Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLEE:2010:BN3140

Instantie
Rechtbank Leeuwarden
Datum uitspraak
04-08-2010
Datum publicatie
04-08-2010
Zaaknummer
105712 / KG ZA 10-192
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Vordering tot rectifcatie in kort geding afgewezen, omdat de lezingen van partijen over de feiten lijnrecht tegenover elkaar staan en een kort geding zich niet leent voor nader onderzoek naar de feiten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK LEEUWARDEN

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 105712 / KG ZA 10-192

Vonnis in kort geding van 4 augustus 2010

in de zaak van

1. [A],

h.o.d.n. [B],

wonende te [woonplaats],

2. [C],

wonende te [woonplaats],

eisers,

advocaat mr. W.J. Tielemans te Amsterdam,

tegen

[D],

wonende te [woonplaats],

gedaagde,

advocaat mr. R.J.F. Wigman te Amsterdam.

Partijen zullen hierna [A] (eiseres sub 1), [C] en [D] genoemd worden.

De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- de mondelinge behandeling

- de pleitnota van [A] en [C]

- de pleitnota van [D].

Ten slotte is vonnis bepaald.

De feiten

[D] is filmproducent. Hij is bestuurder van Kiar Holding B.V., welke holding op haar beurt bestuurder is van De Hel van '63 Film B.V.

2.2. [A] en [C] zijn met elkaar gehuwd. [A] drijft een onderneming (een eenmanszaak) onder de handelsnaam [B]. Deze onderneming verhuurt onder andere (klassieke) auto's en vrachtwagens aan film- en tv producties. [C] - die een onderneming drijft onder de naam [E] - verricht werkzaamheden in de hiervoor genoemde onderneming van [A].

2.3. Na daartoe op 27 april 2010 toestemming te hebben gekregen van de voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam, heeft [A] ten laste van De Hel van '63 Film B.V. conservatoir derdenbeslag laten leggen onder de Coöperatieve Rabobank Noordoost Friesland U.A., alsmede onder de stichting Stichting Nederlands Fonds voor de Film en wel voor een vordering die (inclusief rente en kosten) is begroot op EUR 40.000,00.

2.4. Het ANP heeft op 7 mei 2010 een persbericht uitgegeven waarin wordt vermeld dat [B] via de rechter beslag had laten leggen op de bankrekeningen van De Hel van '63 Film B.V. Dit persbericht is vervolgens door diverse media op hun websites geplaatst.

2.5. Op 10 mei 2010 heeft [A] De Hel van '63 Film B.V. gedagvaard voor de rechtbank te Amsterdam. [A] vordert in die procedure betaling van een bedrag van EUR 40.726,15 inclusief rente en kosten ter zake van het in opdracht en voor rekening van De Hel van '63 Film B.V. verrichten van diverse diensten.

2.6. Eveneens op 10 mei 2010 heeft [D] op het politiebureau te Grou aangifte gedaan tegen [A dan wel C] terzake van afpersing en bedreiging met geweld. De politie heeft de zaak voorgelegd aan het crimeteam (recherche) te Burgum. In de eerste week van juli 2010 heeft het crimeteam zich op het standpunt gesteld dat het een civiele zaak betrof en dat er geen proces-verbaal opgemaakt behoefde te worden, hetgeen ook niet is geschied.

2.7. Het ANP heeft op 10 mei het volgende persbericht uitgegeven:

[D], producent van films als De hel van '63 en De Kameleon, heeft bij de politie aangifte gedaan van poging tot afpersing en bedreiging met geweld tegen de directeur van [B]. Dat meldde zijn management maandag.

[D] en de autoverhuurder liggen met elkaar in de clinch over een nog niet betaalde rekening. Tijdens de opnames van De hel van '63 leverde [A] de auto's voor het vervoer van acteurs en camera's. De filmproducent wil die rekening nog niet betalen omdat het bedrijf geen specificatie wil geven van de kosten. [A] heeft vorige week via de rechter beslag laten leggen op de bankrekeningen van De hel van '63 Film B.V.

Volgens het autoverhuurbedrijf gaat het om een bedrag van 40.000 euro. Volgens [D] gaat het om nog geen 7000 euro.

Dit persbericht is vervolgens door diverse media op hun websites geplaatst.

2.8. In een e-mail van 13 juli 2010 aan de advocaat van [D] heeft R.H. Visser van de politie Fryslân onder meer verklaard:

Op 10 mei 2010 rond 16.00 uur is meneer [D] naar het politiebureau te Grou gekomen om aangifte te doen tegen [A dan wel C] terzake afpersing en bedreiging met geweld. [...]

Het geschil

[A] en [C] vorderen dat de voorzieningenrechter, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad op alle dagen en uren:

I. [D] gelast om een rectificatie, met een door de voorzieningenrechter in goede justitie te bepalen rectificerende tekst, in de zaterdageditie van De Telegraaf alsmede in het weekblad Privé te plaatsen binnen een maand na dit vonnis, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van EUR 5.000,00 per dag of een gedeelte van een dag dat [D] in gebreke blijft aan de last te voldoen na betekening van dit vonnis;

II. [D] gelast om de berichtgeving over de aangifte jegens de directeur van [B] te laten verwijderen en verwijderd te houden uit de zoekresultaten van de internet zoekmachine Google binnen vier weken na dit vonnis op straffe van verbeurte van een dwangsom van EUR 5.000,00 per dag of een gedeelte van een dag dat [D] in gebreke blijft na betekening van dit vonnis;

III. [D] veroordeelt tot het betalen van een bedrag van EUR 10.000,00 inzake immateriële schadevergoeding in verband met het schenden van de eer en goede naam van [A], [B] en/of [C];

IV. [D] veroordeelt tot het betalen van een bedrag van EUR 30.000,00 inzake materiële schadevergoeding in verband met gederfde inkomsten aan de zijde van [B];

V. [D] veroordeelt in de kosten van deze procedure, zulks met bepaling dat daarover de wettelijke rente verschuldigd zal zijn met ingang van veertien dagen na de datum van het te dezen te wijzen vonnis.

[D] voert verweer.

3.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

De beoordeling

[A] en [C] hebben gesteld dat [D] een valse aangifte jegens [A dan wel C] - te weten [A], [C] en/of [B] - heeft gedaan. [D] heeft het ANP over deze aangifte ingelicht, met als gevolg dat het ANP hierover een persbericht heeft uitgegeven, welk persbericht door diverse media op hun websites is geplaatst. Volgens [A] en [C] zijn de beschuldigingen van afpersing en bedreiging met geweld ongegrond. [D] heeft deze valse aangifte gedaan, alsmede het ANP hierover ingelicht, enkel om het leggen van beslag ten laste van De Hel van '63 Film B.V. en het aanspannen van een civiele procedure tegen De Hel van '63 Film B.V. af te straffen, hetgeen volgens hen als onrechtmatig handelen dient te worden gekwalificeerd. [A] en [C] wijzen er in dit verband op dat het onderhavige persbericht is uitgegeven op 10 mei 2010 omstreeks 17.00 uur, terwijl [D] blijkens het e-mailbericht van 13 juli 2010 van R.H. Visser van de politie Fryslân omstreeks 16.00 uur naar het politiebureau is gegaan, waar hij - volgens de eigen verklaring van [D] - ongeveer 2,5 uur heeft verbleven. Volgens [A] en [C] moet het dan ook zo zijn gegaan, dat [D] het ANP al over zijn aangifte heeft ingelicht op een moment dat hij deze nog niet had gedaan.

[A] en [C] stellen dat zij door het onrechtmatig handelen door [D] in hun eer en goede naam worden aangetast. Zij stellen zowel immateriële als materiële schade te lijden door de negatieve berichtgeving. Zo hebben een aantal producenten inmiddels de relatie met [B] beëindigd als gevolg van de negatieve berichtgeving. De vordering van zowel [A] als [C] strekt - kort samengevat - tot het plaatsen van een rectificatie, alsmede tot schadevergoeding.

4.2. [D] heeft betwist dat de onderhavige aangifte vals is en dat deze enkel is gedaan om het leggen van beslag ten laste van De Hel van '63 Film B.V. en het aanspannen van een civiele procedure tegen De Hel van '63 Film B.V. af te straffen. Volgens [D] heeft [C] - tegen wie de onderhavige aangifte volgens [D] was gericht - hem in het kader van de discussie over het niet betalen van de facturen van [A] meerdere malen telefonisch bedreigd door onder meer te zeggen: "ik weet waar je woont", "ik zou maar eens goed achterom kijken" en "anders gebeuren er erge dingen met je". Tevens heeft [D] uiteengezet dat de facturen van [B] om meerdere (door hem genoemde) redenen niet kúnnen kloppen en dat hij om die reden vermoedt dat geprobeerd wordt hem "een poot uit te draaien", hetgeen volgens hem afpersing is. Gelet op de telefonische bedreigingen en de kwestie omtrent de facturen stelt [D] de onderhavige aangifte te hebben gedaan. [D] betwist voorts dat hij - dan wel zijn management - het ANP op de hoogte heeft gesteld van de onderhavige aangifte. Het ANP moet via andere kanalen op de hoogte zijn geraakt van deze aangifte, waarna zij contact heeft gezocht met (het management) van [D], aldus [D].

4.3. De voorzieningenrechter constateert dat [C] heeft betwist dat hij [D] telefonisch heeft bedreigd in de door [D] gestelde zin. Wat betreft het al dan niet juist zijn van de facturen hebben [A] en [C] gesteld dat dit een kwestie is die in de bodemprocedure aan de orde zal dienen te komen. Nu de stellingen van partijen lijnrecht tegenover elkaar staan en een kort geding zich niet leent voor (nader) onderzoek naar de feiten, acht de voorzieningenrechter het in het kader van dit kort geding niet voldoende aannemelijk geworden dat de aangifte van [D] tegen [A dan wel C] vals is en dus ook niet dat deze enkel is gedaan om het leggen van beslag ten laste van De Hel van '63 Film B.V. en het aanspannen van een civiele procedure tegen De Hel van '63 Film B.V. af te straffen. Of [D] bij zijn aangifte de juiste strafrechtelijke kwalificatie heeft gehanteerd ten aanzien van de facturen - door aangifte te doen van "afpersing" - acht de voorzieningenrechter in dit verband niet van belang gelet op de omstandigheid dat [D] op dat gebied een leek is.

4.4. Ook indien de stelling van [A] en [C] al juist zou zijn dat het (het management van) [D] is geweest dat c.q. die het ANP op de hoogte heeft gesteld van de onderhavige aangifte, althans van het voornemen om over te gaan tot het doen van aangifte, acht de voorzieningenrechter dit in het licht van de omstandigheid dat thans niet vast staat dat sprake is van een valse aangifte, alsmede de omstandigheid dat het onderhavige conflict breed wordt uitgemeten in de pers - zodat de pers hoogstwaarschijnlijk toch wel binnen afzienbare tijd van de onderhavige aangifte op de hoogte zou zijn geraakt - niet onrechtmatig. Overigens is ook niet voldoende aannemelijk geworden dat (het management van) [D] de publiciteit heeft gezocht. [D] heeft dit immers gemotiveerd betwist, zodat de stellingen van partijen ook wat dit betreft lijnrecht tegenover elkaar staan.

4.5. Op grond van het voorgaande is in het kader van dit kort geding onvoldoende aannemelijk geworden dat [D] onrechtmatig heeft gehandeld jegens [A] en/of [C]. De vordering zal dus integraal worden afgewezen.

4.6. [A] en [C] zullen als de in het ongelijk te stellen partij worden veroordeeld in de kosten van het geding. De kosten aan de zijde van [D] worden vastgesteld op:

- vast recht EUR 263,00

- salaris advocaat EUR 816,00

Totaal EUR 1.079,00

4.7. Tegen de door [D] gevorderde hoofdelijkheid ten aanzien van de proceskostenveroordeling, alsmede tegen de gevorderde wettelijke rente over de proceskosten met ingang van veertien dagen na de datum van dit vonnis hebben [A] en [C] geen verweer gevoerd, zodat deze zullen worden toegewezen.

Ook tegen toewijzing van de gevorderde nakosten is geen verweer gevoerd. De voorzieningenrechter zal deze nakosten forfaitair begroten op een bedrag van EUR 131,00, welk bedrag zal worden verhoogd met een bedrag van EUR 68,00 in geval betekening van dit vonnis noodzakelijk is omdat [A] en [C] niet binnen veertien dagen na aanschrijving alsnog in der minne aan dit vonnis voldoen.

De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1. wijst de vorderingen af,

5.2. veroordeelt [A] en [C] hoofdelijk in de kosten van het geding, aan de zijde van [D] vastgesteld op EUR 1.079,00, vermeerderd met de over dit bedrag verschuldigde wettelijke rente over het nog niet betaalde bedrag met ingang van veertien dagen na heden tot aan de dag der algehele voldoening, alsmede vermeerderd met een bedrag van EUR 131,00 ter zake van nakosten, welk laatste bedrag zal worden verhoogd met een bedrag van EUR 68,00 in geval betekening van dit vonnis noodzakelijk is omdat [A] en [C] niet binnen veertien dagen na aanschrijving alsnog in der minne aan dit vonnis voldoen,

5.3. verklaart de veroordeling onder 5.2 uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. C.M. Telman en in het openbaar uitgesproken op 4 augustus 2010.

82.