Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLEE:2010:BO7426

Instantie
Rechtbank Leeuwarden
Datum uitspraak
23-11-2010
Datum publicatie
15-12-2010
Zaaknummer
321345 \CV EXPL 10-5126
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Ouders sluiten op naam van hun minderjarige kind een aandelenlease-overeenkomst. Omdat deze overeenkomst is gesloten zonder de benodigde toestemming van de kantonrechter vorderen de ouders namens hun minderjarige kind vernietiging van de overeenkomst. Volgens Aegon is het beroep op vernietiging verjaard. De verjaringstermijn bedraagt 3 jaar en de vordering tot vernietiging is ingesteld na 10 jaar. Als de uitsluitende mogelijkheid om de vernietiging in te roepen berust bij diegene die de te vernietigen rechtshandeling zelf hebben verricht -de ouders-, heeft de minderjarige geen feitelijke mogelijkheid meer om de vernietiging in te roepen. De minderjarige komt namelijk pas een beroep op verjaring toe wanneer hij meerderjarig is. De kantonrechter is daarom van oordeel dat het beroep op vernietiging niet is verjaard. Omdat toestemming van de kantonrechter ontbreekt wordt de overeenkomst vernietigd.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 1
Burgerlijk Wetboek Boek 1 345
Burgerlijk Wetboek Boek 3
Burgerlijk Wetboek Boek 3 52
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RCR 2011/16
Prg. 2011/38
NJF 2011/100
JPF 2011/65
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LEEUWARDEN

Sector kanton

Locatie Leeuwarden

zaak-/rolnummer: 321345 \ CV EXPL 10-5126

vonnis van de kantonrechter d.d. 23 november 2010

inzake

[eiser sub 1] en [eiser sub 2],

wonende te [woonplaats],

hierna gezamenlijk en in enkelvoud te noemen: [eiser],

eisers,

handelend in hun hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordigers van hun minderjarig kind:

[kind], geboren op [datum] 1999,

gemachtigde: mr. L.C.M. Jurgens,

tegen

De besloten vennootschap Aegon Financiële Diensten B.V.,

hierna te noemen: Aegon,

gevestigd te Leeuwarden,

gedaagde,

gemachtigde: Noppe & van der Zwaag.

Procesverloop

1. Ingevolge het tussenvonnis van 24 augustus 2010 is op 13 oktober daaropvolgend een comparitie gehouden. Hiervan is procesverbaal opgemaakt. Aegon heeft bij brief van 15 oktober nadere informatie verschaft over de hoogte van het uitgekeerde dividend.

Vervolgens is wederom vonnis bepaald op de stukken, waarvan de inhoud als hier ingelast geldt.

Motivering

2. De kantonrechter neemt hier over hetgeen hij heeft overwogen en beslist bij voormeld tussenvonnis.

De verdere beoordeling van het geschil

3. In deze procedure kan uitgegaan worden van de volgende feiten.

[eiser sub 1] heeft op [datum] 1999 op naam van de toen 4 maanden oude [minderjarige] een aandelenlease-overeenkomst gesloten met Aegon. Hiervoor is geen toestemming van de kantonrechter gevraagd of verkregen.

De overeenkomst is door verstrijken van de looptijd geëindigd op [datum] 2009.

Uit hoofde van deze overeenkomst heeft [eiser], uit naam van [minderjarige], maandelijks een bedrag van € 46,13 betaald, in totaal € 5.535,60.

[minderjarige] heeft aan dividend een bedrag van € 847,96 en als slotuitkering een bedrag van € 1.192,57 ontvangen.

Bij brief van 5 oktober 2009 heeft [eiser sub 1] de vernietiging in geroepen van de overeenkomst, omdat hij die heeft gesloten zonder toestemming van de kantonrechter.

4. [eiser] stelt primair dat de overeenkomst vernietigbaar is, en terecht vernietigd is, wegens het ontbreken van toestemming van de kantonrechter.

Voorts stelt hij dat Aegon onrechtmatig gehandeld heeft. In de eerste plaats doordat zij willens en wetens een overeenkomst met een minderjarige is aangegaan terwijl de vereiste toestemming ontbrak. In de tweede plaats doordat Aegon [minderjarige] heeft opgezadeld met een onverantwoord zware financiële last, zonder in voldoende mate uitleg te geven en informatie in te winnen. Met dit laatste bedoelt [eiser], zo begrijpt de kantonrechter, een beroep te doen op de zorgplicht.

Aegon bestrijdt één en ander gemotiveerd.

5.1. Het meest verstrekkend is het beroep op de vernietigbaarheid. Te dien aanzien wordt het volgende overwogen.

De kantonrechter is van oordeel dat het aangaan van een aandelenleaseovereenkomst als de onderhavige valt onder het bepaalde in artikel 1: 345 lid 1 sub d BW, zodat machtiging van de kantonrechter vereist was. De overeenkomst is op naam en voor rekening van de minderjarige aangegaan. Dat in de praktijk de maandtermijnen door (een van) de ouder(s) werden voldaan doet daar niet aan af, nu de betalingsverplichting jegens Aegon op de minderjarige rustte en niet op haar ouders.

5.2. Doordat de overeenkomst gesloten is zonder toestemming van de kantonrechter is de overeenkomst vernietigbaar - tenzij Aegon te goeder trouw was of de rechtshandeling geen nadeel heeft berokkend. Deze uitzonderingen doen zich hier niet voor. Dat Aegon te goeder trouw was, aldus dat zij noodzaak én afwezigheid van de toestemming niet had behoren te kennen, is niet gebleken. Aegon had uit de overeenkomst kunnen opmaken dat haar contractspartij 4 maanden oud was. Van nadeel is sprake reeds omdat het totale, door de ouders aan [minderjarige] ter beschikking gestelde, vermogen is verminderd ten gevolge van de uitvoering van de overeenkomst, een vermindering die niet zou zijn opgetreden indien het vermogen op een risicoloze wijze was besteed en in zijn geheel aan [minderjarige] zou zijn toegevallen.

Op deze vernietigbaarheid kan een beroep gedaan worden van de zijde van de minderjarige. Daarbij is het bepaalde in artikel 3: 52 BW van toepassing. Het gaat hier om vernietiging wegens het ontbreken van toestemming, niet wegens onbekwaamheid. Dat brengt mee dat lid 1, sub d, van toepassing is. Volgens deze bepaling is de vordering tot vernietiging verjaard drie jaren nadat de bevoegdheid om de vernietigingsgrond in te roepen aan degene aan wie deze bevoegdheid toekomt ten dienste is komen te staan. Volgens de Parlementaire Geschiedenis is dat het geval wanneer de minderjarige meerderjarig is geworden of er een nieuwe voogd is benoemd. Hiermee lijkt niet te rijmen dat de uitsluitende mogelijkheid om de vernietiging in te roepen berust bij diegene die de te vernietigen rechtshandeling zelf heeft verricht. Immers, op die wijze zou de minderjarige zelf feitelijk geen mogelijkheid hebben om de vernietiging in te (doen) roepen.

Geoordeeld moet dan ook worden dat het beroep op de vernietigbaarheid niet is verjaard en rechtsgeldig is gedaan.

5.3. Het voorgaande brengt mee dat Aegon de door [eiser] betaalde inleg ad

€ 5.535,60 dient te vergoeden, uiteraard met aftrek van de uitbetaalde bedragen ad in totaal

€ 2.040,53. Over het aldus te vergoeden bedrag van € 3.495,07 is Aegon de wettelijke rente verschuldigd vanaf het verstrijken van de in de vernietigingsbrief van 5 oktober 2009 genoemde termijn van 7 dagen, aldus vanaf 12 oktober 2009. Dat en waarom Aegon vanaf enig eerder tijdstip rente is verschuldigd is niet nader onderbouwd.

De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten wordt afgewezen, nu deze ondanks het verzoek daartoe van Aegon niet is onderbouwd.

Aegon zal, tot slot, als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van de procedure, zoals gevorderd en niet weerlegd vermeerderd met de wettelijke rente vanaf drie dagen na betekening van het vonnis.

Beslissing

De kantonrechter:

veroordeelt Aegon tot betaling aan [eiser] van een bedrag groot € 3.495,07, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 12 oktober 2009 tot aan de dag der algehele voldoening;

veroordeelt Aegon in de kosten van deze procedure, tot op heden aan de zijde van [eiser] begroot op € 350,-- (2 punten à € 175,--) wegens salaris en op € 295,93 wegens verschotten, welke kosten zijn te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf drie dagen na betekening van het vonnis;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders gevorderde.

Aldus gewezen door mr. J.E. Biesma, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 23 november 2010 in tegenwoordigheid van de griffier.

c 185

mlzr: 172