Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLEE:2010:BL3601

Instantie
Rechtbank Leeuwarden
Datum uitspraak
04-02-2010
Datum publicatie
11-02-2010
Zaaknummer
09/1331
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

uitleg van het begrip herbeoordeelde in de zin van de Tijdelijke regeling inkomensgevolgen herbeoordeelde arbeidsongeschikten (TRI)

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LEEUWARDEN

Sector bestuursrecht

procedurenummer: AWB 09/1331

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 4 februari 2010 als bedoeld in afdeling 8.2.6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)

in het geding tussen

[eiseres], wonende te [woonplaats], eiseres,

gemachtigde: W. Smit, werkzaam bij FNV Bondgenoten te Groningen,

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv),

verweerder,

gemachtigde: mr. F.H.M.A. Swarts, werkzaam bij het Uwv te Leeuwarden.

Procesverloop

Bij brief van 5 mei 2009 heeft verweerder eiseres mededeling gedaan van zijn besluit op bezwaar betreffende de toepassing van de Tijdelijke regeling inkomensgevolgen herbeoordeelde arbeidsongeschikten (TRI), hierna: het bestreden besluit.

Tegen dit besluit heeft eiseres beroep aangetekend.

De zaak is behandeld ter zitting van de rechtbank, gehouden op 11 januari 2010. Eiseres en haar gemachtigde zijn -met kennisgeving- niet verschenen. Verweerder is verschenen bij voornoemde gemachtigde.

Motivering

Feiten

1.1 Aan eiseres is sinds 16 april 1984 een arbeidsongeschiktheidsuitkering toegekend, laatstelijk berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 55 tot 65%.

1.2 Op 1 juni 2006 heeft arbeidsdeskundige L.C. Wilbrink een rapportage opgesteld naar aanleiding van een heronderzoek van de arbeidsongeschiktheid in het kader van het aangepaste Schattingsbesluit. Wilbrink heeft geconcludeerd dat de mate van arbeidsongeschiktheid van eiseres 62,24% is. Bij besluit van 16 juni 2006 heeft verweerder eiseres meegedeeld dat haar mate van arbeidsongeschiktheid na onderzoek op grond van de aangepaste schattingsregels ongewijzigd 55 tot 65% blijft.

1.3 Op 21 november 2007 heeft arbeidsdeskundige W.F. Boorsma een rapportage opgesteld naar aanleiding van de hersteloperatie herbeoordelingen 2007. Boorsma heeft geconcludeerd dat eiseres ingedeeld dient te blijven in de arbeidsongeschiktheidsklasse van 55 tot 65%. Bij besluit van 23 november 2007 heeft verweerder eiseres meegedeeld dat haar mate van arbeidsongeschiktheid op grond van de oude schattingsregel 55 tot 65% blijft.

1.4 Op 13 november 2008 heeft de arbeidsdeskundige J. Tijsen een rapportage opgesteld naar aanleiding van een professionele herbeoordeling van eiseres met als uitkomst een arbeidsongeschiktheidspercentage van 7,37. Dit leidt tot een indeling in de arbeidsongeschiktheidsklasse van minder dan 15%.

1.5 Bij besluit van 21 november 2008 heeft verweerder eiseres meegedeeld dat haar uitkering vanaf 22 januari 2009 beëindigd wordt, omdat zij minder dan 15% arbeidsongeschikt is.

1.6 Op 12 november 2008 heeft eiseres een tegemoetkoming ingevolge de TRI bij verweerder aangevraagd. Bij besluit van 5 februari 2009 heeft verweerder deze tegemoetkoming geweigerd, omdat alleen bij de eenmalige herbeoordeling op grond van het aangepaste schattingsbesluit, wanneer de intrekking van de arbeidsongeschiktheidsuitkering het gevolg is van toepassing van het gewijzigde schattingsbesluit, aanspraak kan worden gemaakt op een tegemoetkoming.

1.7 Bij het bestreden besluit is het namens eiseres tegen het besluit van 12 november 2008 gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Daartoe heeft verweerder overwogen dat de herbeoordeling op 13 november 2008 een professionele herbeoordeling was waardoor eiseres niet valt onder het criterium "herbeoordeelde" in de zin van de TRI.

Geschil

2.1 In beroep heeft eiseres aangevoerd dat zij voldoet aan alle voorwaarden voor het recht op tegemoetkoming ingevolge de TRI. De intrekking van de arbeidsongeschiktheidsuitkering is feitelijk beschouwd het gevolg van de zogenaamde herbeoordelingsoperatie als bedoeld in het vierde lid van artikel 34 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO). Daartoe heeft eiseres aangevoerd dat in het kader van de eenmalige herbeoordeling werd besloten om haar belastbaarheidsprofiel in twee stappen te wijzigen. De herbeoordeling in november 2008 betrof de tweede stap van de herbeoordeling in het kader van de eenmalige herbeoordelingsoperatie. Eiseres merkt hierbij op dat zij feitelijk pas naar aanleiding van deze tweede stap te maken kreeg met de gevolgen van de herbeoordelingsoperatie. Voorts heeft eisers aangevoerd dat zij door de herbeoordeling geconfronteerd wordt met een terugval in inkomsten van € 600,00 per maand en de TRI juist bedoeld is om voor deze inkomensachteruitgang een tijdelijke tegemoetkoming te bieden. Eiseres heeft ter onderbouwing van haar standpunt verwezen naar de uitspraak van 1 april 2008 van de rechtbank te Zwolle (LJN: BC8943).

2.2 Verweerder heeft ter onderbouwing van zijn standpunt bij verweerschrift gesteld dat er maar één beoordeling kan plaatsvinden die als de beoordeling in het kader van de eenmalige herbeoordelingsoperatie als zodanig kan worden aangeduid. Indien de beoordeling niet leidt tot een verlaging of intrekking van de WAO-uitkering, moet een volgende beoordeling van het arbeidsongeschiktheidspercentage worden aangemerkt als een normale herbeoordeling van de arbeidsongeschiktheid.

Beoordeling van het geschil

3.1 Artikel 2, eerste lid, van de TRI bepaalt dat het Uwv op aanvraag vaststelt of recht op een tegemoetkoming bestaat. De herbeoordeelde dient de aanvraag in uiterlijk twee maanden na de datum waarop zijn arbeidsongeschiktheidsuitkering is verlaagd of ingetrokken.Artikel 1, aanhef en onder c, van de TRI bepaalt voorts dat voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder herbeoordeelde: de persoon wiens arbeidsongeschiktheidsuitkering is verlaagd of ingetrokken als gevolg van de toepassing van artikel 34, vierde lid, van de WAO.

In artikel 34, vierde lid, van de WAO is bepaald dat, onverminderd het in deze wet bepaalde terzake van herziening of intrekking van de arbeidsongeschiktheidsuitkering, ten aanzien van personen die na 1 juli 1954 zijn geboren, op een bij of krachtens algemene maatregel van bestuur bepaald tijdstip door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen wordt bezien of er in verband met wijziging van de mate van arbeidsongeschiktheid gronden zijn voor herziening of intrekking van de arbeidsongeschiktheidsuitkering.

3.2 Allereerst overweegt de rechtbank dat artikel 34, vierde lid, van de WAO tot stand is gekomen op grond van de Wet wijziging systematiek herbeoordelingen arbeidsongeschiktheidswetten. In deze wet is het bestaande wettelijke stelsel van eerste- en vijfdejaarsherbeoordelingen vervangen door een eenmalige herbeoordeling waarbij uitkeringsgerechtigden op basis van leeftijd worden opgeroepen voor een herbeoordeling op basis van het aangepaste Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten (hierna: aSb).

Van een herbeoordeling als bedoeld in artikel 34, vierde lid, van de WAO is dan ook eerst sprake indien de herbeoordeling heeft plaatsgevonden op grond van het aSb.

3.3 Eiseres heeft in juni 2006 een heronderzoek ondergaan op grond van de regels van het aSb. Vervolgens is bij de hersteloperatie herbeoordelingen 2007 de mate van arbeidsongeschiktheid van eiseres bepaald aan de hand van het oude Schattingsbesluit (hierna: oSb). Zoals verweerder ter zitting van 11 januari 2010 heeft verklaard, werkt de toepassing in deze hersteloperatie van het oSb door in de professionele herbeoordeling op 13 november 2008, zodat ook deze herbeoordeling heeft plaatsgevonden op grond van het oSb.

3.4 De rechtbank is van oordeel dat de herbeoordeling van eiseres in juni 2006 moet worden aangemerkt als de herbeoordeling als bedoeld in artikel 34, vierde lid, van de WAO. Daartoe overweegt de rechtbank dat naar haar oordeel slechts één herbeoordeling kan worden aangemerkt als herbeoordeling in het kader van artikel 34, vierde lid, van de WAO. Uit de formulering van "een herbeoordeling" (in plaats van "de herbeoordeling") in de toelichting op de TRI leidt de rechtbank niet af dat er meer dan één eenmalige herbeoordeling kan plaatsvinden. Artikel 34, vierde lid, van de WAO draagt verweerder op een herbeoordelingsoperatie uit te voeren waarmee wordt beoogd de terugkeer van mensen met arbeidsbeperkingen naar werk te bevorderen. Voor deze operatie is een periode van enkele jaren uitgetrokken. Dit betekent dat op een gegeven moment alle uitkeringsgerechtigden hun eenmalige herbeoordeling moeten hebben ondergaan en dat alle volgende herbeoordelingen zogeheten professionele of overige herbeoordelingen betreffen. Voorts overweegt de rechtbank dat de professionele herbeoordeling van eiseres heeft plaatsgevonden op grond van het oSb waardoor het -gezien hetgeen staat vermeld onder 3.2- geen herbeoordeling als bedoeld in artikel 34, vierde lid, van de WAO is.

3.5 Op grond van artikel 1, aanhef en onder c, van de TRI kan een TRI-uitkering slechts worden toegekend indien de WAO-uitkering is verlaagd of ingetrokken als gevolg van de toepassing van artikel 34, vierde lid, van de WAO. Nu de herbeoordeling in juni 2006 niet heeft geleid tot een verlaging of intrekking van de WAO-uitkering van eiseres heeft verweerder terecht besloten tot afwijzing van de aanvraag om tegemoetkoming inzake de TRI. Dit betekent dat het beroep ongegrond is.

3.6 De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep ongegrond

Aldus gegeven door mr. P.G. Wijtsma, rechter, in tegenwoordigheid van mr. P.T.M. van der Lelie als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 4 februari 2010.

w.g. P.G. Wijtsma

w.g. P.T.M. van der Lelie

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat voor partijen het rechtsmiddel hoger beroep open. Gelijke bevoegdheid komt toe aan andere belanghebbenden, zulks behoudens het bepaalde in artikel 6:13 in samenhang gelezen met 6:24 van de Awb.

Indien u daarvan gebruik wenst te maken dient u binnen zes weken na de dag van verzending van de uitspraak een brief (beroepschrift) alsmede een afschrift van deze uitspraak te zenden aan:

de Centrale Raad van Beroep

Postbus 16002

3500 DA Utrecht

In het beroepschrift vermeldt u waarom u de uitspraak niet juist vindt.