Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLEE:2011:BP7493

Instantie
Rechtbank Leeuwarden
Datum uitspraak
09-03-2011
Datum publicatie
11-03-2011
Zaaknummer
332275
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHLEE:2012:BV7349, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Arbeidszaak: Werknemer stelt zich te hebben geblesseerd bij het uitladen van een paard. Werkgever niet aansprakelijk voor de gestelde schade.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 7
Burgerlijk Wetboek Boek 7 611
Burgerlijk Wetboek Boek 7 658
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JA 2011/125
AR-Updates.nl 2011-0202
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LEEUWARDEN

Sector kanton

Locatie Heerenveen

zaak-/rolnummer: 332275 \ CV EXPL 10-5385

vonnis van de kantonrechter d.d. 9 maart 2011

inzake

[eiseres],

hierna te noemen: [eiseres],

wonende te [woonplaats],

eiseres,

procederende met toevoeging,

gemachtigde: mr. drs. M.R. van der Pol,

tegen

De vennootschap onder firma [VOF],

gevestigd te [plaats],

en haar vennoten

[gedaagde],

en

[gedaagde],

beiden wonende te [plaats],

hierna te noemen: [gedaagden c.s.],

gedaagden,

gemachtigde: mr. E.W. Bosch.

Het verdere procesverloop

1. Ingevolge het tussenvonnis van 20 oktober 2010 heeft er op 8 december 2010 een comparitie van partijen plaatsgevonden. Van het verhandelde ter zitting is proces-verbaal opgemaakt. De gemachtigde van [eiseres] heeft ter comparitie aantekeningen met producties overgelegd. Hierna heeft [gedaagden c.s.] een akte genomen en is vervolgens vonnis bepaald op de stukken, waarvan de inhoud als hier ingelast geldt.

Motivering

2. De verdere beoordeling van het geschil

2.1. De kantonrechter neemt hier de inhoud van voormeld tussenvonnis over.

2.2. [gedaagden c.s.] exploiteert een trainingstal voor paarden die klaargemaakt worden om te koersen. Daarnaast exploiteert [gedaagden c.s.] een stoeterij (fokkerij) waar met name trainingen met jockeys voor koersen plaatsvinden. Bij [gedaagden c.s.] staan naast eigen paarden ook paarden van derden gestald.

[eiseres] is sedert 12 maart 2008 in dienst bij [gedaagden c.s.] Zij heeft een fulltime dienstverband. De taken van [eiseres] bestonden onder andere uit het uitmesten van paardenboxen, het naar het land (en terug)brengen van paarden, paarden naar de stapmolen (en terug)brengen, paarden in- en uitspannen, paarden verzorgen, stalling, het terrein vegen, tuigage verzorgen, uitrijden, longeren en assistentie bij gebitsverzorging van paarden.

2.3. [gedaagden c.s.] organiseert vanaf 2005 jaarlijks met de heer [X] van Boko Stables Nederland een veiling van jaarlingen, de zogenoemde "2 Companions Sale". Deze veiling biedt paardenfokkers uit binnen- en buitenland de mogelijkheid om hun fokproducten aan te bieden. Partijen die geïnteresseerd zijn in de veiling krijgen vooraf een catalogus en een DVD toegestuurd. De jaarlingen die voor de veiling worden aangemeld, worden daarom ruim voorafgaand aan de veiling gefilmd door een filmbedrijf. Het filmen van de jaarlingen wordt verdeeld over twee dagen. In deze twee dagen worden ongeveer 40 paarden gefilmd. Op 15 juli 2008 heeft er een filmsessie plaatsgevonden op het terrein van [gedaagden c.s.]

2.4. [eiseres] stelt dat haar op de filmdag bij het uitladen van een paard een ongeval is overkomen. Zij heeft het ongeval tijdens de comparitie als volgt omschreven.

(…)

Op 15 juli 2008 gebeurde het volgende. Ik had die dag de algemene instructie gekregen om te helpen bij het in- en uitladen van de paarden. Het was de bedoeling dat iedereen mee zou helpen. Ik had net een nieuwe draad gespannen rondom een weiland en de isolator vervangen. Om ongeveer tien uur zag ik dat een chauffeur moeite had met het uitladen van een paard. Hij vroeg mij of ik even kon helpen. Ik wist dat hij de chauffeur was, omdat ik hem eerst uit de bestuurderskant van de vrachtwagen had zien komen. Ik kende de chauffeur niet en had hem nog nooit eerder gezien. Hij was een oudere man van tussen de 60 en 70 jaar oud. Ik heb mij niet voorgesteld. De vrachtwagen was van [gedaagden c.s.]. Dit wist ik doordat er [gedaagden c.s.] op stond. De vrachtwagen van [Y] stond schuin achter de vrachtwagen van [gedaagden c.s.].

Ik heb mijn emmer met materiaal voor het pand neergezet en ik heb een gil de gang in gegeven. Ik zag geen collega's en er reageerde niemand op mijn gil. Het ging op dat moment allemaal heel snel. Ik zag dat de chauffeur hulp nodig had en ik vond dat dit niet lang kon wachten omdat die dag veel paarden in- en uitgeladen moesten worden. Ik ben de chauffeur toen gaan helpen. Ik zag geen bijzondere risico's in wat ik ging doen. Ik ben via de laadklep de trailer in gelopen. Pas toen ik de trailer in liep, zag ik dat er nog twee paarden in stonden. Het paard stond met zijn hoofd richting de uitgang. Ik ben ruim langs het paard gegaan. Ik heb geprobeerd met stemgeluid het paard vooruit te jagen. Dit lukte niet. Ik heb toen met twee handen achter het dier geprobeerd het paard met dwang de trailer uit te laten lopen door te duwen. Ik stond vlak achter het paard. Het is niet erg gevaarlijk om dicht achter een paard te staan. Het is in de paardenwereld niet ongewoon om een paard uit de trailer te duwen. Hoe verder je van een paard af staat hoe gevaarlijker het wordt. Er zat ongeveer één meter tussen mij en het schot. De chauffeur begon harder te trekken. Het paard ging daardoor achteruit en zwiepte met zijn staart. Mijn hand schoot onder het staartbeen van het paard. Het paard ging iets door zijn achterbenen waardoor er een paar seconden druk op mijn handpalm kwam. Ik heb met mijn voet een trap tegen het been van het paard gegeven waarna hij wel vooruit ging en de trailer uit liep. Ik heb tegen de chauffeur gezegd dat mijn pols niet goed voelde en ik deze ging koelen met water. De chauffeur heeft het ongeval niet zien gebeuren doordat hij aan de voorkant van het paard stond. De chauffeur moest daarna direct weg om andere paarden op te halen. Ik heb hem die dag nog wel vaker gezien, maar ik heb hem verder geen assistentie meer verleend.

(…)

Normaal gesproken werd het in- en uitladen door andere collega's gedaan. Ik was nooit eerder met de paarden in de trailer geweest. Ik weet niet wat ik anders had kunnen doen dan in mijn eentje te helpen door het paard aan de achterkant te duwen. Het was mijn eigen inschatting het zo te doen.

(…)

2.5. [eiseres] heeft op 30 augustus 2009 op marktplaats.nl een advertentie gezet met de tekst:

(…)

Hallo, ik ben een jonge vrouw met veel ervaring in de paardenwereld zowel privé als werk. zoek een uitdaging als bedrijfsleidster bij een klein tot middengrote manege. Zo'n 27 jaar geleden kwam ik in aanraking met het "paarden virus". Ik kom er niet van af. Ik heb de lagere en middelbare landbouw school gevolgd, hier door veel ervaring opgedaan in onderhoud van stallen, gebouwen, terrein, weiden en verzorging van meerdere diersoorten

(…)

Zelf heb ik al 14 jaar dekhengsten in eigendom. Ik verzorg ze zelf, en deze dekken een aantal merries per jaar. Ik kan bij dekkingen begeleiden en van helpen afveulen, tot wedstrijd/keuringsklaar maken. Samen met een collega heb ik een aantal jaren een draverdependance gedraaid met alles er op en er aan, van paarden verzorging tot fourage bijhouden/bestellen,beleren trainen, veearts/hoefsmid/tandars bestellen/helpen.

(…)

2.6. [eiseres] is de mening toegedaan dat [gedaagden c.s.] aansprakelijk is voor de schade die zij als gevolg van het ongeval heeft opgelopen. [eiseres] baseert deze aansprakelijkheid primair op de stelling dat [gedaagden c.s.] als eigenaar/bezitter dan wel als de bedrijfsmatige gebruiker van het paard ex artikel 6:179 BW jo. 6:181 BW aansprakelijk is voor haar schade. Subsidiair stelt [eiseres] dat [gedaagden c.s.] haar zorgplicht als werkgever als bedoeld in artikel 7:658 BW geschonden heeft dan wel op basis van goed werkgeverschap aansprakelijk is voor de door haar geleden schade.

2.7. De kantonrechter overweegt dat, alvorens de juridische grondslagen van de vordering van [eiseres] kunnen worden beoordeeld, allereerst de feitelijke grondslag van haar vorderingen - zij heeft haar hand geblesseerd bij het uitladen van een paard- moet komen vast te staan. [gedaagden c.s.] heeft de feitelijkheden die volgens [eiseres] hebben geleid tot haar polsblessure zeer gemotiveerd weerlegd, zodat niet van de juistheid van de door [eiseres] gestelde feitelijkheden kan worden uitgegaan. [eiseres] zal daarom bewijs van de door haar gestelde feitelijkheden moeten leveren. De kantonrechter zal echter, om proceseconomische redenen, beoordelen of de vorderingen van [eiseres] kans van slagen hebben als van de juistheid van de feitelijke stellingen van [eiseres] moet worden uitgegaan.

2.8. De kantonrechter overweegt dat uit de gestelde feitelijkheden blijkt dat het door [eiseres] bedoelde paard niet het eigendom was van [gedaagden c.s.] en dat [gedaagden c.s.] het paard niet voor zichzelf hield. Voor zover de vordering van [eiseres] is gebaseerd op artikel 6:179 BW kan deze dan ook niet op die grond worden toegewezen.

2.9. [eiseres] heeft zich op het standpunt gesteld dat het bewuste paard door [gedaagden c.s.] werd gebruikt in uitoefening van een bedrijf als bedoeld in artikel 7:181 BW. De kantonrechter is van oordeel dat door [eiseres], in het licht van de gemotiveerde betwisting door [gedaagden c.s.] op dit punt, onvoldoende feiten en omstandigheden zijn aangevoerd op grond waarvan kan worden geoordeeld dat het paard door [gedaagden c.s.] bedrijfsmatig werd gebruikt. Voor dit oordeel is van belang de omstandigheid dat het paard -waarvan [gedaagden c.s.] noch de eigenaar noch de bezitter was- op het moment dat het gestelde ongeval plaatsvond door een onbekende derde uit een vrachtwagen werd gehaald en het paard derhalve nog niet ter beschikking van [gedaagden c.s.] stond.

2.10. [eiseres] heeft voorts de schending van de zorgplicht ex artikel 7:658 BW aan haar vordering ten grondslag gelegd. [eiseres] heeft aangevoerd dat [gedaagden c.s.] niet alleen meer personeel beschikbaar had moeten stellen, maar dat zij ook concrete instructies had moeten geven met betrekking tot het in- en uitladen van paarden. Dit temeer daar het in- en uitladen van paarden niet tot de dagelijkse werkzaamheden van [eiseres] behoort.

2.11. [gedaagden c.s.] heeft gemotiveerd betwist dat zij niet aan haar uit artikel 7:658 BW voortvloeiende zorgplicht heeft voldaan. [gedaagden c.s.] heeft aangevoerd dat het in- en uitladen van paarden bij haar veelvuldig voorkomt. Ook [eiseres] werd ingezet bij het in- en uitladen van paarden die naar koersen gingen of daarvan terugkwamen. Volgens [gedaagden c.s.] voerde [eiseres], net als het andere personeel, deze handeling meerdere keren per week uit. Voorts heeft [gedaagden c.s.] gewezen op de eigen ervaring van [eiseres]. Ook op grond van haar eigen ervaring met paarden is [eiseres] op de hoogte van de wijze waarop paarden moeten worden in- en uitgeladen. [gedaagden c.s.] stelt verder dat de dag waarop het gestelde ongeluk plaatsvond goed was voorbereid. Volgens [gedaagden c.s.] was er maanden van te voren al een schema opgemaakt, waren er 11 man aanwezig en wist iedereen wat van hem of haar werd verwacht. [gedaagden c.s.] betwist, met verwijzing naar het feit dat men eerder klaar was dan gepland, dat er sprake was van een hoge werkdruk.

2.12. De kantonrechter is van oordeel dat, ook indien wordt uitgegaan van de door [eiseres] gestelde toedracht, voldoende aannemelijk is dat [gedaagden c.s.] aan haar zorgplicht heeft voldaan. De kantonrechter overweegt daartoe als volgt.

2.13. Voor zover [eiseres] bij dagvaarding heeft willen stellen dat uit het enkele feit dat haar tijdens werktijd een ongeval is overkomen, voortvloeit dat [gedaagden c.s.] niet aan haar zorgplicht heeft voldaan, moet deze stelling als onjuist van de hand worden gewezen.

Op grond van artikel 7:658, lid 1 BW is de werkgever gehouden de arbeid en de werkplek van de werknemer zodanig te organiseren dat deze in de uitoefening van zijn werkzaamheden geen schade lijdt. Echter, deze verplichting is beperkt tot datgene wat redelijkerwijs noodzakelijk is. Artikel 7:658 BW beoogt namelijk geen absolute waarborg te scheppen voor de werknemer. De aansprakelijkheid van de werkgever berust uiteindelijk op een hem toerekenbare tekortkoming in de nakoming van zijn zorgplicht.

2.14. In het onderhavige geval handelt het om het uitladen van een paard. Gelet op de aard van het dienstverband en de privé bezigheden met paarden zoals deze uit de door [eiseres] op marktplaats.nl geplaatste advertentie blijken, kan weinig waarde worden gehecht aan de stelling van [eiseres] dat zij voor het eerst in een paardentrailer stond. Op grond van de tekst van haar advertentie en de aard van de door haar uitgevoerde werkzaamheden bij [gedaagden c.s.] moet dan ook van de juistheid van de stelling van [gedaagden c.s.] worden uitgegaan, namelijk dat het in- en uitladen van paarden voor [eiseres] een regelmatig terugkomende bezigheid betrof. Voorts moet op grond van de door [eiseres] in voornoemde advertentie zelf gestelde ervaringen met paarden worden aangenomen, zoals [gedaagden c.s.] ook aanvoert, dat [eiseres] op het gebied van paarden een ervaren kracht was. [gedaagden c.s.] mocht er dan ook op vertrouwen dat [eiseres], gelet op haar ervaring en kennis van paarden, zelf in staat zou zijn om de risico's verbonden aan het in- en uitladen van paarden te beoordelen en te handelen naar bevind van zaken, hetgeen [eiseres] blijkens haar verklaring ook heeft gedaan. Een (nadere) instructie van [gedaagden c.s.] hoe een paard uit een trailer te laden is derhalve in dit geval redelijkerwijs niet noodzakelijk te achten. Hierbij is van belang dat, gelet op het ervaringsniveau van [eiseres], gesteld noch gebleken is welke concrete instructie [gedaagden c.s.] had moeten geven om te voorkomen dat het gestelde feitencomplex zich zou hebben voorgedaan.

2.15. Voor zover [eiseres] heeft willen aanvoeren dat het gestelde ongeval het gevolg was tijdsdruk en onderbezetting overweegt de kantonrechter dat deze omstandigheden wel zijn gesteld, maar door [gedaagden c.s.] gemotiveerd zijn weerlegd. Gelet op de concrete feitelijke gegevens die [gedaagden c.s.] heeft aangevoerd ter onderbouwing van de stellingen dat er geen tijdsdruk en geen onderbezetting was, had het op de weg van [eiseres] gelegen om haar stelling nader feitelijk te onderbouwen. Dit heeft [eiseres] nagelaten. Uit de door haar ter zitting afgelegde verklaring, zoals deze in rechtsoverweging 2.4. is geciteerd, kan haar stelling evenmin blijken. Het enkele feit dat zij geen collega's zou hebben gezien en er niemand zou hebben gereageerd op haar gil rechtvaardigt, zonder nadere onderbouwing die niet is gegeven, niet de conclusie dat er op het moment dat zij de beslissing nam om assistentie te verlenen sprake was tijdsdruk of onderbezetting. Niet geoordeeld kan derhalve worden dat tijdsdruk dan wel onderbezetting het gestelde ongeluk in de hand zou hebben gewerkt.

2.16. [eiseres] heeft in de dagvaarding onder punt 42 gesteld:

Meer subsidiair meent [eiseres] dat de werkgever aansprakelijk is op basis van goed werkgeverschap. Op basis daarvan is het onredelijk dat de (verzekerde) werkgever de substantiële (letsel)schade geheel en al voor rekening van de werknemer laat.

2.17. Voor zover [eiseres] haar vordering mede heeft gebaseerd op artikel 7:611 BW heeft zij, naast de hierboven geciteerde zin, geen enkele onderbouwing gegeven aan de door haar ingenomen stelling. Hiervoor is reeds overwogen dat [eiseres] haar zorgplicht van artikel 7:658 lid 2 BW niet heeft geschonden. Zij kan daarom in beginsel ook niet op grond van artikel 7:611 BW aansprakelijk gehouden worden voor de gestelde schade van [eiseres]. De eisen gesteld aan het goed werkgeverschap van artikel 7:611 BW in dit kader houden niet meer of anders in dan die gesteld aan de zorgplicht van artikel 7:658 BW. Slechts in geval van bijzondere omstandigheden kan ook in gevallen waarin vastgesteld is dat de werkgever aan zijn zorgplicht heeft voldaan, de eis zich als een goed werkgever te gedragen met zich mee brengen dat de werkgever toch aansprakelijk gehouden moet worden voor door de werknemer geleden schade. Voor het aannemen van dergelijke bijzondere omstandigheden is door [eiseres] echter onvoldoende gesteld.

2.18. [eiseres] zal als de in het ongelijk te stellen partij in de (na)kosten van deze procedure worden veroordeeld.

Beslissing

De kantonrechter:

wijst de vorderingen af;

veroordeelt [eiseres] in de kosten van deze procedure, tot op heden aan de zijde van [gedaagden c.s.] begroot op:

- € 263,00 aan griffierecht;

- € 450,00 (2 punten à € 225,00) wegens salaris;

- € 131,00 zonder betekening en € 199,00 in het geval van betekening wegens nasalaris.

Verklaart het vonnis met betrekking tot de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad;

Aldus gewezen door mr. J.C.G. Leijten, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 maart 2011 in tegenwoordigheid van de griffier.

c 152