Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLEE:2011:BP7282

Instantie
Rechtbank Leeuwarden
Datum uitspraak
16-02-2011
Datum publicatie
10-03-2011
Zaaknummer
329465
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Overeenkomst met relatiebemiddelingsbureau. Betalingsplicht gedaagde ook als de voorgestelde kandidaten niet hebben geleid tot het door gedaagde kennelijk gewenste doel.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LEEUWARDEN

Sector kanton

Locatie Heerenveen

zaak-/rolnummer: 329465 CV EXPL 10-4923

vonnis van de kantonrechter d.d. 16 februari 2011

inzake

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Mens en Relatie B.V.,

hierna te noemen: Mens en Relatie,

gevestigd te Venlo,

eiseres,

gemachtigde: F.R. Jacobs,

tegen

[gedaagde],

hierna te noemen: [gedaagde],

wonende te [woonplaats],

gedaagde,

gemachtigde: mr J.J. Achterveld.

Procesverloop

1. Op de bij dagvaarding vermelde gronden heeft Mens en Relatie gevorderd om [gedaagde] te veroordelen tot betaling van € 845,02 met rente en kosten.

[gedaagde] heeft bij antwoord de vordering betwist.

Na repliek en dupliek is vonnis bepaald op de stukken, waarvan de inhoud als hier ingelast geldt.

Door partijen zijn producties in het geding gebracht.

Motivering

Vaststaande feiten

2.1. Tussen partijen kan, als enerzijds gesteld en anderzijds niet of onvoldoende gemotiveerd betwist, van het volgende worden uitgegaan.

Partijen hebben met elkaar, onder toepasselijkheid van de algemene voorwaarden van Mens en Relatie, een overeenkomst gesloten, waarbij Mens en Relatie zich heeft verplicht zich in te spannen om aan [gedaagde] contactmogelijkheden te verschaffen. Voorafgaand aan het totstandkomen van de overeenkomst heeft een medewerkster van Mens en Relatie met [gedaagde] een ongeveer 2 uur durend gesprek gehad, waarbij aantekeningen zijn gemaakt, aan de hand waarvan Mens en Relatie een profielschets van [gedaagde] heeft opgemaakt, die ook door [gedaagde] is ondertekend. Mens en Relatie heeft aan de hand van die profielschets ingeschat, dat zij [gedaagde] binnen een jaar een zestal kandidaten kon aanbieden. Zou dat aantal niet kunnen worden gehaald, dan zou dat leiden tot kosteloze verlenging van de duur van de overeenkomst totdat dat aantal wel zou zijn gehaald.

Tussen partijen is een prijs overeengekomen van € 1.005,-. [gedaagde] is daarbij in de gelegenheid gesteld om dit bedrag in 6 opeenvolgende maandelijkse termijnen ad € 167,50 te voldoen. [gedaagde] heeft een tweetal termijnbedragen betaald. Het restant ad € 670,- is onbetaald gebleven.

De twee door Mens en Relatie aangeboden kandidaten hebben niet geleid tot het door [gedaagde] gewenste doel.

Standpunt Mens en Relatie

2.2. Mens en Relatie vordert in dit geding betaling van vorenbedoeld bedrag ad € 670,-, vermeerderd met rente, tot de dag der dagvaarding berekend op € 25,02, en met buitengerechtelijke kosten ad € 150,-. Mens en Relatie baseert haar vordering onder meer op de hierboven vermelde vaststaande feiten. Mens en Relatie betwist dat zij is tekortgeschoten in de voor haar uit de overeenkomst voortvloeiende inspanningsverplichting en zij stelt dat zij slechts passende kandidaten selecteert, waarbij zij altijd tracht de wensen van de kandidaten zo dicht mogelijk te benaderen. Mens en Relatie stelt voorts dat [gedaagde] nimmer duidelijk is geweest in zijn bezwaren. De opzegging door [gedaagde] valt ruim buiten de overeengekomen opzegtermijn. Mens en Relatie wijst er op dat [gedaagde] door het ondertekenen van de overeenkomst heeft ingestemd met de inhoud ervan.

Standpunt [gedaagde]

2.3. [gedaagde] heeft zich tegen de vordering verweerd. Daartoe stelt hij bij antwoord (voorzoveel van belang), dat de door Mens en Relatie opgemaakte profielschets onvolledig is, omdat een aantal door hem opgegeven voorkeuren en kenmerken daarin niet of onvolledig is opgenomen. De twee door Mens en Relatie voorgestelde kandidaten voldeden niet aan het door [gedaagde] gestelde profiel. [gedaagde] heeft bij zijn brief van 2 augustus 2009 duidelijk gemaakt geen vertrouwen in Mens en Relatie te hebben en daarom de overeenkomst te willen beëindigen. [gedaagde] acht hetgeen in punt 6 van de overeenkomst is vermeld, onredelijk bezwarend.

Bij dupliek handhaaft [gedaagde] zijn verweer.

Beoordeling

3.1. Het verweer van [gedaagde] kan niet leiden tot afwijzing van de door Mens en Relatie gevorderde hoofdsom. Daartoe wordt het volgende overwogen.

3.2. [gedaagde] heeft het bij punt 6 van de overeenkomst vermelde beding onredelijk bezwarend geacht. [gedaagde] ziet er blijkbaar aan voorbij dat hier sprake is van een kernbeding in de overeenkomst, waarbij gesteld noch gebleken is dat dit beding door Mens en Relatie gebruikelijk in haar overeenkomsten wordt gehanteerd en dat haar wederpartijen zich daartegen bij het sluiten van de overeenkomst niet kunnen verweren. Van het uiten van enig bezwaar tegen het betreffende kernbeding door [gedaagde] ten tijde van het sluiten van de overeenkomst is niet gebleken. Dit verweer wordt daarom verworpen.

3.3. De omstandigheid dat de beide door Mens en Relatie voorgestelde kandidaten niet hebben geleid tot het door [gedaagde] kennelijk gewenste doel wil nog niet vanzelfsprekend zeggen dat Mens en Relatie deze kandidaten heeft aangeboden afwijkend van het door [gedaagde] opgegeven profiel. [gedaagde] heeft weliswaar aangegeven dat het door Mens en Relatie naar aanleiding van het gesprek voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst samengestelde profiel onjuist of onvolledig is, maar het daarop gerichte – en niet te bewijzen aangeboden – verweer, afgezet tegen de inhoud van de door Mens en Relatie overgelegde profielschets, kan niet leiden tot het oordeel dat Mens en Relatie daarin onvolledig of onzorgvuldig is geweest. Dat sprake is van een te geringe lichaamslengte van een der door Mens en Relatie voorgestelde kandidaten, zoals [gedaagde] heeft gesteld, maakt dat oordeel niet anders en blijkt bovendien niet uit de door partijen overgelegde producties.

3.4. Enerzijds op grond van het vorenstaande en anderzijds vanwege de omstandigheid dat daarvan overigens niet is gebleken, komt de kantonrechter tot het oordeel dat niet vastgesteld kan worden dat Mens en Relatie zich, ondanks haar contractuele verplichting daartoe, in onvoldoende mate voor [gedaagde] heeft ingespannen. Van een aan Mens en Relatie toerekenbare tekortkoming die afwijzing van de gevorderde hoofdsom tot gevolg moet hebben, is niet gebleken. De inhoud van de door [gedaagde] overgelegde verklaring van een der voorgestelde kandidaten – wat daarvan ook zij – maakt dat niet anders, omdat deze niets zegt over de verhouding tussen [gedaagde] en Mens en Relatie.

3.5. Een en ander leidt tot de slotsom, dat [gedaagde] ook betaling van het nog resterende bedrag aan hoofdsom ad € 670,- aan Mens en Relatie is verschuldigd.

Dit bedrag is daarom toewijsbaar.

3.6. Tegen de vorderingen tot vergoeding van rente en buitengerechtelijke kosten is door [gedaagde] niet op zelfstandige gronden enig relevant verweer gevoerd, zodat ook deze kunnen worden toegewezen.

3.7. Als de in het ongelijk te stellen partij zal [gedaagde] in de kosten van het geding worden veroordeeld. Het daarbij aan salaris gemachtigde toe te kennen bedrag is gebaseerd op 2 procespunten à € 100,- per punt.

Beslissing

De kantonrechter:

veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan Mens en Relatie van een bedrag groot € 845,02 (zegge: achthonderdvijfenveertig euro en twee cent), te vermeerderen met de wettelijke rente over € 670,- vanaf de dag der dagvaarding, zijnde 24 augustus 2010, tot de dag der algehele voldoening;

veroordeelt [gedaagde] in de kosten van het geding, tot op deze uitspraak aan zijde van Mens en Relatie begroot op € 200,- aan salaris gemachtigde en op € 238,89 aan verschotten;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Aldus gewezen door mr R. Giltay, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 16 februari 2011 in tegenwoordigheid van de griffier.