Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLEE:2010:BL7935

Instantie
Rechtbank Leeuwarden
Datum uitspraak
18-03-2010
Datum publicatie
18-03-2010
Zaaknummer
17/880528-09 PROM
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

medeplegen, poging doodslag, getuigeverklaring, strafbare poging

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 45
Wetboek van Strafrecht 47
Wetboek van Strafrecht 287
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LEEUWARDEN

Sector straf

parketnummer 17/880528-09

vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 18 maart 2010 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1986 te [geboorteplaats],

wonende te [adres],

thans gedetineerd in P.I. HvB Ter Apel te Ter Apel.

De rechtbank heeft gelet op het ter terechtzitting gehouden onderzoek van 4 maart 2010.

De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. M.C. Mollema, advocaat te Grou.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij in of omstreeks de periode van 23 oktober 2009 tot en met 24 oktober 2009 te Twijzelerheide, in de gemeente Achtkarspelen, (in en/of nabij café "[naam]", gelegen aan of bij de Bjirkewei, aldaar,) ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer] van het leven te beroven, met dat opzet, tezamen met zijn, verdachtes, mededader(s), althans alleen, die [slachtoffer]

- (in het café) meermalen, althans eenmaal, tegen het hoofd heeft/hebben

geslagen en/of gestompt en/of (vervolgens)

- (nabij het café) (terwijl die [slachtoffer] op de grond lag,) meermalen,

althans eenmaal, tegen het hoofd heeft/hebben geslagen en/of gestompt en/of

geschopt en/of getrapt en/of tegen een of meer ander(e) de(e)l(en) van het

lichaam heeft/hebben geslagen en/of gestompt en/of geschopt en/of getrapt,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

(artikel 287 jo. artikel 45 i.v.m. artikel 47 lid 1 sub 1 Wetboek van

Strafrecht)

Subsidiair zo het vorenstaande niet mocht leiden tot schuldigverklaring van en

strafoplegging aan verdachte

hij in of omstreeks de periode van 23 oktober 2009 tot en met 24 oktober 2009 te Twijzelerheide, in de gemeente Achtkarspelen, (in en/of nabij café "[naam]", gelegen aan of bij de Bjirkewei, aldaar), ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, aan een persoon genaamd [slachtoffer], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet, tezamen met zijn,

verdachtes, mededader(s), althans alleen, die [slachtoffer]

- (in het café) meermalen, althans eenmaal, tegen het hoofd heeft/hebben

geslagen en/of gestompt en/of (vervolgens)

- (nabij het café) (terwijl die [slachtoffer] op de grond lag,) meermalen,

althans eenmaal, tegen het hoofd heeft/hebben geslagen en/of gestompt en/of

geschopt en/of getrapt en/of tegen een of meer ander(e) de(e)l(en) van het

lichaam heeft/hebben geslagen en/of gestompt en/of geschopt en/of getrapt,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

(artikel 302 jo. artikel 45 i.v.m. artikel 47 lid 1 sub 1 Wetboek van

Strafrecht)

meer subsidiair zo het vorenstaande niet mocht leiden tot schuldigverklaring van

en strafoplegging aan verdachte

hij in of omstreeks de periode van 23 oktober 2009 tot en met 24 oktober 2009 te Twijzelerheide, in de gemeente Achtkarspelen, met een ander of anderen, op een voor het publiek toegankelijke plaats of in een voor het publiek toegankelijke ruimte, te weten café "[naam]" en/of op of aan de openbare weg, de Bjirkewei, in elk geval op of aan een openbare weg, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer], welk geweld bestond uit het opzettelijk meermalen, althans eenmaal, slaan en/of stompen en/of schoppen en/of trappen tegen het hoofd en/of tegen een of meer ander(e) de(e)l(en) van

het lichaam;

(artikel 141 lid 1 Wetboek van Strafrecht)

In de tenlastelegging voorkomende schrijffouten of kennelijke misslagen worden verbeterd gelezen. De verdachte is hierdoor niet in zijn belangen geschaad.

Vordering officier van justitie

De officier van justitie heeft ter terechtzitting gevorderd:

- veroordeling voor het primair ten laste gelegde;

- oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 20 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar;

- oplegging van de bijzondere voorwaarde van reclasseringstoezicht, ook indien dit een COVA training en/of behandeling bij AFPN omvat.

Beoordeling van het bewijs

De rechtbank stelt op grond van de hierna te noemen bewijsmiddelen1 die de daartoe redengevende feiten en omstandigheden bevatten, het volgende vast.

Op 23 oktober 2009 's avonds heeft verdachte zich met zijn medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] bevonden in café [naam]2, gelegen aan de Bjirkewei te Twijzelerheide in de gemeente Achtkarspelen.3 Op het terras bij café [naam] heeft verdachte met zijn vuist [slachtoffer] geslagen.4 Verdachte en zijn medeverdachte, [medeverdachte 2], hebben [slachtoffer] nabij voornoemd café voorts meermalen met hun vuisten tegen zijn hoofd geslagen.5 Terwijl [slachtoffer] op de grond lag, is hij door verdachte en medeverdachte [medeverdachte 2] meermalen tegen zijn lichaam geschopt6, waarbij ook meerdere malen7 tegen het hoofd van [slachtoffer] is geschopt.8

De raadsman heeft aangevoerd dat niet overtuigend bewezen kan worden dat verdachte tezamen en in vereniging met een van zijn medeverdachten [slachtoffer] tegen zijn hoofd heeft geschopt of geslagen. De getuigen die hieromtrent verklaren hebben dit volgens de raadsman mogelijk verkeerd gezien. Voorts heeft de raadsman aangevoerd dat verdachte [slachtoffer] niet hard heeft geslagen en dat verdachte derhalve geen (voorwaardelijk) opzet heeft gehad op de dood van [slachtoffer] of op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel. Nu volgens de raadsman ook geen sprake is van openlijke geweldpleging, omdat verdachte alleen heeft gehandeld, heeft de raadsman verzocht verdachte van alle ten laste gelegde feiten vrij te spreken.

De rechtbank verwerpt het verweer van de verdediging inhoudende dat de voor verdachte belastende verklaringen niet betrouwbaar zouden zijn. In zijn algemeenheid geldt naar het oordeel van de rechtbank niet dat een verklaring van een getuige onbetrouwbaar of onjuist is als andere getuigen verklaren dat zij iets niet hebben waargenomen of slechts deels hebben waargenomen. Aangezien de tot het bewijs gebezigde verklaringen steun vinden in andere bewijsmiddelen, waaronder de verklaring van het slachtoffer, acht de rechtbank overtuigend bewezen dat verdachte [slachtoffer] tegen zijn hoofd heeft geslagen en dat hij [slachtoffer], toen deze op de grond lag, meermalen tegen zijn hoofd heeft geschopt.

Verdachte heeft naar het oordeel van de rechtbank, zoals uit de hiervoor vastgestelde feiten blijkt, willens en wetens met [medeverdachte 2] samengewerkt bij het uitoefenen van het geweld tegen [slachtoffer]. Dat verdachte zelf mogelijk niet tegen het hoofd van [slachtoffer] heeft geschopt, maakt niet dat het medeplegen van het schoppen tegen het hoofd niet bewezen kan worden. Voor medeplegen van een strafbaar feit is immers niet noodzakelijk dat de samenwerkende personen ieder voor zich alle onderdelen van de tenlastelegging verwezenlijken. Medeplegen ziet veeleer op de situatie dat de daders ieder voor zich niet, maar gezamenlijk wel de bestanddelen van het tenlastegelegde feit vervullen. Voldoende is daarbij dat de daders handelen ter uitvoering van opzet op hetzelfde delict, dat zij nauw en bewust samenwerken en dat ieders gedraging een bijdrage levert tot het plegen van het delict. Verdachte heeft aan deze voorwaarden voldaan. Zijn bijdrage heeft hierin bestaan dat hij tegelijkertijd met de mededader geweld op het slachtoffer heeft uitgeoefend en daardoor de gedraging van de mededader heeft gefaciliteerd, terwijl hij - ziende dat de mededader het slachtoffer tegen het hoofd schopte - geen poging heeft ondernomen de medeverdachte daarmee te doen stoppen en evenmin zelf met het geweld is opgehouden.

De rechtbank overweegt voorts dat voor een strafbare poging is vereist dat het voorgenomen misdrijf zich heeft geopenbaard door een begin van uitvoering van dat misdrijf. Volgens de door de Hoge Raad ontwikkelde leer doet zich een begin van uitvoering voor als de feitelijke gedraging naar de uiterlijke verschijningsvorm moet worden beschouwd als te zijn gericht op voltooiing van het voorgenomen misdrijf. Zoals de rechtbank op grond van de hiervoor genoemde bewijsmiddelen heeft vastgesteld, is [slachtoffer] meermalen, terwijl hij op de grond lag, tegen zijn hoofd geschopt. De rechtbank acht het een feit van algemene bekendheid dat delen van het hoofd dusdanig kwetsbaar zijn dat indien daarop geweld, als hiervoor omschreven, wordt uitgeoefend, de aanmerkelijke kans bestaat dat dit de dood van het slachtoffer tot gevolg heeft. De tegen [slachtoffer] gerichte handelingen van verdachte en zijn medeverdachte [medeverdachte 2] kunnen naar hun uiterlijke verschijningsvorm dan ook worden aangemerkt als te zijn gericht op het toebrengen van dodelijk letsel. Door aldus te handelen heeft verdachte willens en wetens de aanmerkelijke kans aanvaard dat het slachtoffer zou overlijden. Aldus was bij verdachte sprake van (voorwaardelijk) opzet op de dood van het slachtoffer. De rechtbank zal derhalve bewezen verklaren dat verdachte tezamen en in vereniging met zijn medeverdachte gepoogd heeft [slachtoffer] van het leven te beroven.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht het primair ten laste gelegde bewezen, met dien verstande dat:

hij in de periode van 23 oktober 2009 tot en met 24 oktober 2009 te Twijzelerheide, in de gemeente Achtkarspelen, (nabij café "[naam]", gelegen aan de Bjirkewei, aldaar) ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander opzettelijk [slachtoffer] van het leven te beroven, met dat opzet, tezamen met zijn, verdachtes, mededader, die [slachtoffer]

- meermalen, tegen het hoofd hebben geslagen en vervolgens

- terwijl die [slachtoffer] op de grond lag, meermalen, tegen het hoofd hebben geschopt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

De verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

primair medeplegen van poging tot doodslag.

Dit feit is strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

De rechtbank neemt bij de bepaling van de hierna te vermelden strafsoort en strafmaat in aanmerking:

- de aard en de ernst van het gepleegde feit;

- de omstandigheden waaronder dit is begaan;

- de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken en deze naar voren komt uit het uittreksel uit het algemeen documentatieregister en het voorlichtingsrapport;

- de vordering van de officier van justitie;

- het pleidooi van de raadsman.

Verdachte heeft zich samen met een ander schuldig gemaakt aan een poging tot doodslag. Het slachtoffer is tijdens een caféruzie geslagen en tegen zijn hoofd geschopt. Verdachte heeft daarmee het hoogste rechtsgoed, het menselijk leven, geschonden. Een dergelijke misdraging behoort als uitgangspunt te worden bestraft met vrijheidsstraf, omdat alleen zo het door verdachte begane onrecht kan worden gecompenseerd en de onlust en ergernis bij het slachtoffer en de toeschouwers kan worden weggenomen. Daarbij is ook van belang dat door de samenleving wordt aangedrongen op een krachtige aanpak van uitgaansgeweld. Matigend werkt dat verdachte niet eerder voor agressieve delicten is veroordeeld. De reclassering adviseert een gedeeltelijk voorwaardelijke gevangenisstraf met toezicht, gedragstraining en ambulante psychiatrische behandeling. De rechtbank verenigt zich in zoverre met dit advies, gelet op de persoon van verdachte en zijn reclasseringsmogelijkheden.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 45, 47 en 287 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

DE UITSPRAAK VAN DE RECHTBANK LUIDT, RECHTDOENDE:

Verklaart het primair ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar in voege als voormeld en verdachte deswege strafbaar.

Veroordeelt verdachte te dier zake tot:

Een gevangenisstraf voor de duur van achttien maanden.

Bepaalt, dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot zes maanden niet zal worden tenuitvoergelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond, dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd, welke hierbij wordt vastgesteld op twee jaren, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of gedurende die proeftijd de hierna te vermelden bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd.

Stelt als bijzondere voorwaarde, dat de veroordeelde:

- zich bij het ingaan van de proeftijd meldt bij Reclassering Nederland;

- ervoor zorgt dat hij gedurende de proeftijd bereikbaar is voor deze reclasseringsinstelling;

- zich gedurende de proeftijd gedraagt naar de voorschriften en aanwijzingen hem te geven door of namens genoemde reclasseringsinstelling, ook indien dit een COVA training en/of behandeling bij AFPN omvat.

Draagt genoemde reclasseringsinstelling op de veroordeelde bij de naleving van de voorwaarden hulp en steun te verlenen.

Beveelt, dat de tijd door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en/of voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezenverklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.H. Severein, voorzitter, mr. J.G.W. Lootsma-Oude Nijeweme en mr. F. Kleefmann, rechters, bijgestaan door mr. J. Jukema-Teertstra, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 18 maart 2010.

--------------------------------------------------------------------------------

1 De genoemde processen-verbaal zijn in de wettelijke vorm en door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren opgemaakt; de genoemde pagina's bevinden zich in het doorgenummerde proces-verbaal met nummer 2009111069, gesloten op 9 december 2009.

2 De verklaring van verdachte ter terechtzitting van 4 maart 2010.

3 Het proces-verbaal van aangifte van [naam 2], d.d. 11 november 2009, pagina 38.

4 De verklaring van verdachte ter terechtzitting van 4 maart 2010.

5 Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1], d.d. 10 november 2009, pagina 47, alsmede het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 2], d.d. 10 november 2009, pagina 44.

6 Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 2], d.d. 10 november 2009, pagina 44, alsmede het proces-verbaal aanvullend verhoor aangever [slachtoffer], d.d. 16 november 2009, pagina 33.

7 Het proces-verbaal aanvullend verhoor aangever [slachtoffer], d.d. 16 november 2009, pagina 33.

8 Het proces-verbaal aanvullend verhoor aangever [slachtoffer], d.d. 16 november 2009, pagina 33, het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1], d.d. 10 november 2009, pagina 47.