2010 is te minder aannemelijk, nu de zoon van betrokkene in de mail aan Digitalis van 1 maart 2010 (hiervoor onder 2.2. geciteerd) rept over jegens Digitalis te treffen rechtsmaatregelen. Indien, zoals betrokkene stelt, reeds eerder een ontbindingsverzoekschrift door hem was ingediend, dan had het voor de hand gelegen dat hij daarvan ook melding had gemaakt in voornoemde mail. Deze mail kan niet anders worden geïnterpreteerd dan dat er toen in het geschil tussen [A] en Digitalis nog geen eerdere rechtsmaatregelen waren getroffen. Ook de mail van/namens betrokkene aan [A] van 23 mei 2010 biedt steun voor het oordeel dat er niet op of omstreeks 27 december 2010 een verzoekschrift door betrokkene is ingediend. Immers, in deze mail wordt niet gesproken over een eerder ingediend verzoekschrift, hetgeen logisch was geweest indien zulks wél had plaatsgevonden. Bovendien vermeldt het door betrokkene opgestelde verzoekschrift van 23 mei 2011 onder paragraaf 11:

11. Vanwege het uitblijven van een constructieve oplossing in deze kwestie heeft gemachtigde van [A] op 1 maart 2011 nog eenmaal een standpuntbepaling van partijen verzocht en ontvangen. Daaruit blijkt dat partijen er onderling niet uitkomen. Naar aanleiding van de constatering dat partijen er onderling niet uit komen heeft gemachtigde de proceshandelingen opgestart en thans het verzoek namens [A] ingediend. (cursiveringen ktr.)

Dit tekstfragment kan niet anders worden begrepen dan dat pas op 23 mei 2011 voor de eerste keer een verzoekschrift door betrokkene namens [A] is ingediend.

3.11. De kantonrechter kan in het licht van het vorenstaande redelijkerwijs tot geen andere conclusie komen dan dat betrokkene het volgens hem op of omstreeks 27 december 2010 ingediende verzoekschrift en het bijbehorende begeleidend schrijven destijds nimmer ter griffie heeft ingediend en dat, mede gelet op de kennelijke weigering van betrokkene om deze stukken desgevraagd in de ontbindingsprocedure te overleggen, tevens tot geen andere conclusie kan worden gekomen dan dat betrokkene deze stukken destijds niet daadwerkelijk heeft opgesteld en dat deze stukken slechts ten behoeve van deze weigeringsprocedure door hem (alsnog) zijn opgesteld.

3.12. Betrokkene heeft derhalve in strijd met de waarheid verklaard dat hij eerder een ontbindingsverzoek heeft ingediend en hij heeft zelfs niet heeft geschroomd om zich in deze weigeringsprocedure te bedienen van stukken ten aanzien waarvan geconcludeerd moet worden dat die niet, zoals betrokkene stelt, in december 2010 al waren opgesteld. Betrokkene heeft zich aldus verregaand onbetrouwbaar getoond jegens zowel de rechtbank als zijn voormalige cliënte [A]. Dit onbetrouwbaar handelen van betrokkene wordt nog eens versterkt door de omstandigheid dat hij bij herhaling de rechtbank in diskrediet heeft gebracht. Tegenover [A] meldt betrokkene immers - ten onrechte - dat de behandeling van het ontbindingsverzoek door toedoen van de rechtbank geruime tijd is uitgebleven, terwijl betrokkene ter zitting - eveneens ten onrechte - heeft verklaard dat de rechtbank de ontvangst van door haar van de zijde van betrokkene ontvangen stukken ontkent.

(ii) het zonder daartoe nog langer, althans voldoende, gemachtigd te zijn verrichten van een proceshandeling namens [A], met veronachtzaming van haar belangen,

3.13. [A] heeft ter gelegenheid van de behandeling van het ontbindingsverzoek verklaard dat zij het op 23 mei 2011 ingediende verzoekschrift niet heeft gezien, alvorens dit door betrokkene namens haar bij de rechtbank werd ingediend. Betrokkene heeft hiertegen aangevoerd dat het verzoekschrift met [A] is besproken en dat zij een exemplaar van het verzoekschrift heeft ontvangen. Desgevraagd heeft betrokkene ter zitting echter niet aannemelijk weten te maken wanneer dat zou zijn gebeurd. De kantonrechter ziet geen aanleiding om te twijfelen aan de verklaring van [A] op dit punt en zal er, bij gebreke van een voldoende gemotiveerd verweer van betrokkene, dan ook van uitgaan dat betrokkene het ontbindingsverzoek heeft ingediend, zonder dat [A] daarvan (inhoudelijk) op de hoogte was. Daarmee heeft betrokkene een proceshandeling namens [A] verricht met veronachtzaming van haar (gerechtvaardigde) belangen.

3.14. Naar het oordeel van de kantonrechter kan het faxbericht van 14 juli 2011 (hiervoor onder 2.9.) geciteerd) niet anders worden begrepen dan dat betrokkene zich daarbij op verzoek van [A] onvoorwaardelijk heeft teruggetrokken als gemachtigde van [A]. Betrokkene verzoekt in vervolg daarop immers ook om de kwestie verder buiten hem om te regelen. Ter zitting heeft betrokkene verklaard dat hij zich voorwaardelijk heeft teruggetrokken, met als voorwaarde dat [A] voor de betaling van het griffierecht zorg zou dragen. Dat valt echter niet uit genoemd faxbericht op te maken. Het gaat betrokkene in dat bericht er ten aanzien van dat griffierecht om dat (ook) deze kwestie verder buiten hem om gaat. Dit staat los van de terugtrekking als gemachtigde. De stelling van betrokkene valt ook niet goed te rijmen met de mail van betrokkene aan [A] van 27 juli 2011, waarin hij stelt zich op haar verzoek te hebben teruggetrokken als gemachtigde en waaraan niet de voorwaarde van betaling van het griffierecht door [A] wordt gesteld.

3.15. Ondanks het feit dat betrokkene vanaf medio juli niet meer de gemachtigde was van [A] - en derhalve niet meer bevoegd was om namens haar op te treden - heeft betrokkene bij brief van 1 augustus 2011 de kantonrechter verzocht om aanhouding van de mondelinge behandeling omdat hij geen contact met [A] kon krijgen. Ter gelegenheid van de mondelinge behandeling heeft [A] verklaard dat zij geen verzoek(en) van betrokkene heeft gehad om contact op te nemen en dat betrokkene ten tijde van de indiening van het verzoek om aanhouding haar gemachtigde niet meer was.

3.16. Conclusie is dan ook dat betrokkene op 1 augustus 2011, zonder daartoe nog langer gemachtigd te zijn, een processuele handeling namens [A] heeft verricht. Daarmee heeft betrokkene evident gehandeld in strijd met de belangen van [A]. Betrokkene is ook niet eenduidig in zijn verklaringen omtrent zijn onttrekking als gemachtigde. In zijn onttrekkingsbericht aan [A] van 27 juli 2011 rept hij immers niet over een voorwaardelijke terugtrekking, zoals hij dat ter zitting wel heeft gedaan.

(iii) het in gebreke blijven met het voldoen van het verschuldigde griffierecht binnen de daarvoor geldende termijn van vier weken na indiening van het verzoekschrift, waarmee betrokkene niet heeft gehandeld zoals van een zorgvuldig handelend gemachtigde mag worden verwacht.

3.17. Vast staat dat betrokkene als (inmiddels voormalig) gemachtigde van [A], in strijd met artikel 3 lid 2 en 4 jo. artikel 28 WGBZ tot op heden in gebreke is gebleven met het voldoen van het griffierecht binnen de daarvoor geldende termijn van vier weken na indiening van het verzoekschrift. Betrokkene blijft daarvoor echter zelf verantwoordelijk. Hij kan deze kwestie niet zo maar afwentelen op de opvolgend gemachtigde van [A]. Het had op de weg van betrokkene - als zorgvuldig handelend procesvertegenwoordiger - gelegen om zich over de kwestie van de betaling van het griffierecht te verstaan met de nieuwe gemachtigde van [A].

3.18. Gelet op het voorgaande heeft betrokkene niet gehandeld zoals van een zorgvuldig handelend gemachtigde mocht worden verwacht, waarmee de betrokkene de gerechtvaardigde belangen van [A] evident heeft geschaad.

Slotsom

3.19. De kantonrechter is van oordeel dat tegen de achtergrond van al hetgeen hiervoor is overwogen, gelet op de aard en ernst van de betrokkene te maken verwijten, aanleiding bestaat om betrokkene voor de duur van drie maanden, ingaande 1 oktober 2011, te weigeren als gemachtigde bij (alle locaties van) de sector kanton van deze rechtbank.

Beslissing?

De kantonrechter:

weigert bijstand en vertegenwoordiging door betrokkene in zaken bij (alle locaties van) de sector kanton van de rechtbank Leeuwarden voor de duur van drie maanden, ingaande 1 oktober 2011.

Aldus gegeven te Leeuwarden en in het openbaar uitgesproken op 29 augustus 2011 door

mr. J.C.G. Leijten, kantonrechter, in tegenwoordigheid van de griffier.

c 119