Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLEE:2010:BM0505

Instantie
Rechtbank Leeuwarden
Datum uitspraak
07-04-2010
Datum publicatie
09-04-2010
Zaaknummer
99804 - HA ZA 09-906
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Arbeidsrecht. Kennelijk onredelijk ontslag statutair directeur.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 7
Burgerlijk Wetboek Boek 7 681
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Prg. 2010, 110
JIN 2010/310
AR-Updates.nl 2010-0328
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LEEUWARDEN

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 99804 / HA ZA 09-906

Vonnis van 7 april 2010

in de zaak van

[eiser],

wonende te [woonplaats],

eiser,

advocaat: mr. R.A.A. Kool, kantoorhoudende te Alkmaar,

tegen

de besloten vennootschap

SONAC BURGUM B.V.,

gevestigd te Suameer,

gedaagde,

advocaat: mr. W.M. Veldjesgraaf, kantoorhoudende te Leeuwarden.

Partijen zullen hierna "[eiser]" en "Sonac" genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- de conclusie van antwoord

- het proces-verbaal van comparitie d.d. 12 maart 2010 en de ter gelegenheid van die comparitie overgelegde stukken.

1.2. Vervolgens is vonnis bepaald.

2. De vaststaande feiten

In dit geding zal van de volgende vaststaande feiten worden uitgegaan.

2.1. [eiser], geboren op 2 februari 1968, is met ingang van 1 december 2008 op grond van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd in dienst getreden bij Sonac in de functie van (statutair) directeur. Aan de indiensttreding van [eiser] is een traject bij wervings- en selectiebureau Beljon Westerterp voorafgegaan. [eiser] heeft in dat verband - voorafgaand aan zijn gesprekken bij Sonac - een aantal gesprekken met Beljon Westerterp gehad en hij heeft deelgenomen aan een assessment.

2.2. Partijen zijn een vast bruto jaarsalaris overeengekomen van € 90.000,- inclusief vakantietoeslag en eindejaarsuitkering. Dit bedrag is uitgesplitst in een bruto basissalaris van € 77.794,- per jaar (13 x € 5.984,16), een eindejaarsuitkering van 1 bruto periodesalaris en vakantiegeld ter grootte van 8% van het basissalaris. Tevens kan [eiser] onder voorwaarden in aanmerking komen voor een bonusregeling waarvan de grondslag is gebaseerd op maximaal één periodesalaris. De overeengekomen proeftijd bedraagt twee maanden en er geldt na de proeftijd een opzegtermijn van twee maanden voor [eiser].

2.3. [eiser] was ten tijde van zijn indiensttreding bij Sonac woonachtig in [woonplaats 2] (Noord-Holland). Nadat hij zijn woning aldaar kon verkopen, heeft hij omstreeks begin 2009 zijn intrek genomen in een huurwoning in [woonplaats].

2.4. Voorafgaand aan [eiser]'s indiensttreding heeft Sonac [eiser] bij brief van 2 oktober 2008 het volgende medegedeeld

"In aansluiting op het gesprek dat de heer [x] met u heeft gehad inzake uw verhuiskosten, bevestigen wij u hiermee het volgende.

Voor wat betreft uw verhuiskosten is de huidige fiscale regeling van toepassing. Dit houdt het volgende in:

- De kosten voor het overbrengen van de inboedel worden volledig vergoed. Hiertoe verzoeken wij u om twee offertes van verhuisbedrijven aan ons te overhandigen. Na ons besluit kan de factuur rechtstreeks aan ons worden gericht.

- U ontvangt een netto vergoeding voor herinrichtingskosten van € 5.445,-. Hiervoor hoeft u geen

bewijslast te voeren.

De genoemde vergoeding geldt conform de fiscale regeling uitsluitend onder de volgende voorwaarden:

- de verhuizing moet plaatsvinden binnen 2 jaar na indiensttreding;

- door de verhuizing bekort u de reisafstand met tenminste 50%. (…)"

2.5. De eerste twee maanden van het dienstverband van [eiser] zijn in belangrijke mate gebruikt voor kennismaking met en het inwerken in de organisatie van Sonac.

2.6. Medio februari 2009 heeft er een evaluatiegesprek plaatsgevonden tussen Beljon Westerterp en [eiser]. Voorafgaand aan dit gesprek had Beljon Westerterp contact opgenomen met Sonac. Hierna hebben er op 6 en 11 maart 2009 gesprekken plaatsgevonden tussen Sonac en [eiser] inzake het functioneren van [eiser]. Naar aanleiding daarvan heeft Sonac [eiser] bij brief van 23 maart 2009 het volgende medegedeeld:

"Zoals afgesproken bevestigen wij hierbij ons gesprek van 11 maart 2009 in Son.

In dit gesprek hebben wij in vervolg op ons eerdere gesprek van 6 maart 2009 uw functioneren over de eerste periode geëvalueerd en hebben wij onze verwachtingen ten aanzien van de gewenste wijze van aansturing, motivatie van werknemers en focus binnen de organisatie nader met u besproken. Daarbij hebben wij onze zorgen onderbouwd over uw huidige functioneren en het draagvlak dat u binnen de organisatie heeft. Daarbij hebben wij aangegeven dat wij in overleg met u deze ontwikkeling nadrukkelijk blijven volgen om op korte termijn een nadere en meer definitieve afweging te kunnen maken over uw positie als bedrijfsdirecteur."

2.7. [eiser] is op 8 april 2009 geschorst en aan de algemene vergadering van aandeelhouders (hierna te noemen: de ava) van Sonac voorgedragen voor ontslag. Dit ontslag is hem bij besluit van de ava van 24 april 2009 gegeven. In de notulen van de ava is te dien aanzien onder meer vermeld:

"(…)

2. Horen van bestuurder K.R. [eiser] over voornemen tot ontslag.

De voorzitter geeft een toelichting ten aanzien van het voornemen van de aandeelhouder om over te gaan tot ontslag van de heer [eiser] als statutair directeur en beëindiging van de arbeidsovereenkomst. Bij deze toelichting wordt verwezen naar de aan deze notulen gehechte notitie, welke op voorhand aan de heer [eiser] is uitgereikt. In de toelichting wordt uiteen gezet dat er twijfels zijn gerezen over de wijze van aansturing van het bedrijf door de heer [eiser]. Dit uit zich in besluiteloosheid in vergaderingen en het gebrek aan het nemen van initiatieven en het teveel overlaten van het initiatief aan anderen. Er is voor de toekomst te weinig vertrouwen in het functioneren. Er zijn ook na de gesprekken die hierover hebben plaatsgevonden, geen zichtbare prestaties gezien. In vergaderingen is waargenomen dat de heer [eiser] zich niet gedegen had voorbereid en dat hij er tijdens de vergadering niet voor stond. Er is geen draagvlak meer binnen de organisatie en de communicatieve vaardigheden schieten tekort. Voorbeelden hiervan zijn de afhandeling van ongevallen en een geplande aanpassing in de productie-organisatie, die onvoldoende was voorbereid.

(…)

3. Besluitvorming over ontslag

Na schorsing van de vergadering wordt het besluit genomen dat de heer [eiser] wordt ontslagen als statutair directeur en tevens de arbeidsovereenkomst wordt opgezegd. De opzegtermijn van vier maanden met ingang van 1 mei 2009 zal in acht worden genomen, zodat de arbeidsovereenkomst eindigt met ingang van 1 september 2009. Aan de heer [eiser] zal gedurende de opzegtermijn het salaris worden doorbetaald. (…)"

2.8. [eiser] is gedurende de opzegtermijn vrijgesteld van werkzaamheden.

2.9. Bij brief van zijn advocaat van 28 mei 2009 heeft [eiser] tegen het gegeven ontslag geprotesteerd en medegedeeld dat er zijns inziens sprake is van een kennelijk onredelijk ontslag.

2.10. [eiser] heeft van 1 september 2009 tot 1 januari 2010 een WW-uitkering genoten. Met ingang van laatstgenoemde datum is [eiser] in dienst getreden bij Syngenta Seeds B.V. te Enkhuizen in de functie van Manager Processing, tegen een salaris van € 5.000,- bruto per maand, vermeerderd met 8,33% vakantietoeslag.

3. Het geschil

3.1. [eiser] vordert dat de rechtbank, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, Sonac veroordeelt tot betaling van een bedrag van € 10.000,- netto op grond van de tussen partijen overeengekomen regeling voor verhuis- en herinrichtingskosten en voorts:

primair: voor recht verklaart dat de opzegging van de arbeidsovereenkomst tussen [eiser] en Sonac kennelijk onredelijk is en aan [eiser] ten laste van Sonac een vergoeding toekent van € 85.000,- althans een vergoeding toekent die de rechtbank in goede justitie meent te behoren;

subsidiair: voor recht verklaart dat Sonac zich jegens [eiser] niet als een goed werkgever heeft gedragen en uit hoofde daarvan gehouden is de door [eiser] geleden en nog te lijden schade te vergoeden, welke schade thans niet geheel is te overzien en derhalve zal moeten worden opgemaakt bij staat en vereffend volgens de wet;

met veroordeling van Sonac in de kosten van het geding, waaronder begrepen de kosten van buitengerechtelijke rechtsbijstand ten bedrage van € 5.000,- exclusie BTW.

3.2. Sonac concludeert primair tot afwijzing van de vorderingen van [eiser] en subsidiair, voor zover de vordering(en) van [eiser] zou(den) worden toegewezen, de door Sonac te betalen vergoeding op nihil te stellen, althans bij de berekening van het toe te wijzen bedrag rekening te houden met de onder punt 45 en 49 van de conclusie van antwoord verwoorde stellingen van Sonac, met veroordeling van [eiser] in de kosten van het geding.

4. Het standpunt van [eiser]

4.1. [eiser] vordert betaling van een bedrag van € 10.000,- netto aan verhuis- en herinrichtingskosten. Daartoe voert hij aan dat hij op aandringen van Sonac zijn woning heeft verkocht en daadwerkelijk - in afwachting van zijn verhuizing naar Friesland - binnen zijn woonplaats naar een huurhuis is verhuisd en daardoor kosten heeft moeten maken.

4.2. [eiser] stelt voorts, ten aanzien van het hem verleende ontslag, (primair) dat dit ontslag als kennelijk onredelijk moet worden beschouwd. In de eerste plaats is er door Sonac een valse reden voor het ontslag gegeven. Er was geen sprake van disfunctioneren van [eiser], maar van het feit dat men achteraf geen statutair directeur wilde, maar iemand aan wie leiding kon worden gegeven. Dit wordt bevestigd door de omstandigheid dat Sonac na het ontslag van [eiser] niet opnieuw een statutair directeur zocht, maar slechts een plantmanager. Sonac - in de persoon van de heer [x] - had er kennelijk met terugwerkende kracht spijt van dat men aan [eiser] een deel van de verantwoordelijkheid uit handen had gegeven. In de tweede plaats is het ontslag volgens [eiser] kennelijk onredelijk omdat de gevolgen van het ontslag voor [eiser] te ernstig zijn in vergelijking met het belang van Sonac bij het ontslag. Er is geen enkele financiële compensatie aan [eiser] aangeboden en [eiser] verdient in zijn nieuwe baan veel minder dan bij Sonac. Ook lijdt [eiser] anderszins financiële schade door het ontslag. Hij zal bij aankoop van een nieuwe woning wederom overdrachtsbelasting moeten betalen en opnieuw kosten moeten maken voor het inrichten van die woning. Gedurende de periode dat [eiser] een woning huurt, kan hij geen aanspraak maken op fiscale aftrek van hypotheekrente. Ten slotte heeft [eiser] tijdens de periode dat hij een WW-uitkering heeft genoten, te maken gehad met een veel lager inkomen. In verband met de kennelijke onredelijkheid van het ontslag maakt [eiser] aanspraak op betaling van een schadevergoeding ten bedrage van

€ 85.000,- bruto. Daarbij dient geen aansluiting te worden gezocht bij de kantonrechtersformule, nu deze bij een kort dienstverband als het onderhavige tot een onredelijke uitkomst leidt, aldus [eiser].

4.3 Subsidiair voert [eiser] aan dat er sprake is van slecht werkgeverschap zijdens Sonac. [eiser] stelt daartoe dat hij geen enkele kans heeft gekregen om zich in zijn nieuwe functie te ontwikkelen of te bewijzen. Er is geen verbetertraject ingezet door Sonac. Kort na het einde van de proeftijd moest [eiser] al het veld ruimen. Daarbij heeft meegespeeld dat [x] moeite had om zijn verantwoordelijkheden aan [eiser] over te dragen. Sonac is volgens [eiser] aansprakelijk voor de schade die hij ten gevolge van het slecht werkgeverschap van Sonac heeft geleden. Alleen al voor de (overbodige) aankoop van een nieuwe woning zal [eiser] al extra kosten van € 55.000,- moeten maken. Daarnaast heeft hij kosten van rechtsbijstand gemaakt van ongeveer € 5.000,-. Voorts is [eiser] tijdelijk op een WW-uitkering aangewezen geweest. De totale schade dient in een schadestaatprocedure te worden opgemaakt, aldus [eiser].

5. Het standpunt van Sonac

5.1. Sonac stelt dat [eiser] geen aanspraak kan maken op de verhuis- en herinrichtingsvergoeding, [eiser] heeft niet voldaan aan de daarvoor geldende voorwaarde dat hij zijn reistijd met 50% zou bekorten en heeft tevens verzuimd om twee offertes van verhuisbedrijven aan Sonac toe te zenden terzake de verhuiskosten. Daarnaast heeft Sonac [eiser] niet verplicht om te verhuizen, zodat hij ook billijkheidshalve geen aanspraak heeft op genoemde vergoeding.

5.2. Er is volgens Sonac geen sprake van een valse reden voor het ontslag. De reden voor het ontslag was gelegen in disfunctioneren van [eiser]. [eiser] nam te weinig initiatief, gaf onvoldoende leiding, was communicatief niet sterk genoeg en miste overtuigingskracht. Ook kwam hij te laat bij vergaderingen en hield hij de verplichte tijdregistratie niet bij. Gelet op de functie van [eiser] als statutair directeur was het volgens Sonac onmogelijk om een verbetertraject te starten. [eiser] was immers vanuit zijn functie eindverantwoordelijk binnen de organisatie en er was voor hem gezien zijn functioneren geen draagvlak meer. Alle leden van het managementteam hadden geen vertrouwen meer in hem.

5.3. Ten aanzien van de gevolgen van het ontslag voor [eiser] stelt Sonac dat de arbeidsmarktpositie van [eiser] goed is: [eiser] is nog relatief jong is en heeft daardoor voldoende kansen om een andere baan te vinden. Van sollicitaties waarbij [eiser] is afgewezen, is in ieder geval niets gebleken. Voorts kan de huidige economische recessie niet aan Sonac worden tegengeworpen. De financiële gevolgen van de verhuizing waren ook opgetreden indien [eiser] bij Sonac in dienst was gebleven. [eiser] had zijn huis in [woonplaats 2] al vóór het einde van de proeftijd verkocht. [eiser] heeft ook nog geen nieuwe woning gekocht. De gevolgen voor wat betreft de aankoop van een nieuwe woning en de inrichtingskosten waren dan ook nog niet aanwezig ten tijde van de opzegging van de arbeidsovereenkomst. Daarbij is ook van belang dat Sonac [eiser] niet heeft verplicht om te gaan verhuizen. Het is de eigen keuze van [eiser] geweest om zijn woning in [woonplaats 2] te verkopen en vervolgens een huurwoning te betrekken. Het belang van Sonac bij beëindiging van het dienstverband was evident, nu er geen draagvlak voor [eiser] meer was binnen de organisatie. Om de gevolgen van het ontslag zoveel mogelijk te verzachten, is er opgezegd op een termijn van vier maanden en is [eiser] gedurende de opzegtermijn vrijgesteld van werkzaamheden. Bovendien mocht [eiser] de door Sonac ter beschikking gestelde auto blijven gebruiken tot einde dienstverband en werd zijn pensioenopbouw voortgezet.

5.4. Van slecht werkgeverschap is geen sprake geweest, aldus Sonac. [eiser] heeft voldoende gelegenheid gekregen om zich in zijn functie van directeur te ontwikkelen. Voor een verbetertraject was als gezegd geen plaats.

5.5. Indien er sprake is van een kennelijk onredelijk ontslag, dan dient de toe te kennen vergoeding volgens Sonac te worden berekend aan de hand van de door diverse gerechtshoven gehanteerde XYZ-formule. Voor zover [eiser] vergoeding van daadwerkelijke schade vordert, stelt Sonac dat artikel 7:681 BW ziet op schade ten gevolge van het verlies van de arbeidsplaats, maar niet op vergoeding van daadwerkelijke schade. Om die reden kan hij geen aanspraak maken op vergoeding van de kosten voor een nieuwe hypotheek, makelaarskosten en herinrichtingskosten ad € 55.000,-, nog daargelaten dat [eiser] deze schade nog niet heeft geleden, terwijl ook niet vast staat dat hij deze in de toekomst zal lijden. Ten slotte voert Sonac aan dat, nu er geen sprake is van slecht werkgeverschap, de daarop gebaseerde vergoeding niet aan de orde is. Indien er op die grond toch een vergoeding wordt toegekend, dan dient daarbij rekening te worden gehouden met reeds betaalde bedragen. Voor zover nodig doet Sonac een beroep op matiging.

6. De beoordeling van het geschil

6.1. De rechtbank acht de gevorderde verhuiskosten- en herinrichtingsvergoeding niet toewijsbaar, nu [eiser] niet heeft voldaan aan de daartoe in de brief van Sonac van 2 oktober 2008 gestelde voorwaarden. In deze brief wordt onder meer medegedeeld dat de kosten voor het overbrengen van de inboedel volledig worden vergoed. In het kader daarvan dienen door [eiser] twee offertes van verhuisbedrijven aan Sonac te worden overhandigd. Vast staat - nu zulks onweersproken door Sonac is gesteld - dat [eiser] in gebreke is gebleven met het overhandigen van zodanige offertes. Zolang [eiser] deze offertes niet overlegt, kan hij geen aanspraak maken op genoemde verhuiskosten. Voorts wordt de verhuiskosten- en herinrichtingsvergoeding - blijkens bedoelde brief - alleen maar toegekend indien door de verhuizing de reisafstand naar Sumar met tenminste 50% wordt bekort. Bij een verhuizing van [woonplaats 2] naar [woonplaats] is daarvan evident geen sprake. Ook naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid bestaat geen aanspraak op de verhuiskosten- en herinrichtingsvergoeding, nu vast staat dat Sonac [eiser] niet heeft verplicht om te verhuizen in verband met de aanvaarding van diens functie als directeur van haar onderneming.

6.2. Art. 7:681 lid 1 BW bepaalt dat indien één van de partijen de arbeidsovereenkomst, al of niet met inachtneming van de voor de opzegging geldende bepalingen, kennelijk onredelijk opzegt, de rechter steeds aan de wederpartij een schadevergoeding kan toekennen. Daartoe dient eerst de vraag te worden beantwoord of de opzegging kennelijk onredelijk is. Eerst indien het antwoord bevestigend is, komt de schadevergoeding aan de orde. De enkele omstandigheid dat de werkgever de werknemer geen vergoeding heeft aangeboden, maakt het ontslag nog niet kennelijk onredelijk (laatstelijk HR 27 november 2009, LJN: BJ6596).

6.3. Opzegging van de arbeidsovereenkomst door de werkgever zal onder meer kennelijk onredelijk geacht kunnen worden indien deze geschiedt onder opgave van een valse reden (artikel 7:681 lid 2 aanhef en sub a BW). Een valse reden is een niet bestaande reden (vgl. HR 18 juni 1999, JAR 1999,148). Naar het oordeel van de rechtbank is in het onderhavige geval niet gebleken van een valse reden voor ontslag. De reden voor het ontslag is blijkens het ontslagbesluit van de ava van Sonac kennelijk gelegen in de ontevredenheid van Sonac omtrent de wijze van functioneren van [eiser] als directeur van haar onderneming. Dit wordt ondersteund door het verslag van de bespreking tussen Sonac en [eiser] van begin maart 2009, waarin reeds zorgen worden geuit over het functioneren van [eiser]. Los van het feit of deze kritiek al dan niet terecht was, zij was er wél. Dat, zoals [eiser] aanvoert, niet de wijze van functioneren van [eiser], maar spijt bij Sonac omtrent de benoeming van [eiser] als directeur, waardoor er verantwoordelijkheden door de oude directie (in de persoon van de heer [x]) uit handen waren gegeven, de ontslagreden was, is (ook overigens) niet gebleken.

6.4. Op grond van art. 7:681 lid 2 aanhef en sub b BW zal opzegging van de arbeidsovereenkomst door de werkgever onder andere kennelijk onredelijk kunnen worden geacht, wanneer, mede in aanmerking genomen de voor de werknemer getroffen voorzieningen en de voor hem bestaande mogelijkheden om ander passend werk te vinden, de gevolgen van de opzegging voor hem te ernstig zijn in vergelijking met het belang van de werkgever bij de opzegging. Bij de beoordeling van de vraag of de gevolgen van de opzegging voor de werknemer te ernstig zijn in vergelijking met het belang van de werkgever bij de opzegging, dient de rechter alle omstandigheden van het geval ten tijde van het ontslag in onderlinge samenhang in aanmerking te nemen (wederom HR 27 november 2009, LJN: BJ6596). Bij de beoordeling van de gevolgen moet worden uitgegaan van de op de ingangsdatum van de opzegging bestaande situatie.

6.5. Hierbij kunnen in een geval als het onderhavige onder meer de hierna genoemde omstandigheden een rol spelen (zie gerechtshof Arnhem, 7 juli 2009, LJN: BJ1688 en gerechtshof Leeuwarden 18 augustus 2009, LJN: BJ5810):

1. Algemeen: dienstverband en opzegging

- opzeggingsgrond: risicosfeer werkgever/werknemer;

- de noodzaak voor de werkgever het dienstverband te beëindigen;

- de duur van het dienstverband;

- de leeftijd van de werknemer bij einde dienstverband;

- de wijze van functioneren van de werknemer;

- de door de werkgever bij de werknemer gewekte verwachtingen;

- de financiële positie van de werkgever;

2. Ander (passend) werk:

- de inspanningen van de werkgever en de werknemer om binnen de onderneming van de werkgever ander (passend) werk te vinden (bijvoorbeeld door om- of bijscholing);

- flexibiliteit van de werkgever/werknemer;

- de kansen van de werknemer op het vinden van ander (passend) werk (waarbij opleiding, arbeidsverleden, leeftijd, arbeidsongeschiktheid en medische beperkingen een rol kunnen spelen);

- de inspanningen van de werknemer om elders (passend) werk te vinden (bijvoorbeeld outplacement);

- vrijstelling van werkzaamheden gedurende de (opzeg)termijn.

3. Financiële gevolgen van een opzegging:

- de financiële positie waarin de werknemer is komen te verkeren, waarbij van belang kunnen zijn eventuele inkomsten op grond van sociale wetgeving en eventuele pensioenschade.

4. Getroffen voorzieningen en financiële compensatie

- reeds aangeboden/betaalde vergoeding;

- vooraf individueel overeengekomen afvloeiingsregeling;

- sociaal plan (eenzijdig opgesteld of overeengekomen met vakorganisaties of ondernemingsraad).

6.6. Met inachtneming van de hiervoor genoemde omstandigheden overweegt de rechtbank in de onderhavige zaak als volgt.

a. Sonac heeft het dienstverband met [eiser] beëindigd in verband met vermeend disfunctioneren. In verband daarmee overweegt de rechtbank het volgende. Indien een werkgever van mening is dat een werknemer onvoldoende functioneert, dan dient hij zulks aan de werknemer in kwestie duidelijk te maken in één of meer - bij voorkeur schriftelijk vast te leggen - functioneringsgesprekken. Vervolgens dient de werknemer, daarbij ondersteund door zijn werkgever, gedurende een zekere periode in staat te worden gesteld om zijn functioneren te verbeteren. Pas als de werknemer, na in voldoende mate in staat te zijn gesteld om zijn functioneren te verbeteren, er nog steeds geen blijk van geeft aan de functie-eisen te kunnen voldoen, kan het functioneren van de werknemer als grondslag voor beëindiging van het dienstverband dienen. Een en ander geldt evenzeer indien de werknemer de positie van directeur van de onderneming bekleedt. Ook een directeur moet een redelijke kans worden gegund om eventueel disfunctioneren te verbeteren.

b. Naar het oordeel van de rechtbank heeft Sonac niet voldaan aan het hiervoor beschreven 'stappenplan' en zij had daarom in redelijkheid (nog) niet mogen overgaan tot het ontslag van [eiser]. Daartoe is het volgende redengevend. Vast staat dat de eerste twee maanden van het dienstverband (december 2008 en januari 2009) vooral zijn gebruikt als inwerk- en kennismakingsperiode. Gelet op die omstandigheid dient het functioneren van [eiser] met name te worden bezien vanaf 1 februari 2009. Op die datum mocht hij worden geacht voldoende op de hoogte te zijn van de organisatie van Sonac en zijn eigen plek daarin. Ruim een maand nadien - op 6 en 11 maart 2009 - zijn de eerste gesprekken gevoerd, waarin Sonac zich kritisch heeft uitgelaten over het functioneren van [eiser]. In de naar aanleiding daarvan door Sonac opgestelde brief van 23 maart 2009 worden de kritiekpunten naar het oordeel van de rechtbank niet concreet geformuleerd. Er wordt meer in algemene zin opgemerkt dat men bezorgd is over het functioneren van [eiser]. Vervolgens is Sonac ongeveer een maand al later tot ontslag van [eiser] overgegaan. Deze periode van twee maanden, waarin [eiser] is 'gewogen', moet in redelijkheid als te kort worden beschouwd. [eiser] is onvoldoende in staat gesteld zijn functioneren te verbeteren, te meer nu niet gebleken is welke concrete stappen Sonac zelf (in ondersteunende zin) heeft ondernomen om verbetering van het in haar ogen tekortschietende functioneren van [eiser] te realiseren.

6.7. De rechtbank komt gezien het voorgaande, mede in aanmerking genomen het feit dat Sonac geen financiële voorziening heeft getroffen om de gevolgen van het ontslag voor [eiser] te verzachten, tot het oordeel dat de gevolgen van de opzegging van het dienstverband voor [eiser] te ernstig zijn in vergelijking met het belang van Sonac bij de opzegging. Het ontslag dient dan ook als kennelijk onredelijk te worden aangemerkt. De in verband daarmee door [eiser] gevorderde verklaring voor recht is dan ook toewijsbaar.

6.8. Gelet op het hiervoor overwogene, dient thans een schadevergoeding vastgesteld te worden. De rechtbank is van oordeel dat het bedrag van de schadevergoeding op € 20.000,- bruto moet worden gesteld. Bij de vaststelling van dit bedrag is, enerzijds, gelet op het verwijt dat Sonac treft terzake de (te snelle) beëindiging van het dienstverband en het feit dat [eiser] door de opzegging in de positie is komen te verkeren dat hij aanspraak heeft moeten maken op een WW-uitkering, waardoor zijn inkomen daalde en, anderzijds, de betrekkelijk jonge leeftijd van [eiser] waardoor hij een redelijke kans op de arbeidsmarkt heeft, alsook de omstandigheid dat Sonac [eiser] na de aanzegging van het ontslag heeft vrijgesteld van werkzaamheden met behoud van salaris. Al deze factoren heeft de rechtbank in aanmerking genomen, zonder iedere factor afzonderlijk te wegen en op geld te waarderen.

6.9. Nu het ontslag als kennelijk onredelijk moet worden aangemerkt, kan al hetgeen partijen subsidiair hebben aangevoerd in het kader van het goed werkgeverschap van Sonac als niet meer van belang voor de beoordeling van het geschil buiten beschouwing blijven.

6.10. De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten zullen bij gebreke van voldoende onderbouwing worden afgewezen.

6.11. Gelet op de uitkomst van het geding zal Sonac als de in overwegende mate in het ongelijk te stellen partij in de kosten van het geding worden veroordeeld. Deze kosten worden aan de zijde van [eiser] als volgt vastgesteld:

- dagvaardingskosten € 85,98

- vast recht € 2.200,00

- salaris van de advocaat € 1.158,00 (2,0 punt x € 579,00, tarief III)

-------------

Totaal € 3.443,98

7. De beslissing

De rechtbank

verklaart voor recht dat de opzegging van de arbeidsovereenkomst tussen Sonac en [eiser] kennelijk onredelijk is;

veroordeelt Sonac deswege tot betaling aan [eiser] van een bedrag van € 20.000,- bruto;

veroordeelt Sonac in de kosten van het geding, tot op heden aan de zijde van [eiser] vastgesteld op € 3.443,98;

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. M. Jansen en bij vervroeging in het openbaar uitgesproken op 7 april 2010.?

fn 343