Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLEE:2010:BM4596

Instantie
Rechtbank Leeuwarden
Datum uitspraak
12-05-2010
Datum publicatie
20-05-2010
Zaaknummer
AWB 09/2420
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Wet werk en bijstand. Woonplaats. Anonieme verklaringen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LEEUWARDEN

Sector bestuursrecht

procedurenummer: AWB 09/2420

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 mei 2010 als bedoeld in afdeling 8.2.6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)

in het geding tussen

[naam],

wonende te [woonplaats],

eiser (hierna: [X]),

gemachtigde: drs. C. Atema, werkzaam bij de Stichting Bok-die-leit, bestuursrechtelijk steunfunctiebureau te Sint Annaparochie,

en

de Dienst Sociale Zaken en Werkgelegenheid Noardwest Fryslân,

verweerder (hierna: de dienst),

gemachtigde: F.B. Visser, werkzaam bij de dienst.

Procesverloop

Bij brief van 15 september 2009 heeft de dienst [X] mededeling gedaan van zijn besluit op bezwaar (hierna: het bestreden besluit) betreffende de toepassing van de Wet werk en bijstand (WWB). Tegen dit besluit heeft [X] beroep aangetekend. De zaak is behandeld ter zitting van de rechtbank, gehouden op 15 maart 2010, waarbij [X] in persoon is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde, en het college zich heeft laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Motivering

Feiten

1.1 Op 29 april 2009 heeft [X] bij de dienst een aanvraag om bijstand ingediend. In het aanvraagformulier heeft hij onder "Gegevens verblijfadres" aangegeven dat hij woont op het adres [A] te [B]. Op dit adres wonen de ouders van [X].

1.2 Bij besluit van 4 juni 2009 heeft de dienst de aanvraag afgewezen op grond van artikel 40, eerste lid, van de WWB, onder de overweging dat [X] geen woonplaats heeft in [B], in de gemeente Franekeradeel, dat valt onder het werkgebied van de dienst, maar hoofdzakelijk verblijft in de gemeente Leeuwarden, op camping [naam camping] ([veldje waar X staat]). Dit besluit is gebaseerd op het rapport van 28 mei 2009 van [Y]. In dit rapport zijn onder meer anoniem afgelegde verklaringen van een aantal buurtbewoners in [B], de ex-partner van [X], de receptioniste van de camping en van een vrouw die op [veldje waar X staat] een standplaats heeft, aangehaald.

1.3 Bij het bestreden besluit heeft de dienst, overeenkomstig het advies van de bezwaarschriftencommissie, de beslissing van 4 juni 2009 gehandhaafd, met dien verstande dat aan [X] over 30 en 31 mei 2009 wel bijstand is toegekend, omdat hij per 30 mei 2009 ingeschreven staat in de gemeente Het Bildt, die net als de gemeente Franekeradeel valt onder het werkgebied van de dienst. Daarnaast heeft de dienst aan [X] een proceskostenvergoeding van € 644,00 verstrekt in verband met de door hem ter zake van het bezwaar gemaakte kosten.

Geschil

2.1 De dienst is van opvatting dat hij terecht en op goede gronden heeft aangenomen dat [X] tot 30 mei 2009 zijn woonverblijf had in de gemeente Leeuwarden, op de camping, en niet in de gemeente Franekeradeel, te [B]. [X] bestrijdt deze opvatting. Daarnaast verschillen partijen van mening over de vraag of de dienst, na diens -in de visie van [X] onjuiste- constatering dat [X] woonachtig is in de gemeente Leeuwarden, de bijstandsaanvraag had moeten doorzenden naar de (sociale dienst van de) gemeente Leeuwarden.

Beoordeling van het geschil

3.1 [X] heeft zijn bijstandsaanvraag ingediend bij de dienst. In het aanvraagformulier heeft hij aangegeven dat hij woont in [B]. [X] heeft verder ook steeds beweerd woonachtig te zijn in deze plaats. Naar het oordeel van de rechtbank kan daarom niet staande worden gehouden dat [X] zijn aanvraag bij de verkeerde (sociale) dienst heeft ingediend. De dienst was dus bevoegd om kennis te nemen van de aanvraag. Het betoog dat de dienst de aanvraag had moeten doorzenden naar de gemeente Leeuwarden faalt derhalve. Dat de dienst de aanvraag vervolgens op inhoudelijke gronden heeft afgewezen onder de overweging dat [X] niet zijn hoofdverblijf heeft in de gemeente Franekeradeel, maar in de gemeente Leeuwarden, maakt dit niet anders.

3.2 Op grond van artikel 40, eerste lid, van de WWB bestaat het recht op bijstand jegens het college waar belanghebbende woonplaats heeft als bedoeld in de artikelen 10, eerste lid, en 11 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW).

3.3 De vraag waar iemand woonplaats heeft als bedoeld in artikel 40, eerste lid, van de WWB moet worden beantwoord aan de hand van concrete feiten en omstandigheden (vgl. LJN: BL5309). In de uitspraak van 8 oktober 1996 (gepubliceerd in JABW 1996, 239) heeft de Centrale Raad van Beroep overwogen dat anonieme verklaringen weliswaar grond kunnen zijn voor een onderzoek naar de rechtmatigheid van een uitkering, maar dat dergelijke verklaringen niet kunnen dienen als bewijs van de onrechtmatigheid van een uitkering reeds omdat dergelijke verklaringen niet controleerbaar zijn. De rechtbank oordeelt daarom dat de anonieme verklaringen niet kunnen dienen als bewijs voor de stelling van de dienst dat [X] ten tijde in geschil geen woonplaats had in [B].

3.4 Vervolgens is aan de orde of het overige in het rapport gepresenteerde materiaal het standpunt van de dienst dat [X] ten tijde in geschil geen woonplaats had in [B] kan dragen. De rechtbank beantwoordt deze vraag ontkennend. Hierbij neemt de rechtbank in aanmerking dat het rapport voor wat betreft de verklaringen van [X] niet voldoet aan de eisen die hieraan gesteld mogen worden. Gebruikelijk is dat dergelijke verklaringen worden opgenomen in een op ambtseed opgemaakt proces-verbaal dat vervolgens wordt voorgelezen aan de betrokkene. Deze betrokkene kan dan vervolgens aangegeven of hij zich kan vinden in het proces-verbaal. Hij maakt dit kenbaar door het zetten van zijn handtekening onder het proces-verbaal. Van een dergelijk proces-verbaal is echter geen sprake. Dit geldt ook voor de anoniem afgelegde verklaringen. Het rapport bevat dus niet meer dan door [Y] gemaakte aantekeningen en een aantal kennelijk door hem gemaakte, maar niet ondertekende verslagen, zoals namens de dienst ter zitting is erkend. Wat hier ook van zij, [X] heeft aangegeven dat hij drie nachten per week verbleef op de camping, teneinde zijn ouders te ontlasten en om daar tijd door te brengen met zijn kinderen. Hij heeft verder verklaard dat hij zijn adres op de camping gebruikte als een soort werkadres, omdat de meeste van zijn werkzaamheden zich afspelen in en rondom Leeuwarden. Dit verklaart ook de PIN-transacties die zijn gedaan in de omgeving van Leeuwarden. In zoverre kan de woonsituatie van [X] naar het oordeel van de rechtbank vergeleken worden met die van een bouwvakker die in verband met een bepaalde klus gedurende een bepaalde periode een aantal dagen en nachten per week niet op zijn werkelijke woonadres verblijft.

3.5 De rechtbank is al met al van oordeel dat het door de dienst gepresenteerde materiaal de stelling dat [X] gedurende de periode in geding geen woonplaats had in [B] niet kan dragen. Het beroep is daarom gegrond en het bestreden besluit zal worden vernietigd, behalve voor zover de dienst daarin [X] alsnog over 30 en 31 mei 2009 bijstand heeft toegekend en hem de proceskosten in bezwaar heeft vergoed. De rechtbank ziet geen aanleiding om met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, van de Awb het primaire besluit van 4 juni 2009 te herroepen en thans te bepalen dat [X] over de periode van 29 april 2009 tot 30 mei 2009 recht op bijstand heeft. De rechtbank kan op grond van de gedingstukken namelijk niet overzien of [X] recht op bijstand heeft en zo ja, tot welk bedrag. De dienst zal zich hierover moeten uitlaten in de nieuw te nemen beslissing op bezwaar. De dienst moet er hierbij vanuit gaan dat [X] in de periode in geding zijn woonplaats had in [B].

Proceskosten

4.1 Met toepassing van artikel 8:75 van de Awb zal de rechtbank de dienst veroordelen in de proceskosten. Overeenkomstig het bepaalde in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) worden de kosten van [X] ter zake van de door C. Atema beroepsmatig verleende rechtsbijstand vergoed tot een bedrag van € 644,00 (beroepschrift 1 punt; verschijnen ter zitting 1 punt; gewicht van de zaak: gemiddeld; waarde per punt € 322,00).

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt het bestreden besluit, behalve voor zover de dienst daarin aan [X] alsnog over 30 en 31 mei 2009 bijstand heeft toegekend en hem de proceskosten in bezwaar heeft vergoed;

- bepaalt dat de dienst het griffierecht van € 41,00 aan [X] vergoedt;

- veroordeelt de dienst in de proceskosten van [X] tot een bedrag van € 644,00, te betalen aan [X].

Aldus gegeven door mr. P.G. Wijtsma, rechter, in tegenwoordigheid van mr. J.R. Leegsma als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 12 mei 2010.

w.g. J.R. Leegsma

w.g. P.G. Wijtsma

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat voor partijen het rechtsmiddel hoger beroep open. Gelijke bevoegdheid komt toe aan andere belanghebbenden, zulks behoudens het bepaalde in art. 6:13 juncto 6:24 Awb.

Indien u daarvan gebruik wenst te maken dient u binnen zes weken na de dag van verzending van de uitspraak een brief (beroepschrift) alsmede een afschrift van deze uitspraak te zenden aan:

de Centrale Raad van Beroep

Postbus 16002

3500 DA Utrecht

In het beroepschrift vermeldt u waarom u de uitspraak niet juist vindt.