Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLEE:2010:BN1233

Instantie
Rechtbank Leeuwarden
Datum uitspraak
13-07-2010
Datum publicatie
15-07-2010
Zaaknummer
17/880101-09 PROM
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Mensenhandel, Roemeense bouwvakkers, uitbuiting, prostitutie, valselijk opmaken

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 47
Wetboek van Strafrecht 57
Wetboek van Strafrecht 225
Wetboek van Strafrecht 273f
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LEEUWARDEN

Sector straf

parketnummer 17/880101-09

vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 13 juli 2010 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1982 te [geboorteplaats],

wonende te [adres],

thans uit andere hoofde gedetineerd in PI Midden-Holland in HvB De Geniepoort te Alphen aan de Rijn.

De rechtbank heeft gelet op het ter terechtzitting gehouden onderzoek van 8 en 9 april 2010. Verdachte is op deze dagen verschenen en zijn raadsman, mr. J.P. Plasman, advocaat te Amsterdam, is eveneens verschenen.

Voorts heeft de rechtbank gelet op het ter terechtzitting gehouden onderzoek van 29 juni 2010. Verdachte is niet verschenen; wel is verschenen mr. J.P. Plasman die verklaard heeft uitdrukkelijk tot de verdediging te zijn gemachtigd.

Tenlastelegging

Aan verdachte is, na nadere omschrijving en wijziging van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2009 tot en met 7 maart 2009 te

Leeuwarden, en/of elders in Nederland tezamen en in vereniging met een ander

of anderen, althans alleen,

sub 1. -een vrouw ([slachtoffer 1]) door dwang en/of geweld en/of een of

meer andere feitelijkheden of door dreiging met geweld of een of meer andere

feitelijkheden en/of door afpersing, fraude misleiding dan wel door misbruik

van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht, door misbruik van

een kwetsbare positie of door het geven of ontvangen van betalingen of

voordelen om de instemming van een persoon te verkrijgen die zeggenschap had

over die [slachtoffer 1], heeft geworven, vervoerd, overgebracht, gehuisvest of

opgenomen, met het oogmerk van uitbuiting van die [slachtoffer 1],

en/of

sub 3 .-een vrouw ([slachtoffer 1]) heeft aangeworven, meegenomen of

ontvoerd met het oogmerk die vrouw in een ander land ertoe te brengen zich

beschikbaar te stellen tot het verrichten van een of meer seksuele handelingen

met of voor een derde tegen betaling en/of

sub 4.-een vrouw ([slachtoffer 1]) met een van de onder sub1 genoemde

middelen heeft gedwongen of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het

verrichten van arbeid of diensten dan wel onder een of meer van de onder sub 1

genoemde omstandigheden enige handelingen heeft ondernomen waarvan hij wist of

redelijkerwijs moest vermoeden dat die [slachtoffer 1] zich daardoor beschikbaar zouden

stellen tot het verrichten van arbeid of diensten en/of

sub 6.- opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de uitbuiting van een vrouw

([slachtoffer 1]) en/of

sub 9.- een vrouw ([slachtoffer 1]) met een van de onder sub 1 genoemde

middelen heeft gedwongen dan wel bewogen hem verdachte te bevoordelen uit de

opbrengst van de seksuele handelingen van die [slachtoffer 1] met of voor een derde,

immers heeft verdachte met een of meer van zijn mededaders en/of alleen,

-tegen die [slachtoffer 1] gezegd dat ze in Nederland schoonmaakwerkzaamheden in een

restaurant kon verrichten en/of een busticket voor die [slachtoffer 1] geregeld waarmee

zij van Roemenie naar Nederland kon reizen en/of tegen die [slachtoffer 1] gezegd dat ze

het busticket wel terug moest betalen en/of E 50,- per dag moest afstaan aan

verdachte en/of verdachtes mededader en/of

-(nadat die [slachtoffer 1] in Nederland was gekomen) een plaats voor die [slachtoffer 1] gezocht

waar zij zich moest prostitueren en/of

-lingeriesetjes voor die [slachtoffer 1] gekocht en/of instructies gegeven hoe zij om

moest gaan met klanten en/of hoeveel ze moest vragen en/of

-telkens een groot deel van het door die [slachtoffer 1] in de prostitutie verdiende geld

-aan verdachte en/of verdachtes mededader(s) laten afstaan en/of

-telkens gecontroleerd hoeveel klanten zij per dag had gehad en/of hoeveel

geld zij had verdiend en/of

-die [slachtoffer 1] meermalen in het gezicht geslagen en/of

-die [slachtoffer 1] bedreigd en/of

-tegen die [slachtoffer 1] gezegd dat als ze niet zou werken ze op straat zou worden

gezet en/of als ze niet de waarheid zou vertellen ze in het water zou worden

gegooid en/of dat ze ook moest werken als ze ongesteld was en/of

-er voor gezorgd dat ze altijd moest werken en/of geen vrije dagen had en/of

-die [slachtoffer 1] telkens naar haar werk gebracht en/of weer opgehaald,

terwijl die [slachtoffer 1] de Nederlandse taal niet of onvoldoende sprak/beheerste en/of

onbekend was in Nederland en/of met de Nederlandse regels en/of wetten en/of

gewoonten en/of gebruiken en/of (bijna) niemand in Nederland kende en/of/aldus

bewerkstelligd dat die [slachtoffer 1] van hem/hen afhankelijk was;

2.

hij in of omstreeks de periode van 1januari 2009 tot en met 7 maart 2009 te

Leeuwarden, en/of elders in Nederland tezamen en in vereniging met een ander

of anderen, althans alleen,

sub 1 -een vrouw ([slachtoffer 2]) door dwang en/of geweld en/of

een of meer andere feitelijkheden of door dreiging met geweld of een of meer

andere feitelijkheden en/of door afpersing, fraude misleiding dan wel door

misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht, door

misbruik van een kwetsbare positie of door het geven of ontvangen van

betalingen of voordelen om de instemming van een persoon te verkrijgen die

zeggenschap had over die [slachtoffer 2], heeft geworven, vervoerd, overgebracht,

gehuisvest of opgenomen, met het oogmerk van uitbuiting van die [slachtoffer 1],

en/of

sub 3 -een vrouw ([slachtoffer 2])) heeft aangeworven,

meegenomen of ontvoerd met het oogmerk die vrouw in een ander land ertoe te

brengen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van een of meer

seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling en/of

sub 4 -een vrouw ([slachtoffer 2]) met een van de onder sub 1

genoemde middelen heeft gedwongen of bewogen zich beschikbaar te stellen tot

het verrichten van arbeid of diensten dan wel onder een of meer van de onder

sub 1 genoemde omstandigheden enige handelingen heeft ondernomen waarvan hij

wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat die [slachtoffer 2] zich daardoor beschikbaar

zouden stellen tot het verrichten van arbeid of diensten en/of

sub 6- opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de uitbuiting van een vrouw

([slachtoffer 2]) en/of

sub 9.- een vrouw ([slachtoffer 2]) met een van de onder sub 1

genoemde middelen heeft gedwongen dan wel bewogen hem verdachte te bevoordelen

uit de opbrengst van de seksuele handelingen van die [slachtoffer 2] met of voor een

derde,

immers heeft verdachte met een of meer van zijn mededaders en/of alleen,

-tegen die [slachtoffer 2] gezegd dat ze in Nederland schoonmaakwerkzaamheden in een

restaurant kon verrichten en/of

-die [slachtoffer 2] meegenomen in een personenauto van Roemenie naar Nederland en/of

-(nadat die [slachtoffer 2] in Nederland was gekomen) een plaats voor die [slachtoffer 2] gezocht

waar zij zich moest prostitueren en/of

-die [slachtoffer 2] gekeurd toen ze opgemaakt en aangekleed was en/of

-tegen die [slachtoffer 2] gezegd dat ze niet mocht reageren op het feit dat ze ander

werk zou doen dan hetgeen haar was voorgehouden omdat ze anders zou worden

teruggestuurd naar Roemenie en/of

-tegen die [slachtoffer 2] gezegd dat de meisjes die al geweigerd hadden om in de

prostitutie te gaan werken naar huis waren gestuurd en waren geslagen en/of

-telkens een groot deel van het door die [slachtoffer 2] in de prostitutie verdiende geld

aan verdachte en/of verdachtes mededader(s) laten afstaan en/of

-tegen die [slachtoffer 2] gezegd dat ze iedere dag E 50,- moest betalen en/of

-telkens gecontroleerd hoeveel klanten zij per dag had gehad en/of hoeveel

geld zij had verdiend en/of

-die [slachtoffer 2] telkens bedreigd en/of

-die [slachtoffer 2] een tabel laten bijhouden waarin stond hoeveel ze had verdiend en/of

-die [slachtoffer 2] telkens naar haar werk gebracht en/of weer opgehaald

-er voor gezorgd dat ze altijd moest werken en/of geen vrije dagen had en/of

-tegen die [slachtoffer 2] gezegd dat ze ook moest werken als ze ongesteld en/of ziek was

een en/of ander terwijl die [slachtoffer 2] de Nederlandse taal niet of onvoldoende

sprak/beheerste en/of onbekend was in Nederland en/of met de Nederlandse

regels en/of wetten en/of gewoonten en/of gebruiken en/of (bijna) niemand in

Nederland kende

en/of/aldus

bewerkstelligd dat die [slachtoffer 2] van hem/hen afhankelijk was;

3.

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2009 tot en met 7 maart 2009 te

Leeuwarden, en/of elders in Nederland tezamen en in vereniging met een ander

of anderen, althans alleen,

sub 1. -een vrouw ([slachtoffer 3]) door dwang en/of geweld en/of een

of meer andere feitelijkheden of door dreiging met geweld of een of meer

andere feitelijkheden en/of door afpersing, fraude misleiding dan wel door

misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht, door

misbruik van een kwetsbare positie of door het geven of ontvangen van

betalingen of voordelen om de instemming van een persoon te verkrijgen die

zeggenschap had over die [slachtoffer 3], heeft geworven, vervoerd, overgebracht,

gehuisvest of opgenomen, met het oogmerk van uitbuiting van die [slachtoffer 3],

en/of

sub 3 .-een vrouw ([slachtoffer 3]) heeft aangeworven, meegenomen of

ontvoerd met het oogmerk die vrouw in een ander land ertoe te brengen zich

beschikbaar te stellen tot het verrichten van een of meer seksuele handelingen

met of voor een derde tegen betaling en/of

sub 4.-een vrouw ([slachtoffer 3]) met een van de onder sub1 genoemde

middelen heeft gedwongen of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het

verrichten van arbeid of diensten dan wel onder een of meer van de onder sub 1

genoemde omstandigheden enige handelingen heeft ondernomen waarvan hij wist of

redelijkerwijs moest vermoeden dat die [slachtoffer 3] zich daardoor beschikbaar

zouden stellen tot het verrichten van arbeid of diensten en/of

sub 6.- opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de uitbuiting van een vrouw

([slachtoffer 3]) en/of

sub 9.- een vrouw ([slachtoffer 3]) met een van de onder sub 1 genoemde

middelen heeft gedwongen dan wel bewogen hem verdachte te bevoordelen uit de

opbrengst van de seksuele handelingen van die [slachtoffer 3] met of voor een derde,

immers heeft verdachte met een of meer van zijn mededaders en/of alleen,

-aan die [slachtoffer 3] gevraagd of ze in Nederland in de prostitutie wilde gaan

werken en/of

-die [slachtoffer 3] meegenomen in een personenauto van Roemenie naar Nederland en/of

-de reis voor die [slachtoffer 3] betaald en/of

-(nadat die [slachtoffer 3] was aangekomen in Nederland) een plaats voor die [slachtoffer 3]

gezocht waar zij zich moest prostitueren en/of

-tegen die [slachtoffer 3] gezegd dat als ze niet in in de prostitutie ging werken ze

zou worden terugestuurd naar Roemenie en/of

-(telkens) die [slachtoffer 3] gecontroleerd en gevraagd of ze wel geld had verdiend

in de prostitutie en/of

-telkens een groot deel van het door die [slachtoffer 3] in de prostitutie verdiende

geld aan verdachte en/of verdachtes mededaders) laten afstaan en/of

terwijl die [slachtoffer 3] de Nederlandse taal niet of onvoldoende sprak/beheerste en/of

onbekend was in Nederland en/of met de Nederlandse regels en/of wetten en/of

gewoonten en/of gebruiken en/of (bijna) niemand in Nederland kende en/of/aldus

bewerkstelligd dat die [slachtoffer 3] van hem/hen afhankelijk was;

4.

hij in of omstreeks de periode van 1 mei 2007 tot en met 7 maart 2009 te

Leeuwarden en/of elders in Nederland en/of in Roemenië, tezamen en in vereniging met een ander

of anderen, althans alleen,

sub 1 .-een of meer mannen [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] door

dwang en/of geweld en/of een of meer andere feitelijkheden of door dreiging

met geweld of een of meer andere feitelijkheden en/of door afpersing, fraude

misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden

voortvloeiend overwicht, door misbruik van een kwetsbare positie of door het

geven of ontvangen van betalingen of voordelen om de instemming van een

persoon te verkrijgen die zeggenschap had over die [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of

[slachtoffer 6] heeft geworven, vervoerd, overgebracht, gehuisvest of opgenomen, met het

oogmerk van uitbuiting van die [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] en/of

sub 4 -een of meer mannen [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] met

een van de onder sub 1 genoemde middelen heeft gedwongen of bewogen zich

beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten dan wel onder

een of meer van de onder a genoemde omstandigheden enige handelingen heeft

ondernomen waarvan hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat die [slachtoffer 4]

en/of [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] zich daardoor beschikbaar zouden stellen tot het

verrichten van arbeid of diensten en/of

sub 6.- opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de uitbuiting van een of meer

mannen [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6],

immers heeft verdachte met een of meer van zijn mededaders en/of alleen,

-aan die [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] gevraagd of zij in de bouw in

Nederland wilden werken en/of

-de reiskosten voor die [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] betaald om van

Roemenie naar Nederland te reizen en/of

-die [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] naar een werkplek gebracht aan de

[adres] te Leeuwarden alwaar zij verbouwingswerkzaamheden dienden uit te

voeren en/of

-er niet voor gezorgd dat er een fatsoenlijke plek was om te verblijven (er

werd geslapen in de kamers (soms met 7 man tegelijk) waarin werd gewerkt op

matrassen op de grond) zulks terwijl dit wel was beloofd en/of

-er niet voor gezorgd dat er op die plek goede sanitaire voorzieningen waren

en/of tegen die [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] gezegd dat zij twaalf uren per

dag en 66 uren per week moesten werken en/of

-het salaris van die [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] gekort indien zij zich

hadden verslapen of te lang op het toilet hadden gezeten en/of

-telkens toezicht heeft doen houden op die [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6]

en/of telkens die [slachtoffer 4] gebeld en gevraagd wat hij deed en waar hij was en/of

(vervolgens)

-die [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] naar een werkplek in Bolsward gebracht

waar zij in een (in een garage geparkeerde) caravan moesten slapen en/of waar

geen stroom, wc of stromend water was en/of

-in Bolsward in eerste instantie niet gezorgd voor fatsoenlijke sanitaire

voorzieningen/kookgelegenheid (douchen moest in een container met behulp van

een slang) en/of

later (toen de douchegelegenheid gesloten werd in Bolsward) dienden die [slachtoffer 4]

en/of [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] zich buiten te wassen met behulp van emmers en/of

het eten diende gekookt te worden in de garage en/of

-telkens een deel van het salaris niet betaald en/of te laat betaald en/of

-tegen die [slachtoffer 4] gezegd dat ze contact hadden met de politie en/of

invloedrijke mensen kenden en/of dat ze geen contacten mochten hebben met

andere Roemenen en/of

-aan die [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] verplicht op papier bij te houden

hoelang zij hadden gewerkt en/of hoelang zij naar de wc waren geweest en/of

hoelang zij hadden gegeten en/of als zij het papier niet hadden die [slachtoffer 4]

en/of [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] gedreigd dat het salaris zou worden ingehouden en/of

-die [slachtoffer 4] bedreigd met de dood en/of dat criminele personen uit Roemenie

hem zou opzoeken en in stukjes snijden en in de zouden Donau gooien en/of

tegen die [slachtoffer 4] gezegd dat hij zou worden vermoord en/of onthoofd, althans

woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of

-tegen die [slachtoffer 4] gezegd dat hij het niet in zijn hoofd moest halen om weg

te gaan want daar zou hij spijt van krijgen en/of

-tegen die [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] gezegd dat zij niet voor anderen

mochten gaan werken en als ze dit wel zouden doen worden ze teruggestuurd naar

Roemenie en/of

-die [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] geslagen en/of geschopt en/of

-die [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] bedreigd met een vuurwapen en/of kogels

laten zien en/of

-tegen die [slachtoffer 6] gezegd dat hij in stukken zou worden gesneden en in een

kanaal zou worden gegooid en/of

-tegen die [slachtoffer 5] gezegd dat ze hem dood zouden schieten en/of kapot zouden

maken en/of in stukken snijden en/of

-tegen die [slachtoffer 6] gezegd dat hij zou worden doodgeschoten en/of doodgereden en/of

-door middel van het gebruiken van Roemeense arbeiders in Nederland en de

hiermee gepaard gaande notificatieplicht, er voor gezorgd

dat die [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] ook niet voor andere opdrachtgevers

in Nederland mochten werken,

een en/of ander terwijl die [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 6] de Nederlandse

taal niet of onvoldoende sprak/beheerste en/of onbekend was in Nederland en/of

met de Nederlandse regels en/of wetten en/of gewoonten en/of gebruiken en/of

(bijna) niemand in Nederland kende

en/of/aldus

bewerkstelligd dat die [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 6] van hem/hen

afhankelijk was/waren;

5.

hij in of omstreeks de periode van 1 mei 2007 tot en met 7 maart 2009 te

Leeuwarden, en/of elders in Nederland en/of in Roemenië, tezamen en in vereniging met een ander

of anderen, althans alleen,

sub 1 .-een man [slachtoffer 7] door dwang en/of geweld en/of een of meer andere

feitelijkheden of door dreiging met geweld of een of meer andere

feitelijkheden en/of door afpersing, fraude misleiding dan wel door misbruik

van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht, door misbruik van

een kwetsbare positie of door het geven of ontvangen van betalingen of

voordelen om de instemming van een persoon te verkrijgen die zeggenschap had

over die [slachtoffer 7] heeft geworven, vervoerd, overgebracht, gehuisvest of opgenomen,

met het oogmerk van uitbuiting van die [slachtoffer 7] en/of

sub 4 -een man [slachtoffer 7] met een van de onder sub 1 genoemde middelen heeft

gedwongen of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid

of diensten dan wel onder een of meer van de onder a genoemde omstandigheden

enige handelingen heeft ondernomen waarvan hij wist of redelijkerwijs moest

vermoeden dat die [slachtoffer 7] zich daardoor beschikbaar zouden stellen tot het

verrichten van arbeid of diensten en/of

sub 6.- opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de uitbuiting van een man [slachtoffer 7],

immers heeft verdachte met een of meer van zijn mededaders en/of alleen,

-tegen die [slachtoffer 7] gezegd dat de reiskosten werden betaald, zulks terwijl later

de reiskosten van het salaris werden afgetrokken en/of dat de huisvesting was

geregeld en/of

-die [slachtoffer 7] naar een werkplek gebracht aan de [adres] te Leeuwarden alwaar

hij verbouwingswerkzaamheden diende uit te voeren en/of

-er niet voor gezorgd dat er een fatsoenlijke plek was om te verblijven zulks

terwijl dit wel was beloofd (er werd geslapen op een matras op de grond in de

kamers waarin gewerkt werd) en/of

-er niet voor gezorgd dat er op die plek goede sanitaire voorzieningen waren

en/of

-tegen die [slachtoffer 7] gezegd dat hij 11 uren per dag moest werken en/of indien hij

zich had verslapen hij een boete kreeg en/of

-tegen die [slachtoffer 7] gezegd dat hij niet de stad in mocht gaan en contact leggen

met andere Roemenen en/of

-die [slachtoffer 7] beboet als hij zich had verslapen en/of

-tegen een arts gezegd dat die [slachtoffer 7] was geblesseerd geraakt met voetballen

zulk terwijl hij in werkelijkheid op de werkplek van een ladder was gevallen

en/of moest die [slachtoffer 7] met de blessure doorwerken en/of

-door middel van het gebruiken van Roemeense arbeiders in Nederland en de

hiermee gepaard gaande notificatieplicht, er voor gezorgd

dat die [slachtoffer 7] ook niet voor andere opdrachtgevers in Nederland mocht werken,

een en/of ander terwijl die [slachtoffer 7] de Nederlandse taal niet of onvoldoende

sprak/beheerste en/of onbekend was in Nederland en/of met de Nederlandse

regels en/of wetten en/of gewoonten en/of gebruiken en/of (bijna) niemand in

Nederland kende

en/of/aldus

bewerkstelligd dat die [slachtoffer 7] van hem/hen afhankelijk was;

6.

hij in of omstreeks de periode van 1 mei 2007 tot en met 7 maart 2009 te

Leeuwarden en/of elders in Nederland en/of in Roemenië, tezamen en in vereniging met een ander

of anderen, althans alleen,

sub 1 .-een man [slachtoffer 8] door dwang en/of geweld en/of een of meer andere

feitelijkheden of door dreiging met geweld of een of meer andere

feitelijkheden en/of door afpersing, fraude misleiding dan wel door misbruik

van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht, door misbruik van

een kwetsbare positie of door het geven of ontvangen van betalingen of

voordelen om de instemming van een persoon te verkrijgen die zeggenschap had

over die [slachtoffer 8] heeft geworven, vervoerd, overgebracht, gehuisvest of

opgenomen, met het oogmerk van uitbuiting van die [slachtoffer 8] en/of

sub 4 -een man [slachtoffer 8] met een van de onder sub 1 genoemde middelen heeft

gedwongen of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid

of diensten dan wel onder een of meer van de onder a genoemde omstandigheden

enige handelingen heeft ondernomen waarvan hij wist of redelijkerwijs moest

vermoeden dat die [slachtoffer 8] zich daardoor beschikbaar zouden stellen tot het

verrichten van arbeid of diensten en/of

sub 6.- opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de uitbuiting van een man

[slachtoffer 8],

immers heeft verdachte met een of meer van zijn mededaders en/of alleen,

-aan die [slachtoffer 8] gevraagd of hij in de bouw in Nederland wilde werken en/of

-tegen die [slachtoffer 8] gezegd dat hij de reis voor hem zou betalen en/of 8 a 10

uren per dag zou moeten werken en/of dat de woonomstandigheden goed zouden

zijn en/of dat hij verzekerd zou zijn en/of

-een werkplek voor die [slachtoffer 8] geregeld aan de [adres] te Leeuwarden waar

hij ook moest slapen op een matras op de grond met 5 personen in een kamer

en/of er niet voor gezorgd dat er op die plek goede

sanitaire voorzieningen waren en/of

-tegen die [slachtoffer 8] gezegd dat hij minimaal 70 uren per week met werkdagen van

11 of 12 uur per dag moest werken en/of

-niet altijd de gewerkte uren uitbetaald en/of die [slachtoffer 8] telkens opgejaagd

en/of het paspoort ingenomen en/of

-die [slachtoffer 8] telkens gecontroleerd en/of

-telkens als straf op het loon bedragen in mindering gebracht en/of

-de reiskosten tegen de afspraken in op het loon in mindering gebracht en/of

-gezegd dat hij te laat was , zulks terwijl dat in werkelijkheid niet zo was,

waarna er geen loon werd uitbetaald en/of

- en/of

-die [slachtoffer 8] bedreigd door te zeggen:"wie weet in welke hoedanigheid je naar

huis gaat" en/of

-een wapen laten zien en/of

-door middel van het gebruiken van Roemeense arbeiders in Nederland en de

hiermee gepaard gaande notificatieplicht, er voor gezorgd

dat die [slachtoffer 8] ook niet voor andere opdrachtgevers in Nederland mocht werken,

een en/of ander terwijl die [slachtoffer 8] de Nederlandse taal niet of onvoldoende

sprak/beheerste en/of onbekend was in Nederland en/of met de Nederlandse

regels en/of wetten en/of gewoonten en/of gebruiken en/of (bijna) niemand in

Nederland kende

en/of/aldus

bewerkstelligd dat die [slachtoffer 8] van hem/hen afhankelijk was/waren;

7.

hij in of omstreeks de periode van 22 mei 2007 tot en met 3 maart 2008 te

Leeuwarden, althans elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een of

meer ander(en) althans alleen,

meermalen, althans eenmaal,

(telkens) een factuur op naam gesteld van [bedrijf verdachte] gericht aan [bedrijf 1], [adres 1] en/of [medeverdachte] [adres 1], - (elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van

enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt of vervalst, immers heeft

verdachte en/of verdachtes mededader(s) (telkens) valselijk naast de

omschrijving afbouwwerk en sloopwerk [adres 2] en/of

schilderwerk en Stuckwerk [adres 2] en/of afbouwwerk

[adres] en sloopwerk,

een hoger factuurbedrag, vermeld dan de werkelijk door [bedrijf verdachte]

gemaakte kosten althans een onjuist factuurbedrag, zulks (telkens) met het

oogmerk om die/dat geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken of door

anderen te doen gebruiken;

8.

hij in of omstreeks de periode van 22 mei 2007 tot en met 7 maart 2009,

te Leeuwarden, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer

anderen althans alleen, van het plegen van witwassen een gewoonte heeft

gemaakt, immers

heeft/hebben hij, verdachte en/of zijn mededader(s) meermalen een voorwerp, te

weten telkens een hoeveelheid geld van in totaal ongeveer E 401.434,-

verworven, voorhanden gehad, overgedragen en/of omgezet, althans van een

voorwerp, te weten een hoeveelheid geld van in totaal ongeveer E 401.434,-,

gebruik gemaakt, terwijl hij wist dat bovenomschreven voorwerp - onmiddellijk

of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf;

Subsidiair zo het vorenstaande niet mocht leiden tot schuldigverklaring van en

strafoplegging aan verdachte

hij in of omstreeks de periode van 22 mei 2007 tot en met 7 maart 2009,

te Leeuwarden, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer

ander(en) althans alleen, een voorwerp, te weten telkens een hoeveelheid geld

van in totaal ongeveer E 401.434,-,- heeft verworven, voorhanden heeft gehad,

overgedragen en/of omgezet, althans van dat voorwerp gebruik heeft gemaakt,

terwijl hij redelijkerwijs moest vermoeden dat bovenomschreven voorwerp -

onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf;

Meer subsidiair zo het vorenstaande niet mocht leiden tot schuldigverklaring van

en strafoplegging aan verdachte

hij in of omstreeks de periode van 22 mei 2007 tot en met 7 maart 2009 te

Leeuwarden, in elk geval in Nederland, opzettelijk uit de opbrengst van (een)

door misdrijf verkregen hoeveelheid geld voordeel heeft getrokken, immers

heeft verdachte opzettelijk gebruik gemaakt van een woning en/of een

personenauto en/of levensonderhoud genoten, betaald met het door misdrijf

verkregen geld;

Meest subsidiair zo het vorenstaande niet mocht leiden tot schuldigverklaring

van en strafoplegging aan verdachte

hij in of omstreeks de periode van 22 mei 2007 tot en met 7 maart 2009 te

Leeuwarden, in elk geval in Nederland, uit de opbrengst van (een) door

misdrijf verkregen hoeveelheid geld voordeel heeft getrokken, terwijl hij

redelijkerwijs moest vermoeden dat het (een) door misdrijf verkregen

goed(eren) betrof, immers heeft verdachte gebruik gemaakt van een woning en/of

een personenauto en/of levensonderhoud genoten, betaald met het door misdrijf

verkregen geld.

In de tenlastelegging voorkomende schrijffouten of kennelijke misslagen worden verbeterd gelezen. De verdachte is hierdoor niet in zijn belangen geschaad.

Vordering officier van justitie

De officier van justitie heeft ter terechtzitting gevorderd:

- veroordeling voor het onder 1., 2., 3., 4., 5., 6., 7. en 8. primair ten laste gelegde;

- oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van vijf jaren met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht;

- hoofdelijke toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 6] tot een bedrag van € 6.298,-, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel voor dat bedrag en kostenverwijzing voor een bedrag van € 98,-;

- hoofdelijke toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 4] tot een bedrag van € 7.466,-, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel voor dat bedrag en kostenverwijzing voor een bedrag van € 98,-;

- hoofdelijke toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 8] tot een bedrag van € 6.500,-, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel voor dat bedrag;

- teruggave van de in beslag genomen goederen.

Beoordeling van het bewijs

Ten aanzien van de onder 4., 5. en 6. ten laste gelegde mensenhandel met betrekking tot de bouwvakkers overweegt de rechtbank het volgende.

Het begrip uitbuiting

Aan verdachte is ten laste gelegd overtreding van artikel 273f van het Wetboek van Strafrecht (Sr.). In dit artikel is mensenhandel strafbaar gesteld. Het artikel strekt blijkens zijn plaatsing in titel XVIII van dat wetboek (Misdrijven tegen de persoonlijke vrijheid) tot bescherming van het grondrecht van persoonlijke vrijheid, zoals dat wordt gegarandeerd in de artikelen 4 en 5 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden en in artikel 15 van de Grondwet.

Blijkens de wetsgeschiedenis is artikel 273f Sr. onder meer gebaseerd op het VN-Verdrag tegen de grensoverschrijdende georganiseerde criminaliteit1 en het daarbij behorende Protocol ter voorkoming, bestrijding en bestraffing van mensenhandel, inzonderheid handel in vrouwen en kinderen, kortweg het Protocol mensenhandel2.

Blijkens artikel 3 van het Protocol mensenhandel is van mensenhandel sprake als de verweten gedraging geschiedt ten behoeve van uitbuiting.

Uitbuiting omvat blijkens dat artikel naast seksuele uitbuiting ook gedwongen arbeid of diensten, slavernij of praktijken die vergelijkbaar zijn met slavernij, onderworpenheid of de verwijdering van organen. Artikel 273f Sr., tweede lid, geeft soortgelijke indicaties, namelijk - naast seksuele uitbuiting - gedwongen of verplichte arbeid of diensten, slavernij en met slavernij of dienstbaarheid te vergelijken praktijken.

De rechtbank leidt uit de samenhang van bedoelde verdragsbepalingen en de tekst van artikel 273f Sr. af dat ook in geval van niet-seksuele uitbuiting slechts dan van mensenhandel in de zin van laatstgenoemd artikel sprake kan zijn als de dader beoogt een ander uit te buiten. Zij vindt voor deze opvatting steun in de wetsgeschiedenis van artikel 273a Sr. (de voorganger van artikel 273f Sr.), waar de Memorie van toelichting stelt dat mensenhandel is gericht op uitbuiting. Steun ontleent de rechtbank voor haar opvatting ook aan de doctrine3.

De rechtbank zal daarom eerst onderzoeken of de ten laste gelegde gedragingen gedwongen of verplichte arbeid of diensten, slavernij en met slavernij of dienstbaarheid te vergelijken praktijken in de zin van artikel 273f Sr. hebben opgeleverd. Daarbij is van belang of de ten laste gelegde gedragingen in strijd zijn met de menselijke waardigheid, de lichamelijke integriteit of de persoonlijke vrijheid - in de zin van beperking van de bewegingsvrijheid - van de in de tenlastelegging genoemde personen. Voorts moet sprake zijn van een zekere mate van onderwerping of horigheid van deze personen. Tenslotte komt in een geval als het onderhavige betekenis toe aan de aard en de duur van de tewerkstelling, de beperkingen die zij voor de tewerkgestelde meebrengt en het economisch voordeel dat door de tewerksteller wordt behaald. Het referentiekader bestaat daarbij uit de in de Nederlandse samenleving geldende maatstaven en normen4.

Verklaring van verdachte

Verdachte heeft ontkend dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan uitbuiting.

Verklaringen van getuigen

a. De beloning

Alle getuigen die op de projecten [adres] te Leeuwarden en [adres 2] te Bolsward hebben gewerkt ([slachtoffer 9], [slachtoffer 10], [slachtoffer 11], [slachtoffer 12], [slachtoffer 6], [slachtoffer 7], [slachtoffer 4], [slachtoffer 5], [slachtoffer 8]; hierna: de bouwvakkers) verklaren dat zij een uurloon verdienden van € 8,00. Per week ontvingen zij ongeveer € 525,00. Alleen [slachtoffer 10] zegt dat hij per week € 360,00 uitbetaald kreeg, maar dit komt overeen met de door hem gewerkte uren (40 tot 45 per week). De werkgever was soms wel, soms niet bereid de kosten voor de reis van Roemenië naar Nederland te betalen. Volgens diverse verklaringen werd het loon gekort als volgens de werkgever niet goed was gewerkt, ook wel bij te laat komen, te lang op het toilet zitten of koffie zetten buiten de pauze.

b. De arbeidstijd

De meeste bouwvakkers werkten zes dagen per week, van maandag tot en met zaterdag. Per dag werkten zij 12 uren, op zaterdag 5 à 6 uren. Er waren ook bouwvakkers die minder uren maakten ([slachtoffer 5], [slachtoffer 10], [slachtoffer 11], [slachtoffer 12]). Er was een lunchpauze van een uur. [slachtoffer 12] heeft verklaard dat hij graag overwerkte.

c. De huisvesting

De bouwvakkers die werkten op het project [adres] te Leeuwarden woonden in kamers die deel uitmaakten van het te verbouwen pand. De omstandigheden waren volgens de verklaringen van de meesten hunner niet goed. Aanvankelijk sliepen zij op matrassen op de grond. Later kwamen er bedden. Men sliep met vijf tot tien mensen op één kamer. Er was een keuken, een toilet en één douche. Op het project [adres 2] te Bolsward woonden de bouwvakkers in caravans. Volgens [slachtoffer 6] en [slachtoffer 4] was er geen toilet; dit wordt door de overige getuigen niet bevestigd. Vast staat daarentegen dat er geen keuken was en - aanvankelijk - geen douche en geen warmwatervoorziening. De bouwvakkers konden voor een douche terecht in de openbare voorziening aan de haven. Wassen moesten zij zich echter aanvankelijk in een container. Na drie weken zorgde medeverdachte [medeverdachte 1] voor matrassen en een warmwatervoorziening.

d. Bewegingsvrijheid en integriteit

Verscheidene bouwvakkers hebben zich in hun verklaringen beklaagd dat zij in hun bewegingsvrijheid werden belemmerd. [slachtoffer 6] heeft verklaard dat hij niet uit mocht gaan en niet naar de stad mocht gaan. Als hij toch eens naar de stad ging, liep een andere bouwvakker mee om hem te controleren. Ook [slachtoffer 4] heeft verklaard dat hij niet naar de winkel mocht gaan en niet met Roemenen mocht omgaan. Hij mocht volgens zijn zeggen van verdachte het huis niet verlaten. Hij werd door verdachte gecontroleerd en moest precies zeggen waar hij was en wat hij deed. [slachtoffer 7] heeft verklaard dat hij niet naar de stad mocht en geen kennissen mocht maken. [slachtoffer 5] heeft verklaard dat hij van verdachte nergens anders mocht gaan werken. Tegenover deze klachten staat dat [slachtoffer 4] eind 2007 met vakantie naar Polen is gegaan. Hij heeft er wel aan gedacht met het werk te stoppen, maar deed dit niet omdat hij het geld hard nodig had. [slachtoffer 7] is na een bedrijfsongeval naar Roemenië vertrokken. Later keerde hij terug naar Nederland en heeft daar nog enkele weken gewerkt. Hij wilde weer voor verdachte werken. Ook [slachtoffer 5] is een keer terug geweest in Roemenië. Toen hij ziek werd heeft verdachte hem aangespoord naar huis te gaan, dat wil zeggen naar Roemenië. [slachtoffer 5] heeft later verdachte opgebeld en hem gevraagd of hij terug kon komen. Volgens eigen zeggen had [slachtoffer 5] wel definitief naar Roemenië kunnen terugkeren, maar dan had hij niet genoeg geld verdiend om zijn schulden af te lossen. Volgens [slachtoffer 5] gingen de bouwvakkers wel uit. Verdachte heeft hen eens meegenomen naar een disco. [slachtoffer 5] heeft voorts verklaard dat hij kon gaan en staan waar hij wilde. Volgens de getuige [slachtoffer 12] konden de bouwvakkers op zaterdag en zondag naar buiten gaan. [slachtoffer 8] heeft verklaard dat verdachte zeker de helft van de tijd zijn paspoort heeft ingehouden. Daar staat tegenover dat [slachtoffer 4], [slachtoffer 7] en [slachtoffer 12] hebben verklaard dat zij hun paspoort in hun bezit hadden.

Beoordeling

De beloning (€ 8,00 netto per uur) moet naar Nederlandse normen als normaal worden beschouwd. Dat op het loon werd gekort als er niet of niet goed gewerkt was, ligt voor de hand. Dat er minder loon werd betaald als men te lang op het toilet zat of buiten de gewone pauze koffie zette is alleen gebaseerd op de verklaringen van respectievelijk [slachtoffer 4] en [slachtoffer 8] en wordt niet door de andere bouwvakkers bevestigd. De rechtbank acht de verklaringen op deze onderdelen daarom niet aannemelijk. Uit de regeling van de beloning kan, gelet op het vorenstaande, niet worden afgeleid dat verdachte het oogmerk had de bouwvakkers uit te buiten. Deze uitbuiting kan evenmin worden afgeleid uit het feit dat verdachte en medeverdachten een economisch voordeel hebben beoogd. In algemene zin kan uit het streven naar winst bovenop de aan een werknemer betaalde vergoeding geen uitbuiting van die werknemer worden afgeleid. Voor zover verdachte en zijn medeverdachten hebben beoogd dit economisch voordeel te vergroten door geen belastingen en sociale premies te betalen, oordeelt de rechtbank dat hoe laakbaar deze gedraging ook zij, dit niet impliceert dat de bouwvakkers zijn uitgebuit, nu zij immers een netto loon ontvingen dat als normaal kan worden beschouwd en er aldus geen sprake is van het behalen van een economisch voordeel ten koste van de bouwvakkers.

De rechtbank acht het op grond van de hiervoor aangehaalde verklaringen aannemelijk dat de bouwvakkers zes dagen per week werkten. Op zaterdagmiddag en op zondag hadden zij vrij. De meesten hunner werkten ongeveer 12 uren per dag, hetgeen resulteerde in een werkweek van ongeveer 65 uren. Vier bouwvakkers (bijna de helft van de gehoorde getuigen) hebben verklaard dat zij korter werkten. De rechtbank leidt hieruit af dat de bouwvakkers niet gedwongen werden langer dan de in Nederland gebruikelijke 36 tot 40 uren per week te werken. Van belang is ook dat de beloning navenant was aan het aantal gewerkte uren: hoe meer uren men maakte, hoe hoger het loon. Deze regeling wijst niet op een oogmerk van uitbuiting. Ook Nederlandse werknemers werken geregeld over. Veeleer wijst alles erop dat de Roemeense bouwvakkers zoveel mogelijk geld in een zo kort mogelijke tijd wilden verdienen en bereid waren daarvoor hard te werken. [slachtoffer 12] zegt met zoveel woorden dat men graag overwerkte. De werktijden waren in het algemeen van 7.00 uur 's morgens tot 19.00 uur 's avonds. Men had dagelijks een lunchpauze van een uur. Al met al kan uit de hier beschreven regeling van de arbeidstijd niet worden afgeleid dat sprake was van een oogmerk van uitbuiting van de bouwvakkers.

Op de huisvesting van de bouwvakkers kunnen zeker aanmerkingen worden gemaakt. Op zichzelf is het niet onaanvaardbaar dat de bouwvakkers die werkten aan het project [adres] te Leeuwarden in kamers woonden die deel uitmaakten van het gebouw waaraan zij werkten. De rechtbank acht het evenwel in strijd met de in Nederland geldende normen dat de bouwvakkers op matrassen op de grond moesten slapen. Ook het aantal personen per kamer (vijf tot tien) is in dit opzicht twijfelachtig. Weliswaar beschikte men over een keuken, een douche en een toilet, maar nu allen daarvan gebruik moesten maken moet deze voorziening als onvoldoende worden aangemerkt. Daar staat tegenover dat er later bedden werden opgesteld. Belangrijker is echter dat het loon dat de bouwvakkers verdienden (gemiddeld circa € 525,00 per week) naar het oordeel van de rechtbank toeliet dat zij elders een kamer huurden of in pension gingen. Uit de verklaringen van de getuigen blijkt niet dat zij in die keuzevrijheid werden belemmerd. De rechtbank heeft de indruk gekregen dat de bouwvakkers hebben gekozen voor huisvesting in de [adres] om zo weinig mogelijk kosten te maken. Er was dus geen sprake van onvrijwilligheid in de zin van onderwerping of horigheid aan verdachte. Daarom is voor wat de huisvesting in de [adres] betreft, hoezeer zij ook op belangrijke punten tekortschoot, geen sprake van een oogmerk van uitbuiting.

De huisvesting op het project [adres 2] te Bolsward vertoonde ernstiger tekortkomingen. Het onderbrengen van de bouwvakkers in caravans was wellicht niet comfortabel, maar kan naar het oordeel van de rechtbank de toets van de kritiek doorstaan, nu er in elk geval behoorlijke zit- en slaapplaatsen waren. Onaanvaardbaar is echter dat er aanvankelijk geen behoorlijke badgelegenheid was. Er was geen douche en er was geen warm water. De bouwvakkers moesten zich met koud water wassen in een container. Enige tijd konden zij douchen in de daarvoor bestemde openbare voorziening in de haven van Bolsward. Verdachte en medeverdachte [medeverdachte 1] regelden kaartjes voor die voorziening. Na drie weken zorgde [medeverdachte 1] voor een warmwatervoorziening en bracht hij matrassen. Op grond van het vorenstaande komt de rechtbank tot de conclusie dat de huisvesting in Bolsward aanvankelijk niet voldeed aan de normen die in de Nederlandse samenleving daaraan worden gesteld. Daar staat tegenover dat verdachte en [medeverdachte 1] zorgden voor een badgelegenheid op niet al te grote afstand van de verblijfplaats van de bouwvakkers en [medeverdachte 1] - na drie weken - voor een warmwatervoorziening en matrassen. Ook hier merkt de rechtbank op dat het loon dat de bouwvakkers verdienden (gemiddeld circa € 525,00 per week) toeliet dat zij elders een kamer huurden of in pension gingen. Uit de verklaringen van de getuigen blijkt niet dat zij in die keuzevrijheid werden belemmerd. Het geheel overziende oordeelt de rechtbank dat op de huisvesting in Bolsward stevige kritiek kan worden uitgeoefend, maar dat vanwege de relatief korte tijd dat de ongewenste situatie heeft bestaan en vanwege de mogelijkheid voor andere huisvesting te kiezen, geen sprake is geweest van een oogmerk van uitbuiting.

De verklaringen van de getuigen over beperkingen van hun bewegingsvrijheid lopen zeer uiteen. Sommige getuigen spreken zichzelf tegen. Eigenlijk is [slachtoffer 6] de enige die duidelijk aangeeft dat hij niet mocht uitgaan en niet naar de stad mocht gaan. [slachtoffer 4], [slachtoffer 7] en [slachtoffer 5] hebben ook verklaard dat zij in hun bewegingsvrijheid werden beperkt, maar daar staat tegenover dat zij alle drie in de periode dat zij in Nederland werkzaam waren naar het buitenland zijn vertrokken en naderhand vrijwillig naar Nederland zijn teruggekeerd om er weer te gaan werken. [slachtoffer 7] heeft zelfs verklaard dat hij weer voor verdachte wilde werken. [slachtoffer 5] heeft verdachte opgebeld en hem gevraagd of hij terug kon komen. Overigens blijkt ook niet dat de bouwvakkers hun werkplek niet mochten verlaten. Volgens [slachtoffer 5] gingen de bouwvakkers wel uit en heeft medeverdachte hen eens meegenomen naar een discotheek. [slachtoffer 5] heeft later verklaard dat hij kon gaan en staan waar hij wilde. [slachtoffer 12] heeft verklaard dat de bouwvakkers in het weekeinde naar buiten konden gaan. Of de bouwvakkers hun paspoort moesten inleveren is niet duidelijk geworden. Alleen [slachtoffer 8] zegt dat hij zijn paspoort geruime tijd kwijt was. [slachtoffer 4], [slachtoffer 7] en [slachtoffer 12] konden gewoon over hun paspoort beschikken. Op grond van het vorenstaande acht de rechtbank het niet aannemelijk dat de bewegingsvrijheid van de bouwvakkers dermate is ingeperkt, dat hun recht op persoonlijke vrijheid is geschonden. Een oogmerk van uitbuiting van de bouwvakkers is dus niet vast te stellen.

Op grond van het vorenstaande stelt de rechtbank vast dat er geen sprake was van gedwongen of verplichte arbeid of diensten, slavernij en met slavernij of dienstbaarheid te vergelijken praktijken in de zin van artikel 273f Sr., zodat verdachte van de hem onder 4., 5. en 6. ten laste gelegde mensenhandel ten aanzien van de bouwvakkers moet worden vrijgesproken.

Met betrekking tot het onder 8. ten laste gelegde overweegt de rechtbank het volgende.

De rechtbank stelt vast, zoals uit de bewijsmiddelen hieronder blijkt, dat verdachte samen met [medeverdachte 1] valselijk facturen heeft opgemaakt. De rechtbank is echter uit het onderzoek ter terechtzitting onvoldoende gebleken dat verdachte op de hoogte was van het feit dat de valse facturen zouden worden gebruikt om geld te onttrekken aan een kredietinstelling, waarmee door [bedrijf verdachte] verrichte bouwwerkzaamheden werden gefinancierd. De rechtbank is dan ook van oordeel dat verdachte wist noch redelijkerwijs moest vermoeden dat het geld dat hij heeft ontvangen voor de door zijn bedrijf verrichte bouwwerkzaamheden middellijk of onmiddellijk uit misdrijf afkomstig was. De rechtbank acht het onder 8. primair en subsidiair ten laste gelegde dan ook niet bewezen.

De rechtbank is evenmin uit het onderzoek ter terechtzitting gebleken dat verdachte gebruik heeft gemaakt van een woning en een Jaguar en levensonderhoud heeft genoten, terwijl hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat dit alles betaald is met uit misdrijf afkomstig geld. Nu zich in het dossier geen verklaringen of stukken bevinden, waaruit een dergelijk bewustzijn van verdachte blijkt, wordt de verdenking niet door bewijsmiddelen ondersteund. Er is derhalve geen sprake van opzet of schuld ten aanzien van voordeel uit de opbrengst van enig door misdrijf verkregen goed. De rechtbank acht het onder 8. meer subsidiair en meest subsidiair ten laste gelegde dan ook niet bewezen.

Gelet op het bovenstaande is de rechtbank van oordeel dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het onder 8. primair, subsidiair, meer subsidiair en meest subsidiair ten laste gelegde.

De rechtbank past met betrekking tot de onder 1., 2. en 3. ten laste gelegde feiten de volgende bewijsmiddelen toe:

1. De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 9 april 2010, voor zover inhoudende:

[naam] vroeg mij of hij geld kon lenen om vrouwen naar Nederland te brengen, zodat zij in de prostitutie konden werken. Ik heb hem eerst € 30,- geleend en later € 280,-. [naam] vertelde mij dat [slachtoffer 3] en [slachtoffer 2] dit geld zouden terug verdienen in Nederland. [naam 2] was de vriendin van [naam]. Ik heb [naam] dus geld geleend en wist dat het voor de prostitutie was. Die € 280,- heb ik aan [naam] gegeven in Roemenië. [naam] en zijn neef, [naam 2] en [slachtoffer 2] reden langs met de auto.

[slachtoffer 1] kwam een week later. Ik heb haar voor het eerst in Nederland gezien. Ik wist dat [slachtoffer 1] in de prostitutie kwam werken. Zij kwam aan in Eindhoven. Mijn vriendin kwam ook aan in Eindhoven. Ik heb ze beide opgehaald.

[naam 2], [slachtoffer 2], [naam] en zijn neef verbleven de eerste dagen dat ze in Nederland waren in mijn huis. [slachtoffer 1] kwam daar ook in mijn huis te wonen. Ik heb een andere woning voor [naam] en de meisjes geregeld. Het pand was van [naam 3]. Ook het pand in de Weaze was van [naam 3]. [naam 3] vond het goed dat de meisjes in zijn pand in de Weaze gingen werken. De communicatie tussen [naam] en [naam 3] liep via mij; ik fungeerde als tolk. Ik denk dat de meisjes vijf weken hebben gewerkt. [slachtoffer 1] werkte in de prostitutie. Dat weet ik, omdat ik haar heb gezien achter de ramen. [naam] heeft de meisjes in Roemenië gevonden en hij heeft ze naar Nederland gebracht. Alle meisjes wisten dat ze in de prostitutie zouden gaan werken in Nederland.

2. Het door de rechter-commissaris d.d. 19 maart 2009 opgemaakte proces-verbaal (RC-nummers: 09/163 en 09/164) onder meer inhoudende als verklaring van [slachtoffer 1]:

[verdachte] en [naam] hebben tegen mij gelogen en daarom ben ik naar Nederland gekomen. Ik heb hier één maand gewerkt. Mijn geld is afgepakt. Ik mocht alleen geld voor de kamer houden. Ik was bang voor [verdachte]. We moesten van [verdachte] 20 en 25 euro van klanten accepteren, terwijl 30 euro gebruikelijk is. Wij moesten geld voor [verdachte] verdienen. [verdachte] zei tegen mij dat als ik naar de politie zou gaan, hij mij wel zou vinden en mij zou doodmaken. Ik ben nu één maand en twee weken in Nederland. [slachtoffer 2] heb ik hier in Nederland leren kennen. Het was bij haar net zo als bij mij. Het was het idee van [naam] om naar Nederland te komen. Ik ben per bus naar Nederland gekomen. Dit heeft [verdachte] geregeld. Hij heeft het ticket voor mij gekocht. [verdachte] heeft verteld dat ik dat wel moest terugbetalen. [verdachte] vertelde dat ik hem 50 euro per dag moest betalen. Ik ben gedwongen om hier in Nederland in de prostitutie te werken. [verdachte] heeft mij gedwongen. Ook [naam] heeft mij gedwongen. [verdachte] dwong mij door te zeggen dat als ik niet werkte, hij mij zou slaan. [naam] zei dat als ik niet zou werken, hij mij op straat zou zetten. [verdachte] had gezegd dat hij mannen had die mij volgden en ik was bang dat ik zou worden gevolgd. Daarom ben ik niet weggegaan.

[naam] heeft mij de 1e keer naar de seksinrichting in Leeuwarden gebracht waar ik ben gaan werken. [verdachte] had mij verteld waar ik moest werken en [naam] bracht mij er heen. [verdachte] heeft de werkkamer geregeld. [verdachte] heeft mijn werkkleding gekocht. Het klopt dat [verdachte] en [naam] mij met de auto naar het werk brachten en ook wel ophaalden.

Het geld dat ik in de prostitutie verdiende heeft [verdachte]. [naam] heeft ook geld van mij gekregen. Het klopt dat ik per dag 50 euro aan [verdachte] moest betalen. [verdachte] bepaalde de werktijden. Ik moest ook werken als ik ongesteld was. [verdachte] hield mijn werkzaamheden als prostituee in de gaten. Ook de andere meisjes werden door hem gevolgd. Wij moesten [verdachte] aan het einde van de dag vertellen hoeveel klanten wij hadden gehad en hoeveel geld wij hadden verdiend.

[verdachte] heeft mij in Nederland een klap gegeven, hij sloeg mij op mijn wang.

[verdachte] heeft gezegd dat als ik niet de waarheid zou zeggen, hij mij in het water zou gooien. [naam] profiteerde van mijn verdiensten en die van de andere meisjes. [slachtoffer 2] was niet vrijwillig in de prostitutie aan het werk. Dit heeft zij mij verteld.

3. Het in wettelijke vorm d.d. 8 maart 2009 opgemaakte proces-verbaal van politie (proces-verbaalnummer 15102008-A-06-02) onder meer inhoudende als verklaring van [slachtoffer 1]:

[verdachte] heeft lingerie voor mij betaald. Hij heeft voor mij twee setjes gekocht.

4. Het door de rechter-commissaris d.d. 19 maart 2009 opgemaakte proces-verbaal (RC- nummers: 09/163 en 09/164) onder meer inhoudende als verklaring van [slachtoffer 2]:

[verdachte] en [naam] hebben ons (mij, [naam 2] en [naam 4]) hierheen gebracht. We zijn in de prostitutie beland. Ze hebben het geld afgepakt. Wij hebben [verdachte] ontmoet in Satu Mare. [verdachte] heeft daar de sleutels van zijn huis gegeven aan [naam]. We zijn met de auto van [naam] hierheen gekomen. We zijn hier naar de woning van [verdachte] gegaan.

Het beetje geld dat ik overhield, is ook weer afgepakt door [verdachte]. Dit is elke keer gebeurd, dat [verdachte] geld van mij afpakte en dat wij de werkkamer betaalden. [slachtoffer 1] kwam bij mij en zei dat [verdachte] haar had geslagen.

U vraagt mij hoe ik naar Nederland ben gekomen en wiens idee dat was. [naam] vroeg of ik naar Nederland wilde komen

Ik kende de taal hier niet en ook wist ik niet waar ik was. Ik kende de weg niet.

Ik ben gedwongen om hier in Nederland in de prostitutie te werken. [verdachte] en [naam] hebben mij gedwongen. Het klopt dat [verdachte] mij naar het werk bracht en hij al in de auto had gezegd dat ik achter de ramen ging werken. Het klopt dat als [verdachte] ons geld kwam afpakken, hij zei dat wij geld moesten betalen voor de huur. Het klopt ook dat hij elke dag van elk meisje € 50,00 vroeg. Het klopt dat [slachtoffer 1] ook moest werken als zij ongesteld was. Dat gold ook voor mij.

[verdachte] controleerde ons. Hij kwam ongeveer vier keer per week bij ons op het werk. Hij vroeg dan hoe het ging met het werk en hij vroeg om geld. [naam] bracht ons 's ochtends en haalde ons in de avond weer op. Het klopt dat [naam] profiteerde van de verdiensten van de meisjes. Ook gaf hij geld dat hij van ons had gekregen aan [verdachte]. In eerste instantie droeg ik geld af aan [naam]. Dit was uiteindelijk om het geld aan [verdachte] te geven.

5. Het in wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van politie (proces-verbaalnummer 15102008-A-05-03) onder meer inhoudende als verklaring van [slachtoffer 2]:

Ik hield op papier bij hoeveel klanten ik per dag had. Ik moest van [verdachte] een tabel bijhouden.

6. Het door de rechter-commissaris d.d. 16 november 2009 opgemaakte proces-verbaal (RC- nummer: 09/163) onder meer inhoudende als verklaring van [slachtoffer 3]:

Ik ken [verdachte] vanaf januari 2009. Toen ik in Nederland kwam, kwam ik om voor [verdachte] in de prostitutie te werken. [verdachte] heeft [naam] gestuurd om met de auto meisjes te brengen. [verdachte] heeft tegen [naam] gezegd dat hij meisjes nodig had. In Baia Mare heb ik met [naam] gesproken. [naam] heeft mij gevraagd of ik in de prostitutie wou werken. Ik heb ja gezegd. In Satu Mare heeft [naam] [verdachte] ontmoet. [verdachte] heeft geld aan [naam] gegeven, zodat wij naar Nederland konden komen. [verdachte] heeft de reis betaald. Wij zijn naar Nederland gekomen en naar het huis van [verdachte] gegaan. Wij zijn: [naam], [naam 5], [naam 4] en [slachtoffer 2]. [verdachte] is niet met ons meegereisd. Hij kwam met een andere auto. Ik verbleef enkele dagen bij [verdachte] thuis. [verdachte] zei dat als ik niet wilde werken, ik naar Roemenië kon vertrekken. Ik heb bij [bedrijf 2] gewerkt. U vraagt mij hoe vaak ik [verdachte] heb gezien. Hij kwam de hele tijd. Ook toen ik verhuisd was naar de 1-euro. Hij kwam om te zien hoeveel geld ik had verdiend en of er klanten waren. Wij moesten in een schrift noteren wat wij per dag verdienden. Dit moest van [verdachte]. Als je bijvoorbeeld 50 euro zou verdienen, gaf je 25 euro aan [verdachte]. Het klopt dat [verdachte] tegen [naam 4], [slachtoffer 2], [slachtoffer 1] en mij zei dat wij allen de helft van het door ons verdiende geld aan hem moesten afstaan.

7. Het door de rechter-commissaris d.d. 7 december 2009 opgemaakte proces-verbaal (RC- nummer: 09/163) onder meer inhoudende als verklaring van [naam]:

[slachtoffer 1] is naar Nederland gekomen met de hond van [verdachte], in een autobus. U vraagt wie die reis heeft betaald. De vriendin van [verdachte] of [verdachte]. U vraagt of [slachtoffer 1] wist, toen zij nog in Roemenië was, dat zij in Nederland in de prostitutie zou gaan werken. Dat wist ze.

Ik heb haar gevraagd of zij zoiets zou willen gaan doen. Ik heb haar verteld hoe het werk in Nederland in de etalage werkt. Toen ik in Nederland was, belde zij mij en zei ze dat ze wilde komen. Ik heb toen met [verdachte] gesproken. [verdachte] zei dat het goed was en dat ze samen met zijn vriendin [naam 6] kon komen.

U zegt dat ik bij de politie heb verklaard dat [verdachte] mij een maand of drie voor mijn vertrek naar Roemenië heeft gevraagd of ik nog meisjes wist die in de prostitutie konden werken. Ja, dat is waar. U vraagt mij hoe dat gesprek met [verdachte] dan ging. We waren bij [verdachte] thuis en het gesprek ging over vrouwen die werkten. [naam 7] zei tegen mij "Als je naar huis gaat, kijk maar of je vrouwen kunt vinden". Ik zei toen dat ik wel zou kijken. Toen ik naar Roemenië ging, ontmoette ik [slachtoffer 2]. Ik heb [verdachte] ontmoet in Roemenië. Hij vroeg of ik naar enige meisjes wilde uitkijken zoals we toen hadden besproken met [naam 7]. Ik heb [slachtoffer 2] gevraagd of ze naar Nederland wilde komen. Ze zei dat ze er over na zou denken. Ik heb toen tegen [verdachte] gezegd dat ik niet wist of ze zou komen. [verdachte] gaf toen aan dat hij dat meisje wel wilde zien. Ik ben toen met [verdachte] in de auto gestapt en we zijn naar het meisje gereden. [verdachte] zei dat ze haar haar moest knippen en dat ze haar jack moest uittrekken zodat [verdachte] kon zien hoe ze er uit zag. Ik werd door [verdachte] gevraagd om [slachtoffer 2] de volgende ochtend op te halen. Ik heb [slachtoffer 2] opgehaald. De dag erna zijn wij vertrokken. We gingen naar Satu Mare. Daar kreeg ik van [verdachte] € 280,00, zijn GPS en zijn huissleutels. Hij zei dat ik moest vertrekken en dat zij er achteraan zouden rijden. Na anderhalve dag zijn wij in Nederland aangekomen. [verdachte] en [naam 8] kwamen één dag later.

U vraagt wat er met het door [slachtoffer 1] verdiende geld gebeurde. De afspraak was dat [verdachte] 50% zou krijgen van wat de meisjes verdienden. Ik zou dan 15% krijgen van zijn deel. U zegt dat ik heb verklaard dat [slachtoffer 2] vanaf het begin wist dat zij in de prostitutie zou gaan werken en dat zij de helft van haar geld aan mij zou overdragen zodat ik het aan [verdachte] zou geven. U vraagt of dat klopt. Ja, dat klopt.

8. Het in wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van politie (proces-verbaalnummer 15102008-G-12-02) onder meer inhoudende als verklaring van [naam 9]:

Ik ben werkzaam als beheerder van [bedrijf 3], gevestigd te Leeuwarden. Eind januari 2009 kwamen er twee Roemeense meiden bij. Dit waren [naam 2] en [slachtoffer 2]. Enkele dagen later kwamen er nog twee meiden en wel als eerste één die [slachtoffer 1] heet. Ik hoorde van de vrouwen dat er aan het einde van de middag meestal één of twee mannen kwamen die het geld kwamen ophalen. Het viel mij op dat er een donkere jonge man regelmatig bij hen kwam. Tevens heb ik meerdere malen een man gezien die ik ken als [verdachte]. Ik hoorde van [naam 10] dat [verdachte] geld ophaalde bij deze meisjes en als hij het niet deed, dan deed die donkere jongen het. Deze donkere jongen zou volgens [naam 10] [naam] zijn genaamd. Ik heb [verdachte] medegedeeld dat hij niet meer welkom was, gezien de commotie die er ontstond na zijn bezoekjes. Ik bedoel hiermee, dat nadat [verdachte] was geweest, de genoemde Roemeense meiden weer bij elkaar in de kamer kropen als bange schapen.

De rechtbank past met betrekking het onder 7. ten laste gelegde feit de volgende bewijsmiddelen toe:

1. De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 9 april 2010, onder meer inhoudende:

Ik ben in 2007 begonnen met [bedrijf verdachte]. [medeverdachte 1] vertelde [naam 11] en mij dat hij mensen nodig had voor in de bouw. [medeverdachte 1], [naam 11] en ik hebben elkaar getroffen in het grand-café De Dikke van Dale. We spraken af dat wij bouwvakkers zouden regelen. We spraken een uurtarief af van € 12,50. In werkelijkheid zouden wij de bouwvakkers € 8,- per uur betalen. Het verschil zouden wij verdelen met zijn drieën.

Ik hield lijstjes bij van de hoeveelheid uren die de bouwvakkers hadden gewerkt. Elke vrijdag liet ik [medeverdachte 1] de lijstjes zien, zodat hij geld kon overmaken. Daarna maakte ik de facturen op. [medeverdachte 1] had mij laten zien hoe ik facturen moest maken. Op de facturen vermeldde ik alleen de werkzaamheden en de BTW. Ik vermeldde dus niet het aantal gewerkte uren. Ik wist hoeveel uren er waren gewerkt en dat ik € 12,50 moest rekenen per uur. Dit bedrag kwam echter nooit overeen met het bedrag dat op de facturen stond vermeld. Ik zette een veel hoger bedrag op de facturen. Een factuur stelde ik bijvoorbeeld als volgt op. Ik rekende bijvoorbeeld € 2.000,- voor de bouwvakkers, € 500,- voor mijzelf en € 500,- voor [naam 11]. [medeverdachte 1] maakte dan € 10.000,- over en ik gaf hem € 7.000,- contant terug.

De werkzaamheden aan de [adres] in Leeuwarden werden gefactureerd aan [medeverdachte 1]. De werkzaamheden in Bolsward werden gefactureerd aan [adres 2]. Elke week heb ik een factuur gemaakt. De wijze van factureren in Bolsward was identiek aan die in Leeuwarden.

2. Het in wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van de Sociale Inlichtingen- en Opsporingsdienst (proces-verbaalnummer V-04-01) onder meer inhoudende als verklaring van [medeverdachte 1]:

Ik verhuur huizen in Friesland en Groningen. De huizen zijn mijn eigendom. Ik had een gesprek met [verdachte] en [naam 11] in Leeuwarden. Ik denk dat het begin 2007 is geweest. [verdachte] vertelde mij dat hij werk wilde gaan doen in panden van mij. Het bedrijf van [verdachte] was genaamd [bedrijf verdachte]. [verdachte] huurde personeel van een Roemeens bedrijf van [naam 11]. Het pand aan de [adres] werd verbouwd door [bedrijf verdachte]. Ik ben ook aandeelhouder van [adres 2]. Daar heeft [verdachte] ook gewerkt. [verdachte] nam iedere week het werk aan, elke week werd een stuk verder gebouwd. Ik had een bouwdepot bij de Rabobank. Ik had de beschikking over dit geld op mijn bankrekening. Ik moest een factuur inleveren bij de Rabobank en dan kreeg ik toestemming om deze factuur te betalen. De facturen die bij de Rabobank aanwezig zijn, zijn door mij per fax naar hen verzonden. De factuur van [bedrijf verdachte] kreeg ik van [verdachte]. Ik heb hem misschien wel eens gezegd hoe hij het één en ander moest doen. [verdachte] maakte steeds een begroting van de bouwwerkzaamheden. Ik kreeg daarvoor een factuur. Ik had afgesproken dat ik per week zou betalen aan [bedrijf verdachte]. Op de factuur stond een bedrag met de omschrijving "afbouwwerk en sloopwerk".

3. Het door de rechter-commissaris d.d. 21 juni 2010 opgemaakte proces-verbaal (RC- nummers: 09/163, 09/293 en 09/807) onder meer inhoudende als verklaring van [naam 11]:

Mijn bedrijf [bedrijf naam 11] voerde werkzaamheden uit in Nederland. Het gebeurde met een constructie via het Nederlandse bouwbedrijf [bedrijf verdachte] van [verdachte]. Dat is besloten na een bespreking te Leeuwarden met [medeverdachte 1] en [verdachte]. Het was ergens in mei 2007. Voorafgaand aan de komst naar Nederland van de werknemers was afgesproken dat € 8,- voor de werknemer zou zijn en € 4,50 voor [verdachte] en mij. Toen de arbeiders in Nederland waren, bleek de afspraak te zijn dat de commissie in drieën moest worden gedeeld. Namelijk tussen [verdachte], [medeverdachte 1] en mij. [medeverdachte 1] was de bedenker van deze constructie. De ideeën kwamen bijna altijd van [medeverdachte 1]. Het was het idee van [medeverdachte 1] om facturen naar [verdachte] te sturen voor het uurtarief van € 12,50. [medeverdachte 1] maakte wekelijks geld over op een bankrekening van [verdachte]. Vervolgens betaalde [verdachte] contant uit aan de werknemers.

4. Schriftelijke stukken opgenomen in het in wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van de Sociale Inlichtingen- en Opsporingsdienst (ISIS-nummer 66402009000009), welke - zakelijk weergegeven - inhouden:

Meerdere facturen op naam gesteld van [bedrijf verdachte] gericht aan [adres 2], [adres 1] en [medeverdachte], [adres bedrijf 1] met de omschrijving afbouwwerk en sloopwerk [adres 2] en/of afbouwwerk [adres] en/of sloopwerk.

Deze facturen zijn afkomstig uit de administratie van de Rabobank te Damwoude.

Datum eerste factuur: 22 mei 2007

Datum laatste factuur: 3 maart 2008

De facturen belopen een totaalbedrag van € 401.434,-.

Bovenstaande wettige bewijsmiddelen - in onderling verband en samenhang beschouwd - houden de redengevende feiten en omstandigheden in waarop de beslissing van de rechtbank steunt dat verdachte het hierna bewezenverklaarde feiten heeft begaan.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht het onder 1., 2., 3. en 7. ten laste gelegde bewezen, met dien verstande dat:

1.

hij in de periode van 1 februari 2009 tot en met 7 maart 2009 te Leeuwarden, en elders in Nederland tezamen en in vereniging met een ander,

sub 1 - een vrouw, [slachtoffer 1], door dwang en geweld en andere feitelijkheden en door dreiging met geweld of andere feitelijkheden door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht, door misbruik van een kwetsbare positie, heeft geworven, vervoerd, overgebracht en gehuisvest, met het oogmerk van uitbuiting van die [slachtoffer 1] en

sub 3 - een vrouw, [slachtoffer 1], heeft aangeworven met het oogmerk die vrouw in een ander land ertoe te brengen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling en

sub 4 - een vrouw, [slachtoffer 1], met een van de onder sub 1 genoemde middelen heeft bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten dan wel onder een of meer van de onder sub 1 genoemde omstandigheden enige handelingen heeft ondernomen waarvan hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat die [slachtoffer 1] zich daardoor beschikbaar zouden stellen tot het verrichten van arbeid of diensten en

sub 6 - opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de uitbuiting van een vrouw, [slachtoffer 1], en

sub 9 - een vrouw, [slachtoffer 1], met een van de onder sub 1 genoemde middelen heeft gedwongen dan wel bewogen hem verdachte te bevoordelen uit de opbrengst van de seksuele handelingen van die [slachtoffer 1] met of voor een derde, immers heeft verdachte met zijn mededader,

- een busticket voor die [slachtoffer 1] geregeld waarmee zij van Roemenie naar Nederland kon reizen en tegen die [slachtoffer 1] gezegd dat ze het busticket wel terug moest betalen en E 50,- per dag moest afstaan aan verdachte en verdachtes mededader en

- nadat die [slachtoffer 1] in Nederland was gekomen, een plaats voor die [slachtoffer 1] gezocht waar zij zich moest prostitueren en

- lingeriesetjes voor die [slachtoffer 1] gekocht en instructies gegeven hoe zij om moest gaan met klanten en hoeveel ze moest vragen en

- telkens een groot deel van het door die [slachtoffer 1] in de prostitutie verdiende geld aan verdachte en verdachtes mededader laten afstaan en

- telkens gecontroleerd hoeveel klanten zij per dag had gehad en hoeveel geld zij had verdiend en

- die [slachtoffer 1] in het gezicht heeft geslagen en

- die [slachtoffer 1] heeft bedreigd en

- tegen die [slachtoffer 1] gezegd dat als ze niet zou werken ze op straat zou worden gezet en als ze niet de waarheid zou vertellen ze in het water zou worden gegooid en ze ook moest werken als ze ongesteld was en

- die [slachtoffer 1] telkens naar haar werk gebracht en weer opgehaald,

terwijl die [slachtoffer 1] de Nederlandse taal niet of onvoldoende sprak/beheerste en onbekend was in Nederland en met de Nederlandse regels en wetten en gewoonten en gebruiken.

2.

hij in de periode van 1 januari 2009 tot en met 7 maart 2009 te Leeuwarden, en elders in Nederland tezamen en in vereniging met een ander,

sub 1 - een vrouw, [slachtoffer 2], door dwang en andere door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht, door misbruik van een kwetsbare positie, heeft geworven, vervoerd, overgebracht, gehuisvest of opgenomen, met het oogmerk van uitbuiting van die [slachtoffer 2], en

sub 3 - een vrouw, [slachtoffer 2], heeft aangeworven en meegenomen met het oogmerk die vrouw in een ander land ertoe te brengen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling en

sub 4 - een vrouw, [slachtoffer 2], met een van de onder sub 1 genoemde middelen heeft bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten dan wel onder een of meer van de onder sub 1 genoemde omstandigheden enige handelingen heeft ondernomen waarvan hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat die [slachtoffer 2] zich daardoor beschikbaar zouden stellen tot het verrichten van arbeid of diensten en

sub 6 - opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de uitbuiting van een vrouw, [slachtoffer 2], en

sub 9 - een vrouw, [slachtoffer 2], met een van de onder sub 1 genoemde middelen heeft gedwongen dan wel bewogen hem verdachte te bevoordelen uit de opbrengst van de seksuele handelingen van die [slachtoffer 2] met of voor een derde, immers heeft verdachte met zijn mededader,

- die [slachtoffer 2] meegenomen in een personenauto van Roemenie naar Nederland en

- nadat die [slachtoffer 2] in Nederland was gekomen, een plaats voor die [slachtoffer 2] gezocht waar zij zich moest prostitueren en

- telkens een groot deel van het door die [slachtoffer 2] in de prostitutie verdiende geld aan verdachte en verdachtes mededader laten afstaan en

- telkens gecontroleerd hoeveel klanten zij per dag had gehad en hoeveel geld zij had verdiend en

- die [slachtoffer 2] een tabel laten bijhouden waarin stond hoeveel ze had verdiend en

- die [slachtoffer 2] telkens naar haar werk gebracht en weer opgehaald,

terwijl die [slachtoffer 2] de Nederlandse taal niet of onvoldoende sprak/beheerste en onbekend was in Nederland en met de Nederlandse regels en wetten en gewoonten en gebruiken;

3.

hij in de periode van 1 januari 2009 tot en met 7 maart 2009 te Leeuwarden en elders in Nederland tezamen en in vereniging met een ander

sub 1 - een vrouw, [slachtoffer 3], door dwang en andere door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht, door misbruik van een kwetsbare positie, heeft geworven, vervoerd, overgebracht, gehuisvest of opgenomen, met het oogmerk van uitbuiting van die [slachtoffer 3] en

sub 3 - een vrouw, [slachtoffer 3], heeft meegenomen met het oogmerk die vrouw in een ander land ertoe te brengen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van een of meer seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling en

sub 4 - een vrouw, [slachtoffer 3], met een van de onder sub 1 genoemde

middelen heeft bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten dan wel onder een of meer van de onder sub 1 genoemde omstandigheden enige handelingen heeft ondernomen waarvan hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat die [slachtoffer 3] zich daardoor beschikbaar zouden stellen tot het verrichten van arbeid of diensten en

sub 6 - opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de uitbuiting van een vrouw, [slachtoffer 3], en

sub 9 - een vrouw, [slachtoffer 3], met een van de onder sub 1 genoemde

middelen heeft gedwongen dan wel bewogen hem verdachte te bevoordelen uit de opbrengst van de seksuele handelingen van die [slachtoffer 3] met of voor een derde, immers heeft verdachte met zijn mededader,

- aan die [slachtoffer 3] gevraagd of ze in Nederland in de prostitutie wilde gaan

werken en

- die [slachtoffer 3] meegenomen in een personenauto van Roemenië naar Nederland en

- de reis voor die [slachtoffer 3] betaald en

- nadat die [slachtoffer 3] was aangekomen in Nederland een plaats voor die [slachtoffer 3] gezocht waar zij zich moest prostitueren en

- tegen die [slachtoffer 3] gezegd dat als ze niet in de prostitutie ging werken ze zou worden teruggestuurd naar Roemenië en

- telkens die [slachtoffer 3] gecontroleerd en gevraagd of ze wel geld had verdiend in de prostitutie en

- telkens een groot deel van het door die [slachtoffer 3] in de prostitutie verdiende geld aan verdachte en verdachtes mededader laten afstaan en terwijl die [slachtoffer 3] de Nederlandse taal niet of onvoldoende sprak/beheerste en onbekend was in Nederland en met de Nederlandse regels en wetten en gewoonten en gebruiken en bijna niemand in Nederland kende en bewerkstelligd dat die [slachtoffer 3] van hen afhankelijk was;

7.

hij in de periode van 22 mei 2007 tot en met 3 maart 2008 te Leeuwarden, tezamen en in vereniging met een ander, meermalen, telkens een factuur op naam gesteld van [bedrijf verdachte] gericht aan [adres 2], [adres 1] en [medeverdachte] [adres bedrijf 1], - elk zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van

enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt, immers hebben verdachte en zijn mededader telkens valselijk naast de omschrijving afbouwwerk en sloopwerk [adres 2] en/of schilderwerk en Stuckwerk [adres 2] en/of afbouwwerk [adres] en sloopwerk, een hoger factuurbedrag vermeld dan de werkelijk door [bedrijf verdachte] gemaakte kosten, zulks telkens met het oogmerk om die geschriften als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken.

De verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op de misdrijven:

1. Mensenhandel, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

2. Mensenhandel, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

3. Mensenhandel, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

7. Medeplegen van valsheid in geschrift, meermalen gepleegd.

Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

De rechtbank neemt bij de bepaling van de hierna te vermelden strafsoort en strafmaat in aanmerking:

- de aard en de ernst van de gepleegde feiten;

- de omstandigheden waaronder deze zijn begaan;

- de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken en deze naar voren komt uit het uittreksel uit het algemeen documentatieregister;

- de vordering van de officier van justitie;

- het pleidooi van de raadsman.

Verdachte heeft zich samen met een ander schuldig gemaakt aan mensenhandel in drie gevallen. Hij heeft drie uit Roemenië afkomstige vrouwen onder valse voorwendsels naar Nederland gebracht om hen in de prostitutie te laten werken. Verdachte heeft daarmee de persoonlijke vrijheid van deze vrouwen geschonden en hen in een moderne vorm van slavernij gehouden. Een dergelijke gedraging is zo flagrant in strijd met fundamentele rechtsbeginselen en met het grondrecht van persoonlijke vrijheid dat alleen een langdurige gevangenisstraf dit onrecht kan compenseren.

Voorts heeft verdachte samen met een ander een aantal valse facturen op naam van zijn onderneming opgemaakt, waardoor hij de mogelijkheid schiep dat een ander daarmee te grote geldbedragen kon declareren bij een kredietinstelling. Verdachtes gedraging kon er bovendien toe leiden dat deze kredietinstelling onwetend valse stukken in haar boekhouding opnam, maar ook dat de boekhouding van verdachtes onderneming niet met de werkelijkheid overeenkwam. Nu verdachte hieraan willens en wetens heeft meegewerkt met geen ander oogmerk dan verrijking van zichzelf en een ander ten koste van een derde past ook daarom een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Een andere sanctie zou aan de maatschappelijke betekenis van de misdraging geen recht doen.

Benadeelde partijen

[slachtoffer 6] heeft zich voor de aanvang van de terechtzitting als benadeelde partij in het strafproces gevoegd door middel van indiening van het voorgeschreven formulier bevattende de opgave van een vordering tot vergoeding van door hem geleden schade ten gevolge van het aan verdachte onder 4. ten laste gelegde.

Nu de rechtbank verdachte zal vrijspreken van het hem onder 4. ten laste gelegde, dient de benadeelde partij niet-ontvankelijk te worden verklaard.

[slachtoffer 4] heeft zich voor de aanvang van de terechtzitting als benadeelde partij in het strafproces gevoegd door middel van indiening van het voorgeschreven formulier bevattende de opgave van een vordering tot vergoeding van door hem geleden schade ten gevolge van het aan verdachte onder 4. ten laste gelegde.

Nu de rechtbank verdachte zal vrijspreken van het hem onder 4. ten laste gelegde, dient de benadeelde partij niet-ontvankelijk te worden verklaard.

[slachtoffer 8] heeft zich voor de aanvang van de terechtzitting als benadeelde partij in het strafproces gevoegd door middel van indiening van het voorgeschreven formulier bevattende de opgave van een vordering tot vergoeding van door hem geleden schade ten gevolge van het aan verdachte onder 6. ten laste gelegde.

Nu de rechtbank verdachte zal vrijspreken van het hem onder 6. ten laste gelegde, dient de benadeelde partij niet-ontvankelijk te worden verklaard.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 47, 57, 225 en 273f van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

DE UITSPRAAK VAN DE RECHTBANK LUIDT, RECHTDOENDE:

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte onder 4., 5., 6. en 8. primair, subsidiair, meer subsidiair en meest subsidiair is ten laste gelegd en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1., 2., 3. en 7. ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar in voege als voormeld en verdachte deswege strafbaar.

Veroordeelt verdachte te dier zake tot:

Een gevangenisstraf voor de duur van drie jaren.

Beveelt, dat de tijd door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezenverklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Benadeelde partijen

Bepaalt dat de benadeelde partij [slachtoffer 6] niet ontvankelijk is in de vordering en dat deze slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

Bepaalt dat deze benadeelde partij en verdachte ieder de eigen kosten draagt.

Bepaalt dat de benadeelde partij [slachtoffer 8] niet ontvankelijk is in de vordering en dat deze slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

Bepaalt dat deze benadeelde partij en verdachte ieder de eigen kosten draagt.

Bepaalt dat de benadeelde partij [slachtoffer 4] niet ontvankelijk is in de vordering en dat deze slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

Bepaalt dat deze benadeelde partij en verdachte ieder de eigen kosten draagt.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.H. Severein, voorzitter, mr. H. Mol en mr. A.F. Germs-de Goede, rechters, bijgestaan door mr. M.F. Alting, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 13 juli 2010.

Mr. H. Mol is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

1 Tractatenblad 2001, 69.

2 Tractatenblad 2001, 70.

3 Noyon-Langemeijer-Remmelink, Het Wetboek van strafrecht (bew. door Fokkens-Machielse), aant. 3.3 op art. 273f; Cleiren-Nijboer, Tekst & Commentaar Strafrecht, 7e druk, aantt. 8 en 9 op art. 273f; [Kor]vinus-Koster-De Jonge van Ellemeet, Mensenhandel: het begrip uitbuiting in art. 273a Sr, Trema 2006, pp. 286-290.

4 Hoge Raad 27 oktober 2009, LJN BI7097.