Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLEE:2011:BQ6203

Instantie
Rechtbank Leeuwarden
Datum uitspraak
25-05-2011
Datum publicatie
26-05-2011
Zaaknummer
340362 / CV EXPL 10-2762
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Colportagewet, ontbindingsmogelijkheid. Bevoegdheid kantonrechter.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LEEUWARDEN

Sector kanton

Locatie Sneek

zaak-/rolnummer: 340362 \ CV EXPL 10-2762

vonnis van de kantonrechter d.d. 25 mei 2011

inzake

De besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Proximedia Nederland B.V., tevens h.o.d.n. BeUp,

hierna te noemen: Proximedia,

gevestigd te De Meern,

eiseres,

gemachtigde: Nouta Westland Gerechtsdeurwaarders,

tegen

[Y], h.o.d.n. [naam],

hierna te noemen: [Y],

wonende te Sneek,

gedaagde,

procederende met toevoeging,

gemachtigde: mr. C. Elsinga.

Procesverloop

1.1 Op de bij dagvaarding vermelde gronden heeft Proximedia gevorderd om [Y] te veroordelen tot betaling van € 6.197,40 met rente en kosten.

1.2 [Y] heeft bij antwoord de vordering betwist.

1.3 Na repliek en dupliek is vonnis bepaald op de stukken, waarvan de inhoud als hier ingelast geldt.

1.4 Door Proximedia en [Y] zijn producties in het geding gebracht.

Motivering

De vaststaande feiten

2.1 Als gesteld en erkend, dan wel als niet of onvoldoende weersproken, alsmede op grond van de in zoverre onbetwiste inhoud der overgelegde producties staat tussen partijen het volgende vast.

2.2 [Y] is eigenaresse van kapsalon [naam].

2.3 Proximedia is een bedrijf dat zich onder meer bezighoudt met internet- en computerdiensten.

2.4 Op 16 februari 2009 heeft de heer R. Terweij namens Proximedia [Y] telefonisch benaderd.

2.5 Op 18 februari 2009 heeft Terweij [Y] thuis bezocht en is tussen Proximedia en [Y] een overeenkomst tot levering van een laptop en informatiediensten tot stand gekomen.

2.6 Op 23 februari 2009 heeft [Y] een bewijs van onder meer levering van materiaal en indienststelling van het abonnement ondertekend.

2.7 Na verzending van een aantal facturen heeft [Y] op 9 maart 2009 zowel telefonisch als schriftelijk aan Proximedia aangegeven dat zij de overeenkomst wenst te ontbinden.

2.8 Bij brief van 12 maart 2009 heeft de gemachtigde van [Y] primair een beroep op de nietigheid van de overeenkomst en subsidiair een beroep op buitengerechtelijke ontbinding van de overeenkomst gedaan.

2.9 Op 16 november 2009 heeft [Y] de laptop met toebehoren retour gezonden.

Het standpunt van partijen

3. Proximedia vordert bij dagvaarding uit hoofde van de tussen partijen gesloten huurovereenkomst van 18 februari 2009 in hoofdsom een bedrag van € 5.199,71. Daarnaast vordert Proximedia vergoeding van wettelijke rente, tot 10 december 2010 berekend op € 297,69, en van buitengerechtelijke kosten van € 700,-.

In reactie op het verweer van [Y] heeft Proximedia gesteld dat sprake is van een huurovereenkomst, zodat de kantonrechter in deze bevoegd is. Voorts heeft Proximedia gesteld dat [Y] op 9 maart 2009 heeft aangegeven de overeenkomst te willen beëindigen, maar dat zij eerst na aandringen van Proximedia, eind 2009 de computer heeft terugbezorgd bij Proximedia. Proximedia betwist dat de Colportagewet in deze van toepassing is. [Y] heeft ten onrechte gesteld dat de tussen partijen gesloten overeenkomst nietig, vernietigbaar of voor ontbinding vatbaar is. Voorts heeft Proximedia betwist dat [Y] heeft gedwaald ter zake van de onderhavige overeenkomst. Tot slot heeft Proximedia betwist dat artikel 7.1 van de overeenkomst een onredelijk bezwarend beding betreft. Dit beding betreft een kernbeding waarover niet onderhandeld behoeft te worden. Het thans gevorderde bedrag betreft een verbrekingsvergoeding van 60% van de nog niet vervallen termijnen.

4. [Y] heeft verweer gevoerd. Zij heeft primair gesteld dat de kantonrechter niet bevoegd is kennis te nemen van de onderhavige vordering. Proximedia heeft weliswaar gesteld dat haar vordering is gebaseerd op een huurovereenkomst, maar uit de kop en de inhoud van de overeenkomst blijkt volgens [Y] dat het gaat om een overeenkomst voor informaticaprestaties. Omdat de vordering meer bedraagt dan € 5.000,- is de kantonrechter onbevoegd. Subsidiair heeft [Y] gesteld dat de vorderingen dienen te worden afgewezen. Proximedia heeft haar vordering ten eerste niet onderbouwd. Verder heeft [Y] aangevoerd dat in deze de Colportagewet van toepassing is. Op grond van artikel 24, tweede lid, van deze wet is de tussen partijen gesloten overeenkomst nietig. Voorts heeft [Y] aangevoerd dat ze de overeenkomst tijdig buitengerechtelijk heeft ontbonden, dat de overeenkomst vernietigbaar is vanwege dwaling en dat het beding in artikel 7.1 van de overeenkomst onredelijk en om die reden vernietigbaar is.

Bij dupliek heeft [Y] haar stellingen gehandhaafd. [Y] heeft in aanvulling daarop betwist dat de kosten van een website € 1.965,- en de kosten van een pc met website

€ 3.642,- bedragen. De door Proximedia gevorderde kosten zijn niet reëel. [Y] heeft voorts gesteld dat zij in maart 2009 tevergeefs aan Proximedia heeft kenbaar gemaakt dat Proximedia het gehele computersysteem bij haar thuis kon ophalen. Nadat Proximedia [Y] daartoe op 4 november 2009 verzocht, heeft [Y] het computersysteem op 16 november 2009 retour gezonden.

De beoordeling van het geschil

5.1 Het meest verstrekkende verweer van [Y] betreft de bevoegdheid van de kantonrechter. [Y] heeft in dat verband gesteld dat de onderhavige overeenkomst geen huurovereenkomst is en dat gelet op de hoogte van de vordering de kantonrechter niet bevoegd is van de onderhavige vordering kennis te nemen.

Uit artikel 1 van de tussen partijen gesloten overeenkomst volgt dat Proximedia verschillende types computerapparatuur en software in licentie geeft, verhuurt en onderhoudt en dat alle betrokken computerapparatuur eigendom blijft van Proximedia zelfs na volledige voldoening van alle maandelijks betalingen. Naar het oordeel van de kantonrechter kan hieruit worden afgeleid dat de overeenkomst als een huurovereenkomst van computerapparatuur kan worden aangemerkt. Gelet op het bepaalde in artikel 93, aanhef en onder c Rv. acht de kantonrechter zich bevoegd kennis te nemen van de onderhavige vordering. Dit verweer van [Y] treft dan ook geen doel.

5.2 Vervolgens dient de vraag beantwoord te worden of de bepalingen van de Colportagewet (zoals deze luidden ten tijde in geding) van toepassing zijn. De kantonrechter overweegt dat de Colportagewet niet rechtstreeks toepasselijk is, omdat [Y] de overeenkomst met Proximedia is aangegaan in de uitoefening van haar onderneming. Immers, in de overeenkomst is vermeld dat deze wordt aangegaan met "[naam]", dat de juridische vorm een eenmanszaak is en dat deze wordt vertegenwoordigd door [Y]. De Colportagewet biedt, gelet op het bepaalde in artikel 1, lid 1, onder c van die wet, alleen bescherming aan particulieren. Echter, via de reflexwerking kan de Colportagewet alsnog van toepassing worden geacht. Onder omstandigheden komt aan de beschermende bepalingen van de Colportagewet reflexwerking toe ten behoeve van de kleine ondernemer, die materieel niet van een consument is te onderscheiden.

Op grond van de als productie 1 bij de conclusie van antwoord overgelegde mail van 9 maart 2009, waarin [Y] heeft aangegeven dat ze een kleine onderneemster is, de als productie 3 bij de conclusie van antwoord overgelegde jaarrekening 2008 van "[naam]" en de onderhavige overeenkomst moet worden vastgesteld dat [Y] op het moment dat de overeenkomst werd gesloten een kleine ondernemer was. Verder is van belang dat het initiatief voor het verkoopgesprek is uitgegaan van Proximedia en dat de aangeboden informaticadiensten niet onmiddellijk samenhangen met de door [Y] bedrijfsmatig ondernomen activiteiten en buiten het gebied van haar eigenlijke professionele activiteit, te weten het uitoefenen van een kapsalon, liggen. Gelet hierop is de kantonrechter van oordeel dat [Y] in dit geval materieel niet of nauwelijks van een consument kan worden onderscheiden, zodat haar via de reflexwerking de bescherming toekomt van de Colportagewet.

5.3 [Y] heeft primair een beroep gedaan op de nietigheid van de overeenkomst. Zij heeft in dat verband verwezen naar artikel 24, lid 2, aanhef en onder a van de Colportagewet. Hierin is bepaald dat door de bij de overeenkomst partij zijnde eigenaar of eigenaren van de onderneming, waarin onderscheidenlijk voor rekening waarvan, de colporteur werkzaam is, wordt zorg gedragen dat in de akte, bedoeld in het eerste lid, de in artikel 25, eerste lid, bedoelde mogelijkheid om de overeenkomst te ontbinden wordt vermeld alsmede zijn of hun naam en zijn of hun adres, waarnaar de in artikel 25, eerste lid, bedoelde mededeling kan worden gezonden, een en ander op straffe van nietigheid van de overeenkomst.

Volgens [Y] wordt noch in de tussen partijen gesloten overeenkomst noch in de daarop van toepassing zijnde algemene voorwaarden melding gemaakt van de in artikel 24, lid 2 juncto artikel 25 van de Colportagewet genoemde mogelijkheid tot ontbinding. Naar het oordeel van de kantonrechter treft dit verweer doel. In het eerste lid van artikel 25 van de Colportagewet is bepaald dat een overeenkomst van deze wet is ontbonden zodra de partij die tot het sluiten van de overeenkomst is bewogen aan de wederpartij heeft medegedeeld dat hij de ontbinding van de overeenkomst verlangt. In het tweede lid van dit artikel is bepaald dat de mededeling houdende ontbinding van de overeenkomst dient te worden gedaan uiterlijk op de achtste dag volgend op de dag waarop een exemplaar van de opgemaakte akte door de Kamer van Koophandel en Fabrieken van een gewaarmerkte dagtekening is voorzien.

Artikel 7, lid 1 van de voorwaarden bij de onderhavige overeenkomst betreft onder meer de ontbinding van de overeenkomst. Uit deze bepaling volgt dat ontbinding van de overeenkomst drie maanden voor de einddatum van de overeenkomst bij aangetekende brief met ontvangstbevestiging wordt aangekondigd door de ene partij aan de andere. Daarmee stemt de door Proximedia bepaalde wijze van ontbinden niet overeen met het in dit geval van toepassing zijnde artikel 25 van de Colportagewet. De kantonrechter stelt dan ook vast dat de overeenkomst op grond van artikel 24, lid 2, aanhef en onder a van de Colportagewet nietig is. Dit betekent dat de vordering van Proximedia dient te worden afgewezen.

5.4 Proximedia zal als de in het ongelijk te stellen partij worden verwezen in de proceskosten, waarbij het salaris gemachtigde zal worden begroot op 2 procespunten à € 250,-.

Beslissing

De kantonrechter:

wijst de vordering af;

veroordeelt Proximedia in de kosten van deze procedure, tot op heden aan de zijde van [Y] begroot op € 500,- wegens salaris.

Aldus gewezen door mr. P. Schulting, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 25 mei 2011 in tegenwoordigheid van de griffier.

c 222.