Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLEE:2010:BO3237

Instantie
Rechtbank Leeuwarden
Datum uitspraak
29-07-2010
Datum publicatie
08-11-2010
Zaaknummer
AWB 09/2393
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

artikel 8:75a Awb; proceskostenvergoeding; reiskosten; verletkosten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Belastingblad 2010/1745
FutD 2010-2577
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LEEUWARDEN

Sector bestuursrecht, belastingkamer

procedurenummer: AWB 09/2393

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 29 juli 2010 als bedoeld in afdeling 8.2.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)

in het geding tussen

[verzoeker],

wonende te [woonplaats],

verzoeker,

en

Belastingdienst Toeslagen/kantoor Utrecht,

verweerder,

gemachtigde [gemachtigde].

Procesverloop

Verweerder heeft aan verzoeker met dagtekening 14 juni 2009 een aanmaning verzonden ten aanzien van de door verweerder opgelegde terugvorderingsbeschikking huurtoeslag (beschikkingnummer [beschikkingnummer]T604002) over het jaar 2006.

Tevens heeft verweerder aan verzoeker met dagtekening 14 juni 2009 een aanmaning verzonden ten aanzien van de door verweerder opgelegde terugvorderingsbeschikking huurtoeslag (beschikkingnummer [beschikkingnummer]T704002) over het jaar 2007.

Verzoeker heeft bij brief van 1 september 2009, ontvangen bij de rechtbank op 4 september 2009, beroep ingesteld tegen het uitblijven van een beslissing op zijn op 21 juli 2009 bij verweerder ingediende bezwaarschrift tegen de aan hem door verweerder in rekening gebrachte aanmaningskosten ten aanzien van de terugvordering van huurtoeslag over de jaren 2006 en 2007. De rechtbank heeft dit beroep geregistreerd onder het kenmerk 09/2393

Bij brief van 18 februari 2010, ontvangen bij de rechtbank op 23 februari 2010, heeft verzoeker het beroep ingetrokken. Tegelijk met de intrekking heeft verzoeker verzocht om verweerder te veroordelen in de kosten van de procedure.

Verweerder heeft, daartoe in de gelegenheid gesteld, op 3 maart 2010, een verweerschrift ingediend.

De rechtbank heeft besloten tot afdoening van de zaak met toepassing van afdeling 8.2.4 van de Awb.

Motivering

1.1 Verweerder heeft niet tijdig een besluit genomen op het bezwaar van verzoeker. Na het aanhangig maken van het beroep is verweerder alsnog gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift tegemoetgekomen.

1.2 Verzoeker heeft ten aanzien van de zaak met het kenmerk AWB 09/2393 verzocht om vergoeding van de reis- en verletkosten die hij in verband met de behandeling van het bezwaar heeft moeten maken. De reiskosten bedroegen volgens verzoeker € 23,18 en de verletkosten € 29,78.

1.3 Verweerder heeft zich ten aanzien van voormeld verzoek bij verweerschrift op het standpunt gesteld dat de door verzoeker in de bezwaarfase gemaakte reis- en verletkosten niet voor vergoeding in aanmerking komen, omdat artikel 1, letter a, van het Besluit proceskosten bestuursrecht (Besluit) hiertoe geen ruimte biedt.

1.4 De rechtbank overweegt dat op grond van de artikelen 8:75a, 8:75 en 7:15 van de Awb ook de in de bezwaarfase gemaakte kosten voor vergoeding in aanmerking kunnen komen. Ingevolge artikel 7:15, tweede lid, van de Awb komen slechts voor vergoeding in aanmerking kosten die belanghebbende in verband met de behandeling van het bezwaar redelijkerwijs heeft moeten maken, voorzover het bestreden besluit wordt herroepen wegens aan het bestuursorgaan te wijten onrechtmatigheid.

1.5 Naar het oordeel van de rechtbank brengt artikel 7:15, tweede lid, van de Awb hier geen beperkingen met zich. De rechtbank overweegt daartoe dat de aan het bestuursorgaan te wijten onrechtmatigheid er uit bestaat dat aan verzoeker ten onrechte aanmaningskosten in rekening zijn gebracht en dat verzoeker zowel bezwaar als beroep (tegen het niet tijdig nemen van een besluit) heeft moeten indienen om te bewerkstelligen dat verweerder (gedeeltelijk) aan verzoeker tegemoet kwam.

1.6 Op grond van het bepaalde in art. 1 van het Besluit kan een veroordeling in de kosten als bedoeld in artikel 7:15 Awb uitsluitend betrekking hebben op: a. kosten van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand, b. kosten van een getuige, deskundige of tolk die door een partij of een belanghebbende is meegebracht of opgeroepen, dan wel van een deskundige die aan een partij verslag heeft uitgebracht, c. reis- en verblijfkosten van een partij of een belanghebbende, d. verletkosten van een partij of een belanghebbende, e. kosten van uittreksels uit de openbare registers, telegrammen, internationale telexen/telefaxen en internationale telefoongesprekken, en f. kosten van het als gemachtigde optreden van een arts in zaken waarin enig wettelijk voorschrift verplicht tot tussenkomst van een gemachtigde die arts is.

1.7 De rechtbank overweegt dat verweerders stelling (zie 1.3) dat de reis- en verletkosten niet vallen onder artikel 1, eerste lid, letter a van het Besluit juist is. Dat betekent evenwel niet dat deze kosten niet voor vergoeding in aanmerking kunnen komen.

1.8 Op grond van artikel 2, eerste lid, onder c van het Besluit wordt het bedrag van de te vergoeden reiskosten vastgesteld overeenkomstig artikel 11, eerste lid, onderdeel c, van het Besluit tarieven in strafzaken 2003.

1.9 Ingevolge artikel 11, eerste lid, onderdeel c, van het Besluit tarieven in strafzaken 2003 geldt een tarief waarvan de hoogte gelijk is aan de reiskosten per openbaar middel van vervoer, laagste klasse dan wel een kilometervergoeding van € 0,28 per kilometer indien openbaar vervoer niet of niet voldoende mogelijk is.

1.10 Het is de rechtbank niet gebleken dat openbaar vervoer niet mogelijk is vanuit [woonplaats] naar [plaats]. De rechtbank stelt derhalve de vergoeding voor de reiskosten op een bedrag van € 9,18 (twee keer negen strippen à € 0,51 per strip).

1.11 Op grond van artikel 2, eerste lid, onderdeel c van het Besluit wordt het bedrag van de verletkosten vastgesteld overeenkomstig een tarief dat, afhankelijk van de omstandigheden, tussen € 4,54 en € 53,09 per uur bedraagt.

1.12 Verzoeker stelt verletkosten voor een bespreking met verweerder te [plaats] op 14 juli 2009. Uit de gedingstukken blijkt dat voormelde bespreking een belangrijke rol heeft gespeeld in de uiteindelijke onder 1.1 genoemde tegemoetkoming van verweerder. Verzoeker stelt verletkosten tot een bedrag van € 29,78, zijnde twee uur à € 14,89 per uur, welk bedrag als zodanig niet door verweerder is betwist. De rechtbank stelt de te vergoeden verletkosten derhalve vast op € 29,78.

1.13 Het voorgaande leidt tot de slotsom dat de rechtbank het verzoek (gedeeltelijk) zal toewijzen in die zin dat de rechtbank verweerder voor een bedrag van € 38,96 zal veroordelen in de proceskosten.

1.14 Voor zover het verzoek tevens betrekking heeft op het door verzoeker betaalde griffierecht wijst de rechtbank erop dat verweerder op grond van artikel 8:41, vierde lid, eerste volzin, van de Awb gehouden is het door verzoeker in beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 41 aan hem te vergoeden. Een afzonderlijke rechterlijke beslissing is daarvoor niet nodig.

Beslissing

De rechtbank:

- wijst het verzoek (gedeeltelijk) toe;

- veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeker ten bedrage van € 38,96.

Aldus gegeven door mr. A.F. Germs-de Goede, rechter, in tegenwoordigheid van mr. A.J.S. van der Kroft, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 29 juli 2010.

w.g. A.J.S. van der Kroft

w.g. A.F. Germs-de Goede

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat voor belanghebbenden het rechtsmiddel verzet open. Indien u daarvan gebruik wenst te maken dient u binnen zes weken na de dag van verzending van de uitspraak een brief (verzetschrift) te zenden aan:

Rechtbank Leeuwarden

sector Bestuursrecht

Postbus 1702

8901 CA Leeuwarden

In het verzetschrift vermeldt u waarom u de uitspraak niet juist vindt. U kunt daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.