Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLEE:2010:BO0475

Instantie
Rechtbank Leeuwarden
Datum uitspraak
02-07-2010
Datum publicatie
15-10-2010
Zaaknummer
AWB 09/3137
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHLEE:2011:BR2890, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

forensenbelasting - overeenkomst verhuurbemiddelaar - huurgegevens

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Belastingblad 2010/1641.1
FutD 2010-2480
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LEEUWARDEN

Sector bestuursrecht, belastingkamer

procedurenummer: AWB 09/3137

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 2 juli 2010 als bedoeld in afdeling 8.2.6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)

in het geding tussen

[eiseres],

wonende te [woonplaats],

eiseres,

en

de heffingsambtenaar van de gemeente Ameland,

verweerder.

Procesverloop

Verweerder heeft aan eiseres voor het jaar 2008 een aanslag (aanslagnummer [nummer]) forensenbelasting opgelegd.

Verweerder heeft bij uitspraak op bezwaar van 17 december 2009 de aanslag gehandhaafd.

Eiseres heeft daartegen bij brief van 23 december 2009, ontvangen bij de rechtbank op 29 december 2009, beroep ingesteld.

Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende stukken overgelegd en een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 31 mei 2010 te Leeuwarden.

Eiseres is daar in persoon verschenen. Verweerder is verschenen in de persoon van [gemachtigde], vergezeld door [bijstand], ambtenaar bij de gemeente Ameland.

Motivering

Feiten

Op grond van de stukken van het geding en het verhandelde ter zitting staat het volgende vast:

1.1 Eiseres is eigenaar van een gemeubileerd appartement gelegen aan de [adres] te [woonplaats] in de gemeente Ameland. Eiseres heeft niet haar hoofdverblijf in de gemeente Ameland.

1.2 Verweerder heeft eiseres met dagtekening 15 februari 2009 een aanslag forensenbelasting 2008 opgelegd tot een bedrag van € 792,04. Eiseres heeft tegen deze aanslag een bezwaarschrift ingediend, dat op 2 maart 2009 door verweerder is ontvangen.

Geschil

2.1 Eiseres stelt zich op het standpunt dat de aanslag ten onrechte is opgelegd, omdat zij het appartement in 2008 niet langer dan 90 dagen beschikbaar heeft gehouden voor zichzelf. Zij is bij schriftelijke overeenkomst met haar verhuurbemiddelaar overeengekomen dat zij het appartement niet meer dan 90 dagen per jaar beschikbaar houdt voor zichzelf. Zij heeft de van toepassing zijnde passage uit de overeenkomst aan verweerder overgelegd en daarnaast heeft zij een verklaring van 10 januari 2009 van de verhuurbemiddelaar overgelegd, waarin deze verklaart dat hij al sinds 2000 de exclusieve huurbemiddeling van het appartement van eiseres verzorgt en dat in de verhuurbemiddelingsovereenkomst staat dat zij over niet meer dan 90 dagen per jaar de beschikking heeft over haar eigen appartement. Eiseres concludeert tot vermindering van de belastingaanslag tot nihil.

2.2 Verweerder heeft gesteld dat eiseres slechts een gedeelte van de verhuurbemiddelingsovereenkomst heeft overgelegd, zodat niet duidelijk is wat de exacte betekenis is van de bepaling dat zij het appartement niet meer dan 90 dagen per jaar beschikbaar houdt voor zich zelf. Voorts heeft verweerder, onder verwijzing naar het arrest van de Hoge Raad van 24 juli 1995 (LJN: AA1657), aangevoerd dat gedurende de periodes dat het appartement niet wordt verhuurd, deze beschikbaar is voor eiseres. De periode waarin de woning beschikbaar is, wordt opgeteld bij de periode waarin eiseres zelf in de woning verblijft. Eiseres is bij brieven van 28 mei 2009 en 17 juli 2009 in de gelegenheid gesteld om een overzicht te verstrekken van de toeristische overnachtingen in haar appartement in 2008. Omdat eiseres deze gegevens niet heeft verstrekt, gaat verweerder er van uit dat sprake was van een zodanige beschikbaarheid voor eigen gebruik, dat wordt voldaan aan het belastbaar feit volgens de verordening forensenbelasting.

Beoordeling van het geschil

3.1 Ingevolge artikel 223, eerste lid, van de Gemeentewet kan een forensenbelasting worden geheven van de natuurlijke personen, die, zonder in de gemeente hoofdverblijf te hebben, er gedurende het belastingjaar meer dan negentig malen nachtverblijf houden, anders dan als verpleegde of verzorgde in een inrichting tot verpleging of verzorging van zieken, van gebrekkigen, van hulpbehoevenden of bejaarden, of er op meer dan negentig dagen van dat jaar voor zich of hun gezin een gemeubileerde woning beschikbaar houden.

3.2 De aanslag is opgelegd overeenkomstig de Verordening op de heffing en invordering van forensenbelasting in de gemeente Ameland 2008( verder: Verordening), vastgesteld door de gemeenteraad op 17 december 2007. In artikel 2, eerste lid, van deze Verordening is bepaald dat onder de naam forensenbelasting een directe belasting wordt geheven van de natuurlijke personen die, zonder in de gemeente hoofdverblijf te hebben, er op meer dan 90 dagen van het belastingjaar voor zichzelf of hun gezin een woning beschikbaar houden.

3.3 Volgens vaste rechtspraak van de Hoge Raad (Hoge Raad, 24 juli 1995, LJN: AA1657) moet worden aangenomen dat, indien een gemeubileerde woning weliswaar is bestemd voor verhuur maar ook in enige mate door de eigenaar zelf wordt gebruikt, anders dan nodig is om deze voor verhuur gereed te maken en te houden, die woning door de eigenaar voor zich of zijn gezin beschikbaar wordt gehouden voor het gedeelte van het jaar dat eigen gebruik niet in verband met verhuur of aan derden toegekende rechten tot verhuur is uitgesloten.

3.4 Eiseres beroept zich op de "Overeenkomst exclusieve verhuurbemiddeling en beheer" die zij heeft gesloten met de verhuurbemiddelaar handelend onder de naam [verhuurbemiddelaar]. De inhoud van de gehele overeenkomst heeft eiseres ter zitting overgelegd. Dit stuk is op grond van artikel 8:58, eerste lid, van de Awb niet tijdig ingediend. Immers, dit artikel bepaalt dat partijen tot tien dagen voor de zitting nadere stukken kunnen indienen. Verweerder heeft evenwel ter zitting verklaard dat hij voldoende in staat zijn om een reactie te geven op voornoemd stuk. De rechtbank is daarom van oordeel dat verweerder niet onredelijk in zijn procesvoering is belemmerd en zal dit stuk betrekken in haar beoordeling.

3.5 De rechtbank stelt vast dat eiseres en de verhuurbemiddelaar een beperking van het recht van haar appartement voor eigen gebruik (door haarzelf, familieleden, vrienden of kennissen) zijn overeengekomen tot een maximum van 90 dagen per kalenderjaar.

3.6 Voorts stelt de rechtbank vast dat eiseres niet contractueel heeft laten vastleggen dat zij haar appartement buiten de toegestane maximaal 90 dagen kan reserveren voor eigen gebruik, indien het appartement nog vrij is. Dit betekent naar het oordeel van de rechtbank dat eiseres het eigen gebruik van het appartement contractueel dusdanig heeft beperkt in verband met verhuur of aan derden toegekende rechten tot verhuur, dat zij buiten de periode van maximaal 90 dagen het appartement niet beschikbaar heeft voor eigen gebruik.

3.7 Ter zitting heeft eiseres verklaard dat zij het appartement altijd minder dan 365 minus 90 dagen heeft verhuurd en dat zij er ieder jaar 8 weken (56 dagen) verblijft. De rechtbank overweegt dat het in onderhavige kwestie derhalve niet relevant is voor verweerder om te kunnen beschikken over de gegevens met betrekking tot de verhuur van het appartement, nu eiseres erkent dat zij feitelijk langer dan 90 dagen over het appartement had kunnen beschikken voor eigen gebruik, als zij dit niet contractueel had uitgesloten.

3.8 De rechtbank komt tot de conclusie dat verweerder ten onrechte een aanslag forensenbelasting voor het jaar 2008 aan eiseres heeft opgelegd. Het beroep dient gegrond te worden verklaard en de aanslag dient te worden herroepen.

Proceskosten

4.1 Met toepassing van artikel 8:75 van de Awb veroordeelt de rechtbank verweerder in de proceskosten. Overeenkomstig het bepaalde in het Besluit proceskosten bestuursrecht (verder: Bpb) bedragen deze de reiskosten van eiseres voor het bijwonen van de zitting op basis van de kosten voor openbaar vervoer ad € 9,60. De door eisers gestelde porto- en telefoonkosten, alsmede de kosten van fotokopieën, in totaal een bedrag van circa € 20,00, komen niet in aanmerking voor vergoeding, nu deze kosten niet zijn te kwalificeren als kosten als bedoeld in artikel 1, aanhef, en onder e, Bpb. Van andere kosten die op grond van artikel 8:75, eerste lid van de Awb, in samenhang met artikel 1 van het Bpb, voor vergoeding in aanmerking komen is de rechtbank niet gebleken.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond en vernietigt het bestreden besluit;

- herroept de aanslag forensenbelasting 2008 (aanslagnummer [nummer]);

- bepaalt dat verweerder het betaalde griffierecht van € 41 aan eiseres vergoedt;

- veroordeelt verweerder tot vergoeding van de proceskosten van eiseres tot een bedrag van

€ 9,60.

Aldus gegeven door mr. E. de Witt, rechter, in tegenwoordigheid van mr. J. Dijkstra, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 2 juli 2010.

w.g. J. Dijkstra

w.g. E. de Witt

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof te Leeuwarden (belastingkamer), Postbus 1704, 8901 CA Leeuwarden.

Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:

1 - bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.

2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. een dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;

d. de gronden van het hoger beroep.