Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLEE:2011:BR0008

Instantie
Rechtbank Leeuwarden
Datum uitspraak
23-06-2011
Datum publicatie
01-07-2011
Zaaknummer
353040 \ VZ VERZ 11-93
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Arbeidsrecht: Toestemming voor opzegging ex 7:670a BW. Niet van belang is of de toestemming voor, danwel, na het verkrijgen van de ontslagvergunning wordt gevraagd.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 7
Burgerlijk Wetboek Boek 7 670a
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2011-0568
Prg. 2011/212
JAR 2011/268
JIN 2011/620
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LEEUWARDEN

Sector kanton

Locatie Heerenveen

zaak-/rolnummer: 353040 \ VZ VERZ 11-93

beschikking van de kantonrechter ex artikel 7:670a lid 2 BW d.d. 23 juni 2011

inzake

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Technisch Installatiebedrijf [werkgever] B.V.,

hierna te noemen: [werkgever],

gevestigd te [plaats],

verzoekster,

gemachtigde: mr. R.K.A. Kop, kantoorhoudende te Nijmegen,

tegen

[verweerder],

hierna te noemen: [verweerder],

wonende te [plaats]

verweerder,

gemachtigde: mr. H.J.A. van Dijk, kantoorhoudende te Groningen.

Het procesverloop

[werkgever] heeft bij verzoekschrift (met producties), ingekomen ter griffie op 21 april 2011, verzocht haar toestemming te verlenen om de arbeidsovereenkomst met [verweerder] op te zeggen, met gebruikmaking van de aan [werkgever] verleende ontslagvergunning.

Het verweerschrift (met producties) van [verweerder] is binnengekomen op 6 juni 2011.

Voorafgaand aan de mondelinge behandeling heeft [werkgever] aanvullende producties in het geding gebracht.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 9 juni 2011. Van het behandelde ter zitting zijn aantekeningen gemaakt. De gemachtigde van [werkgever] heeft het standpunt van zijn cliënte toegelicht aan de hand van pleitnotities.

[werkgever] heeft ter zitting haar verzoek gewijzigd in die zin dat het verzoek tevens gekoppeld wordt aan de opnieuw door haar ingezette procedure tot verkrijging van een ontslagvergunning.

De beschikking werd vervolgens bepaald op heden.

Motivering

De vaststaande feiten

1.1. [verweerder], geboren [datum], is sedert 1 januari 2001 in dienst bij [werkgever], laatstelijk in de functie van [functie], tegen een bruto salaris van € 2.142,18 per maand, te vermeerderen met 8% vakantietoeslag.

1.2. Eind 2010 heeft [werkgever] besloten een reorganisatie binnen haar onderneming door te voeren. In dat kader heeft [werkgever] de regeling omtrent deeltijd WW toegepast.

1.3. [werkgever] heeft het UWV Werkbedrijf op 15 februari 2011 een vergunning verzocht om de arbeidsovereenkomst met [verweerder] op te zeggen.

1.4. Bij beschikking van 29 maart 2011 heeft UWV Werkbedrijf de verzochte vergunning verleend.

1.5. [verweerder] was tot maart 2011 voorzitter van de personeelsvertegenwoordiging van [werkgever]. Sinds maart 2011 is [verweerder] niet meer bij de personeelsvertegenwoordiging betrokken.

1.6. Op 23 mei 2011 heeft [werkgever] een hernieuwd verzoek, voor zover vereist, aan het UWV Werkbedrijf gedaan om de arbeidsovereenkomst met [verweerder] te mogen opzeggen. Op dit verzoek is door UWV Werkbedrijf tot op heden nog geen beslissing genomen.

Het standpunt van [werkgever]

2. [werkgever] heeft gesteld dat zij geen gebruik kan maken van de aan haar reeds door het UWV Werkbedrijf verleende ontslagvergunning. Dit in verband met het opzegverbod voor werknemers die korter dan twee jaar geleden lid zijn geweest van de personeelsvertegenwoordiging als bedoeld in artikel 7:670a lid 1 onder a BW. [werkgever] dient de kantonrechter derhalve toestemming te vragen om de arbeidsovereekomst met [verweerder] op te zeggen. [werkgever] heeft daarom belang bij het onderhavige verzoek, zoals dit door haar ter zitting is gewijzigd.

Het standpunt van [verweerder]

3. [verweerder] heeft verweer gevoerd. [verweerder] stelt dat hij zich kan verenigen met het verzoek en de gronden daarvan, maar stelt dat [werkgever] geen belang heeft bij haar verzoek. [werkgever] wenst de te verlenen toestemming te koppelen aan de haar reeds op 29 maart 2011 verleende ontslagvergunning. [werkgever] kon de arbeidsovereenkomst echter uiterlijk op 24 mei 2011 opzeggen, hetgeen niet is gebeurd. Aangezien het verzoek geen betrekking heeft op een eventueel nog te verlenen ontslagvergunning, heeft [werkgever] bij haar verzoek geen belang.

De beoordeling van het verzoek

4. De kantonrechter oordeelt als volgt. Ingevolge vaste jurisprudentie dient de toetsing van het verzoek beperkt te blijven tot het verband tussen het ontslag en het door artikel 7:670a BW te beschermen belang. De kantonrechter mag in deze procedure niet oordelen over de gegrondheid van het ontslag, de invloed van mogelijke arbeidsongeschiktheid en de ontslagvergoeding.

5. Ingevolge artikel 7:670a lid 2 BW verleent de kantonrechter de gevraagde toestemming slechts indien de werkgever aannemelijk maakt dat de opzegging geen verband houdt met de hoedanigheid van de werknemer, in casu derhalve als voormalig lid van de personeelsvertegenwoordiging van [werkgever].

6. Door [verweerder] is niet betwist dat de opzegging van de arbeidsovereenkomst op zichzelf verband houdt met de door [werkgever] doorgevoerde reorganisatie binnen haar onderneming en niet met zijn voormalig lidmaatschap van de personeelsvertegenwoordiging.

7. De kantonrechter verwerpt het door [verweerder] ingenomen standpunt dat [werkgever] geen belang (meer) heeft bij de verzochte toestemming omdat het verzoek om toestemming gekoppeld is aan de reeds door [werkgever] verkregen ontslagvergunning waarvan de geldigheid inmiddels is geëxpireerd. [werkgever] heeft haar verzoek ter zitting immers gewijzigd in die zin dat het verzoek thans (mede) ziet op de eventueel nog te verkrijgen ontslagvergunning die zij opnieuw voor [verweerder] heeft aangevraagd. Ten aanzien van die nieuwe procedure heeft [werkgever] in ieder geval wel belang bij het verkrijgen van toestemming.

8. Overigens overweegt de kantonrechter, ten overvloede, dat op grond van het bepaalde in artikel 7:670a lid 2 BW de toestemming in de gegeven omstandigheden een constitutief vereiste vormt om de arbeidsovereenkomst tussen partijen op rechtsgeldige wijze te kunnen beëindigen. In die zin heeft [werkgever] (uiteraard) belang bij haar verzoek. Voor de stelling van [verweerder] dat het verzoek gekoppeld moet zijn aan een reeds verleende of nog te verlenen ontslagvergunning van het UWV biedt noch de wet, noch de jurisprudentie een aanknopingspunt. Het is naar het oordeel van de kantonrechter ook niet relevant of de toestemming voor, danwel, na het verkrijgen van de ontslagvergunning wordt gevraagd. Van belang is immers slechts dat deze toestemming verkregen is op het moment dat de werkgever de arbeidsovereenkomst opzegt. Het ontbreken van toestemming maakt de opzegging immers op grond van artikel 7:677 lid 5 BW vernietigbaar.

9. Gezien het vorenstaande zal het verzoek van [werkgever] worden ingewilligd.

10. De kantonrechter acht termen aanwezig om de proceskosten tussen partijen te compenseren.

Beslissing

De kantonrechter:

verleent [werkgever] toestemming om de arbeidsovereenkomst tussen haar en [verweerder] op te zeggen;

compenseert de proceskosten zodanig dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Aldus gegeven te Heerenveen en in het openbaar uitgesproken op 23 juni 2011 door mr. J.C.G. Leijten, kantonrechter, in tegenwoordigheid van de griffier.

c 145.