Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLEE:2011:BP4328

Instantie
Rechtbank Leeuwarden
Datum uitspraak
10-02-2011
Datum publicatie
14-02-2011
Zaaknummer
17/880228-10 VON
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verkeersongeval, hoge snelheid, roekeloos rijden, zwaar lichamelijk letsel, veroordeling.

Wetsverwijzingen
Wegenverkeerswet 1994 6, geldigheid: 2011-02-10
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JWR 2011/27

Uitspraak

RECHTBANK LEEUWARDEN

Sector straf

parketnummer 17/880228-10 VON

vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 10 februari 2011 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

wonende te [adres]

De rechtbank heeft gelet op het ter terechtzitting gehouden onderzoek van 27 januari 2011.

De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. P. Bollema, advocaat te Leeuwarden.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

verdachte op of omstreeks 2 juni 2010, te Leeuwarden, (althans) in de gemeente Leeuwarden, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van en motorrijtuig (een (personen)auto) rijdende over de weg, de Snekertrekweg, komende uit de richting van de Zwettestraat zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn, verdachtes, schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden doordat verdachte roekeloos, althans zeer, in ieder geval aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend en/of onachtzaam is geweest, aangezien verdachte met het door hem bestuurde motorrijtuig toen aldaar heeft gereden met een veel te hoge snelheid dan voor een veilig verkeer ter plaatse en/of bij het naderen van of op of ter hoogte van de kruising of splitsing van die weg en de Marshallweg, ter plaatse waar een bord B 6 van bijlage I van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 was geplaatst - aanduidende verleen voorrang aan bestuurders op de kruisende weg - en/of ter plaatse waar voor die kruisende weg op het wegdek haaientanden waren aangebracht, met onverminderde of nagenoeg onverminderde snelheid een voor die kruising of splitsing stilstaand motorrijtuig (een (personen)auto, van het merk Volkswagen, type Polo) en/of een ter plaatse op of in het wegdek aangebrachte witte middengeleider ter linkerzijde is voorbij gereden, over of via het weggedeelte bestemd voor het hem - gezien zijn, verdachtes, rijrichting - over die weg tegemoetkomende verkeer en/of (vervolgens) op die kruising of splitsing van wegen linksaf is geslagen, althans naar links van (rij)richting is veranderd, in elk geval - gezien zijn rijrichting - de in die door hem, verdachte gevolgde weg gelegen (zeer) flauwe bocht (zogenaamd) heeft afgesneden, in ieder geval in die door hem, verdachte, gevolgde weg gelegen (zeer) flauwe bocht naar links (nagenoeg) rechtdoor is gereden, teneinde zijn weg over die Snekertrekweg, in de richting van de Stationsweg, in elk geval in de richting van het centrum van Leeuwarden, te vervolgen en/of daarbij of daarna over of via het weggedeelte

bestemd voor het hem over die weg tegemoetkomende verkeer heeft gereden, in elk geval onvoldoende rechts heeft gehoudende en/of de snelheid van het door hem bestuurde motorrijtuig toen niet zodanig heeft geregeld dat hij, verdachte, in staat was dat door hem bestuurde motorrijtuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij de weg kon overzien en waarover deze vrij was en/of waarbij of waarna verdachte (vervolgens) is aangereden of (op)gebotst tegen de bestuurster van een fiets die de rijbaan van die Snekertrekweg was gaan oversteken, in elk geval op die weg (stil)stond, waardoor, althans mede waardoor, de bestuurster van die fiets, [slachtoffer] geheten, zwaar lichamelijk letsel, te weten fors onderbeenletsel links en/of bovenbeenletsel rechts en/of handletsel rechts en links en/of een hoofdwond, werd toegebracht, althans zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale

bezigheden is ontstaan;

(art. 6 juncto 175, lid 2 ahf/ond b, Wegenverkeerswet 1994)

Subsidiair zo het vorenstaande niet mocht leiden tot schuldigverklaring van en

strafoplegging aan verdachte

verdachte op of omstreeks 2 juni 2010, te Leeuwarden, (althans) in de gemeente Leeuwarden, als bestuurder van en motorrijtuig (een (personen)auto) rijdende over de weg, de Snekertrekweg, komende uit de richting van de Zwettestraat, met het door hem bestuurde motorrijtuig toen aldaar heeft gereden met een veel en/of bij het naderen van of op of ter hoogte van de kruising of splitsing van die weg en de Marshallweg, ter plaatse waar een bord B 6 van bijlage I van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 was geplaatst - aanduidende verleen voorrang aan bestuurders op de kruisende weg - en/of ter plaatse waar voor die kruisende weg op het wegdek haaientanden waren aangebracht, te hoge snelheid dan voor een veilig verkeer ter plaatse met onverminderde of nagenoeg onverminderde snelheid een voor die kruising of splitsing stilstaand motorrijtuig (een (personen)auto, van het merk Volkswagen, type Polo) en/of een ter plaatse op of in het wegdek aangebrachte witte middengeleider ter linkerzijde is voorbij gereden, over of via het weggedeelte bestemd voor het hem - gezien zijn, verdachtes, rijrichting - over die weg tegemoetkomende verkeer en/of (vervolgens) op die kruising of splitsing van wegen linksaf is geslagen, althans naar links van (rij)richting is veranderd, in elk geval - gezien zijn rijrichting - de in die door hem, verdachte gevolgde weg gelegen (zeer) flauwe bocht (zogenaamd) heeft afgesneden, in ieder geval in die door hem, verdachte, gevolgde weg gelegen (zeer) flauwe bocht naar links (nagenoeg) rechtdoor is gereden, teneinde zijn weg over die Snekertrekweg, in de richting van de Stationsweg, in elk geval in de richting van het centrum van Leeuwarden, te vervolgen en/of daarbij of daarna over of via het weggedeelte bestemd voor het hem over die weg tegemoetkomende verkeer heeft gereden, in elk geval onvoldoende rechts heeft gehouden en/of de snelheid van het door hem bestuurde motorrijtuig toen niet zodanig heeft geregeld dat hij, verdachte, in staat was dat door hem bestuurde motorrijtuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij de weg kon overzien en waarover deze vrij was en/of waarbij of waarna verdachte (vervolgens) is aangereden of (op)gebotst tegen de bestuurster van een fiets die de rijbaan van die Snekertrekweg was gaan oversteken, in elk geval op die weg (stil)stond, waarbij letsel aan (een) perso(o)n(en), te weten de bestuurster van die fiets

[slachtoffer] geheten, is ontstaan en/of schade aan (een) goed(eren) is toegebracht, door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg(en) werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd;

(art. 5 Wegenverkeerswet 1994)

De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover

daaraan in de Wegenverkeerswet 1994 betekenis is gegeven, geacht in dezelfde

betekenis te zijn gebezigd;

In de tenlastelegging voorkomende schrijffouten of kennelijke misslagen worden verbeterd gelezen. De verdachte is hierdoor niet in zijn belangen geschaad.

Vordering officier van justitie

- veroordeling voor het primair ten laste gelegde (roekeloosheid);

- oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 145 dagen, waarvan 90 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren;

- oplegging van een werkstraf voor de duur van 180 uren subsidiair 90 dagen hechtenis,

- oplegging van een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de tijd van 30 maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren.

Beoordeling van het bewijs

De rechtbank past de hierna te noemen bewijsmiddelen1 toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder weergegeven.

1. De verklaring van verdachte2, inhoudende:

Op 2 juni 2010 reed ik in mijn zwarte Jaguar. Ik kwam van mijn werk en reed naar huis.

Ik kwam op een gegeven moment bij een rotonde. Ik wilde de rotonde oprijden. Ik heb afgeremd, omdat de bestuurder van een grijze Kia voorrang had. Er was toen sprake van een miscommunicatie tussen de bestuurder van de grijze Kia en mij. De bestuurder haalde daarbij zijn handen omhoog.

We reden hierna beiden op de Marshallweg. Toen we op deze weg reden, werd ik door de Kia afgesneden. Ik werd toen boos en ben achter de Kia aangegaan. Ik bleef achter hem rijden omdat ik hem op zijn gedrag wilde aanspreken. Ik kwam op een gegeven moment bij de splitsing van de Snekertrekweg en de Marshallweg. Toen ik de splitsing naderde reed ik tussen de 60 en 70 km per uur. Het klopt dat ik op die kruising voorrang had moeten verlenen. Er was daar een bord naast de weg en er stonden haaientanden op de weg. Bij het naderen van de splitsing zag ik dat een zwarte Polo voor de haaientanden stil stond. De Kia sloeg linksaf; hij reed de Snekertrekweg op in de richting van het station. Ik heb toen naar rechts en links gekeken. In mijn beleving was de weg vrij. Ik heb de zwarte Polo via de linkerkant ingehaald. Ik kwam met een deel van mijn auto midden op de weg. Het kan zijn dat ik daarbij over de linker weghelft heb gereden. Toen ik de Snekertrekweg opreed, in de richting van het station, hoorde ik een knal. Ik had op dat moment niets door en reed door. Ik keek in de achteruitkijkspiegel en zag dat een vrouw op de weg lag.

1.1. De verklaring van verdachte3, inhoudende:

Vandaag woensdag 2 juni 2010 omstreeks 17:15 uur, reed ik als bestuurder van een Jaguar, voorzien van kenteken [kenteken], kleur zwart. Ik reed samen met [passagier]. Dit is een werknemer van mijn vader. Die [passagier] zat naast mij op de bijrijdersplaats.

Op de kruising van de Fahrenheitsweg en Schenkenschans is een rotonde gesitueerd. Ik zag dat er een personenauto, merk Kia, kleur grijs op de Schenkenschans reed zo de minirotonde op. Deze auto had voorrang dus liet ik deze voorgaan. Ik zag dat deze bestuurder een man was. Ik zag dat deze bestuurder een raar handgebaar maakte.

Ik zag vervolgens dat deze bestuurder vervolgens de Fahrenheitsweg op reed richting de Marshallweg. Ik zag toen dat deze bestuurder bij de volgende kruising op de linkerrijstrook reed, richting Zwettestraat. Op de kruising zijn 2 rijstroken gesitueerd. Ik wilde rechtdoor rijden, richting de Marshallweg. En reed op de rechterrijstrook. Tijdens het moment dat wij eigenlijk naast elkaar reden zag ik dat de bestuurder van deze Kia plotseling een stuurbeweging naar rechts maakte. Ik moest toen ook een stuurbeweging naar rechts maken om een aanrijding te voorkomen.

Ik werd toen behoorlijk boos en was erg geschrokken. Ik heb toen geremd en ben achter deze Kia gereden. Ik wilde deze bestuurder op zijn gedrag aanspreken. Ik heb toen getoeterd om hem te bewegen te stoppen. Richting de Zwettestraat is een rotonde gesitueerd. Ik zag dat de bestuurder van de Kia vier rondjes op deze minirotonde maakte. Ik ben achter hem aangereden en heb dus ook deze vier rondjes gereden.

Vervolgens reden we op de Zwettestraat richting de Snekertrekweg. Ik zag dat hij behoorlijk hard reed. Hij reed ongeveer 40 meter voor mij. Ik reed ongeveer 50, 60, 70 km/h. Ik vond dit dan ook behoorlijk hard gaan. Ik wilde hem nog steeds op zijn gedrag aanspreken.

Ik reed vervolgens achter deze Kia aan, langs het water. Tijdens deze rit op de Snekertreksweg zag ik dat de bestuurder van die Kia enkele auto's had ingehaald. Ook ik heb een paar bestuurders ingehaald. Vlak voor de kruising van de Snekertrekweg/Marshallweg zag ik dat de bestuurder van die Kia de kruising overreed. Ik keek toen naar links en naar rechts en zag dat er geen verkeer aankwam. Ondanks dat ik weet dat er haaientanden staan heb ik niet gestopt. Ik ben gewoon doorgereden. Toen ik de kruising ben overgereden, hoorde ik plotseling knal. Ik heb op dat moment niemand gezien.

Ik weet ook niet waar ik de persoon heb geraakt. Ik keek toen in mijn achteruitkijkspiegel en zag dat ik kennelijk een persoon heb aangereden. Ik heb het voertuig gekeerd en ben teruggereden richting die persoon.

Ik ben mij ervan bewust dat het ten tijde van het ongeval spitstijd was.

Ik heb snelheden bereikt uiteenlopende tussen de 50 kilometer per uur tot 80 kilometer per uur.

2. De verklaring van aangever [naam]4, inhoudende:

Ik ben de echtgenoot van [slachtoffer].

Op woensdag 2 juni 2010 omstreeks 17:15 uur, is mijn echtgenote aangereden door een automobilist, nabij de driesprong van wegen van de Snekertrekweg en de Marshallweg te Leeuwarden.

3. Een geneeskundige verklaring5, inhoudende:

Medische informatie betreffende [slachtoffer].

A. Uitwendige waargenomen letsel:

- comateus

- fors onderbeenletsel links

- bovenbeenletsel rechts

- handletsel rechts en links

- hoofdwond

4. De verklaring van getuige [passagier]6, inhoudende:

Ik heb vandaag als bijrijder gezeten in een auto die een aanrijding heeft gehad met een fietser. Het was een personenauto van het merk Jaguar.

We reden weg vanaf de Einsteinweg de Celciusweg op richting Marshallweg. Nog voor de viaduct zag ik dat er een grijze stationwagon voor ons reed. Ik zag dat deze auto ineens een beweging naar rechts maakte en ons als het ware afsneed.

[verdachte] wilde eigenlijk rechtdoor de Marshallweg vervolgen maar reed nu achter de man aan naar de rotonde de Zwettestraat.

Ik zag dat de station net voor de bocht een auto inhaalde en in een keer hard doorreed linksaf de Snekertrekweg op. De auto die werd ingehaald door de station stond volgens mij te wachten om de splitsing over te steken. De station ging er links langs. Wij reden met de Jaguar op dat stuk ongeveer 70 a 80 kilometer per uur. Bij de splitsing remden we net een beetje af naar ongeveer 70 kilometer per uur. We stonden niet stil. We keken over onze schouder naar rechts om te kijken of er verkeer kwam vanaf de Marshallweg. Op dat moment haalden we de auto in die de stationwagen ook had ingehaald. Deze auto bleef stil staan op de weg voor de splitsing. [verdachte] gaf net weer een beetje gas. We zijn dus niet onder de zeventig kilometer per uur geweest volgens mij.

Ik zag een vrouw midden op de weg staan met een fiets. Ik zag dat ze midden op de rijbaan stond met de fiets tussen haar benen. Ik denk dat ze wilde oversteken of zoiets. [verdachte] heeft niet geremd. Ik heb niet gemerkt dat hij geremd heeft. Ik hoorde en voelde allemaal glasdeeltjes op mij terecht komen. Ik zag dat [verdachte] even doorreed en rechtsaf achter het winkelcentrum lang reed. Ik hoorde dat [verdachte] tegen mij zei: "shit ik heb een fietser aangereden." We zijn het hele winkelcentrum om gereden en hebben vervolgens via de randweg een draai gemaakt en uiteindelijk met de neus richting Marshallweg geparkeerd. Ik zag dat de vrouw op de grond lag. Dit was de fietsster die we geraakt hadden. Ik denk dat we op het moment van aanrijding ongeveer 70 kilometer per uur reden.

5. De verklaring van getuige [naam]7, inhoudende:

Op woensdag 2 juni 2010, omstreeks 17:00 uur bevond ik mij op de [adres] Ik ben vervolgens op mijn scooter gestapt en ben naar huis gereden. Ik rij richting de kruising met de Snekertrekweg en zie in de verte een zwarte Polo staan. Hij staat voor de kruising aan de linkerzijde voor mij.

Ik nader de kruising en ik weet dat het een gevaarlijke kruising is. Heel vaak word ik daar niet gezien. Ik hou de kruising in de gaten en kijk om het gebouw van Sito schoonmaakbedrijf heen. Als ik om het gebouw heen kijk, zie ik op de Snekertrekweg, achter de Polo een grijze auto aankomen. Ik zie dat deze auto heel erg hard rijdt. Ik draai het gas dicht van mijn brommer en laat de motor uitlopen.

Ik zie dat de grijze station zijn snelheid niet verminderd en de Polo aan de linkerzijde inhaalt. Op een afstand van ongeveer 50 meter schiet de grijze station de kruising over. Het gaat zo hard dat ik zie dat de achterkant van de grijze auto uitbreekt. Ik zie dat de grijze auto een Kia Rio station is.

Nadat de Kia de kruising is gepasseerd zie ik dat er vanaf de rechterkant een vrouw wil oversteken. Zij was op de fiets, had een rugzak om, ongeveer 50 jaar.

Zij liet de Kia voorbij gaan en begon toen met haar oversteekactie. Ik had het idee dat de fietsster voor de Kia wilde oversteken, maar dat toen niet heeft gedaan omdat de Kia zo snel reed.

Vervolgens rij ik rustig door en zie ik dat de vrouw oversteekt. Ik zie dat zij naar rechts kijkt en oversteekt.

Ik kijk weer naar links en zie uit dezelfde straat waaruit de Kia reed een zwarte Jaguar komen. Ik zie dat deze Jaguar ook zeer hard rijdt. Het leek wel een straaljager. Ik denk dat er ongeveer 5 seconden tussen de Kia en de Jaguar zit. Ook deze Jaguar rijdt om de Polo heen. Dit gebeurde ongeveer 20 meter voor mij. De Jaguar heb ik niet zien remmen en hij reed met dezelfde snelheid de kruising over. Ik zie de Jaguar linksaf slaan en daarbij rijdt hij op de verkeerde weghelft. Ik weet zeker dat de Jaguar niet op de rechter rijstrook reed.

Ik kijk weer voor mij en zie de overstekende fietsster. Ik zie dat zij schrok, want zij draait haar hoofd snel naar links. Waarschijnlijk hoort zij de Jaguar aankomen. Ik zie dat de fietsster midden op de rijbaan stil staat. Vervolgens zie ik dat de fietsster geraakt wordt door de Jaguar. Ik zie de vrouw door de lucht vliegen.

6. Het proces-verbaal verkeersongevalanalyse8, inhoudende:

De Marshallweg (welke na de kruising in oostelijke richting overging in de Snekertrekweg) was middels borden overeenkomstig model B1 van de Bijlage I van het RVV 1990 aangeduid als voorrangsweg. Bij nadering van de kruising over de Snekertrekweg was aan de rechterzijde van bedoelde rijbaan B6 van voornoemde bijlage geplaatst. Tevens waren ter hoogte van de aansluiting op de rijbaan haaientanden. Kort voor de kruising was in het midden van de rijbaan van de Snekertrekweg, middels een wit gekleurde verhoging in het wegdek, een verkeersgeleider aangebracht.

Voor motorvoertuigen bedroeg de ter plaatse toegestane maximumsnelheid 50 km/u.

De raadsman heeft gesteld dat het ongeval weliswaar aan verdachtes schuld is te wijten, maar dat verdachte niet roekeloos heeft gehandeld. Hij heeft aangevoerd dat verdachte niet welbewust onaanvaardbare risico's heeft genomen tijdens het achtervolgen van de bestuurder van de grijze Kia. Volgens de raadsman heeft verdachte met een normale snelheid achter de Kia gereden en heeft hij zijn snelheid telkens zodanig aangepast om aanrijdingen te voorkomen. Dit was ook het geval bij het naderen van de bewuste kruising, aldus de raadsman. Naar zijn mening heeft verdachte bij die kruising de nodige verkeersmaatregelen genomen door af te remmen en naar links en rechts te kijken. Verdachte heeft volgens de raadsman de situatie echter verkeerd ingeschat, hetgeen heeft geleid tot het verkeersongeval.

De rechtbank overweegt als volgt.

Aan de hand van de bewijsmiddelen stelt de rechtbank vast dat verdachte voor het naderen van de kruising van de Snekertrekweg en de Marshallweg al enige tijd de bestuurder van de grijze Kia aan het achtervolgen was. Verdachte reed daarbij met een snelheid van tussen de 70 - 80 kilometer per uur en heeft tijdens de achtervolging verschillende voertuigen ingehaald. Dit allemaal terwijl het spitstijd was.

Bij het naderen van eerdergenoemde voorrangskruising heeft verdachte zijn snelheid niet naar de daar toegestane maximumsnelheid van 50 kilometer per uur verminderd, laat staan aan een voor een veilig verkeer ter plaatse lagere snelheid aangepast. Verdachte bleef ongeveer 70 kilometer per uur rijden. Verdachte heeft de aldaar, bij de kruising stilstaand voertuig ingehaald via de linkerkant en kwam daarbij met zijn voertuig op de linkerrijstrook terecht. Verdachte heeft deze inhaalmanoeuvre verricht, terwijl hij bij het naderen van de kruising zowel het voorrang verlenen bord (B6) als de haaitanden op het wegdek had gezien.

Via de linkerrijstrook is verdachte de Snekertrekweg opgereden, waarna hij tegen het slachtoffer is aangereden.

Op grond van het bovengenoemde is de rechtbank van oordeel dat verdachte zodanig roekeloos heeft gereden dat het aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, met alle gevolgen voor het slachtoffer van dien.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht het primair ten laste gelegde be wezen, met dien verstande dat:

verdachte op 2 juni 2010 te Leeuwarden, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig, een personenauto rijdende over de weg, de Snekertrekweg, komende uit de richting van de Zwettestraat zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn, verdachtes, schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden doordat verdachte roekeloos is geweest, aangezien verdachte met het door hem bestuurde motorrijtuig toen aldaar heeft gereden met een veel te hoge snelheid dan voor een veilig verkeer ter plaatse en ter hoogte van de kruising van die weg en de Marshallweg, ter plaatse waar een bord B 6 van bijlage I van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 was geplaatst - aanduidende verleen voorrang aan bestuurders op de kruisende weg - en ter plaatse waar voor die kruisende weg op het wegdek haaientanden waren aangebracht, met nagenoeg onverminderde snelheid een voor die kruising stilstaand motorrijtuig, een personenauto, van het merk Volkswagen, type Polo en een ter plaatse op het wegdek aangebrachte witte middengeleider ter linkerzijde is voorbij gereden, over het weggedeelte bestemd voor het hem - gezien zijn, verdachtes, rijrichting - over die weg tegemoetkomende verkeer en vervolgens op die kruising van wegen linksaf is geslagen, teneinde zijn weg over die Snekertrekweg, in de richting van de Stationsweg te vervolgen en daarbij over het weggedeelte bestemd voor het hem over die weg tegemoetkomende verkeer heeft gereden en de snelheid van het door hem bestuurde motorrijtuig toen niet zodanig heeft geregeld dat hij, verdachte, in staat was het door hem bestuurde motorrijtuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij de weg kon overzien en waarover deze vrij was, waarna verdachte vervolgens is opgebotst tegen de bestuurster van een fiets die de rijbaan van die Snekertrekweg was gaan oversteken, waardoor de bestuurster van die fiets, [slachtoffer] geheten, zwaar lichamelijk letsel, te weten fors onderbeenletsel links en bovenbeenletsel rechts en handletsel rechts en links en een hoofdwond, werd toegebracht.

De verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert het volgende misdrijf op:

primair

Overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander zwaar lichamelijk letsel wordt toegebracht.

Dit feit is strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

De rechtbank neemt bij de bepaling van de hierna te vermelden strafsoort en strafmaat in aanmerking:

- de aard en de ernst van het gepleegde feit;

- de omstandigheden waaronder dit is begaan;

- de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken en deze naar voren komt uit het uittreksel uit het algemeen documentatieregister en het voorlichtingsrapport;

- de vordering van de officier van justitie;

- het pleidooi van de raadsman.

Verdachte heeft door roekeloos rijgedrag met zijn auto een aanrijding op een kruising veroorzaakt, waardoor een vrouw zeer ernstig gewond werd en mogelijk blijvend letsel heeft opgelopen. De rechtbank rekent het verdachte in het bijzonder aan dat hij uit boosheid over het weggedrag van een andere automobilist deze over grote afstand met hoge snelheid heeft achtervolgd en daarbij de vereiste oplettendheid uit het oog heeft verloren. Voor de straftoemeting in zaken als deze hanteert de rechtbank een landelijk oriëntatiepunt. Dit voorziet in een gevangenisstraf van 4 maanden en een ontzegging van de rijbevoegdheid van 2 jaren. Strafverzwarend werkt dat verdachte eerder voor verkeersmisdrijven is veroordeeld. Anderzijds deelt de rechtbank het oordeel van de reclassering dat een gedeeltelijk voorwaardelijke vrijheidsstraf op haar plaats is. Deze dient in de visie van de rechtbank vooral om herhaling van onbesuisd verkeersgedrag te voorkomen. Hierbij past ook een gedeeltelijk voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid. Omdat verdachte geen langere gevangenisstraf behoeft te ondergaan dan de tijd die hij al in preventieve hechtenis heeft doorgebracht, zal de rechtbank hem ter compensatie ook een werkstraf opleggen. Gelet op het vorenstaande zal de rechtbank de vordering van de officier van justitie volgen.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c en 22d van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 6, 175 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

DE UITSPRAAK VAN DE RECHTBANK LUIDT, RECHTDOENDE:

Verklaart het primair ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar in voege als voormeld en verdachte deswege strafbaar.

Veroordeelt verdachte te dier zake tot:

Een gevangenisstraf voor de duur van 145 dagen.

Bepaalt, dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot 90 dagen niet zal worden tenuitvoergelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond, dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd, welke hierbij wordt vastgesteld op twee jaren, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Beveelt, dat de tijd door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

Een werkstraf, bestaande uit het verrichten van 180 uren onbetaalde arbeid.

Beveelt dat voor het geval de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis voor de duur van 90 dagen zal worden toegepast.

Ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen - bromfietsen daaronder begrepen - voor de tijd van 30 maanden.

Bepaalt, dat van deze bijkomende straf een gedeelte, groot zes maanden niet zal worden tenuitvoergelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond, dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd, welke hierbij wordt vastgesteld op twee jaren, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Bepaalt dat de tijd gedurende welke het rijbewijs van de veroordeelde vóór het tijdstip waarop de uitspraak voor wat betreft de bijkomende straf voor tenuitvoerlegging vatbaar is geworden, ingevorderd of ingehouden is geweest, op de duur van die bijkomende straf geheel in mindering zal worden gebracht.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezenverklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.H. Severein, voorzitter, mr. J.S. van der Kolk en mr. G.C. Koelman, rechters, bijgestaan door mr. D.M.A. Jansen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 10 februari 2011.

1 De genoemde processen-verbaal zijn in de wettelijke vorm en door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren opgemaakt; de genoemde pagina's bevinden zich in het doorgenummerde proces-verbaal met OPS-dossiernummer 2010054298, tenzij anders vermeld, gesloten 18 juni 2010.

2 De verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 21 januari 2011.

3 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte, d.d. 2 juni 2010, pagina 68-70, 73.

4 Het proces-verbaal van aangifte door [naam], d.d. 4 juni 2010, pagina 39 en 40.

5 De geneeskundige verklaring d.d. 16 juni 2010, pagina 6.

6 Het proces-verbaal van verhoor van [passagier], d.d. 2 juni 2010, pagina 48 en 49.

7 Het proces-verbaal van verhoor van [naam], d.d. 3 juni 2010, pagina 41 en 42.

8 Het proces-verbaal verkeersongevalanalyse, nummer 02.06.10.1730.0206, d.d. 13 juli 2010, pagina 6 en 12.