Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLEE:2010:BM2874

Instantie
Rechtbank Leeuwarden
Datum uitspraak
03-05-2010
Datum publicatie
04-05-2010
Zaaknummer
AWB 09/1498
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Wet op de rechtsbijstand. Toevoegingsaanvragen voor onder bewind gestelde personen. Wiens belang? Van de onder bewind gestelde personen of van de bewindvoerder? Zelf voorzien. Toewijzing toevoeging aan één van de onder bewind gestelde personen en afwijzing van de aanvragen van de overige onder bewind gestelde personen. Proceskosten. Samenhangende zaken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LEEUWARDEN

Sector bestuursrecht

procedurenummer: AWB 09/1498

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 3 mei 2010 als bedoeld in afdeling 8.2.6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)

in het geding tussen

[X] en 23 andere onder bewind gestelde personen, wettelijk vertegenwoordigd door hun bewindvoerder, Kompas Zuidlaren B.V., gevestigd te Zuidlaren,

eisers,

gemachtigde: mr. E.P. Groot, advocaat te Groningen,

en

de raad voor rechtsbijstand te Leeuwarden,

verweerder,

gemachtigde: mr. J.T. Buysman, werkzaam bij de raad.

Procesverloop

Bij brief van 19 juni 2009 heeft verweerder eisers mededeling gedaan van zijn besluit op bezwaar van 18 juni 2009 (hierna: het bestreden besluit) betreffende de toepassing van de Wet op de rechtsbijstand (hierna: de Wrb). Tegen dit besluit heeft Kompas Zuidlaren B.V. (hierna: Kompas), in haar hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger van eisers, namens eisers beroep aangetekend. De zaak is behandeld ter zitting van de rechtbank, gehouden op 4 februari 2010, waar eisers zich hebben laten vertegenwoordigen door M. Kooi, directeur van Kompas, bijgestaan door mr. Groot, en verweerder zich heeft laten vertegenwoordigen door mr. Buysman.

Motivering

Feiten

1.1 Eisers stonden onder bewind van A.H.M. Naber van BHG bemiddeling en adviesbureau te Groningen. In verband met haar overlijden op 7 augustus 2008 is Kompas benoemd tot bewindvoerder van eisers. Op 15 oktober 2008 heeft mr. Groot namens Kompas, in haar hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger van eisers, door middel van een groepstoevoeging voor elke eiser een toevoeging aangevraagd. Deze aanvragen houden verband met een verzoekschrift ex artikel 4:204 van het Burgerlijk Wetboek tot het benoemen van een vereffenaar van de nalatenschap van Naber. Deze vereffenaar dient er zorg voor te dragen dat de dossiers van eisers worden overgedragen aan Kompas. Bij beschikking van 11 februari 2009 heeft de rechtbank Groningen B.H. Huizenga benoemd tot vereffenaar van de nalatenschap van Naber.

1.2 Bij besluiten van 26 februari 2009, voor elke eiser afzonderlijk, heeft verweerder deze aanvragen afgewezen, met toepassing van artikel 12, tweede lid, aanhef en onder a, van de Wrb en artikel 3, aanhef en onder b, van het Besluit rechtsbijstand- en toevoegcriteria (Brt). Daartoe is overwogen dat het belang bij het verzoek tot het benoemen tot een vereffenaar niet eisers betreft, maar Kompas, die voor de uitoefening van zijn taak als bewindvoerder de beschikking dient te hebben over de dossiers van eisers. Omdat sprake is van een belang dat elke eiser niet rechtstreeks en individueel aangaat, dienen de aanvragen van eisers als zijnde van elke grond ontbloot, afgewezen te worden. Daarnaast heeft verweerder zich op het standpunt gesteld dat het doen van een verzoek tot benoeming van een vereffenaar slechts eenmaal hoeft te geschieden om het door Kompas gewenste resultaat, het in hand krijgen van de dossiers van eisers, te bereiken. Uit doelmatigheidsoverwegingen zou, indien al tot toevoeging had kunnen worden overgegaan, één toevoeging zijn verstrekt.

1.3 Bij het bestreden besluit heeft verweerder zijn besluit van 26 februari 2009 gehandhaafd, overeenkomstig het advies van de bezwaarschriftencommissie.

Beoordeling van het geschil

2.1 Ingevolge artikel 12, tweede lid, aanhef en onder a, van de Wrb wordt rechtsbijstand niet verleend indien de daartoe strekkende aanvraag kennelijk van elke grond is ontbloot. Ingevolge artikel 3, aanhef en onder b, van het Brt wordt rechtsbijstand als zijnde van elke grond ontbloot niet verleend indien de aanvraag betrekking heeft op een vordering of verweer waarvoor de rechtzoekende geen of een volstrekt ontoereikende grond heeft verschaft.

2.2 Tussen partijen is niet in geschil dat het belang dat betrokken is bij het verzoek tot het benoemen van een vereffenaar van de nalatenschap van Naber een toevoegingswaardig rechtsbelang betreft. Partijen zijn echter verdeeld over de vraag of dit belang een belang is dat elke eiser rechtstreeks en individueel aangaat, zoals eisers menen, of dat gezegd moet worden dat het een belang van Kompas betreft, zoals verweerder meent.

2.3 Naar het oordeel van de rechtbank is onmiskenbaar dat eisers en Kompas een gezamenlijk belang hadden bij de benoeming van een vereffenaar van de nalatenschap van Naber. Alleen deze vereffenaar kan bewerkstelligen dat de dossiers van eisers in het bezit komen van Kompas en Kompas heeft deze dossiers nodig teneinde de met de bewindvoering verband houdende taken en werkzaamheden ten aanzien van elke eiser goed uit te voeren. De rechtbank verwerpt dan ook de kennelijke opvatting van verweerder dat het met het verzoekschrift gemoeide belang uitsluitend een belang van Kompas betreft; dit belang betreft ook elke individuele eiser.

2.4 De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de conclusie dat verweerder ten onrechte heeft aangenomen dat de toevoegingsaanvragen van eisers van elke grond zijn ontbloot. Het beroep zal daarom gegrond worden verklaard en het bestreden besluit zal worden vernietigd. De rechtbank ziet tevens aanleiding om zelf in de zaak te voorzien. De rechtbank zal de primaire beslissingen ten aanzien van elke eiser herroepen en de toevoegingsaanvraag van eiser [X] inwilligen. Nu de toevoegingsaanvragen van de overige eisers betrekking hebben op hetzelfde rechtsbelang als waarvoor aan [X] een toevoeging verstrekt dient te worden, zal de rechtbank de toevoegingsaanvragen van de overige eisers afwijzen. In dit verband verwijst de rechtbank naar de door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State ontwikkelde en inmiddels bestendige jurisprudentie met betrekking tot artikel 28, eerste lid, aanhef en onder b, en artikel 32 van de Wrb (onder meer AB 2000, 2).

Griffierecht en proceskosten

3.1 De rechtbank heeft per abuis Kompas aangemerkt als de partij die beroep heeft ingesteld tegen het bestreden besluit. Dit verklaart ook de nota griffierecht van € 297,00 die op 27 juli 2009 aan mr. Groot is verzonden. Hierin, onder het kopje 'Referentie', is Kompas als de wederpartij van verweerder aangemerkt. De rechtbank oordeelt dat een redelijke uitleg van artikel 8:74 van de Awb mee brengt dat verweerder dit bedrag vergoedt aan Kompas.

3.2 Met toepassing van artikel 8:75 van de Awb zal de rechtbank het Uwv veroordelen in de proceskosten. Overeenkomstig het bepaalde in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) worden de kosten van eisers ter zake van de door mr. Groot beroepsmatig verleende rechtsbijstand vergoed tot een bedrag van € 966,00 (bezwaarschrift 1 punt; beroepschrift 1 punt; verschijnen ter zitting 1 punt; gewicht van de zaak: gemiddeld; waarde per punt € 322,00). De rechtbank overweegt daarbij dat, gelet op het bepaalde in artikel 3, van het Bpb, sprake is van samenhangende zaken. Verweerder dient de proceskosten te voldoen aan Kompas, in haar hoedanigheid van bewindvoerder van eisers.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt het bestreden besluit;

- herroept de primaire besluiten van 26 februari 2009;

- wijst de toevoegingsaanvraag van eiser [X] toe en wijst de toevoegingsaanvragen van de overige eisers af;

- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit;

- bepaalt dat verweerder het griffierecht van € 297,00 aan Kompas vergoedt;

- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eisers ten bedrage van € 966,00, te betalen aan Kompas.

Aldus gegeven door mr. C.H. de Groot, rechter, in tegenwoordigheid van mr. J.R. Leegsma als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 3 mei 2010.

w.g. J.R. Leegsma

w.g. C.H. de Groot

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat voor partijen hoger beroep open. Gelijke bevoegdheid komt toe aan andere belanghebbenden, zulks behoudens het bepaalde in art. 6:13 juncto 6:24 Awb.

Indien u daarvan gebruik wenst te maken dient u binnen zes weken na de dag van verzending van de uitspraak een brief (beroepschrift) alsmede een afschrift van deze uitspraak te zenden aan:

de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Postbus 20019

2500 EA Den Haag

In het beroepschrift vermeldt u waarom u de uitspraak niet juist vindt.