Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLEE:2010:BL1903

Instantie
Rechtbank Leeuwarden
Datum uitspraak
02-02-2010
Datum publicatie
10-05-2010
Zaaknummer
17/880049-09 PROM
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Handelen in vuurwapens, oplichting, hennepkwekerij

Wetsverwijzingen
Opiumwet 11
Opiumwet 3
Wet wapens en munitie 55
Wet wapens en munitie 31
Wetboek van Strafrecht 326
Wetboek van Strafrecht 63
Wetboek van Strafrecht 57
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LEEUWARDEN

Sector straf

parketnummer 17/880049-09 PROM

vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 2 februari 2010 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

wonende te [adres]

De rechtbank heeft gelet op het ter terechtzitting gehouden onderzoek van 19 januari 2010.

De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. R. Smit, advocaat te Drachten.

Telastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van 1 oktober 2008 tot en met 3 februari 2009,

te Drachten, (althans) in de gemeente Smallingerland en/of

te Dalen, (althans) in de gemeente Coevorden en/of

te Emmen, (althans) in de gemeente Emmen en/of

te Sneek, (althans) in de gemeente Sneek en/of elders in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

een beroep en/of een gewoonte heeft gemaakt van

het overdragen ((onder meer) aan [naam 1] en/of [naam 2] en/of [naam 3] en/of [naam 4] en/of [naam 5]), althans het voorhanden hebben,

van een (vuur)wapen van categorie II en/of III, te weten (onder meer)

A) in of omstreeks de periode van 12 december 2008 tot en met 3 februari 2009,

te Drachten, (althans) in de gemeente Smallingerland en/of

te Sneek, (althans) in de gemeente Sneek en/of elders in Nederland,

een vuurwapen, te weten een geweer van het merk Winchester (type/model 64

en/of kaliber .25)

en/of

B) in of omstreeks de periode van 2 november 2008 tot en met 3 februari 2009,

te Drachten, (althans) in de gemeente Smallingerland en/of

te Dalen, (althans) in de gemeente Coevorden en/of elders in Nederland,

een vuurwapen, te weten een gasrevolver van het merk Röhm (type 89 N en/of

kaliber 9 mm R Knal)

en/of

C) in of omstreeks de periode van 21 december 2008 tot en met 16 januari 2009,

te Drachten, (althans) in de gemeente Smallingerland en/of elders in

Nederland,

een vuurwapen, te weten een revolver van het merk: onbekend, vermoedelijk Röhm

(type: onbekend, vermoedelijk RG 79 N of RG 89 N en/of kaliber .22 LR),

en/of

D) in of omstreeks de periode van 17 januari 2009 tot en met 3 februari 2009,

te Drachten, (althans) in de gemeente Smallingerland en/of

te Emmen, (althans) in de gemeente Emmen en/of elders in Nederland,

een vuurwapen, te weten een revolver van het merk: onbekend, vermoedelijk Röhm

(type: onbekend, vermoedelijk RG 79 N of RG 89 N en/of kaliber .22 LR),

en/of

E) in of omstreeks de periode van 1 oktober 2008 tot en met 3 februari 2009,

te Drachten, (althans) in de gemeente Smallingerland en/of elders in Nederland,

een vuurwapen, te weten een semi automatisch pistool van het merk Ekol (type

Tuna en/of kaliber 6.35 mm Browning).

2.

hij in of omstreeks de periode van 28 oktober 2008 tot en met 31 oktober 2008,

te Drachten, (althans) in de gemeente Smallingerland en/of

te Twijzelerheide, (althans) in de gemeente Achtkarspelen, in elk geval in

Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen

door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of

door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van

verdichtsels,

[slachtoffer] heeft bewogen tot de afgifte van (onder meer) een hoeveelheid

geld, in elk geval van enig goed,

hebbende verdachte en/of zijn mededader(s) met vorenomschreven oogmerk -

zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in

strijd met de waarheid (onder meer)

- op de te verkopen quad (van het merk Motortek) stickers aangebracht waarop

het merk "Honda" te lezen was en/of (aldus) voorgedaan dat de quad van het

(betere en/of duurdere) merk Honda was en/of

- zich (met een valse naam) voorgesteld en/of voorgedaan als "Sjors" en/of

- als verkopende partij het koopcontract ondertekend waarop vermeld stond dat

de quad van het merk Honda was en/of dat de verkoper "Sjors van Houten wonende

aan de Van de Meulenweg 4a te Lelystad" was,

waardoor [slachtoffer] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

3.

hij in of omstreeks de periode van 1 juli 2007 tot en met 3 februari 2009,

te Drachten, (althans) in de gemeente Smallingerland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (meermalen)

(telkens) opzettelijk heeft geteeld, althans (telkens) opzettelijk aanwezig

heeft gehad,

(telkens) (een) hoeveelhe(i)d(en) hennepplanten, althans (een)

hoeveelhe(i)d(en) van (telkens) meer dan 30 gram hennep,

zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II,

dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.

In de telastelegging voorkomende schrijffouten of kennelijke misslagen worden verbeterd gelezen. De verdachte is hierdoor niet in zijn belangen geschaad.

Vordering officier van justitie

De officier van justitie heeft ter terechtzitting gevorderd:

- veroordeling voor het onder 1., 2. en 3. telastegelegde;

- oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 8 maanden en 15 dagen waarvan 8 maanden voorwaardelijk, met aftrek van voorarrest en met een proeftijd van 2 jaar;

- oplegging van de bijzondere voorwaarde van reclasseringstoezicht;

- oplegging van een werkstraf voor de duur van 240 uren subsidiair 120 dagen hechtenis;

- toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] tot een bedrag van € 750,00;

- oplegging van de schadevergoedingsmaatregel voor een bedrag van € 750,00 subsidiair 15 dagen voorlopige hechtenis.

Beoordeling van het bewijs

De rechtbank stelt op grond van de hierna te noemen bewijsmiddelen1 die de daartoe redengevende feiten en omstandigheden bevatten, het volgende vast.

Feit 1

Verdachte heeft begin december 20082 een dubbelloops geweer van het merk Winchester gekocht, enige tijd in zijn bezit gehad en vervolgens overgedragen aan een ander.3 Vermoedelijk is het geweer van het type/model 64 en kaliber .25 en bestemd of geschikt om projectielen door een loop af te schieten met behulp van een scheikundige ontploffing en derhalve een vuurwapen van categorie III.4

Verdachte heeft begin januari 20095een revolver, zonder merk en met een doorgeboorde loop, gekocht en enige tijd later verkocht en overhandigd aan zijn vader, [naam 4]6. Deze zilverkleurige revolver is door verdachte ook overgedragen aan [naam 1]7 en wel op 26 december 2008 in Drachten8, in de gemeente Smallingerland9. Deze revolver is op 3 februari 200910 te Emmen in beslag genomen; het betrof een revolver, merk onbekend, vermoedelijk Röhm, vermoedelijk RG 79 N of RG 89 N en kaliber .22LR.11

In november 2008 heeft verdachte in Dalen12, in de gemeente Coevorden13, een vuurwapen van categorie III, te weten een gasrevolver, merk Röhm, model 89 N en kaliber 9 mm R Knal14, overhandigd aan [naam]15.

Verdachte heeft, tussen eind november/begin december 2008 en 3 februari 200916 een semi automatisch pistool, klein, zwartgekleurd, merk Ekol, model Tuna, kasliber 6,35 mm Browning17, overgedragen aan zijn broer [naam].18

De raadsman heeft gesteld dat er geen sprake is van het telastegelegde beroep of gewoonte maken van het verhandelen van wapens, nu verdachte niet echt gehandeld heeft in vuurwapens omdat hij alleen in kleine kring de vuurwapens verhandelde.

De rechtbank stelt voorop dat zij de telastegelegde zinsnede "een gewoonte heeft gemaakt van het overdragen ... van een vuurwapen" aanmerkt als de in artikel 5 onder 4 van de Wet wapens en munitie genoemde strafverzwarende omstandigheid van het in strijd met de wet maken van een gewoonte van het verhandelen van wapens. Op de dagvaarding wordt ook naar artikellid verwezen.

De rechtbank is van oordeel dat op grond van de bewijsmiddelen vastgesteld kan worden dat verdachte in een periode van ongeveer vier maanden vijfmaal een vuurwapen heeft overgedragen. Dit is niet dusdanig stelselmatig en op grote schaal (met een winstoogmerk) dat gezegd kan worden dat verdachte een beroep heeft gemaakt van het verhandelen van wapens. Wel kunnen deze handelingen worden begrepen onder het telastegelegde maken van een gewoonte. Hieronder wordt -naar vaste jurisprudentie- verstaan de neiging van de dader een feit steeds weer te begaan terwijl die neiging zich ook daadwerkelijk heeft geuit in het plegen van een pluraliteit van feiten. Dit is bij het onderhavige feit aan de orde.

Feit 2.

Verdachte heeft op 31 oktober 2008 te Twijzelerheide in de gemeente Achtkarspelen een quad van het merk Motortek verkocht aan [slachtoffer] voor een geldbedrag en een aantal goederen19. Verdachte en [naam 1] hadden tevoren de quad voorzien van stickers met de merknaam Honda om zo de quad aantrekkelijker te maken voor de koper20; zij hebben [slachtoffer] hier niet op gewezen. [slachtoffer] heeft het geldbedrag en een aantal goederen afgegeven in ruil voor de quad omdat het hem door de stickers geloofwaardig overkwam dat de quad van het veel duurdere merk Honda was21.

De raadsman heeft gesteld dat verdachte vrijgesproken moet worden van dit feit nu dit geen oplichting in de zin van de wet is aangezien de koper van een quad allereerst het kentekenbewijs moet bekijken.

De rechtbank is van oordeel dat de stelling van de verdediging niet opgaat. Verdachte heeft samen met een ander opzettelijk de bewuste quad valselijk voorzien van stickers met de merknaam Honda. Het enkele gegeven dat dit bedrog had kunnen worden ontdekt bij nadere bestudering van het kentekenbewijs, ontneemt niet de strafwaardigheid aan dit handelen. Dit geldt temeer nu de merknaam voor de koper duidelijk zichtbaar op de quad was aangebracht zodat er voor hem geen noodzaak bestond het kentekenbewijs hiervoor te raadplegen.

Feit 3

In de periode van 1 juli 2007 tot en met 3 februari 2009 heeft verdachte in zijn woning te Drachten, in de gemeente Smallingerland22, een hennepkwekerij gehad.23 Er werden per keer 200 planten geteeld en er is vier maal een oogst geweest.24

Bewezenverklaring

De rechtbank acht het telastegelegde bewezen, met dien verstande dat:

1.

hij in de periode van 1 oktober 2008 tot en met 3 februari 2009, te Drachten, in de gemeente Smallingerland en te Dalen, in de gemeente Coevorden en elders in Nederland, een gewoonte heeft gemaakt van het overdragen aan [naam 1] en [naam] en [naam 4] en [naam], van telkens een vuurwapen van categorie III, te weten

A) in de periode van 12 december 2008 tot en met 3 februari 2009, in Nederland een vuurwapen, te weten een geweer van het merk Winchester (type/model 64 en kaliber .25)

en

B) in de periode van 2 november 2008 tot en met 3 februari 2009, te Dalen, in de gemeente Coevorden, een vuurwapen, te weten een gasrevolver van het merk Röhm (type 89 N en

kaliber 9 mm R Knal)

en

C) in de periode van 21 december 2008 tot en met 16 januari 2009, te Drachten, in de gemeente Smallingerland, een vuurwapen, te weten een revolver van het merk: onbekend, vermoedelijk Röhm (type: onbekend, vermoedelijk RG 79 N of RG 89 N en kaliber .22 LR),

en

D) in de periode van 17 januari 2009 tot en met 3 februari 2009, in Nederland een vuurwapen, te weten een revolver van het merk: onbekend, vermoedelijk Röhm

(type: onbekend, vermoedelijk RG 79 N of RG 89 N en kaliber .22 LR),

en

E) in de periode van 1 oktober 2008 tot en met 3 februari 2009, in Nederland, een vuurwapen, te weten een semi automatisch pistool van het merk Ekol (type Tuna en kaliber 6.35 mm Browning).

2.

hij in de periode van 28 oktober 2008 tot en met 31 oktober 2008, te Twijzelerheide, in de gemeente Achtkarspelen, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen door een listige kunstgreep [slachtoffer] heeft bewogen tot de afgifte van (onder meer) een hoeveelheid geld, hebbende verdachte en zijn mededader met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en listiglijk en bedrieglijk op de te verkopen quad (van het merk Motortek) stickers aangebracht waarop

het merk "Honda" te lezen was en aldus voorgedaan dat de quad van het betere en duurdere merk Honda was waardoor [slachtoffer] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

3.

hij in de periode van 1 juli 2007 tot en met 3 februari 2009, te Drachten, in de gemeente Smallingerland, meermalen, telkens opzettelijk, heeft geteeld telkens een hoeveelheid hennepplanten van meer dan 30 gram hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II.

De verdachte zal van het meer of anders telastegelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Kwalificatie

Het bewezene levert op de misdrijven:

1. Handelen in strijd met artikel 31, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en van het in strijd met de wet verhandelen van wapens een gewoonte maken.

2. Medeplegen van oplichting.

3. Opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3, onder B, van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

De rechtbank neemt bij de bepaling van de hierna te vermelden strafsoort en strafmaat in aanmerking:

- de aard en de ernst van de gepleegde feiten;

- de omstandigheden waaronder deze zijn begaan;

- de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken en deze naar voren komt uit het uittreksel uit het algemeen documentatieregister en het voorlichtingsrapport;

- de gedane erkenning van de verdachte zich nog aan de overige op de dagvaarding genoemde ad informandum gevoegde strafbare feiten te hebben schuldig gemaakt, welke zaken derhalve hiermee zijn afgedaan;

- het bepaalde in artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht;

- de vordering van de officier van justitie;

- het pleidooi van de raadsman.

Verdachte heeft gedurende een viertal maanden gehandeld in vuurwapens. Verdachte heeft in deze periode wapens gekocht en verkocht. Daarnaast heeft hij zich schuldig gemaakt aan oplichting. Tenslotte heeft verdachte een hennepkwekerij geëxploiteerd.

Verdachte heeft de veiligheid van mensen in gevaar gebracht, het vertrouwen in het handelsverkeer geschaad en een bijdrage geleverd aan de illegale productie en distributie van hennep. Door het in omloop brengen en houden van vuurwapens in de samenleving versterkt verdachte de gevoelens van onveiligheid in die samenleving. Daarnaast leidt het gebruik van vuurwapens vaak tot dodelijk letsel bij de slachtoffers. Niet in de laatste plaats kunnen illegale wapens in handen vallen van misdadigers die daarmee strafbare feiten kunnen plegen. Verdachte heeft dat risico veroorzaakt.

De rechtbank heeft bij het bepalen van de strafsoort en de hoogte van de straf rekening gehouden met, voor zover beschikbaar, landelijke oriëntatiepunten.

De rechtbank stelt vast dat verdachte zich gemakkelijk laat overhalen tot het plegen van strafbare feiten en daarbij zijn eigen financiële gewin voorop stelt. Verdachte heeft zich onvoldoende ingespannen zich van het criminele circuit te distantiëren, maar heeft zich welbewust in dit circuit begeven.

Uit het over de verdachte uitgebrachte voorlichtingsrapport komt naar voren dat verdachte spijt heeft van zijn handelen met betrekking tot de wapens, de contacten met de criminele wereld heeft verbroken en zich wil richten op zijn gezin. Verdachte is onvoldoende in staat problemen te hanteren. Begeleiding van verdachte in het opdoen van vaardigheden is dan ook gewenst.

De rechtbank vindt, zoals hiervoor gemotiveerd, de ernst van de strafbare feiten zodanig dat zij niet kan volstaan met het opleggen van een taakstraf, zoals door de officier van justitie is geëist en door de raadsman bepleit. De rechtbank is van oordeel dat een gevangenisstraf moet worden opgelegd. Om verdachte te ondersteunen zijn goede voornemens te realiseren legt de rechtbank een deel van de gevangenisstraf voorwaardelijk op met als bijzondere voorwaarde toezicht door de reclassering gedurende de proeftijd. Het is thans de verantwoordelijkheid van de verdachte zijn leven ten goede te keren en ten goede te houden.

Benadeelde partij

[slachtoffer] heeft zich voor de aanvang van de terechtzitting als benadeelde partij in het strafproces gevoegd door middel van indiening van het voorgeschreven formulier bevattende de opgave van een vordering tot vergoeding van door hem geleden schade ten gevolge van het aan verdachte onder 2. telastegelegde en bewezenverklaarde feit alsmede de gronden waarop deze berust.

De rechtbank is van oordeel dat de vordering, die wordt betwist, niet van zo eenvoudige aard is dat zij zich leent voor behandeling in het strafgeding, zodat de benadeelde partij niet ontvankelijk moet worden verklaard.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 57, 63 en 326 van het Wetboek van Strafrecht, de artikelen 31 en 55 van de Wet wapens en munitie en de artikelen 3 en 11 van de Opiumwet, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

DE UITSPRAAK VAN DE RECHTBANK LUIDT, RECHTDOENDE:

Verklaart het telastegelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar in voege als voormeld en verdachte deswege strafbaar.

Veroordeelt verdachte te dier zake tot:

Een gevangenisstraf voor de duur van twaalf maanden.

Bepaalt, dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot zes maanden niet zal worden tenuitvoergelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond, dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd, welke hierbij wordt vastgesteld op twee jaren, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of gedurende die proeftijd de hierna te vermelden bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd.

Stelt als bijzondere voorwaarde, dat de veroordeelde:

- zich bij het ingaan van de proeftijd meldt bij Reclassering Nederland te Leeuwarden;

- ervoor zorgt dat hij gedurende de proeftijd bereikbaar is voor deze reclasseringsinstelling;

- zich gedurende de proeftijd gedraagt naar de voorschriften en aanwijzingen hem te geven door of namens genoemde reclasseringsinstelling.

Draagt genoemde reclasseringsinstelling op de veroordeelde bij de naleving van de voorwaarden hulp en steun te verlenen.

Beveelt, dat de tijd door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en/of voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is telastegelegd dan het bewezenverklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Bepaalt dat de benadeelde partij [slachtoffer] niet ontvankelijk is in de vordering en dat deze slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

Bepaalt dat deze benadeelde partij en verdachte ieder de eigen kosten draagt.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.H. Severein, voorzitter, mr. K. Bunk en mr. C. Tuinstra, rechters, bijgestaan door T.L. Komrij, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 2 februari 2010.

Mr. Tuinstra is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.