Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLEE:2010:BL5779

Instantie
Rechtbank Leeuwarden
Datum uitspraak
19-02-2010
Datum publicatie
26-02-2010
Zaaknummer
295593 \ CV EXPL 09-9084
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Schade door aftappen electriciteit tbv hennepplantage. Vraag of gezegd kan worden dat tussen de netwerkbeheerder en de eindgebruiker een overeenkomst bestaat. Electriciteitswet 1998. Hoewel van een schriftelijk contract geen sprake is, neemt de kantonrechter het bestaan van een overeenkomst aan, gelet op het systeem van de wet en de daarin besloten liggende splitsing tussen de levering van electriciteit en het netwerkbeheer.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LEEUWARDEN

Sector kanton

Locatie Leeuwarden

zaak-/rolnummer: 295593 \ CV EXPL 09-9084

vonnis van de kantonrechter d.d. 19 februari 2010

inzake

De naamloze vennootschap Liander N.V.,

hierna te noemen: Liander,

gevestigd te Arnhem,

eiseres,

gemachtigde: Tijhuis & Partners Gerechtsdeurwaarders,

tegen

[eiser],

hierna te noemen: [eiser],

wonende te [woonplaats],

gedaagde,

procederende met toevoeging,

gemachtigde: mr. K.E. Wielenga.

Procesverloop

1. Op de bij dagvaarding vermelde gronden heeft Liander gevorderd om [eiser] te veroordelen tot betaling van € 2.209,16 met rente en kosten.

[eiser] heeft bij antwoord de vordering betwist.

Na repliek en dupliek is vonnis bepaald op de stukken, waarvan de inhoud als hier ingelast geldt.

Door Liander zijn producties in het geding gebracht.

Motivering

De vaststaande feiten

2. Als gesteld en erkend, dan wel als niet of onvoldoende weersproken, alsmede op grond van de in zoverre onbetwiste inhoud van de overgelegde producties staat het volgende vast. [eiser] is bewoner geweest van de woning aan de [adres] te [plaats]. Liander is netbeheerder en onderhoudt en beheert het elektriciteitsnet in [plaats]. Liander heeft de aansluiting op het elektriciteitsnet van de hiervoor genoemde woning in stand gehouden.

Het standpunt van partijen

Liander

3.1 Liander heeft gesteld dat door haar fraudespecialist op 9 april 2009 onregelmatigheden zijn vastgesteld aan de meetinrichting van het adres [adres]. Uit dit onderzoek is naar voren gekomen dat er sprake is geweest van ongeoorloofde handelingen aan de meetinrichting. De zegels van de hoofdaansluitkast waren verbroken en aan de onderzijde van de zekeringhouders was een illegale elektriciteitsaansluiting gemaakt. Deze aansluiting liep buiten de elektriciteitsmeter om naar een hennepplantage en voorzag deze van elektriciteit. De fasedraad was al weggebrand. In verband met een lekkende gasleiding was er sprake van een gevaarlijke situatie en daarom zijn elektriciteit en gas in de grond afgesloten.

3.2 Liander heeft kosten gemaakt ten behoeve van het onderzoek, herstel en administratie. De elektriciteitsmeter is verwijderd en de toevoer is afgesloten en er is een nieuwe meter aangesloten.

3.3 Tussen partijen is een overeenkomst gesloten op grond waarvan Liander elektriciteit transporteert. Deze overeenkomst is gebaseerd op de Elektriciteitswet 1998. Op deze overeenkomst zijn de door Liander gehanteerde Algemene voorwaarden 2006 voor aansluiting en transport voor kleinverbruikers en de zogenoemde Netcode van toepassing.

3.4 Liander vordert vergoeding van de door haar gemaakte kosten. Primair baseert zij deze vordering op een [eiser] toerekenbare tekortkoming in de nakoming van de transportovereenkomst. [eiser] heeft een aantal geboden en verboden uit de algemene voorwaarden en de Netcode niet nageleefd. Subsidiair vordert Liander schade op grond van het bepaalde in artikel 6:74 BW. Meer subsidiair vordert zij de door toedoen van [eiser] geleden schade op grond van een onrechtmatige daad van [eiser].

3.5 Ondanks diverse betalingsverzoeken en aanmaningen heeft [eiser] niet betaald. Liander heeft haar vordering op [eiser] daarom uit handen gegeven aan haar incassogemachtigde. Deze heeft incassowerkzaamheden verricht als gevolg waarvan kosten voor Liander zijn ontstaan. Liander vordert betaling van die kosten, begroot op € 300,--.

Verder vordert zij rente, zowel over de hoofdsom als over de proceskosten.

[eiser]

4.1 [eiser] heeft gesteld dat hij nooit een overeenkomst met Liander heeft gesloten. Hij heeft ook nooit een overeenkomst ondertekend en hem is ook nooit iets toegezonden. Hij heeft ook nooit algemene voorwaarden ontvangen en die zijn niet van toepassing. Voor zover nodig roept [eiser] de vernietiging van de voorwaarden in, omdat ze hem niet ter hand zijn gesteld en hij de werking ervan niet heeft aanvaard.

4.2 Anders dan door Liander is gesteld heeft [eiser] nooit een hennepplantage geëxploiteerd of aangelegd. Hij heeft ook nooit stroom voor de meter afgenomen.

Hij heeft wel een extra aansluiting gerealiseerd, maar dat betrof een loze kabel waarmee geen apparatuur is voorzien. De hoofdaansluitkast althans de meter was niet gemanipuleerd dan wel beschadigd.

4.3 De fasedraad kan niet zijn weggebrand omdat er nooit stroom via de aansluiting is afgenomen. Er kan dan ook geen gevaarlijke situatie zijn ontstaan. Er was ook geen gaslek.

Het frauderapport is ook tegenstrijdig omdat er enerzijds staat dat de fasedraad is weggebrand, maar anderzijds dat er geen sprake is van diefstal van energie. De nu gevorderde kosten zijn onnodig gemaakt. Afsluiting van elektriciteit en gas en het plaatsen van een nieuwe meter waren overbodig

4.4 [eiser] betwist verder de buitengerechtelijke incassokosten. Hij heeft van de gemachtigde van Liander maar één brief ontvangen.

De beoordeling van het geschil

5 De kantonrechter oordeelt als volgt. Allereerst kan worden vastgesteld dat de vordering van Liander betrekking heeft op onderzoek en herstelwerkzaamheden aan de meter, leidingen en hoofdaansluitkast en niet op diefstal van elektriciteit.

De discussie tussen partijen over de vraag of er nu wel of niet een hennepplantage in de woning is geweest, waarvoor dan elektriciteit buiten de meter om zou zijn afgenomen, is naar het oordeel van de kantonrechter minder relevant. De kantonrechter zal daarop dan ook niet ingaan.

6.1 Liander heeft ter feitelijke onderbouwing van haar vordering overgelegd een aangifte van een strafbaar feit met daarbij gevoegd een rapport van een fraudespecialist naar aanleiding van een op 9 april 2009 in de woning [adres] te [plaats] door deze fraudespecialist samen met een politieambtenaar uitgevoerd onderzoek. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft Liander met dit rapport en de daarin weergegeven feitelijke bevindingen van de fraudespecialist de door haar gestelde beschadigingen voldoende aannemelijk gemaakt.

6.2 De betwisting door [eiser] van de feitelijke bevindingen van de fraudespecialist komt in grote lijnen slechts neer op een blote, niet onderbouwde en gemotiveerde, ontkenning daarvan en is naar het oordeel van de kantonrechter onvoldoende. [eiser] heeft verder erkend dat hij voor de meter een extra aansluiting heeft gemaakt en hij erkent daarmee een belangrijk deel van hetgeen door de fraudespecialist is geconstateerd. Anders dan [eiser] is de kantonrechter van oordeel dat het frauderapport niet innerlijk tegenstrijdig is. Op pagina 1 van de aangifte staat niet dat er geen sprake is geweest van diefstal van energie; daarvan is slechts geen aangifte gedaan door Liander. [eiser] heeft verder niet onderbouwd waarom er voor het overige een tegenstrijdigheid zou zijn met de bevinding dat een fasedraad was weggebrand.

6.3 Naar het oordeel van de kantonrechter heeft Liander met deze bevindingen verder voldoende aannemelijk gemaakt dat er sprake was van een (potentieel) gevaarlijke situatie, waardoor het afsluiten van gas en elektriciteit gerechtvaardigd was. Niet echter heeft zij aannemelijk kunnen maken waarom het plaatsen van een nieuwe meter nodig was. De geconstateerde beschadigingen en aftakking bevonden zich in de hoofdaansluitkast voor de meter. De enkele stelling dat de gevaarlijke situatie maakte dat een verzwaarde meter moest worden geplaatst is zonder nadere toelichting onvoldoende.

7.1 Liander heeft schade geleden bestaande uit de kosten van diverse door haar medewerkers verrichte werkzaamheden en materiaalkosten. Beoordeeld dient te worden of [eiser] aansprakelijk kan worden gehouden voor deze schade. Daartoe wordt het navolgende overwogen.

7.2 Liander heeft geen schriftelijk exemplaar van de transportovereenkomst waarop zij zich heeft beroepen overgelegd. De kantonrechter leidt uit de stellingen van partijen af dat die schriftelijke overeenkomst er ook niet is. Wel is aannemelijk geworden dat [eiser] vanaf 1999 bewoner was van de woning en daar ook elektriciteit van een aanbieder op basis van een daartoe strekkende overeenkomst heeft afgenomen. Het systeem van de Elektriciteitswet 1998 en de daarin besloten liggende splitsing tussen de leverantie van elektriciteit en het netbeheer en het feit dat vaststaat dat Liander in [plaats] is aangewezen als netbeheerder, brengt met zich mee dat [eiser] tevens een overeenkomst met Liander heeft gesloten voor de aansluiting en het transport van de elektriciteit.

7.3 Uit paragraaf 5 van de memorie van toelichting van de wet van 2 juli 2004, Tweede Kamer 2003/2004, 29372, nummer 3, valt af te leiden dat de consumentenbescherming volgens het Burgerlijk Wetboek geldt voor zogenoemde kleinverbruikers volgens de Elektriciteitswet 1998. Naar het oordeel van de kantonrechter volgt hieruit tevens dat hetgeen is bepaald omtrent algemene voorwaarden onverkort van toepassing is op de overeenkomst tussen partijen. De kantonrechter begrijpt de primaire stellingname van [eiser] aldus dat tussen partijen geen algemene voorwaarden zijn overeengekomen omdat hij niets heeft getekend en zich er niet eens van bewust was dat er sprake was van een overeenkomst. Aanvaarding van algemene voorwaarden dient te worden beoordeeld aan de hand van de bepalingen over aanbod en aanvaardingen en de totstandkoming van rechtshandelingen in het algemeen. Liander heeft niets gesteld en aannemelijk gemaakt op grond waarvan in dit geval kan worden geoordeeld dat haar algemene voorwaarden, gelet op de hiervoor bedoelde bepalingen, tussen partijen van toepassing zijn geworden. Het verweer van [eiser] dienaangaande treft dan ook doel.

7.4 Naar het oordeel van de kantonrechter zijn de bepalingen van de Netcode, waarop Liander zich eveneens heeft beroepen, tussen partijen wel van toepassing, aangezien het betreft een regeling die is gebaseerd op de artikelen 31 lid 1 onder a en 26b lid 1 Elektriciteitswet 1998, juncto artikel 7 van de Regeling inzake voorwaarden en tariefstructuren elektriciteit.

8.1 Liander heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat de beschadigingen aan de aan haar toebehorende installatie zijn aangericht in een periode dat [eiser] de woning bewoonde, derhalve tijdens de contractperiode. [eiser] heeft daarmee in ieder geval de door Liander aangehaalde bepalingen 2.1.2.3 en 2.1.2.4 van de Netcode geschonden. Reeds daardoor is hij tekort geschoten in de nakoming van een op grond van de tussen partijen gesloten overeenkomst op hem rustende verplichting. Deze tekortkoming kan hem ook worden toegerekend. [eiser] heeft in ieder geval niets gesteld op grond waarvan anders zou moeten worden geoordeeld. De daardoor ontstane schade komt voor zijn rekening. Zoals hiervoor is overwogen behoren tot die schade naast de kosten van onderzoek en herstel tevens de kosten die waren gemoeid met het opheffen van een als gevolg van de handelwijze van [eiser] ontstane gevaarlijke situatie.

8.2 De noodzaak van het vervangen van de meter is onvoldoende aannemelijk gemaakt en de kosten daarvan, blijkens de door Liander overgelegde kostenspecificatie € 134,37, zullen dan ook niet worden toegewezen. Eveneens zal worden afgewezen de door Liander gevorderde BTW, aangezien het betreft een vordering tot schadevergoeding waarover geen BTW is verschuldigd. Toegewezen zal worden een bedrag van € 1.444,28.

9. De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten zullen eveneens worden afgewezen. [eiser] heeft onweersproken gesteld dat de gemachtigde van Liander slechts een brief heeft gestuurd. Een dergelijke geringe werkzaamheid rechtvaardigt niet het toewijzen van buitengerechtelijke incassokosten.

10. De gevorderde rente over de toe te wijzen hoofdsom zal worden toegewezen, met inachtneming van het navolgende. Liander heeft gesteld dat de rente is gaan lopen veertien dagen na factuurdatum, maar welke datum het betreft is niet duidelijk gemaakt. De rente zal daarom worden toegewezen vanaf vijf dagen na de brief van haar gemachtigde van 2 juli 2009. De rente over de proceskosten zal worden afgewezen, aangezien [eiser] nog niet in verzuim is met voldoening daarvan.

11. [eiser] zal als hoofdzakelijk in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten.

Beslissing

De kantonrechter:

veroordeelt [eiser] tot betaling aan Liander van een bedrag groot € 1.444,28 (zegge: éénduizend vierhonderd en vierenveertig euro en achtentwintig cent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 8 juli 2009, tot aan de dag der algehele voldoening;

veroordeelt [eiser] in de kosten van deze procedure, tot op heden aan de zijde van Liander begroot op € 300,-- (2 punten à € 150,--) wegens salaris en op € 280,25 wegens verschotten;

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het anders of meer gevorderde.

Aldus gewezen door mr. T.K. Hoogslag, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 februari 2010 in tegenwoordigheid van de griffier.

c 184