Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLEE:2011:BP3765

Instantie
Rechtbank Leeuwarden
Datum uitspraak
08-02-2011
Datum publicatie
09-02-2011
Zaaknummer
17/880444-10 VON
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Oplichting van diverse bedrijven, gebruik valse creditcards, veroordeling.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 326
Wetboek van Strafrecht 232
Wetboek van Strafrecht 57
Wetboek van Strafrecht 47
Wetboek van Strafrecht 45
Wetboek van Strafrecht 36b
Wetboek van Strafrecht 36c
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LEEUWARDEN

Sector straf

parketnummer 17/880444-10 VON

vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 8 februari 2011 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[ verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

wonende te [adres].

De rechtbank heeft gelet op het ter terechtzitting gehouden onderzoek van 25 januari 2011.

Verdachte is niet verschenen; wel is verschenen mr. G.J.P.M. Grijmans, advocaat te Bolsward, die verklaard heeft uitdrukkelijk tot de verdediging te zijn gemachtigd.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van 15 september 2010 tot en met 8 oktober

2010,

te Sneek, in de gemeente Sneek, en/of te [naam], in de gemeente Dantumadeel,

en/of te Dokkum, in de gemeente Dongeradeel en/of te Den Helder, in de

gemeente Den Helder, en/of te Leeuwarden, in de gemeente Leeuwarden, in elk

geval in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens)

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen

(telkens) door het aannemen van een valse naam en/of van een valse

hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een

samenweefsel van verdichtsels, (een) medewerk(s)ter(s) van (onder meer)

[naam] en/of [naam] en/of tankstation [naam] en/of juwelier [naam], en/of pizzeria [naam], en/of tankstation [naam] en/of [naam] en/of

[naam] en/of [naam] en/of [naam] heeft/hebben bewogen

tot de afgifte van (onder meer) Paysafekaarten, telefoonkaarten, telefoons,

tabakswaren, een casio horloge, een koningsketting, pizza's, althans

etenswaren, kleding, een navigatiesysteem, een autoradio en/of (een)

hoeveelhe(i)d(en) geld, in elk geval van enig goed, hebbende verdachte en/of

zijn mededader(s) toen aldaar (telkens) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk

weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met

de waarheid (telkens) die Paysafekaarten, telefoonkaarten, telefoons,

tabakswaren, horloge, koningsketting, pizza's/etenswaren, dat

navigatiesysteem, die autoradio en/of die kleding en/of die andere goederen

betaald met valse of vervalste creditcards en/of/althans/in ieder geval zich

voorgedaan als (een) bonafide koper(s), waardoor die medewerk(s)ter(s)

(telkens) werd(en) bewogen tot bovenomschreven afgifte;

2.

hij in of omstreeks de periode van 15 september 2010 tot en met 8 oktober 2010,

te Sneek, in de gemeente Sneek, en/of te Den Helder, in de gemeente Den Helder,

en/of te Damwoude, in de gemeente Dantumadeel, en/of te Dokkum, in de gemeente

Dongeradeel, in elk geval in Nederland,

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich

en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een

valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige

kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, (een)

medewerk(st)er(s) van [naam], en/of [naam], en/of tankstation

[naam], en/of juwelier [naam] en/of tankstation [naam] en/of [naam] en/of [naam] en/of [naam] te bewegen tot de afgifte

van paysafekaarten en/of telefoons en/of telefoonkaarten en/of tabakswaren

en/of sieraden en/of (een) hoeveelhe(i)d(en) geld, in elk geval van enig goed,

met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of

listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid met een of meer

van zijn mededader(s), althans alleen, meermalen, althans eenmaal, genoemde

paysafekaarten en/of telefoons en/of telefoonkaarten en/of

tabakswaren en/of sieraden met een valse of vervalste creditcard heeft/hebben

getracht te pinnen/betalen, in ieder geval zich heeft/hebben voorgedaan als

(een) bonafide koper(s), terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf

niet is voltooid;

3.

hij in of omstreeks de periode van 15 september 2010 tot en met 8 oktober

2010,

te Sneek, in de gemeente Sneek, en/of te Dokkum, in de gemeente Dongeradeel,

en/of te Damwoude, in de gemeente Dantumadeel, en/of te Leeuwarden, in de

gemeente Leeuwarden, en/of te Den Helder, in de gemeente Den Helder, in elk

geval in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

meermalen, althans eenmaal,

opzettelijk (een) valse of vervalste betaalpas(sen), waardekaart(en) of enige

andere voor het publiek beschikbare kaart(en), bestemd voor het verrichten of

verkrijgen van betalingen of andere prestaties langs geautomatiseerde weg,

heeft afgeleverd, voorhanden heeft gehad, heeft ontvangen, zich heeft

verschaft, heeft vervoerd, heeft verkocht of heeft overgedragen, zulks terwijl

hij, verdachte, wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat die pas(sen) of

kaart(en) bestemd was/waren voor gebruik als ware deze echt en onvervalst.

In de tenlastelegging voorkomende schrijffouten of kennelijke misslagen worden verbeterd gelezen. De verdachte is hierdoor niet in zijn belangen geschaad.

Vordering officier van justitie

De officier van justitie heeft ter terechtzitting gevorderd:

- veroordeling voor het onder 1., 2. en 3. ten laste gelegde;

- oplegging van een gevangenisstraf waarvan het onvoorwaardelijk op te leggen deel gelijk is

aan de duur van de reeds door verdachte in voorarrest doorgebrachte tijd en waarvan het

voorwaardelijk op te leggen deel 4 maanden bedraagt;

- verbeurdverklaring van het inbeslaggenomen geldbedrag, de valse creditcard en het Casio-

horloge;

- teruggave aan verdachte van de overige inbeslaggenomen goederen.

Beoordeling van het bewijs

Gevoerde verweren

De raadsman heeft aangevoerd dat de staandehouding van verdachte onrechtmatig was nu niet duidelijk is waarom een Engelse auto met daarin vier donkere personen werd aangehouden terwijl er een signalement was gegeven van twee getinte personen. Een tweede argument voor de onrechtmatigheid van de staandehouding is dat de staandehouding alleen gericht mag zijn op het vragen van de personalia en niet voor het ophalen van twee getuigen aan wie vragen worden gesteld over de betrokkenheid van de staande gehouden personen bij misdrijven. Verbalisanten hebben daarmee meer bevoegdheden gebruikt dan waarvoor artikel 52 van het Wetboek van Strafvordering is geschreven, aldus de raadsman.

De raadsman stelt voorts dat de aanhouding van verdachte onrechtmatig was nu dit zonder bevel van de officier van justitie is gebeurd terwijl er geen sprake was van heterdaad.

Alle verklaringen van verdachte en de medeverdachten, de bij hen aangetroffen valse creditcards en de herkenning van de camerabeelden zijn te beschouwen als verboden vruchten en kunnen niet meewerken tot het bewijs. De raadsman concludeert tot algehele vrijspraak.

Het oordeel van de rechtbank

Uit de stukken blijkt het volgende. Op 8 oktober 2010 werd door [naam] van [naam + adres], contact opgenomen met de politie te Sneek in verband met frauduleuze handelingen met betaalpassen dan wel creditcards. Er was deze week door twee personen voor een groot bedrag aan telefoonkaarten gekocht; zij hadden meerdere creditcards bij zich die "onbruikbaar" waren. Verbalisant [naam] heeft contact opgenomen met [naam] en hem werd verteld dat er meerdere betalingen hadden plaatsgevonden in Sneek op 7 oktober 2010 met valse c.q. vervalste creditcards evenals de week daarvoor. Dit was vermoedelijk door dezelfde personen gedaan en ook [naam] was bezig met een onderzoek naar deze groepering. Het bleek dat de groepering onder meer bij de [naam] aan de Oosterdijk en [naam] aan het Schaapmarktplein was geweest. Verbalisant [naam] is op 8 oktober 2010 het centrum van Sneek ingegaan omdat men die dag mogelijk terug zou komen bij [naam] om sigaretten te halen. In het centrum van Sneek heeft verbalisant contact gezocht met medewerkers van [naam], [naam] en [naam]. Zij vertelden hem dat de personen die in de winkel waren geweest allemaal getint waren. Op 8 oktober 2010 werd verbalisant [naam] gebeld door een medewerker van [naam] die verklaarde dat er twee personen in de winkel waren die een gsm wilden kopen en dat een van de personen gisteren in de winkel was geweest. Verbalisant [naam] heeft aan meerdere collega's doorgegeven dat twee personen lopend waren vertrokken bij [naam].

Verbalisant [naam] zag omstreeks 13.30 uur een rode Toyota Avensis met een Engels kenteken de Jousterkade in het centrum van Sneek oprijden met vier gekleurde personen daarin. Hij zag dat het kenteken de cijfers en letters [letters] bevatte. Vlak na de melding zag verbalisant [naam] de auto over het Kleinzand in de richting van de Jousterkade te Sneek rijden. Verbalisant [naam] had zich geposteerd op de Jousterkade met zicht over de kruising Jousterkade, Prins Hendrikkade, Leeuwarderweg en de winkelstraat Oosterdijk. Hij kon vanuit zijn positie de ingang van de [naam] in de gaten houden. Ongeveer een kwartier na het zien van de Toyota Avensis kwam de melding dat de personen die op 7 oktober 2010 bij [naam] aankopen hadden gedaan met vervalste of gestolen creditcards/betaalpassen nu weer in de winkel waren en wederom een aankoop wilden doen.

Verbalisant [naam] is naar de [naam] vestiging gefietst maar zag geen personen meer in de winkel. Van een medewerkster van de winkel begreep hij dat de personen de Suupmarkt op waren gelopen en dat het om een licht getint persoon zou gaan en een donkere jongen, vermoedelijk van Somalische afkomst. Verbalisant zag op de Suupmarkt geen personen die aan de omschrijving voldeden. Verbalisant is doorgefietst naar het in het verlengde van de Suupmarkt liggende Kleinzand. Verbalisant [naam] zag dezelfde rode Toyota Avensis met Engels kenteken die hij daarvoor had gezien, vertrekken vanaf het Kleinzand. De auto passeerde hem op ongeveer een meter afstand en hij kon hierdoor goed in de auto kijken en hij zag dat er vier personen in de auto zaten waaronder een licht getint persoon en een manspersoon die zeer donkergekleurd was en naar zijn idee een Somalisch uiterlijk had. Verbalisant zag in de verdere omgeving geen personen die aan het door de [naam] medewerkster verstrekte signalement voldeden. Verbalisant [naam] is achter het voertuig aangereden een heeft zijn bevindingen doorgegeven aan de collega's. Hij zag dat het kenteken van het voertuig [letters] was. De auto reed over het Kleinzand naar de Jousterkade, de Leeuwarderweg en daarna naar de Boeierstraat waar de auto een stopteken werd gegeven.

De rechtbank komt op basis van bovenstaande gang van zaken, mede gezien het korte tijdsbestek waarin en het kleine oppervlak waarop het een en ander zich heeft afgespeeld, tot het oordeel dat er voldoende feiten en omstandigheden aanwezig waren die een verdenking jegens de inzittenden van de auto ter zake van (poging tot) oplichting, gepleegd op 8 oktober 2010, rechtvaardigden. Voorts blijkt uit het bovenstaande dat er sprake was van een betrapping op heterdaad welke situatie heeft voortgeduurd tot de staandehouding en de daaropvolgende aanhouding van verdachte. Een bevel van de officier van justitie was derhalve niet vereist.

De rechtbank kan de raadsman evenmin volgen in zijn argument dat er met betrekking tot de staandehouding sprake is geweest van détournement de pouvoir. Er was sprake van een verdenking en om een verdacht persoon in een rijdende auto aan te kunnen houden zal eerst een stopteken gegeven moeten worden. Dat verbalisanten van de gelegenheid gebruik hebben gemaakt om de getuigen meteen naar de verdachte te laten kijken is een vorm van extra zorgvuldig handelen die geen afbreuk doet aan de rechtmatigheid van de staandehouding. Van verdachte is immers geen andere activiteit gevraagd dan opgave van de personalia.

De bewijsmiddelen

De rechtbank stelt op grond van de hierna te noemen bewijsmiddelen1 die de daartoe redengevende feiten en omstandigheden bevatten, het volgende vast.

1. Op 8 oktober 2010 zijn in Sneek2 de vier inzittenden van een Toyota Avensis met een Engels kenteken aangehouden. De bestuurder van de auto haalde zijn rijbewijs uit een zilverkleurig metalen doosje waarin meerdere pasjes aanwezig waren. De bestuurder bleek [ verdachte], geboren op [geboortedatum] te zijn. Op de bijrijderstoel (links voorin) zat [naam] Achter de bestuurder (rechts achterin) zat [naam]. Naast hem (links achterin) zat [naam]. De Toyota Avensis werd inbeslaggenomen. Verborgen onder de vloermat links achterin werden twee Mastercards ten name van [naam] aangetroffen. Onder de uitschuifbare asbak voorin werd een valse of vervalste3 Mastercard op naam van [verdachte] aangetroffen.4

2. Op 7 oktober 2010 wilde een donkergekleurde jongen in de winkel [naam] te Sneek voor 1000 euro aan Paysafekaarten kopen. De door hem gebruikte creditcard werd tot tweemaal toe geweigerd. De jongen toonde een rijbewijs en een creditcard op naam van [verdachte]. De jongen leek op de foto op het rijbewijs. Hij had een metalen bewaarmapje waarin meerdere creditcards zaten.5 Even later kwam dezelfde jongen opnieuw de winkel binnen om Paysafekaarten te kopen maar zijn creditcard werkte weer niet.6 Een medewerkster herkende hem als een van de twee donkere mannen die op 15 of 16 september 2010 of op 16 en 17 september 2010 voor 1000 euro aan Paysafekaarten had gekocht en betaald met een creditcard. De naam op de creditcard en het rijbewijs was [verdachte] of [naam]. Op 7 oktober 2010 kwam dezelfde jongen voor de derde maal in de winkel om paysafekaarten te betalen met een creditcard die, net als het door hem getoonde rijbewijs, op naam stond van [verdachte] of [naam]. De betaling met de creditcard lukte nu. Een medewerkster heeft de twee personen in de aangehouden auto herkend als de twee personen die in de winkel waren geweest.7

3. Op 8 oktober 2010 zijn twee personen in de winkel van [naam] in Sneek geweest die een gsm, een Blackberry, wilden kopen. De medewerkster herkende de personen als [verdachte] en [naam].8 Ze zijn weggegaan zonder iets te kopen. Eén van die personen was op 7 oktober 2010 ook in de winkel geweest.9

4. Op 7 oktober 2010 wilden twee donkergekleurde personen bij de [naam]shop te Sneek drie telefoons kopen. Persoon 2 gaf dit bij de verkoper aan. Persoon 1 wilde de drie toestellen in een keer afrekenen met een creditcard. Dit lukte niet. Persoon 2 heeft daarna geprobeerd twee toestellen af te rekenen maar dit lukte ook niet. Persoon 1 heeft toen geprobeerd één toestel af te rekenen maar dit lukte ook niet. 's Avonds werden beide jongens weer gezien in de winkel en persoon 1 heeft toen betaald met een creditcard. Persoon 2 kocht een Nokia N97 mini ter waarde van € 395,02. Persoon 1 heeft dit met een creditcard afgerekend.10 Alle transacties werden verricht met een of meer valse of vervalste creditcards.11 In de kofferbak van de inbeslaggenomen auto werd een kassabon van [naam] van 7 oktober 19.00 uur aangetroffen die betrekking had op een Nokia N97 mini Navigation en een pre-paid pakket ter waarde van € 395,02, alsmede een verzegelde doos met opschrift Nokia N97 en een prepaid card [naam].12

5. Bij het [naam] benzinestation in Damwoude13 wilde een getinte man op 6 oktober 2010 telefoonkaarten kopen. Direct daarna kwam een tweede getinte man binnen die naast de eerste ging staan en met hem in een buitenlandse taal sprak. De tweede man vroeg om sloffen sigaretten en sloffen tabak. Deze twee mannen kochten in totaal voor 600 euro aan tabak en telefoonkaarten. Er was ondertussen een derde man met getinte huid in de shop gekomen. De tweede man wilde afrekenen met een bankpas en de eerste man bemoeide zich met deze betaling. De eerste betaling lukte niet. De tweede betaling mislukte ook. De tweede man zei dat ze later terug zouden komen en de drie mannen zijn weggegaan. Enkele uren later kwamen dezelfde drie mannen weer in de shop. Twee mannen wilden dezelfde telefoonkaarten en sloffen shag en sigaretten kopen voor 858 euro. De eerder genoemde tweede man betaalde met een creditcard. De mannen liepen naar een rode Toyota Avensis met het Engelse kenteken [letters].14 De medewerkster herkende de afbeeldingen van [naam] en [verdachte] als twee van de drie mannen.15

6. Bij de firma [naam] in Dokkum16 zijn op 6 oktober 2010 aan twee jongens/mannen een casio horloge en een zilveren koningsketting verkocht. De bedragen zijn afzonderlijk afgerekend met een creditcard. Pogingen om andere dingen te betalen met een creditcard mislukten.17 De verkochte halsketting werd herkend van een foto.18

7. Op 7 oktober 2010 zijn er bij tankstation [naam] in Den Helder19 drie jonge mannen in de shop geweest. De man die bij de balie ging staan wilde voor 800 euro aan Paysafekaarten kopen. Het afrekenen met een creditcard mislukte tweemaal. De man vroeg vervolgens aan een van de twee andere mannen voor hem af te rekenen. Deze betaalde vervolgens met een creditcard. De tweede man kwam later terug en wilde voor 500 euro aan paysafekaarten kopen. De andere man zei dat hij beter voor 800 euro kon kopen. De man rekende goederen af ter waarde van ongeveer 1013 euro. Een van de andere mannen betaalde de man die afrekende met een creditcard, een stapeltje 50 euro biljetten.20

8. Uit onderzoek van de creditcardmaatschappijen [naam]21, [naam]22 en [naam]23 blijkt dat met de volgende valse of vervalste creditcards op de daarbij aangegeven datum bij de aangegeven winkel een voltooide betaling dan wel een poging tot betaling is gedaan:

datum

tijd

plaats

winkel

creditcardnummer

voltooid

poging

06.10

12.21

Dokkum

[naam]

373714659182005

560,00

06.10

12.29

Dokkum

[naam]

373714659182005

1755,00

06.10

12.30

Dokkum

[naam]

373714659182005

1400,00

06.10

12.31

Dokkum

[naam]

373714659182005

350,00

06.10

12.55

Damwoude

[naam]

373714659182005

657,00

06.10

12.56

Damwoude

[naam]

373714659182005

40,00

06.10

15.25

Damwoude

[naam]

5466160243710361

858,00

07.10

12.51

Sneek

[naam]

4907442918249012

1000,00

07.10

12.55

Sneek

[naam]

4263540106143018

1000,00

07.10

12.56

Sneek

[naam]

4263540106143018

500,00

07.10

12.56

Sneek

[naam]

5466160170198319

1000,00

07.10

13.08

Sneek

[naam]

4313077154240388

1000,00

07.10

14.33

Sneek

[naam]

4313077154240388

1308,24

07.10

14.33

Sneek

[naam]

4313077154240388

872,16

07.10

14.37

Sneek

[naam]

5466160170198319

436,08

07.10

17.57

Sneek

[naam]

5466160243939400

1308,24

07.10

18.01

Sneek

[naam]

5466160243939400

395,02

07.10

20.35

Den Helder

[naam]

5466160243939400

707,99

07.10

21.00

Den Helder

[naam]

372835899203003

800,00

07.10

21.03

Den Helder

[naam]

372835899203003

400,00

07.10

21.04

Den Helder

[naam]

372835899203003

600,00

9. Van de winkels waar camerabewaking was, zijn beelden veiliggesteld en bekeken en afbeeldingen daarvan zijn in het dossier gevoegd.24 Verbalisanten herkenden [naam] en [verdachte] van de beelden van [naam] in Dokkum van 6 oktober 2010.25 Verbalisanten herkenden [naam] en [verdachte] eveneens op de afbeeldingen van [naam] Den Helder op 7 oktober 201026 evenals op de beelden van [naam] Sneek op 7 oktober 2010.27 Op de beelden van 8 oktober 2010 van [naam] werden [verdachte] en [naam] herkend.28 Verbalisanten herkenden op de beelden van [naam] in Den Helder van 7 oktober 2010 [verdachte], [naam] en [naam]29

10. In de inbeslaggenomen personenauto zijn twee aankoopbewijzen van [naam] Den Helder en een set stoelhoezen aangetroffen. De aankoopbewijzen hadden betrekking op een navigatiesysteem, een dvd-radio30 en een stoelhoesset, afgerekend op 7 oktober 2010 om 20.32 uur. De betaling was verricht door middel van een creditcard en een legitimatiebewijs met het nummer 12UPO6266.31 De gebruikte creditcard was vals of vervalst.32 Het legitimatiebewijs was afgegeven aan [naam].33

11. Verdachte [verdachte] herkende zichzelf en [naam]34 -die hij [naam] noemt- op de afbeelding van twee personen bij [naam] in Den Helder op 7 oktober 2010. [naam] heeft het door hen gekochte navigatiesysteem en de autoradio met een creditcard betaald.35

12. Verdachte [verdachte] wist dat de creditcard op zijn naam die in de inbeslaggenomen auto was aangetroffen36 vals of vervalst was en dat hij daarmee goederen kon kopen zonder dat hem dit geld zou kosten.37

13. Verdachte [verdachte] was in het bezit van het bij [naam] in Dokkum aangeschafte Casio horloge. Hij had dit gekregen van [naam]. [naam] had tevens een ketting gekocht. Verdachte herkent zichzelf en [naam] op de beelden van de bewakingscamera bij [naam] in Dokkum.38

14. Verdachte [verdachte] herkende zichzelf en [naam] op de beelden gemaakt bij [naam] te Sneek op 7 oktober 2010. [naam] heeft daar een telefoon, een Nokia, aangeschaft. Op 8 oktober 2010 is [verdachte] ook bij [naam] geweest.39

Medeplegen

De rechtbank komt op basis van de bovenstaande bewijsmiddelen, in onderling verband en samenhang beschouwd, tot het oordeel dat er sprake is geweest van een zodanig gezamenlijk optreden en handelen van verdachte en een of meer van de medeverdachten, dat gesproken kan worden van een nauwe en bewuste samenwerking, gericht op bevoordeling van zichzelf of een ander. De rechtbank acht daarmee het onder 1. en 2. ten laste gelegde handelen tezamen en in vereniging bewijsbaar.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht het onder 1., 2. en 3. ten laste gelegde bewezen, met dien verstande dat:

1.

hij in de periode van 15 september 2010 tot en met 8 oktober 2010, te Sneek, in de gemeente Sneek, en te Damwoude, in de gemeente Dantumadeel, en te Dokkum, in de gemeente Dongeradeel en te Den Helder, in de gemeente Den Helder, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, telkens met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen telkens door een listige kunstgreep, (een) medewerk(st)er(s) van [naam] en [naam] en tankstation [naam] en juwelier [naam] en tankstation [naam] en [naam] hebben bewogen tot de afgifte van (onder meer) Paysafekaarten, telefoonkaarten, telefoons, tabakswaren, een casio horloge, een koningsketting, een navigatiesysteem en een autoradio, hebbende verdachte en zijn mededader(s) toen aldaar telkens met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en listiglijk en bedrieglijk telkens die Paysafekaarten, telefoonkaarten, telefoons, tabakswaren, horloge, koningsketting, dat navigatiesysteem en die autoradio betaald met valse of vervalste creditcards, waardoor die medewerk(st)er(s) telkens werden bewogen tot bovenomschreven afgifte;

2.

hij in de periode van 15 september 2010 tot en met 8 oktober 2010, te Sneek, in de gemeente Sneek, en te Den Helder, in de gemeente Den Helder, en te Damwoude, in de gemeente Dantumadeel, en te Dokkum, in de gemeente Dongeradeel, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door een listige kunstgreep, (een) medewerk(st)er(s) van [naam] en [naam] en tankstation [naam], en juwelier [naam] te bewegen tot de afgifte van paysafekaarten en telefoons en telefoonkaarten en tabakswaren en sieraden, met vorenomschreven oogmerk meermalen -zakelijk weergegeven- valselijk en listiglijk en bedrieglijk met een of meer van zijn mededader(s), genoemde paysafekaarten en telefoons en telefoonkaarten en tabakswaren en sieraden met een valse of vervalste creditcard hebben getracht te pinnen/betalen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

3.

hij in de periode van 15 september 2010 tot en met 8 oktober 2010, te Sneek, in de gemeente Sneek, meermalen opzettelijk een valse of vervalste betaalpas, bestemd voor het verrichten of verkrijgen van betalingen langs geautomatiseerde weg, voorhanden heeft gehad zulks terwijl hij, verdachte, wist dat die passen bestemd waren voor gebruik als waren deze echt en onvervalst.

De verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op de misdrijven:

1. Medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd.

2. Medeplegen van poging tot oplichting, meermalen gepleegd.

3. Opzettelijk een valse of vervalste pas als bedoeld in artikel 232, eerste lid van het Wetboek van Strafrecht, voorhanden hebben terwijl hij weet dat de pas bestemd is voor gebruik als ware deze echt en onvervalst, meermalen gepleegd.

Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

De rechtbank neemt bij de bepaling van de hierna te vermelden strafsoort en strafmaat in aanmerking:

- de aard en de ernst van de gepleegde feiten;

- de omstandigheden waaronder deze zijn begaan;

- de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken en deze naar voren komt uit het uittreksel uit het algemeen documentatieregister en het reclasseringsadvies;

- de vordering van de officier van justitie;

- het pleidooi van de raadsman.

Verdachte heeft samen met medeverdachten diverse winkeliers opgelicht door goederen af te rekenen met valse of vervalste creditcards. Daarnaast hebben verdachte en zijn mededaders diverse pogingen daartoe gedaan. Tot slot heeft verdachte valse of vervalste creditcards voorhanden gehad. Deze kennelijk uit winstbejag ingegeven gedragingen leiden tot ontwrichting van het voor het maatschappelijk verkeer zo belangrijke betalingsverkeer. Verder heeft het gedrag van verdachte maatschappelijke schade tot gevolg, aangezien overheden, financiële instellingen, ondernemingen en burgers moeten kunnen vertrouwen op de echtheid van betaalkaarten.

Verdachte heeft een strafblad, hij is echter niet eerder voor soortgelijke feiten veroordeeld. De reclassering heeft over verdachte gerapporteerd. Uit het rapport blijkt dat verdachte financiële problemen heeft. Verder heeft hij geen werk en is hij dakloos. Verdachte heeft steeds ontkend zich aan een strafbaar feit te hebben schuldig gemaakt. Hij heeft echter bij de reclassering wel aangegeven open te staan voor reclasseringstoezicht indien hij veroordeeld wordt.

De officier van justitie heeft een onvoorwaardelijke gevangenisstraf gelijk aan de duur van het voorarrest geëist, alsmede een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 4 maanden, proeftijd 2 jaren. Naar het oordeel van de rechtbank doet deze eis geen recht aan de feiten. De rechtbank is van oordeel dat de feiten dermate ernstig zijn dat een gevangenisstraf van langere duur gerechtvaardigd is. De rechtbank zal deze dan ook opleggen. De rechtbank zal een deel van de straf voorwaardelijk opleggen, opdat verdachte zich tijdens de proeftijd door verbeterd levensgedrag kan rehabiliteren. Voor het opleggen van reclasseringstoezicht ziet de rechtbank geen aanleiding. Verdachte kan bij de reguliere hulpverlening zijn problemen aankaarten.

Inbeslaggenomen goederen

De personenauto Toyota Avensis is onder verdachte inbeslaggenomen en de rechtbank zal dan ook in de onderhavige zaak beslissen omtrent de inbeslaggenomen auto en de zich daarin bevindende goederen, voor zover niet duidelijk is dat deze aan een van de andere inzittenden van de auto toebehoren.

De rechtbank zal de in de auto aangetroffen kassabon van [naam] Damwoude, de kassabon van [naam], een plastic tas van [naam] met inhoud, een witte doos met Macrom DVD receiver, een wit doosje met Macrom snoeren en afstandsbediening, een set stoelhoezen en een [naam] plastic tas met inhoud verbeurd verklaren. Deze goederen zijn verkregen door middel van het onder 1. bewezenverklaarde strafbare feit en behoren toe hetzij aan verdachte hetzij aan een mededader die bekend was met de verkrijging van het betreffende goed door het strafbare feit.

Het onder verdachte inbeslaggenomen Casio horloge zal eveneens verbeurd worden verklaard nu dit is verkregen door middel van het onder 1. bewezenverklaarde feit en het toebehoort aan verdachte.

De in de auto aangetroffen valse of vervalste creditcard op naam van [verdachte] zal worden onttrokken aan het verkeer nu mede met betrekking tot dit goed het onder 3. bewezenverklaarde feit is begaan en het bezit daarvan in strijd is met de wet.

De overige onder verdachte inbeslaggenomen goederen -met uitzondering van de onder de vloermat aangetroffen creditcards op naam van [naam]- kunnen aan hem worden teruggegeven nu het belang van strafvordering zich daartegen niet verzet. De rechtbank ziet geen gronden voor de gevorderde verbeurdverklaring van het onder verdachte inbeslaggenomen geldbedrag nu uit de stukken niet op te maken is dat er een rechtstreeks verband bestaat tussen dit geldbedrag en de bewezenverklaarde feiten.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 33, 33a, 36b, 36c, 45, 47, 57, 232 en 326 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

DE UITSPRAAK VAN DE RECHTBANK LUIDT, RECHTDOENDE:

Verklaart het onder 1., 2. en 3. ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar in voege als voormeld en verdachte deswege strafbaar.

Veroordeelt verdachte te dier zake tot:

Een gevangenisstraf voor de duur van negen maanden.

Bepaalt, dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot drie maanden niet zal worden tenuitvoergelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond, dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd, welke hierbij wordt vastgesteld op twee jaren, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Beveelt, dat de tijd door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en/of voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

Verklaart verbeurd de volgende inbeslaggenomen goederen:

- een kassabon Lycamobile, [naam] Damwoude, dd 06/10/2010

- een kassabon van [naam], d.d. 06/10/2010

- een plastic tas van [naam] met inhoud (kassabon T-shop 395,02 euro, een prepaid card en een zwarte verzegelde doos met opschrift Nokia N97

- een witte doos met Macrom DVD receiver 7 inch video scherm

- een wit doosje met Macrom bleutooth snoeren en afstandsbediening

- een set stoelhoezen Carpoint

- een [naam] plastic tas met daarin twee aankoopbewijzen en een stekker van Sony Erickson, hoordopjes en een tweetal snoeren

- een Casio horloge.

Verklaart onttrokken aan het verkeer de inbeslaggenomen Mastercard CITI nummer 5466160172132159 op naam van [verdachte].

Gelast de teruggave aan verdachte van de inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven personenauto van het merk Toyota Avensis en voorzien van kenteken [letters] (GB), met de zich daarin bevindende goederen, met uitzondering van de hierboven genoemde creditcard op naam van verdachte en met uitzondering van de creditcards op naam van [naam].

Gelast voorts de teruggave aan verdachte van het onder hem inbeslaggenomen geldbedrag van 810,50 euro, een brief, drie kwitanties, een factuur, een bankpasjehouder, een Rabobank Wereldpas, een ING pas en een Travelex eu cash passport mastercard nummer 5386850000086406.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezenverklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.H. Severein, voorzitter, mr. G.C. Koelman en mr. Y. Huizing, rechters, bijgestaan door T.L. Komrij, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 8 februari 2011.

1 De genoemde processen-verbaal zijn in de wettelijke vorm en door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren opgemaakt; de genoemde pagina's bevinden zich in het doorgenummerde proces-verbaal met registratienummer 2010101444-B, gesloten op 30 november 2010.

2 Het is een feit van algemene bekendheid dat Sneek is gelegen in de gemeente Sneek.

3 De schriftelijke aangifte van [naam], d.d. 12 oktober 2010, pagina 62.

4 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 10 oktober 2010, pagina 101, 102.

5 Het proces-verbaal van verhoor van [naam], d.d. 9 oktober 2010, pagina 119.

6 Het proces-verbaal van verhoor van [naam], d.d. 13 oktober 2010, pagina 128.

7 Het proces-verbaal van verhoor van [naam], d.d. 9 oktober 2010, pagina 120 en het proces-verbaal van bevindingen, d.d. 8 oktober 2010, pagina 99.

8 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 8 oktober 2010, pagina 105.

9 Het proces-verbaal van verhoor van [naam], d.d. 9 oktober 2010, pagina 108.

10 Het proces-verbaal van verhoor van [naam], d.d. 9 oktober 2010, pagina 109, 110.

11 Bijlage bij de schriftelijke aanvullende aangifte van [naam], d.d. 13 oktober [de rechtbank leest] 2010, pagina 78 en de bijlage bij de schriftelijke aangifte van [naam], d.d. 12 oktober 2010, pagina 84.

12 De goederenlijst behorend bij de kennisgeving van inbeslagneming, d.d. 8 oktober 2010, pagina 6.

13 Het is een feit van algemene bekendheid dat Damwoude is gelegen in de gemeente Dantumadeel.

14 Het proces-verbaal van verhoor van [naam], d.d. 13 oktober 2010, pagina 130-133.

15 Het proces-verbaal van verhoor van [naam], d.d. 13 oktober 2010, pagina 133 en de afbeeldingen op pagina 152.

16 Het is een feit van algemene bekendheid dat Dokkum is gelegen in de gemeente Dongeradeel.

17 Het proces-verbaal van verhoor van [naam], d.d. 13 oktober 2010, pagina 134, en de bijlagen pagina 136 en 137.

18 Het proces-verbaal van bevindingen, d.d. 17 oktober 2010, pagina 138.

19 Het is een feit van algemene bekendheid dat Den Helder is gelegen in de gemeente Den Helder.

20 Het proces-verbaal van bevindingen, d.d. 14 oktober 2010, pagina 146.

21 De schriftelijke aangifte van [naam], d.d. 12 oktober 2010, pagina 82 en het overzicht op pagina 84 en de schriftelijke aangifte, d.d. 18 oktober 2010, pagina 88.

22 Een schriftelijke aangifte van [naam], d.d. 8 oktober 2010, pagina's 73, 74 en het overzicht op pagina 76 alsmede het overzicht bij de aanvullende aangifte, d.d. 13 oktober [de rechtbank leest] 2010, pagina 78.

23 De schriftelijke aangifte van [naam], d.d. 13 oktober 2010, pagina 92 en het overzicht op pagina 93 en de schriftelijke aangifte, d.d. 25 oktober 2010, pagina 96 en het overzicht op pagina 97.

24 Het proces-verbaal van bevindingen, d.d. 30 november 2010, pagina 18.

25 Het proces-verbaal van bevindingen, d.d. 29 november 2010, pagina 147 en de afbeeldingen op pagina 152.

26 Het proces-verbaal van bevindingen, d.d. 29 november 2010, pagina 147 en de afbeeldingen op pagina 154.

27 Het proces-verbaal van bevindingen, d.d. 29 november 2010, pagina 147 en de afbeelding op pagina 155.

28 Het proces-verbaal van bevindingen, d.d. 29 november 2010, pagina 147 en de afbeeldingen op de pagina's 156, 157.

29 Het proces-verbaal van bevindingen, d.d. 29 november 2010, pagina 148 en de afbeeldingen op de pagina's 158 en 159.

30 De goederenlijst behorend bij de kennisgeving van inbeslagneming, d.d. 8 oktober 2010, pagina 6.

31 Het proces-verbaal van bevindingen, d.d. 8 oktober 2010, pagina 106.

32 De schriftelijke aanvullende aangifte van [naam], d.d. 18 oktober 2010, pagina 88.

33 Het proces-verbaal van verhoor van [naam], d.d. 20 oktober 2010, pagina 187.

34 Het proces-verbaal van bevindingen, d.d. 10 oktober 2010, pagina 101.

35 Het proces-verbaal van verhoor van [ verdachte], d.d. 20 oktober 2010, pagina 170.

36 De goederenlijst behorend bij de kennisgeving van inbeslagneming, d.d. 8 oktober 2010, pagina 6.

37 Het proces-verbaal van verhoor van [ verdachte], d.d. 20 oktober 2010, pagina 168.

38 Het proces-verbaal van verhoor van [ verdachte], d.d. 20 oktober 2010, pagina 169.

39 Het proces-verbaal van verhoor van [ verdachte], d.d. 20 oktober 2010, pagina 171.