Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLEE:2011:BP5786

Instantie
Rechtbank Leeuwarden
Datum uitspraak
09-02-2011
Datum publicatie
25-02-2011
Zaaknummer
330883 \ CV EXPL 10-5178
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Koop of afstand; verlengde ontbindingstermijn van drie maanden ook van toepassing op de levering van gas en elektriciteit

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
TvC 2012, afl. 1, p. 15
Prg. 2011/86

Uitspraak

RECHTBANK LEEUWARDEN

Sector kanton

Locatie Heerenveen

zaak-/rolnummer: 330883 \ CV EXPL 10-5178

vonnis van de kantonrechter d.d. 9 februari 2011

inzake

De besloten vennootschap De Nederlandse Energie Maatschappij B.V.,

hierna te noemen: NEM,

gevestigd te Rotterdam,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

gemachtigde: mr. P.L.J.M. Guinée,

tegen

[X],

hierna te noemen: [X],

wonende te [woonplaats],

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

procederende in persoon.

Procesverloop

1. Op de bij dagvaarding vermelde gronden heeft NEM gevorderd om [X] te veroordelen tot betaling van € 364,25 met rente en kosten.

[X] heeft bij antwoord de vordering betwist en daarbij tevens een eis in reconventie ingesteld.

Na repliek, tevens houdende conclusie van antwoord in reconventie en vermeerdering van eis, dupliek, tevens houdende repliek in reconventie en vermeerdering van eis in reconventie, en conclusie van dupliek in reconventie is vonnis bepaald op de stukken, waarvan de inhoud als hier ingelast geldt.

Door NEM en [X] zijn producties in het geding gebracht.

Motivering

in conventie en in reconventie

De vaststaande feiten

2. Als gesteld en erkend, dan wel als niet of onvoldoende weersproken, alsmede op grond van de in zoverre onbetwiste inhoud der overgelegde producties staat het volgende vast.

2.1 Medio januari 2009 heeft (een medewerker van) NEM [X] telefonisch benaderd met een aanbod tot levering van elektriciteit en gas. [X] heeft in dat gesprek aangegeven te willen overstappen naar NEM. Zij had op dat moment nog een overeenkomst bij NUON terzake de levering van elektriciteit en gas.

2.2 Op 19 januari 2009 heeft NEM een zogenoemde welkomstbrief aan [X] gezonden, met als bijlagen een tarievenblad, algemene voorwaarden en productvoorwaarden. In de brief is een termijn van 7 dagen aan [X] geboden om de overeenkomst te annuleren.

2.3 [X] heeft geen gebruik gemaakt van de hiervoor omschreven mogelijkheid om de overeenkomst binnen de termijn van 7 dagen te annuleren.

2.4 Bij brief van 29 januari 2009 heeft NEM de overeenkomst schriftelijk aan [X] bevestigd.

2.5 Bij brief van 9 februari 2009 heeft [X] het navolgende aan NEM bericht:

"Kort samengevat ben ik tot de conclusie gekomen dat u mij geen korrekte voorlichting hebt gegeven. Daarom acht ik mij niet gebonden aan een eventueel kontrakt dat bij u afgesloten zou zijn. En daarom zijn de afspraken niet rechtsgeldig. Ik ben nooit een kontrakt met u aangegaan per 1 maart 2009. Daarom heb ik besloten bij de Nuon te blijven en niet verder op uw aanbiedingen in te gaan."

2.6 Bij brief van 12 februari 2009 heeft NEM de tussentijdse beëindiging van de overeenkomst aan [X] bevestigd.

2.7 NEM heeft energie aan [X] geleverd vanaf 2 maart 2009 tot 14 juni 2009.

2.8 [X] heeft vier keer een voorschotbedrag van € 92,- aan (de incassogemachtigde van) NEM betaald.

in conventie

Het standpunt van NEM

3.1 NEM stelt zich primair op het standpunt dat zij met [X] een overeenkomst heeft gesloten terzake van de levering van gas en/of elektriciteit voor de duur van 3 jaar. NEM heeft energie geleverd vanaf 2 maart 2009 tot 14 juni 2009. [X] heeft een achterstand in de betaling van de voorschotbedragen laten ontstaan. Uit dien hoofde heeft NEM thans nog een opeisbare vordering van € 192,94. Tevens maakt NEM aanspraak op een bedrag van € 21,31 aan wettelijke rente, ingaande op de vervaldag en berekend tot en met 10 augustus 2010, alsmede vergoeding van de buitengerechtelijke kosten ten bedrage van € 150,-. Indien er geen overeenkomst tussen partijen mocht worden aangenomen, dan baseert NEM haar vordering subsidiair op onverschuldigde betaling. [X] is alsdan gehouden tot vergoeding van de waarde van de zonder rechtsgrond verrichte leveringen, aldus NEM.

Het standpunt van [X]

3.2 In het telefoongesprek met NEM heeft [X] gezegd dat zij wilde overstappen naar NEM, echter onder de uitdrukkelijke voorwaarde dat dit niet eerder zou plaatsvinden dan per 15 mei 2009. In de brief van 29 januari 2009 is de overeenkomst door NEM schriftelijk bevestigd. Omdat in die brief niet de datum van de overstap was vermeld, heeft [X] gebeld met NEM. Toen bleek dat de overeenkomst al zou ingaan per 1 maart 2009. Dit was niet volgens de afspraak van partijen. Daarom heeft [X] op 9 februari 2009 een brief aan NEM gezonden, waarin zij de overeenkomst heeft opgezegd. Omdat NEM niet tijdig een datum van overstap kenbaar had gemaakt, heeft [X] niet binnen de gegeven termijn van 7 dagen de overeenkomst kunnen annuleren. Er is volgens [X] geen sprake van een contract omdat NEM zich niet aan de afspraken heeft gehouden.

in reconventie

Het standpunt van [X]

3.4 [X] stelt zich op het standpunt dat zij - onder druk en ten onrechte - vier termijnen van € 92,- aan NEM heeft betaald. Omdat [X] ook nog gedurende meerdere maanden voorschotten aan NUON heeft betaald, is het niet meer dan redelijk dat zij de aan NEM betaalde termijnbedragen, vier keer € 92,-, terugontvangt. Bovendien heeft zij telefonische en juridische kosten moeten maken.

Het standpunt van NEM

3.3 NEM betwist dat de betalingen van [X] onverschuldigd zijn gedaan. De door [X] gevorderde schadevergoeding is niet tot een bedrag bepaald zodat dit aan toewijzing in de weg staat. Bovendien bestaat er geen rechtsgrond voor een schadevergoeding nu er geen sprake is van wanprestatie aan de zijde van NEM. De vordering dient te worden afgewezen.

De beoordeling van het geschil

in conventie

4.1 Ter beoordeling ligt allereerst voor de vraag of tussen NEM en [X] een overeenkomst tot levering van energie tot stand is gekomen. Vast staat dat NEM telefonisch een aanbod aan [X] tot levering van energie aan [X] heeft gedaan.

4.2 De kantonrechter is van oordeel dat er hoge eisen moeten worden gesteld aan de totstandkoming van een overeenkomst door het telefonisch benaderen van een consument. De kans dat er onduidelijkheden en misverstanden ontstaan is namelijk niet denkbeeldig. In het Burgerlijk Wetboek is daarom ter bescherming van consumenten een bijzondere regeling opgenomen voor de totstandkoming van overeenkomsten op afstand. Die regeling is onder meer van toepassing op een overeenkomst tot levering van gas en elektriciteit die telefonisch worden gesloten (artikel 7:5 BW).

4.3 Een in die regeling opgenomen beschermingsbepaling is dat de consument bij een koop op afstand de gelegenheid heeft om gedurende 7 werkdagen na de ontvangst van de zaak zonder opgave van reden de koop te ontbinden. Die termijn wordt verlengd tot drie maanden als niet alle informatie die op grond van de wet moet worden verstrekt, voorafgaande aan of bij het sluiten van de koop, is verstrekt (artikel 7:46d BW). Die bepaling is echter in een aantal situaties niet van toepassing, waaronder als het zaken betreft die door hun aard niet kunnen worden teruggezonden. Gas en elektriciteit die geleverd is, kan niet worden teruggezonden. Daarvan uitgaande zou die uitzondering van toepassing kunnen zijn op een overeenkomst tot levering van gas en elektriciteit. Bij een overeenkomst tot levering van gas en elektriciteit gaat het echter niet om een eenmalig geleverde prestatie, maar is sprake van een zogenoemde duurovereenkomst. Door ontbinding kan verdere levering ongedaan worden gemaakt. Daarnaast valt niet in te zien dat een consument tot ontbinding van zo'n overeenkomst zou wensen over te gaan omdat de geleverde zaak hem bij nader inzien niet bevalt en dat met die ontbinding zou worden beoogd om datgene wat aan gas en elektriciteit al is geleverd terug te geven. Gelet hierop is de kantonrechter van oordeel dat deze uitzondering niet van toepassing is op een overeenkomst tot levering van energie als in onderhavig geval.

4.4 Onvoldoende gebleken is dat NEM de in artikel 7:46c lid 1 onder a tot en met i BW bedoelde informatie tijdig en op de in de wet voorgeschreven wijze aan [X] ter beschikking heeft gesteld. Vast staat dat NEM aan [X] weliswaar een welkomstbrief, een tarievenblad, alsmede de algemene voorwaarden levering kleinverbruikers 2006 en de productvoorwaarden Nederlandse Energie Maatschappij heeft gezonden, maar NEM heeft nagelaten de eerdergenoemde welkomstbrief in onderhavige procedure te overleggen. De kantonrechter kan op basis van de thans beschikbare informatie in onvoldoende mate vaststellen of de ingevolge bedoeld wetsartikel te verstrekken gegevens, aan [X] ter beschikking zijn gesteld. Dit brengt met zich, dat nu niet in rechte is komen vast te staan dat NEM alle vereiste gegevens tijdig en op de voorgeschreven wijze aan [X] heeft verstrekt, het ervoor moet worden gehouden dat NEM niet aan het bepaalde in artikel 7:46c lid 1 BW heeft voldaan.

4.5 Het voorgaande brengt met zich dat de termijn om een overeenkomst te ontbinden wordt verlengd tot een termijn van drie maanden, overeenkomstig het bepaalde in artikel 7:46d lid 1. NEM heeft de totstandkoming van de overeenkomst bij brief van 29 januari 2009 aan [X] bevestigd. [X] heeft daarop gereageerd bij brief van 9 februari 2009. In die brief heeft zij in heldere en duidelijke bewoordingen gesteld dat zij zich niet gebonden acht aan een overeenkomst met NEM en dat zij bij haar oude energieleverancier NUON wil blijven. Met haar brief van 9 februari 2009 heeft [X] de overeenkomst binnen de in artikel 7:46d BW genoemde termijn van drie maanden ontbonden. NEM heeft vervolgens de tussentijdse opzegging bij brief van 12 februari 2009 aan [X] bevestigd.

4.6 Op grond van het voorgaande is de kantonrechter van oordeel, uitgaande van de stelling van NEM dat sprake is van een overeenkomst, het ervoor moet worden gehouden dat [X] de overeenkomst tijdig heeft ontbonden. Dit geldt eens temeer nu [X] de overeenkomst heeft opgezegd nog voordat de levering van energie op 2 maart 2009 is aangevangen. NEM heeft de tussentijdse opzegging ook geaccepteerd in haar brief van 12 februari 2009. Het vorenstaande brengt met zich dat de vordering van NEM, voor zover deze is gebaseerd op het bestaan van deze overeenkomst, zijnde de primaire grondslag van de vordering, wordt afgewezen.

4.7 Met betrekking tot de subsidiaire grondslag van de vordering overweegt de kantonrechter het volgende. NEM heeft gesteld, voor zover mocht worden aangenomen dat geen overeenkomst tot levering van energie tussen partijen tot stand is gekomen, dat vast staat dat zij op het adres van [X] in de periode van 2 maart 2009 tot 14 juni 2009 gas en elektriciteit aan [X] heeft geleverd. [X] heeft gemotiveerd betwist dat NEM gas en elektriciteit aan haar heeft geleverd. NUON is gas en elektriciteit aan haar blijven leveren en zij heeft ook (voorschot)bedragen aan NUON betaald, aldus [X]. Weliswaar heeft NEM ter onderbouwing van haar standpunt een zogenoemd EDSN (Energie Data Services Nederland) overzicht overgelegd, maar hieruit is naar het oordeel van de kantonrechter niet op heldere en eenduidige wijze af te leiden dat NEM in voornoemde periode gas en elektriciteit aan [X] heeft geleverd. Dit brengt met zich dat, nu niet is komen vast te staan dat NEM daadwerkelijk gas en elektriciteit aan [X] heeft geleverd, de vordering van NEM, voor zover deze is gebaseerd op een zonder rechtsgrond geleverde prestatie, eveneens wordt afgewezen.

4.8 Als de in het ongelijk te stellen partij zal NEM in de kosten van het geding worden veroordeeld, welke aan de zijde van [X] worden begroot op nihil, nu zij in persoon heeft geprocedeerd en geen gebruik heeft gemaakt van de diensten van een professioneel rechtshulpverlener, terwijl overigens niet is gebleken van voor vergoeding in aanmerking komende kosten als bedoeld in artikel 238 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

in reconventie

4.9 De vordering van [X] in reconventie strekt tot vergoeding van de door haar betaalde voorschotbedragen van in totaal € 368,-. In het licht van hetgeen hiervoor in conventie is overwogen en beslist, leidt dit tot het oordeel dat [X] de door haar aan NEM betaalde voorschotbedragen niet verschuldigd is geworden nu niet is komen vast te staan dat tussen partijen een overeenkomst tot levering van energie tot stand is gekomen en evenmin dat NEM daadwerkelijk gas en elektriciteit aan [X] heeft geleverd op grond waarvan [X] een betalingsverplichting had jegens NEM. De door haar aan NEM betaalde bedragen zijn derhalve zonder rechtsgrond voldaan. De vordering van [X] is daarom in zoverre toewijsbaar.

4.10 Voor zover [X] nog heeft betoogd vergoeding te vorderen van de door haar gemaakte telefoonkosten en juridische kosten, zal deze vordering als zijnde onvoldoende onderbouwd worden afgewezen.

4.11 Als de grotendeels in het ongelijk te stellen partij zal NEM worden veroordeeld in de proceskosten welke aan de zijde van NEM worden begroot op nihil, nu zij in persoon heeft geprocedeerd en geen gebruik heeft gemaakt van de diensten van een professioneel rechtshulpverlener, terwijl overigens niet is gebleken van voor vergoeding in aanmerking komende kosten als bedoeld in artikel 238 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

Beslissing

De kantonrechter:

in conventie

wijst de vordering van NEM af;

veroordeelt NEM in de kosten van deze procedure, tot op heden aan de zijde van [X] begroot op nihil;

in reconventie

veroordeelt NEM tot betaling aan [X] van een bedrag groot € 368,00 (zegge: driehonderdachtenzestig euro);

veroordeelt NEM in de kosten van deze procedure, tot op heden aan de zijde van [X] begroot op nihil;

wijst af het meer of anders gevorderde.

Aldus gewezen door mr. J.C.G. Leijten, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 februari 2011 in tegenwoordigheid van de griffier.

c 234