Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLEE:2010:BN2971

Instantie
Rechtbank Leeuwarden
Datum uitspraak
28-07-2010
Datum publicatie
30-07-2010
Zaaknummer
105727 / KG ZA 10-195
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Afgifte administratie. Vertegenwoordigingsbevoegdheid van bestuurders van stichting. Beroep op beperking vertegenwoordigingsbevoegdheid door een derde.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LEEUWARDEN

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 105727 / KG ZA 10-195

Vonnis in kort geding van 28 juli 2010

in de zaak van

de stichting

STICHTING BEHEER DERDENGELDEN FROM SCHILDERS,

gevestigd te Wolvega,

eiseres,

advocaat mr. dr. L.L.M. Prinsen te Breda,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

FROM SCHILDERS BV,

gevestigd te Wolvega,

gedaagde,

gemachtigde mr. J.T.J. Van Diepen te Zwolle.

Partijen zullen hierna de stichting en From genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- de mondelinge behandeling

- de pleitnota van From.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. From - een schildersbedrijf - heeft op 26 april 2005 een "ledenovereenkomst" gesloten met de Coöperatie van Samenwerkende Planbuildingbedrijven U.A.

2.2. Op grond van de hiervoor onder 2.1 bedoelde ledenovereenkomst heeft From overeenkomsten gesloten met derden, inhoudende een zogenaamd "Planbuilding abonnement". Dit abonnement ziet op het (schilder)onderhoud aan onroerende zaken van de abonnementhouders.

2.3. Overeenkomstig artikel 20 van de onder 2.1 bedoelde ledenovereenkomst, worden betalingen door en voor abonnementhouders van Planbuilding abonnementen van From gedaan via de stichting, die reeds op 16 mei 2000 was opgericht. De abonnementsgelden worden door de stichting van de abonnementhouders geïnd. Nadat door From (schilder)werkzaamheden zijn verricht bij een abonnementhouder, From de stichting ter zake een factuur heeft gezonden en de desbetreffende abonnementhouder een opleveringsformulier heeft ondertekend, wordt deze factuur door de stichting aan From betaald.

2.4. Tot 4 mei 2010 was [A] bestuurder van From. Tevens was zij tot 18 januari 2010 één van de twee bestuurders (te weten voorzitter) van de stichting. Per die datum is [B] voorzitter van de stichting geworden. De andere bestuurder (secretaris) van de stichting was en is [C].

2.5. In een uittreksel uit het handelsregister van de Kamers van Koophandel van 17 juni 2010 is ten aanzien van de bevoegdheid van de bestuurders van de stichting - [C] en [B] voornoemd - vermeld: "Bevoegdheid: Gezamenlijk bevoegd (met andere bestuurder(s), zie statuten)".

2.6. Sedert 4 mei 2010 is [D] bestuurder van From. In het handelsregister van de Kamers van Koophandel is vermeld dat de statutaire zetel van From Wolvega is. Het correspondentieadres is het adres van de woonplaats van [D] in Kranenburg, Duitsland.

2.7. Vanaf omstreeks april 2010 heeft From geen (schilder)werkzaamheden verricht bij de Planbuilding abonnementhouders.

2.8. Bij deurwaardersexploot van 22 juni 2010 heeft de stichting op grond van het staken van de (schilder)werkzaamheden door From bij Planbuilding abonnementhouders, een (beweerde) overeenkomst van opdracht tot het voeren en het onder zich houden van de volledige administratie van de stichting, opgezegd. Tevens is From gesommeerd om de administratie van de stichting per omgaande aan de stichting over te dragen. From heeft aan deze sommatie niet voldaan.

3. Het geschil

3.1. De stichting vordert dat de voorzieningenrechter, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, From veroordeelt om binnen vijf dagen na betekening van dit vonnis over te gaan tot primair afgifte van en subsidiair tot het verlenen van inzage in de aan de stichting toebehorende administratie, te weten:

a) alle financiële bescheiden waaronder bankafschriften met betrekking tot het beheer van abonnementsgelden,

b) overzichten van inkomende en uitgaande gelden met betrekking tot het beheer van abonnementsgelden,

c) declaraties van door From uitgevoerd werk bij "Planbuilding-abonnementhouders",

d) onderhoudscontracten waarin de betalingen van de gelden ten behoeve van de "Planbuilding-abonnementen" aan de stichting zijn geregeld, alsmede

e) alle op gegevensdragers aangebrachte gegevens ten aanzien van voornoemde bescheiden,

op straffe van een dwangsom van EUR 10.000,00 voor iedere dag of deel daarvan dat From met de gehele of gedeeltelijke nakoming hiervan in gebreke blijft,

alsmede, bij gebreke van voldoening van de hiervoor bedoelde veroordeling, de stichting toestemming verleent om op basis van dit vonnis met hulp van een deurwaarder en een superviserende registeraccountant zich toegang te verschaffen tot het pand aan de Mangaanweg 5 te Wolvega en daar, mits aanwezig, de administratie onder zich te nemen (te revindiceren), dan wel daarin inzage te nemen, één en ander op kosten van From, alles met veroordeling van From in de kosten.

3.2. From voert verweer.

3.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. De stichting heeft gesteld dat partijen op 16 maart 2000 een overeenkomst van opdracht hebben gesloten, welke overeenkomst inhield dat From de volledige administratie van de stichting zou voeren en onder zich zou houden. Als gevolg van de omstandigheid dat From haar (schilder)werkzaamheden bij de Planbuilding abonnementhouders heeft gestaakt, ontvangt de stichting vragen van deze abonnementhouders over nakoming, financiële afhandeling en opzegging van hun abonnement. Omdat From de administratie van de stichting onder zich heeft, is de stichting niet in staat op deze vragen van abonnementhouders te reageren. De vordering van de stichting strekt tot afgifte, althans subsidiair tot het verlenen van inzage in de administratie van de stichting.

4.2. From heeft aanvankelijk betoogd dat de stichting niet-ontvankelijk is in haar vordering omdat niet de stichting maar Planbuilding B.V. aan mr. Prinsen opdracht heeft gegeven tot het voeren van de onderhavige procedure. Nadat ter zitting is geconstateerd dat één van de twee bestuurders van de stichting - te weten [C] - wél opdracht heeft gegeven aan mr. Prinsen tot het voeren van de onderhavige procedure, is dit verweer door From ingetrokken.

4.3. From heeft voorts aangevoerd dat de stichting niet rechtsgeldig is vertegenwoordigd omdat zij vertegenwoordigd is door (enkel) haar secretaris [C], dit terwijl de twee bestuurders van de stichting blijkens een uittreksel uit het handelsregister van de Kamers van Koophandel slechts gezamenlijk bevoegd zijn om de stichting te vertegenwoordigen. Met de voorzitter van de stichting, [B], is geen overleg gevoerd en ook is er geen bestuursbesluit aan de procedure vooraf gegaan, aldus From.

4.3.1. De voorzieningenrechter stelt voorop dat de onderhavige statutair vastgelegde beperking dat de bestuurders slechts gezamenlijk bevoegd zijn tot vertegenwoordiging van de stichting een uit de wet (artikel 2:292 lid 2 Burgerlijk Wetboek) voorvloeiende beperking van de bevoegdheid tot vertegenwoordiging betreft. Op grond van artikel 2:292 lid 3 Burgerlijk Wetboek kan slechts de stichting - en dus niet From - een beroep doen op een dergelijke wettelijk toegelaten beperking van de bevoegdheid tot vertegenwoordiging. Evenmin kan From zich beroepen op de omstandigheid dat er (beweerdelijk) geen bestuursbesluit aan de procedure vooraf is gegaan. Uit artikel 2:292 lid 3 Burgerlijk Wetboek volgt immers dat de bevoegdheid tot vertegenwoordiging "onvoorwaardelijk" is, hetgeen betekent dat zij niet afhankelijk kan worden gesteld van een daaraan voorafgaand geldig besluit. Het verweer zal dus op deze gronden worden verworpen. De vraag of de stichting al dan niet op de juiste wijze is vertegenwoordigd - waarbij de stichting er op heeft gewezen dat zij haar voorzitter wél omtrent deze kwestie schriftelijk heeft benaderd maar dat deze daarop niet heeft gereageerd, waardoor de stichting lam is gelegd - kan daarom in het midden blijven.

4.4. From heeft voorts aangevoerd dat zij niet op de juiste wijze is gedagvaard. Vóór de datum van dagvaarden is From overgeschreven en gevestigd te Kranenburg, Duitsland, aldus From. Ten onrechte is zij gedagvaard op het adres Mangaanweg 5 te Wolvega, alwaar From reeds geruime tijd niet meer gevestigd was.

4.4.1. De voorzieningenrechter constateert dat uit een door de stichting in het geding gebracht uittreksel uit het handelsregister van de Kamers van Koophandel van 6 juli 2010 blijkt dat de statutaire zetel van From Wolvega is (zonder vermelding van een adres), waarbij als correspondentieadres een adres in Kranenburg, Duitsland, is vermeld. De stichting heeft voorts een kopie van de schermafbeelding van www.fromwolvega.nl van 19 juli 2010 in het geding gebracht, waarop het adres Mangaanweg 5 te Wolvega is vermeld. Omdat From het adres Mangaanweg 5 te Wolvega zelf als haar vestigingsadres kenbaar heeft gemaakt, zal het verweer van From worden verworpen.

4.5. From heeft ten slotte aangevoerd dat zij nimmer opdracht van de stichting heeft gekregen om de administratie van de stichting te voeren. From heeft er op gewezen dat zij de overeenkomsten met abonnementhouders heeft gesloten en dat de door haar gevoerde administratie dan ook haar eigen administratie betreft.

4.5.1. De voorzieningenrechter constateert dat het verweer van From ter zitting is ontkracht door haar bestuurder [D], die desgevraagd heeft medegedeeld dat From onder meer een administratie voert van gelden die door abonnementhouders worden betaald en wel dat dit "voor de stichting wordt gedaan". Kennelijk heeft deze situatie jarenlang niet tot problemen geleid doordat de functie van bestuurder van From en die van voorzitter van de stichting tot 18 januari 2010 in één persoon waren verenigd. Nu dat niet langer het geval is en From bovendien haar (schilder)werkzaamheden bij de Planbuilding abonnementhouders heeft gestaakt - met alle consequenties van dien - heeft de stichting recht en belang bij beëindiging van de tot op heden bestaande situatie, waarin From de administratie van de stichting voert. Omdat aannemelijk is dat de stichting - zoals zij heeft gesteld - als gevolg van het staken door From van haar (schilder)werkzaamheden bij de Planbuilding abonnementhouders wordt geconfronteerd met vragen van abonnementhouders omtrent de gelden van deze abonnementhouders die door de stichting worden beheerd en dat zij deze vragen niet kan beantwoorden omdat zij niet in het bezit is van haar eigen administratie, is de voorzieningenrechter van oordeel dat de stichting een spoedeisend belang heeft bij haar vordering strekkende tot afgifte van de door From voor de stichting gevoerde administratie. De omstandigheid dat het From is die de overeenkomsten met abonnementhouders heeft gesloten - zoals From terecht heeft opgemerkt - laat onverlet dat (een kopie van) deze contracten wél (mede) tot de administratie van de stichting behoren. Zonder deze contracten moet de stichting immers niet in staat worden geacht om het beheer van de gelden van abonnementhouders op een deugdelijke wijze te voeren.

4.6. Omdat niet uit te sluiten valt dat de administratie die From voert voor de stichting samen valt met haar eigen administratie - en zij dus niet twee aparte administraties voert - zal worden bepaald dat met het afgeven van een kopie van de administratie van de stichting kan worden volstaan.

4.7. De gevorderde oplegging van dwangsommen zal worden toegewezen. De voorzieningenrechter zal een maximum aan de te verbeuren dwangsommen verbinden. Dit laat uiteraard onverlet, dat bij voortgaande overtreding van dit kort-geding-vonnis oplegging van hogere dwangsommen kan worden gevorderd dan wel hernieuwde oplegging van dezelfde dwangsommen.

Het bedrag van zowel de dwangsom als het maximum staat in een redelijke verhouding tot de zwaarte van het geschonden belang en de beoogde werking van de dwangsomoplegging.

Naast oplegging van dwangsommen ziet de voorzieningenrechter op dit moment onvoldoende aanleiding om de stichting tevens - zoals zij heeft gevorderd - toestemming te verlenen om zich toegang te verschaffen tot het pand van From teneinde de administratie zelf onder zich te nemen.

4.8. From zal als de grotendeels in het ongelijk te stellen partij worden veroordeeld in de kosten van het geding. De kosten aan de zijde van de stichting worden vastgesteld op:

- dagvaarding EUR 87,93

- vast recht EUR 263,00

- salaris gemachtigde EUR 527,00

Totaal EUR 877,93

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1. veroordeelt From om binnen vijf dagen na betekening van dit vonnis over te gaan tot afgifte van (een kopie van) de aan de stichting toebehorende administratie, te weten:

a) alle financiële bescheiden waaronder bankafschriften met betrekking tot het beheer van abonnementsgelden,

b) overzichten van inkomende en uitgaande gelden met betrekking tot het beheer van abonnementsgelden,

c) declaraties van door From uitgevoerd werk bij "Planbuilding-abonnementhouders",

d) onderhoudscontracten waarin de betalingen van de gelden ten behoeve van de "Planbuilding-abonnementen" aan de stichting zijn geregeld, alsmede

e) alle op gegevensdragers aangebrachte gegevens ten aanzien van voornoemde bescheiden,

5.2. bepaalt dat From een dwangsom verbeurt van EUR 10.000,00 per dag of deel daarvan dat From in gebreke blijft om aan de veroordeling onder 5.1 te voldoen,

5.3. verbindt aan de aldus door From te verbeuren dwangsommen een maximum van EUR 100.000,00,

5.4. veroordeelt From in de kosten van het geding, aan de zijde van de stichting vastgesteld op EUR 877,93,

5.5. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.6. wijst af het anders of meer gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. G. Tangenberg en in het openbaar uitgesproken op 28 juli 2010.?