Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLEE:2011:BP1139

Instantie
Rechtbank Leeuwarden
Datum uitspraak
18-01-2011
Datum publicatie
18-01-2011
Zaaknummer
17/885149-10 VON
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

kandidatenlijst, handtekening, Kieswet, SP, nietigheid dagvaarding

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 225
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LEEUWARDEN

Sector straf

parketnummer 17/885149-10

vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 18 januari 2011 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1930 te [geboorteplaats],

wonende te [adres].

De rechtbank heeft gelet op het ter terechtzitting gehouden onderzoek van 4 januari 2011.

De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. R.P. Snorn, advocaat te Heerenveen.

Tenlastelegging

Aan verdachte is, na wijziging van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:

hij in of omstreeks de periode van 18 januari 2010 tot en met 26 januari 2010,

te [Leeuwarden], in de gemeente Leeuwarden, en/of te Joure, in de gemeente

Skarsterlân, in elk geval in het arrondissement Leeuwarden,

een zogenaamd H3-1 formulier/een toestemmingsformulier/een formulier

"Machtiging tot het plaatsen van de aanduiding van een politieke groepering

boven een kandidatenlijst" - zijnde een geschrift dat bestemd was om tot

bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt of vervalst, immers

heeft verdachte valselijk een handtekening geplaatst op/onder bovenvermeld

formulier en/of met het plaatsen van zijn handtekening heeft voorgewend dat hij gerechtigd was om voor/namens de in de aanhef van bedoeld formulier genoemde personen toestemming te verlenen aan [medeverdachte] om boven die kandidatenlijst de naam SP (Socialistische Partij) te plaatsen, waarna/waardoor dit (door verdachte ondertekende) formulier de schijn heeft gewekt, dat het aan de in de Kieswet gestelde eisen (aan welke

eisen moet zijn voldaan om als landelijke partij deel te nemen aan de

gemeenteraadsverkiezingen van 2010) voldeed, zulks met het oogmerk om dat

geschrift als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen

gebruiken;

(Art. 225 lid 1 Wetboek van Strafrecht)

In de tenlastelegging voorkomende schrijffouten of kennelijke misslagen worden verbeterd gelezen. De verdachte is hierdoor niet in zijn belangen geschaad.

Vordering officier van justitie

De officier van justitie heeft ter terechtzitting gevorderd:

- veroordeling voor het ten laste gelegde;

- oplegging van een onvoorwaardelijke werkstraf voor de duur van zestig uren, subsidiair dertig dagen vervangende hechtenis;

Verweer nietigheid dagvaarding

De raadsman heeft ter terechtzitting nietigheid van de dagvaarding bepleit. De raadsman heeft hiertoe aangevoerd dat, ondanks de gedane wijziging van de tenlastelegging, de term valselijk opmaken innerlijk tegenstrijdig is omschreven. Uit de tenlastelegging blijkt niet of verdachte een document valselijk heeft opgemaakt of dat hij een handtekening heeft vervalst. De tenlastelegging is daarom dubbelzinnig nu niet duidelijk blijkt welk strafbaar feit aan verdachte wordt ten laste gelegd.

De rechtbank overweegt hieromtrent het volgende. Het valselijk opmaken van het document is voldoende feitelijk en nader omschreven doordat de verdachte ten laste wordt gelegd dat hij valselijk een handtekening heeft geplaatst. Daarbij hoeft de tenlastelegging niet expliciet aan te duiden of de geplaatste handtekening een authentieke handtekening van verdachte is of dat de geplaatste handtekening gefingeerd zou zijn. Immers is ten laste gelegd het valselijk opmaken van een document en is niet ten laste gelegd het vervalsen van een handtekening. Bovendien heeft de wijziging tenlastelegging daarover meer duidelijkheid verschaft. De rechtbank is dan ook van oordeel dat uit de tenlastelegging ondubbelzinnig blijkt welk strafbaar feit aan verdachte ten laste wordt gelegd. Er is derhalve geen sprake van een obscuur libel. De rechtbank verwerpt het verweer van de raadsman.

Beoordeling van het bewijs

De rechtbank past de hierna te noemen bewijsmiddelen1 toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder weergegeven.

1. De verklaring van verdachte2, zakelijk weergegeven inhoudende:

Woonplaats: [woonplaats]. Op 17 januari 2010 heb ik mijn handtekening gezet op het H3-1 formulier. Mijn dochter, [medeverdachte], kwam bij mij thuis met dat formulier en er moest een handtekening op komen omdat het formulier moest worden ingeleverd.

2. De verklaring van verdachte3, zakelijk weergegeven inhoudende:

Ik heb van mijn dochter [medeverdachte] gehoord dat ze geen toestemming hadden van de landelijke SP om met de werkgroep van de SP Skarsterlân mee te doen aan de verkiezingen 2010. Omdat de werkgroep toch mee wilde doen aan de verkiezingen en ze nog steeds geen toestemming hadden heb ik een dag voor het inleveren van het inschrijvingsformulier H3-1 een handtekening geplaatst op dit formulier. Ik had de naam van [naam 2] zien staan in het formulier.

2. De verklaring van getuige [getuige], zakelijk weergegeven inhoudende:

Ik heb het model H3-1 volledig ingevuld met daarop ook de namen van de kandidaten, zodat alleen de dagtekening en de handtekening van de heer [naam 2] of diens gemachtigde de heer [naam 3] van de landelijke SP nodig waren.4 Op 19 januari 2010 hebben mevrouw [medeverdachte] en de heer [naam 4] de formuliermodellen H1 en H3-1 ingeleverd. Ik zag dat het formulier H3-1 was voorzien van een handtekening.5 Op 28 januari 2010 werd ik gebeld door [naam 5] van de landelijke SP. Hij bevestigde dat de handtekening op dat formulier niet door of namens de landelijke SP was gezet. Ik heb aan de hand van een kopie van het paspoort van de heer [naam 2] kunnen vaststellen dat de handtekening van de heer [naam 2] niet overeen kwam met de handtekening op het ingeleverde H3-1 formulier.6

3. Een schriftelijk stuk, het H3-1 formulier7 , zakelijk weergegeven inhoudende:

Model H3-1. Machtiging tot het plaatsen van de aanduiding van een politiek groepering boven een kandidatenlijst.

Ondergetekende, [naam 2], die de gemachtigde, bedoeld in artikel G1/ G2/ G3, derde lid, van de Kieswet, is van SP (Socialistische Partij) (volledig statutaire naam van de desbetreffende politieke groepering), verleent hierbij aan [medeverdachte], inleveraar van de onderstaande lijst van kandidaten voor de verkiezing van de leden van de raad van de gemeente Skarsterlân op 3 maart 2010, de bevoegdheid boven de lijst de volgende aanduiding van de desbetreffende groepering, zoals deze ingevolge de artikelen G1, G2 of G3 van de Kieswet is geregistreerd, te plaatsen: SP (Socialistische Partij)

Verweer

Door de raadsman is bepleit dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het ten laste gelegde. De raadsman heeft daartoe aangevoerd dat er geen sprake is van voorwaardelijk opzet bij de verdachte om het H3-1 formulier valselijk op te maken nu verdachte heeft verklaard dat hij niet wist dat hij door het zetten van zijn handtekening voor of namens de heer [naam 2] zou tekenen.

De rechtbank overweegt als volgt. De verdachte heeft bij de politie verklaard dat hij de naam van [naam 2] had gezien op het H3-1 formulier waarop hij zijn handtekening heeft geplaatst. De verdachte heeft eveneens verklaard dat hij wist dat de landelijke SP geen toestemming had gegeven voor deelname aan de verkiezingen maar omdat de werkgroep toch mee wilde doen aan die verkiezingen hij zijn handtekening heeft geplaatst op het H3-1 formulier. De rechtbank concludeert daaruit dat verdachte willens en wetens heeft gehandeld en dus opzettelijk. Immers verdachte wist van het ontbreken van de toestemming van de SP maar heeft desondanks zijn handtekening geplaatst op het formulier. De rechtbank verwerpt het verweer.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht het ten laste gelegde bewezen, met dien verstande dat:

hij omstreeks 18 januari 2010, te Leeuwarden, in de gemeente Leeuwarden, een zogenaamd H3-1 formulier/een toestemmingsformulier/een formulier "Machtiging tot het plaatsen van de aanduiding van een politieke groepering boven een kandidatenlijst" - zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt of vervalst, immers heeft verdachte valselijk een handtekening geplaatst op/onder bovenvermeld formulier en met het plaatsen van zijn handtekening heeft voorgewend dat hij gerechtigd was om voor/namens de in de aanhef van bedoeld formulier genoemde personen toestemming te verlenen aan [medeverdachte] om boven die kandidatenlijst de naam SP (Socialistische Partij) te plaatsen, waarna/waardoor dit door verdachte ondertekende formulier de schijn heeft gewekt, dat het aan de in de Kieswet gestelde eisen, aan welke eisen moet zijn voldaan om als landelijke partij deel te nemen aan de gemeenteraadsverkiezingen van 2010, voldeed, zulks met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst door anderen te doen gebruiken.

De verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op het misdrijf:

Valsheid in geschrift.

Dit feit is strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

De rechtbank neemt bij de bepaling van de hierna te vermelden strafsoort en strafmaat in aanmerking:

- de aard en de ernst van het gepleegde feit;

- de omstandigheden waaronder dit is begaan;

- de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken en deze naar voren komt uit het uittreksel uit het algemeen documentatieregister en het voorlichtingsrapport van de reclassering;

- de vordering van de officier van justitie en;

- het pleidooi van de raadsman.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan valsheid in geschrift. Hij heeft op een formulier waarmee de Socialistische Partij kandidaten kon machtigen aan de gemeenteraadsverkiezingen deel te nemen, zijn handtekening gezet in plaats van de volmachtgever. De dochter van verdachte, medeverdachte in deze zaak, heeft aan de handtekening de letters "vd" , wat zou kunnen staan voor "voor deze" toegevoegd. Hiermee werd de indruk gewekt dat het formulier namens de volmachtgever was ondertekend en dat de Socialistische Partij kandidaten machtigde aan de gemeenteraadsverkiezingen deel te nemen, terwijl dit niet het geval was.

Verdachte heeft de handtekening geplaatst op verzoek van zijn dochter die, samen met anderen, aan de gemeenteraadsverkiezingen in de gemeente Skarsterlân wilden deelnemen.

Op de achtergrond speelde dat de medeverdachten politieke invloed wilde uitoefenen op de vraag of in natuurgebied "it Nannewiid" bebouwing moest worden toegestaan. Wat ook van de wellicht ideële motieven van verdachte en zijn medeverdachten moet worden gedacht, duidelijk is dat verdachte met zijn handelwijze te ver is gegaan. Vaststaat evenwel dat er bij verdachte, die nooit met justitie in aanraking is geweest, geen sprake is geweest van persoonlijke bevoordeling. Volgens de rapportage van de reclassering is de kans op herhaling klein.

Gelet op deze omstandigheden en vanwege de relatief hoge leeftijd van verdachte, is de rechtbank in afwijking van de officier van justitie van oordeel dat als strafafdoening kan worden volstaan met een voorwaardelijke werkstraf van de hierna te vermelden omvang. Deze straf moet vooral worden gezien in het kader van normhandhaving.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d en 225 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

DE UITSPRAAK VAN DE RECHTBANK LUIDT, RECHTDOENDE:

Verklaart het ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar in voege als voormeld en verdachte deswege strafbaar.

Veroordeelt verdachte te dier zake tot:

Een werkstraf voor de duur van zestig uren.

Beveelt dat voor het geval de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis voor de duur van 30 dagen zal worden toegepast.

Bepaalt, dat deze werkstraf niet zal worden tenuitvoergelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond, dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd, welke hierbij wordt vastgesteld op twee jaren, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezenverklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.H. Severein, voorzitter, mr. M. Brinksma en mr. G.C. Koelman, rechters, bijgestaan door mr. J. Houwink, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 18 januari 2011.

Mr. Koelman is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

1 De genoemde processen-verbaal zijn in de wettelijke vorm en door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren opgemaakt; de genoemde pagina's bevinden zich in het doorgenummerde proces-verbaal met OPS-dossiernummer PL02R3 2010011894-D, gesloten op 31 mei 2010.

2 De verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting (van 4 januari 2011).

3 Het proces-verbaal van verhoor [verdachte], d.d. 4 mei 2010, pagina 71.

4 Het proces-verbaal van verhoor [getuige], d.d. 30 maart 2010, pagina 55, tweede alinea.

5 Het proces-verbaal van verhoor [getuige], d.d. 30 maart 2010, pagina 56, vijfde alinea.

6 Het proces-verbaal van verhoor [getuige], d.d. 30 maart 2010, pagina 57, derde alinea.

7 Een kopie van het door verdachte ondertekende H3-1 formulier, pagina 7.