Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLEE:2010:BN8838

Instantie
Rechtbank Leeuwarden
Datum uitspraak
28-05-2010
Datum publicatie
01-10-2010
Zaaknummer
AWB 08/1645
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHLEE:2011:BQ2791, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

In geschil is of de diensten van eiseres op het gebied van de klassieke homeopathie zijn vrijgesteld op grond van artikel 11, eerste lid, onderdeel g, van de Wet OB.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NTFR 2010/2512 met annotatie van Merkx
V-N 2010/58.2.4
FutD 2010-2293
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LEEUWARDEN

Sector bestuursrecht, belastingkamer

procedurenummer: AWB 08/1645

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 28 mei 2010 als bedoeld in afdeling 8.2.6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)

in het geding tussen

[eiseres],

wonende te [woonplaats],

eiseres,

gemachtigden [gemachtigden eiseres],

en

de inspecteur van de Belastingdienst/Noord/kantoor Assen,

verweerder,

gemachtigde [gemachtigde verweerder].

Procesverloop

Eiseres heeft bij ongedateerde brief, ontvangen bij verweerder op 29 maart 2005 bezwaar gemaakt tegen de aanslag omzetbelasting over het jaar 2004, met dagtekening 10 februari 2005.

Verweerder heeft bij uitspraak op bezwaar van 20 juni 2008 het bezwaar afgewezen.

Eiseres heeft daartegen bij brief van 16 juli 2008, ontvangen bij de rechtbank op 22 juli 2008, beroep ingesteld.

Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende stukken overgelegd en een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 18 januari 2010 te Leeuwarden.

Eiseres is daar, in persoon verschenen, alsmede haar bovengenoemde gemachtigden, bijgestaan door [bijstand]. Verweerder is verschenen bij zijn gemachtigde.

Motivering

Feiten

Op grond van de stukken van het geding en het verhandelde ter zitting staat het volgende vast:

1.1 Eiseres oefent een praktijk uit voor klassieke homeopathie in [woonplaats]. Zij doet dit in de vorm van een eenmanszaak. Voor deze activiteit wordt eiseres aangemerkt als ondernemer in de zin van artikel 7, eerste lid, van de Wet op de omzetbelasting 1968 (hierna: Wet OB).

1.2 Eiseres heeft een beroepsopleiding klassieke homeopathie gevolgd aan het [opleiding] te [vestigingsplaats]. De opleiding geniet geen erkenning als HBO-opleiding van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) op grond waarvan een bachelors- of een masters-titel kan worden verkregen.

1.3 In Nederland bestaan twee belangenverenigingen van homeopaten. Dit zijn de Vereniging van Homeopatische Artsen in Nederland (VHAN), waarvan de leden beschikken over een universitair medische opleiding. Daarnaast is er de Nederlandse Vereniging voor Klassieke Homeopathie (NVKH), waarvan eiseres lid is. Om aangesloten te kunnen zijn bij de NVKH dient een lid te voldoen aan de door de NVKH gestelde opleidingseisen. De onder 1.2 bedoelde opleiding is erkend door de NVKH.

1.4 De leden van de NVKH zijn, naast de onder 1.3 reeds genoemde opleidingseisen, de statuten en het huishoudelijk reglement, onderworpen aan de voorschriften zoals omschreven in het beroepsprofiel van de klassiek homeopaat. Daarnaast zijn er normdocumenten op het gebied van de organisatie van de zorgverlening, ethiek en gedrag (beroepscode), beroepsregister, opleiding en nascholing, kwaliteitszorg en een klachten- en tuchtrechtprocedure. Genoemde voorschriften zijn opgesteld door de NVKH.

1.5 Artikel 1, eerste lid van het Tuchtrechtreglement van de NVKH luidt:

"Een lid, dat zich schuldig maakt aan nalatigheid, waardoor ernstige schade ontstaat voor een persoon te wiens behoeve hij als homeopaat raad of bijstand verleent, of die in de uitoefening van zijn praktijk blijk geeft van grove onkunde, ofwel die door zijn handelen het vertrouwen in de Nederlandse Vereniging van Klassiek Homeopaten schaadt, kan onderworpen worden aan een der maatregelen genoemd in artikel 2.".

Artikel 2, eerste lid van datzelfde reglement luidt:

"De maatregelen bedoeld in artikel 1 zijn:

a. waarschuwing;

b. berisping;

c. opleggen van een geldboete tot ten hoogste 2500 Euro;

d. schorsing als lid van de vereniging, voor ten hoogste twee jaren;

e. uitzetting uit de vereniging en ontzegging van het lidmaatschap van de vereniging.".

1.6 Artikel 6, eerste lid van het Tuchtrechtreglement van de NVKH luidt:

"Het Tuchtcollege dat over een klacht oordeelt bestaat uit minimaal twee homeopaten en een rechtsgeleerde, welke laatste voorzitter is.".

Artikel 12 van datzelfde reglement luidt:

"1. Tot lid van het Tuchtcollege kunnen alleen worden benoemd leden en buitengewone leden van de Nederlandse Vereniging van Klassiek Homeopaten die de homeopathiepraktijk beroepshalve beoefenen voor een periode van meer dan vijf jaren voorafgaand aan hun benoeming.

2. De voorzitter voldoet aan de vereiste hoedanigheid voor benoeming tot rechter in een arrondissementsrechtbank overeenkomstig het daartoe gestelde in de Wet op de Rechterlijke Organisatie.(…).".

1.7 Eiseres staat niet ingeschreven in een register als bedoeld in artikel 18 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (hierna: Wet BIG). Voor een lidmaatschap van de NVKH is een BIG-registratie niet vereist.

1.8 Eiseres heeft per saldo over het jaar 2004 een bedrag van € 1.760 aan omzetbelasting voldaan.

Geschil

2.1 In geschil is of de diensten van eiseres op het gebied van de klassieke homeopathie zijn vrijgesteld op grond van artikel 11, eerste lid, onderdeel g, van de Wet OB.

Eiseres beantwoordt deze vraag bevestigend. Verweerder beantwoordt deze vraag ontkennend.

2.2 Eiseres concludeert tot gegrondverklaring van het beroep, vernietiging van de uitspraak op bezwaar en het verlenen van een teruggaaf omzetbelasting over het jaar 2004 van € 1.760. Eiseres stelt onder meer dat niet alleen naar de vooropleiding gekeken moet worden, om de kwaliteit van de behandeling te toetsen. Eiseres mag er niet de dupe van worden dat verweerder de kwaliteit van de behandeling niet kan toetsen. De werkzaamheden bij de behandeling zijn ongeacht de vooropleiding volledig gelijk. De collega voor wie eiseres waarneemt, heeft wel recht op de onderhavige vrijstelling terwijl klanten geen verschil merken in de behandeling. Ter zitting heeft eiseres te kennen gegeven dat de door haar aangedragen beslissingen ten aanzien van klassiek homeopaten in andere regio’s van de belastingdienst illustratief bedoeld zijn en niet als beroep op het gelijkheidsbeginsel.

2.3 Verweerder concludeert tot ongegrondverklaring van het beroep. Verweerder stelt dat de kwaliteit van de dienstverlening moet worden getoetst aan de hand van de opleidingskwalificaties. Verweerder wijst onder meer op het feit dat de opleiding tot klassiek homeopaat geen publiekrechtelijke erkenning heeft en dat de beroepsvereniging NVKH zelf de kwaliteit van de vooropleiding toetst. Verder stelt verweerder dat een klassiek homeopaat die tevens een BIG opleiding heeft genoten, het ziektebeeld in een breder perspectief kan plaatsen, waarbij ook andere behandelmethoden kunnen worden overwogen. Dat verschil rechtvaardigt dat er voor de omzetbelasting een verschil mag worden gemaakt tussen klassiek homeopaten, al naar gelang zij wel of niet BIG-geregistreerd zijn.

2.4 Voor een uitgebreide weergave van de standpunten van partijen verwijst de rechtbank naar de van hen afkomstige gedingstukken.

Beoordeling van het geschil

Vooreerst en vooraf

Eiseres heeft in de van haar afkomstige stukken in de beroepsfase te kennen gegeven dat het beroep zich mede uitstrekt tot de jaren na 2004. Over deze latere jaren is door verweerder evenwel geen uitspraak op bezwaar gedaan, welke thans voor beroep vatbaar is. Gelet op verweerders toezegging de uitspraak van de rechtbank in de onderhavige procedure ook toe te passen op latere jaren, beperkt eiseres thans haar geschil tot de omzetbelasting welke zij heeft voldaan over het jaar 2004.

Omtrent het eigenlijke geschil

3.1 Ingevolge artikel 13, A, lid 1, aanhef en onder c, van de Zesde richtlijn inzake omzetbelasting (thans artikel 132, lid 1, onder c, van de Richtlijn 2006/112/EG), voor zover hier van belang, dienen de lidstaten vrijstelling te verlenen voor gezondheidskundige verzorging van de mens c.q. medische verzorging in het kader van de uitoefening van medische en paramedische beroepen als omschreven door de betrokken lidstaat.

3.2 Ter uitvoering daarvan is in artikel 11, eerste lid, aanhef en onderdeel g, onder 1e, van de Wet OB (tekst 1 januari 2001 tot en met 31 december 2007), voor zover hier van belang, bepaald dat de diensten door beoefenaren van een beroep waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Wet BIG, zijn vrijgesteld.

3.3 In zijn uitspraak van 27 april 2006 in de gevoegde zaken C-443/04 (arrest Solleveld) en C-444/04, LJN AY 964, oordeelde het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen (hierna HvJ EG) dat het aan elke lidstaat vrij staat om in zijn nationale recht de paramedische beroepen te omschrijven in het kader waarvan de gezondheidskundige verzorging van de mens overeenkomstig artikel 13, A, lid 1, sub c, van de Zesde richtlijn is vrijgesteld van de BTW waaronder de voor die beroepen vereiste kwalificaties. In de uitoefening van die beoordelingsvrijheid moeten de lidstaten echter het door die bepaling nagestreefde doel, namelijk te garanderen dat de vrijstelling uitsluitend geldt voor gezondheidskundige verzorging die gelet op de beroepsopleiding van de zorgverleners voldoende kwaliteitsniveau heeft, alsmede het beginsel van fiscale neutraliteit in acht nemen. In de genoemde uitspraak werd geoordeeld dat een nationale regeling die het beroep van psychotherapeut uitsluit van de omschrijving van paramedische beroepen, slechts dan in strijd is met dat doel en dat beginsel voor zover - hetgeen door de verwijzende rechter moet worden nagegaan - de psychotherapeutische behandelingen zouden zijn vrijgesteld van btw indien zij door psychiaters, psychologen of elk ander (para)medisch beroep werden uitgevoerd, hoewel zij, wanneer zij door psychotherapeuten worden verleend, gelet op de beroepskwalificaties van deze laatste, van een gelijkwaardige kwaliteit kunnen worden geacht.

3.4 Uit de onder 3.3 bedoelde uitspraak volgt dat wanneer de diensten van een klassiek homeopaat vrijgesteld zijn, indien zij door een arts of andere beoefenaar van een beroep waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Wet BIG (hierna: BIG-beroepsbeoefenaar) worden uitgevoerd, deze diensten niet van de vrijstelling kunnen worden uitgesloten wanneer zij worden verleend door een klassiek homeopaat, die niet tevens BIG-beroepsbeoefenaar is, terwijl deze diensten gelet op de beroepskwalificaties van deze laatste, van een gelijkwaardige kwaliteit kunnen worden geacht. Hetgeen partijen verdeeld houdt, is of de diensten van eiseres van gelijkwaardige kwaliteit kunnen worden geacht in vorenbedoelde zin en of daarom sprake is van schending van het neutraliteitsbeginsel.

3.5 De rechtbank volgt eiseres niet in haar stelling dat zij niet de dupe mag worden van het feit dat verweerder de kwaliteit van de door haar verleende diensten niet kan beoordelen. De rechtbank stelt voorop dat de bewijslast dat de vrijstelling van artikel 11, eerste lid, aanhef en onderdeel g, van de Wet OB van toepassing is, op eiseres rust. Gelet op het hiervoor overwogene is het aan eiseres om aannemelijk te maken dat haar diensten gelet op de beroepskwalificaties, van gelijkwaardige kwaliteit kunnen worden geacht als wanneer deze door een klassiek homeopaat worden verricht die tevens een BIG-beroepsbeoefenaar is.

3.6 Aan eiseres kan worden toegegeven dat de kwaliteit van de behandeling niet uitsluitend kan worden afgeleid van de vooropleiding die iemand heeft genoten. Daar stelt de rechtbank echter tegenover dat de vooropleiding wel een belangrijk instrument is. In de Wet BIG, die beoogt de kwaliteit van de beroepsuitoefening in de individuele gezondheidszorg te bevorderen en te bewaken en de patiënt te beschermen tegen ondeskundig en onzorgvuldig handelen door beroepsbeoefenaren, is de opleiding de belangrijkste voorwaarde voor inschrijving in het BIG-register. Ter zitting is vastgesteld dat de door eiseres gevolgde opleiding (thans) geen publiekrechtelijk erkende HBO-opleiding betreft. Hoewel een publiekrechtelijke erkenning van een gevolgde opleiding een belangrijke indicatie zou zijn geweest, staat het ontbreken daarvan er niet aan in de weg dat eiseres anderszins de gelijkwaardigheid van het niveau van haar beroepskwalificaties aannemelijk maakt. De rechtbank acht eiseres hierin niet geslaagd. Het feit dat de door haar gevolgde opleiding is erkend door de NVKH kan aan dit oordeel niet afdoen nu deze vereniging niet kan worden aangemerkt als een onafhankelijke en door anderen dan haarzelf erkende (keur)instantie. De kwaliteitsnormen die de NVKH nastreeft, hoe uitvoerig deze ook zijn, zijn door haarzelf opgesteld. Het tuchtrecht is weliswaar belegd bij een commissie die zelfstandig opereert en wordt voorgezeten door een onafhankelijk jurist, maar de overige twee leden van de tuchtcommissie dienen homeopaten te zijn die lid zijn van de NVKH. De maatregelen die ingevolge het tuchtrecht genomen kunnen worden, kunnen naast waarschuwing, berisping en boete hoogstens het lidmaatschap (schorsing, uitzetting, ontzegging) van de NVKH behelzen. De rechtbank overweegt dat een klassiek homeopaat die tevens BIG-beroepsbeoefenaar is, gebonden is aan de voor hem of haar bij of krachtens wet gestelde (gedrags)regels, welke regels in belangrijke mate de kwaliteit van de door BIG-beroepsbeoefenaren uitgevoerde handelingen waarborgen. BIG-beroepsbeoefenaren zijn tevens onderworpen aan het wettelijke tuchtrecht dat maatregelen kan behelzen betreffende de inschrijving in het BIG-register (schorsing, ontzegging, doorhaling) hetgeen een verbod op het voeren van de betreffende beroepstitel meebrengt. In een soortgelijke objectieve kwaliteitswaarborging is ten aanzien van niet BIG-beroepsbeoefenaren, zoals eiseres, niet voorzien. Dat eiseres, naar zij heeft gesteld, een collega kan vervangen die klassiek homeopaat en tevens BIG-beroepsbeoefenaar is, zonder dat de klanten verschil in dienstverlening merken, is daartegenover naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende om aannemelijk te achten dat de kwaliteit van de dienstverlening, gelet op de beroepskwalificaties, van gelijkwaardige kwaliteit is. De rechtbank betrekt hierin tevens verweerders -niet door eiseres betwiste- stelling, dat de dienstverlening die wordt verleend door iemand die tevens BIG- beroepsbeoefenaar is, het mogelijk maakt een ziektebeeld in een breder perspectief te plaatsen waarbij ook andere behandelmethoden kunnen worden overwogen.

3.7 Uit het voorgaande volgt dat eiseres er naar het oordeel van de rechtbank niet in is geslaagd om aannemelijk te maken dat de kwaliteit van de door haar verleende diensten van een gelijkwaardige kwaliteit zijn dan die welke worden uitgevoerd door een klassiek homeopaat/BIG-beroepsbeoefenaar. Een schending van het neutraliteitsbeginsel is dan ook niet aan de orde. Het gelijk is in zoverre aan verweerder.

Proceskosten

De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.F. Germs-de Goede, rechter, in tegenwoordigheid van mr. H.J. Haanstra, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 28 mei 2010.

w.g. H.J. Haanstra

w.g. A.F. Germs-de Goede

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof te Leeuwarden (belastingkamer), Postbus 1704, 8901 CA Leeuwarden.

Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:

1 - bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.

2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. een dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;

d. de gronden van het hoger beroep.