Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLEE:2010:BO1953

Instantie
Rechtbank Leeuwarden
Datum uitspraak
11-10-2010
Datum publicatie
27-10-2010
Zaaknummer
08/2749
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

BV verkoopt woning door aan zoon DGA: geen bevoordeling.

BV X kocht de naast het bedrijf gelegen woning voor € 269.000 en verkocht hem aan de zoon van de DGA voor € 128.000. Volgens de koopakte zou de zoon toezicht houden op het bedrijf, zich niet verzetten tegen bouw van loodsen en kreeg de BV het recht van eerste koop bij toekomstige verkoop tegen de verkoopwaarde min € 133.000. Volgens de rechtbank was de zoon slechts bevoordeeld (als werknemer) doordat hij over het verschil tussen waarde en koopprijs geen rente hoefde te betalen. Omdat sprake zou zijn van eigenwoningrente, was dat voordeel onbelast.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
FutD 2010-2525
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LEEUWARDEN

Sector bestuursrecht, meervoudige belastingkamer

Procedurenummer: AWB 08/2749

Uitspraakdatum: 11 oktober 2010

Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak als bedoeld in afdeling 8.2.6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) juncto artikel 27d van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) in het geding tussen

[belanghebbende], wonende te [woonplaats],

eiser,

en

de inspecteur van de Belastingdienst/Noord, kantoor Heerenveen,

verweerder.

Eiser wordt hierna belanghebbende genoemd en verweerder inspecteur.

De bestreden uitspraken op bezwaar

De in één geschrift vervatte uitspraken van de inspecteur van 27 november 2008 op het bezwaar van belanghebbende tegen de aan hem over het jaar 2002 opgelegde navorderingsaanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 184.799 en een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van € 712 en de daarbij bij beschikking vastgestelde vergrijpboete van 50% ofwel € 37.970 (aanslagnummer: [nummer].H.27).

Zitting

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 27 september 2010 te Leeuwarden. Aldaar zijn verschenen en gehoord, de gemachtigde van belanghebbende, drs. [gemachtigde], verbonden aan Accon AVM adviseurs en accountants te Drachten, en [directeur van de BV], als directeur van [de BV] B.V., alsmede namens de inspecteur, [gemachtigden].

1.Beslissing

De rechtbank:

-verklaart het beroep gegrond;

-vernietigt de uitspraken op bezwaar;

-vernietigt de navorderingsaanslag en de vergrijpboete;

-veroordeelt de inspecteur in de proceskosten van belanghebbende ten bedrage van € 644;

-gelast dat de inspecteur het door belanghebbende betaalde griffierecht van € 39 aan deze vergoedt.

2.Gronden

2.1.Belanghebbende is zoon van de directeur-grootaandeelhouder van [onder[de BV] B.V. (hierna: de BV) en als directeur productie werkzaam bij het [X] concern. Op 2 april 2002 heeft de BV een woning gekocht, gelegen aan de [adres] te [plaats] (hierna: de woning) voor een bedrag van € 269.628,17 (koopsom € 253.000 plus € 15.180 overdrachtsbelasting plus € 227,45 verrekening zakelijke lasten plus € 1.220,72 notariële kosten). De woning is naast het bedrijfsterrein van de BV gelegen, de percelen worden gescheiden door een sloot waarover een brug is aangelegd. Op 1 oktober 2002 heeft de BV de woning doorverkocht aan belanghebbende voor € 127.276,37 (koopsom € 120.000 plus € 7.200 vergoeding voor door de BV betaalde overdrachtsbelasting plus € 76,37 verrekening zakelijke lasten).

2.2.In de akte van levering van 1 oktober 2002 zijn onder meer de volgende bepalingen opgenomen:

"(…)

OVERDRACHTSBELASTING

(…)

Verkoper legt aan koper de last op om aan hem te vergoeden het bedrag wat hij zonder toepassing van artikel 13 van de Wet op Belastingen van Rechtsverkeer wegens onderhavige levering aan overdrachtsbelasting verschuldigd zou zijn geweest.

LAGERE KOOPPRIJS, VERPLICHTING, AANBIEDINGSPLICHT, KETTINGBEDING.(…)

Koopprijs (…)

Koper is –mede gezien de hierna aan hem op te leggen verplichtingen ter conservering van het bedrijfsbelang van de verkoper – slechts bereid de hiervoor genoemde koopprijs groot éénhonderd twintig duizend euro (€ 120.000,00) te betalen, met welke koopprijs de verkoper heeft ingestemd. Koper is voornemens - zoals elders in deze akte gemeld - de opstallen die tot het verkochte behoren te slopen om daarna op het aldus ontstane bouwterrein voor eigen rekening een nieuw woonhuis te bouwen. In verband met dit voornemen heeft koper het verkochte laten taxeren als ware er sprake van een onbebouwde bouwkavel met tuingrond en weiland, door Makelaardij [J] te [plaats]. (…)

Verplichtingen; terugleveringsverplichting, boete.

In verband met het vorenstaande als ook in verband met eventuele in de toekomst te verkrijgen vergunningen en/of ontheffingen, verplicht koper zich er jegens verkoper toe op geen enkele wijze – noch actief noch passief, noch feitelijk noch juridisch – de voorbereiding en uitvoering van de voorgenomen uitbreidingsplannen ten aanzien van de onderneming van verkoper in de weg te staan; (…)

Indien de koper deze verplichting geheel of ten dele niet nakomt, is hij verplicht op eerste verzoek van de verkoper, het registergoed aan de verkoper terug te leveren tegen een alsdan te bepalen “marktconforme” waarde, verminderd evenwel met het thans door koper verkregen voordeel, te weten genoemde éénhonderd drie en dertig duizend euro (€ 133.000). (…)

Vrijwillige verkoop aan derden.

Indien de koper voornemens is het verkochte aan een derde te vervreemden, is hij verplicht voorafgaand aan de uitvoering van dat voornemen het verkochte in koop aan te bieden aan de verkoper tegen de hiervoor genoemde marktconforme waarde daarvan verminderd met genoemd bedrag van éénhonderd drie en dertig duizend euro (€ 133.000). (…)"

2.3.De BV heeft in verband met deze transacties aanvankelijk een bedrag ad € 142.415 op haar balans geactiveerd. Vanaf 2003 is daarop 5% of € 7.121 per jaar afgeschreven. Met ingang van 2008 is de afschrijving deels gecorrigeerd en is op de balans een vordering op belanghebbende vermeld van € 133.000.

2.4.Op 7 maart 2007 is bij de vennootschap een boekenonderzoek uitgevoerd naar de aanvaardbaarheid van de aangifte vennootschapsbelasting over het jaar 2002. Het onderzoek is beperkt tot de aan- en verkoop van de woning. De inspecteur heeft geconcludeerd dat de BV, via de aan- en doorverkoop van de woning, aan belanghebbende een als opbrengst van dienstbetrekking aan te merken voordeel heeft doen toekomen van € 148.799. Tevens is een vergrijpboete opgelegd van 50% van de belasting die belanghebbende verschuldigd is over deze correctie. De inspecteur heeft tot behoud van rechten hetzelfde bedrag van € 148.799 bij de vader van belanghebbende belast als inkomsten uit aanmerkelijk belang (uitdeling). De aanslag van de vader staat nog niet definitief vast.

2.5.In geschil is of de navorderingsaanslag en de boete terecht en naar het juiste bedrag zijn opgelegd. Het geschil spitst zich toe op de volgende vragen:

I Is bij de aankoop van de woning door belanghebbende voordeel genoten en zo ja, voor welk bedrag?

II Is in dat geval het voordeel aan belanghebbende toegekomen als werknemer van de BV of als zoon van de grootaandeelhouder?

III Indien de eerste twee vragen positief worden beantwoord: is het voordeel belastbaar in het onderhavige jaar?

IV Is de boete terecht en tot een juist bedrag opgelegd?

2.6.Vaststaat dat de BV voor de aankoop van de woning in totaal € 269.628,17 heeft betaald en dat de BV bij de doorverkoop aan belanghebbende van hem heeft ontvangen € 127.276,37. Nu niet is gesteld of gebleken dat de woning tussen 2 april en 1 oktober 2002 in waarde is gestegen, is het voordeel dat de BV aan belanghebbende heeft doen toekomen in elk geval niet hoger dan het verschil tussen die twee bedragen of € 142.351,80. De inspecteur heeft het voordeel gesteld op € 148.799. Dat is dus te hoog.

2.7.Belanghebbende heeft ter zitting geloofwaardig gesteld dat het huis aan meerdere werknemers van de BV is aangeboden en uiteindelijk onder de gestelde voorwaarden aan belanghebbende is verkocht omdat hij van daar uit toezicht zou kunnen houden op het bedrijfsterrein van de BV, waar in het verleden vernielingen hebben plaatsgehad, en dat hij ook feitelijk toezicht houdt. Daarvan uitgaande is een eventueel voordeel bij belanghebbende opgekomen vanuit zijn dienstbetrekking bij de BV en belast als inkomsten uit die dienstbetrekking.

2.8.Blijkens de onder 2.2 vermelde bepalingen in de leveringsakte, dient belanghebbende bij eventuele verkoop van de woning in de toekomst die woning eerst aan de BV aan te bieden voor de dan vigerende marktprijs, min € 133.000. Belanghebbende moet aldus in de toekomst het verschil tussen de koopsom en de waarde van de woning ad € 133.000 laten toekomen aan de BV. Naar het oordeel van de rechtbank kan dan niet worden gezegd dat belanghebbende bij de koop van de woning tot dit bedrag van € 133.000 een voordeel heeft genoten. Daaraan doet de wijze waarop de BV de (toekomstige) vordering op belanghebbende (aanvankelijk) heeft geadministreerd niet ter zake. Belanghebbende kan daaraan immers geen rechten ontlenen. Tegenover de eigendom van de woning staat een reële schuld aan de BV.

2.9.Wel geniet belanghebbende dan gedurende de tijd dat hij de eigendom heeft van de woning een rentevoordeel, doordat hij over het bedrag van € 133.000 geen rente hoeft te betalen. Belanghebbende heeft ter zitting onweersproken gesteld dat in dat geval in zoverre sprake is van een eigenwoninglening tot dat bedrag, zodat het eventueel bij belanghebbende in aanmerking te nemen rentevoordeel bij belanghebbende integraal aftrekbaar zou zijn van het inkomen uit werk en woning. De rechtbank is met belanghebbende van oordeel dat de renteloosheid in die situatie niet leidt tot een belastbaar voordeel en verwijst daarvoor naar de toelichting op de Ministeriele regeling van 20 december 2000 (VN 2001/5.11.1) waarin is vermeld: “Voor het geval dat een personeelslening voor de aanschaf van de eigen woning is aangegaan, wordt de goedkeuring in het Besluit van 20 december 1996, nr. DB96/5160M, BNB 1997/93, met een aangepaste tekst gecontinueerd. In dat geval vallen het loon (het te belasten rentevoordeel) en de aftrekbare kosten (de anders te betalen rente) in box 1 nog wel praktisch tegen elkaar weg.”

2.10.Er van uitgaande dat belanghebbende in elk geval tot een bedrag van € 133.000 geen voordeel heeft genoten bij de aankoop van de woning van de BV, resteert nog een verschil tussen de aan- en verkoopprijs van de BV van € 142.351 min € 133.000 of € 9.351. Belanghebbende heeft gesteld dat de BV de woning te duur heeft gekocht, namelijk voor de vraagprijs, omdat zij er belang bij had de woning te kopen om te voorkomen dat een andere koper in de toekomst bezwaren zou maken tegen haar voorgenomen uitbreidingsplannen. Die stelling vindt steun in de onder 2.2 vermelde bepalingen uit de leveringsakte, de verslagen van de vergaderingen van het managementteam van de BV van 28 januari 2002 en 4 februari 2002 en de overgelegde bouwplannen voor 6 opslagloodsen op het terrein van de BV. De stelling vindt ook steun in de taxatie van de afdeling waardeonderzoek van de belastingdienst die de woning per 1 oktober 2002 heeft gewaardeerd op € 212.500. De rechtbank acht de stelling ook aannemelijk. Het verklaart ook waarom de BV de woning heeft gekocht binnen een maand nadat deze op de markt was gebracht. Daarvan uitgaande acht de rechtbank het goed mogelijk dat er enige marge zit tussen de prijs die andere derden of belanghebbende voor de woning hadden willen betalen en de prijs die de BV heeft betaald. Die marge is dan een bedrag dat de BV uit bedrijfsbelang heeft opgeofferd, en niet een voordeel dat aan belanghebbende is toegekomen. Naar het oordeel van de rechtbank is aannemelijk dat het vorenoverwogene geldt voor dit bedrag van € 9.351 zodat de BV op zakelijke gronden dat bedrag niet aan belanghebbende heeft doorberekend. Ook voor dat bedrag is dan geen sprake van een voordeel voor belanghebbende.

2.11.Al het vorenoverwogene leidt tot de conclusie dat belanghebbende in 2002 geen belastbaar voordeel heeft genoten bij de aankoop van de woning. Het beroep is gegrond. De navorderingsaanslag en de boetebeschikking moeten worden vernietigd.

2.12.De rechtbank vindt aanleiding de inspecteur te veroordelen in de kosten die belanghebbende in verband met de behandeling van het beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. Deze kosten zijn op de voet van het Besluit proceskosten bestuursrecht (hierna: het Besluit) voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vastgesteld op € 644 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 322 en een wegingsfactor 1).

Voor vergoeding van kosten van de bezwaarfase acht de rechtbank geen termen aanwezig, nu belanghebbende niet aannemelijk heeft gemaakt en evenmin ambtshalve aannemelijk is geworden dat hij om vergoeding van deze kosten heeft verzocht voordat uitspraak op bezwaar is gedaan, zoals is vereist op grond van artikel 7:15, derde lid, van de Awb.

Aldus gedaan door mr. D. Hund, voorzitter, mr. A.F.M.Q. Beukers- van Dooren en

mr. M.L. Weerkamp, rechters, en door de voorzitter en mr. M.D.E. Copra-Carolie, griffier, ondertekend.

De griffier, De voorzitter,

Uitgesproken in het openbaar op 11 oktober 2010.

Afschrift aangetekend verzonden aan partijen op: 21 oktober 2010

Aan deze uitspraak hoeft eerst uitvoering te worden gegeven als die onherroepelijk is geworden. De uitspraak is onherroepelijk als binnen zes weken na verzending van de uitspraak geen rechtsmiddel is aangewend of onherroepelijk op het aangewende rechtsmiddel is beslist. (artikel 27h, vijfde lid en artikel 28, zevende lid AWR).

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof te Leeuwarden (belastingkamer), Postbus 1704, 8901 CA Leeuwarden.

Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:

1 - bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.

2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. een dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;

d. de gronden van het hoger beroep.