Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLEE:2011:BP9062

Instantie
Rechtbank Leeuwarden
Datum uitspraak
02-03-2011
Datum publicatie
25-03-2011
Zaaknummer
344927 \ CV EXPL 11-552
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Arbeidszaak: Ontslag op staande voet wegens toe-eigenen van sigaretten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2011-0264
XpertHR.nl 2013-366155
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LEEUWARDEN

Sector kanton

Locatie Heerenveen

zaak-/rolnummer: 344927 \ CV EXPL 11-552

vonnis van de kantonrechter ex art. 254 lid 4 Rv d.d. 2 maart 2011

inzake

[eiser],

hierna te noemen: [eiser],

wonende te [woonplaats],

eiser,

gemachtigde: mr. A.C. Zillinger Molenaar,

tegen

De besloten vennootschap Groufood B.V.,

h.o.d.n. Super de Boer Wolvega B.V.,

hierna te noemen: Super de Boer,

statutair gevestigd te Grou,

kantoorhoudende te Wolvega,

gedaagde,

gemachtigde: mr. R. Nijdam.

Procesverloop

1. [eiser] heeft Super de Boer gedagvaard voor de zitting van 16 februari 2011 en op de bij exploot vermelde gronden gevorderd bij wijze van voorlopige voorziening uitvoerbaar bij voorraad, Super de Boer te veroordelen tot:

- wedertoelating van [eiser] tot zijn werk, uiterlijk binnen 3 werkdagen na betekening van het vonnis, op straffe van verbeurte aan [eiser] van een dwangsom groot € 250,- per dag dat Super de Boer [eiser] niet toelaat;

- doorbetaling van het reguliere loon van [eiser] vanaf 27 januari 2011 zolang het dienstverband voortduurt of er niet een rechtsgeldige reden is om loonbetaling op te schorten of te staken;

- in geval van te late betaling van reeds verschenen loon ten tijde van het vonnis, de wettelijke verhoging ex artikel 7: 625 BW over het te laat betaalde;

- voor zover er sprake zal zijn van de te late loonbetaling, de wettelijke rente over het achterstallig loon plus de wettelijke verhoging, telkens vanaf de opeisbaarheid daarvan;

met veroordeling van Super de Boer in de proceskosten.

De mondelinge behandeling is gehouden op 16 februari 2011. Gelijktijdig is behandeld het voorwaardelijk verzoek van Super de Boer tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst. De gemachtigde van Super de Boer heeft voorafgaand aan de zitting producties in het geding gebracht. Van het verhandelde zijn aantekeningen gemaakt. De gemachtigde van Super de Boer heeft het standpunt van zijn cliënte toegelicht aan de hand van pleitnotities.

Vervolgens is vonnis bepaald.

Motivering

De feiten

2. In deze procedure geldt - voor zover van belang - het volgende als vaststaand.

2.1. [eiser], geboren [datum], is sedert [datum] in dienst bij Super de Boer, laatstelijk in de functie van medewerker kruidenierswaren (vakkenvuller), tegen een bruto salaris van € 1.567,53 per vier weken.

2.2. [eiser] heeft op 21 januari 2011 's ochtends rond 06.30 uur, kort na aanvang van zijn dienst, een pakje sigaretten uit de sigarettenkast gepakt. [eiser] heeft dit de afgelopen jaren vaker gedaan. Op 21 januari 2011 heeft [eiser] het pakje sigaretten niet betaald.

2.3. Super de Boer heeft [eiser] op 27 januari 2011 op staande voet ontslagen. Zij heeft het ontslag schriftelijk bevestigd bij brief van diezelfde datum. De ontslagbrief vermeldt onder meer: "Vanmorgen hebben we jou geconfronteerd met beelden van onze beveiligingscamera, waaruit blijkt dat je een verpakking sigaretten hebt gepakt zonder de daarvoor geldende voorschriften in acht te nemen en zonder dit te betalen.".

2.4. [eiser] heeft op 27 januari 2011 alsnog voor het pakje sigaretten betaald. De bon is afgetekend door een van de hoofdkassières.

2.5. [eiser] heeft bij brief van eveneens 27 januari 2011 geprotesteerd tegen het gegeven ontslag op staande voet.

De standpunten van partijen

3.1. [eiser] stelt zich op het standpunt dat hij ten onrechte op staande voet is ontslagen. [eiser] heeft daartoe aangevoerd dat hij de bedrijfsregels ten aanzien van personeelsaankopen - voor zover die bij hem bekend waren - niet heeft overtreden. [eiser] stelt dat het de gewoonte was - niet alleen van hemzelf, maar ook van andere personeelsleden - om rookwaren die 's ochtends voordat de hoofdkassière er was uit de kast werden gehaald, later in de eerste personeelspauze bij de kassa af te rekenen. [eiser] heeft een aantal jaren geleden een collega,[collega] (chef van de groenteafdeling), dit zien doen. [eiser] heeft toen gevraagd of dit mocht, waarop hij een bevestigend antwoord kreeg. [eiser] heeft de afgelopen drie jaren meermalen 's ochtends sigaretten gepakt. Hij is hier nimmer op aangesproken. De sigaretten heeft hij steeds bij de infobalie bij een van de hoofdkassières afgerekend. [eiser] betwist dat het hem bekend was dat het verboden was om personeelsaankopen te doen voordat de hoofdkassière aanwezig was. De bedrijfsregels waar Super de Boer op doelt, zijn hem niet bekend en zijn ook niet algemeen bekend gemaakt.

3.2. Ten aanzien van de bewuste overtreding heeft [eiser] aangevoerd dat hij vergeten is het pakje sigaretten af te rekenen omdat hij die ochtend een telefoontje kreeg dat zijn grootvader was overleden, waardoor hij van slag was.

Voorts stelt [eiser] dat hij zich realiseerde dat hij vergeten was het pakje sigaretten af te rekenen, toen hij op 27 januari 2011 bij de bedrijfsleider, de heer [X], werd geroepen en deze naar de monitor van de bewakingscamera wees. Hij heeft dit toen direct tegen de heer [X] gezegd. Hij heeft daarna voor de sigaretten betaald.

3.3. Daarnaast heeft [eiser] aangevoerd dat het ontslag niet onverwijld is gegeven, gezien het tijdsverloop tussen het meenemen van het pakje sigaretten (21 januari 2011) en het ontslag (27 januari 2011).

3.4. Tot slot stelt [eiser] dat het ontslag niet gerechtvaardigd is, gelet op het feit dat hij al vijf jaar in dienst is, het slechts om één incident gaat en hij door het ontslag in financiële problemen komt (hij woont zelfstandig, zonder vermogen en zonder partner die financieel iets kan opvangen).

4.1. Super de Boer stelt dat zij [eiser] terecht op staande voet heeft ontslagen.

Super de Boer heeft daartoe aangevoerd dat de voorschriften voor wat betreft de personeelsaankopen zeer belangrijk en glashelder zijn: de producten dienen direct betaald te worden bij een kassière en de kassabon dient door een hoofdkassière te worden afgetekend. Als er geen kassa geopend is, kan alleen in overleg met en na goedkeuring van de hoofdkassière een personeelsaankoop worden gedaan. De aankoop wordt door de hoofdkassière genoteerd en de kassabon wordt geparkeerd en bewaard bij de kassa. De medewerker dient in zijn eerstvolgende pauze de aankoop af te rekenen, waarna de kassabon door de hoofdkassière wordt afgetekend. (Hetzelfde geldt wanneer een medewerker zijn/haar portemonnee is vergeten.) Op deze wijze is controleerbaar of de personeelsaankoop al dan niet is betaald. Het is dus niet mogelijk om personeelsaankopen te doen voordat de hoofdkassière aanwezig is. [eiser] kent deze huisregels en een strikte naleving is van zeer groot belang voor Super de Boer.

4.2. Tot voor kort bestond er voor Super de Boer geen aanleiding om de beelden van de beveiligingscamera te bekijken. Nadat er sigaretten bleken te ontbreken, heeft één van de hoofdkassières, mevrouw [Y], de beelden van de beveiligingscamera bekeken. Op deze beelden zag mevrouw [Y] dat [eiser] het rolluik van de sigarettenkast omhoog schoof, een pakje sigaretten pakte en wegliep. De bedrijfsleider, de heer [X], is hiervan op 26 januari 2011 op de hoogte gesteld. Toen de heer [X] [eiser] hiermee confronteerde, heeft [eiser] aanvankelijk gezegd dat hij wel had betaald. Pas toen de heer [X] hem liet weten dat hij dit kon checken, gaf [eiser] toe dat hij niet betaald had. De heer [X] heeft [eiser] toen op staande voet ontslagen. [eiser] heeft op 21 januari 2011 in strijd met de huisregels een pakje sigaretten weggenomen voordat de hoofdkassière aanwezig was. Bovendien heeft hij op 21 januari 2011 niet voor het pakje sigaretten betaald.

4.3. Super de Boer heeft voorts aangevoerd dat nadien is gebleken dat [eiser] al drie jaar lang in strijd met de huisregels 's ochtends voordat de hoofdkassière er was een pakje sigaretten uit de sigarettenkast pakte. Uit navraag bij de vier hoofdkassières is gebleken dat niemand zich kan herinneren dat [eiser] ooit in zijn pauze de sigaretten afrekende die hij eerder zou hebben gepakt. Super de Boer heeft dan ook het ernstige en gegronde vermoeden dat [eiser] al jaren sigaretten pakt zonder deze af te rekenen.

De beoordeling

5. De kantonrechter is van oordeel dat met de aard van de vordering de spoedeisendheid is gegeven.

6.1. Volgens vaste jurisprudentie moet de rechter bij de beoordeling van de gerechtvaardigdheid van het ontslag op staande voet de omstandigheden van het geval, in onderling verband en samenhang, in aanmerking nemen. Hierbij moet de aard en de ernst van de dringende reden worden afgewogen tegen de persoonlijke omstandigheden van de werknemer. Gelet op alle omstandigheden komt de kantonrechter tot het oordeel dat niet moet worden uitgesloten dat het door Super de Boer gegeven ontslag op staande voet in een bodemprocedure stand zal houden.

6.2. De kantonrechter overweegt daartoe dat het [eiser] bekend was dat personeelsaankopen direct afgerekend dienden te worden en dat een van de hoofdkassières de kassabon diende af te tekenen. Voor zover [eiser] zich erop heeft beroepen dat hij in de veronderstelling was dat de door hem gehanteerde werkwijze, waarbij hij een pakje sigaretten uit de sigarettenkast nam voordat de hoofdkassière aanwezig was, geoorloofd was, kan hem dit niet baten. Iedere controle op deze personeelsaankoop kwam hierdoor immers te ontbreken. Dat deze regel niet expliciet bekend is gemaakt, maakt dit niet anders. Dat andere collega's op dezelfde manier te werk gingen danwel dat zij wisten dat [eiser] regelmatig sigaretten uit de sigarettenkast pakte, heeft [eiser] niet aannemelijk gemaakt. Zelfs wanneer een collega hem zou hebben meegedeeld dat het was toegestaan om zelf een pakje sigaretten te pakken, dan had [eiser] dit moeten verifiëren bij de bedrijfsleider. [eiser] mocht niet zonder meer afgaan op de mededeling van een collega. Overigens heeft de kantonrechter begrepen dat de bedoelde sigarettenkast was afgesloten, maar dat deze - door even te wrikken - geopend kon worden zonder sleutel. Ook uit het feit dat de kast wel was afgesloten had [eiser] kunnen begrijpen dat hij daar niet zelf sigaretten uit mocht pakken.

6.3. Voorts acht de kantonrechter van belang dat [eiser] ook in vijf dagen nadat hij de sigaretten had gepakt zonder te betalen, dit verzuim niet heeft hersteld. Indien [eiser] op 21 januari 2011 per abuis heeft verzuimd te betalen, dan had toch in ieder geval verwacht mogen worden dat hij in één van de volgende dagen dat alsnog zou hebben gedaan. [eiser] heeft echter vijf dagen laten verstrijken, zonder tot betaling over te gaan. Ook daardoor acht de kantonrechter het verweer van [eiser] dat hij per abuis heeft verzuimd te betalen, weinig aannemelijk. Overigens heeft [eiser] ter zitting erkend dat, indien de heer [X] hem op 27 januari 2011 niet had aangesproken, hij wellicht in het geheel niet zou hebben betaald.

6.4. Tot slot acht de kantonrechter van belang dat [eiser] ter zitting heeft verklaard dat hij de afgelopen drie jaar vaker sigaretten heeft gepakt, maar dat hij deze wel heeft afgerekend en de kassabon heeft laten aftekenen, onder andere door mevrouw [Z]. Mevrouw [Z] heeft zulks betwist en ter zitting heeft zij verklaard dat uit navraag bij de andere hoofdkassières is gebleken dat geen van hen zich kon herinneren dat [eiser] sigaretten bij hen had afgerekend. [eiser] heeft van de door hem gestelde betalingen ook geen betalingsbewijzen in het geding gebracht. Dit maakt de verklaring van [eiser] dat hij slechts eenmaal is vergeten af te rekenen, weinig geloofwaardig.

6.5. Voor zover [eiser] nog heeft aangevoerd dat zijn persoonlijke omstandigheden het ontslag op staande voet niet rechtvaardigen, overweegt de kantonrechter dat deze omstandigheden - afgewogen tegen de aan het adres van [eiser] gemaakte verwijten - niet zodanig zijn dat Super de Boer in redelijkheid niet tot het ontslag op staande voet had mogen besluiten.

7. Anders dan [eiser], is de kantonrechter van oordeel dat het ontslag wel onverwijld is gegeven. Daags nadat het gebeurde ter kennis van de bedrijfsleider was gekomen heeft hij [eiser] bij zich geroepen en hem in de gelegenheid gesteld zijn visie op het gebeurde te geven. Daarna heeft de heer [X] [eiser] op staande voet ontslagen, hetgeen, zoals uit het voorgaande blijkt, naar het voorlopig oordeel van de kantonrechter gerechtvaardigd moet worden geacht.

8. De vorderingen van [eiser] zullen dan ook worden afgewezen en [eiser] zal als de in het ongelijk te stellen partij worden verwezen in de proceskosten.

Beslissing

De kantonrechter:

Rechtdoende in kort geding

wijst de vorderingen van [eiser] af;

veroordeelt [eiser] in de proceskosten, tot op heden aan de zijde van Super de Boer begroot op € 250,- wegens salaris gemachtigde.

Aldus gewezen door mr. J.C.G. Leijten, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 2 maart 2011 in tegenwoordigheid van de griffier.

c 41