Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLEE:2011:BR5327

Instantie
Rechtbank Leeuwarden
Datum uitspraak
02-08-2011
Datum publicatie
18-08-2011
Zaaknummer
347734 \ CV EXPL 11-1733
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Vordering betaling levering van gas (en elektriciteit) afgewezen. Gelet op de grote discrepantie tussen het normale gasverbruik en het in rekening gebrachte verbruik, kan NEM in redelijkheid het gevorderde bedrag niet bij [gedaagde] in rekening brengen, nu zij niet heeft aangetoond dat de in rekening gebrachte hoeveelheid gas daadwerkelijk in voormelde periode is geleverd, noch dat er sprake is geweest van een reële schatting van de meterstanden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LEEUWARDEN

Sector kanton

Locatie Leeuwarden

zaak-/rolnummer: 347734 \ CV EXPL 11-1733

vonnis van de kantonrechter d.d. 2 augustus 2011

inzake

De besloten vennootschap De Nederlandse Energie Maatschappij B.V.,

hierna te noemen: NEM,

gevestigd te Rotterdam,

eiseres,

gemachtigde: Vesting Finance Incasso B.V.,

tegen

[gedaagde],

hierna te noemen: [gedaagde],

wonende te [woonplaats],

gedaagde,

gemachtigde: mr. D.A. Westra.

Procesverloop

1. Op de bij dagvaarding vermelde gronden heeft NEM gevorderd om [gedaagde] te veroordelen tot betaling van € 752,61 met rente en kosten.

[gedaagde] heeft bij antwoord de vordering betwist.

Na repliek en dupliek is vonnis bepaald op de stukken, waarvan de inhoud als hier ingelast geldt.

Door NEM en [gedaagde] zijn producties in het geding gebracht.

Motivering

De vaststaande feiten

2. Als gesteld en erkend, dan wel als niet of onvoldoende weersproken, alsmede op grond van de in zoverre onbetwiste inhoud der overgelegde producties staat het volgende vast.

2.1. Op 22 februari 2010 is tussen NEM en [gedaagde] mondeling een overeenkomst gesloten voor de levering van gas (en elektriciteit). NEM heeft op grond van deze overeenkomst over de periode 2 april 2010 tot en met 4 juni 2010 gas geleverd aan [gedaagde], althans ten behoeve van het appartement aan de [adres] te [woonplaats]. NEM heeft [gedaagde] hiervoor drie voorschotnota's van € 64,- gestuurd. Per 4 juni 2010 heeft NEM de overeenkomst beëindigd wegens het uitblijven van betaling. Zij heeft [gedaagde] toen een eindafrekening gestuurd van € 595,71, inclusief een boete wegens het voortijdig beëindigen van de overeenkomst.

2.2. Volgens de eindafrekening bedraagt het gasverbruik over de periode 2 april 2010 tot en met 4 juni 2010 1.027 m3.

2.3. [gedaagde] heeft een bedrag van € 151,- voldaan. Voor het overige heeft ze de facturen ondanks aanmaningen onbetaald gelaten.

De vordering

3.1. NEM vordert betaling een bedrag van € 586,71, te vermeerderen met wettelijke rente (tot en met 8 februari 2011 berekend op € 15,90) en buitengerechtelijke incassokosten (ad € 150,-). Voor zover het gevorderde factuurbedrag ziet op aanmaankosten van € 2,00 heeft NEM aangevoerd dat ze genoodzaakt was aanmaningen te sturen. Voor zover het gevorderde bedrag ziet op boete beëindiging contract, heeft NEM aangevoerd dat ze deze kosten vordert op basis van de productvoorwaarden.

3.2. NEM betwist dat [gedaagde] de overeenkomst telefonisch heeft opgezegd. Voorts wijst NEM er op dat op grond van de algemene voorwaarden de overeenkomst schriftelijk opgezegd diende te worden met een opzegtermijn van 30 dagen.

3.3. Voorts betwist NEM dat de eindafrekening niet zou kloppen. Volgens NEM klopt het door haar in rekening gebrachte verbruik van gas. Ter onderbouwing van die stelling heeft zij een kopie van het EDSN-register in het geding gebracht. Volgens NEM is hierop te zien wat de feitelijke levering van gas is geweest.

Het verweer

4.1. [gedaagde] betwist de toepasselijkheid van de algemene voorwaarden en stelt dat zij niet verplicht was schriftelijk op te zeggen. Zij heeft begin april 2010 de overeenkomst met NEM telefonisch opgezegd per 28 april 2010 in verband met haar verhuizing per die datum naar een appartement waarbij de servicekosten in de huur waren begrepen. Het termijnbedrag over de maand april 2010 van € 101,- heeft ze voldaan. Later heeft ze - onder protest - nog een bedrag van € 50,- voldaan. De overige bedragen is ze niet verschuldigd, nu ze de overeenkomst per 28 april 2010 heeft opgezegd.

4.2. Daarnaast heeft [gedaagde] aangevoerd dat de eindafrekening niet kan kloppen. Volgens de eindafrekening zou ze over de periode van 2 april 2010 tot en met 4 juni 2010 1.027 m3 gas hebben verbruikt. Dit kan niet kloppen, nu het om een appartement gaat van 33 m2, ze er sinds 28 april 2010 niet meer woont en haar eindafrekening van NUON over de voorafgaande periode van acht maanden 386 m3 bedroeg. De door de netbeheerder verstrekte meterstanden zijn door NEM zelf geschatte meterstanden die bij de netbeheerder geregistreerd staan. Dit geldt eveneens voor het EDSN-register.

4.3. Tot slot betwist [gedaagde] de verschuldigdheid van de in rekening gebrachte bijkomende kosten en de gevorderde wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten. De door NEM gehanteerde algemene voorwaarden en productvoorwaarden zijn niet van toepassing, nu ze bij het sluiten van de mondelinge overeenkomst niet van toepassing zijn verklaard. Voor het geval ze wel van toepassing zijn, roept [gedaagde] de vernietigbaarheid van de desbetreffende bepalingen in.

De beoordeling van het geschil

5.1. In het midden kan worden gelaten of [gedaagde] al dan niet mondeling of telefonisch de overeenkomst op kon zeggen. NEM betwist namelijk de telefonische opzegging. Daarmee rust de bewijslast van die opzegging op [gedaagde]. Ze heeft hiervan echter geen bewijs aangeboden, zodat de kantonrechter ervan uit dient te gaan dat deze opzegging niet heeft plaatsgevonden.

5.2. In de onderhavige zaak gaat het in hoofdsom om de kosten voor gasverbruik en bijkomende kosten

5.2.1. NEM vordert betaling van 1.027 m3 gas, daartoe stellende dat zij dit feitelijk aan [gedaagde], althans ten behoeve van het adres [adres] te [woonplaats] heeft geleverd. De kantonrechter is met [gedaagde] van oordeel dat dit een buitensporig hoog verbruik is en in geen verhouding staat tot het verbruik over voorgaande perioden. De vijf voorgaande jaren leveren vanaf 2004 een gemiddeld jaarverbruik op van nog geen 700 m3, zo blijkt uit het door NEM overgelegde meetregister. Indien NEM vervolgens stelt dat zij in 2 maanden tijd 1.027 m3 ten behoeve van het adres [adres] te [woonplaats] heeft geleverd, dan dient zij dit wel aannemelijk te maken. NEM baseert zich weliswaar op het EDSN-register, doch zij geeft geen toelichting op welke wijze de hier geregistreerde gegevens tot stand zijn gekomen. [gedaagde] heeft aangevoerd dat het om geschatte meterstanden gaat. Deze stelling wordt ondersteund door de door NEM overgelegde productie 7, waarin opgenomen een e-mailbericht van 5 oktober 2010, waarin wordt aangegeven dat de (eind)standen zijn geschat.

Gelet op de grote discrepantie tussen het normale gasverbruik en het in rekening gebrachte verbruik, is de kantonrechter van oordeel dat NEM in redelijkheid dit bedrag niet bij [gedaagde] in rekening kan brengen, nu zij niet heeft aangetoond dat de in rekening gebrachte hoeveelheid gas daadwerkelijk in voormelde periode is geleverd, noch dat er sprake is geweest van een reële schatting van de meterstanden.

5.2.2. Ten aanzien van de bijkomende kosten overweegt de kantonrechter als volgt.

NEM vordert een bedrag van € 2,00 voor, zo blijkt uit de eindafrekening, "nieuw acceptgiro". NEM heeft echter naar het oordeel van de kantonrechter niet duidelijk gemaakt op grond waarvan [gedaagde] deze kosten - naast de op de eindafrekening vermelde aanmaankosten - verschuldigd is.

Ook de door NEM gevorderde boete zal worden afgewezen. NEM vordert deze boete op grond van de productvoorwaarden, doch zij heeft niet nader onderbouwd waarom deze voorwaarden op de mondeling gesloten overeenkomst van toepassing moeten worden geacht. [gedaagde] heeft de toepasselijkheid hiervan betwist.

5.3. De kantonrechter komt op grond van het bovenstaande tot het eindoordeel dat de vordering van NEM dient te worden afgewezen. NEM zal als de in het ongelijk te stellen partij worden veroordeeld in de proceskosten.

Beslissing

De kantonrechter:

wijst de vordering van NEM af;

veroordeelt NEM in de kosten van deze procedure, tot op heden aan de zijde van [gedaagde] begroot op € 200,- wegens salaris.

Aldus gewezen door mr. J.E. Biesma, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 2 augustus 2011 in tegenwoordigheid van de griffier.

c 41