Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLEE:2011:BP4009

Instantie
Rechtbank Leeuwarden
Datum uitspraak
01-02-2011
Datum publicatie
16-02-2011
Zaaknummer
326779 \ CV EXPL 10-6725
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Arbeidsrecht:

Leerling-kok ten onrechte op staande voet ontslagen wegens het meewerken aan de opname van een erotisch getinte film. Niet gebleken van gestelde negatieve reclame voor werkgever. Geen overtreding huisregels nu de activiteit heeft plaatsgevonden in de privésfeer. Schending op de cao gebaseerde meldingsplicht levert eveneens geen basis om de werkneemster op staande voet te ontslaan.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 7
Burgerlijk Wetboek Boek 7 677
Burgerlijk Wetboek Boek 7 678
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JAR 2011/80
AR-Updates.nl 2011-0139
Prg. 2011/107
JAR 2011/80
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LEEUWARDEN

Sector kanton

Locatie Leeuwarden

zaak-/rolnummer: 326779 \ CV EXPL 10-6725

vonnis van de kantonrechter d.d. 1 februari 2011

inzake

[eiseres],

hierna te noemen: [eiseres],

wonende te [woonplaats],

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

procederende met toevoeging,

gemachtigde: mr. J.P.L.C. Dijkgraaf,

tegen

de besloten vennootschap

[Hotel],

hierna te noemen: [Het hotel],

gevestigd te [plaats],

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

gemachtigde: mr. A.H. Wijnberg.

Procesverloop

1.1. Op de bij dagvaarding vermelde gronden heeft [eiseres] gevorderd om:

1. voor recht te verklaren dat de arbeidsovereenkomst tussen partijen niet is beëindigd;

2. [Het hotel] te veroordelen tot betaling van een bruto bedrag van € 1.300,00 per maand, althans een in goede justitie te bepalen bedrag aan salaris per maand, ter zake de maanden februari 2010 tot en met juni 2010;

3. [Het hotel] te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 650,00 per maand aan wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW, althans een in goede justitie te bepalen bedrag, over de maanden februari 2010 tot en met mei 2010;

4. [Het hotel] te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 1.300,00 althans een in goede justitie te bepalen bedrag aan wettelijke verhoging over de maand juni 2010;

5. te bepalen dat [Het hotel] gehouden is ook het salaris over de maanden na 30 juni 2010 aan [eiseres] te voldoen;

6. [Het hotel] te veroordelen in de kosten van deze procedure.

1.2. [Het hotel] heeft bij antwoord de vordering betwist en op de daarbij vermelde gronden in reconventie gevorderd [eiseres] te veroordelen tot betaling van € 1.300,00 met kosten.

1.3. Na repliek in conventie tevens antwoord in reconventie, dupliek in conventie tevens repliek in reconventie en dupliek in reconventie, is vonnis bepaald op de stukken, waarvan de inhoud als hier ingelast geldt.

1.4. Door [eiseres] en [Het hotel] zijn producties in het geding gebracht.

Motivering

De vaststaande feiten in conventie en in reconventie

2.1. Als gesteld en erkend, dan wel als niet of onvoldoende weersproken, alsmede op grond van de in zoverre onbetwiste inhoud der overgelegde producties staat het volgende vast.

2.2. [eiseres] is in het kader van haar opleiding bij het Noorderpoortcollege te Groningen als leerling-kok voor bepaalde tijd, van 1 september 2009 tot en met 31 augustus 2010, bij [Het hotel] in dienst getreden, tegen een brutoloon van € 1.300,00 per maand, exclusief vakantietoeslag.

2.3. Op de arbeidsovereenkomst is de collectieve arbeidsovereenkomst voor het horeca- en aanverwante bedrijf 2008-2010 (hierna te noemen: de cao) van toepassing.

In artikel 3 onder 4 van de cao is het volgende bepaald:

'De werknemer is gehouden de werkgever schriftelijk in kennis te stellen van het voornemen om voor eigen onderneming of in loondienst van een andere werkgever nevenarbeid te verrichten dan wel uit te breiden. Indien deze werkzaamheden of de uitbreiding daarvan naar het oordeel van de werkgever het verrichten van een goede arbeidsprestatie belemmeren, heeft de werkgever het recht het verhinderen van deze nevenarbeid te verbieden.'

2.4. [Het hotel] hanteert binnen haar bedrijf zelf opgestelde huisregels, variërend van diefstal, kledingvoorschriften, hygiëne, drank en drugs, ziekte en incidenteel te laat komen. Bij het (herhaald) overtreden van bepaalde regels volgt ontslag.

2.5. Als leerling-kok werkt [eiseres] aan de "koude kant van de keuken", waarbij zij geen contact heeft met de klanten.

2.6. In februari 2010 heeft [eiseres] in haar vrije tijd meegewerkt aan de opname van een erotisch getinte film, die tegen betaling toegankelijk is voor de kijker op een erotische website.

2.7. Op 13 februari 2010 is [eiseres] op staande voet ontslagen door [Het hotel], vanwege het feit dat [Het hotel] niet geassocieerd wenst te worden met de door [eiseres] ondernomen activiteiten.

2.8. Bij brief van 19 februari 2010 heeft [eiseres] de vernietigbaarheid van het ontslag ingeroepen en heeft zij zich beschikbaar gesteld voor haar werk.

Het standpunt van [eiseres] in conventie

3.1. [eiseres] vordert volledige doorbetaling van het loon, daar er geen dringende redenen aanwezig zijn die tot een onverwijlde opzegging van de arbeidsovereenkomst nopen. De arbeidsovereenkomst duurt dan ook nog steeds voort.

[eiseres] meent dat zij de reputatie van [Het hotel] met haar handelwijze op geen enkele wijze heeft geschaad. [eiseres] heeft tijdens haar werkzaamheden bij [Het hotel] op geen enkele wijze contact met klanten van [Het hotel], zodat [Het hotel] nimmer door haar klanten met de nevenactiviteiten van [eiseres] kan worden geassocieerd. Voorts stelt [eiseres] dat haar niet eerder dan nadat zij een week bij [Het hotel] in dienst was, is gewezen op het bestaan van de door [Het hotel] gehanteerde huisregels. Deze regels zijn evenwel nooit met haar besproken, laat staan dat zij is geïnformeerd over de gevolgen van het overtreden van die regels.

Het standpunt van [Het hotel] in conventie

3.2. [Het hotel] betwist de vordering en zij stelt daartoe het volgende.

[Het hotel] voert aan dat voor de indiensttreding met [eiseres] is besproken aan welke gedragsregels zij zich dient te houden. Daar [Het hotel] een landelijke bekendheid heeft als familiehotel en als zodanig een goede naam heeft hoog te houden zijn deze gedragsregels van bijzonder belang. Ook zonder nadere instructies had [eiseres] moeten begrijpen dat haar gedragingen voor [Het hotel] onacceptabel zouden zijn.

[Het hotel] meent dat het niet relevant is dat de film in privé tijd is gemaakt. Evenmin acht [Het hotel] het relevant dat [eiseres] geen contact met de klanten heeft. Het gaat erom dat bekend is dat een bij [Het hotel] werkzame medeweker meegewerkt heeft aan het opnemen van een erotisch getinte film en het feit dat de beelden hiervan algemeen toegankelijk zijn. [Het hotel] meent dan ook dat het gedrag van [eiseres] de goede naam en onberispelijke reputatie van [Het hotel] bij welhaast de gehele Nederlandse bevolking en daarbuiten aantast en dat [Het hotel] hierdoor schade ondervindt.

Voorts had het op de weg van [eiseres] gelegen om haar nevenactiviteit vooraf aan [Het hotel] te melden ingevolge de op de arbeidsovereenkomst van toepassing zijnde cao. Dit heeft [eiseres] evenwel niet gedaan.

Het standpunt van [eiseres] in reconventie

4.1. [eiseres] betwist dat zij schadeplichtig is, nu er geen dringende reden is om de arbeidsovereenkomst onverwijld op te zeggen, laat staan dat zij door opzet of schuld [Het hotel] een dringende reden heeft gegeven om de arbeidsovereenkomst onverwijld op te zeggen.

Het standpunt van [Het hotel] in reconventie

4.2. [Het hotel] stelt dat [eiseres] door haar handelen [Het hotel] een dringende reden heeft gegeven om de arbeidsovereenkomst onverwijld op te zeggen. Dit maakt [eiseres] schadeplichtig jegens [Het hotel]. [Het hotel] vordert in dat licht een bedrag van

€ 1.300,00.

De beoordeling van het geschil

in conventie

5. Volgens vaste jurisprudentie moet de rechter bij de beoordeling van de gerechtvaardigdheid van het ontslag op staande voet alle omstandigheden van het geval, in onderling verband en onderlinge samenhang, in aanmerking nemen. Hierbij moeten de aard en de ernst van de dringende reden worden afgewogen tegen de persoonlijke omstandigheden van de werknemer. Relevant zijn de aard en de duur van de dienstbetrekking, de wijze waarop de werknemer de dienstbetrekking heeft vervuld en zijn persoonlijke omstandigheden, waaronder de gevolgen van het ontslag.

6. De dringende reden die de wet eist voor een rechtsgeldig ontslag op staande voet is - voor de werkgever - omschreven in artikel 7:678 BW. In lid 1 van dit artikel is vermeld dat als dringende redenen beschouwd kunnen worden 'zodanige daden, eigenschappen, of gedragingen van de werknemer, die tot gevolg hebben dat van de werkgever redelijkerwijze niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren'. Volgens vast jurisprudentie dient het dan te gaan om een ontslaggrond die zodanig ernstig is dat zowel in objectieve zin, als in subjectieve zin van de werkgever redelijkerwijs niet gevergd kan worden de arbeidsovereenkomst met de werknemer nog voort te laten duren.

7 Gelet op alle omstandigheden moet worden geoordeeld dat de handelwijze van [eiseres] geen dringende reden oplevert. Daartoe wordt het volgende overwogen.

7.1. De kantonrechter stelt allereerst vast dat de gewraakte handelingen van [eiseres] zich volledig hebben afgespeeld in haar privé-sfeer. Deze handelingen hebben verder ook geen enkel raakvlak met de bedrijfsactiviteiten van [Het hotel] en met de functie van [eiseres]. Voorts is komen vast te staan dat [eiseres] in haar functie van leerling-kok op geen enkele wijze contact heeft met de klanten van [Het hotel]. In tegenstelling tot [Het hotel] acht de kantonrechter dit wel relevant. Tot slot stelt de kantonrechter vast dat de arbeidsovereenkomst in het kader van de opleiding van [eiseres] is aangegaan voor de duur van één jaar. Een eventuele vroegtijdige beëindiging van de arbeidsovereenkomst heeft voor [eiseres] gevolgen voor wat betreft het succesvol afronden van haar opleiding.

7.2. Het op staande voet gegeven ontslag is in feite gebaseerd op twee gronden, te weten de vrees van [Het hotel] voor negatieve reclame en overtreding van de huisregels door [eiseres].

7.2.1. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft [Het hotel] niet aannemelijk weten te maken dat zij bij continuering van het dienstverband met [eiseres] daadwerkelijk moet vrezen voor negatieve reclame en reputatieschade. De kantonrechter laat daarbij verder in het midden of, indien zulks anders zou zijn, dit dan zonder meer dan kan resulteren in een ontslag op staande voet.

7.2.2. Het is verder niet duidelijk geworden waaruit de overtreding van de huisregels door [eiseres] heeft bestaan en waarom dit tot een ontslag op staande voet dient te leiden. Zoals reeds is overwogen hebben de gedragingen van [eiseres] zich immers geheel buiten de werksfeer afgespeeld. Overigens valt uit de door [Het hotel] gehanteerde huisregels niet op te maken dat het een medewerker is verboden (op straffe van ontslag) mee te werken aan het opnemen van een erotisch getinte film dan wel dat ieder gedrag dat de reputatie van [Het hotel] kan schaden een reden is voor ontslag. De vraag of [Het hotel] deze regels [eiseres] bij aanvang van de arbeidsovereenkomst heeft overhandigd en toegelicht is dan ook niet relevant.

7.3. Voor zover [Het hotel] heeft willen betogen dat schending van artikel 3 onder 4 van de op de arbeidsovereenkomst van toepassing zijnde cao van de zijde van [eiseres] het ontslag op staande voet rechtvaardigt, overweegt de kantonrechter dat het enkele feit dat [eiseres] heeft verzuimd [Het hotel] schriftelijk in kennis te stellen van haar voornemen om voor eigen onderneming of in loondienst van een andere werkgever nevenarbeid te verrichten, niet dusdanig ernstig is dat dat een dringende reden ex artikel 7:678 BW oplevert. Daarbij wordt in het midden gelaten of het meewerken aan een opname van een erotische film als nevenarbeid kan worden aangemerkt.

8. Nu er naar het oordeel van de kantonrechter geen sprake is van een ontslaggrond die zodanig ernstig is dat zowel in objectieve zin, als in subjectieve zin van [Het hotel] redelijkerwijs niet gevergd kan worden de arbeidsovereenkomst nog voort te laten duren, kan het ontslag op staande voet geen stand houden. De vordering ter zake het voor recht verklaren dat de arbeidsovereenkomst tussen partijen niet is beëindigd zal de kantonrechter derhalve toewijzen, met dien verstande dat de arbeidsovereenkomst van rechtswege op 31 augustus 2010 is geëindigd, nu niet gesteld of gebleken is dat de arbeidsovereenkomst nadien is verlengd en [eiseres] na 31 augustus 2010 werkzaamheden voor [Het hotel] heeft verricht. Dit betekent dat op [Het hotel] de verplichting rust om het salaris van [eiseres] aan haar te voldoen over de periode van 1 februari 2010 tot en met 31 augustus 2010. De kantonrechter zal [Het hotel] hiertoe dan ook veroordelen.

9. De gevorderde wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW is eveneens toewijsbaar, zij het dat, gelet op alle omstandigheden van het geval, er termen aanwezig zijn om de door [eiseres] gevorderde wettelijke verhoging van 50% over de maanden februari 2010 tot en met mei 2010, respectievelijk 100% over de maand juni 2010 (welk laatst bedoeld percentage het wettelijk maximum van 50% te boven gaat), te matigen tot 25% over het tot en met 30 juni 2010 verschuldigde loon, nu [Het hotel] de loonbetaling aan [eiseres] niet (tijdig) heeft voldaan.

10. De kantonrechter stelt vast dat noch de wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW na 30 juni 2010 noch de vakantietoeslag noch de wettelijke rente is gevorderd.

11. [Het hotel] zal als de in het ongelijk te stellen partij worden verwezen in de proceskosten zijdens [eiseres].

in reconventie

12. Nu de kantonrechter in conventie heeft geoordeeld dat er geen dringende reden is om de arbeidsovereenkomst onverwijld te beëindigen, laat staan dat [eiseres] door opzet of schuld [Het hotel] een dringende reden heeft gegeven om de arbeidsovereenkomst onverwijld te beëindigen, zal hij de vordering tot toewijzing van schadevergoeding in reconventie afwijzen.

13. [Het hotel] zal als de in het ongelijk te stellen partij worden verwezen in de proceskosten zijdens [eiseres].

Beslissing

De kantonrechter:

in conventie

verklaart voor recht dat de arbeidsovereenkomst tussen [eiseres] en [Het hotel] niet per 13 februari 2010 rechtsgeldig is beëindigd;

veroordeelt [Het hotel] tot betaling aan [eiseres] van het achterstallig salaris ad € 9.100,00 bruto over de periode van 1 februari 2010 tot en met 31 augustus 2010, te vermeerderen met de wettelijke verhoging ad 25% tot en met 30 juni 2010;

veroordeelt [Het hotel] in de kosten van deze procedure, tot op heden aan de zijde van [eiseres] begroot op € 500,00 en op € 198,93 wegens verschotten, waarvan te voldoen aan de rechtbank Leeuwarden:

€ 111,00 wegens in debet gesteld griffierecht;

€ 87,93 wegens explootkosten;

€ 500,00 wegens salaris gemachtigde.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders gevorderde;

in reconventie

wijst de vordering van [Het hotel] af;

veroordeelt [Het hotel] in de kosten van deze procedure, tot op heden aan de zijde van [eiseres] begroot op € 300,00 wegens salaris.

Aldus gewezen door mr. R. Giltay, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 1 februari 2011 in tegenwoordigheid van de griffier.

c 151