Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLEE:2011:BR3449

Instantie
Rechtbank Leeuwarden
Datum uitspraak
27-07-2011
Datum publicatie
29-07-2011
Zaaknummer
322664 \ CV EXPL 10-3387
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Arbeidszaak: toepasbaarheid van artikel 7:658 (lid 4) BW in de verhouding tussen een zorginstelling en haar cliënt.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 7
Burgerlijk Wetboek Boek 7 400
Burgerlijk Wetboek Boek 7 658
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JA 2011/166
AR-Updates.nl 2011-0615
RAR 2011/142

Uitspraak

RECHTBANK LEEUWARDEN

Sector kanton

Locatie Heerenveen

zaak-/rolnummer: 322664 \ CV EXPL 10-3387

vonnis van de kantonrechter d.d. 27 juli 2011

inzake

[vader] en [moeder], in hun hoedanigheid van curator(en) over hun dochter [X],

hierna gezamenlijk te noemen: de curatoren,

wonende te [woonplaats],

eisers,

gemachtigde: mr. L.H. Poortman-de Boer,

tegen

de stichting

Stichting Talant,

hierna te noemen: Talant,

gevestigd te Heerenveen,

gedaagde,

gemachtigde: mr. H.M. Kruitwagen.

Het verdere procesverloop

1. Bij incidenteel tussenvonnis van 22 september 2010 is aan Talant verlof verleend

om [Y], alsmede diens eventuele bewindvoerder of curator in vrijwaring te

doen dagvaarden. Deze oproeping in vrijwaring heeft vervolgens niet plaatsgehad.

Talant heeft bij antwoord de vordering betwist.

Na repliek, dupliek en een akte van de curatoren is vonnis bepaald op de stukken van het geding, waarvan de inhoud als hier ingelast geldt.

Door de curatoren en Talant zijn producties in het geding gebracht.

Motivering

De vaststaande feiten

2. Als gesteld en erkend, dan wel als niet of onvoldoende weersproken, alsmede op grond van de in zoverre onbetwiste inhoud der overgelegde producties staat het volgende vast.

2.1. Talant is een organisatie die zorg en ondersteuning biedt aan mensen met een beperking op het gebied van wonen, werken en leren en onder meer zorg draagt voor dagbesteding voor die groep mensen. Het doel van Talant is om mensen met een beperking in staat te stellen om deel te nemen aan de samenleving.

2.2. Cliënten van Talant worden vooraf geïndiceerd via het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ). Er vindt een intake plaats door een plaatsingsmedewerker die onderzoekt wat mogelijk is. Uit de indicatie moet blijken welke beperkingen zich voordoen en naar aanleiding daarvan wordt een ondersteuningsplan geschreven, nadat de cliënt van de plaatsingsmedewerker is overgedragen aan een locatie van Talant. Op de locatie wordt uiteindelijk (feitelijk) uitvoering gegeven aan het ondersteuningsplan. Financiering van de zorg en ondersteuning vindt plaats via de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (hierna te noemen: AWBZ).

2.3. De curatoren zijn de vader en moeder van [X] (hierna te noemen: [X]). [X], geboren op [datum], lijdt aan het Down Syndroom. Zij woont thuis bij haar ouders. [X] is matig verstandelijk beperkt en heeft een IQ van 58.

2.4. De curatoren exploiteren - in de (rechts)vorm van een vennootschap onder firma - een markthandel in noten, zuidvruchten en aanverwante artikelen. De curatoren zijn de (enige) vennoten van deze VOF.

2.5. [X] is op 5 september 2005 voor dagbesteding in zorg genomen door Talant. Financiering hiervan vond plaats in de vorm van zorg in natura. Ten behoeve van de dagbesteding van [X] is door Talant een ondersteuningsplan opgesteld. De activiteiten die [X] bij Talant uitvoerde, zagen op eenvoudig montagewerk en het vullen van doosjes met schroeven. Deze activiteiten werden verricht binnen van te voren afgesproken tijden, te weten van 09.00 tot 15.15 uur, in het Montage Centrum van Talant te [locatie]. [X] was 4,5 dagen per week aanwezig. Zij ontving geen loon van Talant voor de door haar verrichte activiteiten.

2.6. Afhankelijk van het aantal cliënten dat op een dag(deel) aanwezig is, varieert de personeelsbezetting van Talant op het Montage Centrum tussen de twee en vier begeleiders. Per werkruimte is (in beginsel) altijd toezicht aanwezig. Er is geen sprake van een 1-op-1 begeleiding van cliënten. Cliënten worden wel eens alleen gelaten.

2.7. Talant hanteert voor haar cliënten die activiteiten verrichten in het Montage Centrum huisregels, die aan cliënten worden uitgereikt. In deze huisregels staat onder meer vermeld:

"(…) De huisregels zijn opgesteld om het verblijf op het Montage Centrum [locatie] zo prettig mogelijk te maken. Omdat het niet eenvoudig is om met verschillende mensen samen te werken, verwachten we dat iedereen op een respectvolle manier met elkaar omgaat. Dit houdt onder andere in dat lichamelijk geweld, ongewenste intimiteiten en grof taalgebruik niet zijn toegestaan. (…)"

2.8. Talant heeft in maart 2005 een beleidsplan 'Seksualiteit is heel gewoon' opgesteld dat beleidsuitgangspunten bevat met betrekking tot het omgaan met seksualiteit binnen Talant, meer in het bijzonder voor ondersteuning van cliënten op het gebied van seksualiteit en relaties. In dit beleidsplan staat onder meer vermeld:

"(…) Ad 2. In geval van (een vermoeden van) seksueel misbruik en seksuele intimidatie (tussen cliënten onderling, tussen cliënt en werknemer van Talant dan wel tussen een cliënt van Talant en iemand 'van buiten') volgt Talant de hiertoe opgestelde protocollen die op intranet (komen te) staan. Elke manager

- die in dit traject taken heeft m.b.t het bewaken en coördineren van een zorgvuldige procesgang - beschikt daarnaast over een uitgebreide toelichting op de protocollen.

(…)

Afspraken in geval van seksuele intimidatie en seksueel misbruik

In geval van seksuele intimidatie en seksueel misbruik gelden binnen Talant de volgende afspraken:

* medewerkers en vrijwilligers zijn verplicht iedere vorm van seksuele intimidatie en seksueel misbruik of vermoeden hiervan te melden;

* seksueel misbruik moet stoppen;

* van een strafbaar feit doet Talant altijd melding bij de politie, afdeling Jeugd- en Zedenzaken;

Bij voorkeur doen we ook aangifte, als de (vermeende) dader iemand is met een verstandelijke beperking die verantwoordelijk gesteld kan worden voor zijn/haar daden.

* degene die als eerste de melding krijgt, doet geen belofte van geheimhouding, met uitzondering van de vertrouwenspersoon;

* het slachtoffer doet niet vaker dan nodig zijn/haar verhaal bij verschillende personen;

* wanneer een medewerker verdacht wordt van seksueel misbruik van een cliënt, dan wordt deze medewerker gedurende het onderzoek op non-actief gesteld.

Na melding van een (vermoeden van) seksueel misbruik volgt Talant het protocol seksueel misbruik. Daarnaast is de Gedragscode Medewerkers Talant, 3. Bejegening, van toepassing (nog niet formeel goedgekeurd). Zowel het protocol seksueel misbruik als de Gedragscode Medewerkers zijn te vinden op het intranet. (…)"

2.9. In vervolg hierop heeft Talant in juni 2005 een protocol seksueel misbruik cliënt, procedure voor medewerkers van Talant, opgesteld. Doel van dit protocol is het op accurate wijze handelen bij constatering of vermoeden van seksueel misbruik van een cliënt.

2.10. Op enig moment omstreeks medio 2008 heeft [X] vanaf het Montage Centrum naar huis (lees: de curatoren) gebeld met de mededeling "hij zit aan mij". Tijdens de zomervakantie merkten de curatoren vervolgens een gedragsverandering bij [X], naar aanleiding waarvan de curatoren contact opgenomen hebben met Talant met de vraag of er wellicht iets gebeurd was.

2.11. Naar aanleiding van voornoemde melding van de curatoren heeft Talant een onderzoek ingesteld. In dat kader is door mevr. [aandachtsfunctionaris], aandachtsfunctionaris seksualiteit en GZ-psycholoog bij Talant, op 25 augustus 2008 een taxatiegesprek gevoerd met [X]. In het daarvan opgemaakte verslag staat onder meer vermeld:

"Aanleiding:

Curatoren geven aan naar begeleiding van het werk dat [X] sinds een aantal weken anders is dan anders: ze voelt zich niet goed, wordt snel boos, is niet meer vrolijk, ze praat vreemd, wil thuis niet eten (is meerdere kilo's afgevallen), wil niet haar handen en voeten gebruiken, ze loopt vreemd, ze is enige tijd onzindelijk geweest. [X] noemt hierbij het woord neuken en de naam van X. Ze wil niet eerder weer werken als dat ze met X. heeft gepraat. [X] schrijft altijd korte verhaaltjes: haar schrijven is nu chaotisch, losse woorden door elkaar op papier. Moeder geeft aan dat [X] vermoedelijk wat gezien heeft, wat ze niet kan plaatsen.

Vraagstelling:

In een gesprek proberen te achterhalen wat er gebeurd is. Op grond hiervan advisering omtrent vervolg.

(…)

Conclusies

Hoewel [X] een verhaal niet helemaal consistent kan vertellen, het besef van tijd en eenheden beperkt is en niet altijd adequaat reageert op vragen ook vanwege haar fantasie lijkt haar verhaal over het gebeuren met X. in essentie wel consistent. Bij navragen over verdere details is het moeilijker consistente gegevens te verkrijgen. Hiermee lijkt het vermoeden van seksueel misbruik bevestigd.

(…)

* De signalen die [X] laat zien verwijzen naar seksueel misbruik. Deze signalen zijn ernstig te noemen en duiden op een traumatische ervaring die ze niet/moeilijk weg kan zetten. Hier heeft ze hulp bij nodig.

Aanbevelingen:

* [X] zal zeker hulp nodig hebben om haar belevingen (waarbij het niet meer relevant is wat wel en niet is gebeurd) weg te zetten (behandeling bij de Swaai).

(…)

* Voor [X] is het verder van belang dat het gewone leven weer opgepakt wordt: voor haar betekent dit dat ze X. niet tegenkomt in haar werk. Dit geeft haar angst en zal voor haar te onveilig zijn. (…)

2.12. Talant heeft bij de Inspectie voor de Gezondheidszorg een melding gedaan van (een vermoeden van) seksueel misbruik tussen cliënten en derden (niet hulpverlener zijnde). In deze melding staat onder meer vermeld:

"(…)

- Omschrijving van het seksueel misbruik.

Volgens de verklaring van [X] heeft de mannelijke cliënt [Y] haar meermalen afzonderlijk meegenomen naar een rustige plek in het Montagecentrum. Op deze rustige plek heeft hij haar betast. Met zijn kruis tegen haar achterste gewreven. Hierbij heeft hij zijn geslacht ontbloot. Tevens heeft hij getracht te zoenen met haar. Volgens [X] zou [Y] haar hierbij in het gezicht hebben geslagen. [X] heeft haar kleding aangehouden.

- Datum, plaats en tijd van het incident.

In de periode voor 21 juli 2008. Cliënte was toen nl erg overstuur geweest in het busje. En had het over [Y]. Een andere moeder heeft haar getroost, maar heeft verder geen melding gemaakt. De plaats waar dit afgespeeld heeft is een rustige ruimte (groep 3) van het montagecentrum.

(…)

- Zijn er psychische gevolgen bij het slachtoffer?

Er zijn psychische gevolgen bij cliënte. Gedragsverandering. O.a. bij het werk zich onder de tafel verstoppen, onzindelijk gedrag, huilen, schreeuwen, halfzijdige verlamming voorwenden, epileptische aanval voorwenden.

(…)

- Tot welke aanpassing van de begeleiding van cliënt heeft het incident geleid?

Mannelijke cliënt [Y] is overgeplaatst naar een andere werklocatie. Begeleidingsadviezen van "de Swaai" zullen aan personeel worden verteld en worden opgevolgd. Tevens zal er een gesprek tussen verwanten en begeleiding plaatsvinden.

(…)"

2.13. Na de gebeurtenissen is [X] geruime tijd - van juli 2008 tot mei 2009 - niet meer op het montagecentrum aanwezig geweest voor dagbesteding. Gedurende deze periode verbleef zij volledig bij haar curatoren.

2.14. Op uitdrukkelijk verzoek van de curatoren heeft Talant geen aangifte gedaan tegen [Y] voornoemd, die - net zoals [X] - het Down Syndroom heeft.

2.15. Bij beschikking van 29 oktober 2008 heeft de kantonrechter te Heerenveen op verzoek van van [vader] en [moeder] [X] onder curatele gesteld wegens een geestelijke stoornis, met benoeming van [vader] en [moeder] tot curatoren.

2.16. Talant is vanaf 2008 gestart met het aanbieden van contracten voor zorg en ondersteuning aan "zorg-in-natura-cliënten". Aangezien de onderhavige kwestie toen al speelde tussen Talant en de curatoren, is besloten om op dat moment niet in gesprek te gaan over het aanbieden van een zodanig contract ten behoeve van [X].

2.17. De Inspecteur voor de Gezondheidszorg heeft bij brief van 21 januari 2009 aan Talant medegedeeld dat hij naar aanleiding van de gedane melding van mening is dat zorgvuldig is gehandeld in de richting van zowel de betrokken cliënten als de ouders. Ook de medewerkers krijgen, aldus de Inspecteur, zo nodig begeleiding en scholing en worden op die manier in staat gesteld van deze incidenten te leren. Met deze brief heeft de Inspecteur de behandeling van de melding afgesloten.

2.18. In het voorjaar van 2009 hebben er diverse gesprekken plaatsgevonden over de terugkeer van [X] naar de dagbesteding. Uiteindelijk is op 14 mei 2009 overeenstemming bereikt over een plan van terugkeer ten behoeve van [X]. Hierna is overgegaan tot de uitvoering van dit plan en is [X] weer aanwezig geweest op het Montage Centrum.

Voorts is er voor [X] een behandeltraject ingezet bij "De Swaai", onderdeel van Talant.

2.19. Na enkele maanden hebben de curatoren in november 2009 de zorg (dagbesteding) van [X] bij Talant definitief beëindigd. Nadien is [X] niet meer bij Talant geweest voor dagbesteding.

2.20. Bij brief van 22 december 2009 heeft de advocaat van de curatoren Talant aansprakelijk gesteld voor de schade die zijzelf en [X] hebben geleden ten gevolge van onzorgvuldig handelen van Talant.

2.21. [X] staat vanaf december 2009 onder (regelmatige) behandeling van de GZ-psycholoog drs. Torenbeek.

Het standpunt van de curatoren

3.1. De curatoren leggen aan de vorderingen ten grondslag dat Talant aansprakelijk is voor - zo volgt uit het petitum - de schade die [X] heeft geleden als gevolg van het seksueel misbruik dat [X] is overkomen tijdens de werkzaamheden die zij verrichtte in het kader van de door Talant verzorgde dagbesteding. Er is naar de mening van de curatoren sprake van een overeenkomst van opdracht, krachtens welke Talant als opdrachtgever op grond van artikel 7:658 lid 4 BW aansprakelijk is voor de schade die [X] als opdrachtnemer heeft geleden door het seksueel misbruik op de werkvloer. Tevens is Talant jegens [X] voor deze schade aansprakelijk op grond van onrechtmatige daad op de voet van artikel 6:162 BW.

3.2. Talant heeft volgens de curatoren nagelaten om (voldoende) aandacht te besteden aan het voorkomen van seksuele intimiteiten op de werkvloer, waarmee zij tekortgeschoten is in de op haar rustende zorgplicht jegens [X]. De curatoren voeren daartoe aan dat het een feit van algemene bekendheid is dat medewerkers in de sociale werkvoorziening een kwetsbare groep vormen en dat met name vrouwen veelvuldig slachtoffer zijn van seksuele intimidatie. Volgens de arbeidsinspectie dient de werkgever in de sociale werkvoorziening zorg te dragen voor consequent toezicht qua gedrag alsmede op de werkplek. De werkgever dient regelmatig na te gaan of dit toezicht functioneert. Naar de mening van de curatoren is Talant tekortgeschoten in het ontwikkelen van beleid/maatregelen om seksuele intimidatie te voorkomen. Voor zover dit beleid er wel is, is Talant in gebreke gebleven bij de naleving daarvan. Het toezicht op de werkplek en op de collegamedewerkers van [X] was in dit geval onvoldoende. [X] is daardoor gedurende een langere periode slachtoffer geweest van seksuele intimidatie op de werkvloer. Bij een en ander dient ook te worden bedacht dat de kans op seksueel grensoverschrijdend gedrag bij mensen met een verstandelijke handicap groot is. Talant had signalen van [X] die duidden op seksuele intimidatie (eerder) dienen op te pikken. Ook is Talant in gebreke gebleven met adequate nazorg na de seksuele intimidatie, aldus de curatoren. Volgens Talant was therapie voor [X] niet noodzakelijk en kon zij die ook niet bieden, dit terwijl [X]'s behandelend psycholoog Torenbeek van mening is dat langdurige en intensieve therapie is vereist.

3.3. [X] heeft schade geleden als gevolg van het tekortschieten van Talant in de naleving van de op haar rustende zorgplicht, welke schade door Talant dient te worden vergoed. Deze schade bestaat uit de volgende componenten:

a. immateriële schade: [X] heeft immateriële schade geleden, hierin bestaande dat zij na de seksuele intimidatie niet meer "de oude [X]" was. Voorheen was [X] vrolijk en ging zij met plezier naar haar werk, maar nadien is zij volledig uit het lood geslagen. Volgens de curatoren is [X] niet meer te herkennen en hebben zij, als het ware, een andere dochter teruggekregen. Of [X] ooit weer "de oude [X]" wordt, is maar zeer de vraag. Bovendien is het een feit van algemene bekendheid dat slachtoffers van seksueel misbruik vaak langdurig gebukt gaan onder de gevolgen daarvan. Zulks klemt in dit geval te meer, nu [X] een jonge, kwetsbare vrouw is met een verstandelijke beperking. De curatoren stellen de door [X] geleden immateriële schade op een bedrag van € 7.500,- vermeerderd met rente.

b. materiële schade: [X] heeft op drieërlei wijze materiële schade geleden, en wel als volgt:

1. verzorgingsschade: de curatoren, en dan met name [moeder], hebben [X] vanaf 1 juli 2008 tot en met medio augustus 2009 en vanaf 9 november 2009 tot heden thuis intensief begeleid en verzorgd. [X] kan aanspraak maken op vergoeding van de uren gedurende welke haar moeder haar heeft verzorgd. De curatoren zijn in het bezit van een marktkraam in noten, zuidvruchten en aanverwante artikelen. Normaal gesproken had de zorg over [X] aan professionals kunnen worden uitbesteed, maar nu [X] gehandicapt is en na de seksuele intimidatie daarenboven getraumatiseerd was, was externe hulp uitgesloten. Het was onverantwoord om [X] weer uit handen te geven aan derden. Het is thans nog ongewis op welk moment [X] weer aan externe hulp kan worden toevertrouwd. Tot die tijd dient [X] te worden verzorgd door haar curatoren. [X] wordt thans 15 uur per dag verzorgd door haar curatoren, zonder alleen gelaten te kunnen worden. Berekend over de periode tot en met 30 juni 2010 vorderen de curatoren betaling van in totaal 644 dagen x 15 uur x € 10,00 = € 96.600,-, vermeerderd met rente. Voorts vorderen zij dat de zaak wordt verwezen naar een schadestaatprocedure om onder meer de schadepost mantelzorg/verzorging op te maken voor de periode vanaf 1 juli 2010.

2. vervoerskosten: de curatoren hebben kosten moeten maken om [X] naar behandelaars te vervoeren. Zo hebben de curatoren 42 keer met [X] de polikliniek van De Swaai in Beetsterzwaag bezocht (v.v.) en hebben zij 11 keer met [X] haar psycholoog Torenbeek in Leeuwarden bezocht (v.v.). In totaal zijn er (462 + 574,20 =) 1.036,20 kilometers gemaakt, hetgeen - uitgaande van € 0,24 vergoeding per kilometer een kostenpost oplevert van € 248,69;

3. kosten rechtsbijstand: er zijn buitengerechtelijke incassokosten gemaakt, die op de voet van artikel 6:96 BW voor vergoeding in aanmerking komen. Deze schade wordt door de curatoren op een bedrag van € 2.709,58 gesteld.

Het standpunt van Talant

4.1. Talant voert allereerst aan dat artikel 7:658 lid 1 jo. lid 2 BW geen grondslag kan bieden voor de gestelde aansprakelijkheid. Er is geen sprake van een arbeidsrechtelijke werkgever-werknemer relatie tussen Talant en [X], maar van een verhouding tussen een zorgverlener en een cliënt. Door [X] werden ook geen werkzaamheden verricht die passen binnen de bedrijfsomschrijving van Talant. Integendeel, op basis van een zorgcontract vond er dagbesteding plaats. [X] ontving ook geen beloning voor de verrichte activiteiten. De dagbesteding wordt vergoed vanuit de AWBZ. Tegen deze achtergrond kan de aansprakelijkheid van Talant evenmin op het 4e lid van artikel 7:658 BW worden gebaseerd.

4.2. Talant stelt voorts dat de exacte toedracht van de seksuele intimidatie onduidelijk is. Tot op heden is niet precies bekend wat er is voorgevallen en binnen welk tijdsbestek een en ander moet worden geplaatst en dan met name niet of er gedurende een langere periode sprake is geweest van seksueel misbruik. Zolang niet vast staat wat er precies is gebeurd, kan van Talant niet worden gevergd dat zij aantoont dat zij er alles aan heeft gedaan om een situatie als de onderhavige te voorkomen.

4.3. Talant wijst er verder op dat artikel 7:658 BW geen risicoaansprakelijkheid met zich brengt. Het enkele feit van seksueel misbruik brengt nog niet met zich dat Talant daarvoor op de voet van dit wetsartikel aansprakelijk is. De zorgplicht van Talant is beperkt tot datgene wat redelijkerwijs noodzakelijk is om het oplopen van schade te voorkomen. Talant voerde reeds vóór alsook in 2008 een actief beleid op het gebied van (het voorkomen van) seksuele intimidatie/misbruik. In de huisregels voor cliënten staat uitdrukkelijk omschreven dat ongewenste intimiteiten niet zijn toegestaan, en er is per werkruimte altijd (voldoende) toezicht aanwezig op de cliënten. Verdergaand toezicht was niet nodig. Cliënten worden meteen aangesproken indien zij anderen ongewenst bejegenen en zulke incidenten worden gerapporteerd. Daarnaast had en heeft Talant een protocol waarin omschreven staat hoe te handelen in geval van seksuele intimidatie/misbruik. In 2008 was dit protocol al van kracht en haar medewerkers waren daarvan op de hoogte, aldus Talant. Talant heeft vóór de melding van de curatoren van [X] van augustus 2008 geen signalen opgevangen waaruit kon blijken dat er "iets" aan de hand was met [X]. Talant heeft direct na melding van het vermoeden dat er iets met [X] was voorgevallen voornoemd protocol in werking gesteld en aan de hand daarvan onderzoek verricht. De kwestie is ook gemeld bij de politie en de Inspectie voor de Gezondheidszorg. Ook is aan de hand van het protocol gewerkt aan de terugkeer van [X] naar het Montage Centrum, is er een behandeltraject ingezet bij "De Swaai" en is aan [X] professionele hulp geadviseerd en aangeboden. Van de kant van de curatoren is te kennen gegeven dat men daarop geen prijs stelde. Volgens Talant valt niet in te zien welke nadere, redelijkerwijs te vergen, maatregelen zij had moeten nemen om het onderhavige gebeuren te voorkomen. Het is ook maar de vraag of nadere maatregelen daarbij hadden geholpen.

4.4. Ten aanzien van de door de curatoren gevorderde schadevergoeding stelt Talant het volgende. De psycholoog van Talant heeft na het gebeuren geadviseerd dat het van belang was dat [X] het gewone leven weer oppakte. De curatoren hebben evenwel besloten om [X] geruime tijd thuis te houden van de dagbesteding. Nadien verscheen zij daar onregelmatig. Toen [X] haar dagbesteding weer had hervat, ging het na enige tijd weer goed met haar, aldus Talant. Zij maakte grapjes en had plezier in haar werk. Talant heeft derhalve een andere visie op het functioneren van [X] ná de terugkeer bij de dagbesteding dan de curatoren. Gelet op het voorgaande is voor Talant niet komen vast te staan dat [X] voortdurende verzorging door haar curatoren nodig had, althans niet meer in staat was om de dagbesteding bij Talant te bezoeken. Talant betwist tegen die achtergrond de gevorderde verzorgingskosten. Van de noodzaak daarvan is niet gebleken. Ook had het op de weg van de curatoren gelegen om deze schade te beperken. Talant betwist tevens de gestelde ingangsdatum van de verzorgingskosten en het aantal uren waarover vergoeding van die kosten wordt gevorderd. Dat laatste omdat [X] slechts van 09.00 tot 15.15 uur de dagbesteding bij Talant bezocht en er thans vergoeding van 15 uur verzorgingskosten per dag wordt gevorderd. Terzake de gevorderde vervoerskosten refereert Talant zich aan het oordeel van de kantonrechter. Talant betwist verder de gevorderde immateriële schadevergoeding, omdat de toedracht van het seksueel misbruik niet vast staat. Ten slotte voert Talant verweer tegen de vorderingen terzake wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten.

De beoordeling van het geschil

5. De kantonrechter oordeelt als volgt. De ouders hebben dit geding aanhangig gemaakt in hun hoedanigheid van curator(en) over hun dochter [X]. De kantonrechter constateert dat de ouders in dit geding niet óók pro se procederen. [X] zelf is sinds haar ondercuratelestelling in een procedure als de onderhavige krachtens artikel 1:381 lid 2 BW onbekwaam om zelf rechtshandelingen te verrichten. Gezien het vorenstaande worden de ouders in dit vonnis in beginsel aangeduid als "de curatoren".

6. De kantonrechter stelt voorop dat hij slechts bevoegd is om over de vorderingen van de curatoren (q.q.) te oordelen, voor zover deze zijn gegrond op artikel 7:658 BW. Uit het betoog van de curatoren begrijpt de kantonrechter dat zij zich in het kader van de procedure bij de sector kanton ook slechts op deze grondslag beroepen.

7. Ingevolge artikel 7:658 lid 1 BW is de werkgever verplicht de lokalen, werktuigen en gereedschappen waarin of waarmee hij de arbeid doet verrichten, op zodanige wijze in te richten en te onderhouden alsmede voor het verrichten van de arbeid zodanige maatregelen te treffen en aanwijzingen te verstrekken als redelijkerwijs nodig is om te voorkomen dat de werknemer in de uitoefening van zijn werkzaamheden schade lijdt. In aansluiting hierop is in het 2e lid van genoemd wetsartikel bepaald dat de werkgever jegens de werknemer aansprakelijk is voor de schade die de werknemer in de uitoefening van zijn werkzaamheden lijdt, tenzij hij aantoont dat hij de in lid 1 genoemde verplichtingen is nagekomen of dat de schade in belangrijke mate het gevolg is van opzet of bewuste roekeloosheid van de werknemer. Ten slotte is in het 4e lid van artikel 7:658 BW bepaald dat hij die in de uitoefening van zijn beroep of bedrijf werkzaamheden laat verrichten door een persoon met wie hij geen arbeidsovereenkomst heeft, overeenkomstig de leden 1 tot en met 3 aansprakelijk is voor de schade die deze persoon in de uitoefening van zijn werkzaamheden lijdt.

8. De kantonrechter overweegt dat tussen Talant en [X] geen sprake is geweest van een arbeidsovereenkomst in de zin der wet (artikel 7:610 BW). [X] kon niet als werknemer worden aangemerkt, terwijl er evenmin sprake is geweest van een beloning voor de door [X] bij Talant verrichte activiteiten. Om deze reden kan de aansprakelijkheid van Talant niet rechtstreeks op het 1e lid van artikel 7:658 BW worden gegrond. Die (in de dagvaarding aanvankelijk gestelde, doch bij repliek ingetrokken) grondslag zou derhalve niet tot aansprakelijkheid van Talant kunnen leiden.

9. De curatoren hebben de aansprakelijkheid van Talant gebaseerd op het 4e lid van artikel 7:658 BW: de aansprakelijkheid van degene die in de uitoefening van zijn beroep of bedrijf werkzaamheden laat verrichten door een persoon met wie er geen arbeids-overeenkomst bestaat. Daartoe hebben zij aangevoerd dat er sprake is van een overeenkomst van opdracht tussen Talant als opdrachtgever en [X] als opdrachtnemer.

9.1. Een overeenkomst van opdracht is de overeenkomst waarbij de ene partij, de opdrachtnemer, zich jegens de andere partij, de opdrachtgever, verbindt om anders dan op grond van een arbeidsovereenkomst werkzaamheden te verrichten die in iets anders bestaan dan het tot stand brengen van een werk van stoffelijke aard, het bewaren van zaken, het uitgeven van werken of het vervoeren of doen vervoeren van personen of zaken. Kenmerkend voor een overeenkomst van opdracht, zoals bedoeld in artikel 7:400 BW, is dat de ene partij aan de andere bepaalde verrichtingen opdraagt. De opdracht is beperkt tot het verrichten van dienstbetoon in zelfstandigheid; bij een ondergeschiktheidsrelatie is er geen sprake van een opdracht.

9.2. Naar het oordeel van de kantonrechter kan de rechtsverhouding tussen Talant en [X] echter niet als een opdrachtrelatie worden aangemerkt. De door [X] verrichte activiteiten in het Montage Centrum van Talant kunnen niet als werkzaamheden als bedoeld in artikel 7:400 BW worden beschouwd. De activiteiten van [X] vonden immers plaats in het kader van dagbesteding voor een persoon met een verstandelijke beperking. Bovendien kan bij dergelijke activiteiten bezwaarlijk worden geoordeeld dat deze als concrete dienst aan [X] zijn opgedragen. Daarnaast vonden de activiteiten plaats in een zorginstelling, waarbij de zorginstelling de activiteiten aanstuurde. Daarmee was er sprake van een zekere gezagsverhouding tussen Talant en [X].

9.3. De relatie tussen Talant en [X], althans haar curatoren, dient naar het oordeel van de kantonrechter veeleer als een zorgovereenkomst te worden geduid, in het kader waarvan beoordeeld zou moeten worden of Talant in de op haar als zorgaanbieder rustende zorgplicht voor de aan haar toevertrouwde cliënte [X] tekortgeschoten is (vgl. de door [vader] en [moeder] genoemde uitspraak omtrent sexuele intimidatie in een ziekenhuis, gerechtshof Arnhem, 8 april 1997, NJ 1997, 632).

10. Voor zover de curatoren hebben beoogd om de feitelijke verhouding tussen Talant en [X] uit anderen hoofde dan de gestelde overeenkomst van opdracht onder de reikwijdte van artikel 7:658 lid 4 te laten vallen, overweegt de kantonrechter het volgende.

10.1. Voornoemd artikellid is per 1 januari 1999 in werking getreden als onderdeel van de zogeheten "Flexwet". Met dit artikellid is primair beoogd om ook de inlener aansprakelijk te doen zijn voor arbeidsongevallen van de ingeleende werknemer. Blijkens de parlementaire geschiedenis is de toepassing van het onderhavige artikellid daartoe niet beperkt. In de parlementaire geschiedenis is daartoe verwezen naar bepaalde stageovereenkomsten. Achtergrond van genoemd artikellid is blijkens de parlementaire geschiedenis onder meer dat de vrijheid van degene die een beroep of bedrijf uitoefent om te kiezen voor het laten verrichten van werk door een werknemer of anderen, niet van invloed hoort te zijn op de rechtspositie van degene die het werk feitelijk verricht en betrokken raakt bij een arbeidsongeval of anderszins schade oploopt. Een werkgever die zijn zorgverplichtingen niet nakomt, dient op gelijke voet aansprakelijk te zijn voor schade van werknemers en anderen die bij hem werkzaam zijn (zie voor e.e.a. Tweede Nota van Wijziging, Kamerstukken II 1997-1998, 25 263, nr. 14, p. 6).

10.2. Inmiddels is er een constante lijn in de jurisprudentie zichtbaar waarbij artikel 7:658 lid 4 BW ook van toepassing wordt geacht op vrijwilligerswerkzaamheden die in een onderneming of organisatie worden verricht (zie bijv. gerechtshof Arnhem 11 januari 2005, JAR 2005, 47, rechtbank Haarlem 28 april 2010, LJN: BM6402 en gerechtshof Amsterdam 29 maart 2011, LJN: BQ2718). Uit deze uitspraken valt af te leiden dat daarbij onder meer van belang wordt geacht dat de vrijwilliger zich verplicht heeft om gedurende zekere tijd werkzaamheden te verrichten, er sprake was van een gezagsverhouding, dat de door de vrijwilliger verrichte werkzaamheden ook door werknemers van de organisatie of de onderneming hadden kunnen worden verricht en dat de organisatie of de onderneming ervan profiteert dat er om niet vrijwilligerswerk wordt verricht.

10.3. Naar het oordeel van de kantonrechter kunnen de door [X] in de door Talant verzorgde dagbesteding verrichte activiteiten echter niet worden geschaard onder "in de uitoefening van beroep of bedrijf verrichte werkzaamheden" als bedoeld in artikel 7:658 lid 4 BW. Allereerst is daartoe van belang het karakter van de tussen partijen bestaande verhouding. Talant is een organisatie die zich onder meer ten doel stelt om vanuit de door haar verleende zorg en ondersteuning dagbesteding voor mensen met een beperking te verwezenlijken. Het is tegen die achtergrond dat [X] voor dagbesteding in zorg genomen is door Talant en dat er bepaalde activiteiten worden verricht door [X]. Het enkele feit dat deze activiteiten een zekere mate van fysieke inspanning van [X] vergden, brengt nog niet met zich dat sprake is van het verrichten van arbeid, als bedoeld in artikel 7:610 BW. Immers, bij arbeid wordt, zowel bij een werknemer als bij een vrijwilliger, de verplichting aanvaard om arbeid te verrichten. Van een dergelijke verplichting kan bij activiteiten van verstandelijk gehandicapten in het kader van dagbesteding voor die doelgroep bezwaarlijk worden gesproken. Daarnaast moet er sprake zijn van een voor de werkgever productieve arbeidsprestatie. Daarvan is in het onderhavige geval geen sprake (zie HR 29 oktober 1982, NJ 1983, 230 en HR 28 juni 1996, NJ 1996, 711). De vergelijking met de aangehaalde "vrijwilligersjurisprudentie" gaat hier naar het oordeel van de kantonrechter niet op, omdat het daarbij gaat om werkzaamheden die ook door (betaalde) werknemers van de organisatie of onderneming kunnen worden verricht. Daarvan is geen sprake bij de door [X] verrichte dagbestedingsactiviteiten. Talant biedt als organisatie mensen met een beperking dagbesteding aan en haar eigen medewerkers zijn ten behoeve daarvan werkzaam, maar Talant maakt niet haar bedrijf van montagewerk en het vullen van doosjes met schroeven, de door [X] uitgevoerde activiteiten. Voorts is niet gebleken dat Talant profiteert van het feit dat er om niet werkzaamheden door [X] zijn verricht. Daarvan is bijvoorbeeld bij een vrijwilliger wél sprake, omdat er in dat geval loon (van een werknemer) wordt bespaard. Ten slotte oordeelt de kantonrechter van belang dat er geen sprake is van voldoening van een tegenprestatie door Talant met betrekking tot de door [X] verrichte activiteiten. Integendeel, Talant zélf ontvangt juist een financiële vergoeding - via de AWBZ - voor de kosten die gemoeid zijn met de door haar verzorgde dagbesteding van personen met een beperking, zoals [X].

10.4. Gelet op het vorenstaande kan artikel 7:658 lid 4 BW geen grondslag bieden voor de vorderingen jegens Talant.

11. De conclusie moet - samenvattend - zijn dat de vorderingen van de curatoren niet kunnen worden gebaseerd op aansprakelijkheid van Talant op de voet van artikel 7:658 BW. De kantonrechter komt in het verlengde daarvan niet toe aan de (inhoudelijke) behandeling van de vraag of Talant de in dit wetsartikel bedoelde zorgplicht geschonden heeft. Al hetgeen partijen te dien aanzien hebben aangevoerd, kan daarom onbesproken blijven.

12. De curatoren hebben de aansprakelijkheid van Talant voorts gebaseerd op onrechtmatige daad ex artikel 6:162 BW. Voor het geval de kantonrechter zou oordelen dat geen sprake is van aansprakelijkheid op grond van artikel 7:658 BW, verzoeken de curatoren om onbevoegdverklaring en doorverwijzing van de zaak naar de sector civiel recht.

12.1. Naar het oordeel van de kantonrechter is hij niet bevoegd om kennis te nemen van de vorderingen van de curatoren voor zover deze op een onrechtmatige daad ex artikel 6:162 BW zijn gegrond, nu de geldelijke waarde van de vorderingen een bedrag van € 5.000,- (ruimschoots) overstijgt en er geen sprake is van een aardvordering die tot de competentie van de sector kanton behoort.

12.2. Op grond van het vorenoverwogene dient de zaak derhalve verder te worden behandeld door de sector civiel recht van deze rechtbank en de zaak zal daartoe naar die sector worden verwezen. Het ligt voor de hand dat partijen na verwijzing in de gelegenheid worden gesteld om hun stellingen waar nodig aan te passen.

Beslissing

De kantonrechter:

- verstaat dat de zaak verder behandeld dient te worden door de sector civiel recht van de rechtbank te Leeuwarden;

- verwijst de zaak in de stand waarin deze zich bevindt naar de rolzitting van woensdag 24 augustus 2011 te 10.00 uur van de sector civiel recht;

- wijst partijen er op dat zij voor wat betreft het vervolg van de procedure niet meer zelf proceshandelingen kunnen verrichten, maar dat zij zich hierbij door een advocaat moeten laten vertegenwoordigen;

Aldus gewezen door mr. J.C.G. Leijten, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 27 juli 2011 in tegenwoordigheid van de griffier.

c 119