Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLEE:2010:BL6405

Instantie
Rechtbank Leeuwarden
Datum uitspraak
03-03-2010
Datum publicatie
04-03-2010
Zaaknummer
91548 - HA ZA 08-755
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Niet-nakoming koopovereenkomst. Toerekenbaarheid van tekortkoming. Matiging contractuele boete.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LEEUWARDEN

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 91548 / HA ZA 08-755

Vonnis van 3 maart 2010

in de zaak van

[eiseres],

wonende te [woonplaats],

eiseres,

procederende met toevoeging,

advocaat: mr. T. Bijlsma, kantoorhoudende te [woonplaats],

tegen

1. [gedaagde 1],

wonende te [woonplaats],

2. [gedaagde 2],

wonende te [woonplaats],

gedaagden,

procederende met toevoeging,

advocaat: mr. J. Pieters, kantoorhoudende te Sneek.

Partijen zullen hierna "[eiseres]" en "[gedaagde 1] c.s." genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- de conclusie van antwoord

- het proces-verbaal van comparitie d.d. 20 april 2009

- de akte van [eiseres]

- de antwoord-akte van [gedaagde 1] c.s.

1.2. Vervolgens is vonnis bepaald.

2. De vaststaande feiten

In deze procedure zal van de volgende vaststaande feiten worden uitgegaan.

2.1. Tussen [eiseres] als verkoper en [gedaagde 1] c.s. als kopers is op 16 april 2007 een koopovereenkomst gesloten, waarbij [gedaagde 1] c.s. van [eiseres] hebben gekocht de hoekwoning met garage, ondergrond, erf, tuin en verdere toe- en aanbehoren, aan de [adres] te [woonplaats], kadastraal bekend gemeente [woonplaats], sectie B, nummer 6612, groot 2 are en 25 centiare. De koopsom van de woning bedroeg € 155.000,-.

2.2. In de koopovereenkomst van partijen is - voor zover hier van belang - bepaald:

(…)

Artikel 3 Eigendomsoverdracht

3.1. De akte van levering zal gepasseerd worden op 1 juni 2007 of zoveel eerder of later als partijen tezamen nader overeenkomen, ten overstaan van mr. L.A. Detmar of mr. R.E. Troost of diens plaatsvervanger, verbonden aan kantoor Detmar & Troost Notarissen, Eekwerdlaan 2, Postbus 49, 8700 AA Bolsward, tel. (0515) 57 24 55, fax (0515) 57 64 55, hierna verder te noemen notaris.

(…)

Artikel 10 Ingebrekestelling, ontbinding

10.1. Indien één van de partijen, na in gebreke te zijn gesteld, gedurende acht dagen nalatig is of blijft in de nakoming van één of meer van haar uit deze overeenkomst voortvloeiende verplichtingen, kan de wederpartij van de nalatige deze overeenkomst zonder rechterlijke tussenkomst ontbinden door middel van een schriftelijke verklaring aan de nalatige.

10.2. Ontbinding op grond van tekortkoming is slechts mogelijk na voorafgaande ingebrekestelling. Bij ontbinding van de overeenkomst op grond van toerekenbare tekortkoming zal de nalatige partij ten behoeve van de wederpartij een zonder rechterlijke tussenkomst terstond opeisbare boete van 10% van de koopsom verbeuren, onverminderd het recht op aanvullende schadevergoeding en vergoeding van kosten van verhaal.

(…)

Artikel 16 Ontbindende voorwaarden

16.1. Deze overeenkomst kan door koper worden ontbonden indien uiterlijk:

(…)

b. op 30 april 2007 koper voor de financiering van de onroerende zaak voor een bedrag van koopsom + kosten geen hypothecaire geldlening of het aanbod daartoe van een erkende geldverstrekkende instelling heeft verkregen (…).

2.3. [gedaagde 1] c.s. hebben geen gebruik gemaakt van de wettelijke termijn van drie dagen waarbinnen de koopovereenkomst kon worden ontbonden.

2.4. In verband met het rondkrijgen van de financiering door [gedaagde 1] c.s. hebben partijen in onderling overleg de termijn voor het inroepen van de daarmee verband houdende ontbindende voorwaarde verlengd tot 10 mei 2007.

2.5. [gedaagde 1] c.s. hebben zich voor het verkrijgen van financiering gewend tot ELQ, een hypotheekverstrekker voor personen die niet terecht kunnen bij de reguliere hypotheek-verstrekkers. ELQ werd gefinancierd door de bank Lehman Brothers in de Verenigde Staten. Kort voor het verstrijken van de termijn waarbinnen het financieringsvoorbehoud kon worden ingeroepen, hebben [gedaagde 1] c.s. bij hun tussenpersoon geverifieerd of de financiering rond zou komen. Hierop ontvingen zij een bevestigend antwoord.

2.6. [gedaagde 1] c.s. hebben het financieringsvoorbehoud niet ingeroepen (voor de nader overeengekomen datum van 10 mei 2007). Vervolgens hebben [gedaagde 1] c.s. een hypotheekofferte van ELQ d.d. 22 mei 2007 ontvangen. Deze offerte was gedaan onder het voorbehoud dat aan alle door de hypotheekverstrekker gestelde voorwaarden zal worden voldaan. In de offerte staat onder meer vermeld:

"(…)

Aan de hand van de door U aangeleverde bescheiden en informatie, beoordelen wij uw financiële positie en of het aangaan van een ELQ Hypotheek verantwoord is. Van de uitkomst van de beoordeling ontvangt U vanzelf bericht via uw hypotheekadviseur.

(…)

Bij acceptatie van deze offerte dient een door aanvrager(s) persoonlijk ondertekend exemplaar uiterlijk op 12 juni 2007 in ons bezit te zijn.

Na uw acceptatie wordt deze offerte pas definitief door schriftelijke bevestiging door ons dat aan alle voorwaarden is voldaan. (…)"

2.7. Op 1 juni 2007, de in de koopovereenkomst genoemde datum voor de eigendomsoverdracht, zijn [gedaagde 1] c.s. niet bij de notaris verschenen. De leveringsakte kon daarom niet worden gepasseerd. De makelaar van [eiseres], Makelaardij Sanne Wind te Bolsward, heeft [gedaagde 1] c.s. hierna bij aangetekende brief van 1 juni 2007 in gebreke gesteld en [gedaagde 1] c.s. verzocht om hun verplichtingen uit hoofde van de koopovereenkomst alsnog na te komen, uiterlijk op 11 juni 2007. Hierbij is tevens aanspraak gemaakt op schadevergoeding, vermeerderd met wettelijke rente, vanaf laatstgenoemde datum. [gedaagde 1] c.s. hebben niet op deze brief gereageerd.

2.8. Bij brief van 29 juni 2007 heeft Makelaardij Sanne Wind namens [eiseres] de koopovereenkomst buitengerechtelijk ontbonden en aanspraak gemaakt op de boete genoemd in artikel 10.2. van de koopovereenkomst, zijnde een bedrag van € 15.500,-. Tevens is hierbij aanspraak gemaakt op betaling van een vergoeding van € 12,50 per dag aan bijkomende kosten tot aan de eigendomsoverdracht bij de notaris aan een derde partij. Omdat betaling uitbleef, heeft de advocaat van [eiseres] [gedaagde 1] c.s. bij brief van 20 september 2007 verzocht het gevorderde bedrag te betalen, hetgeen hij heeft herhaald bij brieven van 12 maart 2008 en 4 juli 2008.

2.9. [eiseres] heeft de woning aan een derde verkocht voor een bedrag van € 152.500,-. De betreffende akte van levering is gepasseerd op 1 november 2007.

3. Het geschil

3.1. [eiseres] vordert dat de rechtbank, bij vonnis voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

primair:

I. [gedaagde 1] c.s. hoofdelijk veroordeelt om binnen twee dagen na betekening van het in dezen te wijzen vonnis te betalen een bedrag van € 15.500,- aan contractuele boete;

II. [gedaagde 1] c.s. hoofdelijk veroordeelt om binnen twee dagen na betekening van het in dezen te wijzen vonnis een bedrag van € 1.912,00 te betalen aan bijkomende kosten tot de eigendomsoverdracht;

III. [gedaagde 1] c.s. hoofdelijk veroordeelt om binnen twee dagen na betekening van het in dezen te wijzen vonnis te betalen de wettelijke rente over het bedrag van € 15.500,-, berekend vanaf 1 november 2007 tot en met 31 augustus 2008, zijnde € 1.149,61;

IV. [gedaagde 1] c.s. hoofdelijk veroordeelt om binnen twee dagen na betekening van het in dezen te wijzen vonnis te betalen de wettelijke rente over het bedrag van € 1.912,50, berekend vanaf 1 november 2007 tot en met 31 augustus 2008, zijnde € 95,37;

V. [gedaagde 1] c.s. hoofdelijk veroordeelt om binnen twee dagen na betekening van het in dezen te wijzen vonnis te betalen de wettelijke rente over het bedrag van € 15.500,-, berekend vanaf 1 september 2008 tot aan de dag der algehele voldoening;

VI. [gedaagde 1] c.s. hoofdelijk veroordeelt om binnen twee dagen na betekening van het in dezen te wijzen vonnis te betalen de wettelijke rente over het bedrag van € 1.912,50, berekend vanaf 1 september 2008 tot aan de dag der algehele voldoening;

VII. [gedaagde 1] c.s. hoofdelijk veroordeelt om binnen twee dagen na betekening van het in dezen te wijzen vonnis te betalen de buitengerechtelijke incassokosten ten bedrage van

€ 1.075,76;

VIII. [gedaagde 1] c.s. hoofdelijk veroordeelt in de kosten van het geding;

subsidiair:

1. Indien en voor zover de rechtbank van oordeel is dat de boetebepaling van artikel 10.2. van de koopovereenkomst niet van toepassing is, [gedaagde 1] c.s. hoofdelijk veroordeelt tot betaling van de schade welke [eiseres] als gevolg van het verzuim van [gedaagde 1] c.s. heeft geleden, lijdt dan wel nog zal lijden, als bedoeld in artikel 10.2. van de tussen [eiseres] en [gedaagde 1] c.s. gesloten koopovereenkomst d.d. 16 april 2007, welk schadebedrag in deze procedure door de rechtbank dient te worden vastgesteld, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit schadebedrag vanaf 1 juni 2007, dan wel vanaf een datum die de rechtbank in goede justitie zal vermenen te behoren, tot aan de dag der algehele voldoening;

2. [gedaagde 1] c.s. hoofdelijk veroordeelt in de kosten van het geding.

3.2. [gedaagde 1] c.s. concluderen tot afwijzing van de vorderingen van [eiseres], met veroordeling van [eiseres] - uitvoerbaar bij voorraad - in de kosten van het geding.

4. Het standpunt van [eiseres]

4.1. [eiseres] legt aan haar vordering ten grondslag dat, nu [gedaagde 1] c.s. de koopovereenkomst van partijen niet binnen de wettelijke bedenktermijn van drie dagen en de (verlengde) termijn voor het inroepen van het financieringsvoorbehoud hebben ontbonden, zij hun medewerking hadden moeten verlenen aan het passeren van de akte van levering op 1 juni 2007, hetgeen [gedaagde 1] c.s. hebben nagelaten. Daarmee is volgens [eiseres] sprake van een toerekenbare tekortkoming van [gedaagde 1] c.s. in de nakoming van de koopovereenkomst. [eiseres] c.s. was dan ook bevoegd om de koopovereenkomst na ingebrekestelling te ontbinden. Dientengevolge zijn [gedaagde 1] c.s. op grond van artikel 10.2. van de koopovereenkomst een boete ter grootte van 10% van de koopsom, zijnde een bedrag van € 15.500,-, aan [eiseres] verschuldigd geworden. Voorts zijn [gedaagde 1] c.s. volgens [eiseres] een bedrag van € 12,50 per dag aan haar verschuldigd voor iedere dag na 1 juni 2007 tot 1 november 2007. Dit betreft de dagrente die [eiseres] aan haar hypotheekverstrekker diende te betalen voor iedere dag dat de levering van de woning aan [gedaagde 1] c.s. niet plaatsvond.

4.2. Voor matiging van de verschuldigde contractuele boete bestaat volgens [eiseres] geen aanleiding. [eiseres] heeft schade geleden ten gevolge van het niet nakomen van de koopovereenkomst door [gedaagde 1] c.s. Deze schade bestaat uit dubbele woonlasten in de periode van 1 juni tot 1 november 2007. In verband met de geplande eigendomsoverdracht aan [gedaagde 1] c.s. op 1 juni 2007 was de woning al leeg, zodat [eiseres] niet meer terug kon naar deze woning. Zij was daarom genoodzaakt om tijdelijk een huurwoning te betrekken. De netto extra woonlasten van [eiseres] bedroegen € 735,10 per maand, hetgeen over een periode van vijf maanden een schadepost betekent van € 3.675,50. Het gaat daarbij om rentelasten, kosten van gas, water en elektra, woonhuis- en inboedelverzekeringskosten, kosten onderhoudscontract CV en gemeentelijke belastingen. Voor zover de rechtbank deze schade onvoldoende onderbouwd acht, stelt [eiseres] zich terzake de dubbele woonlasten op het standpunt dat de door haar betaalde huur in verband met de huur van de woning aan de Nieuwmarkt 37 te [woonplaats] als schade heeft te gelden. De tussen 1 juni en november 2007 door [eiseres] betaalde huur bedraagt in totaal € 1.850,-. [eiseres] heeft bovendien schade geleden in de vorm van een lagere verkoopprijs van haar woning. Na de ontbinding van de koopovereenkomst van partijen heeft [eiseres] de woning aan een derde verkocht voor een koopprijs die € 2.500,- lager ligt dan de met [gedaagde 1] c.s. overeengekomen koopprijs. Ook heeft [eiseres] nog kosten moeten maken voor het opstarten van de onderhavige procedure en heeft zij een bedrag van € 2.500,- van een kennis moeten lenen, in verband met de kosten van de verhuizing naar de huurwoning en het woonklaar maken hiervan. Gelet op al het vorenstaande bestaat er naar de mening van [eiseres] geen onaanvaardbare discrepantie tussen de verschuldigde boete en de daadwerkelijk door haar geleden schade.

5. Het standpunt van [gedaagde 1] c.s.

5.1. [gedaagde 1] c.s. betwisten de door [eiseres] gevorderde contractuele boete. Hierop kan ingevolge de koopovereenkomst alleen aanspraak worden gemaakt wanneer er sprake is van een toerekenbare tekortkoming. [gedaagde 1] c.s. hebben niet kunnen meewerken aan de levering van de woning, omdat de financiering van de woning niet rond kwam. Zij hebben evenwel hun uiterste best gedaan om een hypotheek bij ELQ te krijgen. [gedaagde 1] c.s. hebben daartoe alle door deze hypotheekverstrekker verzochte gegevens aangeleverd. Op 17 juli 2007 ontvingen [gedaagde 1] c.s. echter tot hun verbazing het bericht dat de hypotheekofferte was komen te vervallen omdat uit toetsing bij het BKR was gebleken dat [gedaagde 1] aldaar geregistreerd stond. Dit had ELQ ook van tevoren kunnen aangeven. Toetsing bij het BKR had ook voorafgaand aan het verstrekken van de hypotheekofferte kunnen plaatsvinden. Daarnaast stond ELQ erom bekend ook financieringen te verstrekken ondanks een BKR-registratie. ELQ was voor het geld om hypotheken te verschaffen afhankelijk van Lehman Brothers in de Verenigde Staten. Als gevolg van het faillissement van deze bank had ELQ geen financiële middelen meer en heeft zij met alle middelen getracht om alle hypotheekoffertes en -aanvragen alsnog af te wijzen. [gedaagde 1] c.s. zijn dan ook van mening dat er sprake is van een overmachtssituatie, op grond waarvan de tekortkoming niet aan hen kan worden toegerekend, althans beroepen zij zich op vernietiging van de koopovereenkomst vanwege onvoorziene omstandigheden, nu de hiervoor geschetste omstandigheden onvoorzienbaar en uitzonderlijk waren.

5.2. Subsidiair doen [gedaagde 1] c.s. een beroep op matiging van de gevorderde contractuele boete. [eiseres] heeft slechts een schade van € 2.500,- geleden, zijnde het verschil tussen de tussen partijen overeengekomen koopprijs en de nadien door [eiseres] gerealiseerde koopprijs. Voor het overige heeft [eiseres] volgens [gedaagde 1] c.s. geen schade geleden. Van dubbele woonlasten was geen sprake; [eiseres] heeft tijdelijk bij een vriendin gewoond. Daarnaast kunnen niet tegelijkertijd op twee adressen normale verbruikslasten (water, gas, electra) worden gemaakt. [eiseres] kan immers maar op één adres tegelijk wonen. Voorts is niet gebleken dat [eiseres] kosten heeft moeten maken in verband met de verhuizing naar de tijdelijke huurwoning. Terzake de gestelde hypotheekrente gaat [eiseres] eraan voorbij dat het een brutobedrag betreft en dat zij recht heeft op hypotheekrenteaftrek bij de inkomstenbelasting. Uit het voorgaande volgt naar de mening van [gedaagde 1] c.s. dat er sprake is van een onevenredige verhouding tussen de door [eiseres] geleden schade en de hoogte van de contractuele boete. Bij het beroep op matiging van de contractuele boete dient ook te worden bedacht dat [gedaagde 1] een ZZP'er is die zakelijk een moeilijke periode achter de rug heeft en financieel gezien moeite heeft om overeind te blijven. Hij is niet in staat om de contractuele boete te voldoen, zodat bij toewijzing schuldsanering dan wel een faillissement in het verschiet ligt, aldus [gedaagde 1] c.s.

5.3. [gedaagde 1] c.s. betwisten het gevorderde bedrag van € 12,50 per dag over de periode van juni tot november 2007. De grondslag van deze vordering is door [eiseres] niet onderbouwd. Ten slotte betwisten [gedaagde 1] c.s. de gevorderde wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten.

6. De beoordeling van het geschil

6.1. De rechtbank stelt voorop dat [gedaagde 1] c.s. tekortgeschoten zijn in de nakoming van de tussen partijen gesloten koopovereenkomst, nu zij op 1 juni 2007 niet hebben meegewerkt aan het passeren van de akte van levering van de door hen van [eiseres] gekochte woning.

6.2. Vervolgens dient te worden bezien of deze tekortkoming aan [gedaagde 1] c.s. kan worden toegerekend. Op grond van artikel 6:75 BW kan een tekortkoming aan de schuldenaar niet worden toegerekend, indien zij niet te wijten is zijn schuld noch krachtens wet, rechtshandeling of in het verkeer geldende opvattingen voor zijn rekening komt. Naar het oordeel van de rechtbank komt de door [gedaagde 1] c.s. aangevoerde problematiek met het verkrijgen van een financiering bij ELQ krachtens de in het verkeer geldende opvattingen voor hun eigen rekening. Het door [gedaagde 1] c.s. gedane beroep op overmacht faalt dan ook. Het had op de weg van [gedaagde 1] c.s. gelegen om na het aangaan van de koopovereenkomst tijdig voor een definitieve financiering te zorgen en, zo zij die niet op de daartoe overeengekomen (uitgestelde) datum - 10 mei 2007 - beschikbaar hadden, met een beroep op artikel 16 van de koopovereenkomst tot ontbinding van de koopovereenkomst over te gaan. [gedaagde 1] c.s. hebben er echter voor gekozen om na het verstrijken van genoemde datum af te wachten of de financiering rond kwam. De nadelige gevolgen van het nemen van dit risico dienen zij zelf te dragen. Het overeenkomen van een boetebeding had [gedaagde 1] c.s. naar het oordeel van de rechtbank extra alert moeten maken op het in acht nemen van de overeengekomen uiterste datum voor het inroepen van het financieringsvoorbehoud. Niet gebleken is bovendien dat [gedaagde 1] c.s. een definitieve financiering van ELQ hebben gekregen, die later geannuleerd is; ELQ heeft uiteindelijk geen hypotheek willen verstrekken nadat [gedaagde 1] c.s. alle gegevens hadden aangeleverd. Honorering van het betoog van [gedaagde 1] c.s. zou ook tot de - onaanvaardbare - consequentie leiden dat het risico van de keuze voor (het inschakelen van) een bepaalde hypotheekverstrekker feitelijk op [eiseres] zou worden afgewenteld, terwijl zij aan deze keuze part noch deel heeft gehad.

6.3. Hiervoor is geoordeeld dat de problematiek van [gedaagde 1] c.s. met het verkrijgen van een financiering bij ELQ krachtens de in het verkeer geldende opvattingen voor hun rekening dient te komen. Om diezelfde reden faalt ook het door [gedaagde 1] c.s. gedane beroep op vernietiging - de rechtbank begrijpt dit overigens als ontbinding - van de overeenkomst wegens onvoorziene omstandigheden. Krachtens artikel 6:258 lid 1 BW kan de rechter weliswaar op verlangen van één der partijen de gevolgen van een overeenkomst wijzigen of deze geheel of gedeeltelijk ontbinden op grond van onvoorziene omstandigheden welke van dien aard zijn dat de wederpartij naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid geen ongewijzigde instandhouding van de overeenkomst mag verwachten, maar het tweede lid van genoemd artikel voegt daar aan toe dat een wijziging of ontbinding niet wordt uitgesproken, voor zover de omstandigheden krachtens de aard van de overeenkomst of de in het verkeer geldende opvattingen voor rekening komen van degene die zich erop beroept.

6.4. Uit het vorenstaande volgt dat sprake is van een toerekenbare tekortkoming van [gedaagde 1] c.s. in de nakoming van de koopovereenkomst. De rechtbank stelt vervolgens vast dat de makelaar van [eiseres] [gedaagde 1] c.s. in gebreke heeft gesteld terzake deze tekortkoming, waarna [gedaagde 1] c.s. wederom nalatig zijn gebleven met het meewerken aan de eigendomsoverdracht van de door hen gekochte woning, waardoor zij in verzuim zijn geraakt. [eiseres] was nadien op grond van artikel 16.1. sub b van de koopovereenkomst bevoegd om de koopovereenkomst op grond van deze tekortkoming te ontbinden. Hierdoor zijn [gedaagde 1] c.s. op grond van datzelfde artikel een boete ter grootte van 10% van de koopsom aan [eiseres] verschuldigd geworden.

6.5. [gedaagde 1] c.s. hebben de rechtbank verzocht om de contractuele boete te matigen op de voet van artikel 6:94 BW. De rechtbank stelt dienaangaande voorop dat de rechter de bevoegdheid tot matiging terughoudend dient te hanteren. Matiging is pas aan de orde als toepassing van een boetebeding in de gegeven omstandigheden tot een buitensporig en daarmee onaanvaardbaar resultaat leidt. Daartoe is onvoldoende dat de boete en de schade (van de verkoper) uiteenlopen. Er zal ook moeten worden gelet op de aard van de overeenkomst, de inhoud en strekking van het boetebeding en de omstandigheden waaronder het tot stand kwam (HR 27 april 2007, NJ 2007, 262).

6.6. Bij de beantwoording van de vraag of en in hoeverre in het onderhavige geval matiging van de boete op zijn plaats is, neemt de rechtbank de volgende omstandigheden in aanmerking:

- het boetebeding waarop [eiseres] zich beroept is een gebruikelijk beding in koopovereenkomsten tussen particulieren met betrekking tot onroerende zaken en is opgenomen in het - ook hier toegepaste - veel gebruikte NVM-(model)contract;

- zowel [eiseres] als [gedaagde 1] c.s. zijn de koopovereenkomst als particulier aangegaan, zodat van een ongelijkwaardige verhouding tussen hen geen sprake is;

- gesteld noch gebleken is dat [eiseres] zich na de ontbinding van de koopovereenkomst onvoldoende heeft ingespannen om een nieuwe koper voor haar woning te vinden;

- [eiseres] heeft haar woning door het toerekenbaar tekortschieten van [gedaagde 1] c.s. opnieuw te koop moeten aanbieden. Het huis is pas na enige maanden aan een derde verkocht en geleverd, waardoor [eiseres] al die tijd in onzekerheid heeft verkeerd over de vraag of zij de woning tegen dezelfde prijs zou kunnen verkopen;

- [eiseres] heeft de woning uiteindelijk tegen een lagere prijs verkocht dan de aanvankelijk met [gedaagde 1] c.s. overeengekomen koopprijs, waardoor zij in elk geval een schade van € 2.500,- heeft geleden;

- aannemelijk is dat [eiseres] in verband met het niet afnemen van de woning door [gedaagde 1] c.s. per 1 juni 2007 vanaf dat moment gedurende een vijftal maanden extra woonlasten heeft gehad tot het moment van de overdracht van de eigendom van de woning aan een derde. Ook al heeft [eiseres] na 1 juni 2007 elders gewoond, waardoor haar verbruikslasten minimaal waren, bepaalde vaste lasten voor haar woning zijn tot de daadwerkelijke eigendomsoverdracht daarvan aan een derde wél blijven doorlopen, waarbij gedacht kan worden aan door [eiseres] genoemde posten als hypotheekrente, gemeentelijke belastingen, onderhoudscontract CV, woonhuisverzekering alsmede de kosten voor vast recht van gas, water en elektra. Deze schade is een gevolg van het toerekenbaar tekortschieten van [gedaagde 1] c.s.

- [gedaagde 1] c.s. stellen weliswaar dat toewijzing van de gevorderde contractuele boete een zeer negatief effect zal hebben op hun financiële situatie, waardoor een schuldsanering of faillissement in het verschiet zou liggen, maar hebben dit betoog slechts in algemene termen vervat. Zij hebben onvoldoende inzicht verstrekt in hun concrete financiële situatie, nog daargelaten dat louter deze omstandigheid onvoldoende reden oplevert voor matiging.

6.7. Gelet op alle hiervoor genoemde omstandigheden leidt het onverkort toepassen van het boetebeding naar het oordeel van de rechtbank niet tot een buitensporig resultaat. De verschuldigde boete en de materiële schade van [eiseres] staan niet in een onevenredige verhouding tot elkaar. Voorts dient te worden bedacht dat de gevolgen van de tekortkoming van [gedaagde 1] c.s. - ontbinding van een rechtsgeldige koopovereenkomst - ingrijpend zijn voor [eiseres], terwijl het voor [gedaagde 1] c.s. op grond van de koopovereenkomst duidelijk was dat zij bij toerekenbare niet-nakoming van hun verplichtingen met het boetebeding zouden (kunnen) worden geconfronteerd.

6.8. De conclusie is dan ook dat de rechtbank geen aanleiding ziet om de boete te matigen. Het te dezer zake gevorderde bedrag van € 15.500,- is dus toewijsbaar.

6.9. [eiseres] vordert voorts betaling van een vergoeding van € 12,50 per dag vanwege rente die zij aan haar hypotheekverstrekker dient te betalen voor iedere dag dat de levering van de woning aan [gedaagde 1] c.s. niet plaatsvond. De rechtbank acht deze vergoeding onvoldoende onderbouwd. [eiseres] heeft geen stukken van haar hypotheekverstrekker in het geding gebracht die kunnen dienen ter onderbouwing en controle van haar vordering. Dit had gelet op het eerdere debat over de grondslag van deze vergoeding wel van haar mogen worden verwacht. De rechtbank zal de betreffende vordering daarom afwijzen.

6.10. Wettelijke rente over een verschuldigde boete is eerst verschuldigd na ingebrekestelling (zie HR 5 september 2008, LJN BD3127). De rechtbank stelt vast dat de makelaar van [eiseres] [gedaagde 1] c.s. bij de ontbinding van de koopovereenkomst - bij brief van 29 juni 2007 - tevens heeft medegedeeld dat [gedaagde 1] c.s. de contractuele boete dienden te voldoen. Toen betaling daarvan uitbleef, heeft de advocaat van [eiseres] [gedaagde 1] c.s. bij brief van 20 september 2007 in de gelegenheid gesteld om de contractuele boete uiterlijk op 3 oktober 2007 te voldoen. Ook nadien hebben [gedaagde 1] c.s. de contractuele boete niet betaald, waardoor zij in verzuim zijn geraakt en de wettelijke rente over de boete verschuldigd zijn vanaf 4 oktober 2007.

[gedaagde 1] c.s. hebben nog een beroep gedaan op analoge toepassing van artikel 6:119a lid 5 BW, in die zin dat [eiseres] te lang zou hebben gewacht met het aanhangig maken van de dagvaarding, waardoor de vertraging in de betaling van de contractuele boete aan [eiseres] zou zijn toe te rekenen. De rechtbank zal aan dit betoog voorbijgaan. Er is gedagvaard ongeveer een jaar na de ingebrekestelling terzake het niet betalen van de contractuele boete. Deze periode kan niet onredelijk lang worden genoemd en bovendien zijn [gedaagde 1] c.s. gedurende deze periode bij herhaling door [eiseres] aangesproken tot betaling van de contractuele boete. [gedaagde 1] c.s. hadden het oplopen van de rente eenvoudig kunnen voorkomen door (tijdig) tot betaling over te gaan. Gezien het vorenstaande is het, anders dan [gedaagde 1] c.s. menen, evenmin naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar dat [eiseres] aanspraak maakt op betaling van de wettelijke rente. Deze vordering zal daarom worden toegewezen.

6.11. [eiseres] heeft tevens een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten gevorderd. De rechtbank hanteert daarbij het uitgangspunt dat het moet gaan om verrichtingen die meer omvatten dan een enkele (eventueel herhaalde) aanmaning, het enkel doen van een schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier. Gelet op de zich in het dossier bevindende correspondentie van de makelaar van [eiseres] alsook van de later door haar ingeschakelde advocaat met [gedaagde 1] c.s. is naar het oordeel van de rechtbank aan deze maatstaf voldaan. De vordering zal dus worden toegewezen.

6.12. [gedaagde 1] c.s. zullen als de in het ongelijk te stellen partij hoofdelijk in de kosten van het geding worden veroordeeld. Deze kosten worden aan de zijde van [eiseres] als volgt vastgesteld:

- dagvaardingskosten € 85,44

- betaald vast recht € 108,75

- in debet gesteld vast recht € 326,25

- salaris van de advocaat € 1.130,00

-------------

Totaal € 1.650,44

7. De beslissing

De rechtbank:

7.1. veroordeelt [gedaagde 1] c.s. hoofdelijk tot betaling aan [eiseres] van een bedrag van

€ 15.500,-;

7.2. veroordeelt [gedaagde 1] c.s. hoofdelijk tot betaling aan [eiseres] van de wettelijke rente over het bedrag van € 15.500,- over de periode vanaf 4 oktober 2007 tot aan de dag der algehele voldoening;

7.3. veroordeelt [gedaagde 1] c.s. hoofdelijk tot betaling aan [eiseres] van de buitengerechtelijke incassokosten ten bedrage van € 1.075,76;

7.4. veroordeelt [gedaagde 1] c.s. hoofdelijk tot betaling aan [eiseres] van de kosten van het geding, tot op heden vastgesteld op € 1.650,44 en veroordeelt [gedaagde 1] c.s. mitsdien tot betaling aan:

A. de griffier van deze rechtbank voor:

- dagvaardingskosten € 85,44

- in debet gesteld vast recht € 326,25

- salaris van de advocaat € 1.130,00

-------------

€ 1.541,69

B. [eiseres] voor:

- niet in debet gesteld vast recht € 108,75

7.5. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

7.6. wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.F.E. Geerlings en in het openbaar uitgesproken op 3 maart 2010.?

fn 343