Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLEE:2011:BQ7838

Instantie
Rechtbank Leeuwarden
Datum uitspraak
08-06-2011
Datum publicatie
14-06-2011
Zaaknummer
111721 / KG ZA 11-99
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

opheffing conservatoir beslag; arrest Hof waarin overwogen is omtrent grondslag beslagrekest is richtinggevend; geen nova die tot een andersluidend oordeel zouden hebben kunnen leiden

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK LEEUWARDEN

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 111721 / KG ZA 11-99

Vonnis in kort geding van 8 juni 2011

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

LUDINGA VASTGOED B.V.,

gevestigd te Harlingen,

eiseres,

advocaat mr. W. Sleijfer te Leeuwarden,

tegen

de stichting

STICHTING ACCOLADE,

gevestigd te Drachten,

gedaagde,

advocaat mrs. B.T. Craemer en M.P.J. Kik te Amsterdam.

Partijen zullen hierna Ludinga en Accolade genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Ludinga heeft Accolade in kort geding doen dagvaarden tegen de openbare terechtzitting van 13 mei 2011.

1.2. Ludinga heeft op de bij dagvaarding geformuleerde gronden gevorderd dat de voorzieningenrechter, bij vonnis voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

I. op zal heffen de ten laste van Ludinga gelegde conservatoire beslagen op de onroerende zaken en derden zoals vermeld in het verzoekschrift onder nummers 4 en 5, waarvoor op 1 februari 2011 verlof is verleend,

II. Accolade zal veroordelen aan Ludinga terug te geven per aangetekende brief de bankgarantie binnen 24 uur na betekening van het in deze te wijzen vonnis op straffe van een dwangsom van € 2.000,- per dag of dagdeel dat Accolade daarmee in gebreke blijft.

III. Accolade zal veroordelen in de kosten van het onderhavige geding.

1.3. Ter zitting hebben partijen hun standpunten toegelicht, waarbij hun advocaten gebruik hebben gemaakt van pleitnotities en waarbij Accolade heeft geconcludeerd tot niet ontvankelijkheid van Ludinga dan wel haar vorderingen af te wijzen, onder veroordeling van Ludinga in de kosten van het geding.

1.4. Partijen hebben producties overgelegd.

1.5. Ten slotte is vonnis bepaald op heden.

2. De feiten

2.1. Ludinga is een onderneming die zich bezig houdt met projectontwikkeling. Accolade is een toegelaten instelling als bedoeld in art. 70 Woningwet. De woningstichting is een rechtsvoorganger van de stichting Bouwcorporatie Heerenveen handelend onder de naam Arqin. Accolade houdt zich uitsluitend bezig met volkshuisvesting en is werkzaam in verschillende Friese gemeenten waaronder Harlingen.

2.2. Tussen Ludinga en de (de rechtsvoorganger van) Accolade is vanaf medio 2003 gesproken over de gezamenlijke ontwikkeling van nieuwbouw op vier “bouwvlekken” in het parkgebied van het bestemmingsplan Ludinga te Harlingen. Het plan Ludinga ziet op de ontwikkeling van circa 300 appartementen en 400 woningen. Ludinga heeft voor dit totale plan een samenwerkingsovereenkomst gesloten met de gemeente Harlingen.

2.3. In de tussen de gemeente Harlingen en Ludinga gesloten samenwerkingsovereen¬komst is onder meer het volgende vermeld:

5. Ludinga Vastgoed B.V.

Partijen zijn overeengekomen, dat Ludinga Vastgoed B.V. voor eigen rekening en risico de grondexploitatie ten behoeve van de ontwikkeling en realisering van de woningbouw zal uitvoeren. De grond exploitatie omvat onder meer: het vervaardigen casu quo initiëren casu quo uitwerken van stedenbouwkundige plannen voor de inrichting van (delen van) het plangebied, het bouwrijp maken van (delen van) het plangebied (waaronder de ontsluiting daarvan), eventueel noodzakelijke grondverbetering en sanering, met inachtneming van het hierna gestelde, aanleg van de benodigde infrastructuur, inrichting van het openbaar gebied, de gronduitgifte van bouwkavels in het plangebied voor zowel projectmatige woningbouw als individuele woningbouw en voorzieningen, het bewaken van de planning en fasering, het formuleren en bewaken van kwalitatieve uitgangspunten en markttechnische randvoorwaarden voor de ontwikkeling en realisering van de voorziene bebouwing in het plangebied, en woonrijp maken van (delen van) het plangebied, een en ander zoals nader uitgewerkt in deze overeenkomst (…)

9. Nutsvoorzieningen

(…) De kosten voor de nutsvoorzieningen komen, voor zover ze doorberekend worden, ten laste van Ludinga Vastgoed B.V. (…)

12. Planschade

Ludinga Vastgoed B.V. zal de door de gemeente bepaalde planschade betalen. (…)

13. Sportvoorzieningen

De verplaatsing van het terrein van de Jeu de Boelesclub wordt opgenomen in de bouwrijp werkzaamheden van Ludinga Vastgoed B.V. (…) De bijdrage van Ludinga Vastgoed B.V. aan de kleedaccommodatie bedraagt maximaal € 181.900,00. Aanpassingen aan de velden en de infrastructuur worden binnen de bouwrijpmaak activiteiten van Ludinga Vastgoed B.V. opgenomen.

2.4. In opdracht van Ludinga heeft G.C.M. Adviesbureau B.V. bij brief van 25 mei 2004 navolgende berekening opgesteld voor de berekening van de door Ludinga aan de gemeente Harlingen te betalen prijs voor de vier bouwvlekken:

Onderwerp: Formule betaling grond en bovenwijks aan gemeente,

Berekening te betalen bij eerste grondtransactie, 4 locaties in parkgebied

Basis formule: In de overeenkomst en de daaraan gekoppelde verslagen is de volgende afspraak gemaakt: Betalen naar rato van uitgifte (oppervlakte verkochte kavel, gedeeld door de totale oppervlakte uitgeefbaar) * keer (gesommeerde alle nog aan de gemeente te betalen kosten en vergoedingen).

Voor het eerste deel van de breuk is de totale oppervlakte van het uitgeefbare gebied in het bestemmingsplan berekend in september 2003. Met het toenmalige inzicht ca. 213.000 m2 stadsuitleg en ca. 25.800 m2 in het park. De totale oppervlakte uitgeefbaar bedraagt daarmee ca. 238.800 m2. Bij de verdere uitwerking zal dit kunnen veranderen. Voorgesteld wordt als rekeneenheid 238.000M2 uitgeefbaar te nemen. (…)

Het tweede deel van de breuk, de gesommeerde kosten aan de gemeente te betalen:

1. koopsom grond € 3.811.754,--

2. 6% rente over de koopsom, te bepalen per transactie €

3. plankosten gemeente (nog te verifiëren) € 385.714,--

4. Bijdrage bovenwijks totaal plangebied € 2.541.169,--

Berekening aankoop parkgebied

Koopsom betreft 25.800/238.000 = 0,108403

1. koopsom grond 25.800/238.000 = 0,108403 * € 3.811.754,-- € 413.207,00

2. rente 1 jan 2002 tot 1 juni 2004 over koopsom (deel parkgebied)

€ 62.679,00

3. bijdrage plankosten 0,108403*385.714,-- € 41.813,00

4. bijdrage bovenwijks 0,108403*€ 2.541.169,-- € 275.471,00

--------------

€ 793.170,00

2.5. Ludinga en Accolade hebben afspraken gemaakt die zijn vastgelegd in een brief van Accolade aan Ludinga van 2 februari 2004, kenmerk 04.0041 SP/VtB, de intentieovereenkomst van 9 juli 2003 en de aanvullende overeenkomst van 6 juli 2004. Uitgangspunt van partijen was dat zij beide voor 50% eigenaar zouden worden van de te ontwikkelen bouwvlekken.

2.6. In bedoelde brief van 2 februari 2004 van Accolade is vermeld, voor zover hier van belang:

1. Het betreft hier vier bouwvlekken in het parkgebied in het bestemmingsplan Ludinga te Harlingen welke aan partijen voldoende bekend zijn.

2. Op deze vlekken is een volumestudie gemaakt door Architectenbureau Van den Berg te IJsselmuiden. Het totaal aantal appartementen van deze volumestudie is 301 stuks. De appartementen zullen door Arqin worden ontwikkeld en door Arqin worden geëxploiteerd of worden verkocht.

3. De eigendom van de grond zal in eerste instantie door Arqin en Ludinga Vastgoed BV gezamenlijk worden genomen in de verhouding 50/50. (…)

4. De koopsom van het 50% primaire belang dat Arqin zal verwerven bedraagt Euro 25.400,00 x 301 x 50% exclusief BTW. (…)

2.7. Op 2 juni 2005 is de tussen de gemeente Harlingen en Ludinga verleden transportakte gepasseerd. In de transportakte is over de koopsom vermeld:

Het inzake deze transactie totaal te betalen bedrag bedraagt zevenhonderddrieënnegentigduizend eenhonderdzeventig euro (€ 793.170,00), te vermeerderen met negentien procent omzetbelasting ofwel eenhonderdvijftigduizend zevenhonderdtwee euro en dertig eurocent (€ 150.702,30), alzo voor een totaal van negenhonderd drieënveertigduizend achthonderd tweeënzeventig euro en dertig eurocent (€ 943.872,30).

2.8. Op 2 juni 2005 is eveneens de tussen Ludinga en (de rechtsvoorganger van) Accolade verleden transportakte gepasseerd ten aanzien van:

- de onverdeelde helft in het ten kantore van de Dienst voor het kadaster en de openbare registers te Leeuwarden ten name van verkoper staande gedeelte van een perceel grond, gelegen nabij de Achlumerdijk te Harlingen, welk gedeelte deel uitmaakt van de percelen kadastraal bekend als gemeente Harlingen, sectie D, nummers 408, 409 en 2001;

- de onverdeelde helft in het ten kantore van de Dienst voor het kadaster en de openbare registers te Leeuwarden ten name van verkoper staande gedeelte van een perceel grond, gelegen nabij de Achlumerdijk te Harlingen, welk gedeelte deel uitmaakt van de percelen kadastraal bekend als gemeente Harlingen, sectie D, nummers 1929 en 2001, en sectie B, nummer 2038;

- de onverdeelde helft in het ten kantore van de Dienst voor het kadaster en de openbare registers te Leeuwarden ten name van verkoper staande gedeelte van een perceel grond, gelegen nabij de Achlumerdijk te Harlingen, welk gedeelte deel uitmaakt van de percelen kadastraal bekend als gemeente Harlingen, sectie D, nummers 1929 en 2001, en sectie B, nummer 2038; en

- de onverdeelde helft in het ten kantore van de Dienst voor het kadaster en de openbare registers te Leeuwarden ten name van verkoper staande gedeelte van een perceel grond, gelegen nabij de Achlumerdijk te Harlingen, kadastraal bekend als gemeente Harlingen, sectie B, nummer 2038; (…)

2.9. De koopsom van (afgerond) € 4.072.798,00 exclusief BTW is in de tussen Ludinga en (de rechtsvoorganger van) Accolade verleden transportakte, voor zover hier van belang, als volgt omschreven:

De koopprijs bedraagt drie miljoen achthonderd tweeëntwintig duizend zevenhonderd euro (€ 3.822.700,00), te vermeerderen met een rente van zes procent (6%) gerekend vanaf één mei tweeduizend vier tot en met heden, zijnde een bedrag groot tweehonderd vijftig duizend achtennegentig euro en vierentachtig cent (€ 250.098,84), welke koopsom en rentevergoeding worden vermeerderd met negentien procent omzetbelasting ofwel zevenhonderd drieënzeventig duizend achthonderd eenendertig euro en zevenenzeventig cent (€ 773.831,77), alzo voor een totale koopprijs van vier miljoen achthonderd zesenveertig duizend zeshonderd dertig euro en eenenzestig cent (€ 4.846.630,61), (…)

In deze akte staat voorts vermeld:

VERREKENING

De gemelde koopprijs is gebaseerd op de bouw van driehonderd één (301) appartementen, met ieder een waarde voor de ondergrond van vijfentwintig duizend vierhonderd euro (€ 25.400,00). Indien partijen in onderling overleg tot overeenstemming komen om meer of minder dan driehonderd één (301) appartementen zullen ontwikkelen zal de koopprijs per meer of minder ontwikkeld appartement voor de koper worden vermeerderd caso quo verminderd met een bedrag van twaalfduizend zevenhonderd euro (EUR 12.700).

(…)

VOORAFGAANDE VERKRIJGING

Het verkochte zal door de verkoper in eigendom worden verkregen door de inschrijving ten kantore van de Dienst voor het Kadaster en de Openbare Registers te Leeuwarden in register Hypotheken 4 van een afschrift van een akte van levering, houdende kwijting voor de voldoening der koopsom en de constatering dat alle ontbindende voorwaarden uit de koopovereenkomst zijn uitgewerkt, mede op heden voor mij, notaris, verleden.

2.10. In een rapport van architect, dhr. [X], extern adviseur Accolade, d.d. 9 juli 2006 staat – voor zover van belang – vermeld:

“Ad 5) Publiekrechteijke medewerking

(…)

Opvallend is de volgende passage in de februaribrief: “Alle gemaakte afspraken en te sluiten overeenkomsten tussen Arqin en Ludinga Vastgoed worden gemaakt onder de ospchortende voorwaarde dat deze pas van kracht zullen worden als de definitieve overeenkomst tussen de Gemeente Harlingen en Ludinga Vastgoed zijn ondertekend.”

Inmiddels is de inhoud van die overeenkomst bekend. Zie hieronder.

(…)

Om daarin wat meer houvast te krijgen, heeft op 30 mei 2006 (of lees mei 2005) een gesprek plaatsgevonden met de heer [Q] van Ludinga Vastgoed. Daarbij is ook inzicht gegeven in zijn overeenkomst met de gemeente.

Deze overeenkomst(gedateerd 8 oktober 2004) houdt kort gezegd het volgende in: (…)

Welbeschouwd is het een redelijk simpele exploitatieovereenkomst, die veel gebruikt wordt bij private zelfrealisatie.”

2.11. Op 21 oktober 2010 heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam aan Accolade verlof verleend om ten laste van Ludinga conservatoir beslag te doen leggen onder (6) derden en op (22) onroerende zaken onder begroting van een door Accolade gepretendeerde vordering op Ludinga op een bedrag van € 4.763.717,00.

2.12. In kort geding heeft Ludinga vervolgens opheffing van de door Accolade gelegde beslagen gevorderd. Bij vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Leeuwarden van 1 december 2010 is de vordering van Ludinga afgewezen en zijn de beslagen in stand gelaten.

2.13. Om haar leveringsverplichting met betrekking tot een perceel dat beslagen was, na te kunnen komen heeft Ludinga een bankgarantie afgegeven aan Accolade, waarna Accolade het betreffende beslag heeft opgeheven. De aldus door Ludinga gestelde zekerheid bedraagt € 133.500,95, overeenkomend met de waarde van bedoeld perceel.

2.14. Tevens heeft Accolade bij de rechtbank Leeuwarden een bodemprocedure aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 24 december 2010. In die procedure vordert Accolade primair en subsidiair een verklaring voor recht dat de levering van de onverdeelde helft van de bouwvlekken door Ludinga aan Accolade en de aan de levering ten grondslag liggende koop tot stand zijn gekomen door bedrog of althans onder invloed van dwaling, vernietiging van die levering en de koopovereenkomst, alsmede terugbetaling van de koopprijs c.q. aanpassing van de koopprijs. Meer subsidiair vordert Accolade een verklaring voor recht dat de levering en de koop van bedoelde bouwvlekken nietig zijn, omdat er sprake is van, kort gezegd, ongeoorloofde staatssteun, alsmede terugbetaling van de koopprijs. Uiterst subsidiair vordert Accolade een verklaring voor recht dat haar een beroep toekomt op het in de leveringsakte opgenomen verrekeningsbeding en terugbetaling van de koopprijs. Ludinga heeft in die procedure inmiddels een conclusie van antwoord tevens houdende eis in reconventie genomen.

2.15. Op 1 februari 2011 heeft de voorzieningenrechter Amsterdam aan Accolade wederom verlof verleend om ten laste van Lundinga conservatoir beslagen te doen leggen onder begroting van de vordering van Accolade op Ludinga op € 5.000.000,00.

In het beslagrekest heeft Accolade haar vordering als volgt omschreven: Op 24 december 2010 heeft Accolade Ludinga in een juridische procedure betrokken teneinde duidelijkheid te verkrijgen over de grondposities. In deze procedure vordert Accolade onder meer een verklaring voor recht dat de levering van de bouwvlekken door de gemeente aan Ludinga en de aan die levering ten grondslagliggende koop nietig zijn wegens strijd met dwingende Europese staatssteunregels. De primaire en subsidiaire vorderingen van Accolade zien evenwel op vernietiging dan wel aanpassing van de tussen haar en Ludinga tot stand gekomen koopovereenkomst teneinde op die manier aanspraak te kunnen maken op terugbetaling van de te hoge koopprijs die zij Ludinga eerder voor de onverdeelde helft van de bouwvlekken heeft betaald. Omdat Accolade vreest dat het eerder verkregen verlof niet toereikend is om ook haar aanspraken terzake haar zojuist beschreven primaire en subsidiaire vorderingen veilig te stellen, wendt Accolade zich hierdoor opnieuw tot de Voorzieningenrechter (…).

Accolade is vervolgens tot beslaglegging uit hoofde van voormeld tweede verlof overgegaan.

2.16. Het Gerechtshof Leeuwarden heeft bij arrest van 29 maart 2011 het hiervoor

onder 2.12 gememoreerde vonnis van 1 december 2010 van de voorzieningenrechter in de rechtbank Leeuwarden vernietigd en alle door Accolade, uit hoofde van het hiervoor onder 2.11 vermelde (eerste) verlof, gelegde beslagen op onroerende zaken en onder derden opgeheven.

2.17. In voornoemd arrest is daartoe onder meer het volgende overwogen:

(…) Dit betekent dat het hof niet aannemelijk voorkomt dat Ludinga met de gemeente Harlingen voor de totale grond, inclusief de vier bouwvlekken, een grondprijs is overeengekomen die niet marktconform genoemd kan worden.

(…) 9. Voor de aantasting van de koopovereenkomst tussen (de rechtsvoorganger van) Accolade en Ludinga, beroept Accolade zich op bedrog (artikel 3:44 BW) en dwaling (artikel 6:228 BW). Voor zover een dergelijk beroep mogelijk is - blijkens het beslagrekest beroept Accolade zich voor de vordering tot terugbetaling van de koopprijs immers op aantasting wegens wilsgebreken van de koopovereenkomst tussen de gemeente Harlingen en Ludinga - overweegt het Hof het volgende.

10. Zonder nadere toelichting – die ontbreekt – ziet het Hof ook op grond van een summierlijke toetsing van de stellingen van Accolade niet in dat het enkele prijsverschil tussen de koopprijs van Ludinga en die van (de rechtsvoorganger van) Accolade de stelling kan dragen dat de koopovereenkomst tussen deze partijen aantastbaar zou zijn met een beroep op bedrog of dwaling. Ook het feit dat het prijsverschil significant is, en dat sprake is van doorlevering op dezelfde dag, rechtvaardigt dat niet zonder meer. Aan dit oordeel draagt bij – zoals Ludinga onbestreden heeft gesteld – (i) dat Accolade de koopprijs zelf heeft berekend, (ii) dat bij de bepaling van beide prijzen is uitgegaan van andere berekeningsmethodes en (iii) dat in de koopprijs die Accolade heeft betaald kosten van Ludinga zijn verdisconteerd die in de aan de gemeente betaalde prijs niet zijn begrepen.

Voorts geldt dat van de zijde van Ludinga is aangevoerd, hetgeen evenmin door Accolade is bestreden, dat de vorderingen op de hiervoor besproken gronden afstuiten op verjaring (artikel 3:52 lid 1, sub c BW).

11. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen heeft Ludinga summierlijk aannemelijk gemaakt dat de vordering, waarvoor Accolade ten laste van Ludinga beslag heeft gelegd, ondeugdelijk is.

12. Voorts heeft Ludinga naar voren gebracht dat zij als gevolg van de gelegde beslagen wordt gehinderd in haar gewone bedrijfsvoering. Dit belang is door Accolade onvoldoende bestreden, terwijl haar belang bij handhaving van de beslagen niet tegen dit belang opweegt. Aldus rechtvaardigt ook de afweging van de wederzijdse belangen de opheffing van de gelegde beslagen.

(…).

2.18. De uit hoofde van het hiervoor onder 2.14 vermelde (tweede) verlof gelegde conservatoire beslagen zijn niet door het arrest van het hof opgeheven en tot heden in stand gebleven. De hiervoor onder 2.13 genoemde bankgarantie is nog in het bezit van Accolade.

3. De beoordeling

3.1. Ludinga vordert in dit geding andermaal opheffing van ten laste van haar door Accolade gelegde conservatoire beslagen en tevens teruggave van de ten processe bedoelde bankgarantie. Aan die vorderingen heeft Ludinga, kort gezegd, ten grondslag gelegd dat sprake is van (summier gebleken) ondeugdelijkheid van de vordering(en) van Accolade en dat, gelet op het arrest van het hof van 29 maart 2011, Ludinga achteraf gezien ook geen zekerheid in de vorm van een bankgarantie had hoeven stellen en dat zij, Ludinga, er dus recht op heeft dat aan haar die bankgarantie wordt geretourneerd.

3.2. Accolade heeft betwist dat haar vorderingen geen deugdelijke grondslag hebben en verder aangevoerd dat er geen wettelijke of contractuele verplichting bestaat op grond waarvan zij gehouden is de bankgarantie aan Ludinga terug te geven. Accolade heeft er voorts op gewezen dat in haar tweede beslagrekest andere grondslagen, te weten bedrog en of dwaling, voor haar vorderingen zijn vermeld dan in het eerste rekest, zodat aan het arrest van het hof van 29 maart 2011 slechts beperkte betekenis toekomt.

3.3. De voorzieningenrechter stelt voorop dat het hof in vorenbedoeld arrest, gewezen in het hoger beroep van het eerdere kort geding van partijen, zowel is ingegaan op de door Accolade in het eerste beslagrekest aangevoerde grondslag, te weten nietigheid van de koop en levering van de bouwvlekken door de gemeente Harlingen aan Ludinga, als ook op het beroep van Accolade op bedrog en dwaling. Het hof heeft in dat verband geoordeeld dat de door Accolade gestelde nietigheid van de transactie tussen de gemeente Harlingen en Ludinga voorshands (en summierlijk beschouwd) geen deugdelijke grondslag voor de vordering van Accolade vormt, terwijl het hof in rechtsoverweging 10 van het arrest heeft overwogen dat op grond van een summierlijke toetsing van de stellingen van Accolade evenmin valt in te zien dat het enkele prijsverschil tussen de koopprijs van Ludinga en die van (de rechtsvoorganger van) Accolade de stelling kan dragen dat de koopovereenkomst tussen deze partijen aantastbaar zou zijn met een beroep op bedrog of dwaling. Daaraan kan volgens het hof niet afdoen dat het prijsverschil significant is en dat er sprake is van doorlevering op dezelfde dag. Verder heeft aan voormeld oordeel van het hof bijgedragen dat Accolade de koopprijs zelf heeft berekend, dat bij de bepaling van beide prijzen is uitgegaan van andere berekeningsmethodes en dat in de koopprijs die Accolade heeft betaald kosten van Ludinga zijn verdisconteerd die in de aan de gemeente betaalde prijs niet zijn begrepen.

3.4. Voormeld arrest van het hof is, anders dan Accolade meent, ten deze richtinggevend.

Voor een andere zienswijze van de voorzieningenrechter met betrekking tot de door Accolade gestelde nietigheid van de transactie tussen de gemeente Harlingen en Ludinga is, gelet op de overwegingen van het hof, geen plaats. Nieuwe feiten en of omstandigheden zijn gesteld noch gebleken. Het debat over de door Accolade gestelde maar door Ludinga betwiste nietigheid zal verder door de bodemrechter dienen te worden beslist. Vooralsnog blijft de ondeugdelijkheid van die door Accolade gestelde grond overeind staan.

3.5. Voor wat betreft de door Accolade gestelde bedrog en dwaling geldt hetzelfde. Accolade heeft geen andere of nieuwe gezichtspunten aangedragen, die tot een ander oordeel moeten leiden dan het hiervoor vermelde oordeel van het hof dienaangaande. Accolade heeft weliswaar gesteld dat het bedrog onder meer gelegen is in uitlatingen van de zijde van Ludinga, erop neerkomende dat de prijs die van Accolade verlangd werd correspondeerde met de waarde van de grond, maar Accolade heeft tegenover de ontkenning van de zijde van Ludinga, dat zij dergelijke uitlatingen heeft gedaan, geen stukken kunnen overleggen die haar stelling schragen.

Ook het verwijt dat Ludinga Accolade heeft misleid door de prijs die zij met de gemeente was overeengekomen voor het verkrijgen van de grond niet aan Accolade mee te delen, is niet overtuigend. Nog daargelaten dat voorshands niet valt in te zien op grond waarvan Ludinga gehouden was die prijs aan Accolade mee te delen, heeft Ludinga overigens voldoende aannemelijk gemaakt dat zij destijds aan Accolade zodanige informatie heeft verstrekt dat Accolade daaruit (op eenvoudige wijze) heeft kunnen afleiden dat Ludinga geen EUR 2.640.000,00 voor de vier bouwvlekken had betaald. Dat Accolade is uitgegaan van een andere investering aan de zijde van Ludinga komt dan ook voor haar risico.

3.6. De voorzieningenrechter merkt in dit verband nog op dat het ook om andere redenen aan grote twijfel onderhevig is of Accolade kan stellen dat zij bedrogen is c.q. gedwaald heeft. De tussen partijen overeengekomen prijs is immers rechtstreeks ontleend aan berekeningen die door Accolade zijn uitgevoerd en in zoverre heeft Accolade een waarde betaald die zij zelf aan haar deelneming had toegekend. Bij de door Accolade uitgevoerde berekening is geen betekenis toegekend aan of rekening gehouden met de prijs die Ludinga voor de gronden aan de gemeente had betaald. Daar komt bij, zoals Ludinga terecht heeft aangevoerd, dat de transactie tussen Ludinga en de gemeente Harlingen een wezenlijk ander karakter heeft dan die tussen Ludinga en Accolade. Voor Accolade zit de investering ook met name in de mogelijkheid om na realisatie van de bouw van appartementen deze te kunnen verkopen. Partijen, en ieder geval Accolade, zijn daarvan ook uitgegaan bij de berekening van de koopprijs, door uit te gaan van een (te realiseren) grondquote.

3.7. Ook de door Accolade uiterst subsidiair in stelling gebrachte grond voor haar vorderingen, te weten een beroep op het verrekeningsbeding, dient voorshands als ondeugdelijk te worden bestempeld. Met Ludinga is de voorzieningenrechter van oordeel dat thans niet zonder meer geoordeeld kan worden dat Accolade een beroep op het verrekeningsbeding toekomt. Niet aannemelijk is geworden dat de mogelijkheid om in de toekomst de voorgenomen 301 appartementen te realiseren thans als illusoir dient te worden aangemerkt, terwijl het realiseren van minder appartementen eerst nog onderwerp van overleg van partijen zal dienen te zijn. Het eenzijdige beroep op het verrekeningsbeding acht de voorzieningenrechter vooralsnog dan ook prematuur.

3.8. Gelet op het voorgaande concludeert de voorzieningenrechter dat Ludinga summierlijk aannemelijk heeft gemaakt dat de vorderingen, waarvoor Accolade ten laste van Ludinga (hernieuwde) beslagen heeft gelegd, ondeugdelijk zijn.

3.9. Voorts is de voorzieningenrechter van oordeel dat er geen aanleiding bestaat om een andere wederzijdse belangenafweging te maken dan het hof heeft gedaan in meergenoemd arrest van 29 maart 2011.

3.10. Een en ander betekent dat de betreffende beslagen zullen worden opgeheven.

3.11. De medegevorderde teruggave van de bankgarantie komt niet voor toewijzing in aanmerking. De wet biedt daarvoor, anders voor opheffing van de beslagen, geen basis en gesteld noch gebleken is dat Ludinga bij de overeenkomst die heeft geleid tot het afgeven van de bankgarantie heeft bedongen dat bij opheffing van de beslagen de bankgarantie geretourneerd dient te worden.

3.12. Nu partijen over en weer op enig punt in het ongelijk zijn gesteld, zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd als na te melden.

4. De beslissing

De voorzieningenrechter:

4.1. heft op de ten laste van Ludinga gelegde conservatoire beslagen op de onroerende zaken en onder derden, zoals vermeld in het beslagrekest d.d. 1 februari 2011 onder hoofdstukken 4 en 5 waarvoor op 1 februari 2011 verlof is verleend;

4.2. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

4.3. compenseert de gedingkosten aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt;

4.4. wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. J. de Vroome en in het openbaar uitgesproken door

mr. Th.G. Lautenbach op 8 juni 2011.?