Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLEE:2010:BN0604

Instantie
Rechtbank Leeuwarden
Datum uitspraak
06-07-2010
Datum publicatie
08-07-2010
Zaaknummer
17/756471-08 PROM
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verkeersongeval, onvoorzichtig, onoplettend, onachtzaam, frontale botsing, extreem hoge snelheid

Wetsverwijzingen
Wegenverkeerswet 1994 6
Wegenverkeerswet 1994 175
Wegenverkeerswet 1994 179
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LEEUWARDEN

Sector straf

parketnummer 17/756471-08

vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 6 juli 2010 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1989 te [geboorteplaats],

wonende te [adres]

De rechtbank heeft gelet op het ter terechtzitting gehouden onderzoek van 22 juni 2010.

De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. J.J. Lieftink, advocaat te Amsterdam.

Tenlastelegging

Aan verdachte is, na wijziging van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:

verdachte

op of omstreeks 4 december 2008

onder of nabij Menaldum, (althans) in de gemeente Menaldumadeel,

als verkeersdeelnemer,

namelijk als bestuurder van een vierwielig motorrijtuig (een personenauto)

daarmee rijdende over de Rijksweg A 31, komende uit de richting van Marssum

en gaande in de richting van Harlingen,

zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval

heeft plaatsgevonden,

doordat verdachte roekeloos, althans zeer, in elk geval aanmerkelijk,

onvoorzichtig en/of onoplettend en/of onachtzaam is geweest,

aangezien verdachte, toen, aldaar, rijdende met een snelheid van (tenminste)

(ongeveer) 183 kilometer per uur, althans met een aanzienlijk hogere snelheid

dan de ter plaatse voor motorrijtuigen toegestane snelheid van 120 kilometer

per uur, in elk geval met een (veel) te hoge snelheid voor een veilig verkeer

ter plaatse en/of

toen de snelheid van het door hem, verdachte, bestuurde motorrijtuig niet

zodanig heeft geregeld dat hij in staat was zijn motorrijtuig tot stilstand te

brengen binnen de afstand waarover hij die we kon overzien en waarover deze

vrij was en/of

onvoldoende afstand heeft gehouden tot en/of in onvoldoende mate rekening

heeft gehouden met een zich voor hem, verdachte, op de rijbaan van die weg

rijdend ander motorrijtuig (een personenauto van het merk Audi) en/of

(vervolgens) met (de voorzijde van) het door hem, verdachte, bestuurde

motorrijtuig (frontaal of nagenoeg frontaal) is aangereden of (op)gebotst

tegen (de achterzijde van) dat andere motorrijtuig, die met een aanzienlijk

lagere snelheid dan verdachte (aanvankelijk) in dezelfde richting als

verdachte over de rijbaan van die weg reed,

tengevolge, althans mede tengevolge, waarvan het door verdachte bestuurde

motorrijtuig, via de vluchtstrook, in de - gezien in zijn, verdachtes,

rijrichting - rechts naar de rijbaan van die weg gelegen berm is

terechtgekomen of beland en/of vervolgens meermalen, in elk geval eenmaal, om

de lengte-as is geroteerd, althans over de kop is geslagen en/of uiteindelijk

op de kop tot stilstand is gekomen,

waardoor, althans mede waardoor, een inzittende van het door verdachte

bestuurde motorrijtuig, [slachtoffer 1] geheten, werd gedood, althans zodanig

(zwaar) lichamelijk letsel werd toegebracht, dat die [slachtoffer 1] is overleden

en/of een andere inzittende van het door verdachte bestuurde motorrijtuig, [slachtoffer 2] geheten, zodanig (zwaar) lichamelijk letsel werd toegebracht dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de normale bezigheden is ontstaan

en/of de bestuurder van dat andere motorrijtuig (die Audi), [slachtoffer 3]

geheten, (zwaar) lichamelijk letsel, te weten (onder meer) een bekkenbreuk

en/of een schouderbreuk, werd toegebracht, althans zodanig (zwaar)

lichamelijk letsel werd toegebracht dat daaruit tijdelijke ziekte of

verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan;

Subsidiair zo het vorenstaande niet mocht leiden tot schuldigverklaring van en

strafoplegging aan verdachte

verdachte

op of omstreeks 4 december 2008,

onder of nabij Menaldum, (althans) in de gemeente Menaldumadeel,

als bestuurder van een vierwielig motorrijtuig (een personenauto) heeft

gereden over de rijbaan van de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de

Rijksweg A31, komende uit de richting van Marssum en gaan de in de richting

van Harlingen,

met een snelheid van (tenminste) (ongeveer) 183 kilometer per uur, althans

met een aanzienlijk hogere snelheid dan de ter plaatse voor motorrijtuigen

toegestane snelheid van 120 kilometer per uur, in elk geval met een (veel) te

hoge snelheid voor een veilig verkeer ter plaatse en/of

toen, aldaar, de snelheid van het door hem, verdachte, bestuurde motorrijtuig

niet zodanig heeft geregeld dat hij in staat was zijn motorrijtuig tot

stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij die weg kon overzien en

waarover deze vrij was

en/of

onvoldoende afstand heeft gehouden tot en/of in onvoldoende mate rekening

heeft gehouden met een zich voor hem, verdachte, op de rijbaan van die weg

rijdend ander motorrijtuig (een personenauto van het merk Audi)

en/of

(vervolgens) met (de voorzijde van) het door hem, verdachte, bestuurde

motorrijtuig (frontaal of nagenoeg frontaal) is aangereden of (op)gebotst

tegen (de achterzijde van) dat andere motorrijtuig, die met een aanzienlijk

lagere snelheid dan verdachte, in elk geval met een aanzienlijk

snelheidsverschil, (aanvankelijk) in dezelfde richting als verdachte over de

rijbaan van die weg reed,

tengevolge, althans mede tengevolge, waarvan het door verdachte bestuurde

motorrijtuig, via de vluchtstrook, in de - gezien in zijn, verdachtes,

rijrichting - rechts naar de rijbaan van die weg gelegen berm is

terechtgekomen of beland en/of (vervolgens) meermalen, in elk geval eenmaal,

om de lengte-as is geroteerd, althans over de kop is geslagen en/of

uiteindelijk op de kop tot stilstand is gekomen,

waardoor, althans mede waardoor, een inzittende van het door verdachte

bestuurde motorrijtuig, [slachtoffer 1] geheten, werd gedood en/of de

bestuurder van dat andere motorrijtuig (die Audi), [slachtoffer 3] geheten,

(zwaar) lichamelijk letsel, te weten (onder meer) een bekkenbreuk en/of een

schouderbreuk, werd toegebracht en waarbij letsel aan (een) (tweetal)

andere inzittende(n) van het door hem, verdachte, bestuurde motorrijtuig,

[slachtoffer 2], respectievelijk [slachtoffer 4] geheten, is ontstaan,

door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt,

althans kon worden veroorzaakt en/of het verkeer op die weg werd gehinderd,

althans kon worden gehinderd;

In de tenlastelegging voorkomende schrijffouten of kennelijke misslagen worden verbeterd gelezen. De verdachte is hierdoor niet in zijn belangen geschaad.

Vordering officier van justitie

De officier van justitie heeft ter terechtzitting gevorderd:

- veroordeling voor het primair ten laste gelegde;

- oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van negen maanden waarvan drie maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren;

- oplegging van een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van drie jaren.

Beoordeling van het bewijs

De rechtbank past met betrekking tot het primair ten laste gelegde feit de volgende bewijsmiddelen toe, met inachtneming van het bepaalde in artikel 359, derde lid, tweede volzin van het Wetboek van Strafvordering:

1. de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 22 juni 2010;

2. het in wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal nummer 2008129947-1 d.d. 28 maart 2009, bevattende diverse geschriften en processen-verbaal, waaronder:

2.1. het in wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor van [getuige 1] (pag. 15);

2.2. het in wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor van [getuige 2] (pag. 16);

2.3. het in wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor van [getuige 3] (pag. 18);

2.4. het in wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer 3] (pag. 24);

3. het in wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal verkeersanalyse nummer 041208.2140.0006, d.d. 19 maart 2009 met bijlagen;

4. het in wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor bij de rechter-commissaris van [verbalisant 1] d.d. 20 april 2010;

5. het in wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor bij de rechter-commissaris van [verbalisant 2] d.d. 20 april 2010;

6. een schriftelijk stuk, zijnde een medische verklaring betreffende [slachtoffer 2], d.d. 8 januari 2009;

7. een schriftelijk stuk, zijnde een medische verklaring betreffende [slachtoffer 3], d.d. 8 januari 2009;

8. een schriftelijk stuk, zijnde een verslag betreffende een niet natuurlijk dood betreffende [slachtoffer 1], d.d. 4 december 2008.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht het primair ten laste gelegde bewezen, met dien verstande dat:

verdachte op 4 december 2008 nabij Menaldum, in de gemeente Menaldumadeel,

als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een vierwielig motorrijtuig (een personenauto) daarmee rijdende over de Rijksweg A 31, komende uit de richting van Marssum en gaande in de richting van Harlingen, zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden,

doordat verdachte zeer onvoorzichtig en onoplettend en onachtzaam is geweest, aangezien verdachte toen aldaar rijdende met een snelheid van ongeveer 183 kilometer per uur, de snelheid van het door hem, verdachte, bestuurde motorrijtuig niet zodanig heeft geregeld dat hij in staat was zijn motorrijtuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij die weg kon overzien en waarover deze vrij was en onvoldoende afstand heeft gehouden tot en in onvoldoende mate rekening heeft gehouden met een zich voor hem, verdachte, op de rijbaan van die weg rijdend ander motorrijtuig (een personenauto van het merk Audi) en

vervolgens met de voorzijde van het door hem, verdachte, bestuurde motorrijtuig frontaal is aangereden of gebotst tegen de achterzijde van dat andere motorrijtuig, die met een aanzienlijk lagere snelheid dan verdachte in dezelfde richting als verdachte over de rijbaan van die weg reed, tengevolge waarvan het door verdachte bestuurde motorrijtuig, via de vluchtstrook, in de - gezien in zijn, verdachtes, rijrichting - rechts naar de rijbaan van die weg gelegen berm is terechtgekomen en vervolgens meermalen over de kop is geslagen en uiteindelijk op de kop tot stilstand is gekomen,

waardoor een inzittende van het door verdachte bestuurde motorrijtuig, [slachtoffer 1] geheten, werd gedood en een andere inzittende van het door verdachte bestuurde motorrijtuig, [slachtoffer 2] geheten, zwaar lichamelijk letsel werd toegebracht en de bestuurder van dat andere motorrijtuig (die Audi), [slachtoffer 3] geheten, zwaar lichamelijk letsel, te weten (onder meer) een bekkenbreuk en een schouderbreuk, werd toegebracht.

De verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op de misdrijven:

primair:

Overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander wordt gedood

en

overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander lichamelijk letsel wordt toegebracht, meermalen gepleegd.

Dit feit is strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

De rechtbank neemt bij de bepaling van de hierna te vermelden strafsoort en strafmaat in aanmerking:

- de aard en de ernst van het gepleegde feit;

- de omstandigheden waaronder dit is begaan;

- de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken en deze naar voren komt uit het uittreksel uit het algemeen documentatieregister en het voorlichtingsrapport;

- de vordering van de officier van justitie;

- het pleidooi van de raadsman.

Verdachte heeft een auto-ongeval veroorzaakt tengevolge waarvan een jongen van 19 jaar is overleden. Een tweede inzittende van de door verdachte bestuurde auto heeft ernstig letsel opgelopen, waarvan hij tot op heden de lichamelijke gevolgen ondervindt. Aan de bestuurder van de auto waartegen verdachte met zijn auto is gebotst, is eveneens letsel toegebracht.

Het ongeval heeft kunnen gebeuren doordat verdachte met extreem hoge snelheid heeft gereden, waarbij hij zijn aandacht niet steeds bij het verkeer gehouden heeft. Door dit handelen van verdachte is aan anderen veel leed toegebracht en zullen de nabestaanden van de overleden jongen met het gemis moeten leren leven.

Over verdachte is door de reclassering gerapporteerd. Hierbij is ruim aandacht besteed aan de psychische kwetsbaarheid van verdachte. Ter terechtzitting heeft verdachte aangegeven te lijden onder hetgeen hij teweeggebracht heeft. Hij heeft aangegeven mee te leven met de betrokkenen en hun families en de nabestaanden van de overleden jongen.

Verdachte heeft echter ook verklaard dat hij een stevige rijder is. Hij zou bij het overschrijden van de maximumsnelheid in de gaten houden met hoeveel kilometer hij dit doet, zodat zijn rijbewijs niet in gevaar komt. Op het moment dat hij het ongeval veroorzaakte, beschikte verdachte slechts anderhalf jaar over een rijbewijs.

Uit het gebeurde en de verklaringen van verdachte over zijn rijgedrag in het algemeen, kan de rechtbank afleiden dat verdachte niet de verantwoordelijkheid heeft genomen die op hem als verkeersdeelnemer rust. In het licht hiervan, alsmede in het licht van de gevolgen van het ongeval en de hiervoor geldende oriëntatiepunten, kan de rechtbank niet volstaan met het opleggen van een werkstaf in combinatie met een voorwaardelijke gevangenisstraf. De ernst van het gedrag van verdachte maakt dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf onvermijdelijk is. Hierbij zal de rechtbank het advies van de reclassering om de gevolgen hiervan eerst in beeld te laten brengen niet volgen. Zij ziet hiervoor onvoldoende aanleiding mede gelet op het feit dat ten aanzien van de duur van de onvoorwaardelijke gevangenisstraf de rechtbank het zal laten bij hetgeen de officier van justitie hieromtrent heeft gevorderd. Een gedeelte van de gevangenisstraf zal voorwaardelijk worden opgelegd met daarnaast een onvoorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur als door de officier geëist

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c en 57 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 6, 175 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

DE UITSPRAAK VAN DE RECHTBANK LUIDT, RECHTDOENDE:

Verklaart het primair ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar in voege als voormeld en verdachte deswege strafbaar.

Veroordeelt verdachte te dier zake tot:

Een gevangenisstraf voor de duur van negen maanden.

Bepaalt, dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot drie maanden niet zal worden tenuitvoergelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond, dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd, welke hierbij wordt vastgesteld op twee jaren, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen -bromfietsen daaronder begrepen- voor de tijd van drie jaren.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezenverklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.G.W. Lootsma-Oude Nijeweme, voorzitter, mr. R. Baluah en mr. C. Tuinstra, rechters, bijgestaan door D.P. Postma-Westerhof, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 6 juli 2010.

Mr. Tuinstra is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.