Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLEE:2010:BL5228

Instantie
Rechtbank Leeuwarden
Datum uitspraak
23-02-2010
Datum publicatie
24-02-2010
Zaaknummer
AWB 09/1233
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Onverschoonbare overschrijding van de bezwaartermijn. Ondanks mededeling omtrent de bezwaartermijn in huis-aan-huisblad, afgaan op onjuiste mededeling gemeentelijk medewerker. Zelf voorzien. Bezwaar alsnog niet-ontvankelijk verklaard.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LEEUWARDEN

Sector bestuursrecht

procedurenummer: AWB 09/1233

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 februari 2010 als bedoeld in afdeling 8.2.6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)

in het geding tussen

[naam],

wonende te [woonplaats],

eiser (hierna: [X])

gemachtigde: mr. S. Lemhour, werkzaam bij Achmea rechtsbijstand te Tilburg,

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Dongeradeel,

verweerder (hierna: het college),

gemachtigde: mr. D. Wielstra-Veenstra, werkzaam bij de gemeente Dongeradeel.

Procesverloop

Bij besluit van 17 juli 2008 -voor zover hier van belang- heeft het college aan [naam bedrijf] te [vestigingsplaats] vrijstelling en een reguliere bouwvergunning verleend voor het oprichten van een autobedrijf op het perceel [omschrijving perceel]. Bij besluit van 27 april 2009 (hierna: het bestreden besluit) heeft het college het door [X] daartegen ingediende bezwaarschrift, ondanks dat dit te laat was ingediend, ontvankelijk verklaard en vervolgens, na een inhoudelijke beoordeling, ongegrond verklaard. Tegen dit besluit heeft [X] beroep ingesteld bij de rechtbank.

De zaak is behandeld ter zitting van de rechtbank, gehouden op 13 januari 2010, waarbij [X] in persoon is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde, en het college zich heeft laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Motivering

1.1 De rechtbank stelt vast en tussen partijen is niet in geschil dat [X] te laat bezwaar heeft gemaakt tegen het besluit van 17 juli 2008. Het college heeft het bezwaarschrift desalniettemin ontvankelijk geacht en vervolgens inhoudelijk beoordeeld. Daartoe is overwogen dat [X] voor wat betreft de termijn waarbinnen hij bezwaar kon maken tegen het besluit van 17 juli 2008, is afgegaan op een onjuiste mededeling hieromtrent door een medewerker van de gemeente.

1.2 Het besluit van 17 juli 2007 is op 22 juli 2008 verzonden aan [naam bedrijf]. Van de verlening van de vrijstelling en de bouwvergunning is voorts een openbare kennisgeving gedaan in het huis-aan-huisblad De Nieuwe Dockumer Courant van 30 juli 2008. Daarbij is tussen haakjes de verzenddatum van het besluit vermeld en gewezen op de mogelijkheid om binnen zes weken na de dag van verzending van dat besluit een bezwaarschrift in te dienen. Niet in geschil is dat [X] kennis heeft genomen van deze publicatie. Daarmee had het [X] duidelijk kunnen zijn dat hij binnen zes weken na 22 juli 2008 een bezwaarschrift kon indienen. De publicatie in de Nieuwe Dockumer Courant heeft plaatsgevonden acht dagen na verzending van het besluit van 17 juli 2008 aan [naam bedrijf]. Dit neemt echter niet weg dat het, nu de publicatie in de Nieuwe Dockumer Courant binnen de termijn waarbinnen een bezwaarschrift kon worden ingediend, heeft plaatsgevonden, op de weg van [X] had gelegen om tijdig een bezwaarschrift, eventueel een pro forma bezwaarschrift, in te dienen (vgl. LJN: BJ9536). Onder deze omstandigheden moet worden geoordeeld dat [X], door -anders dan de mededeling in de Nieuwe Dockumer Courant omtrent de termijn om in bezwaar te gaan- desalniettemin af te gaan op de mededeling van een medewerker van de gemeente dat binnen zes weken na 30 juli 2008, de datum waarop de Nieuwe Dockumer Courant verscheen, bezwaar gemaakt kan worden, een risico heeft genomen dat voor zijn rekening dient te blijven (vgl. LJN: AX7054).

1.3 Gelet op het voorgaande heeft het college naar het oordeel van de rechtbank ten onrechte geoordeeld dat de overschrijding van de bezwaartermijn in dit geval verschoonbaar is. Om die reden dient het beroep gegrond verklaard te worden en zal het bestreden besluit worden vernietigd. De rechtbank ziet aanleiding om met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, van de Awb zelf in de zaak te voorzien door te bepalen dat het bezwaarschrift van [X] alsnog niet-ontvankelijk zal worden verklaard. Aan een beoordeling van de inhoudelijke gronden die in beroep naar voren zijn gebracht tegen het bestreden besluit komt de rechtbank derhalve niet toe.

Proceskosten

2.1 Met toepassing van artikel 8:75 van de Awb zal de rechtbank het college veroordelen in de proceskosten ter zake van het beroep. Overeenkomstig het bepaalde in het Besluit proceskosten bestuursrecht bedragen de proceskosten van [X] € 644,00 ter zake van de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand in beroep (beroepschrift één punt; verschijnen ter zitting één punt; zwaarte van de zaak: gemiddeld; waarde per punt € 322,00). Voor een vergoeding van de kosten die [X] heeft gemaakt ter zake van het bezwaar, bestaat geen aanleiding reeds omdat hierom in de bezwaarfase niet is verzocht, zoals dat wordt verlangd op grond van artikel 7:15, derde lid, van de Awb.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt het bestreden besluit;

- verklaart het bezwaar niet ontvankelijk;

- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde bestreden besluit;

- bepaalt dat de gemeente Dongeradeel het griffierecht van € 150,00 aan [X] vergoedt;

- veroordeelt het college in de proceskosten van [X] ten bedrage van € 644,00, aan [X] te vergoeden door de gemeente Dongeradeel.

Aldus gegeven door mr. E.M. Visser, rechter, in tegenwoordigheid van mr. J.R. Leegsma als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 23 februari 2010.

w.g. J.R. Leegsma

w.g. E.M. Visser

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat voor partijen hoger beroep open. Gelijke bevoegdheid komt toe aan andere belanghebbenden, zulks behoudens het bepaalde in art. 6:13 juncto 6:24 Awb.

Indien u daarvan gebruik wenst te maken dient u binnen zes weken na de dag van verzending van de uitspraak een brief (beroepschrift) alsmede een afschrift van deze uitspraak te zenden aan:

de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Postbus 20019

2500 EA Den Haag

In het beroepschrift vermeldt u waarom u de uitspraak niet juist vindt.