Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLEE:2010:BL2315

Instantie
Rechtbank Leeuwarden
Datum uitspraak
03-02-2010
Datum publicatie
05-02-2010
Zaaknummer
300341 \ VZ VERZ 09-388
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Het ontvreemden van pakjes shag van collega's rechtvaardigt de -door de werkgever gevraagde- ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Werknemer vindt een pakje shag in de rokersruimte en steekt dit bij zich, maar wordt betrapt. Hij heeft toegegeven dat hij dit vaker heeft gedaan, zonder dat hij ooit geprobeerd heeft de shag terug te bezorgen bij de rechtmatige eigenaar. De werkgever is hierdoor het vertrouwen in de werknemer kwijtgeraakt, zodat voortzetting van de arbeidsovereenkomst niet goed denkbaar is. Te meer niet, nu het hier een uitzendkracht betreft die door zijn handelwijze zijn werkgever in diskrediet heeft gebracht bij de inlener. De kantonrechter ontbindt de arbeidsovereenkomst (voor zover die nog niet is geëindigd door het ontslag op staande voet) met onmiddellijke ingang, zonder toekenning van een vergoeding aan de werknemer.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2010-0124
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LEEUWARDEN

Sector kanton

Locatie Heerenveen

zaak-/rolnummer: 300341 \ VZ VERZ 09-388

beschikking van de kantonrechter d.d. 3 februari 2010

inzake

De besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Anticimex Benelux B.V.,

hierna te noemen: Anticimex,

gevestigd te Breda,

verzoekster,

gemachtigde: voorheen mr. F. Wubbena, thans mr. M. Czarnota,

tegen

[werknemer],

hierna te noemen: [werknemer],

wonende te [woonplaats],

verweerder,

gemachtigde: mr. I.S.J. Bruin.

Procesverloop

1.1. Anticimex heeft bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 20 november 2009, verzocht de tussen haar en [werknemer] gesloten arbeidsovereenkomst, voor het geval deze nog bestaat, te ontbinden op grond van gewichtige redenen in de zin van artikel 7: 685 BW.

1.2. Het verweerschrift van [werknemer] is binnengekomen op 19 januari 2010.

1.3. De mondelinge behandeling van het verzoekschrift heeft gelijktijdig plaatsgevonden met de mondelinge behandeling van de door [werknemer] ingestelde vordering tot loondoorbetaling en wedertewerkstelling. Partijen hebben hun standpunt in beide procedures ter zitting van 20 januari 2010 nader toegelicht. De gemachtigden van partijen hebben hierbij gebruik gemaakt van een pleitnotitie. Van het verhandelde ter zitting is aantekening gehouden door de griffier. Vervolgens is de uitspraak op heden bepaald.

Motivering

2. De feiten

Als gesteld en erkend, dan wel als niet of onvoldoende weersproken, alsmede op grond van de in zoverre onbetwiste inhoud der overgelegde producties staat het volgende vast.

2.1. [werknemer], geboren [geboortedatum], is sedert 1 september 1999 in dienst bij (de rechtsvoorgangster van) Anticimex, laatstelijk in de functie van bestrijdingstechnicus in de buitendienst, tegen een brutosalaris van € 1988,00 per maand exclusief emolumenten.

2.2. Het door Anticimex gehanteerde arbeidsvoorwaardenreglement maakt onderdeel uit van de arbeidsovereenkomst. In artikel 8.1 van dit reglement staat vermeld dat zowel de werknemer als de werkgever de bevoegdheid toekomt om de arbeidsovereenkomst op grond van een dringende reden op te zeggen. In dit artikel is als voorbeeld van een gedraging die voor de werkgever een dringende reden kan vormen, diefstal genoemd. [werknemer] heeft op 25 oktober 2005 een ontvangstverklaring getekend waarbij hij heeft aangegeven het (vernieuwde) arbeidsvoorwaardenreglement met bijbehorende informatiebrochure te hebben ontvangen.

2.3. [werknemer] was op 20 augustus 2009 in opdracht van Anticimex werkzaam bij Hellema-Hallum B.V. (hierna Hellema).

2.4. Bij Hellema is op enig moment het vermoeden gerezen dat [werknemer] iets te maken kon hebben met de omstandigheid dat er meerdere malen een pakje shag, toebehorende aan medewerkers van haar, was verdwenen van de werkvloer.

2.5. Op 20 augustus 2009 constateerde [werknemer] in de rokersuimte van Hellema dat zijn pakje shag leeg was. [werknemer] heeft vervolgens gebruik gemaakt van het pakje shag dat daar op de tafel lag. [werknemer] heeft vervolgens dit pakje shag bij zich gestoken. Nadat [werknemer] de rookruimte verlaten had is hij aangesproken door 2 medewerkers van Hellema. [werknemer] heeft op vragen van de werknemers van Hellema aan de productieleider en de kwaliteitsmanager van Hellema aangegeven dat hij het pakje shag tot zich had genomen.

2.6. [functionaris 1], de kwaliteitsmanager van Hellema, heeft vervolgens contact opgenomen met [functionaris 2], kwaliteitscoördinator van Anticimex. Naar aanleiding van dit telefonische contact is [werknemer] naar huis gestuurd. [werknemer] heeft vervolgens ook aan [functionaris 2] te kennen gegeven dat hij het pakje shag had meegenomen en dat het vaker was voorgekomen dat hij een pakje shag had meegenomen.

2.7. [werknemer] is op dezelfde dag uitgenodigd om op 21 augustus 2009 het voorval op het hoofdkantoor van Anticimex te Breda te bespreken. [werknemer] heeft op 21 augustus 2009 aan [functionaris 3], service manager bij Anticimex, aangegeven dat hij het pakje shag heeft meegenomen en dat dit in het verleden een aantal malen vaker is voorgekomen. Vervolgens heeft [functionaris 4], hoofd P&O, zich bij het gesprek gevoegd. [werknemer] heeft ook tegenover [functionaris 4] erkend dat hij het pakje shag heeft meegenomen en dat dit in het verleden een aantal malen vaker is voorgekomen.

2.8. Met [werknemer] is gesproken over de consequenties van zijn gedrag. Vervolgens is hem de gelegenheid geboden de door hem gebruikte bedrijfswagen schoon te maken. [werknemer] heeft zijn persoonlijke eigendommen uit zijn bedrijfsauto gehaald, waarna hij de auto en de overige bedrijfseigendommen heeft ingeleverd. Hierna is het gesprek tussen hem, [functionaris 3] en [functionaris 4] voortgezet en is hem zijn ontslagbrief ter hand gesteld. Na bespreking van deze brief heeft [werknemer] de brief ondertekend.

2.9. In de ontslagbrief, gedateerd 21 augustus 2009, staat vermeld:

(…)

Tijdens deze gesprekken hebt u erkend dat u niet alleen op 20 augustus, maar tijdens eerdere bezoeken nog 2 à 3x een pakje shag van medewerkers hebt meegenomen bij uw bezoeken aan Hellema. Zoals u vanochtend ook als is medegedeeld, is het vorenstaande voor ons reden om thans met onmiddellijke ingang het dienstverband met u te beëindigen. U had daar ook begrip voor en hebt de eerder aan u verstrekte bedrijfsgoederen vanochtend meteen ingeleverd. Het bij dezen gegeven ontslag op staande voet moge duidelijk zijn. U hebt zich schuldig gemaakt aan diefstal, dan wel verduistering, waardoor u ons vertrouwen onwaardig bent geworden. U hebt daarmee ook grovelijk uw plichten veronachtzaamd, welke de arbeidsovereenkomst u oplegt. Het bovenstaande betekent dat met ingang van heden het dienstverband tussen u en ons is beëindigd. Wij zullen in september een eindafrekening opmaken.(…)

2.10. Hellema heeft aan Anticimex meegedeeld, dat [werknemer] niet langer bij haar welkom is.

Het standpunt van Anticimex

3. Anticimex verzoekt thans voor het geval zal blijken, dat het aan [werknemer] gegeven ontslag op staande voet niet geldig is, ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Zij baseert haar verzoek op het hiervoor weergegeven feitencomplex. Zij stelt dat de diefstal van het pakje shag een dringende reden oplevert die ontbinding van de arbeidsovereenkomst rechtvaardigt. Subsidiair stelt Anticimex dat er sprake is van een verandering in de omstandigheden, die ontbinding van de arbeidsovereenkomst rechtvaardigt, omdat zij door de gedragingen van [werknemer] geen enkel vertrouwen meer heeft in een vruchtbare samenwerking met hem.

Het standpunt van [werknemer]

4. [werknemer] heeft tegen het verzoek verweer gevoerd, daarbij de aanwezigheid van de door Anticimex gestelde gewichtige redenen betwistend.

De beoordeling van het verzoek

5.1. De kantonrechter heeft zich ervan vergewist dat het verzoek geen verband houdt met het bestaan van een opzegverbod.

5.2. De kantonrechter zal allereerst de subsidiaire grondslag van het verzoek beoordelen.

5.2.1. Anticimex heeft aan haar verzoek het ontstaan en bestaan van een onherstelbare vertrouwensbreuk tussen haar en [werknemer] ten grondslag gelegd, waardoor een verdere vruchtbare samenwerking niet meer mogelijk is. Door Anticimex is hierbij gemotiveerd gesteld dat het voor de continuïteit en de goede naam van de onderneming van groot belang is dat zij kan vertrouwen op de integriteit van haar buitendienstmedewerkers die zelfstandig bij haar klanten aan het werk zijn. [werknemer] heeft volgens haar dit vertrouwen geschaad door (meerdere malen) bij een klant een pakje shag mee te nemen dat niet van hem was.

5.2.2. Vast is komen te staan, dat [werknemer] op de bewuste dag bij Hellema een niet aan hem toebehorend pakje shag heeft meegenomen. [werknemer] werd door Hellema al in verband gebracht met de vermissing van pakjes shag op haar bedrijf en in verband met deze vermissingen door het personeel van Hellema in de gaten gehouden.

[werknemer] zelf heeft verklaard, dat hij bij thuiskomst na het verrichten van werkzaamheden bij opdrachtgevers van Anticimex, waaronder Hellema, meerdere malen geconstateerd heeft, dat hij over een pakje shag beschikte dat niet van hem was, aldus erkennend, dat hij zich meerdere malen een pakje shag toebehorend aan een ander heeft toegeëigend. Daarbij is door hem niet gesteld, dat hij ooit heeft getracht de betreffende shag terug te bezorgen. [werknemer] heeft voorts, blijkens de door Anticimex overgelegde stukken, op twee verschillende dagen op verschillende tijdstippen tegenover (in totaal) vijf verschillende mensen aangegeven dat hij op 20 augustus 2009 het pakje shag bewust heeft meegenomen en dat hij dat ook bij andere gelegenheden heeft gedaan.

Aldus is voldoende aannemelijk geworden dat [werknemer] meerdere malen bij opdrachtgevers van Anticimex pakjes shag heeft meegenomen die niet van hem waren.

5.2.3. Naar het oordeel van de kantonrechter is volstrekt helder dat de werknemer die -al dan niet opzettelijk- zonder toestemming eigendommen van (medewerkers van) een klant van zijn werkgever meeneemt, de relatie tussen deze klant en de werkgever op het spel zet. Dergelijke handelingen kunnen dus grote gevolgen hebben voor het bedrijf van Anticimex. Van Anticimex kan niet gevergd worden dat zij dan met deze bij haar aanwezige wetenschap omtrent de handelwijze van [werknemer] risico's neemt door [werknemer] bij haar opdrachtgevers werkzaamheden te laten uitvoeren. Daarnaast is gebleken, dat [werknemer] niet langer welkom is bij opdrachtgever Hellema, waardoor hij minder inzetbaar is. Van Anticimex kan niet gevergd worden, dat zij een werknemer in dienst houdt, die niet volledig inzetbaar is door gedragingen zoals de onderhavige.

5.2.4. Gelet op deze omstandigheden kan geen andere conclusie worden getrokken dan dat Anticimex terecht het vertouwen in [werknemer] is verloren, waardoor een vruchtbare samenwerking niet langer mogelijk is. De kantonrechter zal dan ook de arbeidsovereenkomst -voorzover nog bestaand- ontbinden op grond van de door Anticimex gestelde verandering in de omstandigheden. Nu deze uitsluitend is veroorzaakt door gedragingen van [werknemer] en derhalve volledig in de risicosfeer van [werknemer] ligt, zal aan [werknemer] geen vergoeding worden toegekend.

5.3. Gezien het vorenstaande behoeft de primaire grondslag van het verzoekschrift geen behandeling meer.

5.4. Aan Anticimex behoeft geen termijn te worden gegund om het verzoek in te trekken.

5.5. De kantonrechter acht termen aanwezig om de proceskosten tussen partijen te compenseren, in dier voege dat ieder de eigen kosten draagt.

Beslissing

De kantonrechter:

ontbindt de tussen partijen gesloten arbeidsovereenkomst, voor het geval deze nog niet is geëindigd door het ontslag op staande voet, met ingang van heden;

compenseert de proceskosten zodanig dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Aldus gegeven te Heerenveen en in het openbaar uitgesproken op 3 februari 2010 door mr. J.C.G. Leijten, kantonrechter, in tegenwoordigheid van de griffier.

c 152