Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLEE:2011:BP4557

Instantie
Rechtbank Leeuwarden
Datum uitspraak
15-02-2011
Datum publicatie
15-02-2011
Zaaknummer
17/880466-10 VON
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Bedreiging met zware mishandeling, bedreiging met misdrijf tegen leven gericht, belediging tegen ambtenaar in functie, belediging

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 14g, geldigheid: 2011-02-15
Wetboek van Strafrecht 38m, geldigheid: 2011-02-15
Wetboek van Strafrecht 38n, geldigheid: 2011-02-15
Wetboek van Strafrecht 38s, geldigheid: 2011-02-15
Wetboek van Strafrecht 266, geldigheid: 2011-02-15
Wetboek van Strafrecht 267, geldigheid: 2011-02-15
Wetboek van Strafrecht 285, geldigheid: 2011-02-15
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK LEEUWARDEN

Sector straf

parketnummer 17/880466-10

ter berechting gevoegd parketnummer 17/885265-10

vordering na voorwaardelijke veroordeling parketnummer 17/880270-10

vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 15 februari 2011 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1984 te [geboorteplaats],

thans gedetineerd in PI Noord, gevangenis De Marwei, Leeuwarden.

De rechtbank heeft gelet op het ter terechtzitting gehouden onderzoek van 1 februari 2011.

Verdachte is niet verschenen. Tegen de niet verschenen verdachte is verstek verleend.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 21 oktober 2010 te Leeuwarden [slachtoffer 1] heeft bedreigd

met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling,

immers is verdachte opzettelijk dreigend op die [slachtoffer 1] toegelopen en/of

heeft verdachte een glas gepakt en dit vastgehouden zulks terwijl hij zich

dicht bij die [slachtoffer 1] bevond en/of (daarbij) deze dreigend de woorden

toegevoegd : "Ik wil je slaan ik wil je wat aandoen", althans woorden van

gelijke dreigende aard of strekking;

2.

hij op of omstreeks 21 oktober 2010 te Leeuwarden [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3]

en/of [slachtoffer 4] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht,

althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde

[slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] dreigend de woorden toegevoegd :"Je moet

je bek houden zodra ik vrij kom haal ik een pistool en schiet ik je door je

kop en je vrouw ook en/of als ik vrij kom dan haal ik een pistool en schiet ik

je door je kop en/of zodra ik vrij ben dan zoek ik je op en sla ik je kop van

je romp af, ik maak je hartstikke dood", althans woorden van gelijke dreigende

aard of strekking;

3.

hij op of omstreeks 21 oktober 2010 te Leeuwarden opzettelijk beledigend (een)

ambtena(a)r(en), te weten [slachtoffer 2] (hoofdagent van politie) en/of [slachtoffer 3]

(aspirant van politie) en/of [slachtoffer 4] (hoofdagent van politie), gedurende

en/of ter zake van de rechtmatige uitoefening van hun bediening, te weten de

aanhouding van verdachte, in diens tegenwoordigheid mondeling heeft toegevoegd

de woorden "kankerjutten en/of kankermongolen en/of kanker homo's en/of je

stinkt naar blauw", althans woorden van gelijke beledigende aard en/of

strekking;

4.

(parketnummer 17/885265-10)

hij op of omstreeks 18 augustus 2010 te Leeuwarden opzettelijk beledigend

[slachtoffer 5], in diens/dier tegenwoordigheid mondeling en/of door

feitelijkheden, heeft toegevoegd de woorden "stomme hoer", althans woorden van

gelijke beledigende aard en/of strekking en/of die [slachtoffer 5] op haar

voorhoofd en/of op een arm heeft gespuugd.

In de tenlastelegging voorkomende schrijffouten of kennelijke misslagen worden verbeterd gelezen. De verdachte is hierdoor niet in zijn belangen geschaad.

Vordering officier van justitie

De officier van justitie heeft ter terechtzitting gevorderd:

- veroordeling voor het onder 1., 2., 3. en 4, ten laste gelegde;

- oplegging van de maatregel van plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders voor

de duur van twee jaren;

- tenuitvoerlegging van de op 6 augustus 2010 opgelegde gevangenisstraf voor de duur van

vijftien dagen.

Beoordeling van het bewijs

De rechtbank past met betrekking tot de onder 1., 2. en 4. ten laste gelegde feiten de volgende bewijsmiddelen toe, met inachtneming van het bepaalde in artikel 359, derde lid, tweede volzin van het Wetboek van Strafvordering:

Feit 1.

1. de verklaring van verdachte afgelegd d.d. 22 oktober 2010 bij de rechter-commissaris.

2. het in wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 1] (pag. 21).

Feit 2.

1. de verklaring verdachte afgelegd d.d. 22 oktober 2010 bij de rechter-commissaris.

2. het in wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 2]

(pag. 29-30).

3. het in wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 4]

(pag. 45).

Feit 4.

1. de verklaring van verdachte afgelegd bij de politie d.d. 24 augustus 2010 (pag. 5-6).

2. het in wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 5]

(pag. 1-3).

De rechtbank past de hierna te noemen bewijsmiddelen1 toe die de voor de bewezenverklaring van feit 3. redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder weergegeven.

1. Het proces-verbaal van aanhouding2, inhoudende:

Op 21 oktober 2010 te Leeuwarden was verdachte [verdachte] de hele reis beledigend in de richting van ons, verbalisanten. Ik, verbalisant [slachtoffer 4], zal enkele beledigingen noemen die in mijn richting werden uitgesproken. [verdachte] noemde mij kankermongool en kankerlijer.

Ik, verbalisant [slachtoffer 3], zat tijdens het transport naast [verdachte] en werd meerdere malen beledigd. Zo noemde [verdachte] mij een kankerlijer en een kankermongool.

[slachtoffer 4], hoofdagent van politie, [slachtoffer 2], hoofdagent van politie, en [slachtoffer 3], aspirant van politie, brachten de verdachte ter geleiding voor een hulpofficier van justitie over naar de plaats van onderzoek.

2. De verklaring van aangever [slachtoffer 2]3, inhoudende:

We hebben verdachte aangehouden en geboeid. Nadat verdachte was geboeid hoorde ik dat hij begon te schelden in onze richting. Hij schreeuwde: 'kankerjuten, kankermongolen, kankerhomo's.' Ook zei de verdachte: 'je stinkt naar blauw.'

Bewezenverklaring

De rechtbank acht het onder 1., 2., 3. en 4. ten laste gelegde bewezen, met dien verstande dat:

1.

hij op 21 oktober 2010 te Leeuwarden [slachtoffer 1] heeft bedreigd met zware mishandeling,

immers is verdachte opzettelijk dreigend op die [slachtoffer 1] toegelopen en heeft verdachte een glas gepakt en dit vastgehouden zulks terwijl hij zich dicht bij die [slachtoffer 1] bevond en daarbij deze dreigend de woorden toegevoegd : "Ik wil je slaan, ik wil je wat aandoen";

2.

hij op 21 oktober 2010 te Leeuwarden [slachtoffer 2], [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] dreigend de woorden toegevoegd: "Je moet je bek houden zodra ik vrij kom haal ik een pistool en schiet ik je door je kop en je vrouw ook en als ik vrij kom dan haal ik een pistool en schiet ik je door je kop en zodra ik vrij ben dan zoek ik je op en sla ik je kop van je romp af, ik maak je hartstikke dood";

3.

hij op 21 oktober 2010 te Leeuwarden opzettelijk beledigend ambtenaren, te weten [slachtoffer 2], hoofdagent van politie, [slachtoffer 3], aspirant van politie, en [slachtoffer 4], hoofdagent van politie, gedurende en ter zake van de rechtmatige uitoefening van hun bediening, te weten de aanhouding van verdachte, in diens tegenwoordigheid mondeling heeft toegevoegd de woorden "kankerjutten en kankermongolen en kankerhomo's en je stinkt naar blauw";

4.

(parketnummer 17/885265-10)

hij op 18 augustus 2010 te Leeuwarden opzettelijk beledigend [slachtoffer 5], in dier tegenwoordigheid mondeling en door feitelijkheden, heeft toegevoegd de woorden "stomme hoer", en die [slachtoffer 5] op haar voorhoofd en op een arm heeft gespuugd.

De verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op de misdrijven:

1. Bedreiging met zware mishandeling.

2. Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd.

3. Eenvoudige belediging aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de

rechtmatige uitoefening van zijn bediening, meermalen gepleegd.

4. Eenvoudige belediging.

Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Motivering van de maatregel

De rechtbank neemt bij de bepaling van de hierna te vermelden maatregel in aanmerking:

- de aard en de ernst van de gepleegde feiten;

- de omstandigheden waaronder deze zijn begaan;

- de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken en deze naar voren

komt uit het uittreksel uit het algemeen documentatieregister en het voorlichtingsrapport

van Verslavingszorg Noord Nederland d.d. 17 januari 2011;

- de vordering van de officier van justitie.

Verdachte heeft een aantal mensen die werkzaam zijn in de maatschappelijke hulpverlening, onder hen drie politieambtenaren, bedreigd en beledigd. Verdachte is in het recente verleden diverse keren veroordeeld wegens vermogensmisdrijven en agressieve misdrijven. Deze veroordelingen hebben geen verandering in verdachtes gedrag gebracht. Over verdachte is gerapporteerd door de reclassering (verslavingszorg) en de rechtbank heeft verdachtes begeleider als deskundige gehoord. De rechtbank leidt uit de schriftelijke en mondelinge rapportage af dat bij verdachte sprake is van zogeheten dubbele diagnostiek: zijn geestvermogens zijn gestoord, mogelijk in de vorm van een schizofrene aandoening met paranoïde wanen, en verdachte is verslaafd aan het gebruik van narcotica. De reclassering adviseert schriftelijk en mondeling, aan verdachte de zogeheten ISD-maatregel als bedoeld in artikel 38m van het Wetboek van strafrecht op te leggen. Volgens zijn begeleider is verdachte nu ook gemotiveerd om in het kader van die maatregel mee te werken aan behandeling. De rechtbank stelt vast dat intensieve en indringende begeleiding van verdachte door de reclassering, waarbij diverse instellingen in een zogeheten carrousel afwisselend aandacht aan verdachte hebben geschonken, niet heeft geresulteerd in verbetering van verdachtes gedrag. Begeleiding en behandeling van verdachte zijn nu daarom naar het oordeel van de rechtbank bezwaarlijk anders voorstelbaar dan in het kader van genoemde maatregel. Omdat het hier om een ingrijpende, langdurige vrijheidsbeneming gaat die gebaseerd is op relatief lichte delicten, moet de rechtbank een afweging maken tussen de belangen van de samenleving, die verschoond wil blijven van verdachtes storend gedrag, en het belang van verdachte, niet lichtvaardig te worden opgesloten. De rechtbank acht verdachtes gedrag dermate intimiderend en vreesaanjagend voor anderen dat zij het nodig en verantwoord acht aan verdachte de ISD-maatregel op te leggen. Zij overweegt daarbij dat mildere vormen van begeleiding en behandeling geen resultaat hebben gehad en dat ook de reclassering blijkbaar geen andere oplossing ziet dan bejegening van verdachte in het kader van die maatregel. Bescherming tegen lichtvaardige opsluiting wordt geboden, doordat de rechtbank zich, nadat de maatregel een jaar heeft geduurd, zal laten informeren over de stand van zaken. Daarbij is van belang of sprake is van behandeling van verdachte, waaruit die behandeling bestaat en in hoeverre daarmee vooruitgang wordt geboekt. Vrijheidsbeneming in het kader van de ISD-maatregel zonder een vorm van behandeling staat naar het voorlopig oordeel van de rechtbank op gespannen voet met artikel 5 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden. De rechtbank verwijst in dit verband naar de uitspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens van 17 december 2009, application number 19359/04, inzake M. tegen Duitsland. De rechtbank zal daarom het openbaar ministerie opdragen, overeenkomstig het bepaalde in artikel 38s van het Wetboek van Strafrecht haar na een jaar te berichten over de stand van zaken, opdat de rechtbank kan beoordelen of de tenuitvoerlegging van de maatregel moet worden voortgezet. Het vorenstaande leidt ertoe dat de rechtbank aan verdachte de ISD-maatregel zal opleggen. Wil behandeling van verdachte succes hebben, is daarvoor de maximale duur van twee jaren noodzakelijk. Dat betekent ook dat de reeds ondergane preventieve hechtenis niet in rekening wordt gebracht.

Vordering na voorwaardelijke veroordeling

Bij onherroepelijk geworden vonnis van 6 augustus 2010, gewezen door de politierechter te Leeuwarden, is de verdachte veroordeeld tot

-voor zover hier van belang- een gevangenisstraf voor de duur van 60 dagen, waarvan 15 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren. De proeftijd is ingegaan op 21 augustus 2010. Bij vordering d.d. 10 januari 2011 heeft de officier van justitie de tenuitvoerlegging gevorderd van de bij voormeld vonnis voorwaardelijk opgelegde straf.

De hiervoor bewezenverklaarde feiten zijn door verdachte begaan voor het einde van de bij voormeld vonnis gestelde proeftijd. De rechtbank zal op grond daarvan de tenuitvoerlegging gelasten van de aan verdachte bij voornoemd vonnis van 6 augustus 2010 voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 14g, 38m, 38n, 38s, 57, 266, 267 en 285 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

DE UITSPRAAK VAN DE RECHTBANK LUIDT, RECHTDOENDE:

Verklaart het onder 1., 2., 3. en 4. ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar in voege als voormeld en verdachte deswege strafbaar.

Veroordeelt verdachte te dier zake tot:

Plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders voor de duur van twee jaren.

Draagt het openbaar ministerie op de rechtbank na een jaar te berichten over de stand van zaken, opdat de rechtbank de noodzaak van de voorzetting van de tenuitvoerlegging van de maatregel kan beoordelen.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezenverklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Beslissing op de vordering na voorwaardelijke veroordeling onder parketnummer

17/880270-10:

Gelast de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf, voorzover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de politierechter te Leeuwarden d.d. 6 augustus 2010, te weten: 15 dagen gevangenisstraf.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.H. Severein, voorzitter, mr. F. Sieders en mr. J.F.H. van den Belt, rechters, bijgestaan door mr. L.S. Gosselaar, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 15 februari 2011.

Mr. J.F.H. van den Belt is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

------------------------------------------------------------------------------

1 De genoemde processen-verbaal zijn in de wettelijke vorm en door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren opgemaakt; de genoemde pagina's bevinden zich in het doorgenummerde proces-verbaal met OPS-dossiernummer 2010106396, gesloten op 22 oktober 2010.

2 Het proces-verbaal van aanhouding, 21 oktober 2010, pagina's 11-13.

3 Het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 2], d.d. 21 oktober 2010, pagina's 28-30.