Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLEE:2011:BP7211

Instantie
Rechtbank Leeuwarden
Datum uitspraak
10-03-2011
Datum publicatie
14-03-2011
Zaaknummer
AWB 10/879
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Handhaving. De Keur van Wetterskip Fryslân. Hekkelwerkzaamheden. De "om- en-om-regel".

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Omgevingsvergunning in de praktijk 2011/4685
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LEEUWARDEN

Sector bestuursrecht

procedurenummer: AWB 10/879

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 maart 2011 als bedoeld in afdeling 8.2.6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)

in het geding tussen

[naam],

wonende te [woonplaats],

eiser,

gemachtigde: mr. P. Stehouwer, advocaat te Sneek,

en

het dagelijks bestuur van het Wetterskip Fryslân,

verweerder,

gemachtigde: G. Jansen, werkzaam bij het Wetterskip Fryslân.

Procesverloop

Bij besluit van 20 oktober 2009 heeft verweerder, namens deze het clusterhoofd handhaving van het Wetterskip Fryslân (hierna: het clusterhoofd), eiser gelast niet (langer) te handelen in strijd met artikel 3 van de Keur van het Wetterskip Fryslân, op verbeurte van een dwangsom van

€ 500 per geconstateerde overtreding met een maximum van € 1.500. Het tegen deze last door eiser gemaakte bezwaar is door verweerder, namens deze het clusterhoofd, bij besluit van 8 april 2010 ongegrond verklaard (hierna: besluit A). Tegen dit besluit heeft eiser beroep aangetekend. Bij besluit van 9 juli 2010 heeft verweerder besluit A ingetrokken onder de overweging dat het clusterhoofd op grond van artikel 10:3, derde lid, van de Awb niet bevoegd was dit besluit namens verweerder te nemen. Hiervoor is in de plaats gesteld een nieuw besluit op bezwaar (besluit B), met dezelfde strekking als besluit A. Met toepassing van de artikelen 6:18 en 6:19 van de Awb heeft de rechtbank het beroep tegen besluit A mede gericht geacht tegen besluit B. De zaak is behandeld ter zitting van de rechtbank, gehouden op 12 januari 2011, waarbij eiser in persoon is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde, en verweerder zich heeft laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde, vergezeld van milieu-inspecteurs P.H. de Jong en J. Enting.

Motivering

Feiten

1.1 Aan de last ligt ten grondslag dat eiser heeft gehandeld in strijd met artikel 3 van de Keur Wetterskip Fryslân (hierna: de Keur), in samenhang gelezen met artikel 2 van de Keur door in de ochtend van 13 oktober 2009 medewerkers van het Wetterskip te beletten een watergang, gelegen in en/of aan een weiland nabij de Smalle Ee in de gemeente Smallingerland, te schonen (hekkelen), althans dat hij heeft verhinderd dat deze werkzaamheden konden worden voltooid. In verband hiermee is op verzoek van De Jong voornoemd brigadier van politie [naam politieagent] langsgekomen, omstreeks 09.30 uur. [naam politieagent] heeft gesproken met De Jong en eiser. Van zijn bevindingen heeft [naam politieagent] op 14 januari 2010 proces-verbaal opgemaakt (nummer: 2009107298-4).

Beoordeling van het geschil

2.1 Gesteld noch gebleken is dat eiser nog een rechtens te honoreren belang heeft bij een beoordeling van besluit A. Het beroep, voor zover gericht tegen besluit A, zal daarom niet-ontvankelijk worden verklaard, met veroordeling van verweerder in de proceskosten.

2.2 Artikel 61, eerste lid, van de Waterschapswet bepaalt dat het waterschapsbestuur bevoegd is tot oplegging van een last onder bestuursdwang. De bevoegdheid tot oplegging van een last onder bestuursdwang wordt uitgeoefend door het dagelijks bestuur, indien oplegging van een last onder bestuursdwang dient tot handhaving van regels welke het waterschapsbestuur uitvoert. Artikel 5:21 van de Awb bepaalt dat onder last onder bestuursdwang wordt verstaan: de herstelsanctie, inhoudende:

a. een last tot geheel of gedeeltelijk herstel van de overtreding, en

b. de bevoegdheid van het bestuursorgaan om de last door feitelijk handelen ten uitvoer te leggen, indien de last niet of niet tijdig wordt uitgevoerd.

Het toepassen van bestuursdwang strekt er derhalve toe dat de feitelijke situatie in overeenstemming wordt gebracht met de rechtens behorende situatie. Een bestuursorgaan dat bevoegd is een last onder bestuursdwang op te leggen, kan op grond van artikel 5:32, eerste lid, van de Awb in plaats daarvan aan de overtreder een last onder dwangsom opleggen.

2.3 Gelet op het algemeen belang dat gediend is met handhaving, zal in geval van overtreding van een wettelijk voorschrift het bestuursorgaan dat bevoegd is om met bestuursdwang of een last onder dwangsom op te treden, in de regel van deze bevoegdheid gebruik moeten maken. Slechts onder bijzondere omstandigheden mag van het bestuursorgaan worden gevergd dit niet te doen.

2.4 Op grond van artikel 3 van de Keur zijn eigenaren van waterstaatswerken of van nabij waterstaatswerken gelegen percelen verplicht, voor zover zulks nodig is ten behoeve van werkzaamheden vanwege het waterschap ter behartiging van de opgedragen waterstaatszorg, materiaal en materieel op hun percelen toe te laten, alle tijdelijke werken en verrichtingen in en op hun percelen toe te laten en degenen, die met het onderhoud van waterstaatswerken en het toezicht daarop zijn belast op hun percelen toe te laten. Op grond van artikel 2 van de Keur richt deze norm (gedoogplicht) zich tevens op gebruikers van percelen.

2.5 Allereerst dient te worden beoordeeld of eiser als gebruiker van het betreffende perceel kan worden aangemerkt. Blijkens het in 1.1 bedoelde proces-verbaal heeft eiser tegenover [naam politieagent] verklaard dat zijn paarden in het betreffende weiland liepen. In het aanvullende beroepschrift heeft eiser gesteld dat het enkele feit dat hij mogelijkerwijs eigenaar en/of verzorger zou zijn van enkele paarden die in het weiland liepen hem nog niet kwalificeert als gebruiker in de zin van artikel 2 van de Keur. Ter zitting heeft eisers gemachtigde verklaard dat eiser de paarden verzorgt en hierop toezicht uitoefent. Op basis van deze gegevens, in onderlinge samenhang beschouwd, oordeelt de rechtbank dat eiser in ieder geval als gebruiker van het weiland heeft te gelden, in de zin van artikel 2 van de Keur. Voorts staat vast dat eiser op 13 oktober 2009 medewerkers van het Wetterskip heeft belet de betreffende watergang te schonen, althans heeft gehinderd bij het voltooien van de werkzaamheden. Deze gedraging is in strijd met artikel 3 van de Keur. Verweerder was dus bevoegd om handhavend op te treden tegen eiser.

2.6 Eiser heeft gewezen op de zogenoemde "om-en-om-regel" die medewerkers van het Wetterskip hanteren tijdens hun werkzaamheden. Volgens deze regel dient de hekkelspecie volgens eiser de ene keer op het ene weiland gedeponeerd te worden en de volgende keer op het andere, tegenoverliggende, weiland. Eiser is van opvatting dat deze regel is geschonden omdat de hekkelspecie net als bij de eerdere werkzaamheden opnieuw op het door hem gebruikte weiland is gedeponeerd. Verweerder heeft uiteengezet dat de regel aldus moet worden opgevat dat het ene seizoen de hekkelspecie op het ene weiland wordt gedeponeerd en dat de hekkelspecie in het daarop volgende seizoen op het andere weiland wordt gedeponeerd. Het kan dus voorkomen dat in één seizoen meerdere malen hekkelspecie op eenzelfde weiland wordt gedeponeerd. Wat hiervan ook zij, een en ander laat onverlet dat eiser medewerkers van het Wetterskip niet mocht beletten hun werkzaamheden uit te voeren conform de Keur.

2.7 Eiser heeft verder betoogd dat verweerder de hekkelwerkzaamheden vooraf niet, althans onvoldoende, heeft aangekondigd, zodat hij geen gelegenheid had om het weiland af te rasteren, teneinde te voorkomen dat paarden zouden eten van de hekkelspecie. In dit verband heeft hij er op gewezen dat in het recente verleden één van zijn paarden is overleden aan de gevolgen van het eten van een giftige waterplant, de waterscheerling, die toen met de hekkelspecie uit de watergang werd gehaald en op het weiland werd gedeponeerd. De rechtbank verwerpt dit betoog. Ter zitting heeft verweerder aangegeven dat de hekkelwerkzaamheden zijn aangekondigd in allerlei bladen, conform de sinds jaar en dag geldende praktijk. Eiser heeft dit niet weersproken. De rechtbank oordeelt derhalve dat medewerkers van het Wetterskip eiser op 13 oktober 2009 niet hebben overvallen met een onaangekondigde onderhoudsbeurt van de watergang. Eiser had dus voldoende gelegenheid om voorzorgsmaatregelen te treffen, teneinde te voorkomen dat opnieuw één of meerdere van zijn paarden zou eten van de giftige waterscheerling.

2.8 Eiser heeft tenslotte aangevoerd dat verweerder alleen maar heeft besloten tot handhavend optreden omdat hij op 13 oktober 2009 heftig heeft gereageerd op de medewerkers van het Wetterskip Fryslân. Voor zover eiser hiermee wenst te betogen dat verweerder misbruik heeft gemaakt van zijn handhavende bevoegdheid door deze bevoegdheid te gebruiken voor een ander doel dan waarvoor zij in het leven is geroepen, verwerpt de rechtbank dit betoog. Uit de stukken blijkt duidelijk dat besloten is tot handhavend optreden wegens overtreding van de Keur door eiser en dat deze beslissing niet is ingegeven door de heftige reactie van eiser.

2.9 Alles overziend oordeelt de rechtbank dat niet gebleken is van bijzondere omstandigheden op grond waarvan verweerder van handhavend optreden tegen eiser had moeten afzien. Het beroep, voor zover gericht tegen besluit B, is dus ongegrond.

Proceskosten

3.1 Met toepassing van artikel 8:75, eerste lid, van de Awb en overeenkomstig het bepaalde in het Besluit proceskosten bestuursrecht worden de proceskosten van eiser in verband met de behandeling van het beroep tegen besluit A vergoed tot een bedrag van € 437 ter zake van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand (indienen beroepschrift: 1 punt; waarde per punt: € 437; gewicht van de zaak: gemiddeld). De rechtbank wijst het Wetterskip Fryslân aan als de rechtspersoon die de proceskosten moet vergoeden. Nu aan eiser in verband met het onderhavige beroep een toevoeging is verstrekt (nummer 5CC4208), dienen de proceskosten op grond van artikel 8:75, tweede lid, van de Awb te worden betaald aan de griffier van de rechtbank.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep, voor zover gericht tegen besluit A, niet-ontvankelijk;

- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 437, aan de griffier van de rechtbank te betalen door het Wetterskip Fryslân;

- verklaart het beroep, voor zover gericht tegen besluit B, ongegrond.

Aldus gegeven door mr. E.M. Visser, rechter, in tegenwoordigheid van mr. J.R. Leegsma als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 10 maart 2011.

w.g. J.R. Leegsma

w.g. E.M. Visser

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat voor partijen hoger beroep open. Gelijke bevoegdheid komt toe aan andere belanghebbenden, zulks behoudens het bepaalde in art. 6:13 juncto 6:24 Awb.

Indien u daarvan gebruik wenst te maken dient u binnen zes weken na de dag van verzending van de uitspraak een brief (beroepschrift) alsmede een afschrift van deze uitspraak te zenden aan:

de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Postbus 20019

2500 EA Den Haag

In het beroepschrift vermeldt u waarom u de uitspraak niet juist vindt.